Bericht raadslid Medemblik aangaande vragen aan college inzake voormalige vuilstort Westwoud
Tekst van het document
Geachte raadsleden, De Stichting Ouderen Netwerk West-Friesland heeft, samen met een aantal andere partijen, een rechtszaak aangespannen tegen de Nederlandse Staat. Dit proces wordt gevoerd door Knoops Advocaten, een gerenommeerd advocatenkantoor. Op 11 februari 2026 wordt er uitspraak gedaan. De uitkomst van deze rechtszaak kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de kosten die samenhangen met de sanering van het terrein van de voormalige vuilstort in Westwoud. Tegen deze achtergrond acht ik het opmerkelijk dat de betrokken gemeentebesturen hebben besloten het beheer van deze locatie over te dragen aan Bodemzorg, zonder deze uitspraak af te wachten. Het lijkt mij daarom wenselijk dat hierover politieke vragen aan het college worden gesteld. Mede afhankelijk van de beantwoording zou overwogen kunnen worden om aan te dringen op het aanhouden van het voorliggende raadsvoorstel, zodat besluitvorming kan plaatsvinden op basis van volledige en actuele informatie. Ter ondersteuning treft u als bijlage een set inhoudelijke vragen aan die hierover aan het college kunnen worden voorgelegd voor de raadcommissie a.s. Tot zover. Met vriendelijk groet, André Meester raadslid VVD Medemblik
Bijlage – Vragen aan het college inzake voormalige vuilstort Westwoud 1. Is het college op de hoogte van de lopende rechtszaak die Stichting Ouderen Netwerk West-Friesland samen met andere partijen tegen de Nederlandse Staat heeft aangespannen, en van de uitspraak die op 11 februari 2026 wordt verwacht? 2. Waarom hebben de betrokken gemeentebesturen ervoor gekozen het beheer van de oude vuilstort in Westwoud over te dragen aan Bodemzorg, zonder eerst de uitspraak van de rechtbank af te wachten, terwijl deze uitspraak mogelijk grote financiële gevolgen heeft? 3. Welke financiële risico’s ziet het college voor de gemeente(n) indien de rechtbank oordeelt dat volledige PFAS-sanering noodzakelijk is? 4. Is het college bekend met het scenario dat Bodemzorg een aparte BV opricht voor deze locatie en deze mogelijk failliet laat gaan bij een voor hen ongunstige uitspraak, waardoor de saneringskosten alsnog bij de gemeenten terechtkomen? 5. Welke garanties zijn contractueel vastgelegd om te voorkomen dat toekomstige saneringskosten alsnog volledig op de gemeenten worden afgewenteld? 6. Hoe verhoudt het bedrag van circa 13 miljoen euro, dat nu wordt genoemd als afkoop voor dertig jaar beheer, zich tot de mogelijke kosten van volledige sanering zoals die uit rapportages (onder andere Terrascan) naar voren komen? 7.
Hoe beoordeelt het college de kritiek uit de rapporten van Terrascan, waarin wordt gesteld dat Bodemzorg andere, minder wenselijke richtlijnen hanteert en waarin in het rapport van 2025 meerdere vraagtekens onbeantwoord blijven?
8. Waarom is Stichting Ouderen Netwerk West-Friesland, ondanks hun langdurige betrokkenheid sinds 2018, niet structureel meegenomen in het besluitvormingsproces rondom deze vuilstort? 9. Op welke wijze geeft het college invulling aan zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, met name gezien de zorgen over PFAS en het verhoogde aantal kankergevallen in Westwoud en Oosterblokker? 10. Is het college bereid het voorliggende raadsvoorstel aan te houden totdat de uitspraak van de rechtbank op 11 februari 2026 bekend is, zodat besluiten kunnen worden genomen op basis van volledige en actuele informatie? 11. Waarom is er destijds niet gekozen voor aanvullend onderzoek zoals door Terrascan is aanbevolen, terwijl dit was afgesproken en dit onderzoek meer duidelijkheid had kunnen verschaffen.