CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst RTG 12 januari 2026

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststelling verslag Rondetafelgesprekken van 12 januari 20264.784 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst RTG, Cluster 1, dd. 12 januari 2026 U kunt dit rondetafelgesprek terugluisteren op: https://drechterland.notubiz.nl/dashboard

Agendapunt 1: Omgevingsvisie (2026-04) Voorzitter: RTG-griffier: College: Medewerkers: Externen: Insprekers:

R.A.T. Oud M.V. van Drooge M.H. ten Have dhr. T. Somers Mw. L. Groot, Mw. D. Hendriks (namens De Zuiderdijk is van iedereen), dhr. J. Ham (LTO Noord), dhr. J. Koopman, dhr. J. Doodeman Pers: Publieke tribune: 15 CDA

SPD

PDL

VVD

GBD

R. Hof

J. van Diepen

C.V. Welling

R.A.T. Oud

F. ter Hofstede

J.G.M. Klein Swormink

R.J.M. ten Bookum

D. van Gelderen

T.J.N. Van Kampen

A.M. Bosch

J. de Vries

D. Zwagerman

M.G. Appelman

P.C.J. Rood

D. Pellegrom

R.C.A. Laan

V.A.M. van Delft

R.J.T. Visser

J.B.M. Laan

G.M.T. CaspersNeefjes J. Groenewoud

G.D. Edelenbosch - Groot R. Rövekamp

J.A.N. Wever

B.F. de VosJanssen

M. Boon-Visser

H.G.J. Sijm

x

x

x

x

G.P. Stam

x

A.C. SchoutenBorgemeester

Voorgesteld besluit: 1. In te stemmen met de nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen ten opzichte van het ontwerp van de omgevingsvisie. 2. De Omgevingsvisie SED vast te stellen voor het grondgebied van de gemeente Drechterland. De voorzitter heet iedereen welkom bij de eerste vergadering van het nieuwe jaar. Hij stelt voor om de agendapunten 1 en 2 om te wisselen, zodat de insprekers die voor de Omgevingsvisie zijn gekomen, indien gewenst daarna kunnen vertrekken. Verder wijst hij op de nieuwe microfoons en de werkwijze met de pasjes. Daarna stelt hij de insprekers voor en geeft hen als eerste het woord. De heer Doodeman: Heeft een agrarisch bedrijf in Wijdenes. De Provincie heeft 20 jaar geleden ons lang ingetekend als mogelijk in te richten natuur voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Dit is gedaan zonder ons medeweten. Tot nu toe is dit land nooit als natuur ingericht en ook zo nooit gebruikt. Hetzelfde is het geval bij drie andere agrariërs in onze omgeving. De gemeente heeft deze ingetekende stukken land in het Omgevingsplan overgenomen als zijnde natuur. Dit is niet correct. Ik ga er vanuit dat dit onbewust foutief is overgenomen van de plannen van de Provincie Noord-Holland. We zijn extra alert geworden eens goed te kijken door handhavingsverzoeken die bij de gemeente zijn gedaan bij twee van de vier getroffen agrariërs. Dus handhavingsverzoeken

op naleven van de regels die de regels niet zijn. Namelijk van natuurland die nooit ontwikkeld is als natuur. We hebben allen een gangbaar bedrijf en we zijn niet gebaad bij het veranderen van land met agrarisch gebruik naar natuurbestemming. De beperking die natuur met zich mee brengt zijn namelijk groot. Denk hierbij aan de volgende aspecten: voer, gras en mais. Kwaliteit en kwantiteit van gras gaat flink achteruit door beperkingen als later maaien en rustperiodes die vaak gelden op natuurland. Hierdoor zouden wij meer kwalitatief hoogwaardig voer moeten aankopen om onze dieren op de norm te kunnen voeren. Mestplaatsing, op natuurland geldt vaak een beperking op mest. Wij hebben deze mestplaatsing ruimte hard nodig om de mest van onze dieren te kunnen plaatsen. Land ingericht als natuur verliest een flink deel van zijn waarde. Als natuurland ingericht land heeft een flink lagere waarde bij verkoop als wat agrarisch in gebruik is. De rest van het agrarische bedrijf daalt ook flink in waarde door deze beperking. Vergunning en financiering: bedrijven die dichtbij of in natuurgebieden zitten hebben meer moeite met het verkrijgen van vergunningen. Ook kan het lastiger zijn om een nieuwe financiering te verkrijgen, door de afname van de waarde van hun bedrijf of doordat het verdienvermogen kleiner is geworden.

Mevrouw Groot: Geachte voorzitter, geachte raadsleden, Dank u wel voor de gelegenheid om vandaag in te spreken over de Omgevingsvisie 2026. Ik sta hier namens mijn eigen agrarische onderneming én namens vier andere agrarische ondernemers uit de gemeente Drechterland. Wij verzoeken u om de Omgevingsvisie 2026 op een wezenlijk punt aan te passen vóór vaststelling. Het gaat om gronden die door de gemeente als ‘natuur’ worden aangeduid, terwijl deze door de provincie inmiddels zijn ontgrenst uit het Natuurnetwerk Nederland, óf wel als NNN zijn aangewezen maar nooit als natuur zijn ingericht of gerealiseerd. Wij vragen u om in de Omgevingsvisie vast te leggen dat deze gronden beleidsmatig als agrarisch worden aangeduid, en niet als natuur. Ik licht dit toe aan de hand van onze eigen situatie. Sinds 2018 teel ik pioenen op één hectare grond die al sinds de jaren ’50 onafgebroken agrarisch in gebruik is. In 2021 hoorden wij, tijdens een vergunningprocedure voor iets anders, tot onze grote verbazing dat deze grond de bestemming ‘natuur’ had. Dit bleek te herleiden tot een EHS/NNN-aanduiding die de gemeente in 2013 één-op-één heeft overgenomen in het bestemmingsplan, terwijl het hier ging om niet-gerealiseerde natuur. De gemeente was hiertoe wettelijk niet verplicht en heeft de eigenaren destijds ook niet persoonlijk geïnformeerd.

Op advies van de gemeente hebben wij een ontgrenzingsverzoek ingediend bij de provincie Noord-Holland. De provincie liet een ecologisch onderzoek uitvoeren, waaruit een ecologisch rapport is geschreven en uit dit rapport bleek dat ontgrenzing ecologisch verantwoord was. Gedeputeerde Staten hebben vervolgens officieel per brief aan ons bevestigd dat het perceel is ontgrenst en buiten het Natuurnetwerk Nederland valt. Voor de provincie is deze grond dus géén natuur meer en er zijn ook geen natuurdoelen mee. Toch ontvingen wij in 2024 een handhavingsverzoek van de gemeente, met de mededeling dat onze pioenen op ‘natuurgrond’ staan en verwijderd moeten worden, op straffe van een dwangsom van € 40.000. Dat terwijl de provincie meerdere keren expliciet heeft bevestigd dat het perceel geen natuur betreft en de gemeente heeft verzocht dit op te pakken. Waarom wordt dit stuk grond dan in het omgevingsplan nog aangeduid als natuur? Ik heb meerdere malen gevraagd aan de gemeente of de gemeente zelf natuurdoelen of een natuurbeleid heeft voor dit stuk grond, maar de gemeente geeft aan dat er geen natuurbeleid is voor dit stuk grond. De enige reden dat het nog als natuur wordt aangeduid, is omdat het in 2013 zo 1-op-1 is overgenomen van de provincie. Aanpassing van een omgevingsplan kan niet zomaar, dat kan alleen via een raadsbesluit. En daarom sta ik hier vandaag.

Deze situatie laat zien wat er misgaat als beleid niet wordt geactualiseerd: onnodige bureaucratie, juridische onzekerheid en grote financiële en emotionele gevolgen voor ondernemers, terwijl er geen enkel natuurdoel wordt gediend. Dit probleem speelt niet alleen bij ons. In de gemeente Drechterland zijn meerdere percelen die van agrarische ondernemers door de provincie worden aangeduid als ‘NNN-grond, maar niet ingericht’. Deze gronden:

• •

zijn nooit gerealiseerd als natuur, kennen geen concreet natuuruitvoeringsplan, en zijn al jarenlang regulier agrarisch in gebruik.

Door deze gronden toch beleidsmatig als ‘natuur’ aan te duiden, ontstaat wat wij noemen papieren natuur: wel beperkingen, maar geen realisatie. Voor agrarische ondernemers betekent dit niet alleen forse beperkingen voor het gebruik van de grond. Er zitten bijvoorbeeld strikte regels aan bemesting en gewasbeschermingsmiddelen zijn absoluut niet meer toegestaan. Daarbij komt nog dat de grond direct in waarde is gedaald. Natuurgrond is gemiddeld 40 tot 70% minder waard dan agrarische grond! Wat dit probleem extra schrijnend maakt, is dat deze papieren natuuraanduidingen derden de mogelijkheid geven om handhavingsverzoeken in te dienen tegen agrarische ondernemers. Organisaties zoals Mobilisation for the Environment (MOB) maken hier actief gebruik van, waardoor de gemeente Drechterland in oktober 2025 meerdere handhavingsverzoeken heeft ontvangen tegen agrarische bedrijven die feitelijk op reguliere landbouwgrond actief zijn. Een Omgevingsvisie moet de beleidsrealiteit correct weergeven. Dat betekent dat vastgestelde provinciale ontgrenzingen en het onderscheid tussen gerealiseerde en niet-gerealiseerde natuur ook daadwerkelijk worden verwerkt in gemeentelijk beleid.

Daarom willen wij u vragen om in de Omgevingsvisie 2026 expliciet vast te leggen dat: • vastgestelde provinciale NNN-ontgrenzingen volledig en herkenbaar worden verwerkt en deze gronden beleidsmatig als agrarisch worden aangeduid; • gronden die nooit als natuur zijn gerealiseerd en feitelijk agrarisch in gebruik zijn, niet langer als ‘natuur’ worden bestempeld. Een betrouwbare overheid actualiseert haar visie wanneer beleid aantoonbaar is achterhaald. Doet zij dat niet, dan ontstaan situaties zoals deze: ondernemers die alles volgens de regels willen doen, maar vastlopen in verouderde kaarten, tegenstrijdig beleid en een systeem waar zij geen grip op hebben. Wij zitten inmiddels met de handen in het haar. Omdat de handhavingsverzoeken ons om de oren vliegen, dwangsommen en onzekerheid over ons/(mijn) financieel inkomen en bestaansrecht. Ondanks dat vaststaat dat deze gronden géén natuur zijn en ook nooit als zodanig zijn gerealiseerd. Dit vraagt veel, financieel, emotioneel en mentaal, van agrarische gezinnen en bedrijven die al generaties lang zorg dragen voor hun grond. U heeft als raad de mogelijkheid om dit te voorkomen. Door beleid in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid. Door duidelijkheid te scheppen waar nu onzekerheid heerst. En door te zorgen dat agrarische ondernemers niet langer de dupe worden van papieren natuur en bestuurlijke traagheid.

Wij vragen u om bij de vaststelling van de Omgevingsvisie 2026 ruimte te maken voor een correctie, zodat provinciale ontgrenzingen en de feitelijke situatie op een zorgvuldige manier worden verwerkt en agrarische ondernemers niet ten onrechte worden benadeeld. Dank u wel voor uw aandacht. Mevrouw Hendriks: Goedenavond voorzitter, raadsleden, Laat ik eerst namens Laura, Rick en mijzelf bedanken voor de tijd die wij krijgen om in te kunnen spreken vanavond. Wij spreken vandaag namens De Zuiderdijk is van iedereen. van wandelaars, van fietsers, van sporters — maar óók van automobilisten en motorrijders. Dat laatste is blijkbaar toch nog steeds spannend. In aanloop naar deze RTG hebben wij de Omgevingsvisie SED gelezen en doorgezocht op voor ons een belangrijk onderwerp: de Zuiderdijk. En zo kwamen wij op pagina 22 van dit document een passage tegen over de Zuiderdijk, die bij ons de wenkbrauwen deed omhooggaan.

Daar staat namelijk onder andere: “Natuur, dagrecreatie en sport zijn de functies die we hier tot hun recht willen laten komen.” Op het eerste gezicht klinkt dat natuurlijk erg sympathiek. Maar deze zin is te eenzijdig en te kort door de bocht. Want de Zuiderdijk is niet alleen een recreatiegebied. Het is, en blijft, een openbare weg, met een verkeers- en ontsluitingsfunctie, die dagelijks wordt gebruikt door inwoners, bezoekers, ondernemers en hulpdiensten. Door alleen natuur, dagrecreatie en sport als “de functies” te benoemen, ontstaat het beeld dat andere vormen van gebruik hier eigenlijk ondergeschikt zijn. Daarmee wordt de indruk gewekt dat de Zuiderdijk zich ontwikkelt tot een primair recreatieve route, in plaats van een openbare weg voor alle gebruikers, terwijl dat niet de uitkomst was van het participatietraject. Wat bewoners tijdens de bijeenkomsten in oktober 2025 juist heel duidelijk hebben gezegd, was geen óf-óf, maar én-én: geen uitsluiten, geen verplaatsen van problemen, maar samenhang. Wandelaars, fietsers en gemotoriseerd verkeer die deze dijk samen gebruiken, met duidelijke regels, passende inrichting en vooral: handhaving op gedrag — voor iedereen. Dan nog het tweede punt uit dezelfde alinea, waarin staat: “We waken voor te veel snelheid en lawaai op de dijk en bouwen het gebruik door motoren geleidelijk af.” Ja…. Hier wringt de schoen echt.

Als eerste willen we u allen eraan herinneren dat de gemeente door de Raad van State al is teruggefloten bij een motorverbod op de Zuiderdijk. Dat verbod is vernietigd, omdat er geen duidelijke geluidsoverlast kon worden aangetoond. Door motoren niet, maar eigenlijk überhaupt niet, want de geluidsscore op de dijk behaalde “goed tot zeer goed”. Motoren zijn sindsdien dus gewoon weer toegestaan. Ook tijdens beide participatieavonden is het “afbouwen van motoren” niet als gedragen wens naar voren gekomen. Integendeel: meerdere keren is benoemd dat motoren juridisch zijn toegestaan en dat overlast draait om gedrag, niet om voertuigtype. En dat geldt net zo goed voor groepen wielrenners en wandelaars die pokhouterig zij aan zij blijven lopen, wanneer een auto wil passeren. Het opnemen van de huidige tekst in een richtinggevend visiedocument roept daarom vragen op over: - Waar zijn we het afgelopen jaar met z’n allen mee bezig geweest, want dat is nergens terug te vinden – juridische haalbaarheid, – uitvoerbaarheid, – en de verwachtingen die hiermee bij bepaalde inwoners worden gewekt. Daarom willen wij u graag de volgende alinea meegeven, die wat ons betreft letterlijk in de Omgevingsvisie thuishoort, in plaats van de huidige alinea: “Natuur, dagrecreatie en sport zijn belangrijke functies die we hier in samenhang willen versterken.

Het is een dijk waarop men graag wandelt, fietst, sport en van het uitzicht geniet, naast de functie als bestaande openbare weg. Ieder op zijn manier. Aan de dijk zijn hoge natuurwaarden binnen- en buitendijks verbonden. Het beheer van de dijk is gericht op het versterken van planten- en dierenrijkdom, het bevorderen van verkeersveiligheid en het beperken van overmatige snelheid, met behoud van bereikbaarheid voor alle vormen van verkeer.” Tot slot nog iets wat ons opviel in een ander document wat ter voorbereiding aan u werd

aangeboden bij deze RTG. Het document B4. Participatierapport SED. Ook hierbij gingen onze wenkbrauwen omhoog en keken we elkaar met een vragende blik aan, want het bevat NIETS over de twee grote bewonersavonden over de Zuiderdijk. Met enige creativiteit kunnen we in hoofdstuk 4.6 recreatie een losse zin koppelen aan deze bewonersavonden. Daar staat namelijk heel kort: “Drechterland; liever handhaven dan uitsluiten.” Een zin die wij overigens volledig onderschrijven — maar die hier niet concreet wordt gemaakt. Gaat dit over de Zuiderdijk? Is dit werkelijk het enige wat na deze avonden is blijven plakken? En het feit dat dit onder ‘recreatie’ is weggeschreven, betekent dat dan ook dat de gemeente op deze dijk ‘recreatie’ als hoofddoel ziet? Voorzitter, raadsleden, Wij zijn niet tegen natuur. Niet tegen wandelaars, fietsers en recreatie. En zeker niet tegen veiligheid. Maar wij zijn wél voor: – een Omgevingsvisie die juridisch houdbaar is, – die recht doet aan recente participatie, – en die geen beleidsrichting suggereert die bewoners nooit zo hebben bedoeld. De Zuiderdijk is van iedereen. En laten we dat ook zo opschrijven in dit jarenlang bindende document. De heer Koopman: Mijn naam is Jelle Koopman. Ik woon samen met mijn vrouw en 2 jonge kinderen aan de Koggeweg in de polder de Drieban.

Daar hebben we een agrarisch bedrijf, kortgeleden overgenomen van mijn ouders, in de vorm van een melkveehouderij. We houden melkkoeien waardoor het leveren van melk onze hoofdtak is en we daarmee proberen ons inkomen te verdienen. Om dit bedrijf succesvol te draaien hebben we landbouwgrond in gebruik wat voornamelijk bestaat uit grasland. Zodoende is de omgeving rond ons bedrijf het gehele jaar groen. Tijdens het groeiseizoen lopen onze koeien en kalveren veelal op de weilanden. Het weiden van onze dieren vinden we zelf prachtig en wordt ook zichtbaar gewaardeerd door onze omgeving. Veel inwoners uit het dorp lopen dagelijks bij ons langs, over het wandel/fietspad richting de dijk, om zo hun rondje door en langs de polder te vervolgen. De vruchtbare kleigrond in de polder de Drieban is al decennia in gebruik als agrarische grond. Er wordt gewerkt met de natuur. Vele verschillende soorten teelten zijn hier mogelijk, denk bijvoorbeeld aan kool, tulp en fruitteelt. Al ver voor de verkaveling begin jaren 60, toen de polderwegen werden aangelegd, werd hier al landbouw bedreven, om levensbehoefte nummer 1 te produceren: voedsel. De vele nog bestaande stolpboerderijen langs de Zuiderdijk, maar ook in de dorpen zorgen voor een zichtbare herinnering van deze agrarische activiteit in het verleden. Zoals gezegd is voor een melkveebedrijf als de onze, landbouwgrond zeer belangrijk.

We voeden de vruchtbare bodem door een juiste bemesting toe te passen, binnen de wet- en regelgeving, waardoor er een goede kwaliteit gras kan groeien. Hoe beter dit lukt, hoe beter de koeien dit kunnen verwerken tot melk, waardoor we minder externe inputs nodig hebben. De bodem blijft op deze manier in uitstekende kwaliteit, zodat ook toekomstige generaties hiervan kunnen eten. Nu waar ik hier voor sta. In het verleden heeft de Provincie Noord-Holland zogenoemde Natuur Netwerk Nederland Gronden (NNN-gebieden) aangewezen. Dit bedoeld om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Een gedeelte van deze gronden was al in eigendom van de provincie, van het Hoogheemraadschap of van terrein beherende organisaties zoals Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten, maar ook is een groot gedeelte ingetekend op agrarische landbouwgrond. Bij de provincie staan deze gronden terecht aangewezen als niet-verworven, zijn er ook geen

natuurdoelen aan verbonden, en zijn dus niet gerealiseerd. De Gemeente Drechterland heeft van al deze agrarische gronden, waaronder een heel gedeelte wat wij in eigendom en in gebruik hebben, in het vorige bestemmingsplan de functie gewijzigd van landbouw naar gerealiseerde natuur. Een wijziging met enorme gevolgen voor ons bedrijf en eigendom. En dat zonder dat wij hierover persoonlijk op de hoogte zijn gebracht, en zonder dat hiervoor toestemming is verleend door ons als eigenaar. Het wijzigen van functie landbouw naar natuur brengt veel beperkingen met zich mee. Wat betekent dit voor ons melkveebedrijf: o minder of niet bemesten naar behoefte, waardoor gewasopbrengsten enorm zakken, zowel in kwaliteit als kwantiteit. Voor een gelijke productie moeten wij meer voer extern kopen, waardoor de kostprijs van ons product enorm negatief wordt beïnvloed. o Deze gronden mogen niet meer worden bewerkt. Andere gewassen dan de huidige mogen daardoor niet worden geteeld. Het uitruilen van grond voor een vruchtbare rotatie met andere teelten is onmogelijk geworden. o Effectieve onkruidbestrijding is niet meer mogelijk. Waardoor de zaden ook verspreiden over de omliggende percelen o De fauna is minder te beheersen in het gebied. Wat leidt tot nog meer gewasschade door bijvoorbeeld ganzen. En daarmee zakt onze landbouwgrond, verworven met bestemming agrarisch, enorm in waarde.

Dit is in de praktijk minimaal 50%. Bij de huidige landbouwgrond prijzen is dit een afwaardering van elke hectare van minimaal 80.000 euro. Hierdoor ziet de bank het onderpand ineens verdwijnen, waardoor de extra risico’s naar ons worden vertaald door hogere rentes te berekenen. Zodoende een zeer grote schadepost voor onze dagelijkse bedrijfsvoering. Op deze manier zien wij ons inkomen volledig verdwijnen en kunnen we ons bedrijf wel stoppen. En zoals u ziet zijn er nog een heel aantal ondernemers hier aanwezig waar precies hetzelfde speelt. Kortom, ik zou jullie willen vragen de foutieve wijziging van onze agrarische gronden naar bestemming natuur in het bestemmingsplan van 2013, te herstellen in de omgevingsvisie van 2026. Ik hoop dat u de urgentie hiervan begrijpt en de juiste actie zal ondernemen. Bedankt voor uw aandacht, De heer Ham, LTO noord, afdeling Westfriesland Bedankt dat ik ook de kans krijg om in te spreken. Ik ben Joeri Ham en namens LTO-Noord afdeling West-Friesland wil ik reageren op de NNN gebieden in de omgevingsvisie. Als LTO hameren wij regelmatig op het behoud van landbouwgrond. Ook in de door de afdeling opgestelde landbouwvisie (https://www.ltonoord.nl/actueel/visie-op-land-en-tuinbouw-lto-noordafdeling-west-friesland-2030) komt dit uitgebreid aan bod.

Het behoud van landbouwgrond is juist in deze regio van groot belang, omdat er meerdere teelten zijn , die alleen in deze regio (zo goed) lukken. Denk daarbij aan bloemkool, broccoli en peren. Dit als gevolg van de goede grond en vooral de klimatologische omstandigheden. Anderzijds is het ons niet ontgaan, dat de druk op de grond groot is. Er is grond nodig voor woningbouw, infrastructuur, energieopwekking, natuur, recreatie et cetera. Dit houd keuzes in. Daar waar echter ruimte voor agrarisch gebruik kan ontstaan zou hier ook op ingezet moeten worden. Als een perceel grond, dus niet meer noodzakelijk is voor natuur- of andere ontwikkeling zou deze weer terug moeten naar agrarisch. Dit geeft op andere plekken weer ruimte voor een andere invulling. Ruimte voor ontwikkeling van agrarische bedrijven blijft nodig gezien de vele bedrijven met jonge ondernemers, die klaar staan voor de toekomst van de sector. Tevens zag ik in de stukken, dat de provincie Noord-Holland het voornemen heeft om de stiltegebieden te herzien. Daar wordt dan meteen de conclusie aan verbonden dat er

stiltegebieden in het SED gebied gaan verdwijnen. Het lijkt mij logisch, dat er voor NNN gebieden een zelfde redenatie gevolgd wordt. Dank voor uw aandacht. Door de raadsleden en fractievertegenwoordigers worden vragen gesteld aan de insprekers over: Indienen zienswijzen, eerdere bekendheid met aanwijzing NHN gebied, bekend met meer soortgelijke gevallen en deze vragen worden door de insprekers beantwoord. Door de raadsleden en fractievertegenwoordigers worden vragen gesteld aan de portefeuillehouder over: Bereidheid om aanwijzing van de NNN gronden nog aan te passen in de nu voorliggende Omgevingsvisie, is het mogelijk om ook de Omgevingsvisie te wijzigen/amenderen t.a.v.

de NNN gronden, mogelijkheid vroegtijdig repareren omgevingsplannen, MER en aanvulling op het OER voorgelegd aan de commissie die de MER heeft beoordeeld, woningbehoefte in Drechterland het grootst, waarop gebaseerd? instemmen met de visie op doorfietsroutes, hoe worden plannen getoetst aan de Omgevingsvisie en wie velt het oordeel, prioritering woningbouw in de kernen en waar is de afweging expliciet vastgelegd, woningbouw en mobiliteit, participatie doorschuiven naar de programma’s en niet al op hoofdlijnen verwerken in deze Omgevingsvisie, ondernemers positioneren, wanneer is de Omgevingsvisie leidend bij besluiten en wanneer kan ervan worden afgeweken, hoe wordt de uitvoering van de Omgevingsvisie gemonitord en op welke momenten wordt de raad hierover geïnformeerd, wanneer kan de raad bijsturen, omgaan met onzekerheden die in de OER worden benoemd, duurzame landbouw als ambitie niet concreet gemaakt, wanneer botsen ambities en welk afwegingskader is dan doorslaggevend en wie bepaalt dat, wanneer komen de omgevingsplannen aan de orde, verlenen vergunning aan partijen die plannen hebben voor opwek grootschalige energie met zonnepanelen en windturbines, wat bedoelt u met belangrijke voorwaarden, voorwaarden RES bij zonne-energie, hoe meenemen raad bij herijking Omgevingsvisie, hoe vaak worden de Omgevingsplannen door de raad bekeken en t.o.v.

een Omgevingsvisie afgewogen in een jaarcyclus. De portefeuillehouder gaat als eerste in op de inbreng van de insprekers en licht toe wat de Omgevingsvisie inhoudt. Het is een document met toekomstplannen op zes thema’s. Het is dus geen Omgevingsplan. De visie is geen juridisch stuk en er staan dus ook geen juridische regels in die burgers of bedrijven binden. De Omgevingsvisie bindt alleen de raad zelf. De NNN waarden maken hier ook geen deel van uit. Het is een dynamisch stuk en wordt in principe om de twee jaar aangepast waar nodig. Op basis van de Omgevingsvisie kan de raad geen bestemmingen op gronden wijzigen. Dat doet een wijziging van het Omgevingsplan. Op basis van de visie wordt naar Omgevingsplannen gekeken. Vervolgens legt hij de insprekers uit dat zij de bestemming van hun stuk grond kunnen wijzigen door dit neer te leggen bij de raad. Ten aanzien van de Zuiderdijk en het motorvoertuigen luw maken van de Zuiderdijk verwijst hij o.a. naar de visie op Drechterland van 2021, waarin de raad heeft besloten dat van april tot oktober de Zuiderdijk motorvoertuig luw moet worden gemaakt. Dit uitgangspunt van de raad is in de Omgevingsvisie meegenomen. Hij kan zich voorstellen dat de raad, gezien de ontwikkelingen van de laatste tijd, dit anders wilt. Dit zou met een amendement kunnen.

Ten aanzien van de participatie verwijst hij naar het verslag en de bewonersbijeenkomsten over de Zuiderdijk zijn nog te recent. Daarom staan die er niet in. De Omgevingsvisie is al wat langer klaar. Vervolgens beantwoordt de portefeuillehouder de vragen van de fractievertegenwoordigers. Ten aanzien van de vragen over betrekken van de raad bij het monitoren en herijken van de Omgevingsvisie, stemt hij in met het houden van thema-avonden. Verder gaat hij in op de procedures die gevolgd moeten worden bij het wijzigen van omgevingsplannen, geeft aan dat hij geen manier weet om bestemmingsplannen vroegtijdig te repareren en dat het aanleggen en financieren van doorfietsroutes een volgende stap is. De portefeuillehouder bevestigt dat de zienswijzen én de punten die de insprekers nu aangeven worden meegenomen vanuit de Omgevingsvisie bij de beoordeling van de omgevingsplannen. De heer Somers beantwoordt de vragen over duurzame landbouw in relatie tot het OER (Omgevingseffectrapportage).

Toezeggingen: RTG Advies: het voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 26 januari 2026

Agendapunt 2: Woonprogramma Drechterland 2026-2030 (2026-01) Voorzitter: RTG-griffier: College: Medewerkers: Externen: Insprekers: Pers: Publieke tribune:

R.A.T. Oud M.V. van Drooge M.H. ten Have SWECO, mw. D. Eriks 10

CDA

SPD

PDL

VVD

GBD

R. Hof

J. van Diepen

C.V. Welling

R.A.T. Oud

F. ter Hofstede

J.G.M. Klein Swormink

R.J.M. ten Bookum

D. van Gelderen

T.J.N. Van Kampen

G.P. Stam

A.M. Bosch

J. de Vries

D. Zwagerman

M. Boon-Visser

x

P.C.J. Rood

D. Pellegrom

J.B.M. Laan

G.M.T. CaspersNeefjes J. Groenewoud

H.G.J. Sijm

x

R.C.A. Laan G.D. Edelenbosch - Groot R. Rövekamp

x

x

M.G. Appelman

V.A.M. van Delft

R.J.T. Visser

J.A.N. Wever

B.F. de VosJanssen

x

A.C. SchoutenBorgemeester

Voorgesteld besluit: 1. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het Woonprogramma 2026-2030 Drechterland. Door de raadsleden en fractievertegenwoordigers worden diverse vragen gesteld aan de wethouder over: Inzetten op 30% sociale huurwoningen hoe te realiseren, differentiatietabel type woningen en minimale oppervlakte maten van 50 m², visie op antispeculatiebeding en zelfbewoningsplicht, woningvraag arbeidsmigranten, verslag themabijeenkomst in SED-verband, vraag naar 960 woningen boven de harde plannen tot 2030, gaan we dat halen, overzicht harde plannen toevoegen met type woningen, wat wordt verstaan onder semi permanente woonvormen, mist de bouw van knarrenhofjes of wooncirkels, tinyhouses etc., startersleningen, woningen voor senioren vnl. in het duurdere segment, plannen per kern aangegeven als maatwerk; risico aandacht vnl. naar Hoogkarspel-Zuid, specificeren plannen per kern toevoegen, risico’s plannen vanaf 12 i.p.v.

25 woningen bij eis van 30% sociale huurwoningen, opheffen beperkingen bij splitsen woningen, ambities voorrang eigen inwoners én betaalbaarheid afdwingen, Bouwadvies Toegankelijkheid (BAT 1, 2, 3 en 4), motie “grip op betaalbare woningen” is integraal verwerkt; toelichting aanpassing percentage goedkope koop van tussen de 20 en 25% naar 15%, ambtelijke capaciteit onder druk en prioritering, notitie van inspraak en de zorgen van de woningcorporaties over leefbaarheid, grip op huurprijzen in de vrije markt, afwijken bij prijsvorming van woningen door het college i.p.v. de raad, Philadelphia en speciale woonvormen, onderzoek naar tijdelijke behoefte aan voorzieningen, waarom de nadruk op starters en niet op senioren, wens van starters op grondgebonden wonen, beter benutten bestaande woningvoorraad en leegstandsverordening, recreatie en toerisme in Hoogkarspel.

Portefeuillehouder Ten Have beantwoordt de vragen. Ten aanzien van het antispeculatiebeding en het zelfbewoningsbeding komt op korte termijn een voorstel naar de raad.. Ook kondigt hij een voorstel aan voor de verhoging van het budget startersleningen. Of er een verslag van de SED themabijeenkomst woningbouw is zoekt hij uit. De aanpassing van het percentage uit de motie “grip op betaalbare woningen” naar 15% heeft te maken met de haalbaarheid van het bouwproject. Mevrouw Eriks beantwoordt de vraag over het Bouwadvies Toegankelijkheid. Toezeggingen: - De portefeuillehouder zoekt uit of er een verslag is gemaakt van de SED themabijeenkomst woningbouw en zendt deze toe. Er komt op korte termijn een raadsvoorstel over het antispeculatiebeding en het zelfbewoningsbeding en over de verhoging van het budget startersleningen. RTG Advies: het voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 26 januari 2026 Agendapunt 3: Bommenregeling Houterweg (2026-02) Voorzitter: RTG-griffier: College: Medewerkers: Externen: Insprekers: Pers: Publieke tribune:

R.A.T. Oud M.V. van Drooge I. Brouwer 5

CDA

SPD

PDL

VVD

GBD

R. Hof

J. van Diepen

C.V. Welling

R.A.T. Oud

F. ter Hofstede

J.G.M. Klein Swormink

R.J.M. ten Bookum

D. van Gelderen

T.J.N. Van Kampen

M. Boon-Visser

A.M. Bosch

J. de Vries

D. Zwagerman

M.G. Appelman

P.C.J. Rood

D. Pellegrom

R.C.A. Laan

V.A.M. van Delft

R.J.T. Visser

J.B.M. Laan

G.M.T. CaspersNeefjes J. Groenewoud

G.D. Edelenbosch - Groot R. Rövekamp

J.A.N. Wever

B.F. de VosJanssen

H.G.J. Sijm

x

x

x

x

x

G.P. Stam

A.C. SchoutenBorgemeester

Voorgesteld besluit: 1. gebruik te maken van de Bommenregeling door een subsidieaanvraag in te dienen bij de RVO; 2. De aanvraag in te dienen voor het project aan de Houterweg voor een bedrag van €125.027,16 (waarvan 68% subsidiabel is) De portefeuillehouder, de heer Brouwer geeft aan dat het project is afgelopen en dat er achteraf om subsidie wordt gevraagd. Door de raadsleden en fractievertegenwoordigers worden vragen gesteld over: subsidie aanvraag bij de juiste instantie, van welk budget worden de kosten betaald, zijn er meer plekken waar zo’n onderzoek nodig is, onderzoeksgebied ruimer genomen of alleen dit gebied.

De portefeuillehouder en beantwoordt de vragen. Toezeggingen: RTG Advies: het voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering van 26 januari 2026. De voorzitter sluit de vergadering om 22:55 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16493000/1