CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijk Rapport Woonbeleid met stoplicht (2023-03)

Gemeenteraad 20 februari 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Onderzoeksrapport RKC SED “Doeltreffendheid woonbeleid Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland” en overnemen conclusies en aanbevelingen (2023-03)10.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Doeltre endheid woonbeleid Gevarieerde woningbouw voor doelgroepen Stede Broec – Enkhuizen – Drechterland periode 2018-2022 en verder

Deel 1 Bestuurlijk Rapport

Rekenkamercommissie SED

1

ff

Rekenkamerrapport

april 2022

RKC SED Voorwoord Onderzoeksrapport in 2 delen. De Rekenkamercommissie (RKC) hee een onderzoek uitgevoerd naar het woonbeleid – gevarieerde woningbouw in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Het onderzoeksrapport bestaat uit 2 delen: - Deel 1: Het Bestuurlijk Rapport. In dit deel staan de samenva ng, de conclusies, de aanbevelingen, de bestuurlijke reac e en het nawoord van de RKC. - Deel 2: Het Rapport van Bevindingen. In dit deel 2 zijn de feiten en bevindingen weergegeven. Deel 1 ligt nu voor u. Woord van dank Voor de verschillende onderwerpen hebben ambtenaren, de portefeuillehouders en diverse leden van de gemeenteraden ons jdens dit onderzoek van informa e voorzien en hebben zij jd vrijgemaakt om met ons te spreken. We willen hen hiervoor hartelijk bedanken.

De Rekenkamercommissie, Henk Wokke (voorzi er) Tijmen Siermann Laurens van Ede

ti

tti

ti

ft

ti

tt

ti

2

Inhoudsopgave 1. Bestuurlijke conclusies en aanbevelingen

2.

1.1.

Bestuurlijke aspecten onderzoek

4

1.2.

Beantwoording centrale vraagstelling

4

1.3.

Hoofdconclusies en aanbevelingen

8

1.4.

Deelconclusies en concre sering aanbevelingen

9

Hoofdlijnen onderzoeksbevindingen

3.

Leeswijzer onderzoeksbevindingen

12

2.2.

Hoofdlijn beleid wonen

12

2.3.

Hoofdlijn besluiten en projecten

15

2.4.

Hoofdlijn uitvoering

18

2.5.

Hoofdlijn: rol van de raad

20

Bestuurlijke reac e en nawoord RKC

23

3.1.

Bestuurlijke reac e colleges

23

3.2.

Nawoord RKC

33

ti

ti

11

2.1.

3

ti

4

RKC SED 1. Bestuurlijke conclusies en aanbevelingen 1.1.

Bestuurlijke aspecten onderzoek

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat er twee belangrijke bestuurlijke aspecten zijn aan het woonbeleid: 1) De doeltre endheid van het vastgestelde en uitgevoerde woonbeleid en de rol die de raden daarin hebben vervuld. Het gaat dan om de doeltre endheid in de uitvoering door de colleges van het beleid en de daaraan verbonden doelstellingen. En voor wat betre de rol van de raden, hun betrokkenheid bij het stellen van kaders en de informa e die de raad hee om haar controlerende raad in te vullen. 2) De poli eke keuzes van de gemeentebesturen (colleges en raden) die hebben geleid tot het opgestelde beleid. Poli eke keuzes die te maken hebben met hoe om te gaan met zaken als woningbehoe en, woningtekorten, bouwplanprogrammering en afspraken op regionaal niveau met andere gemeenten en met de provincie Noord-Holland. Zoals in de Bevolkingsprognose 2019-2040 van de provincie is aangegeven is de vraag of een woningtekort acceptabel is en hoe groot dit mag zijn uiteindelijk een poli eke vraag. Beide aspecten komen, omdat zij samenhangen, in dit bestuurlijk rapport aan de orde. De RKC richt zich gezien haar taak op aspect één: het onderzoeken van de doeltre endheid van het vastgestelde beleid en de uitvoering. De gemaakte of te maken poli eke keuzes zijn de verantwoordelijkheid van het bestuur van de gemeente: de gemeenteraad en het college.

Poli eke keuzes behoren uitdrukkelijk niet tot de taak van de RKC. Wel benoemt de RKC de gemaakte/ eventueel te maken poli eke keuzes, omdat deze keuzes e ect hebben op de doeltre endheid van beleid en uitvoering. 1.2.

Beantwoording centrale vraagstelling

De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: In hoeverre is het woonbeleid van de SED gemeenten in de raadsperiode 2018-2022 doeltre end (focus gevarieerde woningbouw) en in hoeverre hebben de raden hierbij invulling gegeven aan hun rol? Doeltre endheid woonbeleid In het collegeprogramma 2018-2022 waren de algemene doelstellingen: een toekomstbestendige woningvoorraad tot stand brengen (SB en Enk) en het (extra) toevoegen van woningen passend bij de behoe e, inclusief het realiseren van gevarieerde woningbouw met aandacht voor doelgroepen (DL). In de woonvisies is dit uitgewerkt in speci eke doelstellingen, waarvan de volgende belangrijkste doelen centraal stonden in ons onderzoek: Doelstellingen

Realisa e/ te verwachten realisa e van plannen

ff

ff

ft

ft

ti

ff

ti

ti

ff

ti

fi

ti

ti

ti

ff

ft

ff

ff

ti

ft

ti

4

Stede Broec (begin 2020).

Stede Broec (programmering begin 2020).

Kwan ta ef . Uitgangspunt is dat er tot en met 2025 nog 630 woningen extra nodig zijn.

Kwan ta ef . Er is een harde plancapaciteit van 365 woningen en een zachte plancapaciteit van 625 woningen met oplevering voor 2025.

Varia e doelgroepen: De streefpercentages zijn: sociale huur (20%), middeldure huur (10%), betaalbare-(30%) middeldure-(25%) en dure (15%) koop.

Varia e doelgroepen: Sociale huur (9%), vrije sector huur (3%), koop (63%), nog onbekend (25%).

Enkhuizen (2014).

Enkhuizen (2014).

Kwan ta ef. Een groei van 85 huishoudens per jaar en een stabilisa e/ lichte afname na 2030 vertaald in een nieuwbouwprogrammering van 400-600 woningen in de periode 2013-2020

Kwan ta ef. In de jaren 2012-2020 is de voorraad woningen gestegen met ca. 400 woningen. De harde plancapaciteit van 556 woningen volgens de regionale woningbouwprogrammering (maart 2020) is ruim voldoende voor de woningbehoe e tot 2025.

Varia e doelgroepen. Voor de huidige en toekoms ge inwoners zal naar verwach ng het geactualiseerde beleid leiden tot een uitkomst waarbij het aantal woningen en de gewenste kwaliteit passend is en aansluit bij hun behoe e. Hierbij is speciale aandacht voor kwetsbare groepen. De doelstelling is in 2014 niet geconcre seerd.

Varia e doelgroepen. Voor het project GWW was deze wel geconcre seerd (20% sociale huur en 76% koop) en wordt gehaald. In totaliteit van zachte en harde plannen is de verdeling: sociale huur (11%), vrije sector huur (2%), koop (38%), nog onbekend (49%).

Drechterland (sept 2021).

Drechterland (2021).

Kwan ta ef. Het streven is 700 extra woningen te bouwen tot 2025 (t.o.v. het peiljaar 2019).

Kwan ta ef. De harde plannen betre en 334 woningen. Dat betekent dat het doel van 700 woningen gehaald zou worden, indien heel veel zachte plannen (voor 400 woningen) gerealiseerd worden.

Varia e doelgroepen. De streefpercentages per soort woning zijn: sociale huur (25%), middeldure huur (10%), betaalbare koop (10%), middeldure koop (20%) en dure koop (35%).

Varia e doelgroepen. Sociale huur (22%), vrije sector huur (10%), koop (67%), nog onbekend (4%).

We merken op dat de woonvisies van Stede Broec en Enkhuizen zijn opgesteld voor de vaststelling van het regionaal woonakkoord in februari 2021. Het woonprogramma van Drechterland is opgesteld na het regionaal woonakkoord. Bij de realisa e zijn de regionale kaders, benoemd in het woonakkoord 2020-2025, van toepassing. De overall antwoorden t.a.v. de te verwachten doeltre endheid zijn: Stede Broec. Alle harde en zachte plannen hebben een bouwgereed datum van uiterlijk 2024, met uitzondering van het Florapark (260 woningen). Daarmee lijkt het doel uit de woonvisie - minimaal 630 woningen tot en met 2025 - gehaald te worden. Wel valt op dat enkele plannen die in 2022 zouden starten nog een zachte planstatus hebben. Snelle realisa e van zachte plannen is hierbij ingecalculeerd. De varia e naar doelgroepen kan gerealiseerd worden indien de te bouwen woningen voldoende de gewenste categorieën sociale huur en betaalbare koop af zullen dekken. Enkhuizen. De kwan teit van de doelstelling uit 2014 is gehaald. Dat zal ook gelden voor de te bouwen woningen tot 2025, gezien de adequate harde plancapaciteit die de behoe e overtre . De varia e naar doelgroepen is niet geconcre seerd in 2014. Van de zachte plannen is voor het grootste deel (480 woningen) nog niet bekend welke soort woningen gebouwd gaan worden, dus op termijn is sturing hier nog mogelijk. Drechterland.

De kwan teit kan gehaald worden als veel zachte plannen gerealiseerd worden. Bij Drechterland bestaat een groot aandeel uit zachte plannen. Met Hoogkarspel-Zuid (750 woningen) is er een groot ‘zacht’ project in Drechterland die pas na 2030 op de planning voor ontwikkeling staat. De andere omvangrijke zachte projecten (Venhuizen Centrum-West en Tolweg, beiden 200 woningen) zijn wel beoogd

ti

ti

ft

ft

ff

ti

ti

ti

ti

ff

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

5

RKC SED voor oplevering in de komende jaren. De percentages sociale huur, vrije sector huur en totaal koop liggen nu ver onder de streefpercentages, maar dat komt doordat 73% van de geplande woningen nog niet is ingedeeld. Er zijn immers nog veel zachte plannen. Als de onbekende woningen buiten beschouwing worden gelaten dan zit de gemeente redelijk in lijn met de doelstelling.

Rolinvulling van de raden Stede Broec. De raad hee een adequate invulling gegeven aan het kennisnemen en vaststellen van zowel de regionale kaders (woonvisie wes riesland 2017, regionaal woonakkoord 2020-2025) als de lokale woonvisie, die jdens een themabijeenkomst besproken is. Ook bij het grootste woonproject Waterweide is de raad betrokken geweest en blijvend geïnformeerd. Ten aanzien van de controlerende rol zijn de doelstellingen concreet en controleerbaar, al wordt er nog geen informa e gedeeld die gekoppeld is aan deze speci eke doelstellingen van de woonvisie. In de jaarrekeningen wordt wel uitgebreid ingegaan op de diverse woningbouwprojecten en zijn enkele hoofdindicatoren, zoals gereedgekomen nieuwbouwwoningen, beschikbaar. Enkhuizen. De raad hee een adequate invulling gegeven aan het kennisnemen en vaststellen van de regionale kaders (woonvisie wes riesland 2017, regionaal woonakkoord 2020-2025). De lokale woonvisie dateert echter uit 2014, en de doelstellingen hieruit zijn in 2020 afgelopen. Bij het grootste woonproject Gommerwijk West-West is de raad in de loop van de jd bij de kaderstelling intensief betrokken geweest, al zijn er geen aparte raadsbrieven (zoals in Stede Broec en Drechterland) waar de raad over de voortgang geïnformeerd wordt.

Ten aanzien van de controlerende rol zijn de doelstellingen wel rich nggevend geweest maar door gebrek aan concreetheid las g te controleren. Dat laatste is dan ook een aandachtspunt voor de nieuw op te stellen woonvisie voor de komende periode. In de jaarrekeningen wordt beperkt ingegaan op wat het beleid is, aantallen woningen of projecten (met uitzondering van GWW). Voor het aantal woningen bij uitlegloca es en inbreiding is er wel een vergelijking met een norm, maar er is geen analyse van verschillen hiervan. Tot slot is de raad in Enkhuizen geïnformeerd d.m.v. het trendrapport “Trends en opgaven voor de SEDgemeenten en SED-organisa e”. Hierin is goede informa e opgenomen over de transforma e van de woningvoorraad. Drechterland. De raad hee een adequate invulling gegeven aan het kennisnemen en vaststellen van de regionale kaders (woonvisie wes riesland 2017, regionaal woonakkoord 2020-2025). De raad hee een sterke rol gehad bij de lokale woonvisie, omdat jdens een interac eve themabijeenkomst ook raadskeuzes gemaakt zijn en er diverse mo es zijn ingediend en aangenomen. Daarbij is een mo e opgenomen om voor december 2021 met duidelijke deadlines te komen voor woningbouw in Drechterland. Ook bij het grootste woonproject Reigersborg Noord en Zuid is de raad in de loop van de jd intensief betrokken geweest en wordt de raad hierover ac ef geïnformeerd.

Ten aanzien van de controlerende rol zijn de doelstellingen concreet en controleerbaar, al zal dat laatste wel vormgegeven moeten worden

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

fi

ti

ti

tf

tf

tf

ti

ti

ft

ft

ft

ti

ti

ti

6

gericht op de speci eke doelstellingen van de woonvisie. In de jaarrekeningen wordt uitgebreid ingegaan op de diverse woningbouwprojecten in het kader van een lee are en vitale kern. In de jaarrekeningen worden aantallen en varia e in woningen genoemd en wordt melding gemaakt van par culiere ini a even. Tot nu toe is alleen in Drechterland sprake geweest van een evalua e van de vorige woonvisie (2013-2020), zodat dit meegenomen kon worden bij het opstellen van het huidige nieuwe woonprogramma 2021-2025. Tot slot is de raad in Drechterland – net als in Enkhuizen - geïnformeerd d.m.v. het trendrapport “Trends en opgaven voor de SED-gemeenten en SED-organisa e”.

ti

ti

ti

ti

fb

ti

fi

ti

7

RKC SED 1.3.

Hoofdconclusies en aanbevelingen

De hoofdconclusies, voor college en raad, zijn: A) Doeltre endheid. Het woonbeleid van de SED-gemeenten is doeltre end geweest in de periode 2018-2022 op basis van de beoogde doelen in de woonvisie. De gemeenten liggen op schema om voldoende woningen toe te voegen. Kan ekening hierbij is dat in Drechterland hiervoor nog wel een deel van de zachte plannen jdig moet worden gerealiseerd. De doelstellingen rond de varia e in woningbouw zijn in Drechterland en Stede Broec wel vastgelegd op het gebied van verhouding huur en koop, en bijbehorende prijsklassen. De voortgang is niet strak te controleren, mede door de grote hoeveelheden (zachte) plannen waar nog geen typering van woning of prijsklasse op geplakt is. Doelstellingen naar speci eke doelgroepen (zoals starters, statushouders en senioren) zijn niet gekwan ceerd en dus niet controleerbaar. B) Rol van de raad. De raden hebben een sterke invulling gegeven aan haar kaderstellende rol. Ze zijn echter nog niet in posi e gesteld, middels goede informa e en monitoring van doelstellingen, om hun controlerende rol in te vullen. De raad in Drechterland hee de meest pro-ac eve houding op dit gebied, en hee extra informa emomenten georganiseerd om geïnformeerd te blijven op de doelstellingen. De raden in Stede Broec en Enkhuizen hebben deze posi e tot op dit moment nog niet gepakt en worden primair geïnformeerd via de jaarstukken.

De hoofdaanbevelingen, voor college en raad, zijn: A) Doeltre endheid. Monitor de doelstellingen. Niet alleen de kwan ta eve target uit de regionale woonvisie, maar met name de varia e naar doelgroepen uit het lokaal beleid is hierbij essen eel. Krijg hierbij ook zicht op de eventuele discrepan es tussen behoe e en het (gecreëerde) aanbod van woningen geschikt voor speci eke doelgroepen, zoals starters, statushouders en senioren. B) Rol van de raad. Behoud de sterke betrokkenheid en inzet van de raad bij de kaderstelling. Het is wel van essen eel belang de raad veel beter in posi e te brengen voor zijn controlerende rol, met name in Stede Broec en Enkhuizen. Doe dit door adequate, actuele informa e te vragen, te verscha en en te bespreken over realisa e van doelstellingen, ontwikkeling en onderbouwing van de woningbehoe e, zicht op totaal van bouwplannen en spreiding over doelgroepen. Hierna zijn de deelconclusies en handva en voor de concre sering van de aanbevelingen opgenomen gerubriceerd naar de verschillende vier onderdelen van het onderzoek: 1) het beleid, 2) de besluiten en projecten 3) de uitvoering en 4) de rol van de raad. In hoofdstuk 2 zijn per onderdeel de hoofdbevindingen opgenomen en wordt verder verwezen naar de betre ende paragraaf van het RvB.

ti

fi

ft

ff

ti

ti

ti

ff

ti

fi

ft

ti

ti

ti

ft

ff

ti

ti

ti

ti

tt

ti

tt

ti

fi

ti

ti

ff

ff

ti

ti

ft

8

1.4.

Deelconclusies en concre sering aanbevelingen

Regionaal beleid leidend voor aantallen; lokaal beleid gee enige rich ng aan varia e Het regionaal woonakkoord 2020-2025 is leidend in de kwan ta eve doelstellingen van het aantal te bouwen woningen. De afspraken in het regionaal woonakkoord tussen de Wes riese gemeenten en de provincie zijn overigens geen juridisch afdwingbare verplich ngen. Afgesproken is dat de regionale woningbouwprogrammering, inclusief randtotalen per gemeente, en het afwegingskader uit 2019 (en inmiddels het in het najaar van 2021 vernieuwde afwegingskader) toegepast zullen worden. Uit het Woonakkoord blijkt niet duidelijk wat dit juridisch en in de prak jk betekent als deze afspraken (en randtotalen) niet nagekomen worden. Naast de kwan ta eve doelstellingen uit het regionaal woonakkoord hebben Stede Broec en Drechterland expliciete streefwaarden in de verdeling huur-koop, inclusief bijbehorende prijsklassen. Lokaal beleid van Enkhuizen is verouderd (2014) en niet voorzien van dergelijke streefwaarden. De doelstellingen rondom speci eke doelgroepen (starters, arbeidsmigranten, doorstromers, senioren) zijn in geen van de gemeenten gekwan ceerd. In de beleidsstukken is in wisselende mate wel aandacht voor deze groepen, zonder hier concrete aantallen op te plakken. Aan het lokale beleid in de SED-gemeenten ligt in ieder geval een regionale analyse van de woonbehoe e ten grondslag (uit 2018).

Stede Broec hee bij de ontwikkeling van de woonvisie een nieuwe, lokale woningmarktanalyse laten uitvoeren. Enkhuizen hee met het oog op de ontwikkeling van Gommerwijk West-West een marktonderzoek laten uitvoeren. Er is in Drechterland geen speci ek woningbehoe eonderzoek geweest. SED-gemeenten gebruiken beperkt deel instrumenten om varia e te beïnvloeden Concrete beleidsmaatregelen voor gevarieerde woningbouw komen met name tot uitdrukking in het lokaal woningbouwprogramma, om daar via bestemmingsplannen, stedenbouwkundige programma’s van eisen en/of contracten met ontwikkelaars gevarieerde woningbouw te bewerkstellingen. Lokaal kiest de gemeente, conform de kadervisie, per bouwplan/loca e de meest passende invulling voor de woningverdeling naar doelgroepen. Op basis van deze uitgangspunten worden overeenkomsten met ontwikkelaars gesloten. Het regionaal en lokaal besluitvormingsproces zijn echter sterk met elkaar vervlochten, omdat bouwplannen door gemeenten getoetst worden aan het afgesproken afwegingskader uit 2019, en sinds september 2021 met een geactualiseerd afwegingskader. In het afwegingskader zijn minimumvereisten opgenomen, waarbij centraal staat dat gemeenten binnen hun eigen randtotaal blijven. Daarnaast zijn door de gemeenten ambi es geformuleerd die ook betrekking hebben op de diversiteit van woningaanbod, waarvoor gemeenten zich zullen inspannen.

De woningbouwplannen van gemeenten (Woningprogrammering Wes riesland), inclusief die van de drie SED-gemeenten, worden hieraan getoetst en besproken in het bestuurlijk overleg VVRE. De SED-gemeenten gebruiken nog andere instrumenten om te sturen op varia e in woningen, hoewel niet alle instrumenten overal worden gebruikt: o De gemeente Stede Broec kende in 2020 geen eigen (ac eve) grondexploita es. Enkhuizen en Drechterland voeren wel ac ef grondbeleid en hebben hiermee invloed op alle typen woningen voor de markt. o De gemeenten hebben geen doelgroepenverordening. Stede Broec is wel bezig met het ontwikkelen van een doelgroepenverordening, maar deze is nog niet ac ef. o Er wordt in geen van de gemeenten gewerkt met een huisves ngsverordening; er wordt gewerkt met een uitgeklede versie in de vorm van regionale urgen everordening. o Er is nog niet veel aandacht voor CPO’s. In het verleden is hier aandacht voor geweest, maar dit hee weinig succes gehad. In Stede Broec is onlangs ook besloten hier niet ac ef op in te ze en. In Drechterland is de raad er het meest ac ef mee bezig. Drechterland wil ruimte bieden aan CPO ini a even in bouwplannen, maar is nog niet ac ef aan het werven. o Enkhuizen is bezig met zel ewoningsplicht, alle gemeenten verkennen de mogelijkheden van opkoopbescherming.

ft

ti

ti

fi

tf

ti

ti

ti

ti

ti

ti

fi

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ft

fi

ti

ft

ti

tf

ti

ti

ti

fb

ft

ft

tt

9

RKC SED

SED-gemeenten lijken kwan ta eve doelstellingen te halen; zicht op behalen doelen varia e beperkt De SED-gemeenten liggen beleidsma g op koers om de kwan ta eve doelstellingen uit het woningbouwprogramma West-Friesland 2021-2030 te behalen, blijkt uit de analyse van de primaire bron om dit te monitoren (www.plancapaciteit.nl). Dat wil zeggen: er zijn al voldoende plannen in harde planstatus. In Drechterland is dit weliswaar niet het geval, maar is er wel een groot aantal zachte plannen. Een deel hiervan zal jdig ontwikkeld moeten worden om de doelen te behalen. De huidige woningprogrammering en de genomen besluiten leiden niet automa sch tot het realiseren van de lokale doelstellingen. In Enkhuizen zijn er geen streefwaarden, maar in Drechterland en Stede Broec zijn deze wel vastgesteld. Van de zachte plannen is voor het grootste deel nog niet bekend welke soort woningen gebouwd gaan worden. Opvallend is dat – met name in Stede Broec - ook voor een deel van de openstaande harde plannen nog geen indeling is gemaakt in sociale huur, vrije sector huur of koop. Belangrijk is dus of deze verdeeld gaan worden over de verschillende doelgroepen conform de streefwaarden (behoe en van doelgroepen). Naast varia e naar type woning is er in Drechterland ook de wens om uitbreiding in alle kernen te realiseren.

Met uitzondering van de kern Oosterblokker worden ook in alle kernen woningen gerealiseerd. In Stede Broec en Enkhuizen zijn geen speci eke doelstellingen opgenomen over de verdeling van de woningen naar de verschillende kernen. Plancapaciteit.nl wordt gebruikt om zicht te houden op de planning én terug te kijken op welk (type woning) er waar (loca e) is gerealiseerd. Regionaal helpt deze data ook om de omvang van harde en zachte voorraad in de gaten te houden. Als de data van de plancapaciteit wordt gecombineerd met opgeleverd woningen kan een overzicht worden geschetst of men op de goede weg is in het behalen van de doelstellingen op het gebied van koop-huurverdeling en prijsklassen. Kaderstellende rol raden met name in lokaal beleid sterk; meer grip nodig voor controlerende taken De kaderstellende rol van de raden is in de afgelopen jaren wisselend geweest. De raden van de SED gemeenten stonden bij de vaststelling van de regionale Woonvisie West-Friesland 2017, het Regionaal ac eprogramma wonen (RAP), het afwegingskader en de woningprogrammering op enige afstand, al konden in een regionale raadsbijeenkomst ps en sugges es worden meegegeven. De raden zijn veel intensiever betrokken geweest bij lokaal beleid (Stede Broec en Drechterland) en de besluitvorming van de verschillende bouwloca es. De controlerende rol van de raad is beperkt.

In Drechterland wordt de raad tenminste jaarlijks meegenomen in een overzicht van zachte en harde plannen vanuit de plancapaciteit, maar is alsnog een behoe e aanwezig de informa estroom te versterken. Ook in Stede Broec is behoe e aan meer grip op de lokale doelstellingen. Hier wordt – net als in Enkhuizen – de raad met name via de jaarstukken geïnformeerd. Of plancapaciteitsgegevens daarmee voldoende zijn ligt aan het ambi eniveau; de site gee geen beeld van eventuele speci ekere doelgroepen, zoals starters, ouderen, arbeidsmigranten, doorstromers of de MO/BW1-doelgroep. Aanbevelingen A. Allen: verken de noodzaak om ver jnde doelstellingen vast te stellen op doelgroepniveau (bijvoorbeeld starters, senioren, statushouders) en – indien gewenst – op het niveau van kernen. B. Allen: ga een prioritering aanbrengen in de zachte plannen op basis van het e ect van deze plannen op de realisering van de doelen uit het lokaal beleid en/of aanslui ng bij de woonwensen. C. Enkhuizen: ver jn de doelstelling op het gebied van woningbouw in een actuele, lokale woonvisie, gebaseerd op een actuele gemeentebrede analyse. Hierin kan in ieder geval een kader worden 1 Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

ti

ti

ti

fi

ff

fi

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ft

ti

fi

ti

ti

ft

ti

ft

ti

ti

fi

ti

10

geschetst voor de verdeling van huur en koop en de beoogde prijsklassen, maar eventueel ook gewerkt worden met ver jnde doelstelling op doelgroepniveau (zie aanbeveling A). D. Drechterland: houdt vinger aan de pols of de beoogde kwan ta eve doelstellingen behaald kunnen worden door jdig voldoende plannen in harde planstatus te brengen. Verken hierbij de noodzaak om actueel woningbehoe e-onderzoek te doen om deze plannen beter te laten aansluiten bij de behoe e (zie ook aanbeveling B). Ga hierbij zo mogelijk uit van de behoe en van de doelgroepen en pas in tweede instan e van de wensen en eisen van toekoms ge bewoners. E. Allen: Ga na of er op details nog mogelijkheden kunnen zijn om de sturing op varia e te verbeteren. Denk hierbij aan het opstellen van een doelgroepenverordening, het gebruik maken van erfpacht, tenderen bij kavelontwikkeling en regels voor beleggers. Zie hiervoor als handvat bijlage 15 in de Nota van Bevindingen. F.

2.

Allen: bekijk hoe de monitoring (en bijbehorende informa evoorziening rich ng de raad) kan worden versterkt, bijvoorbeeld door een dashboard die meer inzicht gee in de stand van zaken op de lokale doelstellingen i.r.t. varia e in woningbouw. Hiermee wordt de raad ook beter geposi oneerd voor haar kaderstellende rol. Deze informa e staat namelijk aan de basis van de beeldvorming van en besluitvorming door de raad. De raad kan hiervoor ook zijn raadsinstrumenten (ac eve informa eplicht) gebruiken.

Hoofdlijnen onderzoeksbevindingen

ti

ti

ft

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

fi

ti

ti

ti

ft

ti

11

RKC SED 2.1. Leeswijzer onderzoeksbevindingen De RKC hee de onderdelen: Beleid, Besluiten en projecten, Uitvoering, en Rol van de gemeenteraad bij het woonbeleid, onderzocht. We hebben in het onderzoek vooral gekeken naar de ontwikkeling in de huidige raadsperiode 2018 t/m 2022. Het onderzoek is gebaseerd op bevindingen tot en met februari 2022. Dit onderzoek is vooral gericht op de lokale situa e, maar kan niet los gezien worden van de regionale situa e en het beleid in Wes riesland. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste bevindingen en bijbehorende oordelen per onderdeel opgenomen. Voor gedetailleerdere onderzoeksbevindingen verwijzen we naar de Nota van bevindingen. Deze bevindingen hebben vervolgens geleid tot de conclusies en aanbevelingen, zoals opgenomen in hoofdstuk 1 van deze Bestuurlijke Nota. Het normenkader is gebruikt als leidraad bij de beoordeling van de bevindingen. Meestal geven we daar een oordeel bij conform onderstaande tabel. Op sommige normen, hebben we geen oordeel in verbeterpunten willen benoemen, en dat in bijbehorende voetnoten toegelicht. Tabel Beoordelingscriteria Beoordelingscriteria

Oordeel norm

▪ Het aspect voldoet (vrijwel) volledig aan de gestelde norm. Er zijn hooguit enkele kleine verbeterpunten te signaleren. De doeltre endheid kan hooguit marginaal verbeteren.

Voldoet

▪ Het aspect voldoet gedeeltelijk aan de gestelde norm. Er zijn enkele relevante verbeterpunten. De doeltre endheid kan op een aantal punten verbeteren.

Voldoet deels

▪ Het aspect voldoet niet aan de gestelde norm. Er zijn meerdere relevante en zwaarwegende verbeterpunten. De doeltre endheid kan substan eel verbeteren ▪ Er kan geen score gegeven worden (zie voetnoot)

2.2.

Voldoet niet Geen oordeel

Hoofdlijn beleid wonen

ti

ti

ff

ff

tf

ff

ft

ti

12

Hoe ziet het woonbeleid van de SED gemeenten eruit, zowel in het algemeen als speci ek met betrekking tot gevarieerde woningbouw? Deze vraag wordt behandeld in de paragrafen 2.1 en 2.2 Ligt aan dit woonbeleid een analyse ten grondslag? Deze vraag wordt behandeld in de paragrafen 2.3 en 2.4 Normen Tabel 2.2 Beoordeling normen beleid voor de drie gemeenten Norm

Norm

S

1a)

Er zijn heldere doelen geformuleerd voor gevarieerde woningbouw.

1b)

Er zijn concrete maatregelen geformuleerd om gevarieerde woningbouw mogelijk te maken.

2a)

Aan het woonbeleid ligt een onderbouwde analyse (demogra e/doelgroep en de situa e in de gemeenten/regio) ten grondslag.

2b)

Er is een concrete planning van bouwprojecten die in lijn ligt met de analyse van de behoe e.

E

D

Stede Broec -

Heldere doelen: In het college uitvoeringsprogramma 2018-2022 staat dat in 2019 een Woonvisie wordt opgesteld om een toekomstbestendige woningvoorraad te bereiken. Tot die jd was het regionaal beleid leidend. Vanaf 2019 is er gewerkt aan de woonvisie 2021-2025 “Wonen doen we samen”. Deze visie richt zich op ‘voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalita ef en energe sch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoe e, kan (blijven) wonen’. Er zijn streefpercentages voor sociale huur (20%), middeldure huur (10%), betaalbare- (30%) middeldure-(25%) en dure (15%) koop. Hoewel er aandacht is voor doelgroepen (arbeidsmigranten, doorstromers, MO/BW1 doelgroep, ouderen) zijn deze doelgroepen niet voorzien van kwan ta eve targets.

-

Concrete maatregelen: Concrete beleidsmaatregelen voor gevarieerde woningbouw komen met name tot uitdrukking in het lokaal woningbouwprogramma, om daar via bestemmingsplannen, stedenbouwkundige programma’s van eisen en/of contracten met ontwikkelaars gevarieerde woningbouw te bewerkstellingen. In de woonvisie staan enkele instrumenten op het gebied van volkshuisves ng opgenomen, zoals presta eafspraken, woonruimteverdeling en startersleningen.

-

Onderbouwde analyse: Atrivé hee eind 2018 een analyse van de regionaal woningmarktonderzoek uitgevoerd “Wes ries vooruitdenken en tempo maken”. Voor de woonvisie 2021-2025 is een nieuwe woningmarktanalyse uitgevoerd door Atrivé, speci ek gericht op Stede Broec.

-

Planning in lijn met behoe e: In het woningbouwprogramma West-Friesland 2021-2030 worden de plannen uiteindelijk concreet. Deze ging uit van een woningbehoe e van 500 woningen in Stede Broec, waar er in maart 2020 69 van waren gebouwd. In februari 2022 staan er nog 438 woningen in harde plancapaciteit, en zijn er zachte plannen voor nog eens 816 woningen. Hiermee lijkt ruimschoots aan de gestelde kwan ta eve doelen te worden voldaan.

Enkhuizen -

Heldere doelen: In het uitvoeringsprogramma van het college 2018-2022 staan doelstellingen rondom woningbouw: een toekomstbestendige woningvoorraad tot stand te brengen en om betaalbare huisves ng te realiseren voor jongeren in de huur en koopsector. De laatste woonvisie is

1 Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

ti

fi

ti

ft

ti

ft

fi

fi

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ft

ti

tf

ti

ft

ti

13

RKC SED echter sterk verouderd (2014). Hierin gee men aan het aantal woningen en de gewenste kwaliteit passend aan te laten sluiten bij de behoe e, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Deze doelstelling is niet geconcre seerd. De enige beoogde streefwaarden voor varia e in bouw komen uit een voorstel van Atrivé ( GWW 20% sociale huur, 4% vrije sector). -

Concrete maatregelen: Het beleid is – zoals hierboven reeds benoemd – sterk verouderd. Concrete beleidsmaatregelen voor gevarieerde woningbouw komen met name tot uitdrukking in het lokaal woningbouwprogramma, om daar via bestemmingsplannen, stedenbouwkundige programma’s van eisen en/of contracten met ontwikkelaars gevarieerde woningbouw te bewerkstellingen. Ook in Enkhuizen is sprake van presta eafspraken,. woonruimteverdeling en startersleningen.

-

Onderbouwde analyse: Voor de woonvisie van 2014 is gebruik gemaakt van een woningmarktonderzoek van Atrivé, inclusief een marktconsulta e met woonpartners (corpora es, zorgorganisa es, ontwikkelaars, makelaars en woonconsumenten). Atrivé hee in mei 2020 nogmaals een marktonderzoek uitgevoerd, speci ek gericht op Gommerwijk West-West. In het onderzoek van Atrivé is aangegeven dat het plan, met het advies, voldoet aan het regionaal afwegingskader. Er is geen gemeente-brede analyse.

-

Planning in lijn met behoe e: In het woningbouwprogramma West-Friesland 2021-2030 worden de plannen uiteindelijk concreet. Deze ging uit van een woningbehoe e van 400 woningen in Enkhuizen, waar er in maart 2020 80 van waren gebouwd. In februari 2022 staan er nog 531 woningen in harde plancapaciteit, en zijn er zachte plannen voor nog eens 540 woningen. Hiermee lijkt ruimschoots aan de gestelde kwan ta eve doelen te worden voldaan.

Drechterland -

Heldere doelen: Na de vaststelling van het regionaal woonakkoord is ook het Woonprogramma Drechterland 2021-2025 vastgesteld door de raad. Dit is de vervanger van de woonvisie Drechterland 2012-2020. Het woonbeleid zoals beschreven in het woonprogramma is erop gericht om aan te sluiten op de (toekoms ge) behoe e van inwoners van Drechterland. De toekomst vraagt om meer duurzame woningen, extra aandacht voor voldoende passende woningen voor starters en senioren en daarmee is het de doelstelling meer betaalbare woningen te realiseren. Voor het aspect gevarieerd wonen wordt er in het Woonprogramma Drechterland 2021-2025 streefpercentages per soort woning benoemd: sociale huur (25%), middeldure huur (10%), betaalbare koop (10%), middeldure koop (20%) en dure koop (35%). Hoewel er veel aandacht is voor doelgroepen (starters, senioren) zijn deze doelgroepen niet voorzien van kwan ta eve targets.

-

Concrete maatregelen: Concrete beleidsmaatregelen voor gevarieerde woningbouw komen met name tot uitdrukking in het lokaal woningbouwprogramma, om daar via bestemmingsplannen, stedenbouwkundige programma’s van eisen en/of contracten met ontwikkelaars gevarieerde woningbouw te bewerkstellingen. Ook in Drechterland is sprake van presta eafspraken,. woonruimteverdeling en startersleningen. Onderbouwde analyse: Er is in Drechterland geen speci ek woningbehoe eonderzoek geweest. Er is wel een analyse van relevante sta s sche gegevens opgenomen in het woonprogramma Drechterland 2021-2025

-

-

Planning in lijn met behoe e: In het woningbouwprogramma West-Friesland 2021-2030 worden de plannen uiteindelijk concreet. Deze ging uit van een woningbehoe e van 700 woningen in Drechterland, waar er in maart 2020 131 van waren gebouwd. In februari 2022 staan er nog 305 woningen in harde plancapaciteit; onvoldoende voor de behoe e. Wel zijn er zachte plannen voor nog eens 1447 woningen. Het is van belang dat een deel van deze zachte plannen jdig kunnen worden omgezet om de beoogde kwan ta eve doelen te behalen.

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ft

ft

ft

ti

ft

fi

fi

ft

ti

ft

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ft

ti

14

2.3.

Hoofdlijn besluiten en projecten

Welke besluiten hee het college/de raad genomen om doelen van woonbeleid te s muleren? Deze vraag wordt behandeld in paragraaf 3.1 en 3.2 Over welke projecten hee besluitvorming plaatsgevonden? Deze vraag wordt behandeld in paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4. Normen Tabel 2.3 Beoordeling normen besluiten en projecten voor de drie gemeenten Norm

Norm

S

3a)

Er is een duidelijk afgesproken besluitvormingsproces (inclusief voldoen aan kaders) voor het starten van woningbouwprojecten

3b)

De gemeente gebruikt zowel ac ef en passief grondbeleid en stelt voorwaarden (t.a.v. gevarieerd bouwen) aan publiek-private samenwerking.

4a)

Er is sprake van varia e naar woningen… … en spreiding over dorpskernen van woningbouwprojecten

4b)

Wensen en eisen van doelgroepen zijn meegenomen in individuele woonprojecten

E

D

Algemeen beeld besluitvormingsproces Voor het oordeel over het besluitvormingsproces volstaat een overs jgend beeld. Het regionaal en lokaal besluitvormingsproces zijn sterk met elkaar verweven, omdat bouwplannen door gemeenten getoetst worden aan het afgesproken afwegingskader uit 2019, en sinds september 2021 met een geactualiseerd afwegingskader. In deze aanpassing ligt de nadruk op de kwan ta eve afweging, het objec veren van het Wes riese vooruitdenken en concre sering van de ambi es op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. In het afwegingskader zijn minimumvereisten opgenomen, waarbij centraal staat dat gemeenten binnen hun eigen randtotaal blijven. Daarnaast zijn door de gemeenten ambi es geformuleerd die ook betrekking hebben op de diversiteit van woningaanbod, waarvoor gemeenten zich zullen inspannen. De woningbouwplannen van gemeenten (Woningprogrammering Wes riesland), inclusief die van de drie SED-gemeenten, worden hieraan getoetst en besproken in het bestuurlijk overleg VVRE. Lokaal kiest de gemeente, conform de kadervisie, per bouwplan/loca e de meest passende invulling voor de woningverdeling naar doelgroepen. Op basis van deze uitgangspunten worden overeenkomsten met ontwikkelaars gesloten. Alleen als er sprake is van een bestemmingsplan kan een bouwplan hard gemaakt worden, d.w.z.

er kunnen daadwerkelijk besluiten genomen worden om plannen in ontwikkeling te brengen door bouwgronden te ontwikkelen (hetzij eigen gronden hetzij gronden van ontwikkelaars). Bestemmingsplannen en grondexploita es worden vastgesteld door de raad. Het aangaan van overeenkomsten met ontwikkelaars gebeurt door het college (collegebevoegdheid). Stede Broec - Grondbeleid: De gemeente Stede Broec kende in 2020 geen eigen (ac eve) grondexploita es, maar voert op dit moment passief grondbeleid waarbij de gemeente een faciliterende en kader stellende rol in neemt. Uit de jaarrekening 2020 blijkt dat er drie projecten in ontwikkeling zijn: Streekhof Fase 5, Kweeklust en Florapark. Daarnaast zijn er twee projecten die al lopen, en waarvan aantallen te bouwen woningen bekend zijn: Streekhof Fase 4 en Waterweide. Stede Broec hee strategische

ti

ti

ti

ft

ti

tf

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ft

ti

tf

15

RKC SED grond bij Centrumplan Fase 5, een stuk akkerland (HES zone) en is economisch eigenaar van aantal gronden bij toekoms ge ontwikkeling van Florapark en Molensloot. Varia e naar woningen: Van de zachte plannen is voor het grootste deel nog niet bekend welke soort woningen gebouwd gaan worden. Opvallend is dat ook voor een groot deel van de openstaande harde plannen nog geen indeling is gemaakt in sociale huur, vrije sector huur of koop. Zowel het type woning (61%) als de verdeling huur/koop (90%) is hiermee in veel gevallen nog niet duidelijk. Belangrijk is dus of deze verdeeld gaan worden over de verschillende doelgroepen conform de streefwaarden (behoe en van doelgroepen). Het aandeel toegewezen sociale huur (7%) en de vrije sector (0%) liggen door het veelal ontbreken van deze indeling nog ver onder de streefpercentages. Ook de 42 woningen die in koop zijn ingedeeld vallen niet in de categorie betaalbare koop, terwijl bijna de hel van de beoogde koopwoningen in deze categorie zou moeten vallen. Doordat van veel woningen de status nog onbekend is, kan er echter nog aan de streefwaarden voldaan worden. Spreiding naar kernen: In de Woonvisie van begin 2020 zijn geen speci eke doelstellingen opgenomen over de verdeling van de woningen naar de verschillende kernen. Door het grote project Waterweide ligt het zwaartepunt van de harde plannen in Grootebroek.

In Bovenkarspel is met het Florapark eveneens een groot project (260 woningen) beoogd, hoewel dit nog zachte plannen zijn. Verder zijn er zachte plannen voor 100 woningen bij winkelcentrum Streekhof. Hetzelfde geldt voor de zachte plannen in Lutjebroek met het project Silverhof (250 woningen). Ook Grootebroek hee met Molensloot-Zuid nog een omvangrijk plan (150 woningen) in de zachte planstatus. De overige plannen zijn kleiner dan 100 woningen. Aandacht wensen en eisen van doelgroepen: Uit project Waterweide blijkt dat er is ingezet op het centraal stellen van de woonwensen van de toekoms ge bewoners bij de ontwikkeling van het plan en de woningen. Waar mogelijk zijn toekoms ge bewoners vroeg jdig bij de planontwikkeling betrokken. Er zit echter (mogelijk) een verschil tussen het betrekken van de toekoms g bewoners en de doelgroep. De nadruk in het proces lag op toekoms ge bewoners, en niet vóór die jd al op de beoogde doelgroep(en).

-

-

-

Enkhuizen - Grondbeleid: De gemeente Enkhuizen kende in 2020 een viertal projecten in ontwikkeling: Gommerwijk West-West, Zilverstraat/Hoogstraat, Bloemenbuurt en Westeinde. Daarnaast zijn er een tweetal lopende projecten; bedrijventerrein Schepenwijk (ac eve grondexploita e), en Recrea eoord Enkhuizer Zand (passief grondbeleid). Daarnaast hee de gemeente gronden die onderdeel zijn van het gebiedsontwikkeling Gommerwijk West-West en gronden die onderdeel zijn van het project Zilverstraat/Hoogstraat in bezit. -

Varia e naar woningen: Van de zachte plannen is voor het grootste deel (480 woningen) nog niet bekend welke soort woningen gebouwd gaan worden. In totaal is 32% van de woningen nog niet toegewezen. De aandelen voor huurwoningen liggen nu nog onder de beoogde streefwaarden uit het voorstel van Atrivé (15% sociale huur, 2% vrije sector). Belangrijk is dus of in de projecten waarvan de verdeling nog niet bekend is, ook huurwoningen opgenomen zullen worden. In de regionale analyse van Atrivé staat dat Enkhuizen vooral behoe e hee aan betaalbare koopwoningen tot € 185.000. Het tekort hiervan tot 2040 is volgens prognose 281 woningen. Het plan GWW is gebaseerd op de analyse van Atrivé van de vraag inclusief verdeling naar prijsklassen koop de zoals in § 2.3 genoemd. Hierin zi en 100 koopeengezinswoningen tot € 250.000. De overige koopwoningen zijn in de duurdere segmenten geplaatst.

-

Spreiding naar kernen: De bouw concentreert zich rond Enkhuizen. Er zijn geen grote plannen voor de kern Oosterdijk. 1

-

Aandacht wensen en eisen van doelgroepen: De plannen van Gommerwijk West-West zijn gestoeld op behoe e-onderzoek van Atrivé. Op basis daarvan zijn speci eke aantallen aangegeven voor 6

1 De gemeente Enkhuizen bestaat slechts uit twee kernen: Enkhuizen en Oosterdijk. Omdat Oosterdijk een zeer kleine kern is, en er

ook geen doelstellingen op het gebied van woningbouw in Oosterdijk zijn geformuleerd, wordt het niet bouwen hier niet als relevant verbeterpunt gezien.

ti

ti

ti

fi

ft

ft

ti

ti

fi

ft

ti

ti

ti

tt

ft

ft

ti

ft

ft

ti

ti

ti

16

typen woningen (van villa tot appartement). Er is verder ruimte voor speci eke woonwensen (erfdelers, stadslandbouw, zel ouw) in de plannen van Gommerwijk West-West. Drechterland - Grondbeleid: De gemeente hee geen strategische gronden in bezit. Wel is er een op e in 2019 afgesloten voor 3 jaar op een perceel grond voor toekoms ge woningbouwontwikkeling. Daarnaast had Drechterland in 2020 een zevental ac eve grondexploita es: Reigersborg Noord III 2, Zuiderkogge 4b (betre bedrijventerrein), Reigersborg Zuid V, Kerkbuurt Wijdenes, Hemschool Hem, Schellinkhout sportveldloca e, Schellinkhout dorpshuisloca e (betre een MFA ontwikkeling). -

Varia e naar woningen: De percentages sociale huur, vrije sector huur en totaal koop liggen nu ver onder de streefpercentages, maar dat komt doordat 73% van de geplande woningen nog niet is ingedeeld. Als de onbekende woningen buiten beschouwing worden gelaten dan zit de gemeente opeen verdeling van 41% sociale huur, 15% vrije huur en 44% koopwoningen. In de plannen zi en momenteel 42 koopeengezinswoningen tot € 250.000, en 165 hebben een duurdere koopprijs. Dit is in lijn met de beoogde streefwaarden.

-

Spreiding naar kernen: In het woonprogramma (2021-2025) staat dat uitbreiding in alle kernen wordt gerealiseerd. Groeikernen zijn Hoogkarspel (nabij OV) en Venhuizen. In Westwoud wil de gemeente een groei van enkele procenten. In de andere kernen gemiddeld een jaarlijkse groei van 1%. In de daadwerkelijke woningprogrammering (2 maart 2021) worden, met uitzondering van de kern Oosterblokker in alle kernen woningen gerealiseerd.

-

Aandacht wensen en eisen van doelgroepen: Voor de opzet van het plan Reigersborg Noord en Zuid is er een wooninventarisa e-avond is gehouden. Belangstellenden konden jdens deze avond hun woonwensen naar voren brengen. Er zijn in een enquête vragen gesteld over de soort wijk, het type woning, architectuurs jl, de openbare ruimte, etc.. Er zit echter (mogelijk) een verschil tussen het betrekken van de toekoms g bewoners en de doelgroep. De nadruk in het proces lag op toekoms ge bewoners, en niet vóór die jd al op de beoogde doelgroep(en).

tt

ti

ft

ti

fi

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

fb

ti

ti

ft

ti

ti

ti

17

RKC SED 2.4.

Hoofdlijn uitvoering

Op welke manier is de uitvoering van de doelstelling van een gevarieerde woningvoorraad geborgd in de gemeente? Deze vraag wordt behandeld in paragraaf 4.1 en 4.2 Op welke manier monitort de gemeente de doelstellingen van gevarieerde woningbouw, en blijkt hieruit dat doelstellingen worden gerealiseerd? Deze vraag wordt behandeld in paragraaf 4.3 en 4.4

Normen Tabel 2.4 Beoordeling normen uitvoering voor de drie gemeenten Norm

Norm

S

5a)

De organisa e hee en gebruikt mogelijkheden om plannen te beïnvloeden vanuit het oogpunt van gevarieerde woningbouw

5b)

De organisa e hee en gebruikt mogelijkheden om burgerini a even te beïnvloeden vanuit het oogpunt van gevarieerde woningbouw

6a)

De organisa e monitort de doelstellingen van gevarieerde woningbouw

6b)

De doelen voor de verschillende doelgroepen worden gerealiseerd.

3

E

D

3

Algemeen beeld sturing en beïnvloeding Naast het poli eke vraagstuk om de provincie te beïnvloeden t.a.v. de kwan teit aan woningen (plancapaciteit afstemmen op prognose woningbehoe e), stuurt het gemeentebestuur op gevarieerde woningbouw. Een gemeente hee verschillende instrumenten om te sturen op deze varia e. Met name via bestemmingsplannen wordt aandacht besteed aan voorwaarden voor kwalita ef en kwan ta ef (gevarieerd) wonen. Ook in overeenkomsten en publiek – privaat samenwerkingsmodellen met ontwikkelaars stellen de gemeenten uitgangspunten op voor varia e in doelgroepen. Via presta eafspraken met de corpora es is er invloed op de sociale huurvoorraad. Enkhuizen en Drechterland voeren ac ef grondbeleid en hebben hiermee invloed op alle typen woningen voor de markt. Stede Broec is bezig met het ontwikkelen van een doelgroepenverordening, maar deze is nog niet ac ef. Er is geen huisves ngsverordening; er wordt gewerkt met een uitgeklede versie in de vorm van regionale urgen everordening. Er is nog niet veel aandacht voor CPO’s. In het verleden is hier aandacht voor geweest, maar dit hee weinig succes gehad. In Stede Broec is besloten niet ac ef in te ze en op het creëren van ini a even, hoewel de raad wel open staat voor ini a even uit de samenleving, zoals GrootVriend in Lutjebroek. In Drechterland is de raad er het meest ac ef mee bezig.

Drechterland wil ruimte bieden aan CPO ini a even in bouwplannen, maar is nog zoekende hoe deze ac ef te werven. Algemeen beeld monitoring uitvoering Via waarstaatjegemeente zijn lokale monitors wonen beschikbaar, met informa e over aantal en groei aantal woningen, woningen naar type, eigendom en bouwjaar. Dit is bruikbaar voor de strategische lijnen en voor de P&C-cyclus. Met deze informa e kunnen echter zeer beperkt de meer gedetailleerde doelen van het beleid, waaronder de varia e in woningbouw, worden gemonitord. De Lokale Monitor Wonen biedt inzicht in de betaalbaarheid en beschikbaarheid van sociale en par culiere huurwoningen per gemeente. Hierin is zichtbaar de varia e in woningen: voorraad corpora ewoningen in verhouding tot doelgroep, aandeel passend gehuisvesten en scheefwoners, samenstelling woningvoorraad naar eigendom, huishoudens in koopwoningen naar WOZ waarde en huishoudens in koopwoning, corpora ewoning of par culiere huurwoning.

ti

tt

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ft

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

18

Verder vult de organisa e minimaal jaarlijks de gegevens bij op www.plancapaciteit.nl. Hierin is de capaciteit van de plannen verdeelt naar de verwachte periode van oplevering, naar woningtype en naar planstatus. Dit wordt gebruikt om zicht te houden op de planning en terug te kijken op wat er is gerealiseerd. Regionaal helpt deze data ook om de omvang van harde en zachte voorraad in de gaten te houden. Omdat een groot deel van de plannen nog niet is toegekend gee het slechts beperkt zicht op het bereiken van de doelstellingen, al kan – als de data van de plancapaciteit wordt gecombineerd met opgeleverd woningen – wel een overzicht worden geschetst of men op de goede weg is. Via het overleg met de VVRE en provincie wordt er overzicht gehouden naar woningtype (grondgebonden en appartementen) en naar de doelgroepen koop en huur. De site gee geen beeld van eventuele speci ekere doelgroepen, zoals ouderen, arbeidsmigranten, doorstromers of de MO/BW1-doelgroep.

1 Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Welke rol speelt de gemeenteraad in het (streven naar een gevarieerd) woningbouwprogramma? Deze vraag wordt behandeld in paragraaf 5.1 en 5.2 19

fi

ft

ft

ti

In hoeverre is de raad daarbij door het college geïnformeerd? Deze vraag wordt behandeld in paragraaf 5.3 en 5.4

RKC SED 2.5.

Hoofdlijn: rol van de raad

Normen Tabel 2.5 Beoordeling normen rol van de raad voor de drie gemeenten Norm

Rol van de raad

S

7a)

De raad hee een ac eve rol bij het woonbeleid

7b)

De raad is (hee een rol) bij de verschillende woningbouwplannen

8a)

De raad hee concrete controleerbare kaders aan het woonbeleid gesteld

8b)

De informa e aan de raad is toereikend om de doelen van beleid te kunnen controleren

E

D

Algemeen beeld rol van de raad bij regionaal beleid In 2017 hebben de raden van de SED gemeenten de regionale Woonvisie West-Friesland 2017 vastgesteld en gelijk jdig kennisgenomen van de bijbehorende stukken: het Regionaal ac eprogramma wonen (RAP), het afwegingskader en de woningprogrammering. De rol van de raad in het regionaal woonakkoord was beperkt. Op 11 maart 2020 is er een regionale raadsbijeenkomst geweest, waarbij opmerkingen, ps en sugges es zijn gegeven over het thema Wonen, lee aarheid en bereikbaarheid. Op 18 november 2020 hee een tweede regionale raadsbijeenkomst plaatsgevonden wat is gebruikt om raadsleden te informeren over het regionaal woonakkoord. Stede Broec Rol van de raad bij lokaal beleid: Op 7 november 2019 is er een themabijeenkomst voor de raad geweest om de lokale woonvisie te bespreken. Atrivé hee hier een presenta e gegeven. Raadsleden hebben zaken kunnen meegeven aan de opstellers van de woonvisie. De Woonvisie 2021-2025 “Wonen doen we samen” is op 18 februari 2021 vastgesteld door de raad en het college is de opdracht gegeven om aandacht te vragen voor een meer evenredige verdeling van koop- en (sociale) huurwoningen in de regio. Verder worden jaarlijks in algemene zin kaders vastgesteld in de programmabegro ng.

Rol van de raad bij woningbouwplan Waterweide: In juni 2016 is het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) voor het woongebied Waterweide door de raad vastgesteld. Het Masterplan Waterweide, dat het kader vormt van afspraken waarbinnen het plan Waterweide vormgegeven wordt, is een jaar later vastgesteld. Met de vaststelling van het beeldkwaliteitsplan in januari 2018 hee de gemeenteraad voor de laatste keer een ruimtelijk kader stellend besluit genomen over Waterweide. De raad wordt middels raadbrieven over de voortgang Waterweide geïnformeerd. Ook krijgt de raad de informa e over welstandsadviezen van Waterweide. In oktober 2020 hee de gemeente een schetsontwerp ontvangen van De Woonschakel dat voorziet in een planinvulling van 25 woningen op de loca e Waterweide-Kweeklust in Grootebroek. Het betre 8 koopwoningen, 6 sociale huur gezinswoningen en 11 sociale starterswoningen. In de raad van 28 januari 2021 zijn zes varianten (waaronder die van de Woonschakel) voor Kweeklust besproken in de raad. Samengevat is het raadsbesluit om te komen tot maximaal 9 sociale huurwoningen en minimaal 9 goedkope koopwoningen (passend binnen het bestaande bestemmingsplan) Controleerbare kaders: De belangrijkste uitdaging: 630 woningen nieuwe woningen erbij tot en met 2025.

Er zijn streefpercentages voor sociale huur (20%), middeldure huur (10%), betaalbare-(30%) middeldure-(25%) en dure (15%) koop benoemd. Deze doelstellingen zijn zeer concreet, zowel in aantal woningen als in de varia e in woningbouw. Via de bouwprogrammering, presta eafspraken of aan de hand van de verdelingen in overeenkomsten met ontwikkelaars voor woningbouwprojecten is hier zicht op te krijgen. Voor de bijzondere doelgroepen (migranten, doorstromers, MO/BW, ouderen) zijn geen kwan ta eve doelen (bijv. in aantallen of percentages) opgenomen. Informa evoorziening t.b.v. controlerende taken: Uit gesprek met de raad blijkt dat de jaarstukken de primaire bron van informa e zijn voor de raad. De verplichte indicator voor nieuwgebouwde woningen is voor 2018 en 2019 genoemd. Daarnaast hee Stede Broec ook indicatoren (2018-2020) voor nieuw

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ft

fb

ft

ft

ti

ft

ti

ft

ft

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ft

20

gebouwde woningen en gerealiseerde koop- en huurwoningen. Deze zijn voor alle onderdelen in 2020 onder het streefwaarde uit de begro ng. Uit de paragraaf grondbeleid blijkt dat veel projecten nog in ontwikkeling zijn zodat er geen aantallen of varia e in toekoms ge woningen worden genoemd. Buiten de P&C-cyclus zijn de informa estromen beperkt. Sporadisch komen aanvullende stukken langs de raad, zoals het trendrapport wat Pla orm 31 in 2018 voor de SED-gemeenten hee gemaakt. Er hee tot nu toe geen evalua e van de woonvisie plaatsgevonden. Uit het gesprek met een afvaardiging van de raad komt het signaal dat meer gestructureerde informa e, gekoppeld aan de doelstellingen op het gebied van aantallen en varia e wenselijk zou zijn. Enkhuizen Rol van de raad bij lokaal beleid: Er worden jaarlijks in algemene zin kaders vastgesteld in de programmabegro ng. Sporadisch is er een aanvullend raadsmoment (los van de regionale raadsmomenten). Zo is op 6 maart 2014 aan raadsleden de lokale woonvisie 2014 toegelicht. Rol van de raad bij woningbouwplan Gommerwijk West-West: In 2008 is het bestemmingsplan, met uitwerkingsplicht, Gommerwijk West-West door de raad vastgesteld. In 2015 hee de raad het college gevraagd de voorbereidingen voor woningbouw voort te ze en volgens een scenario waarbij het zogenaamde middengebied vrij van bebouwing blij .

Op basis hiervan is een voorkeursscenario uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Hierin zijn ook de (externe) adviezen toegevoegd en wordt een voorstel gedaan om in het middengebied voor een deel woningbouw toe te staan. Hier stemde de raad mee in. Verder zijn 2 amendementen aangenomen met twee tekstaanpassingen: zo wordt rekening gehouden met de actuele en toekoms ge woningbehoe e en wordt het aantal woningen gemaximaliseerd en maximaal gedi eren eerd binnen de eerder door de raad vastgestelde kaders. Voor de verdere uitwerking wordt vervolgens een voorbereidingskrediet gevraagd van € 280.000,-- vooruitlopende op een formeel te openen grondexploita e en de raad wordt voorgesteld tot een aanpassing van de planregels van het bestemmingsplan teneinde andere woningbouwplannen ( > 11 woningen) ook te kunnen faciliteren. Controleerbare kaders: De verwach ng van de woonvisie 2014 is dat het geactualiseerde beleid zal leiden tot een uitkomst waarbij het aantal woningen en de gewenste kwaliteit passend is en aansluit bij hun behoe e. Hierbij is speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Er zijn dus rich nggevende beleidskeuzen en visies, maar deze doelstellingen zijn niet gekwan ceerd. De enige gekwan ceerde doelstelling is de nieuwbouwprogrammering (400-600 woningen in de periode 2013-2020). Deze zijn goed te controleren met de bouwprogrammering.

Het toevoegen van sociale huur wordt niet concreet gemaakt, maar is eventueel controleerbaar a.d.h.v. bouwprogramma’s en de presta eafspraken met Welwonen. Informa evoorziening t.b.v. controlerende taken: In Enkhuizen is in de jaarstukken minder informa e opgenomen over de beleidsstukken rondom woningbouw dan in de andere gemeenten; er zijn geen aantallen woningen of namen van projecten (met uitzondering van GWW) genoemd. Opvallend is dat de realisa e van woningen voor uitlegloca es en inbreiding vergeleken wordt met een norm, ofwel een beoogde streefwaarde. Deze worden soms wel en soms niet gehaald. Bij de projecten (in de paragraaf grondbeleid) worden geen aantallen of varia e in toekoms ge woningen genoemd. Buiten de P&C-cyclus zijn de informa estromen beperkt. Sporadisch komen aanvullende stukken, zoals het trendrapport wat Pla orm 31 in 2018 voor de SED-gemeenten hee gemaakt, langs de raad. Er hee tot nu toe geen evalua e van de woonvisie plaatsgevonden.

Drechterland Rol van de raad bij lokaal beleid: De raad van Drechterland is intensief betrokken geweest bij de lokale woonvisie. Raadsleden hebben de mogelijkheid gehad om de Themabijeenkomst Wonen mee te maken. Hierin zijn de ontwikkelingen in Drechterland toegelicht en zijn de thema’s van de Woonvisie 2020-2024 via een interac eve werkwijze verkent. In Drechterland konden in het nieuwe woonbeleid verschillende keuzes gemaakt worden. Op 22 juni 2021 is hiervoor een consulterend rondetafelgesprek gehouden. Op 27 september 2021 zijn er diverse mo es ingediend bij de behandeling van het woonprogramma 2021-2025. Deze mo es gaan over: haalbaarheid en versnellen van woningbouw, een concreet voorstel voor Venhuizen

ti

ti

ff

ft

ft

ft

fi

ti

ti

ft

ti

ti

tt

ti

fi

ti

ft

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

tf

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

tf

21

RKC SED en mogelijkheden voor mantelzorgwoningen. Ook is er een mo e aangenomen met het verzoek om een concreet plan van aanpak op te stellen met duidelijke deadlines voor woningbouw in Drechterland. Verder worden jaarlijks in algemene zin kaders vastgesteld in de programmabegro ng. Rol van de raad bij woningbouwplan Reigersborg Noord en Zuid: De raad hee in 2007 ingestemd met de ontwikkeling van Reigersborg Zuid V. In 2013 hee de raad ingestemd met de ontwikkel- en realisa eovereenkomst Reigersborg Noord 3, de exploita eopzet en hee een krediet van € 9,7 miljoen (prijspeil 2013) beschikbaar gesteld ten behoeve van de grondexploita e Reigersborg Noord 3. Hiervoor is ook een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan in 2011 door de raad vastgesteld. Op 19 december 2016 hee de raad het exploita eplan en de uitgangspunten van het bestemmingsplan Reigersborg Zuid vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan Reigersborg V (uit 2015) is als bijlage bij de raadstukken gevoegd. In het raadsvoorstel is aangegeven dat het college de raad bij de jaarlijkse rapportages in het kader van de begro ngscyclus op de hoogte zal houden van de voortgang. Op 25 februari 2019 hee de raad het Stedenbouwkundig Plan en Beeldkwaliteitsplan voor het plan ‘Reigersborg Zuid V’ vastgesteld. Het bestemmingsplan Reigersborg Zuid V is vastgesteld op 28 oktober 2019.

Controleerbare kaders: Het woonprogramma is geconcre seerd in het streven naar 700 extra woningen tot 2025 (t.o.v. het peiljaar 2019). De streefpercentages per soort woning zijn: sociale huur (25%), middeldure huur (10%), betaalbare koop (10%), middeldure koop (20%) en dure koop (35%). Deze doelstellingen zijn zeer concreet, zowel in aantal woningen als in de varia e in woningbouw. Via de bouwprogrammering, presta eafspraken of aan de hand van de verdelingen in overeenkomsten met ontwikkelaars voor woningbouwprojecten is hier zicht op te krijgen. Informa evoorziening t.b.v. controlerende taken: Er is veel informa e opgenomen in de P&C-cyclus over de beleidsstukken, en per kern ook over woningbouwprojecten in het kader van een lee are en vitale kern. Ook aantallen gerealiseerde woningen worden genoemd. De verplichte indicator (nieuw gebouwde woningen per duizend) is voor de jaren 2018, 2019 en 2020 genoemd. Er zijn hier geen overige indicatoren opgenomen. Bij de projecten (in de paragraaf grondbeleid) is vaak al sprake van afgesloten overeenkomsten en worden in de jaarrekening wel aantallen of varia e in toekoms ge woningen genoemd. Alleen in de jaarrekening van Drechterland is melding gemaakt van par culiere ini a even voor Venhuizen en bij het project Schellinkhout sportveld.

In Drechterland is bij het vaststellen van het woonprogramma 2021-2025 verder ook de evalua e van de woonvisie 2013-2020 behandeld. In Drechterland is er – mede omwille van een pro-ac eve houding van de raad – één a twee keer per jaar een vergadering waar harde en zachte plannen besproken worden. Binnen de raad gaan stemmen op om de communica e en samenwerking tussen raad en organisa e verder te versterken door meer in de informa ebehoe e van de raad te voorzien en pro-ac ef informa e op te leveren, ofwel via een dashboard inzicht geven in de stand van zaken op de doelstellingen.

ti

ti

ti

ti

fb

ti

ft

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ft

ti

ti

ft

ft

ti

ti

ti

22

3.

Bestuurlijke reac e en nawoord RKC

3.1.

Bestuurlijke reac e colleges

.

ti

ti

23

RKC SED

24

25

RKC SED

26

27

RKC SED

28

29

RKC SED

30

31

RKC SED

32

3.2.

Nawoord RKC

Nawoord RKC De RKC vindt het jn dat de colleges aanknopingspunten zien om gevolg te geven aan een deel van de aanbevelingen en een deel hiervan verder in overweging te nemen. Het rapport geeft in hoofdlijn aan dat de SED gemeenten doeltreffendheid waren in de periode 2018-2022 op basis van de doelen in de woonvisie. Verder is de verwachte doeltreffendheid vooral afhankelijk van de realisatie van ten tijde van het onderzoek nog zachte plannen. We geven hieronder per aanbeveling nog een enkele opmerking gericht op de rol van de raad.. Aanbeveling 1 Wij zien in u reactie een goede toelichting op in hoeverre het aanbod (verschillende woningsegmenten) adequaat aansluit bij de vraag (behoefte van doelgroepen). Naast het mogelijk per project afwegen of een woonwensen onderzoek nodig/gewenst is de afweging mogelijk ook op gemeentelijk niveau te maken. Wanneer de gemeente kiest voor onderzoek en gekwanti ceerde meetbare doelstellingen, betekent dit enerzijds dat met het woonbeleid directer op de vraag gestuurd kan worden en anderzijds de raden een duidelijker zicht krijgen op invulling van de vraag. Aanbeveling 2 Het is goed om te lezen dat de projectenmonitor gereed is om een afgestemde prioritering aan te brengen en u met deze aanbeveling aan de slag gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12349289/1