Bijlage 1. Beleidsnotitie Westfriese aanpak basisvaardigheden (2021-25)
Tekst van het document
1
Inhoud
Voorwoord ............................................................................................................ 3 Samenvatting ........................................................................................................ 4 Inleiding ............................................................................................................... 6 1.
Context, feiten en cijfers ................................................................................... 7
2.
Nieuwe regiefunctie voor gemeenten ................................................................... 9
3.
Ambitie ......................................................................................................... 10
4.
Doelgroep ...................................................................................................... 11
5.
Beleidsdoelstellingen ........................................................................................ 13
6.
5.1
Doelstelling 1 ........................................................................................... 13
5.2
Doelstelling 2 ........................................................................................... 14
5.3
Doelstelling 3 ........................................................................................... 15
5.4
Doelstelling 4 ........................................................................................... 16
Verbindingen met en binnen het sociaal Domein................................................... 17 6.1
Participatiewet .......................................................................................... 17
6.2
Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) ..................................................... 17
6.3
Inburgering .............................................................................................. 18
6.4
Jeugd en onderwijs ................................................................................... 19
6.5
Wet maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg................................ 20
6.6
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) ............................................... 20
6.7
Wet stelsel openbare bibliotheken (Wsob) ..................................................... 20
7.
Financiële paragraaf ........................................................................................ 21
8.
Monitoring ..................................................................................................... 23 8.1
Monitoring ............................................................................................... 23
8.2
Evaluatie ................................................................................................. 24
Bijlagen ............................................................................................................... 25
2
Voorwoord Volgt snel Namens de zeven Westfriese gemeenten, Wethouder Kholoud Al Mobayed en wethouder Lydia Groot Bestuurlijk opdrachtgevers regionaal thema basisvaardigheden
3
Samenvatting
Met ingang van 1 januari 2020 hebben gemeenten een grotere regierol gekregen bij de aanpak van laaggeletterdheid. In dit regionale beleidskader ‘Westfriese aanpak basisvaardigheden’ worden de kaders geschetst waarbinnen de zeven Westfriese gemeenten de aanpak van basisvaardigheden verder vormgeven. In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met basisvaardigheden als lezen, rekenen en digitale vaardigheden. Dat heeft grote gevolgen op het functioneren in het dagelijks leven. De kans is groot dat men minder zelfredzaam is, minder sociaal actief, minder gezond en moeilijker betaald werk kan vinden. Het percentage laaggeletterden is in Westfriesland met 17% hoger dan het landelijk gemiddelde (12%). De doelgroep is in Westfriesland te onderscheiden in een aantal categorieën, te weten: Nederlands als eerste Taal 1 en 2 (NT1 en NT2) NT2, NT2 arbeidsmigranten, Vergunninghouder18-, Ondertussengroep. De hulp aan mensen die moeite hebben met basisvaardigheden bestaat al tientallen jaren en is verspreid over verschillende wetten, regelingen en regionale of lokale projecten. Deze staan niet met elkaar in verbinding en bieden hulp op een gekaderd onderdeel. Sinds 2015 heeft WerkSaam de opdracht om namens de 7 Westfriese gemeenten uitvoering te geven aan de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Binnen deze wet ligt de basis voor de aanpak van taal en basisvaardigheden.
De aanpak van laaggeletterdheid is ook een van de bestuurlijke opgaven binnen het Pact van Westfriesland 7.1. De grotere regierol van de gemeente vloeit voert uit de landelijke vervolgaanpak “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland” en heeft de volgende drie doelen; 1. Meer mensen aan de slag met taal, rekenen en digitale vaardigheden 2. Weten wat werkt 3. Goede hulp in elke gemeente Deze beoogde aanpak van Rijk en de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) vraagt in de regio Westfriesland om een duurzame, integrale en doelgerichte aanpak. Aan deze drie doelen zijn op landelijk niveau tien maatregelen gekoppeld welke we voor de aanpak laaggeletterdheid hebben aangepakt voor het versterken van de infrastructuur basisvaardigheden in Westfriesland. De Westfriese gemeenten hebben een gezamenlijke ambitie geformuleerd en zetten dan ook in op het integraal verbinden van de beleidsterreinen volwasseneneducatie, inburgering, participatie, onderwijsachterstanden en armoedebeleid en het verlenen van subsidie aan maatschappelijke organisaties om bij te dragen aan het zich kunnen eigen maken van basisvaardigheden door onze inwoners. We streven naar een soepel verlopende klantreis voor de inwoner met een taalvraag. Waarbij we voor deze inwoner de meest optimale route naar het verkrijgen van het, voor deze inwoner, maximaal haalbare niveau basisvaardigheden creëren.
Om hier goede sturing aan te kunnen geven is gekozen voor een krachtige regie- en coördinatiefunctie bij Taalhuis Westfriesland met via een regionaal (beleids)overleg sturing vanuit de gemeenten.
4
Om de aanpak van basisvaardigheden in Westfriesland verder in te richten zijn vanuit de ambitie vier beleidsdoelstellingen geformuleerd; • Het beleid op basisvaardigheden in de breedste zin is succesvol als er een krachtige (taal)keten staat en de afspraken binnen deze keten in 2021 zijn bekrachtigd in een samenwerkingsconvenant. • We dragen zorg voor laagdrempelige taalpunten dicht bij onze inwoners waarmee wij inzetten op een doelgroepbereik in het eerste jaar van 75% oplopend in de volgende jaren naar 95%. • Door efficiënt om te gaan met data en de taalvrager zo min mogelijk te belasten dragen wij bij aan het slim inzetten van middelen, voorkomen we verlies van gegevens en tijd en demotivatie van de taalvrager. • De Westfriese gemeenten passen hun communicatie aan, aan voor iedere inwoner begrijpelijke taal. Tevens stellen we tools beschikbaar aan de organisatie waarmee personeel laaggeletterdheid kan herkennen, bespreekbaar kan maken en een inwoner of collega kan doorverwijzen naar de juiste begeleiding. De Westfriese gemeenten streven naar een inclusieve samenleving. Dit houdt in een geïntegreerde, inclusieve samenleving waarin kwetsbare mensen ‘gewoon’ deel uitmaken van het maatschappelijke verkeer. Voor een inwoner die laaggeletterd is, kan het moeilijker zijn om mee te doen in de samenleving.
Om laaggeletterdheid op te sporen en tegen te gaan is een goede verbinding nodig met alle beleidsonderdelen binnen het sociaal domein. De bekostiging van de aanpak basisvaardigheden ligt in de basis bij de WEB. Wanneer we de aanpak basisvaardigheden in Westfriesland duurzaam willen realiseren zullen wij ons voor 2022 en verder moeten buigen over het bekostigingsvraagstuk. Er zijn geen gemeentelijke middelen in de begrotingen van de zeven Westfriese gemeenten opgenomen. Willen wij het huidige professionele aanbod structureel maken voor onze regio, zullen wij middelen binnen onze begroting moeten vrijmaken om het wegvallen van de decentralisatie uitkering en (een deel van) het re-integratiedeel vanuit de Participatiewet te kunnen opvangen. Het dwingt ons om creatiever om te gaan met (rijks)middelen die wij op aanpalende beleidsterreinen beschikbaar hebben. Waar kunnen we inhoudelijk de verbindingen zo leggen, dat het ons de ruimte biedt om ook meer te ontschotten tussen bestaande budgetten. Om de aanpak basisvaardigheden goed uit te kunnen voeren en eventueel bij te sturen zijn monitoring en evaluatie belangrijke randvoorwaarden. We gaan op verschillende onderdelen monitoren via de Landelijke monitor en een Westfriese monitoring. Om na te gaan of de ambitie en beleidsdoelstellingen zijn behaald evalueren we periodiek.
Na het eerste jaar stellen we jaarlijks voortgangsrapportages op en bieden we deze aan zowel colleges als gemeenteraden aan. In 2024 houden we een volledige evaluatie op basis waarvan een nieuw beleidskader opgesteld kan worden.
5
Inleiding
Met de landelijke bestuurlijke afspraken laaggeletterdheid 2020-2024 “samen aan de slag voor een vaardig Nederland”, kregen gemeenten met ingang van 1 januari 2020 een grotere regierol bij de aanpak van laaggeletterdheid binnen de beleidsterreinen Sociaal Domein en Onderwijs. In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met lezen of rekenen. Ze vinden het vaak ook moeilijk een computer of smartphone te gebruiken. Om mee te kunnen doen in onze samenleving, heb je deze vaardigheden wél nodig. Daarom noemen we dit basisvaardigheden. Mensen met weinig basisvaardigheden vinden moeilijker betaald werk. Een betere taal- en rekenvaardigheid versterkt iemands arbeidsmarktpositie en zelfstandigheid. Het is een extra grote uitdaging om rekeningen te begrijpen, toeslagen aan te vragen en de administratie bij te houden. Ze krijgen vaker geldproblemen. En zij hebben vaker last van hun gezondheid. De bijsluiter van een medicijn is moeilijker te begrijpen. De overheid vindt dat iedereen het recht heeft om mee te kunnen doen. In Westfriesland willen wij meer mensen die moeite hebben met basisvaardigheden helpen. Dit doen wij samen met WerkSaam Westfriesland, Taalhuis Westfriesland, bibliotheken, onderwijsinstellingen, werkgevers, mensen in de zorg en maatschappelijke organisaties. Zo dragen we samen bij aan een vaardiger Westfriesland en dus ook aan een vaardiger Nederland.
De aanpak van laaggeletterdheid en taalontwikkeling zijn onderdeel van het Pact van Westfriesland 7.1, onder de thema’s Sociaal Domein en Arbeidsmarkt en Onderwijs.
Hans leerde als vrachtwagenchauffeur de weg uit zijn hoofd door lantaarnpalen en rotondes te tellen. Toen hij met een navigatiesysteem moest gaan werken, ging dat niet meer. Hij vertelde zijn werkgever dat hij niet goed kon lezen en schrijven. Dat vergt heel veel moed. Sinds twee jaar volgt Hans taallessen bij het regionaal opleidingencentrum (ROC) Kop van Noord Holland. Hij durft er nu voor uit te komen dat hij moeite heeft met lezen en schrijven. Voor die tijd deed hij er alles aan om het te verbergen. Nu is hij die schaamte voorbij en deelt Hans zelfs zijn verhaal als taalambassadeur van Stichting ABC op scholen en in bibliotheken en voor de afdeling Taalhuis van Vrijwilligerspunt. Hij heeft in 2019 zelfs de taalheldenprijs van Stichting Lezen en Schrijven in ontvangst mogen nemen van Hkh. Princes Laurentien.
6
1. Context, feiten en cijfers
In het verleden hadden we het over “volwasseneneducatie” of “de aanpak van laaggeletterdheid”, tegenwoordig spreken we met elkaar over “basisvaardigheden”. Zowel als landelijke, maar ook zeker als lokale overheid bieden wij al tientallen jaren hulp aan mensen die moeite hebben met basisvaardigheden. Mensen die Nederlands niet als moedertaal hebben. Kinderen met een achterstand in hun onderwijsontwikkeling. Volwassenen met een laag taalniveau. Deze hulp is verspreid over verschillende wetten, regelingen en regionale of locatie projecten. Deze staan niet met elkaar in verbinding en bieden hulp op een gekaderd onderdeel. Figuur 1. Mensen die moeite hebben met basisvaardigheden zijn (veelal) geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen het eindniveau voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) of niveau 2/3 van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) niet.
In Nederland zijn er zoals gemeld ongeveer 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder die moeite hebben met basisvaardigheden. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dat staat gelijk aan 18%, dus ongeveer 1 op de 6 mensen in Nederland. Daarvan hebben bijna 1,8 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar moeite met taal en/of rekenen. Meer dan de helft van deze groep is autochtoon, 57% werkt. Moeite hebben met basisvaardigheden heeft grote gevolgen. Wanneer je informatie niet goed begrijpt, is de kans groot dat je minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond bent dan geletterde mensen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan, je hebt minder grip op je geldzaken en meer moeite om digitaal in contact te komen met de overheid. Ook kost dit de maatschappij veel. Uit onderzoek van PricewaterhouseCoopers blijkt dat mensen die niet basisvaardig zijn de Nederlandse samenleving bijna 1 miljard euro per jaar kosten. Hogere gezondheidskosten, uitgaven voor uitkeringen, lagere productiviteit van personeel en gemiste belastinginkomsten zijn de grootste kostenposten.
7
In de regio Noord-Holland Noord (NHN) is naar schatting 10 % van de inwoners tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Dit is iets lager dan het landelijk gemiddelde, dit ligt op 12%. Ook zijn er binnen de regio NHN grote verschillen per gemeente in het percentage laaggeletterden en de doelgroepen. We zien dat we als subregio Westfriesland de boventoon voeren met een uitschieter van 17% in de Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Figuur 2. Percentage laaggeletterden in Westfriesland.
Bron www.geletterdheidinzicht.nl
Sinds 2015 heeft de gemeenschappelijke regeling (GR) WerkSaam Westfriesland de opdracht om namens de 7 Westfriese gemeenten uitvoering te geven aan de WEB. Naast het afsluiten van de raamovereenkomst met het ROC, hebben zij taaltrajecten ingekocht bij Taalhuis Westfriesland. Dit alles via centrumgemeente Alkmaar die voor de regio NHN de budgetten ontvangt om uitvoering te kunnen geven aan de WEB. Binnen deze wet ligt de basis voor de aanpak van taal en basisvaardigheden. “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland” is de landelijke vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024. Doel van deze veranderingsopgave is om in de periode 20202024 meer laaggeletterden te bereiken met een breder cursusaanbod. Er komt meer aandacht voor mensen met Nederlands als eerste taal. En de aanpak wordt verbreed met aandacht voor digitale vaardigheden. De bestuursafspraken die hieruit voortgekomen zijn, zijn in de zomer van 2020 door de VNG eenzijdig ontbonden. De reden daarvoor was dat de VNG van mening is dat de druk op gemeenten te groot is en niet in verhouding staat tot de middelen die het Rijk beschikbaar stelt om deze nieuwe taak uit te voeren. Op dit moment worden de gesprekken nog gevoerd over of en hoe de bestuursafspraken worden herroepen.
Voor 2020 en 2021 krijgen gemeenten meer regie, extra financiële middelen en verandert een aantal zaken in het ondersteuningsaanbod (naast 18+ ook 18-). Daarnaast komt er een landelijke monitor en een kwaliteitskader voor het non-formele1 educatieaanbod. De beoogde aanpak van Rijk en VNG vraagt in de regio Westfriesland om een duurzame, integrale en doelgerichte aanpak. Als laatste is de aanpak van laaggeletterdheid ook een van de bestuurlijke opgaven binnen het Pact van Westfriesland 7.1 1 Non- formeel educatieaanbod is niet diploma gericht
8
2. Nieuwe regiefunctie voor gemeenten Met de bestuursafspraken “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020 – 2024” zijn op landelijk niveau drie gezamenlijke doelen gesteld. Doel 1: Meer mensen aan de slag met taal, rekenen en digitale vaardigheden Doel 2: Weten wat werkt Doel 3: Goede hulp in elke gemeente Iedereen is uniek. De één kan het beste les krijgen op zijn werk. Een ander doet dit liever thuis, in de bibliotheek of in een buurthuis. Overal in Nederland wordt informatie verzameld over het lesaanbod en de hulp aan mensen met weinig basisvaardigheden. Hoeveel mensen volgen de lessen? Wat leren de deelnemers? Deze resultaten worden met elkaar vergeleken en gedeeld via een landelijk toegankelijke website. Gemeenten doen al veel om mensen te helpen die moeite hebben met basisvaardigheden. Zij doen dit samen met scholen, werkgevers, bibliotheken, de zorg maatschappelijke organisaties. Alleen wordt dit gedaan vanuit verschillende wettelijke kaders. Dit kan nog meer met elkaar in verbinding worden gebracht en het kan nog beter. Aan deze 3 doelen zijn op landelijk niveau tien maatregelen gekoppeld. 1. 2. 3. 4. 5.
We zoeken naar nieuwe manieren om mensen te bereiken We maken afspraken met gemeenten Gemeenten krijgen extra geld om de afspraken uit te voeren Er komt een landelijk programma om gemeenten te helpen We geven ieder jaar subsidie aan werkgevers voor opleidingen basisvaardigheden op de werkvloer 6. We werken aan leesbevordering bij kinderen en helpen gezinnen 7. We geven extra middelen uit om de kwaliteit van taalhuizen te verbeteren 8. Er komt een expertiecentrum basisvaardigheden 9. We maken resultaten van de aanpak openbaar 10. We geven jaarlijks een budget voor nieuwe ideeën, kennisdeling en laten zien van goede voorbeelden
Deze regeling waarin dit landelijke beleid is opgenomen is in de zomer van 2020 door de VNG eenzijdig ontbonden. Gaande het schrijven van deze notitie worden de gesprekken opnieuw gestart. Dit neemt niet weg dat wij voor de aanpak in Westfriesland deze doelen en maatregelen wel hebben aangepakt voor het versterken van onze infrastructuur basisvaardigheden.
9
3. Ambitie
De zeven Westfriese gemeenten hebben de volgende gezamenlijke ambitie: “Iedere inwoner van Westfriesland met onvoldoende basisvaardigheden ontvangt een kwalitatief en goed passend taalaanbod, waarmee hij/zij naar eigen vermogen basisvaardigheden kan ontwikkelen om zo volwaardig me te kunnen doen in onze maatschappij” In deze ambitie staat het bieden van ‘kwalitatief en goed passend taalaanbod’ centraal. Een ‘kwalitatief en goed passend taalaanbod’ biedt een inwoner met een taalvraag een onderling samenhangend aanbod waarmee de taalvrager op een bij hem/haar passend niveau: • basisvaardigheden op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en digitaal verwerft om volwaardig mee te kunnen doen in onze maatschappij; o hierdoor zelfredzaamheid verwerft op sociaal, economisch, financieel en gezondheidsvlak. De Westfriese gemeenten zetten in op het integraal verbinden van de beleidsterreinen volwasseneneducatie, inburgering, participatie, onderwijsachterstanden en armoedebeleid en het verlenen van subsidie aan maatschappelijke organisaties om bij te dragen aan het zich kunnen eigen maken van basisvaardigheden door onze inwoners. Een soepel verlopende klantreis voor de inwoner met een taalvraag, waarbij de inwoner de meest optimale route naar het verkrijgen van het, voor deze inwoner, maximaal haalbare niveau basisvaardigheden creëren.
Om hier goede sturing aan te kunnen geven is gekozen voor een krachtige regie- en coördinatiefunctie bij Taalhuis Westfriesland met via een regionaal (beleids)overleg sturing vanuit de gemeenten.
10
4. Doelgroep
Voor het organiseren van voldoende taalaanbod en het realiseren van taalpunten dichtbij onze inwoners, is het belangrijk om te weten hoe de populatie “mensen met onvoldoende basisvaardigheden” eruit ziet. De groep is te onderscheiden in een aantal categorieën te weten: NT1, NT2, NT2 arbeidsmigranten, Vergunninghouder 18-, Ondertussengroep (nieuwe wet inburgering). In onderstaande figuur laten we zien wat de omvang is van de doelgroep. Figuur 2.
Bron Taalhuis Westfriesland
Om een goed beeld te geven over de doelgroep hebben wij een aantal persona’s beschreven. Nederlands als eerste taal Peter, 59 jaar ‘Soms stelde ik het lezen van de brief uit, een paar dagen, een week… Dan las ik misschien de eerste en de tweede en de derde, maar de rest heb ik nooit geopend. […] Dan kwam de deurwaarder, en ik wist niet waarom, en dan was ik echt bang. Het maakt mij echt nerveus. Ik verborg mij soms in de keuken of ergens anders, ik was echt nerveus.
Gerda, 45 jaar ‘Ik moest dan op zo’n formulier alles invullen, mijn inkomsten, uitgaven… En dat formulier is dan heel groot, met allemaal vakjes en kolommen en… Ik ben er heel snel mee gestopt. Het was zo moeilijk, het lukte gewoon niet.
11
Ondertussen groep Daria wil graag vrijwilligerswerk doen en zoekt hulp bij werken met de computer. Zij meldt zich bij de Bibliotheek. De medewerker, Sam, is getraind om voor Taalpunt intakes te kunnen afnemen en heeft het gesprek met Daria. Sam zet de gegevens in de centrale administratie en meldt Daria aan voor een Klik & Tik training in de bibliotheek. Ook geeft hij haar contactgegevens door aan Vrijwilligerspunt om haar voor een gesprek uit te nodigen. Vrijwilligerspunt nodigt Daria uit voor een gesprek en vraagt haar naar haar specifieke wensen m.b.t. het doen van vrijwilligerswerk. Vrijwilligerspunt vindt passend vrijwilligerswerk voor haar. Daria is niet alleen naar Nederland gekomen maar heeft haar gezin meegenomen. Ze heeft een man en twee jongens van 14 en 17 jaar. Tijdens het intakegesprek op het Taalpunt wordt gevraagd naar haar gezin: Willen haar man en kinderen ook nog iets leren of doen? Daria geeft aan dat haar oudste zoon het goed doet op school maar dat zijn Nederlands nog niet goed genoeg is om aan een beroepsopleiding te beginnen. Ook wil hij graag zijn handen uit de mouwen steken en veel Nederlands praten. Dit lukt nu niet omdat hij weinig Nederlandse jongeren kent.
Sam, de medewerker van het Taalpunt, informeert Daria over de verschillende mogelijkheden die er zijn voor jongeren: Het buurthuis in hun wijk heeft een jeugdhonk dat iedere dag open is en veel activiteiten organiseert waar jongeren op af komen. Maar jongeren kunnen ook aan de slag via Jong Westfriesland in Actie met vrijwilligerswerk, of elkaar ontmoeten via het jongerennetwerk in Westfriesland. Daria gaat de opties bespreken met haar zoon en Sam vraagt of hij haar over een week mag bellen om te vragen hoe het is gegaan en of hij hen verder kan helpen. Vergunninghouder 18Sharif is een 17 jarige alleenstaande minderjarige vergunninghouder (AMV-er) uit Eritrea. Hij woont met hulp van een begeleider samen met andere AMV-ers in een woning. De jongens gaan gezamenlijk naar de schakelklas en met mooi weer voetballen ze samen op het veldje in de buurt. Eén keer per week komt Otto (63) langs. Otto is taalvrijwilliger en praat Nederlands met de jongens. De jongens hebben voornamelijk elkaar maar liever willen ze veel meer dan dat: een bijbaantje, Nederlandse vrienden, ze willen zich onderdeel voelen van de stad waar ze wonen. NT2 arbeidsmigrant Olga is van Poolse afkomst en is naar Nederland gekomen om te werken in een groente verwerkingsbedrijf. Ze woont samen in Westfriesland met haar Poolse man die in het zelfde bedrijf werkt. Ze werken in ploegendiensten.
Samen hebben ze een dochtertje van 5 dat in Nederland is geboren. Het gezin heeft Nederland als thuis land gekozen. Olga is in eigen land geschoold als administratief medewerker en wil dit werk graag weer oppakken. Olga leest en schrijft onvoldoende Nederlands om haar dochtertje te kunnen voorlezen en te helpen met de Nederlandse taal. Ook kan ze met haar huidige taalniveau haar oude beroep niet oppakken. NT2 inburgeringsplichtig Een Somalische man (48) en zijn vrouw (40) wonen in Westfriesland met hun 6 kinderen in de leeftijd van 8 t/m 18 jaar. Het gezin heeft veel familie verloren in de oorlog. De man heeft in zijn eigen taal leren lezen en schrijven, de vrouw is echter analfabeet. Beide zitten op de inburgeringscursus. De vrouw doet haar best om het Nederlands te leren maar kan zich slecht concentreren. Het gezin heeft voornamelijk contact met oud landgenoten. De vrouw vindt de Nederlandse taal erg moeilijk en durft het ook niet goed te spreken. Dit maakt het voor haar moeilijk om in contact te komen met bijvoorbeeld de buren of ander ouders op het schoolplein. Haar man gaat het leren van de taal beter af. Naast de taalessen werkt hij 3 dagdelen via WerkSaam om werkervaring op te doen. 12
5. Beleidsdoelstellingen
In dit hoofdstuk staan de beleidsdoelstellingen geformuleerd op basis waarvan we de nieuwe Westfriese aanpak basisvaardigheden verder inrichten. De beleidsdoelstellingen hebben we vanuit de ambitie geformuleerd. 5.1
Doelstelling 1
Het beleid op basisvaardigheden in de breedste zin is succesvol als er een krachtige (taal)keten staat en de afspraken binnen deze keten in 2021 zijn bekrachtigd in een samenwerkingsconvenant. Binnen de bekostigingsmogelijkheden van de WEB is een onderscheid te maken in aanbod vanuit een erkende onderwijsinstelling (formeel) en aanbod vanuit het maatschappelijk veld (informeel). Dit is de basis geweest voor het inrichten van een taalketen. Erkende onderwijsinstelling (formeel) De Westfriese gemeenten hebben de opdracht tot het uitvoeren van de WEB neergelegd bij WerkSaam Westfriesland. Namens de zeven Westfriese gemeenten heeft WerkSaam Westfriesland meegewerkt aan een raamovereenkomst en het daaruit voortvloeiende (boven)regionale uitvoeringsplan (bijlage) voor de WEB. In afstemming met centrumgemeente Alkmaar worden in Westfriesland taaltrajecten aangeboden. Het college van de gemeente Alkmaar heeft, namens de 18 NHN gemeenten, een aanbestedingstraject doorlopen en een raamovereenkomst 2020 – 2024 afgesloten. De aanbesteding is gegund aan ROC Kop van Noord Holland. Zij verzorgen voor alle 18 Noord Holland Noord gemeenten op regionaal niveau de taaltrajecten. Trajecten die door cursisten worden afgesloten met een landelijk erkend diploma of certificaat.
Aanbod vanuit welzijnsorganisaties en vrijwilligers initiatieven (informeel) Voor het aanbod vanuit het maatschappelijke veld heeft WerkSaam Taalhuis Westfriesland de opdracht gegeven als regisseur op de uitvoering en coördinator in de regio Westfriesland op te treden. Taalhuis is gestart in 2015 en zij opereren volgens de uitgangspunten “Iedereen met een vraag gericht op het verbeteren van basisvaardigheden, ongeacht de achtergrond van deze vraag, wordt in onze regio geholpen met een passend (taal)traject” en “Vraag van de inwoner staat centraal”. De functie van Taalhuis willen wij in de komende periode nog verder professionaliseren. Taalketen Voor Westfriesland zetten wij in op een nog krachtigere taalketen dan we op dit moment al kennen. Meer verbinding en samenwerking tussen partners met een taalaanbod, onder aansturing en regie vanuit één organisatie. Alle partners met een aanbod op het gebied van taal hebben een rol in deze keten. Het afstemmen van aanbod, het signaleren van leemtes in dat aanbod en het creëren van een organisatie overstijgende integrale samenwerking vindt plaats in het (taal)aanbiedersoverleg. Dit overleg wordt organiseerd en voorgezeten door het Taalhuis. Voor 2021 is in de uitvoeringsagenda opgenomen dat onder leiding van een procesbegeleider de samenwerking binnen deze keten verder wordt geprofessionaliseerd en bekrachtigd.
Daarin worden ook de rollen van de verschillende partners duidelijker uiteen gezet. Om enige vorm van concurrentie tussen taalketenpartners deze samenwerking niet in de weg te laten staan, maar wel iedere partner in haar eigen kracht en rol te houden, vatten we de afspraken die binnen de taalketen worden gemaakt samen in een samenwerkingsconvenant.
13
Gemeentelijke regie Met de bestuursafspraken “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020 – 2024” hebben gemeenten een duidelijke opdracht gekregen. Zij moeten meer regie voeren op de aanpak van laaggeletterdheid binnen de domeinen onderwijs en sociaal domein. Hoe verschillende wetten en beleidsdossier op dit vraagstuk met elkaar verweven zijn, leggen wij uit in hoofdstuk 7. Naast een duurzaam en doelgerichte aanpak binnen de verschillende beleidsterreinen, is ook een sturende rol vanuit de gemeente binnen de taalketen essentieel voor het laten slagen van deze aanpak. We onderscheiden in deze beleidsnotitie twee vormen van regie. Gemeenten voeren regie op het beleid basisvaardigheden. Taalhuis hebben wij de opdracht gegeven om op te treden als regisseur binnen het organiseren en uitvoeren van dit beleid binnen ons maatschappelijk veld. Binnen de structuur van de Westfriese aanpak laaggeletterdheid/basisvaardigheden behoudt WerkSaam Westfriesland de opdracht uitvoering te geven aan de WEB en namens de zeven Westfriese gemeenten op te treden in bovenregionale overleggen met de gemeente Alkmaar en het ROC de Kop. Taalhuis heeft een duidelijke regiefunctie ten opzichte van taalaanbieders en hun samenwerking. Om ook de regierol van de zeven Westfriese gemeenten gezamenlijk goed te kunnen beleggen hebben we het “Regionaal Beleidsoverleg Basisvaardigheden” opgericht.
Binnen dit overleg is vanuit iedere Westfriese gemeente een beleidsadviseur vertegenwoordigd. Iedere beleidsadviseur heeft kennis van een ander, aan laaggeletterdheid aanpalend, beleidsterrein. Hierdoor is zowel qua gemeenten als inhoudelijk iedereen vertegenwoordigd. Naast deze vaste kern sluiten ook standaard de beleidsadviseur WEB van WerkSaam Westfriesland en het Taalhuis als experts aan bij dit overleg. Binnen dit overleg bespreken we de voortgang van het beleid, sturen we bij op effecten die wij meten en geven wij input voor de bovenregionale overleggen met centrumgemeente Alkmaar. Op deze wijze zien wij een goede vertegenwoordiging van de gemeenten binnen de Westfriese aanpak, maar ook zeker in de aanpak laaggeletterdheid en de uitvoering het WEB gedeelte daarin op NHN niveau. Dit overleg zal op dit dossier ook het ambtelijk adviserend overleg zijn voor het bestuurlijk overleg maatschappelijk dienstverlening, onderwijs en sociale aangelegenheden (madivosa). Zodat we ook op bestuurlijk niveau sturing geven op dit integrale dossier. 5.2
Doelstelling 2
We dragen zorg voor laagdrempelige taalpunten dicht bij onze inwoners waarmee wij inzetten op een doelgroepbereik in het eerste jaar van 75% oplopend in de volgende jaren naar 95%. Bereikbaarheid van het taalaanbod dichtbij onze inwoners is een belangrijke bestuurlijke wens. Daarom realiseert Taalhuis op meerdere plekken in onze regio (tenminste één plek per gemeente) nieuwe taalpunten. De organisatie van de taalpunten gaat vanuit Taalhuis, maar vindt plaats bij de verschillende partners. Zo kan een bibliotheek, maar ook een buurtof dorpshuis taalpunt worden. Hierdoor creëren we eenduidigheid in aanpak, boodschap en uitstraling, geven wij onze partners uit de taalketen de rol die bij ze past en zijn we dichtbij onze taalvragers. Uit doelgroeponderzoek is gebleken dat gelijk aan het inwoneraantal, ook de doelgroep in de grotere gemeenten groter is dan in de kleinere gemeenten van Westfriesland. We stellen daarom voor om op basis van het inwoneraantal naar rato meerdere taalpunten in een grotere gemeente te realiseren. Om de vraag “waar realiseren wij onze taalpunten” te beantwoorden kijken we per gemeenten goed naar onze doelgroep.
14
Hoe ziet deze er per gemeente uit, en welke partij binnen onze taalketen is daarmee de best passende plek om taalpunt te zijn. Wanneer dit voor de doelgroep een aansprekende plek is, draagt dit ook weer bij aan het verlagen van de drempel. 5.3
Doelstelling 3
Door efficiënt om te gaan met data en de taalvrager zo min mogelijk te belasten dragen wij tevens bij aan het slim inzetten van middelen, voorkomen we verlies van gegevens en tijd en demotivatie van de taalvrager. We stellen onszelf tot doel om iedereen met een taalvraag, ongeacht de achtergrond van deze taalvraag, een aanbod te bieden wat bij de leermogelijkheden van deze persoon past. Dichtbij de persoon wordt een intake afgenomen. Deze intake is overal in Westfriesland van inhoud gelijk. Door Taalhuis wordt een taaltoets afgenomen. Informatie en resultaten die door de aanbieders binnen de taalketen worden verzameld en gedeeld met Taalhuis. Criteria hierbij is dat de informatie nodig is voor het organiseren van een persoonlijk taalaanbod. Er wordt gezorgd voor het uitwisselen van toetsgegevens, een eenduidige en zelfde intake en warme overdracht van de taalvrager tussen taalaanbieders. Dit betekent dat iedere partner die een intake mag afnemen en mag toetsen, dit allemaal doet op de Westfriese manier. Deze Westfriese manier wordt in het taalaanbiedersoverleg met elkaar bepaald en vastgesteld. Op deze wijze kunnen we als gemeenten beter monitoren en vanuit één plek coördineren en regisseren. Taalhuis is hiervoor de basis. Daarbij belasten we onze inwoners minder.
Uit ervaring van de afgelopen zes jaar hebben wij geleerd dat wanneer een taalvrager van aanbieder wisselt, vaak dezelfde informatie opnieuw wordt uitgevraagd. Resultaten van eerder gevolgde trajecten worden tussen taalaanbieders niet gedeeld. Hierdoor wordt aanbod dubbel gedaan sluit het voor de taalvrager niet op elkaar aan. We merken dat dit vaak de reden was voor deelnemers om af te haken. Dit is verlies van potentieel. Inwoners behalen niet het taalniveau wat ze zouden kunnen behalen en hun kansen in de maatschappij blijven gering. Daarnaast is het inefficiënt werken en daarmee een inefficiëntie in het besteden van (subsidie)middelen. In de nieuwe situatie wordt een iemand met een wens de eigen basisvaardigheden te willen verbeteren (taalvrager) hooguit twee keer gezien en krijgt daarna een taaltraject aangeboden. Het kunnen volgen van een (taal)aanbod ligt kort op het moment waarop ze hun (taal)vraag neerleggen en we verlagen de toetsdruk. Een deelnemer wordt nog maar één keer getoetst in plaats van soms wel door drie verschillende partijen. Hieraan koppelen we een digitaal leerdossier. De inwoner heeft altijd toegang tot dit leerdossier en hij/zij bepaalt wie dit nog meer mogen inzien. In het leerdossier wordt het aanbod opgenomen en de toetsuitslagen/resultaten. Hierdoor is warme overdracht van de ene taalaanbieder naar de andere mogelijk.
Alle informatie is ten minste bekend bij Taalhuis, zodat we een nog beter beeld krijgen van onze doelgroep, het aantal deelnemers en de resultaten die wij met deze aanpak behalen. Samenwerking wordt versterkt en effectiever, tijd wordt efficiënter besteed en daarmee ook de daaraan gekoppelde middelen en inwoners blijven gemotiveerd. Zij bereiken het voor hun maximaal haalbare resultaat en een betere kans in onze maatschappij. We maken meer optimaal gebruik van kennis en kunde.
15
Figuur 2 maakt bovenstaande drie doelstellingen visueel.
5.4
Doelstelling 4
De Westfriese gemeenten passen hun communicatie aan, aan voor iedere inwoner begrijpelijke taal. Tevens stellen zij tools beschikbaar aan organisaties waarmee personeel laaggeletterdheid kan herkennen, bespreekbaar kan maken en een inwoner of collega kan doorverwijzen naar de juiste begeleiding. Als overheidsorgaan stel je niet alleen het beleid vast, je hebt ook een voorbeeldfunctie. Vanuit dat kader stellen wij onszelf tot doel om ook de gemeentelijke communicatie aan te passen aan wat voor al onze inwoners begrijpelijk is. Dit kan door de taal die gebruikt wordt aan te passen, maar ook door meer te werken met beelden/figuren of een leespanel op te zetten die onze brieven op begrijpelijke taal toetst. Wanneer je de aanpak van laaggeletterdheid/basisvaardigheden in je organisatie een plek wilt geven, is het belangrijk dat gemeentelijke professionals in staat zijn bij een inwoner of collega laaggeletterdheid te herkennen en bespreekbaar te maken. En vervolgens kunnen doorverwijzen naar de juiste begeleiding. Door tools en opleidingsmogelijkheden beschikbaar te stellen kan de professional voldoende kennis vergaren om dit in de praktijk te brengen. Deze opleidingsmogelijkheden stellen we regionaal, via de Westfriesland Academie voor iedereen beschikbaar.
16
6. Verbindingen met en binnen het sociaal Domein
Onder de term ‘sociaal domein’ verstaan we alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Zoals handhaving bij leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, (passend) onderwijs, leerlingenvervoer, de reguliere en bijzondere bijstand en (jeugd)gezondheidzorg. Laaggeletterde inwoners kunnen met bovenstaande regelingen in aanraking komen. De Westfriese gemeenten streven naar een inclusieve samenleving. Dit houdt in een geïntegreerde, inclusieve samenleving waarin kwetsbare mensen ‘gewoon’ deel uitmaken van het maatschappelijke verkeer. Voor een inwoner die laaggeletterd is, kan het moeilijker zijn om mee te doen in de samenleving. Om laaggeletterdheid op te sporen en tegen te gaan is een goede verbinding nodig met alle beleidsonderdelen binnen het sociaal domein. In dit hoofdstuk gaan we in op de belangrijkste verbindingen. 6.1 Participatiewet Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking.
In de regio Westfriesland voert de Gemeenschappelijke Regeling (GR) WerkSaam Westfriesland de Participatiewet uit. WerkSaam Westfriesland is hiermee een belangrijke samenwerkingspartner in het tegengaan van laaggeletterheid. Daarnaast is in de Participatiewet de bijzondere bijstand opgenomen. De bijzondere bijstand wordt verstrekt als iemand in bijzondere omstandigheden verkeert en daardoor hogere kosten heeft dan de kosten waarin de algemene bijstandsuitkering voorziet. De bijzondere bijstand wordt door de individuele gemeenten uitgevoerd.
6.2 Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) De WEB regelt de bundeling van verschillende vormen van beroepsonderwijs en volwasseneneducatie binnen regionale opleidingscentra. Naast het beroepsonderwijs vallen ook de volwassenen (basis)educatie en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) onder de wet. Deze wet wordt op basis van het Besluit samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs (Besluit samenwerking VO-BVE) gesplitst uitgevoerd en bekostigd. Op basis van dit besluit is het uitvoeren van de vavo belegd bij het Regionaal Meldpunt en Coördinatie voortijdig schoolverlaten (RMC) en laten we die in deze notitie buiten beschouwing.
17
In deze beleidsnotitie richten wij ons op het WEB onderdeel “volwasseneducatie” gericht op basisvaardigheden en de daarbij behorende bekostigingssystematiek. Binnen de regio Westfriesland voert de GR WerkSaam Westfriesland de WEB op het gebied van volwassenonderwijs uit. In de WEB is vastgelegd dat mensen vanaf 18 jaar met de Nederlandse nationaliteit (of als zodanig wettelijk worden behandeld) recht hebben op volwassenonderwijs. Vanuit de WEB is vastgelegd dat de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord gezamenlijk voor één formele aanbieder kiest. Voor 75% van het WEB budget is ROC de Kop de aanbieder2. De overige 25% van het Westfriese budget is ingezet voor informeel taalaanbod. In Westfriesland is gekozen voor subsidiëring van Taalhuis Westfriesland. Naast het informele aanbod zorgt het Taalhuis voor aandacht en verbinding op het gebied van laaggeletterdheid. WerkSaam Westfriesland draagt zorg voor de samenwerking met het Taalhuis, ROC de Kop en de Westfriese gemeenten. Inwoners (behalve inburgeringsplichtigen3) die de taal niet voldoende beheersen worden doorverwezen naar het Taalhuis voor een passend traject. Hierbij is er een belangrijke verbinding met de Participatiewet. Vanuit de Participatiewet is er een verplichting om de Nederlandse taal te beheersen 4.
Het is belangrijk dat inwoners de taal beheersen om zo zelfredzaam mogelijk te zijn en om deel uit te maken van de inclusieve samenleving. 6.3 Inburgering Gemeenten krijgen vanaf januari 2022 een sleutelpositie in het realiseren van de inburgering. De nieuwe Wet Inburgering vraagt van gemeenten dat zij de regie pakken op het inburgeringaanbod en daarin vernieuwing aanbrengen die bijdraagt aan een geslaagde inburgering. De Westfriese gemeenten bereiden gezamenlijk de nieuwe wet voor en hebben hiervoor het regionale beleidskader “Ingeburgerd! Op eigen kracht participeren” vastgesteld. De ambitie die de Westfriese gemeenten hebben is: “Aan iedere inburgeringsplichtige, met ingang van de nieuwe Wet Inburgering, een kwalitatief goed passende leer-werkroute bieden, waarmee hij/zij integreert en participeert naar vermogen in de Westfriese samenleving”. Er is een belangrijke verbinding met de Inburgeringswet. Aangezien vanuit de Inburgeringswet er een verplichting is om de Nederlandse taal te beheersen en om kennis te hebben van de Nederlandse maatschappij. Ook dit draagt bij aan een inclusieve samenleving.
2 Voor de arbeidsmarktregio NHN heeft begin 2020 een aanbesteding plaatsgevonden, waarbij de opdracht is gegund aan
ROC De Kop. 3 De doelgroep inburgeringsplichtigen is uitgesloten binnen de WEB 4 Artikel 18b Participatiewet
18
In de praktijk blijkt dat onder de huidige doelgroep inburgeringsplichtigen inburgeraars zijn die moeite hebben met basisvaardigheden. Ze beheersen bijvoorbeeld de Nederlandse taal (nog) niet voldoende. De groep mensen die onder de huidige wetgeving nog inburgeringsplichtig zijn, wordt de “ondertussengroep” genoemd. Deze personen zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Minister Koolmees heeft de gemeenten een financiële bijdrage gegeven die onder andere bedoeld is om het taalniveau van deze “ondertussengroep” te verbeteren. Om ons als regio Westfriesland voor te bereiden op de nieuwe inburgeringswet en om alvast te leren wat wel en niet werkt als aanvullend taalaanbod voor de ondertussengroep willen de gemeenten in 2021 starten met de pilot “Taalboost ”. Het doel van deze pilot is het verhogen van het taalniveau van de ondertussengroep. De pilot “Meedoen mogelijk maken” zal dan door het Taalhuis Westfriesland5 worden uitgevoerd. 6.4 Jeugd en onderwijs Vanuit de Jeugdwet regelen gemeenten de zorg voor kinderen en jongeren. Het gaat om jongeren (en hun ouders) die tijdelijk of langdurig ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien. Daarnaast voeren gemeenten de Wet Passend Onderwijs uit. Het doel van de Wet Passend Onderwijs is voor alle leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte zo passend mogelijk onderwijs te realiseren.
Het samenwerkingsverband Passend Onderwijs West-Friesland en gemeente(n) zijn verplicht om hun plannen op het gebied van ondersteuning aan jeugdigen met elkaar te bespreken en daarin overeenstemming te bereiken. Vanuit de domeinen jeugd en onderwijs zien we dat laaggeletterdheid vaak op jonge leeftijd begint. Kinderen uit taalarme gezinnen hebben gemiddeld een taalachterstand van twee jaar op het moment dat ze naar de basisschool gaan. Deze achterstand lopen ze tijdens hun schoolloopbaan meestal niet meer in. Aandacht voor laaggeletterdheid vanaf jonge leeftijd is essentieel om te zorgen dat de kans op een taal- en rekenachterstand voorkomen wordt. Om dit te voorkomen heeft de regio Westfriesland taalklassen voor nieuwkomers, zowel in het primair, voortgezet en MBO onderwijs. Vanuit het onderwijsachterstandenbeleid heeft iedere gemeenten de verplichting om een voor- en vroegschools programma (VVE) aan te bieden. In dit programma is extra aandacht voor de ontwikkeling op onder andere taal en rekenen. In het bestuurlijk overleg tussen gemeenten en onderwijsinstellingen (Regionaal Educatieve Agenda) worden ontwikkelingen op het gebied van onderwijs geagendeerd.
5 Het taalhuis is een onderdeel van het Vrijwilligerspunt.
19
6.5 Wet maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg De Wet maatschappelijke ondersteuning is bedoeld om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, door ondersteuning te bieden aan mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Laaggeletterde inwoners maken meer dan geletterden gebruik van maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg. Uit onderzoeken is gebleken dat laaggeletterdheid vaak tot verminderde gezondheidsvaardigheden leidt. Een laaggeletterde inwoner blijkt vaak niet in staat zelfstandig en kritisch om te gaan met gezondheidsinformatie of de toegang tot de juiste ondersteuning. Er valt veel winst te maken door laaggeletterden te helpen hun basisvaardigheden te vergroten. Naast persoonlijke en maatschappelijke winst worden ook zorgkosten bespaard bij een betere geletterdheid van inwoners.
6.6 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) Gemeenten zijn op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht om inwoners met schulden te helpen en integrale schuldhulpverlening te bieden. De verbinding tussen schulden, armoede en laaggeletterdheid is complex. Onderzoek wijst uit dat armoede en laaggeletterdheid hand in hand gaan: laaggeletterdheid is een belemmering voor zelfredzaamheid, waardoor de kans op armoede groter wordt en daarmee de mogelijkheden verminderen van niveauverhoging met taal, rekenen en informatieverwerking. Door bij de aanpak van armoede aandacht te hebben voor basisvaardigheden van mensen, kunnen zij geholpen worden bij het verbeteren van taal-, reken- en digitale vaardigheden in combinatie met voorlichting op bestaande voorzieningen voor minima.
6.7 Wet stelsel openbare bibliotheken (Wsob) Op landelijk niveau is de rol van de lokale bibliotheek vastgelegd in de Wet stelsel openbare bibliotheken (Wsob). Daarnaast is in 2020 het Bibliotheekconvenant (2020-2023) opgesteld. Hierin staan de volgende pijlers benoemd: het bevorderen van lezen, participatie in de informatiesamenleving en een leven lang leren ontwikkelen. Door deze ontwikkelingen hebben bibliotheken een rol in het sociaal domein. In Westfriesland zijn twee bibliotheekorganisaties actief. De Bibliotheek Hoorn en de Westfriese Bibliotheken. De bibliotheken hebben een aanbod voor inwoners die aan hun basisvaardigheden willen werken; deelname aan leesclubs, cursussen als Klik en Tik en Digisterker. Ook specifiek voor jeugd is er aanbod zoals Boekstart en speciale collecties voor kinderen die moeite hebben met lezen.
20
7. Financiële paragraaf
Beleid wat benoemd is vanuit de wetgeving wordt ook vanuit deze wetten of vanuit gemeentelijke middelen bekostigd. Denk hierbij aan het bibliotheekwerk, de organisatie van extra taalonderwijs voor kinderen binnen de voor- en vroegschoolse educatie, projecten op school vanuit het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid, de taalklassen binnen het primair en voortgezet onderwijs en andere subsidies aan welzijnsorganisaties. Deze bedragen kunnen we hier in de notitie niet expliciet benoemen. Meestal zitten de bedragen die gebruikt moeten worden voor het verbeteren van basisvaardigheden bij inwoners verdisconteerd in een grotere opdracht en bekostiging van deze (welzijns)organisaties. De basis voor deze beleidsnotitie is de WEB. De projecten en activiteiten die rechtstreeks voortvloeien uit deze notitie en specifiek hiervoor gefinancierd worden, zetten wij in deze paragraaf uiteen.
Figuur 4 budgetten 2021 In de arbeidsmarktregio wordt er samengewerkt op basis van het solidariteitsbeginsel. Dit is vastgelegd in de regionale samenwerkingsovereenkomst. Concreet betekent dit voor 2021 75% van het Rijksbudget (WEB en decentralisatie-uitkering) naar het ROC gaan. Het ROC is verantwoordelijk voor een evenredige verdeling van het lesaanbod in de regio. De regiogemeenten hebben 3 maal per jaar overleg met het ROC hierover. Het ROC is verantwoordelijk, maar doet dit wel in afstemming met de regiogemeenten. De resterende 25% en de reservering uit 2020 zijn beschikbaar voor lokaal maatwerk. In regio West-Friesland wordt het lokale maatwerk verzorgd door het Taalhuis West-Friesland. De benodigde subsidie voor het Taalhuis Westfriesland in 2021 is € 304.254. € 219.254 wordt gedekt uit Rijksmiddelen. Het resterende deel van € 85.000 wordt nog eenmalig bekostigd uit het re-integratiebudget van WerkSaam. In deze laatste dekking en bij de decentralisatieuitkering zit een risico. Over de decentralisatieuitkering is nog niet bekend of deze voor 2022 en 2023 aan gemeenten zal worden toegekend. In 2021 (en ook in 2020 en 2019) was er voldoende ruimte binnen het participatiebudget om een deel van de bekostiging van Taalhuis hieruit te financieren. Deze dekking zal in 2022 komen te vervallen.
21
De pilot “Taalboost”, zoals bij het kopje Wet Inburgering nader toegelicht, wordt gefinancierd uit middelen die het rijk specifiek voor de “ondertussengroep” aan de regio beschikbaar gesteld heeft. De subsidie wordt vanuit deze rijksmiddelen bekostigd. Wanneer wij de ambitie zoals wij deze in de beleidsnotitie uitspreken duurzaam willen realiseren, moeten wij ons voor 2022 en verder buigen over het bekostigingsvraagstuk. Er zijn geen gemeentelijke middelen in de begrotingen van de zeven Westfriese gemeenten opgenomen. Willen wij het huidige professionele aanbod structureel maken voor onze regio, dan moeten wij middelen binnen onze begrotingen vrijmaken om het wegvallen van de decentralisatieuitkering en (een deel van) het re-integratiedeel vanuit de participatiewet op te vangen. Het dwingt ons om creatiever om te gaan met (rijks)middelen die wij op aanpalende beleidsterreinen beschikbaar hebben. Waar kunnen we inhoudelijk de verbindingen zo leggen, dat het ons de ruimte biedt om ook meer te ontschotten tussen bestaande budgetten? En daarmee bijvoorbeeld budgetten voor onderwijsachterstanden, inburgering en preventie sociaal domein ook in kunnen zetten voor deze brede aanpak van laaggeletterdheid. Dit risico kunnen we daarmee ook zeker zien als een kans.
Het dwingt ons buiten gebaande baden en kaders te denken en beleidsterreinen inhoudelijk en financieel meer aan elkaar te koppelen. Wanneer middelen van het re-integratiebudget wegvallen en door anders organiseren kan een ander budget mogelijk uitkomst bieden. Dit zal verder onderzocht moeten worden.
22
8. Monitoring
Monitoring en evaluatie zijn belangrijke randvoorwaarden om de aanpak basisvaardigheden goed uit te voeren en waar nodig bij te sturen. In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de Westfriese gemeenten dit vormgeven. 8.1 Monitoring De Westfriese gemeenten zullen op verschillende onderdelen monitoren. Landelijke monitor Elke WEB-contactgemeente levert gegevens en informatie over haar regio ten behoeve van de landelijke monitor van het ministerie van OCW. Uitgangspunt hierbij is een zo beperkt mogelijke administratieve belasting voor gemeenten en aanbieders, en het maximaal benutten van bestaande data(bronnen), onderzoeksmethoden en instrumenten. Naast het verplichte karakter van monitoring op resultaat en effect is het op lokaal niveau een instrument om beleid te toetsen en bij te stellen. Dankzij de landelijke monitor is er ook zicht op trends en ontwikkelingen in andere arbeidsmarktregio’s. In de loop van 2021 worden de definitieve eisen voor monitoring bekend en is er ook duidelijkheid over het landelijke monitorsysteem dat door gemeenten gebruikt kan worden. Westfriesland sluit zich aan bij het landelijke monitorsysteem. Regionale monitoring Westfriesland. De landelijke monitor zal een onderdeel worden van de regionale monitoring. Daarnaast vragen we voor de regionale monitoring aan de samenwerkingspartner om voortgangsrapportages.
Alle hierboven genoemde elementen zijn onderdeel van de regionale monitoring. We onderzoeken de komende periode welk monitoringsinstrument de Westfriese gemeenten de komende jaren hiervoor het beste kunnen gaan gebruiken.
23
8.2 Evaluatie Het bewaken van de voortgang door het uitvoeren van een evaluatie van de aanpak basisvaardigheden is nodig om na te gaan of de ambitie en de beleidsdoelstellingen zijn behaald. Om regie te houden wordt na het eerste jaar (2021) een jaarlijkse voortgangsrapportage over de bevindingen van de uitvoering van de taken opgesteld. Op basis van de voortgangsrapportage wordt gewerkt aan verbeteringen. Indien nodig kan er tussentijds worden bijgestuurd. Hiermee is er in Westfriesland sprake van een lerend stelsel waarbij de gemeenten de regie behouden. De voortgangsrapportages bieden we zowel aan de colleges als de gemeenteraden aan. In het jaar 2024 houden we een uitgebreide evaluatie. Vragen die tijdens de evaluatie centraal staan: • Hoe verloopt de aanpak basisvaardigheden? • Hoe ervaren de inwoners de aanpak? • Past de huidige aanpak bij de doelgroepen en de financiële kaders? • Zijn de beleidsdoelstellingen bereikt?
De evaluatie bieden we zowel aan de colleges als aan de gemeenteraden aan. Aansluitend stellen we op basis van de evaluatie een nieuw beleidskader op.
24
Bijlagen • • •
Kamerbrief “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024” Noord-Holland Noord uitvoeringsplan Alkmaar Landelijke bestuursafspraken VNG
25