Beleidsplan gladheidsbestrijding SED 2026 - 2031 (2026-18)
Tekst van het document
Beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031
Pagina 1 van 8
Beleidsplan Gladheidsbestrijding SED-Organisatie 2026 - 2031 Dit beleidsplan is geschreven door de afdeling Beheer en Geo-informatie en Realisatie. Het beleidsplan is door de volgende betrokkene(n) opgesteld:
Naam
Functie
R.Kunne M.Kuné L.Dekker
Beheerder wegen Werkvoorbereider A Beleidsmedewerker
Zaaknummer: Status: Datum:
Onderdeel (indien van toepassing) Beheer en Geo-informatie Team Realisatie Beheer
Wegen SED, gladheidsbestrijding 636591 Concept 28 mei 2025
INHOUDSOPGAVE 1. Samenvatting 2. Inleiding 3. Juridische verantwoording 3.1. Zorgplicht 3.2. Aansprakelijkheid 4. Strooiseizoen 5. Prioriteiten en routering gladheidbestrijding 5.1. Bepaling prioriteiten en uitgangspunten 5.2. Strooiroutes 5.3. Trottoirs en voetpaden 5.4. Wegbeheerders binnen de SED belast met gladheidsbestrijding 5.5. Zoutbakken en zout ter beschikking stellen aan derden 5.6. Duurzaamheid
Pagina 2 van 8
1. Samenvatting Gladheidbestrijding is belangrijk voor een goede en veilige doorstroming van het verkeer. Dit beleidsplan beschrijft de manier waarop de SED de bestrijding van de wintergladheid aanpakt. De kaders voor het beleid van de gladheidbestrijding volgen de landelijke richtlijnen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). De combinatie van deze richtlijnen, wettelijke kaders en de keuzes die gemaakt worden in dit beleidsstuk geven een duidelijke en vaste basis voor de uitvoering van de gladheidbestrijding. Bij het strooien van de routes wordt een afweging gemaakt tussen veiligheid, bereikbaarheid, kosten en milieuaspecten. Te veel strooien is duur en zorgt ervoor dat het oppervlaktewater onnodig wordt belast met zout. Niet of heel weinig strooien leidt tot gevaarlijke situaties en maakt plekken onbereikbaar. De SED hanteert de volgende uitgangspunten bij het bepalen welke wegen worden opgenomen in de strooiroutes: • • • • • • •
Wegen die veelvuldig worden gebruikt en voor ontsluiting van de woonwijken zorgen en de doorgaande wegen binnen de gemeenten. Vrij liggende fietspaden met een duidelijke verkeersfunctie voor bijvoorbeeld scholieren met voldoende breedte voor het strooimaterieel. Wegen langs veel gebruikslocaties zoals scholen, medische zorg, openbaar vervoer, winkelcentra en industrieterreinen die goed te bereiken zijn met het materieel. Wegen die aansluiten op strooiroutes van omliggende gemeenten en Provinciale wegen. Achteruitrijden is risicovol en wordt zoveel mogelijk vermeden. Doodlopende straten worden i.v.m. achteruitrijden niet in de strooiroute opgenomen. De afstand tot een strooiroute is maximaal 200 meter.
Pagina 3 van 8
2. Inleiding De aanleiding voor het SED-beleidsplan is de behoefte aan een eenduidig beleidsplan voor gladheidsbestrijding. Het gladheidbestrijdingsplan bestaat uit twee delen: - Het “beleidsplan gladheidbestrijding”. Dit plan heeft u nu voor u liggen en hierin wordt het beleid van de gladheidbestrijding van de SED vastgelegd voor de komende 5 jaar. Alle noodzakelijk te maken beleidskeuzes zijn hierin vastgelegd. - Het “uitvoeringsplan gladheidbestrijding”. Dit plan beschrijft hoe het “beleidsplan gladheidbestrijding” tot uitvoering wordt gebracht. Deze wordt na het vaststellen van het beleidsplan uitgewerkt en voor vaststelling voorgelegd. Dit “beleidsplan gladheidbestrijding” geeft een nadere omschrijving van de verantwoordelijkheden, uitgangspunten en doelstellingen van het gemeentelijke beleid ten aanzien van gladheidbestrijding. Het beleidsplan dient periodiek te worden bijgesteld (1 maal per 5 jaar). Op basis van het beleidsplan wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld. Het gladheidseizoen loopt van 1 oktober tot 1 mei.
Pagina 4 van 8
3. Juridische verantwoording. 3.1 Zorgplicht De gemeente heeft als wegbeheerder een zorgplicht. In de Wegenwet is uitdrukkelijk geregeld, dat bij de wegbeheerder de zorg rust voor het in goede en veilige staat verkeren van wegen. De zorgplicht gaat niet zover dat de veiligheid van de weg te allen tijde gegarandeerd moet zijn. De wegbeheerder heeft een inspanningsverplichting voor het bestrijden van gladheid, maar geen resultaatsverplichting. Bij het bestrijden van gladheid mogen prioriteiten worden gesteld op basis van het belang van bepaalde wegen, maar ook op grond van kosten- en milieuoverwegingen. De wijze waarop de gladheidbestrijding (GHB) in de SED vorm is gegeven wordt mede bepaald door de wettelijke kaders. Naast de reeds genoemde zorgplicht heeft de wegbeheerder ook te maken met Arbo-technische aspecten en met consequenties voor het milieu als gevolg van de toepassing van zout. Daarnaast is het beschikbare budget een randvoorwaarde die bepalend is voor de invulling van de taak. 3.2 Aansprakelijkheid Op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat er een risicoaansprakelijkheid voor de wegbeheerder ten aanzien van wegen die niet voldoen aan de eisen die men mag stellen en daardoor een risico vormen voor personen en/of zaken.
Deze risicoaansprakelijkheid betekent dat de rechter een wegbeheerder doorgaans aansprakelijk zal achten, ongeacht of de schade toebrengende gebeurtenis de schuld van de wegbeheerder is. In eerste instantie legt dit artikel dus een zware verantwoordelijkheid bij de wegbeheerder. Toch bestaan er mogelijkheden om zich, in geval van schade ten gevolge van wintergladheid van wegen, tegen aansprakelijkstellingen volgens art. 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te weren. Gesteld kan worden dat ijsafzetting of bevriezing niet de (blijvende) structuur van het wegdek zelf betreft en dus niet kan leiden tot gebrekkigheid van de weg/ het wegdek zelf. In jurisprudentie over dit onderwerp wordt deze stelling bevestigd. Aan een weg die ten gevolge van nachtvorst, ijzel e.d. glad is geworden, kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan zo’n weg gedurende de zomer. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij bij winterse omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het wegverkeer deelneemt dan wel dat hij zich bij extreme omstandigheden (zoals zware ijzel) niet op de weg begeeft. In dit soort omstandigheden kan een wegbeheerder dan ook niet zonder meer aansprakelijk worden geacht voor schade. Concluderend kan worden gesteld dat de wegbeheerder als gevolg van artikel 6:162 BW niet aansprakelijk is voor gladheidschade indien hij kan aantonen: • • •
Dat de gladheid niet mede het gevolg is van minder goede eigenschappen van het wegdek zelf. Dat de gladheid zo plotseling is opgetreden dat hij in redelijkheid niet meer tot strooimaatregelen in staat is geweest. Er in de media naar behoren voor de risico’s is gewaarschuwd.
In artikel 6:172 BW wordt gesproken over het plegen van onderhoud aan de wegen. Op basis hiervan kan de gemeente aansprakelijk gesteld worden voor schending van de zorgplicht. Wil men een claim als gevolg van artikel 6:172 BW weerleggen, dan moet worden aangetoond: • •
Dat er tijdig en naar vermogen is gestrooid. Dat er, gezien de omstandigheden, op tijd en adequaat is gewaarschuwd.
Pagina 5 van 8
Naar de mening van de verzekeraars zijn wegbeheerders niet aansprakelijk voor schade als gevolg van gladheid wanneer zij kunnen aantonen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. Die zorgplicht gaat niet zover, dat de veiligheid van de weg te allen tijde gegarandeerd moet zijn. Om aan de gemeentelijke zorgplicht/ inspanningsverplichting op structurele wijze te voldoen, is het zaak dat de gemeente: • • • •
Inwoners jaarlijks informeert over het gemeentelijke gladheidbestrijdingsbeleid vóór de mogelijke sneeuw- en vorstperiode. Snel en doeltreffend handelt zodra bepaalde gevaarlijke situaties bij de gemeente bekend zijn. Goedgekeurd en voldoende materieel voorhanden heeft en over een gladheidsmeldsysteem beschikt. Jaarlijks een “uitvoeringsplan gladheidbestrijding” vaststelt waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke strooiroutes er worden gereden en wie op welk moment met de uitvoering is belast.
4. Strooiseizoen Het strooiseizoen wordt conform de CROW gesteld op een periode van 1 oktober tot 1 mei. Binnen deze periode wordt er 24/7 gewaakt op gladheid en indien nodig acties uitgevoerd.
5. Prioriteiten en routering gladheidsbestrijding. 5.1 Bepaling prioriteiten en uitgangspunten Bij het bepalen van de te strooien routes houdt de gemeente rekening met; •
•
•
•
•
•
Verkeersaspecten (veiligheid en bereikbaarheid). Gladheid op wegen verhoogt het risico van ongevallen en lichamelijk letsel aanzienlijk. Dit geldt zowel voor voetgangers, fietsers als het gemotoriseerde verkeer. Binnen en buiten de bebouwde kom moet binnen 200 meter van een woonadres een gestrooide route liggen. Milieuaspecten. Het zout tast beplanting en bomen langs wegen aan en komt via het riool bij de waterzuivering. De milieubelasting dient tijdens de uitvoering tot een minimum te worden beperkt. Economische aspecten. Gladheid leidt tot vertraging en brengt daardoor bedrijfseconomische schade te weeg, indien personen en/of goederen niet tijdig op de gewenste plaats van bestemming kunnen komen. Sociale aspecten. Gladheid ontwricht het sociale leven van mensen, indien deze niet tijdig op de door hun gewenste plaats van bestemming kunnen komen (bezoek aan familie, medische centra, sociaal culturele instellingen etc.) Voorkomen van schade aan wegen, voertuigen, straatmeubilair etc. Gladheid verhoogt het risico van ongevallen en daarmee schade aan (motor-) voertuigen, lichamelijk letsel en de openbare ruimte. Om schade aan wegen zoveel mogelijk te beperken is het van belang dat de staat van onderhoud van de wegen goed blijft. Natriumchloride (zout) strooien vooral op asfaltwegen heeft grote invloed op schades aan deze wegen.
Afhankelijk van de winter en het onderhoud zal er meer of minder schade ontstaan. Om zoveel mogelijk ongevallen te voorkomen moet er preventief worden gestrooid bij voorspelling van gladheid. Kostenoverwegingen. Te veel strooien is slecht voor het milieu en kostbaar. Wanneer er niet of heel weinig wordt gestrooid voldoet de gemeente niet aan haar gemeentelijke zorgplicht om te zorgen voor veilige en bereikbare wegen.
Pagina 6 van 8
• • • • •
Doorgaande wegen die veelvuldig worden gebruikt. De weggebruikers op deze wegen bestaan niet alleen uit de lokale bewoners maar ook voor een groot gedeelte uit doorgaand verkeer. Vrij liggende fietspaden met een duidelijke verkeersfunctie voor bijvoorbeeld scholieren met voldoende breedte voor het strooimaterieel. Wegen langs veel gebruikslocaties zoals scholen, medische zorg, verzorgingstehuizen, openbaarvervoer, winkelcentra, industrieterreinen etc. Die goed te bereiken zijn met het materieel. Wegen sluiten aan op strooiroutes van omliggende gemeenten en Provinciale wegen. Achteruitrijden wordt zoveel mogelijk vermeden: Doodlopende straten worden i.v.m. achteruitrijden niet in de strooiroute opgenomen.
Het zal altijd noodzakelijk zijn om de belangen af te wegen en op grond daarvan prioriteiten te stellen om de strooiroutes te bepalen. 5.2 Strooiroutes Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw wordt gebruik gemaakt van vaste routes, zodat voor iedereen duidelijk is waar de gemeente wel en niet gaat strooien. De wegen die in de strooiroute zijn opgenomen dienen op de website te worden gepubliceerd. Op wegen die niet zijn opgenomen in de strooiroute (de zogenaamde overige wegen) wordt geen gladheidsbestrijding toegepast. De daadwerkelijke strooiroutes welke worden opgesteld op basis van de bovenstaande uitgangspunten en prioriteringen worden vastgelegd in het “uitvoeringsplan gladheidbestrijding”. Een belangrijk punt hierbij is uiteraard ook dat alle wegen op tijd worden gestrooid. Als uitgangspunt geldt hier dat alle wegen in de strooiroute binnen 3,5 uur zijn gestrooid nadat is besloten om de gladheid te gaan bestrijden. Deze tijdsduur komt overeen met de landelijke CROW-richtlijnen. 5.3 Trottoirs en voetpaden Zoals omschreven is de wegbeheerder, de gemeente op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de veiligheid in de hele openbare ruimte, dus ook op trottoirs en voetpaden. Gladheidsbestrijding op trottoirs is niet uitvoerbaar met het strooimaterieel. Trottoirs worden niet in de strooiroute opgenomen.
Zie uitleg 5.5 zoutbakken en zout ter beschikking stellen aan derden 5.4 Wegbeheerders binnen de SED belast met gladheidsbestrijding. • •
Provincie Noord-Holland voert de gladheidsbestrijding uit op de Provinciale N-Wegen binnen de SED. De SED voert de gladheidsbestrijding uit op de wegen en fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom volgens de gepubliceerde strooiroutes. De strooiroutes worden afgestemd met de buurgemeenten en provincie voor een goede aansluiting.
Pagina 7 van 8
5.5 zoutbakken en zout ter beschikking stellen aan derden Zoals hiervoor omschreven wordt er op trottoirs geen gladheid bestreden. Toch zijn er een aantal locaties waar het gewenst is dat er zout op het trottoir wordt aangebracht. Dit zijn locaties met een gemeenschappelijke functie waar veel mensen komen. Op deze locaties kan bijvoorbeeld een zoutbak uitkomst bieden. Binnen de SED kan een zoutbak ter beschikking worden gesteld onder voorwaarden: • • • • • • • •
De locatie dient het algemeen belang. Er is een beheerder beschikbaar die verantwoordelijk is voor het gebruik van de zoutbak. De zoutbak dient afgesloten te worden. De zoutbak mag niet worden gebruikt voor privédoeleinden. De zoutbak moet op een locatie staan waar toezicht is op de zoutbak. Sneeuw dient eerst te worden weggeschoven voordat er zout wordt gestrooid. Bij misbruik van de zoutbak zal deze worden verwijderd. Bij particuliere of commerciële instellingen en bedrijven worden geen zoutbakken geplaatst.
5.6 Duurzaamheid In ons inkoop- en aanbestedingsbeleid is duurzaam inkopen één van de uitgangspunten. Dit houdt in dat in aanbestedingsstukken (bijvoorbeeld in de selectie- en gezamenlijke inkoop gunningscriteria) duurzaamheidscriteria worden opgenomen. De inkoop kan betrekking hebben op de uitvoering van gladheidbestrijding, inkoop gladheidbestrijdingsmaterieel en aanschaf dooimiddelen. De inkoop van alternatieve dooimiddelen wordt niet toegepast omdat deze naar verhouding 2 tot 3 maal duurder zijn dan het standaard wegenzout. Voor de productgroep Gladheidbestrijding is door de overheid een milieucriteriadocument opgesteld. De kern is het meewegen van duurzaamheidsaspecten vanaf een vroege planfase, met een focus op de hele levenscyclus van het product.
Pagina 8 van 8