Beleidsplan WerkSaam 2026-2030 concept (2025-35)
Tekst van het document
Overgang van dagbesteding naar werk versoepelen met Simpel Switchen
Veel cliënten, die vanuit een uitkering willen gaan werken, zijn bang dat ze hun rechten op een uitkering kwijtraken als werken niet blijkt te lukken. Mensen zoeken makkelijker en eerder werk als ze zich veilig voelen om die stap te zetten. Zoals mensen die een arbeidsbeperking hebben en bijvoorbeeld van beschut werk naar gewoon werk willen overstappen of teruggaan naar dagbesteding of vrijwilligerswerk. Het is een geruststellende gedachte dat er altijd een weg terug is (of vooruit). Bovengenoemde obstakels wegnemen is niet eenvoudig door alle wet- en regelgeving. WerkSaam volgt daarom het programma ‘Simpel Switchen in de Participatieketen’ van het Rijk en ondersteunt cliënten bij de overgangen. Voor cliënten die binnen 3 maanden 27
na beëindiging opnieuw een uitkering aanvragen, hanteert WerkSaam bijvoorbeeld een verkorte aanvraagprocedure. WerkSaam houdt contact met de gemeenten en dagbestedingsaanbieders om het programma 'Simpel Switchen' effectief te implementeren. Onze dienstverlening is gericht op het vergemakkelijken en veiliger maken van deze stappen, met de mogelijkheid om terug te keren naar bijvoorbeeld een dagbestedingsplek met bijhorende indicatie. Om dit te bereiken, is het essentieel om eerst de basis op orde te brengen door de samenwerking met de gemeenten en zorgaanbieders te versterken, kaders te verhelderen en meer op individuele casussen te focussen zodat er maatwerk geleverd kan worden. Zodra deze fundamenten zijn gelegd, streven we ernaar om de volgende stappen te zetten met betrekking tot Simpel Switchen door bijvoorbeeld te gaan starten met het uitruilen ‘switchen’ van de eerste inwoners. 3.6
Kwijtschelding mogelijk verder versoepelen
Als iemand te veel bijstand heeft ontvangen – bijvoorbeeld door een fout of door veranderde omstandigheden - kunnen wij dit bedrag terugvorderen. In principe moet het volledige bedrag worden terugbetaald, maar er zijn situaties waarin dat soms tijdelijk of blijvend niet meer hoeft. Bijvoorbeeld omdat iemand niet in staat is om te betalen, bijvoorbeeld door deelname aan de schuldsanering, of als iemand lang genoeg heeft betaald of uitstroomt naar werk. Wij kunnen dan tijdelijk uitstel van betaling of volledige kwijtschelding verlenen. Voor een deel is dit in de wet geregeld. Daarnaast hebben we eigen beleidsruimte, vastgelegd in ons kwijtscheldingsbeleid. Dit kwijtscheldingsbeleid is in de afgelopen jaren vanuit een oogpunt van proportionaliteit en bestaanszekerheid versoepeld en wij overwegen vanuit deze optiek ook verdere versoepeling.
3.7
Handhaven vanuit een mensgerichte aanpak en maatwerk
Ook al ligt het misschien niet voor de hand, maar ook het onderwerp handhaving past in een hoofdstuk met als thema bestaanszekerheid. De Participatiewet is het vangnet voor mensen die geen eigen middelen van bestaan hebben. Het is echter noodzakelijk dat zij zich houden aan de verplichtingen die aan deze uitkering zijn verbonden, ook om het draagvlak voor ons sociale zekerheidsstelsel te waarborgen. De term handhaving omvat alle activiteiten die ervoor zorgen dat de Participatiewet wordt nageleefd. Hier ligt een rol voor de cliënt door inlichtingen aan ons te verstrekken, maar ook WerkSaam heeft hier een belangrijke rol. Denk daarbij aan goede informatievoorziening over rechten en plichten en vroegtijdige opsporing om grote financiële gevolgen van het niet nakomen van de inlichtingenplicht te voorkomen. 28
Maar hoe verhoudt handhaving zich tot nieuwe wetgeving die het doel heeft vertrouwen te herstellen en verplichtingen te verminderen? Voor moedwillige schendingen van de inlichtingenplicht behouden we een strenge aanpak. Maar zowel in nieuwe wetgeving als bij de uitvoering van ons beleid komt er meer ruimte voor waarschuwen in plaats van meteen sanctioneren; het recht op vergissen en het voorkomen van onevenredige gevolgen van schending van de inlichtingenplicht. Evenredigheidsbeginsel In het verleden werd makkelijk gesteld dat iedere Nederlander geacht wordt om de wet te kennen. Maar door de veranderde doelgroep en de complexe problematiek, moeten we en willen we rekening houden met het ‘doenvermogen’ van de cliënt. Doenvermogen is het vermogen om in actie te komen en vol te houden, zelfs bij tegenslagen. Dit vraagt om altijd goed rekening te houden met de individuele omstandigheden van een cliënt. In de praktijk zien we dat ook rechters rekening houden met de complexiteit van problematiek en de menselijke maat nu al toepassen. Zij baseren hun uitspraken op het evenredigheidsbeginsel: is het besluit geschikt en noodzakelijk om het beoogde doel te bereiken of kan het ook met bijvoorbeeld een minder ingrijpend alternatief? Hier houdt WerkSaam nu al, maar ook in het nieuwe beleid, rekening mee.
Zo maakt WerkSaam gebruik van de inkeerregeling om een maatregel ongedaan te kunnen maken. Als een cliënt bijvoorbeeld niet deelneemt aan zijn traject, dan krijgt hij te maken met een verlaging van de uitkering. Maar als die persoon daarna wel gaat deelnemen, dan kan de verlaging weer worden teruggedraaid. Hierdoor wordt alsnog het doel bereikt (deelname aan het traject) zonder dat de cliënt hier uiteindelijk financiële schade van ondervindt. Boetes en terugvorderingen Het Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid biedt WerkSaam meer mogelijkheden om passend te reageren op een overtreding. Er komt meer ruimte om te werken vanuit vertrouwen en om rekening te houden met de situatie van de betrokkene. We krijgen meer ruimte om boetes en terugvorderingen in individuele gevallen aan te passen. Zo kunnen we zorgen dat we een cliënt niet ‘onredelijk’ behandelen. Bij de boete verdwijnt de koppeling met het benadelingsbedrag. Dit kan gunstig zijn voor de cliënt, omdat de koppeling met het benadelingsbedrag kan leiden tot zeer hoge boetes. Er wordt een boetesystematiek met twee standaard boetebedragen geïntroduceerd. Afhankelijk van de omstandigheden en persoonlijke situatie van de inwoner, kan de boete verhoogd of verlaagd worden. In bijlage 3 leest u meer over het wetsvoorstel. 29
De gemeenteraden van West-Friesland hebben een voorkeur uitgesproken om uit te gaan van gemiddeld milde boetes, uiteraard met de kanttekening dat er altijd goed gekeken moet worden naar de individuele omstandigheden. Voor het opleggen van een maatregel, bijvoorbeeld wanneer een cliënt niet meewerkt aan een re-integratietraject, komt de mogelijkheid om eerst een waarschuwing op te leggen. Dit biedt onze coaches meer ruimte om maatwerk te leveren. 3.8
Maatregelen vanuit de Participatiewet in balans die bijdragen aan bestaanszekerheid
De volgende maatregelen treden gefaseerd in werking in 2026 en 2027: •
Het indienen van een aanvraag wordt eenvoudiger want de inwoner kan zich identificeren via DigiD. Dit hoeft dus niet meer fysiek te gebeuren. Daarnaast kan ook een rijbewijs worden gebruikt als geldig identificatiemiddel.
•
Als iemand inkomsten uit loon heeft, dan wordt de verrekening hiervan zoveel mogelijk geüniformeerd. Gemeenten kunnen hiervoor gebruik maken van de gegevens uit de (polis)administratie van het UWV, zodat bijstandsgerechtigden bijvoorbeeld geen loonstroken meer hoeven aan te leveren.
•
In de nieuwe wet is een bufferbudget opgenomen. Dit betekent dat wij aan uitkeringsgerechtigden die als gevolg van een inkomstenverrekening instabiliteit in het inkomen hebben, maximaal € 1.000,- per jaar als bufferbudget (extra uitkering) kunnen toekennen. Dit zorgt voor meer stabiliteit in het inkomen.
•
Er komt in de nieuwe wet meer ruimte voor mantelzorg. Mensen kunnen samenwonen zonder dat zij vallen onder het begrip gezamenlijke huishouding. Deze uitzondering op het gezamenlijke huishoudingsbegrip geldt alleen als sprake is van een zorgbehoefte die zo intensief is dat deze leidt tot het samenwonen door een bijstandsgerechtigde, ook als dit niet op het adres is waar de cliënt staat ingeschreven. Een andere wijziging is dat mantelzorg niet meer kan worden gezien als loon te waarderen arbeid.
•
De huidige inkomstenvrijlating wordt aangepast. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt nu gesproken over een bijverdienregeling. Een nieuwe term in de Participatiewet. Er komt een geharmoniseerde basisvrijstelling van arbeidsinkomsten van 15% voor de duur van 1 jaar, met mogelijkheid tot verlenging in individuele omstandigheden. Bij een nieuwe dienstbetrekking moet steeds worden beoordeeld of de bijverdienregeling het juiste instrument is. Deze kan daardoor vaker worden toegepast in één uitkeringsperiode. Ook jongeren onder de 27 jaar kunnen nu voor deze vrijlating in aanmerking komen.
30
•
Gemeenten krijgen de bevoegdheid om de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen voor maximaal 3 maanden als individuele omstandigheden daarom vragen.
•
Giften worden tot € 1.200,- per jaar buiten beschouwing gelaten. Onderdeel van deze giften kunnen ook kostenbesparende bijdragen zijn, waaronder boodschappen/levensmiddelen.
•
De vermogensvaststelling wordt vereenvoudigd. In plaats van het werken met een vermogensaanwasruimte, moeten gemeenten steeds het daadwerkelijke actuele vermogen van de uitkeringsgerechtigde vaststellen.
•
Ook de inlichtingenplicht wordt soepeler: een toename in bezit tot de vermogensgrens hoeft niet langer gemeld te worden.
•
De individuele inkomenstoeslag kan voortaan ook worden verstrekt zonder dat hier een aanvraag voor is gedaan door de inwoner (ambtshalve). Dit wordt door de gemeenten uitgevoerd.
•
Tot slot wordt een aantal zaken die nu decentraal worden geregeld (door gemeenten), centraal geregeld in de nieuwe wet. Dan gaat het om: o
De compensatie aan alleenstaande ouders, die geen recht hebben op het kindgebonden budget omdat zij op grond van de fiscale wetgeving worden aangemerkt als gehuwde.
o
De aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18–21 jaar) wordt in beginsel gelijk voor alle gemeenten en wordt via algemene bijstand verstrekt.
o
Uitkeringsgerechtigden die op hetzelfde adres staan ingeschreven als hun niet-rechthebbende partner, hebben recht op de alleenstaandennorm.
31
4. Financiën 4.1
Inleiding
WerkSaam heeft afspraken met gemeenten over de financiering van uitkeringen, loonkostensubsidie, re-integratieactiviteiten en de bedrijfsvoering. De financiën komen terug in de kadernota, begroting, voorjaarsnota, najaarsnota en jaarrekening. 4.2
BUIG
WerkSaam ontvangt van de gemeenten de gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004. Uit dit budget kan WerkSaam uitkeringen en loonkostensubsidie betalen. De BUIGbudgetten worden per gemeente verantwoord en afgerekend. Bij een tekort kan een gemeente een beroep doen op de vangnetuitkering van het Rijk. Overschotten op de BUIG ontvangen gemeenten terug. Dit budget is vrij besteedbaar. Voor sommige wijzigingen in de Participatiewet in balans worden door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld. 4.3
Participatiebudget
Naast de BUIG ontvangt WerkSaam van de gemeenten 90% van het Participatiebudget. De overige 10% kunnen gemeenten naar eigen inzicht besteden. Het participatiebudget wordt ingezet voor de re-integratie van bijstandscliënten. Met de komst van maatschappelijke participatie zal een deel van dit budget ook voor participatie worden benut. WerkSaam voert zoveel mogelijk re-integratieactiviteiten zelf uit en besteedt opdrachten aan externe partijen alleen uit als dat meerwaarde heeft. Hierdoor wordt de helft van het budget voor re-integratie ingezet voor coaches. Wat over blijft is beschikbaar voor reiskosten, kinderopvangkosten, uitstroompremies, opleidingen, jobcoaching en externe trajecten voor cliënten. Daarnaast wordt het budget ook ingezet om het tekort op de middelen voor beschut werk te dekken. De beleidsonderwerpen die WerkSaam de komende periode gaat uitwerken worden bekostigd vanuit het participatiebudget. Dit zal in de beleidsvoorstellen worden opgenomen. 4.4
Bedrijfsvoering
WerkSaam maakt kosten voor de uitvoering van haar taken. Een deel van deze kosten worden verdiend door de opbrengsten die bij de leer-werkbedrijven worden gerealiseerd. Denk aan de klussen die medewerkers bij de afdeling Groen, Schoonmaak of Repro-Post uitvoeren. Het overige deel wordt door de Westfriese gemeenten bijgedragen.
32
4.5
Plustaken
In de Gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat (individuele) gemeenten WerkSaam een extra opdracht kunnen geven middels een plustaak. WerkSaam krijgt regelmatig een nieuwe aanvraag voor een plustaak en dit is ook de komende beleidsperiode mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn de uitvoering van de Wet inburgering voor 6 gemeenten en het verstrekken van leefgeld en/of het innen van de eigen bijdrage voor Oekraïners. De afspraken met de gemeente die de opdracht verstrekt worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst en de kosten worden apart afgerekend. 4.6
Bonus Malus
De bonus-malusregeling regelt dat gemeenten opdrachten aan WerkSaam geven, zodat er voldoende werk is voor de Wsw en beschut doelgroep om uit te voeren. De gemeenten blijven een belangrijke verantwoordelijkheid dragen ten aanzien van het bevorderen van de inclusiviteit. Onderling is er een norm en een verdeelsleutel afgesproken. Als gemeenten de norm halen krijgen zij een bonus als de toegevoegde waarde van WerkSaam hoger is dan begroot. De malus is tot nu toe niet toegepast, gemeenten gaven in de afgelopen jaren voldoende opdrachten aan de leer-werkbedrijven. De opdrachtverstrekking van gemeenten aan WerkSaam staat wel steeds meer onder druk. Gemeenten kijken, mede vanwege het ravijnjaar, anders naar het uitbesteden van werkzaamheden. Op de langere termijn speelt dat door het afnemen van de doelgroep van Wsw-medewerkers, bepaalde opdrachten niet meer haalbaar zijn. Dit vraagt komende beleidsperiode om nieuwe afspraken tussen de gemeenten en WerkSaam. 4.7
Subsidies
WerkSaam maakt gebruik van subsidieregelingen als deze bijdragen aan de doelen van WerkSaam en de baten opwegen tegen de kosten. Subsidies maken het voor WerkSaam mogelijk extra in te zetten op doelgroepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en blijft hier de komende beleidsperiode actief op inzetten. 4.8
Impulsbudget infrastructuur Sociaal ontwikkelbedrijven
Vanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget van het Rijk om de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven te versterken. De middelen worden via een decentralisatie uitkering (DU) uitgekeerd aan de grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband. De hoogte van het bedrag wordt bepaald op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. In de loop van 2025 wordt middels een kamerbrief meer duidelijk over de richting van de impulsbudgetten. Het is belangrijk dat dit budget, totdat er meer duidelijk is, beschikbaar blijft. 33
Bijlagen
Bijlage 1 Cijfers en achtergrondinformatie In deze bijlage vindt u een aantal cijfers van WerkSaam. Dit geeft u een beeld van de uitkeringen, onze cliënten, voorzieningen, (mogelijke) uitstroom en belemmeringen. Aantal uitkeringen
34
WerkSaam zet actief in op begeleiding. Dit is één van de belangrijkste voorzieningen om cliënten naar werk te begeleiden. Daarnaast worden ook andere voorzieningen ingezet, zoals reiskostenvergoeding, scholing, of kinderopvang.
35
Cliënten met arbeidsvermogen (ArbVerm) zijn cliënten die momenteel parttime werken, maar nog meer kunnen werken en cliënten die op korte of lange termijn beschikbaar zijn voor werk). Cliënten zonder arbeidsvermogen (Geen ArbVerm) zijn zorgcliënten en zij zijn binnen 5 jaar niet bemiddelbaar naar werk.
36
Analyse jongeren In West-Friesland is het percentage jongeren in de uitkering ten opzichte van de rest van het bestand 14,6%. Het landelijke gemiddelde is 12,1%. WerkSaam zit dus 20% boven het landelijke gemiddelde. Daarentegen geldt weer dat WerkSaam 22,5% 55 tot 65jarigen in het bestand heeft, waarbij het landelijk gemiddelde 25,1% is. In onderstaande afbeelding is te zien dat dit geen nieuwe ontwikkeling bij de jongeren is.
WerkSaam heeft onderzocht wat het hoge percentage zou kunnen verklaren: •
Er woont een gemiddeld aantal jongeren in West-Friesland, dit is dus geen oorzaak voor het hoge percentage jongeren in de uitkering.
•
De Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 van de GGD en RIVM tonen geen grote uitzonderingen ten opzichte van het gemiddelde van Nederland.
•
Uit de LPBL regio-analyse blijkt dat er in West-Friesland iets meer vroegtijdige schoolverlaters en jongeren zonder startkwalificatie zijn dan in vergelijkbare benchmark regio’s. Dit zijn jongeren die een grotere kans hebben op baanverlies en mogelijk dus eerder in aanmerking komen voor een uitkering.
•
De jarenlange samenwerking met het Doorstroompunt en de pro & vso scholen zorgen ervoor dat jongeren in beeld komen bij WerkSaam.
Gelukkig is in de onderstaande afbeelding te zien dat er bij jongeren ook veel uitkeringen worden beëindigd ten opzichte van alle beëindigde uitkeringen. WerkSaam zit hier boven het landelijk gemiddelde.
37
Nuggers Jaar
Aantal nuggers
Eind 2019
57
Eind 2020
58
Eind 2021
42
Eind 2022
38
Eind 2023
57
Eind 2024
73
Aantal nuggers neemt toe. Oorzaak hiervan is (nog) niet duidelijk. Dit kan te maken hebben met de registratie. Beschut werk
Loonkostensubsidie Landelijk (2024)
WerkSaam (2024)
Landelijk zien we dat het percentage personen met loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet in 2024 bijna 13% is. Ten opzichte van 2023 is dit een stijging van 4%. Zoals hierboven te zien is in de cijfers doet WerkSaam het landelijk heel goed met betrekking tot de inzet van loonkostensubsidie. Dit betekent dat we relatief veel cliënten aan een baan hebben geholpen in vergelijking met de rest van het land.
38
Bijlage 2 Opgehaalde input bij gemeenteraden na beleidsevaluatie WerkSaam heeft in de periode van februari tot en met april 2025 input opgehaald bij de gemeenteraden. De belangrijkste conclusies uit de interne beleidsevaluatie 2022-2025 werden gedeeld en een aantal vragen werden voorgelegd aan de raden. De algemene vragen en opmerkingen aan het einde van deze bijlage zijn ter plekke besproken en
Aantal personen
verder verwerkt in het beleidsplan.
Opmerkingen en vragen: •
Mensen zijn langer vitaal, en er is krapte op de arbeidsmarkt. Actief begeleiden is goed, dat is iets anders dan de sollicitatieplicht. De indruk is dat men in het algemeen langer gezond blijft en misschien wel tot na 67 kan blijven werken.
•
Voorkeur voor voortzetten beleid. Is persoonsafhankelijk.
•
Het kan ook belastend zijn voor betrokkenen. Veel solliciteren/sollicitatiegesprekken, maar niet aangenomen worden. Dus belangrijk is wat iemand zelf wil.
•
Om wat voor cliënten gaat het, zijn ze ziek of ontslagen?
•
Hoeveel geld gaan de extra FTE kosten?
•
Hoeveel van de 60-plussers zullen echt naar werk gaan?
39
•
Hoeveel FTE heb je nodig als je de grens op 62 legt?
•
Argumenten om huidige aanpak voort te zetten: niet meer achter de vodden aanzitten, 60 wel een mooie leeftijd, extra kosten, motiveer om aan het werk te gaan, zonder bv sollicitatieverplichting, geen verplicht karakter geven.
•
Argumenten om leeftijd te verhogen: De tijd dat de leeftijd van 60 is besloten is al een tijd terug, om het streven te hebben naar 62 is wel mooi. Meedraaien op werk is ook belangrijk voor sociale contacten, we worden allemaal ouder.
•
Wat houdt actief begeleiden in?
•
Het is bijzonder dat er gekozen wordt voor de leeftijdsgroep van 60+. AOW is ook opgeschoven. Je zou verwachten dat dat hier ook zou gebeuren. Je zou kunnen verwachten dat WerkSaam hier nog 2 jaar erbij doet.
•
Ik kan mij voorstellen dat als mensen die keuze maken op dat moment, dat ze daar spijt van hebben. Je komt uit een bepaalde situatie, komt tot rust. Je beseft ineens dat het zoveel nadelen heeft. Zijn er dan ook mogelijkheden om weer beroep om deel te nemen aan het arbeidsproces?
•
Mensen met een uitkering van UWV worden verplicht om te solliciteren tot hun AOW-leeftijd.
•
Hoeveel effect heeft een sollicitatieplicht?
•
Is het vooral een financiële prikkel? Of willen we dat mensen meedoen?
•
62 is een mooie tussenweg. In het werkende bestaan kom je bij het UWV. Het moet altijd maatwerk blijven.
40
Aantal personen Opmerkingen en vragen: •
Is er bewijs dat een verplichting cliënten zal helpen?
•
Om hoeveel mensen gaat het? Waarschijnlijk zijn er veel mensen bij met mankementen.
•
Is het mogelijk om te kiezen voor een tussenoplossing? De een is wel tot iets in staat en de ander niet.
•
WS stelde het vrij scherp. Niet met rust laten, maar meer als een zorgvraag. Niet verplichten, maar vanuit zorg bekijken.
•
Mensen doen vaak niet niks, maar hebben een belangrijke maatschappelijke rol (ook al is die heel klein), maar mensen passen niet binnen reguliere.
•
Als je het gaan verplichten zet je er een verkeerd soort dwang op. Kost extra geld, en levert alleen maar frustratie op.
•
Geen voorstander van mensen die niet in staat zijn, dit evengoed verplichten om te doen. Maar wordt ook gezien als ‘ze verwachten dat WS maatwerk kan leveren’, meedoen is voor iedereen goed, sluit het ook niet uit.
•
Grijs gebied. Zware en minder zware cliënten. Hangt van de situatie van de cliënt. Kent mensen uit eigen omgeving waarbij het niet goed is om elke dag het huis uitgetrokken te worden.
•
Bijvoorbeeld mensen van Calidus die zelfstandig kunnen wonen. Zij hebben nu participatiewerk. Hij valt af en toe terug. 41
•
Ik kwam vaak bij arbodienst uit eigen werkverleden. Belangrijke factor zijn ook risicofactoren.
•
Participatie verplichten bij een gedeelte van de zorgcliënten, helemaal mee eens. Vrijwilligerswerk valt hier ook onder toch?
•
Gaat het om cliënten bij WerkSaam of bij de gemeente?
•
Je hebt willen en kunnen, denk ook aan mensen met psychische klachten.
•
Uit onderzoek van gemeente Enkhuizen op zorgcliënten bleek dat veel wel willen, er veel tijd en geduld in steken, maar niet verplichten en sancties. Een deel komt wel in betaald werk, maar dan zonder verplichten en sancties
•
De waarheid ligt toch een beetje in het midden. Wel dat je gezien wordt in de samenleving, maar verplichten in de lichte vorm.
•
Het is wederkerig: met verplichten verplicht je ook WerkSaam om begeleiding te bieden.
42
Aantal personen Opmerkingen en vragen: •
Hoe worden de mensen begeleid en geïnformeerd? Hebben ze iemand die kan helpen, is het mogelijk om er een opbouw in te doen, eerst mild dan strenger?
•
Wat is maatwerk? Is dat beleid van WerkSaam?
•
Gaat het bij maatwerk in sanctioneren om de hoogte van het bedrag?
•
Zou maatwerk ook de oplossing kunnen zijn?
•
Het is erg casus-afhankelijk.
•
Ik heb voorkeur voor mild. Ik ga ervan uit dat weinig mensen echt slecht zijn. Door een boete komen zij alleen nog maar meer in de problemen.
•
Eén raadslid kiest voor ‘streng’ omdat die nog niet was gevuld. Degene nuanceert dit: het is een hele lastige discussie. Het zou mensen moeten afschrikken. Dit raadslid vindt het een goede ontwikkeling dat er maatwerk geleverd wordt.
•
Vindt er ook maatwerk plaats op het vergrijp?
•
Mild: laat het over aan WS (zij hebben er verstand van).
•
Is het niet dat je begint met licht, dan middel, dan zwaar?
•
Er is een groot verschil tussen bewust de boel oplichten en verwijtbaar iets vergeten.
•
Is er niet een richtinggevende vraag bij deze vraag?
•
Als je streng gaat sanctioneren en iemand is tot inkeer gekomen, dan moet iemand uit zo’n put komen. 43
•
Zijn er cijfers over de gevolgen; Heeft handhaving effect op minder verwijtbare gedragingen?
•
Er zit een mooie opbouw in? Kan er staffelgewijs boetes op te leggen (van laag naar hoger)?
•
Laat maar zien dat je er bovenop zit als WerkSaam. Maar voor sommige gevallen wel milder zijn.
•
Benieuwd naar de cijfers van de gevolgen van de sanctie. Sommige zaken zijn glashelder, maar het gaat om het grijze gebied. De maatschappelijke rekening krijgen de gemeenten zelf terug te zien. Cijfers mee te nemen in het beleidsplan.
•
Gaat het niet om het grijze gebied? Streng is enkel volgens de regels, bij mild en gemiddeld meer menselijke maat meegenomen.
Algemene vragen, opmerkingen en adviezen: •
Neem cijfers mee in het nieuwe beleidsplan.
•
Wet Handhaving sociale zekerheid, is dit een nieuwe wet of strenger handhaven op huidige wet?
•
Hoe indiceren we (bv. Van uitkering naar Wajong)? Ook gezien de verschillende rollen die WS heeft.
•
Wat zijn de redenen dat het steeds moeilijker wordt om cliënten te bemiddelen naar werk?
•
Heeft u middelen om dwang uit te oefenen voor mensen die wel kunnen werken maar verhalen verzinnen om niet te hoeven te werken?
•
Kan je dan ook de bijstandsaanvraag ook weer intrekken?
•
Voorheen konden mensen van de sociale werkplaats doorstromen. Hebben we die nog genoeg?
•
Denk aan C2A? Hebben we misschien meer plekken die hierop lijken nodig?
•
Bij alle bijeenkomsten worden we bang gemaakt over bezuinigingen m.b.t. het ravijnjaar. Daar hoor ik nu weinig over terug. Ik hoor nu over sancties maar ik hoor niks over de bedrijfsvoering.
•
Samenwerking tussen gemeente en WerkSaam, zijn daar aandachtspunten vanuit onze kant?
Aanbevelingen Cliëntenraad •
Het Verdrag van de Rechten van personen met een handicap dient ook als basis voor het beleid van WerkSaam.
•
Graag een bijlage bij het nieuwe beleidsplan waarin de wijzigingen van de nieuwe wet worden benoemd, bij voorkeur vanuit de cliënten bezien.
44
•
De samenwerking met andere organisaties moet goed in beeld komen, wellicht kan er een sociale kaart bijgevoegd worden.
•
Het huidige 60+ beleid continueren, dat wil zeggen als de persoon in kwestie graag (vrijwilligers)werk wil doen moet dit gestimuleerd worden. Het is altijd goed als mensen sociaal actief zijn en als zij wel kunnen en willen werken kan dit uiteraard gestimuleerd worden. Echter geen dwang in deze doelgroep.
45
Bijlage 3 Overzicht wetgeving in voorbereiding Participatiewet in balans De Participatiewet uit 2015 die de bijstandsuitkeringen regelt moet beter aansluiten op wat mensen (aan) kunnen en nodig hebben. In dit wetvoorstel staan ruim twintig maatregelen om de Participatiewet te verbeteren en de balans tussen rechten en plichten te herstellen. De regels en procedures rondom bijstandsuitkeringen vereenvoudigen en gemeenten krijgen meer ruimte voor maatwerk. Hierdoor kunnen professionals beter inspelen op de persoonlijke situatie van mensen en hen effectiever helpen naar werk. Vertrouwen en de menselijke maat worden bij de uitvoering kernwaarden. Onderstaande tabel biedt een kort overzicht van de inhoud van deze maatregelen. Onderwerp
Kern
Burgerperspectief
Harmonisatie
De aanvulling op de
De jongmeerderjarigen krijgen
aanvullende
jongmeerderjarigen-norm (18-21
meer zekerheid dat de bijstand
bijstand
jaar) wordt in beginsel gelijk voor
die zij ontvangen voldoende is
jongerennorm
alle gemeenten. Dit betekent dat
om noodzakelijke kosten te
gemeenten aanvullend € 634 aan
kunnen betalen.
jongeren kunnen geven wanneer ze
De grote verschillen tussen
redelijkerwijs geen steun van hun
gemeenten worden hiermee
ouders krijgen.
zoveel mogelijk verkleind.
Wanneer blijkt dat dit bedrag niet voldoende is, kan de gemeente het bedrag verhogen. Als blijkt dat het bedrag te hoog is, kan de gemeente het verlagen. Giften
Introductie van een standaard
Niet iedere gift moet meer
giftenvrijlating van € 1.200 per jaar.
worden gemeld bij de gemeente. Melding is alleen nodig als het totaal aantal giften boven de € 1.200 per jaar uitkomt. De giften die worden ontvangen, moeten worden bijgehouden door de bijstandsgerechtigde zelf.
Vermogen
Wanneer een burger een
Voortaan wordt er rekening
bijstandsuitkering aanvraagt, wordt
gehouden met zowel het huidige
gekeken naar het totale vermogen.
vermogen als de huidige
Dit blijft ook gedurende de looptijd
schulden.
van de bijstand het uitgangspunt.
46
Dus vermogen = het totale
Melding (in het kader van de
vermogen - schulden
inlichtingenplicht) is alleen nodig wanneer toenamen in bezit leiden tot een vermogen boven de geldende vermogensgrens en moeten dus door een bijstandsgerechtigde zelf bijgehouden worden.
Vierweken-
De vierwekenzoektermijn blijft van
Als er een uitzondering wordt
zoektermijn voor
kracht. De gemeente krijgt wel de
gemaakt op de
jongeren tot 27
mogelijkheid om in knellende
vierwekenzoektermijn, kan de
jaar
situaties geen gebruik te maken van
jongere meteen een
de vierwekenzoektermijn.
bijstandsuitkering krijgen.
Premie
De premie voor arbeidsinschakeling
Hiermee wordt de ongelijkheid
arbeidsinschakeling
wordt ook beschikbaar voor jongeren
tussen jongeren en overige
ook voor jongeren
onder de 27 jaar.
bijstandsgerechtigden
beschikbaar
gecorrigeerd, waardoor jongeren de premie bij arbeidsinschakeling (uitstroompremie) ook kunnen ontvangen.
Individuele
Het wordt mogelijk om individuele
Inwoners die al lang op een
inkomenstoeslag
inkomenstoeslag ambtelijk te
minimuminkomen hebben,
ambtelijk
verstrekken.
kunnen hiermee ook zonder dat
toekennen
zij een aanvraag doen de individuele inkomenstoeslag ontvangen.
Bijstand met
De gemeente krijgt de mogelijkheid
Indien nodig, kan de bijstand
terugwerkende
om een bijstandsuitkering met
worden verleend voor de periode
kracht
terugwerkende kracht te
direct voorafgaand aan het
verstrekken. Dit kan de gemeente
moment waarop een burger
doen als de individuele
bijstand heeft aangevraagd. Dit
omstandigheden daartoe aanleiding
kan schulden voorkomen of
geven. De maximale lengte is tot en
financiële problemen verkleinen.
met 3 maanden terug. Gezamenlijke
Uit jurisprudentie volgt dat artikel 3,
Dit heeft geen gevolgen voor de
huishouding
vierde lid, onderdeel a, Pw op
bijstandsgerechtigden, omdat
onderdelen in strijd is met het
gemeenten de jurisprudentie
Internationaal Verdrag inzake
van de CRvB al volgen.
burgerrechten en politieke rechten. De strijdigheid wordt weggenomen.
47
Bijstandsnorm voor
De bijstandsuitkering voor een
Deze groep krijgt standaard
hen met een niet-
bijstandsgerechtigde met een
hetzelfde bedrag aan bijstand
rechthebbende
partner die geen recht heeft op
als alleenstaanden.
partner
bijstand wordt verhoogd. Als de partner inkomsten heeft, worden deze verrekend.
Bijstandsnorm voor
Een bijstandsgerechtigde met een
De bijstandsgerechtigde met een
alleenstaanden
niet-rechthebbende partner
niet-rechthebbende partner die
zonder ALO-kop
(bijvoorbeeld omdat deze in de
wel kinderen heeft in Nederland,
gevangenis of het buitenland
kan recht hebben op een hogere
verblijft) en met in Nederland
bijstandsuitkering.
wonende kinderen, heeft geen recht op extra kindgebonden budget. Dit komt door verschillende partnerbegrippen in verschillende wetten. In jurisprudentie is bepaald dat het bedrag van de bijstandsuitkering in deze situaties wordt verhoogd. Dit wordt nu ook vastgelegd in de wet. Als de niet-rechthebbende partner inkomsten heeft, kunnen deze verrekend worden met de bijstand van de bijstandsgerechtigde. Onmiddellijk
Burgers kunnen vaak direct een
Burgers hoeven niet langer te
indienen aanvraag
bijstandsaanvraag indienen zodra
wachten met het aanvragen van
een melding wordt gemaakt bij de
een bijstandsuitkering zodra een
uitvoeringsorganisatie of gemeente.
melding is gedaan.
Voor situaties waarin dit nog niet mogelijk is, wordt geregeld dat een melding voldoende is om direct een uitkering aan te vragen. Gelijkstelling
Voorgesteld wordt om de
Als een burger per ongeluk de
diverse aanvragen
aanvraagdatum van de eerst
verkeerde uitkering aanvraagt in
aangevraagde uitkering (bijstand,
plaats van een
Bbz, IOAW, IOAZ) bij een gemeente
bijstandsuitkering, wordt de
als meldingsdatum voor een
datum van de eerste
bijstandsaanvraag te hanteren.
(verkeerde) aanvraag gebruikt. Hierdoor loopt de burger geen uitkering mis in de tijd tussen de verschillende aanvragen.
48
Verruiming van de
De verschillende vrijlatingsregelingen
Er komt één bijverdienregeling,
bijverdiengrenzen
worden samengevoegd in één
waardoor duidelijker wordt welk
regeling: een vrijlating van 15%
deel van de bijverdiensten een
voor de periode van 1 jaar.
bijstandsgerechtigde mag
Gemeenten kunnen de vrijlating
houden. Het doel is om werken
verlengen als extra werken niet
vanuit de bijstand of in
mogelijk is vanwege individuele
combinatie met een
omstandigheden. De structurele
bijstandsuitkering
vrijlating voor mensen met een
aantrekkelijker te maken door
medische urenbeperking blijft
de overgang tussen uitkering en
behouden.
werk makkelijker te maken en het hebben van werk en uitkering te versoepelen.
Versoepelen
De aanvraagprocedure wordt
Het aanvraagproces voor een
aanvraagprocedure
vereenvoudigd:
bijstandsuitkering wordt
- Bijstand kan worden toegekend via
eenvoudiger en sneller.
DigiD, zodat de hele aanvraag digitaal plaatsvindt. - Identificatie mag ook met een rijbewijs. - Bijstandsgerechtigden die binnen 12 maanden terug instromen, kunnen gebruikmaken van een verkorte aanvraagprocedure waarbij gegevens van eerdere aanvragen gebruikt mogen worden. (Automatisch)
Door een uniforme berekeningswijze
Het loonstrookje hoeft niet meer
verrekenen op
voor netto-inkomen wordt
in alle gevallen maandelijks te
uniforme wijze
automatisch verrekenen op basis van
worden aangeleverd. Dit
gegevens uit de polisadministratie
vermindert lasten en bespoedigt
mogelijk. Ook wordt het
het proces.
transactiestelsel verduidelijkt.
Inkomensonzekerheid neemt
Tenslotte is mogelijk gemaakt dat er
hierdoor af.
op termijn één uniforme betalingsdatum wordt vastgesteld waarop in het hele land de bijstand wordt uitgekeerd. Vereenvoudiging
Er komt regelgeving waarin de
Door het verrekenen van
verrekenen
standaardwijze voor het verrekenen
vakantiegeld, eindejaaruitkering
van de eindejaarsuitkering,
en keuzebudget op een
vakantiebijslag en keuzebudget
standaardwijze wordt zoveel
wordt opgenomen. Dit maakt het
mogelijk uniformiteit geborgd en
49
verrekenproces eenduidiger. Ook
is het makkelijker uit te leggen.
wordt voorkomen dat
Ook wordt de
bijstandsgerechtigden met inkomen
inkomenszekerheid hierdoor
naast de bijstand door het
bevorderd.
verrekenen van dit inkomen op maandbasis onder de bijstandsnorm terechtkomen. Bufferbudget
- Met het bufferbudget wordt een
Er komt een budget dat
nieuw maatwerkinstrument
schommelingen door het
geïntroduceerd om de financiële
verrekenen van inkomen kan
problemen – die ontstaan door het
opvangen. Dit leidt tot meer
verrekenen van inkomsten – op te
financiële zekerheid op het
vangen en het bijstandsniveau te
moment dat een
kunnen garanderen.
bijstandsgerechtigde naast de
- Het bufferbudget bedraagt
uitkering werkt en stimuleert
maximaal € 1.000 per jaar en wordt
daarmee de arbeidsinschakeling.
toegekend en beheerd door de gemeenten. - Het college krijgt de mogelijkheid om een bufferbudget toe te kennen in een individueel geval als andere instrumenten zijn uitgeput of niet kunnen worden toegepast. Generieke
De gemeenten krijgen de
De bijstandsgerechtigde heeft
participatieplicht
mogelijkheid om de
een participatieplicht. Dit houdt
participatieplicht per persoon
in dat iemand naar vermogen
verder aan te vullen met specifieke
algemeen geaccepteerde arbeid
verplichtingen die gepast zijn gelet
moet verkrijgen, accepteren,
op de omstandigheden en
behouden en gebruik te maken
mogelijkheden van het individu.
van een door de gemeente
De specifieke verplichtingen die nu
aangeboden (re-
in de wet zijn opgenomen worden
integratievoorziening). Indien
geschrapt.
arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, is de persoon verplicht naar vermogen maatschappelijk te participeren. Zo nodig kan de gemeente extra verplichtingen opleggen. Dit wordt aan de bijstandsgerechtigde duidelijk gemaakt.
50
Standaard specifieke verplichtingen, zoals het bereid moeten zijn om 3 uur te reizen voor werk, komen te vervallen. Maatschappelijke
- Maatschappelijke participatie is
- Meer ruimte voor
participatie
onderdeel van de generieke
bijstandsgerechtigden die niet
participatieplicht.
direct kunnen werken om
- Bijstandsgerechtigden krijgen het
maatschappelijke participatie
recht om hier zelf invulling aan te
zelf vorm te
geven en kunnen ondersteuning
geven. Tegelijkertijd kunnen zij
krijgen.
ook aanspraak maken op
- Gemeenten ontwikkelen beleid
ondersteuning conform het
rondom maatschappelijke
gemeentelijk beleid.
participatie. Maatregelen beleid
- Gemeenten krijgen meer ruimte
- Als een bijstandsgerechtigde
om bij het opleggen van
niet aan de verplichtingen
maatregelen rekening te houden met
voldoet, kan een meer passende
individuele omstandigheden.
maatregel opgelegd worden. De
- Standaard-verlagingen in de wet
automatische 'harde'
komen te vervallen.
maatregelen komen te vervallen.
Ruimte voor
- Mantelzorg wordt niet als op loon
Mantelzorgers die mantelzorg
mantelzorg
te waarderen arbeid gezien.
verlenen hoeven zich geen
- Samenwonen vanwege intensieve
zorgen te maken over de
mantelzorg wordt niet als
gevolgen voor de uitkering.
gemeenschappelijk huishouden gezien. - Mantelzorgers kunnen tijdelijk elders wonen om intensieve mantelzorg te verlenen zonder dat dit consequenties heeft voor hun uitkering. Verbreden
- Experimenten mogen zich richten
Dit heeft niet direct gevolgen.
experimenteer
op maatschappelijke participatie,
Gemeenten krijgen meer ruimte
artikel
loonkostensubsidie en permanente
om experimenten uit te voeren.
ontheffing.
- Bijstandsgerechtigden kunnen
- Duur van experimenten wordt
mogelijk deelnemen aan nieuwe
verruimd naar 5 jaar.
experimenten.
Aanpassing
- Zelfstandigen van 55 jaar en
- Oudere gewezen zelfstandigen
toegangseis IOAZ
ouder die binnen 3 maanden voor
die zich eerst hebben gericht op
aanvraag hun bedrijf beëindigden,
het beëindigen van het bedrijf of beroep en daarna pas een
51
kunnen onder voorwaarden toch in
aanvraag doen voor IOAZ,
aanmerking komen.
krijgen alsnog de gelegenheid om IOAZ aan te vragen.
Wet handhaving sociale zekerheid Het Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid richt zich op meer vertrouwen in mensen bij de handhaving van de regels in de sociale zekerheid. Het voorstel biedt uitvoerders verschillende mogelijkheden om passend te reageren op een overtreding, zoals een waarschuwing. Het publieke en politieke klimaat verandert en er wordt gestreefd naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is. Demissionair Minister Eddy van Hijum wil dat mensen een klein foutje kunnen maken bij het aanvragen van sociale regelingen zonder hard gestraft te worden. Wet van school naar duurzaam werk Het doel van dit wetsvoorstel is om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Dit gebeurt met vier samenhangende maatregelen: 1. Aanvullende loopbaanbegeleiding tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. 2. De maximumleeftijd van de doelgroep van de Doorstroompunt-functie (voorheen RMC-functie) wordt verhoogd van 23 naar 27 jaar. 3. Gemeenten (WerkSaam in dit geval) krijgen in de Participatiewet een meer preventieve rol bij het ondersteunen van jongeren naar werk. De Participatiewet wordt hierop aangepast. Specifieke taken voor Werk en Inkomen zijn: •
De gemeente maakt een afweging of voltijdsonderwijs of werk voor een jongere de beste optie is. De gemeente kan jongeren ondersteunen naar werk indien de jongere niet in staat is om voltijdsonderwijs te volgen óf als dat niet passend is, bijvoorbeeld omdat de jongere al een startkwalificatie heeft of niet gemotiveerd is om een volledige opleiding te doen.
•
Voor jongeren zonder startkwalificatie kan de gemeente met het Doorstroompunt bekijken of terugkeer naar het voltijdsonderwijs mogelijk is. Kan dat niet, dan heeft het combineren van werken met leren (een leer-werktraject) de voorkeur.
•
Op verzoek van de pro-, vso- of mbo-school óf op verzoek van een student afkomstig van een hogeschool of universiteit kunnen gemeenten al tijdens de schooltijd betrokken worden bij de begeleiding van jongeren naar werk.
52
•
De gemeente moet het beleid voor het ondersteunen van jongeren vastleggen in een verordening.
4. Het wetsvoorstel stimuleert de samenwerking tussen onderwijs, Doorstroompunten en gemeenten op casusniveau en bij een regionaal programma. Wet vereenvoudiging banenafspraak Het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging banenafspraak moet het eenvoudiger en aantrekkelijker maken voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en te houden. Het voorstel is op 11 februari 2025 aangenomen door de Tweede Kamer. Ten tijde van het schrijven van dit beleidsplan ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Belangrijkste veranderingen per datum Per 1 januari 2026: •
Werkgevers kunnen jaarlijks tot € 2.000 loonkostenvoordeel (LKV) krijgen per werknemer uit de banenafspraak, zolang die in dienst blijft (nu maximaal 3 jaar).
•
Geen doelgroepverklaring van UWV meer nodig voor het LKV → minder administratie.
Per 1 januari 2027: Doelgroep wordt uitgebreid: •
Mensen met Wajong die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben, maar wel werken worden toegevoegd.
•
Mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie worden toegevoegd.
Andere belangrijke punten: •
Onderscheid tussen markt en overheid vervalt → betere samenwerking bedrijven en minder administratieve lasten.
•
De quotumregeling (realiseren van verplichte aantal banen binnen de banenafspraak) wordt pas geactiveerd als de afgesproken aantallen niet worden gehaald. Dit na overleg met sociale partners en gemeenten.
Nieuw systeem van beloning en prikkels voor markt en overheid: De huidige quotumsystematiek vervalt in 2025. Daarvoor in de plaats komt een nieuw systeem bestaande uit:
53
•
Inclusiviteitsopslag (boete): Extra Aof-premie voor grote werkgevers (>25 keer gemiddelde loonsom) die hun banenquotum niet halen.
•
Bonusregeling: Extra verhoging van het LKV voor werkgevers die hun quotum wél halen.
Gemiddeld is dit systeem financieel in balans: € 5.000 per (niet-)gerealiseerde baan. Kleine en uitlenende werkgevers betalen geen opslag. WerkSaam is een grote werkgever en indien de quotumheffing gaat gelden, zal deze systematiek wel van toepassing zijn. Voor WerkSaam is het nog niet exact duidelijk wat de financiële impact exact zal zijn voor het jaar 2026 (en daarna). De vereenvoudiging van de banenafspraak kan gevolgen hebben als de quotumregeling van kracht wordt. Het is onduidelijk wat hierin gaat gebeuren. De intentie van de wet is dat de bonus- en malusregeling elkaar kunnen gaan opheffen. Wet proactieve dienstverlening Met dit wetsvoorstel kunnen UWV, de SVB en gemeenten proactieve dienstverlening inzetten. Dit betekent dat zij mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een uitkering of een andere ondersteunende voorziening, maar deze niet gebruikt. Zij mogen contact opnemen met deze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkering of voorziening willen doen. Hiervoor mogen zij persoonsgegevens verwerken. Het doel van dit voorstel is niet-gebruik van uitkeringen en andere voorzieningen in de sociale zekerheid verminderen. Wet integrale suïcidepreventie Dit wetsvoorstel heeft als doel om duurzaam suïcidepreventiebeleid effectief te integreren en breed te verspreiden binnen zowel nationale als lokale overheden.
Het beoogt het eerder ontwikkelde suïcidepreventiebeleid wettelijk te verankeren in de Wet publieke gezondheid, waardoor de basis voor dit beleid wordt versterkt. Zoals eerder genoemd hebben gemeenten de verplichting om een beleidskader op dit gebied vast te stellen. WerkSaam streeft ernaar om zich aan te sluiten bij dit beleidskader en is al in gesprek met de gemeenten hierover.
54
Bijlage 4 Rapporten en bronnen •
Vertrouwen in de Bijstand
•
Hervormingsagenda jeugd
•
Regionale toekomstvisie (psychisch) kwetsbare inwoners
•
Beleidsvisie Rondkomen Hoorn
•
Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024
•
Verdrag van de Rechten van personen met een handicap
•
Probleemanalyse Participatiewet door het Ministerie van SZW
•
kenniscentrum voor Beleid en regelgeving.
•
https://www.samenvoordeklant.nl/het-werkcentrum
•
https://sterkdoorwerk.nl/themas/project-hoofdzaak-werk/
•
Toekomstvisie voor (psychisch) kwetsbare inwoners van de regio Westfriesland voor 2024-2028+
•
https://www.divosa.nl/projecten/hoofdzaak-werk/voorjaarsnota-2025-structureelgeld-voor-gemeentelijke-steun-aan-mensen-met-psychische-kwetsbaarheid
•
https://rpa-nhn.nl/noord-holland-noord-sluit-2024-op-fenomenale-wijze-af/
•
https://divosabenchmark.nl/publicaties/divosa-benchmark-werk-inkomenjaarrapportage-2024
•
https://open.overheid.nl/documenten/910f6f86-c426-4f7a-8edfb5771f9179c4/file
•
Impulsbudget infrastructuur Sociaal ontwikkelbedrijven
•
https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/regionaal/jongerenen-ouderen
•
LPBL Regioanalyse Noord-Kennemerland en West-Friesland – september 2024.
•
https://divosabenchmark.nl/publicaties/divosa-benchmark-werk-inkomenjaarrapportage-2024
•
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/02/14/kabinet-wil-mensenactief-wijzen-op-regelingen-om-bestaanszekerheid-te-vergroten
•
BasisvaardighedenInZicht dashboard Nederland
55