bestuurlijke reactie rapport energiearmoede Drechterland
Tekst van het document
Rreactie van het college op het Rekenkamercommissierapport Energiearmoede Zaaknummer: 167849 Bijlage: 1 Rekenkamercommissie rapport Energiearmoede
Geachte leden van de Rekenkamercommissie, Het college heeft kennisgenomen van het onderzoeksrapport Energie-armoede van BMC die in opdracht van de Rekenkamer Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (RKC-SED) is opgesteld en reageert daarop met deze brief.
Opbouw In de bestuurlijke reactie gaan wij eerst kort in op Rekenkameronderzoeken in het algemeen, gevolgd door een reactie op het onderwerp Energiearmoede om vervolgens inhoudelijk te reageren op de conclusies en aanbevelingen van het rapport. Als laatst worden een aantal bevindingen uit het rapport genuanceerd.
Ad 1. Rekenkameronderzoeken RKC-SED algemeen Het college ziet de meerwaarde van RKC-SED onderzoeken, het stelt de raad in staat om te laten onderzoeken of het beleid van de gemeente tegen zo laag mogelijke kosten is uitgevoerd en of het gewenste effect is bereikt. Het college roept de raad blijvend op om onderzoeksonderwerpen te bepalen aan de hand van het raadsprogramma, (plaatselijk) maatschappelijke ontwikkelingen en financieel en/of economische aandachtsvelden in relatie tot de gemeentelijke begroting. Waar mogelijk denkt het college graag mee. RKC-SED onderzoeken kosten de ambtelijke organisatie veel tijd. Hoewel onderzoeken door de RKCSED zelf gedaan worden -of aan derden uitbesteed- doen de onderzoeken beroep op de ambtelijke capaciteit. Immers de gevraagde informatie om te komen tot onderzoeksresultaten moet door medewerkers van de SED organisatie worden geleverd. Denk daarbij aan inhoudelijke informatie over het onderwerp, de achtergrond omtrent gemaakte keuzen van de gemeente(n), reactie op gemaakte onderzoeksrapporten en het bijwonen van diverse overleggen en onderzoeksfasen. Gestandaardiseerde en digitale RKC-SED onderzoeken helpen beperkt. In de praktijk blijkt dat gevraagde informatie aldaar meestal niet 1 op 1 voorhanden is in relatie tot de vraagstelling van de onderzoeker of er is een (extra) analyse nodig.
Bijvoorbeeld bij benchmark onderzoeken of landelijke “doe-mee” onderzoeken. De RKC verwacht bovendien van de ambtelijke organisatie -indien onderdeel van het onderzoek- dat deze zorgvuldig focusgroep(en), ketenpartner(s) en inwoners mobiliseren en faciliteren. Gezien de beperkte ambtelijke capaciteit, de arbeidsmarktsituatie waardoor er al extra druk is op de organisatie spreken we de wens uit om toekomstig onderzoeken zo efficiënt en beperkt mogelijk te laten zijn voor de ambtelijke organisatie. Ter illustratie, de ambtelijke inzet op het rapport Energiearmoede vergde ca 500 uur.
Ad 2. Reactie op het onderwerp “Energiearmoede” Het college was enigszins verbaasd over het onderwerp “Energiearmoede” voor wat betreft een RKConderzoek. Zoals de resultaten in het onderzoek al laten zien zijn armoedebeleid en duurzaamheidsbeleid 2 verschillende beleidsvelden die niet meteen van nature verbonden zijn maar het college is verheugd te constateren dat er voldoende integrale samenwerking en uitwisseling is om effectief te zijn. Feitelijk maakt het onderwerp (hoge) energielasten deel uit van inkomen- en armoede beleid. Binnen dat beleid zijn ook de kosten voor levensonderhoud en deelname aan het maatschappelijk verkeer vervat. Ontwikkelingen rondom duurzaamheid, te weten SPUK (specifieke uitkering) als isoleren, warmtepompen en andere energiebeperkende maatregelen zijn en waren actueel binnen duurzaamheid. Bij de inhoudelijke reactie gaan wij verder in op de details, maar de conclusie dat er
(nog) geen gemeentelijke beleid is op het gebied van energiearmoede was vooraf duidelijk voor het college omdat energie-armoede is ontstaan door het recentelijk stijgen van de energieprijzen. Duurzaamheidsbeleid is actueel en recent. Hoewel een “ex-durante” onderzoek kan bijdragen aan bijstelling van beleid zijn we pas net (mede regionaal) gestart met uitwerking van dit beleidsveld. De resultaten op dit onderwerp zijn dan ook nog beperkt. Het (gecombineerde) onderwerp Energiearmoede is zeer actueel, maar lijkt nog niet erg te leven in de samenleving en bij de raad. Het college constateert namelijk dat bij de uitvraag van de onderzoeker de responsbereidheid zowel in de samenleving en bij de raad beperkt was. Er is uiteindelijk geen gesprek geweest met raadsleden wegens beperkte deelnamemogelijkheid, dat onderzoek-onderdeel is in 2e instantie schriftelijk gehouden. De door de organisatie zorgvuldig aangeleverde doelgroep met het oog op Energiearmoede (op vraagstelling onderzoeker) is uitgenodigd. Het resultaat van 39 aangeschreven personen leidde tot 12 uitnodigingen en uiteindelijk 5 bereidwillige inwoners om het onderwerp met de onderzoekers uit te diepen. Het heeft de onderzoeker, maar zeker ook de organisatie veel tijd gekost de doelgroepen, ketenpartners en derden te benaderen.
Gezien het beperkt aantal respondenten zijn de conclusies onvoldoende gefundeerd om deze 1 op 1 over te nemen. In het onderzoek wordt in ieder geval aangegeven dat de resultaten op een aantal onderdelen niet representatief zijn. Het college begrijpt dat één en ander niet vooraf te voorzien is en roept op om bij toekomstige onderzoeken goed af te wegen of doelgroepen bereikbaar/benaderbaar zijn en of onderwerpen bijdragen aan de doelstelling van RKC onderzoeken en daarmee aan de doelstelling die uw raad heeft ten aanzien van rekenkameronderzoeken.
Ad 3a Inhoudelijke reactie op de conclusies Conclusie 1. Er is beleid en deels een aanpak energie-armoede, maar veel is nog in beleidsvoorbereiding. Toelichting: De SED-gemeenten zijn gestart met het vormgeven van energiearmoedebeleid vanuit de Transitievisie Warmte (TVW). De aanpak voor de energietoeslag is in uitvoering. Veel is in beleidsvoorbereiding, net als bij alle andere gemeenten in Nederland, zoals het uitvoeringsprogramma energiebesparing kwetsbare huishoudens en het programma Klimaat en Duurzaamheid. Er wordt ook gewerkt aan een meerjarige isolatieaanpak (voor koopwoningen) en prestatieafspraken. Door deze beleidsvoorbereiding is het niet overal duidelijk wat concrete acties in de uitvoering zijn, bijvoorbeeld hoe de SPUK energiebesparende maatregelen uiteindelijk besteed worden. De omvang van de doelgroep die te maken krijgt met energiearmoede is aardig in beeld, maar de gemeenten baseren zich nog wel op schattingen. Het is op dit moment lastig voor gemeenten om specifieke doelgroepen goed in beeld te krijgen. Dit komt mede doordat de uitwisseling van data en persoonsgegevens tussen afdelingen voor een deel wordt tegengehouden door wet- en regelgeving. De SED-organisatie is daarom druk bezig met een inkomenseffectrapportage die meer inzicht moet geven in de potentiële doelgroepen. Reactie: Energiearmoede is een zeer recent onderwerp.
De landelijke maatregelen zijn uitgediept, regionaal en SED breed afgestemd en spoedig tot uitvoer gebracht. Het college is tegelijkertijd van mening dat de maatregel -incidentele energie-uitkering voor huishoudens tot 120% minimumloon- beperkt doordacht is door het Rijk. Er is geen vermogenstoets, er is geen energieverbruiks-toets, geen mate van isolatietoets, geen gezinssamenstellingstoets. Het maken van schattingen -zoals de onderzoeker concludeert- is daarom logisch, ook in relatie tot duurzaamheidsmaatregelen. Het rekenkameronderzoek ziet voornamelijk op de uitvoering van de energietoeslag en de duurzaamheidsmaatregelen. Gezien de aard van de energietoeslag is deze niet structureel opgenomen in het minimabeleid of duurzaamheidsbeleid. Voor het minimabeleid geldt dat op basis van de Participatiewet energiekosten “algemene kosten van bestaan” zijn die voldaan moeten kunnen worden uit het (minimum)inkomen. Het Rijk had de eenmalige energietoeslag voor de snelle eenmalige uitvoering eenmalig bij de bijzondere bijstand belegd. Gezien het feit dat deze algemene kosten normaliter uit het minimumloon betaald worden dient het Rijk een structurele oplossing te verzorgen indien de energielasten exceptioneel hoog blijven.
Dit omdat het college enkel op het gebied van bijzondere noodzakelijke kosten -die niet uit het inkomen of vermogen kunnen worden voldaan- voorzieningen kan treffen. Gezien het Rijk over inkomenspolitiek gaat, is het nog geen optie om de energiearmoede structureel op te nemen in het minimabeleid. Het Rijk dient passende
maatregelen te nemen indien de energielasten te hoog zijn om uit het minimum inkomen te betalen. Wel heeft het college de ambitie om het minimabeleid structureel te betrekken bij het duurzaamheidsbeleid. Vanuit de twee beleidsvelden wordt er gewerkt aan dezelfde doelstelling, namelijk betaalbaar wonen voor iedereen. Duurzaamheidsbeleid was tot 3 jaar geleden vooral een landelijk beleidsveld. Inmiddels zijn gemeenten steeds meer gericht actief om in lokale omgeving maatwerk te leveren. Ook onze gemeente is hiermee bezig. Nog niet alle duurzaamheidsmaatregelen zijn gereed voor uitvoer. Bij de communicatie rondom deze regelingen wordt momenteel naar een oplossing gezocht om de gegevens tussen de afdelingen wel te kunnen delen. De inkomenseffectenrapportage geeft, in tegenstelling tot bovenstaande conclusie, geen inzicht in de potentiële doelgroep voor energiearmoede. Dit omdat bij de inkomenseffectenrapportage niet wordt gekeken naar het energieverbruik, energiecontract en de isolatie van de woning.
Conclusie 2. Er moet veelal met incidentele middelen aan een structureel vraagstuk gewerkt worden. Het is voor gemeenten lastig dat zij voor een structureel vraagstuk dat gebaat is bij een integrale aanpak steeds incidentele middelen krijgen. Dit zien we ook terug bij de SED-gemeenten. De integraliteit is nog niet overal geborgd in de aanpak. De energietoeslag heeft een incidenteel karakter waar weinig ruimte was voor maatwerk in de regeling en de gemeenten moesten snel tot uitvoering overgaan. Er was weinig tijd voor afstemming met andere regelingen en voorzieningen in het armoedebeleid, waardoor er minder kruisbestuiving plaatsvond in de organisatie. De ambtelijke organisatie heeft dit als aandachtspunt aangegeven in de gesprekken. Ook de SPUK-regeling voor energiebesparende maatregelen heeft een incidenteel karakter. Bij de SPUK energiebesparende maatregelen hebben de gemeenten iets meer tijd genomen om de regeling af te stemmen. De aanpak is regionaal opgepakt en wordt lokaal uitgevoerd. De grote winst is dat team samenleving en team duurzaamheid nu gezamenlijk naar de problematiek kijken. Naast de inzet van deze rijksmiddelen is de organisatie net als veel andere gemeenten bezig met het opzetten van verschillende andere regelingen en activiteiten die direct of indirect energiearmoede bestrijden. Reactie: Armoedebeleid is een constant aandachtspunt voor het college.
Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners in staat zijn om deel te nemen aan de maatschappij. Incidentele Rijksgelden zijn tijdelijk in te zetten ter aanvulling maar niet structureel te verwerken in gemeentelijk beleid. Bij het wegvallen van Rijksgelden voor incidentele maatregelen heeft de gemeente niet de middelen om de incidenteel gefinancierde Rijksmaatregel structureel in de begroting op te nemen. Bovendien vraagt het college zich af of energiearmoede een structureel probleem is, indien dit wel het geval is, welke maatregelen het Rijk daarop nog meer gaat nemen. Het Rijk draagt de gemeenten op om met incidenteel geld aan structurele vraagstukken te werken. Regio West-Friesland trekt voortvarend op om duurzaamheidsgelden zo goed mogelijk in te zetten. Samen met de andere gemeenten zijn ketenpartners en derden goed in beeld bij onze gemeente om incidentele gelden effectief in te zetten. Denk aan oude huizen, transitie naar warmtepompen, elektriciteits-vraagstukken. Het Rijk dient eerst structureel geld beschikbaar te maken voordat het college structureel geld kan vragen aan uw raad.
Conclusie 3. De samenwerking intern (tussen de teams) verloopt steeds beter, maar met de gebiedsteams verloopt de samenwerking stroef. Energiearmoede is een vraagstuk dat vraagt om een integrale en daarmee domeinoverschrijdende aanpak. Team samenleving en team duurzaamheid trekken in toenemende mate samen op om dit handen en voeten te geven. De afdelingen informeren elkaar en er vindt steeds eerder en beter afstemming plaats. Ook zijn er korte lijnen met de consulenten schuldhulpverlening. De SEDgemeenten kennen zogenaamde gebiedsteams die bestaan uit specialisten die dicht bij de inwoners eerstelijnszorg verlenen. De samenwerking tussen de gebiedsteams en de SED-organisatie verloopt op dit moment stroef. De medewerkers van de gebiedsteams zijn slecht op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de SED-gemeenten op het gebied van energiearmoede. Alle betrokkenen willen kortere lijntjes en betere samenwerking, maar er is op dit moment te weinig regie vanuit de gemeenten om dit structureel vorm te geven. Er loopt op dit moment wel een traject om de samenwerking te verbeteren.
Reactie: Integraal werken is een van de speerpunten van het college. De bestuurders weten elkaar te vinden, de ambtenaren in de organisatie ook blijkt uit dit onderzoek. De conclusie met betrekking tot de samenwerking met de gebiedsteams is gebaseerd op een interview met één medewerker van één gebiedsteam. Het college is van mening dat deze conclusie daarom voorbarig is. Het college zal onderzoeken waar de verbeterpunten zitten volgens deze respondent om zo de samenwerking te verbeteren. In de conclusie wordt benoemd dat de gebiedsteams eerstelijns zorg verstrekken. Voor de gemeente Enkhuizen is dit niet het geval en betreft het anderhalflijnse zorg. De gebiedsteams staan dicht bij verschillende doelgroepen uit de samenleving. Naast de consulenten van de gemeente hebben zij nog breder contact met vele doelgroepen in de samenleving. In de dagelijkse praktijk is er regelmatig praktisch contact tussen leden van de gebiedsteams en de consulenten en beleidsmedewerkers van de gemeente. Vanuit de gemeenten worden inwoners verwezen naar de gebiedsteams. Periodiek is er daarnaast gestructureerd integraal afstemmingsoverleg tussen de beleidsmedewerkers, consulenten en de mensen van de gebiedsteams.
In die overleggen worden enerzijds wet-, regelgeving en beleidsontwikkelingen afgestemd vanuit de beleidsmedewerkers en consulenten van de SED organisatie en anderzijds trends, behoeften en ontwikkelingen vanuit de verschillende doelgroepen gemeld vanuit de gebiedsteams. Tussentijds wordt 2 keer per jaar door de SED organisatie voor de gemeenten een geactualiseerde minimafolder gemaakt en weten de teams elkaar te vinden bij tussentijdse veranderingen/actualisaties in beleid, wet- en regelgeving. Dat niet alle medewerkers van de gebiedsteams op de hoogte zijn van alle regelingen en beleid op het moment van interview blijkt uit het rapport van de onderzoeker. In ieder geval zal het college ervoor zorgen dat de uitwisseling met de gebiedsteams zorgvuldig blijft plaatsvinden.
Conclusie 4. Het is onduidelijk in hoeverre sprake is van een effectieve samenwerking met ketenpartners. De ketenpartners lijken op afstand te staan. Er is geen goed beeld van de samenwerking vast te stellen vanuit het onderzoek. Wel hebben we kunnen vaststellen dat de regionale samenwerking binnen West-Fries-verband goed verloopt. Er is gekozen om gezamenlijk het regionale uitvoeringsprogramma Energiebesparing Kwetsbare Huishoudens op te stellen. De samenwerking biedt (schaal)voordelen voor de SED-gemeenten, maar alle drie de colleges hebben aangegeven dat er wel ruimte moet blijven voor lokaal maatwerk; kleine maatregelen dichtbij de burger. Reactie: Lokaal sociaal- en duurzaamheidsbeleid is maatwerk en blijft belangrijk voor uw raad. Het college omarmt deze insteek. Goed om te lezen dat onze regionale gemeentelijke samenwerking duidelijk naar voren komt vanuit het onderzoek. Het college -met ambtenaren- investeren hierin zodat we gezamenlijk efficiënt optrekken en ook maatwerk kunnen bieden in onze gemeente voor onze inwoners. Met het netwerk van ketenpartners en derden wordt via overleggen op regionaal niveau afgestemd. Doelgroepen worden verwezen naar de ketenpartners of individueel begeleidt. Denk aan statushouders (vluchtelingenwerk), ouderen (ouderenbonden), huurders (coöperaties).
Maar omdat het onderwerp “Energiearmoede” nieuw is, de uitvoering onder 2 beleidsvelden valt en er nog maar kort mee gewerkt is kan een effectieve meting beperkt plaatsvinden. Het onderzoek betreft ook een “ex durante” onderzoek, daarmee nemen we de conclusies en aanbevelingen graag mee voor het vervolg.
Conclusie 5. De informatievoorziening aan inwoners is nog niet optimaal. De gemeenten communiceren frequent en via verschillende kanalen over energiearmoede. Desondanks worden niet alle doelgroepen bereikt. De gemeenten hebben nog geen heldere doelgroepen gedefinieerd, althans deze zijn wij niet tegengekomen in dit onderzoek. Reactie: Deze conclusie lijkt (te) breed ingestoken en houdt onvoldoende rekening met de praktijk. Er zijn vele doelgroepen binnen armoedebeleid en duurzaamheidsbeleid te noemen. Via de website, gemeentepagina wordt veelvuldig digitaal gecommuniceerd. Middels dorpskranten, huis-aanhuisbladen, een speciale geldkrant (huis aan huis) en posters wordt breder en op papier gecommuniceerd. Via consulenten, gebiedsteams en ketenpartners wordt specifieker en veelal
mondeling naar de doelgroepen gecommuniceerd. Daarnaast is er ingespeeld op behoeften en mogelijkheden van doelgroepen. Statushouders hebben de energietoeslag bijvoorbeeld automatisch ontvangen en voor statushouders die later in de gemeente kwamen wonen hebben de inburgeringsconsulenten van de gemeente de aanvraag gedaan. Kortom, het college is van mening dat communicatie zorgvuldig ter hand genomen is, zowel rechtstreeks via ketenpartners als algemener in onze gemeente om niemand te missen. Het is niet realistisch om te stellen dat iedereen wordt bereikt. We proberen uiteraard wel zo veel mogelijk inwoners te bereiken. In de praktijk merken wij dat inwoners zich daarbij niet altijd (willen) herkennen in de geschetste doelgroepen. Ook zijn er inwoners die misschien wel in de doelgroep vallen, maar de energietoeslag simpelweg niet nodig hebben omdat zij geen last hebben van de gestegen kosten (langjarige energiecontracten) of de kosten zelf kunnen of willen dragen. Daarnaast zijn nog niet alle regelingen van duurzaamheid in de uitvoerende fase. Bij de opstart van deze regelingen worden de opmerkingen over de communicatie ter harte genomen.
Conclusie 6. Het vragen om hulp, maar ook het aanvragen van hulp is lastig. Uit het onderzoek komt naar voren dat veel inwoners een drempel ervaren bij zowel het vragen om hulp als het aanvragen van hulp. Ten eerste omdat er een schaamtegrens overgestapt moet worden om bij de gemeente aan te kloppen voor hulp. Ten tweede komt uit diverse gesprekken met maatschappelijke partners en de focusgroep naar voren dat het niet eenvoudig is om bepaalde regelingen aan te vragen, of daar informatie over te vinden. Er is een grote groep inwoners waarvoor het digitaal (maar ook op papier) aanvragen een drempel opwerpt. Veel inwoners willen fysiek naar het gemeentehuis om daar geholpen te worden. Die mogelijkheid is er nu - met name in Enkhuizen niet of beperkt. Reactie: Het college neemt de conclusie ter harte. Hulp moet laagdrempelig zijn. Want hoewel de gemeenten werken op afspraak zijn wij wel telefonisch en per mail bereikbaar. Medewerkers van de receptie verwijzen voor het invullen van formulieren door naar onze ketenpartners. Daarom is en wordt er blijvend geïnvesteerd in contacten met deze ketenpartners. De bibliotheken, formulierenbrigade Drechterland, ONS Stede Broec en “Voor elkaar in Enkhuizen”, gebiedsteams, verenigingen, en belangenorganisaties dragen hun steentje bij als het invullen van formulieren te ingewikkeld is voor inwoners.
De functionarissen en vrijwilligers van deze ketenpartners hebben veelal directe contacten met de behandelend ambtenaren mochten er ingewikkelde vragen zijn. Een lijntje is bij een knelpunt dan ook snel door hen gelegd. Het college plaatst deze conclusie dan ook in de context. Uiteindelijk is voor dit onderzoek slechts een zeer kleine doelgroep ondervraagd op dit gebied. Of deze conclusie representatief is voor al onze inwoners dat valt sterk te betwijfelen. Het signaal wordt in elk geval ter harte genomen. Verder willen wij erop wijzen dat in september er weer spreekuren in het kader van bijzondere bijstand starten waardoor inwoners wél weer zonder afspraak bij de gemeente terecht kunnen.
Conclusie 7. De SED-organisatie doet momenteel veel aan de bestrijding van energiearmoede, maar de informatie over de voortgang landt nog niet op een centrale plek, waardoor de voortgang voor raadsleden lastig te monitoren is. Raadsleden geven aan dat de informatievoorziening (over de uitvoering) in de basis voldoet, gezien de actualiteit van het vraagstuk en de aanpak die snel uitgerold moest worden. Tegelijkertijd geven verschillende raadsleden aan dat er actiever gedeeld kan worden. Vooral inzicht in het effect en het bereik van de regelingen wordt gemist. Op dit moment is de organisatie bezig met een inkomenseffectrapportage. Deze moet inzichtelijk maken welk effect het gemeentelijk minimabeleid heeft op de koopkracht per huishoudtype en waar het nodig is om bij te sturen op het minimabeleid. Reactie: De voortgang van de aanpak energiearmoede is te monitoren door uw raad. Uw raad is regelmatig geïnformeerd over de Energietoeslag, duurzaamheidsbeleid via voorstellen, nieuwsbrieven en raadsinformatiebrieven. De energietoeslag is ook belicht tijdens een themabijeenkomst. Binnen de P&C cyclus is Energiearmoede als onderwerp onder meerdere (beleids)velden ondergebracht. Een kanttekening is daarbij wel op de plaats omdat armoedebeleid normaliter ondergebracht is bij het sociaal domein en duurzaamheid bij Ruimte.
Energiearmoede is een actueel vraagstuk, maar of het een structureel vraagstuk blijft weet nog niemand. Als de energieprijs stabiliseert, of energiearmoede
via indexatie elders gecompenseerd is, de duurzaamheidsdoelgroepen anders bepaald worden kan het vraagstuk pas juist gepositioneerd worden. Bovendien zijn de maatregelen specifiek op energiearmoede gericht door het Rijk vooralsnog incidenteel van aard. Conclusie 8. De raden stellen kaders en controleren, maar voelen zich nog niet helemaal geëquipeerd in die rol. Energiearmoede is een lastige en complexe opgave die meerdere beleidsterreinen raakt, waardoor het voor raadsleden soms moeilijk is te doorgronden. Uit verschillende reacties van raadsleden van de drie gemeenten komt naar voren dat ze graag hun rol als kadersteller en controleur willen pakken, maar dat ze zich nog niet altijd volledig geëquipeerd voelen in die rol; dit geldt zowel voor Stede Broec als Drechterland en Enkhuizen. Om goed kaders te kunnen stellen en controleren is meer kennis en expertise nodig van het thema, dat niet alleen complex is, maar ook aan veel verandering onderhevig is. Daarnaast is het belangrijk dat de raadsleden aangeven welke informatie ze nodig hebben om deze kaderstellende en controlerende rol te pakken. In lijn met de vorige conclusie (7) zouden de raden ook graag meedenken over het inrichten van de informatievoorziening voor de toekomst. Reactie: De kader stellende en controlerende rol van de raden is voor het college uitgangspunt.
In een bredere context over de raadsprogramma’s, kaderstellen en controleren blijft het college graag met uw raad in gesprek. Hiervoor is de P&C cyclus een goed instrument in de ogen van het college. Het college wil ook waken voor (te)veel rapportage en toelichtingen. De raad krijgt veel informatie aangeboden. Daarbij, er wordt al wel over de traditionele onderwerpen als armoedebeleid en duurzaamheid gerapporteerd in de P&C cyclus. Het college constateert ten aanzien van deze conclusie tevens dat er van iedere gemeente een paar raadsleden schriftelijk meegewerkt hebben aan dit onderzoek. Een interview bleek om meerdere redenen niet mogelijk. In hoeverre deze conclusie daarmee raad-breed onderbouwd is vragen wij ons af. Temeer omdat Energiearmoede een “tekentafelterm” lijkt en tijdelijk ingegeven is vanuit het Rijk. De beleidsvelden duurzaamheid en armoedebeleid zijn beide al structureel actief op dit gebied. Nu zij elkaar voor deze tijdelijke maatregel intensief samenwerken -ieder vanuit het eigen perspectief- lijkt een extra structureel kader gebaseerd op tijdelijke regelgeving niet erg efficiënt.
Ad 3b reactie op de aanbevelingen: Aanbeveling 1. College: Zet in op betere informatievoorziening richting inwoners, met aandacht voor doelgroepen. Uit de interviews is naar voren gekomen dat bepaalde doelgroepen (denk aan statushouders, jongeren en ouderen, maar ook specifieke doelgroepen zoals bewoners van monumentale panden) niet of in beperkte mate worden bereikt. Er ligt een grote kans voor de gemeenten om in haar communicatie en ook in haar regelingen (zie conclusie 5) specifieker in te zetten op bepaalde doelgroepen. ● Een manier waarop dit bewerkstelligd kan worden is door de communicatie meer te laten aansluiten op de belevingswereld van bepaalde doelgroepen. Maak in de communicatieuitingen ook direct duidelijk voor welke woningen/inwoners de regelingen wel en voor welke ze niet gelden. De informatie is er wel, maar inwoners moeten er zelf naar op zoek. ● Onze aanbeveling is daarom om ook de website kritisch door te lichten op vindbaarheid van informatie en begrijpelijke taal, en deze actueel te houden. ● Onze aanbeveling is om in elk gemeentehuis een fysieke locatie te hebben waar inwoners terechtkunnen met vragen. ● Het is ook raadzaam om aan te sluiten bij bestaande netwerken en de informatie letterlijk te brengen. Deze aanbeveling haakt in op aanbeveling 2. De best practice uit de gemeente Tilburg (hoofdstuk 4) is een voorbeeld hoe dit aangepakt kan worden.
Vanuit het onderzoek is gebleken dat er behoefte is aan meer maatwerk op informatiegebied, bijvoorbeeld via een wijkgerichte benadering, maar ook door rekening te houden met nieuwe doelgroepen die nu ontstaan als gevolg van de stijgende energieprijzen. Inwoners hebben in de focusgroep hiervoor een set concrete adviezen meegegeven die hier nader op ingaan (zie paragraaf 5.3). Reactie: Communicatie blijft een uitdaging. We blijven zoeken naar communicatiemogelijkheden om zo veel mogelijk mensen te bereiken. Het college zal voor het actuele onderwerp Energiearmoede een communicatiestrategie ontwikkelen om (nog beter) doelgroepen te bereiken. Tegelijkertijd blijft het college van mening dat het onderwerp Energiearmoede nieuw is, de uitkomsten gebaseerd zijn op een gering aantal interviews en stelt dat de hierboven genoemde doelgroepen goed in beeld zijn, al dan niet via de ketenpartners. De praktijk leert ook nog eens dat niet alle doelgroepen zich (willen) herkennen als doelgroep. Enerzijds omdat ze (nog) geen feitelijke doelgroep zijn (vast langlopend energiecontract, voldoende vermogen) of geen doelgroep willen zijn
Aanbeveling 2. College en raad: Denk na over regelingen vanuit doelgroepenbeleid. Uit het onderzoek is gebleken dat veel regelingen niet doelgroepgericht zijn. De gemeente kan meer in gesprek gaan met andere doelgroepen zoals huurders of eigenaren van woningen waar afwijkend beleid op van toepassing is, zoals woningen die erfgoed zijn in de binnenstad van Enkhuizen. Ook hier geldt: sluit aan bij bestaande netwerken en/of partners vanuit bijvoorbeeld het sociaal domein om ingangen te vinden die nu niet of nauwelijks worden gebruikt en gebruik kennis van deze netwerken en partners om beter aan te sluiten op de oelgroepen. Waar is behoefte aan, waar zou deze groep bij gebaat zijn? Juist bij de nieuwe doelgroepen zullen maatwerkoplossingen gevonden moeten worden. Reactie: Duurzaamheid krijgt volop aandacht van het college en hiervoor worden steeds meer kaders, doelgroepen en regelingen bepaald. Een communicatiestrategie zal voor Energiearmoede ontwikkeld worden om alle doelgroepen zo maximaal mogelijk te bereiken.
Aanbeveling 3. College en raad: Zorg dat de incidentele middelen gebruikt worden voor lange termijn opgaven. Er moet veelal met incidentele middelen aan lange termijn opgaven worden gewerkt, zoals de energietransitie. Dit is lastig. We bevelen de gemeenten aan om spoedig gezamenlijk lange termijn doelen voor energievraagstukken in relatie tot bestaanszekerheid en een strategie hoe die doelen te halen te formuleren en om hier de samenwerking binnen de gemeente en met partners buiten de gemeente voor in te richten. Zo kan de gemeente bij het beschikbaar komen van incidentele middelen steeds afwegen hoe deze het beste gebruikt kunnen worden in de strategie om deze lange termijndoelen te behalen en met welke partners. Dit voorkomt ook het ‘hollen en stilstaan’ en ‘pleisters
plakken’ dat vooral gevoeld werd bij de energietoeslag. Onze aanbeveling is om voor deze doelen, strategie en de uitvoering daarvan (regelingen, voorzieningen en communicatie), nog nauwer samen te werken op bestaanszekerheid en energievraagstukken. We zien kansen voor integrale samenwerking tussen het team duurzaamheid en sociaal domein in het armoedebeleid, de wijkuitvoeringsplannen en het uitvoeringsplan voor de energiebesparende maatregelen (SPUK en NIP). De best practices van de gemeente Assen en Alblasserdam (hoofdstuk 5) geven inspiratie hoe deze samenwerking vormgegeven kan worden. Reactie: Feitelijk een onmogelijke opgave om incidentele middelen te gebruiken voor de lange termijn. We integreren tijdelijke maatregelen slim(mer) met regulier beleid door op alle niveaus samen te werken binnen de organisatie. Gelden kunnen zo ondergebracht worden bij het best passende beleidsveld. Andere beleidsvelden worden daarvanuit aangehaakt.
Aanbeveling 4. College: zorg dat de gemeente de regisseursrol oppakt in de samenwerking met ketenpartners Hoewel de SED-organisatie duidelijke overzichten heeft van alle ketenpartners en voorliggende voorzieningen in de gemeenten, hebben we tijdens het onderzoek moeten vaststellen dat directe contactpersonen ontbreken. Vanuit de partijen die we wel gesproken hebben, komt een beeld naar voren dat het contact met de gemeenten in de basis goed verloopt, al wordt er wel enige afstand ervaren in de uitvoering. Medewerkers van ketenpartners zijn niet altijd op de hoogte van wat de gemeenten en andere ketenpartners doen op het gebied van (energie)armoede. Op dit vlak lijkt de informatievoorziening niet goed te verlopen. De gemeenten treden nog niet genoeg op als regisseur van het veld. Soortgelijke signalen hebben we ontvangen vanuit de gebiedsteams. Wij bevelen daarom aan om vaker netwerkbijeenkomsten te beleggen met de ketenpartners. Er is een grote behoefte bij de ketenpartners (en de gebiedsteams) aan meer informatie-uitwisseling en verbinding op het thema (niet alleen verbinding met de gemeenten, maar ook tussen ketenpartners). Op dat vlak moet de gemeente echt een rol gaan pakken wil zij als regisseur van het veld worden. Reactie: In de reactie op de conclusies is al ingegaan op een soortgelijke conclusie.
Er zijn structurele overleggen, zowel regionaal als lokaal waarbij informatie, beleid, maatregelen en kansen gedeeld worden met ketenpartners. Dat informatie -zeker als deze nog vers is- nog niet bekend zijn bij alle geledingen is zorgelijk, maar ook logisch. Herhaling is hierbij de kracht. Het college blijft inzetten op structurele overleggen en zal middels communicatiestrategie-en steeds zorgvuldig afwegen via welk medium gecommuniceerd wordt met ketenpartners, derden en doelgroepen.
Aanbeveling 5. College en raad: Zorg dat de informatievoorziening aansluit op de behoefte van de raad. De gemeenteraden zijn over het algemeen tevreden over de huidige informatievoorziening over de energiearmoedebestrijding. De gemeenteraden kunnen echter beter in positie worden gebracht door bijvoorbeeld in de vorm van raadsinformatiebijeenkomsten; dit kan lokaal, maar ook in SED-verband. Als het gaat om bijeenkomsten is vooral behoefte geuit aan laagdrempelige informatieuitwisseling, dus los van de politieke oordeelsvorming, maar eerder sessies met experts, zodat de raad ook op een bepaald kennisniveau kan komen. Wanneer de omvang van de opgave groeit, moet de informatievoorziening over die opgave ook meegroeien. Om tot goede informatievoorziening te komen is het voor het college tegelijk belangrijk dat de gemeenteraad aangeeft op welke punten de gemeenteraad sturing wil geven. Reactie: Compacte rapportages zijn een uitdaging. We doen ons best om de raad zo volledig, maar ook tot de kern te informeren. Incidentele zaken worden via raadsinformatiebrieven, nieuwsbrieven met uw raad gedeeld. U bent afgelopen jaar daarbij bijvoorbeeld geïnformeerd over uitstel, implementatie, verhoging, eindcijfers rondom energietoeslag en er zijn informatiebijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast hebben wij verschillende raadsvragen beantwoord. Kaderstelling komt terug in beleidsvoorstellen.
De raadsbijeenkomsten, 3 radenbijeenkomsten en regionale raadsledenbijeenkomsten worden benut om met elkaar, met experts en derden onderwerpen uit te diepen. Wij roepen uw raad op aan te blijven geven waarover u geïnformeerd wil
worden. Tegelijkertijd doen wij voorstellen voor relevante onderwerpen.
Nuanceringen rapport In het rapport staan een aantal stellingen die het college voor een juiste interpretatie wil nuanceren. Onderstaand de opsomming van deze stellingen. Alle genoemde cijfers in het rapport met betrekking tot de energietoeslag zijn de voorspellingen die destijds gedaan zijn op basis van de informatie die toen voorhanden was. Dit kan voor verwarring zorgen. De oude cijfers geven een ander beeld van de werkelijkheid dan de definitieve cijfers. Wij adviseren u daarom om voor het juiste beeld de definitieve cijfers uit de bijlage van het onderzoek aan te houden. Verschillende stellingen in het rapport, zoals “Enkhuizen heeft een te kort aan middelen voor de energietoeslag” zijn gebaseerd op de oude cijfers en kloppen op basis van de definitieve cijfers niet. Op pagina 5 wordt gesteld dat er korte lijnen zijn met de consulenten Schuldhulpverlening. Hoewel deze korte lijnen er zijn, worden in deze context niet de consulenten Schuldhulpverlening maar de consulenten bijzondere bijstand bedoeld. Op pagina 15 staat dat in de minimanota’s van Stede Broec en Drechterland niets is opgenomen over de energiearmoede, oorlog in Oekraïne en de inflatie. De minimanota’s zijn eind 2020 vastgesteld door uw raad. De genoemde ontwikkelingen konden destijds niet worden voorzien en zijn daarom niet opgenomen in de minimanota’s.
Op pagina 16 wordt gesteld dat de gelden niet navolgbaar zijn in de planning en controle documenten. Echter, uw raad is drie maal via de planning en controle documenten gevraagd om de middelen voor de energietoeslag beschikbaar te stellen. Ook zijn de middelen van 2022 via de planning en controle documenten overgeheveld naar het jaar 2023. Op pagina 17 wordt gesteld dat er geen beleid is voor de energietoeslag. Echter, elke gemeente heeft een Beleidsregel Eenmalige Energietoeslag. Zonder deze beleidsregel zou de energietoeslag niet uitgevoerd kunnen worden. In tabel 2 kloppen de cijfers over het aantal afgewezen aanvragen energietoeslag 2022 in Drechterland niet, dit moet 228 zijn. Ook wordt er op pagina 18 gesteld dat het kan zijn dat de consulenten bijzondere bijstand in de toekomst in de knel kunnen komen met het reguliere werk. Dit zou een gevolg zijn van de energietoeslag. Dit is niet juist. De uitvoeringslasten voor de energietoeslag zijn continu gemonitord. De uitvoerende medewerkers zijn meer uren gaan werken. Er is op geen moment sprake geweest van het eventueel in de toekomst in de knel komen met het reguliere werk. Dit is ook te herleiden uit de kwaliteit van de besluiten en afhandeltermijnen van de aanvragen. Er staat dat gemeenten te weinig budget voor de uitvoering hebben ontvangen.
Echter, het budget dat gemeenten ontvangen is voor zowel uitvoering als verstrekking ineen. Het is daarom niet zo dat gesteld kan worden dat er te weinig budget is ontvangen voor de uitvoering. In Drechterland is er voor de energietoeslag 2022 een te kort aan middelen om zowel de uitvoerings- als verstrekkingskosten te dekken. Uw raad is hier middels raadsbrief over geïnformeerd. Verdere informatie volgt wanneer er duidelijkheid is over een eventuele vangnetregeling die momenteel wordt uitgewerkt door de VNG en Divosa. Op pagina 30 van het rapport zijn een aantal raadsbrieven opgesomd. Dit zijn niet alle raadsbrieven die naar uw raad zijn toegezonden. Dit geeft een vertekenend beeld van de communicatie, via raadsbrieven, naar uw raad. Voor de volledigheid volgt hier een opsomming van de ontbrekende raadsbrieven. Raadsbrief Stede Broec 30 augustus 2022; Verhoging eenmalige energietoeslag. Raadsbrief Drechterland 30 augustus 2022; Beantwoording schriftelijke vragen SPD energiekosten. Raadsbrief Enkhuizen 13 september 2022; Verhoging eenmalige energietoeslag. Raadsbrief Stede Broec 20 september 2022; Beantwoording schriftelijke vragen artikel 36 fractie SP armoedebeleid.
-
Raadsbrief Drechterland 19 december 2022; Motie ondersteuning huishoudens. Raadsbrief Drechterland 4 juli 2023; Uitstel energietoeslag 2023. Raadsbrief Enkhuizen 4 juli 2023; Uitstel energietoeslag 2023. Raadsbrief Stede Broec 1 augustus 2023; Cijfers energietoeslag 2022. Raadsbrief Drechterland 1 augustus 2023; Cijfers energietoeslag 2022. Raadsbrief Enkhuizen 29 augustus 2023; Cijfers energietoeslag 2022.
Hoogkarspel, Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
C.M. Minnaert
P.F. Dijkman