CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B6 advies RHO

Gemeenteraad 26 februari 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Aanvullende motivering sportvelden Padland ter uitvoering van de uitspraak van de Raad van State (2024-08)2.980 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

23 januari 2024 20230886.009/134157/RK Rients Koster ---

20230886.009 Sport Padland, opstellen ruimtelijke motivering OPDRACHTGEVER SED organisatie -AANWEZIG -AFWEZIG PROJECT

RUIMTELIJKE SITUATIE PADLAND "DRECHTERLAND ZUID" VENHUIZEN INLEIDING Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Drechterland een aanvraag voor de wijziging van het bestemmingsplan “Drechterland Zuid” afgewezen. De aanvraag is ingediend door een aantal omwonenden van het sport/speelveld bij OBS ’t Padland te Venhuizen. De aanvraag had onder andere betrekking op wijziging van de bestemming ‘Sport - Sportvelden’ nabij OBS ’t Padland naar de bestemming ‘Groen’ of ‘Bos’. Deze bestemming zou als bufferzone van minimaal 30 meter moeten fungeren tussen de woningen aan de zuidkant van de school. De gronden van OBS ’t Padland vallen binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) heeft het besluit van de gemeenteraad bij uitspraak van 26 juli 2023 vernietigd omdat de motivering te veel was toegespitst op de overlast van het pannaveld en er te weinig is gekeken naar alternatieven voor de bestemming ‘Sport – Sportvelden’. Daarnaast is volgens de RvS onvoldoende ingegaan op de belangen van de school en/of de lokale jeugd. De ondervonden (geluid)hinder vanwege het (nu verwijderde) pannaveld is met name de aanleiding geweest voor de aanvraag van de wijziging van het bestemmingsplan.

De vraag die nu voorligt is of een wijziging van het bestemmingsplan (nu omgevingsplan) vanuit akoestisch oogpunt nog we noodzakelijk/mogelijk is.

SITUATIE OBS ’t Padland is gelegen aan het Padland 2 te Venhuizen en bestaat uit een openbare basisschool met schoolpleinen/speelplekken. Naast de eigen schoolpleinen wordt gebruikt gemaakt van het ten zuiden van de school gelegen sport-/grasveld. Een luchtfoto van de situatie is gegeven in figuur 1. Het westelijk deel van het grasveld bestond voorheen eerst uit een basketbalveld en later een pannaveld/pannakooi. Vanwege de ondervonden geluidhinder van het pannaveld door de bewoners van de woningen aan het Padland 24, 26 en 28, is het pannaveld verwijderd. De planologische situatie is volgens het bestemmingsplan “Drechterland Zuid” (24 juni 2013) gegeven in figuur 2. De ten zuiden van de school gelegen gronden zijn aangewezen als ‘Sport – Sportvelden’ en bestemd voor terreinen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen, zoals sportvelden, tennisbanen, en daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Met het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 geldt er voor de gehele gemeente Drechterland nu het “Omgevingsplan gemeente Drechterland” waar het bestemmingsplan “Drechterland Zuid” nu onderdeel vanuit maakt.

Figuur 1: Luchtfoto situatie (bron: Cyclomedia, datum 9 september 2023)

2/9

Figuur 2:

3/9

Planologische situatie bestemmingsplan “Drechterland Zuid” (per 1 januari 2024 “Omgevingsplan gemeente Drechterland”)

ALGEMENE BEOORDELING GELUID IN HET KADER VAN RUIMTELIJKE ORDENING/MILIEU Voor wat betreft geluid zijn er algemene toetsingskaders voor bedrijven/activiteiten in het ruimtelijk spoor en het milieuspoor. Beide kaders worden hieronder aangegeven. Omdat de aanvraag voor de wijziging van het bestemmingsplan “Drechterland Zuid” in 2022 is ingediend en de RvS uitspraak dateert van 2023 is eerst nog het toetsingskader weergegeven zoals dat gold tot 31 december 2023 en wordt daarna ingegaan op het gewijzigde toetsingskader onder de Omgevingswet.

Bedrijven en milieuzonering (systematiek tot en met 31 december 2023) Algemeen Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid/activiteiten te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten, bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“

De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“

In tabel 1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën (t/m 3.2). Tabel 1: richtafstanden per milieucategorie t/m 3.2 Milieucategorie

Richtafstand Rustige woonwijk en rustig buitengebied

Gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

De achterliggende geluidnormen die in de VNG-publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in tabel 2.

4/9

Tabel 2: geluidnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/rustige buitengebied en gemengd gebied Periode

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) rustige woonwijk/

gemengd gebied

rustig buitengebied dagperiode

Maximale geluidniveaus (LAmax) rustige woonwijk/

gemengd gebied

rustig buitengebied

45 dB(A)

50 dB(A)

65 dB(A)

70 dB(A)

40 dB(A)

45 dB(A)

60 dB(A)

65 dB(A)

35 dB(A)

40 dB(A)

55 dB(A)

60 dB(A)

(07:00 - 19:00 uur) avondperiode (19:00 - 23:00 uur) nachtperiode (23:00 - 07:00 uur)

Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. Beoordeling van de situatie Voor wat betreft de bestemming ‘Sport – Sportvelden’ kent de VNG-brochure alleen de omschrijving ‘veldsportcomplex (met verlichting)’ met een richtafstand van 50 meter. De feitelijke bestemming/gebruik is niet als veldsportcomplex, maar meer als speelvoorziening.

Activiteitenbesluit (vervallen per 1 januari 2024) Een basisschool valt/viel onder de werking van het Activiteitenbesluit en de daarin opgenomen algemene regels. De relevante geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit zijn: Afdeling 2.8. Geluidhinder Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;

5/9

Artikel 2.18 1.

Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a. b. c.

d. e. f. g. h. i.

het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten; het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire inrichtingen; het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekcorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uren per week op militaire inrichtingen; het ten gehore brengen van onversterkte muziek tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 3.7.2., tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting voor primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het

onderwijs; het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang.

2.

Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.

3.

Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a.

het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden; b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; c. laad- en losactiviteiten in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur ten behoeve van de aan- en afvoer van producten bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, voor zover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt; d. het verrichten van activiteiten in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur ten behoeve van het wassen van kasdekken bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid.

Omgevingswet en het geluid van activiteiten Met het van kracht worden van de Omgevingswet zijn de milieuregels voor geluid vanuit het Activiteitenbesluit overgenomen in de Bruidsschat voor het geluid van activiteiten (voorheen inrichtingen). Bij een wijziging van het omgevingsplan dient voor wat betreft geluid te worden voldaan aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij een wijziging van het omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en voorziet erin dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is (opnemen van waarden in het omgevingsplan). Dit is het geval als wordt voldaan aan de waarden als aangegeven in tabel 3 en 4. Ten opzicht van het Activiteitenbesluit/Bruidsschat valt op dat er voor de dagperiode geen grenswaarden meer gelden voor maximale geluidniveaus en dat de standaardwaarden voor de nachtperiode met 5 dB hoger is.

6/9

Tabel 3:

Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen

--

70 dB(A)

70 dB(A)

LAmax door andere piekgeluiden

--

65 dB(A)

65 dB(A)

LAr,LT als gevolg van activiteiten

Tabel 4:

Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten 07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen

--

55 dB(A)

55 dB(A)

LAmax door andere piekgeluiden

--

45 dB(A)

45 dB(A)

LAr,LT als gevolg van activiteiten

In een omgevingsplan kunnen andere waarden (ook hogere) worden opgenomen als in ieder geval wordt voldaan aan de binnenwaarden volgens tabel 4.

BEOORDELING VAN DE SITUATIE TEN AANZIEN VAN GELUID Wanneer een omgevingsplan wordt gewijzigd moet worden voldaan aan de “evenwichtige toedeling van functies aan locaties” en de instructieregels van het Bkl. In dat geval dient een akoestische beoordeling en/of belangenafweging te worden gemaakt. In de (akoestisch/ruimtelijke) afweging (evenwichtige toedeling) kunnen de volgende argumenten dan een rol spelen: ●

●

7/9

De voorheen geldende richtafstandensystematiek was gebaseerd op afstanden tussen bestemmingsgrenzen (stap 1). Bij de VNG vervolgstappen werd gekeken naar de geluidbelastingen op woningen. In het algemeen wordt dan het op de gevel invallend geluidniveau getoetst. Op de percelen met de bestemming ‘Wonen – 1’ (Padland en Schoutstuinen) moet het (geluidgevoelige) hoofdgebouw binnen het bouwvlak worden gebouwd en mogen vrijstaande bijgebouwen niet voor bewoning (en dus ook niet voor geluidgevoelige gebouwen) worden gebruikt. Wel laat het omgevingsplan mantelzorgwoningen toe en zijn er oppervlaktegrenzen aan bijgebouwen. De vraag is wel in hoeverre het realistisch is dat er uitbreidingen worden gerealiseerd bij de woningen aan het Padland/Schoutstuinen. Gezien het feit dat er al sprake is van bijgebouwen buiten het bouwvlak, zijn de planologische mogelijkheden voor uitbreiding van geluidgevoelige bebouwing richting de bron uiteindelijk beperkt, zodat een beoordeling van geluid ter plaatse van de gevels van woningen het meest voor de hand ligt (en niet op de bestemmingsgrens).

In het geval er wel sprake zou zijn van een wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (bopa) geldt op grond van de instructieregels in het Bkl (artikel 5.60) geldt dat de beoordeling van het geluid en de toetsing aan standaard- en grenswaarden plaats moet vinden op/in (uiteindelijk dienen in het omgevingsplan geluidregels te worden opgenomen conform de instructieregels van het Bkl: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte;

●

●

●

Planologisch is er sprake van een bestaande situatie. Het reeds verwijderde pannaveld was geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of activiteit in de zin van het Bkl. OBS ’t Padland is dat wel en stemgeluid blijft dan buiten beschouwing in de periode een van één uur voor de onderwijsperiode tot één uur na de onderwijsperiode. Verder blijven de maximale geluidniveaus vanwege het verrichten van sportactiviteiten in de openlucht dan buiten beschouwing. Dit is geregeld in de Bruidsschat. Op basis van de instructieregels van het Bkl (artikel 5.73) is een meer algemene bepaling opgenomen dat de waarden voor geluid door een activiteit niet van toepassing zijn op onversterkt menselijk stemgeluid. Uiteindelijk dienen in het omgevingsplan geluidregels te worden opgenomen conform de instructieregels van het Bkl voor OBS ’t Padland. Voor het openbaar toegankelijke gedeelte van het gebied is het spelen van kinderen altijd mogelijk. Een bestemmingswijziging (of wijziging omgevingsplan) die dit tegenhoudt is niet mogelijk en/of handhaafbaar. De feitelijke en planologische mogelijkheden van het perceel bestaan dan uit spelende kinderen met in meer of mindere mate het voortbrengen van stemgeluid. Een berekening of meting hiervan is vaak niet representatief om een goede afweging te maken omdat er sprake is van een momentopname.

Zowel een berekening als meting moet zijn gebaseerd op een representatieve bedrijfssituatie. De beschrijving van een dergelijke situatie is vaak al moeilijk te omschrijven voor bedrijfsmatige activiteiten (zeker wanneer stemgeluid een rol speelt) en voor een openbaar terrein zeker niet. Het alleen beschrijven van een mogelijke “worst-case” situatie doet hier geen recht aan. Een berekening is alleen mogelijk op basis van kentallen, maar kennen een grote spreiding, wat betekent dat het “kiezen” van de uitgangspunten ook het resultaat bepaalt. Voor wat betreft het eventueel uitvoeren van geluidmetingen geldt dat deze moeten worden uitgevoerd bij een situatie die representatief is en duidelijk beschreven. Omdat dergelijke situaties kunnen verschillen, zal op meerdere dagen moeten worden bemand moeten worden gemeten om de bronlocaties aan de meetresultaten te kunnen koppelen en stoorgeluiden uit te sluiten. De vergt een niet evenredige inspanning met naar verwachting kosten van € 5.000-10.000,--. Uit een enquete in de omgeving blijkt dat de meeste hinder wordt ondervonden vanwege versterkte muziek, scooters en vuurwerk. Mocht er sprake zijn van onevenredige geluidoverlast door bijvoorbeeld het gebruik van het terrein als hangplek voor jongeren in combinatie met versterkte muziek kan worden opgetreden via de APV (op te nemen in het omgevingsplan).

SAMENVATTEND Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Drechterland een aanvraag voor de wijziging van het bestemmingsplan “Drechterland Zuid” afgewezen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het besluit van de raad bij uitspraak van 26 juli 2023 vernietigd omdat de motivering te veel was toegespitst op de overlast van het pannaveld en er te weinig is gekeken naar alternatieven voor de bestemming ‘Sport – Sportvelden’. Een planologische procedure voor het gebied ten zuiden van OBS ’t Padland heeft geen gevolgen voor de inrichting en blijft openbaar toegankelijk, ook voor spelende kinderen. Dit zal stemgeluid met zich meebrengen, passend bij een woonomgeving. Een zodanige wijziging van het omgevingsplan dat dit niet meer kan plaatsvinden is niet mogelijk zonder het gebied af te sluiten. Dit wordt als onwenselijk geacht, gezien het belang van buitenspelen voor met name kinderen. De instructieregels van het Bkl zien vooral op het geluid van activiteiten binnen een bepaalde begrenzing (voorheen inrichtingen), waarbij in de basis onversterkt stemgeluid niet wordt meegenomen.

In de beoordeling of een (niet als mogelijk/gewenste) wijziging van het omgevingsplan voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ kan stemgeluid wel als factor worden meegenomen, maar dan in een ruimere belangenafweging (buitenspelen, handhaafbaarheid, passen bij een woonomgeving etc.). Het kwantificeren van de geluidemissie vanwege stemgeluid in het openbaar gebied is

8/9

tijdrovend en kostbaar en zal niet bijdragen aan de belangenafweging omdat de te meten of berekenen geluidniveaus enorm kunnen fluctueren. Daarnaast is de hinderlijkheid van stemgeluid sterk subjectief en vaak afhankelijk van niet akoestische factoren.

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13758941/1