B4 Toelichting BP MFA Westwoud (2023-23)
Tekst van het document
Onderzoek naar geluidsbeperkende maatregelen is voor deze situatie ook niet nodig. Een onderzoek naar de geluidwering van de gevels heeft aangetoond dat de geluidwering van de gevels van de woningen en de school voldoen aan de minimaal gestelde eisen uit het Bouwbesluit. Betekenis voor het bestemmingsplan Het plan dat met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt voldoet aan de wettelijke geluidsnorm en de voorwaarden voor een goed woon- en leefklimaat. Vanuit het aspect geluid kan het plan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening.
4.3.4
Luchtkwaliteit
De kern van de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer) is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van het NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 ìg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 ìg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. Naast de introductie van het NSL is de invoering van het begrip “niet in betekenende mate bijdragen” (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit als zowel de jaargemiddelde grenswaarde NO2 als PM10 niet meer toeneemt dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde van die stof.
Dit betekent, kortweg, dat als de toename van de beide jaargemiddelde concentraties kleiner is of gelijk is aan 1,2 ìg/m3 een ontwikkeling kan worden beschouwd als een project dat NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Om te berekenen of een project NIBM is, heeft het Ministerie van I&M een rekentool ontwikkeld. De navolgende afbeelding toont de NIBM-tool die is ingevuld voor het voorligende project. De berekende verkeersgegevens uit paragraaf 4.2.1 zijn hiervoor gebruikt. Hieruit blijkt dat het project NIBM is. Overigens zou het project nog steeds NIBM zijn wanneer er 1.100 extra verkeersbewegingen zouden
26
bestemmingsplan MFA Westwoud
zijn. Dit gegeven relativeert de voorliggende ontwikkeling nog sterker voor het deelaspect luchtkwaliteit.
Bovendien blijkt uit de Atlas Leefomgeving dat de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving laag zijn. De bestaande luchtkwaliteit is daarom als goed te beschouwen voor de te realiseren woningen. Betekenis voor het bestemmingsplan De luchtkwaliteit ter plaatse is goed voor de te realiseren functies en de functies zelf dragen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.3.5
Milieuzonering
Ten aanzien van de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar leef- en verblijfsklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient milieuzonering te worden toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Het doel van de VNG-publicatie is het bieden van een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk en de publicatie biedt mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere gevoelige functies nabij bedrijven. Onderzoek Er is onderzoek gedaan naar de interne geluidwering en akoestiek om een goed akoestisch klimaat te realiseren voor de woonfuncties en het MFA. Hieruit volgt een advies voor de vormgeving van wanden en vloeren. Dit zal worden meegenomen bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen. Op dit punt is een goed woon- en leefklimaat aangetoond. Tevens wordt een onderzoek naar spelende kinderen uitgevoerd om het akoestisch klimaat op de woningen in de omgeving te toetsen.
Gezien het feit dat er in het verleden ook een basisschool aanwezig was, wordt geen belemmering van de uitvoerbaarheid verwacht. Betekenis voor het bestemmingsplan Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
27
bestemmingsplan MFA Westwoud
4.3.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over de beheersing van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Die activiteiten Bij externe veiligheid gaat het om het binnen aanvaardbare grenzen houden van risico's voor de omgeving voor het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen), het gebruik van luchthavens en het gebruik van windmolens. De regelgeving voor externe veiligheid kent twee grootheden waaraan getoetst wordt bij het nemen van een besluit: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze begrippen vullen elkaar aan; met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de risicovolle activiteit en kwetsbare functies, terwijl met het GR wordt beoordeeld of er een groot aantal slachtoffers kan vallen als gevolg van een ongeval. Voor het PR worden risiconormen gesteld in de vorm van grens- en richtwaarden waaraan getoetst moet worden bij vaststelling van bestemmingsplannen.
Voor het GR geldt geen norm; het bevoegd gezag moet afwegen of de gevolgen van een ongeval al dan niet aanvaardbaar zijn. Er is wel een oriëntatiewaarde vastgesteld die weergeeft wat de algehele politiek-maatschappelijke opvatting is over de aanvaardbaarheid van een kans op een ramp met een groep slachtoffers. Naast de kans moet echter ook het mogelijk effect van een ongeval worden betrokken in de besluitvorming. Het bevoegd gezag dient het groepsrisico in bepaalde gevallen te verantwoorden bij het ruimtelijk besluit, waarbij in ieder geval de mogelijkheden voor hulpverlening en rampbestrijding betrokken worden. Betekenis voor het bestemmingsplan In de directe omgeving zijn geen verkeers-, spoor- en vaarwegen aanwezig waar (relevant) transport van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt. Bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen opgeslagen, verwerkt of geproduceerd worden en transportleidingen van aardgas zijn gelegen op voldoende afstand van de ruimtelijke ontwikkeling. Het aspect externe veiligheid is voor deze locatie niet relevant.
4.4
Ecologie
Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantingsof rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. Onderzoek Er is een ecologische quickscan uitgevoerd waarvan de rapportage is bijgevoegd als Bijlage 4. In deze quickscan wordt ingegaan op soortenbescherming en gebiedsbescherming. Soortenbescherming Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 15 januari 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismus en gierzwaluw met zeer grote tot absolute zekerheid afwezig zijn. Dit komt omdat
28
bestemmingsplan MFA Westwoud
gaten en kieren die geschikt zijn voor deze soorten ontbreken. Een aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Ook andere beschermde soorten zoals marterachtigen worden niet verwacht. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Sinds de quickscan is het gebouw goed onderhouden en daarom staat deze conclusie nog steeds. Gebiedsbescherming Gezien de afstanden tot Natura 2000-gebieden en NNN-gebied, zijn er op deze gebieden geen effecten te verwachten. Ook BPL is niet op korte afstand van het plangebied aanwezig, waardoor effecten op dit gebied afwezig zijn. Als onderdeel van de quickscan zijn ook Aeriusberekeningen voor de gebruiksfase en de aanlegfase uitgevoerd. Uit deze berekeningen komt naar voren dat er geen depositie plaatsvindt boven de 0,00 mol/ha/jaar. Deze berekeningen zullen worden geactualiseerd na gereedkomen van de nieuwe Aeriuscalculator in januari 2023. Gezien de grote afstand tot de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zullen de conclusies hetzelfde blijven. Betekenis voor het bestemmingsplan Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
4.5.1
Cultuurhistorie
De bestaande bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarde. Er is geen sprake van een monument. Ook de bestaande stedenbouwkundige samenhang bezit geen cultuurhistorische waarden. Met het voorliggende plan wordt geen afbreuk gedaan aan cultuurhistorische waarden. 4.5.2
Archeologie
Op 1 september 2007 is de wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij als uitgangspunt geldt: ‘de verstoorder betaalt’. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke) omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Gemeenten moeten rekening houden met archeologie bij nieuwe bestemmingsplannen. Betekenis voor het bestemmingsplan In het bestemmingsplan Drechterland Noord 2011 is een archeologische dubbelbestemming (waarde archeologie 2) opgenomen op de plek waar de nieuwe bebouwing komt waarmee is geborgd dat wanneer er grondroerende werkzaamheden (bouwen en graven) plaatsvinden die dieper gaan dan 0,40 m onder maaiveld en plaatsvinden over een grotere oppervlakte dan 500 m2, er archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze dubbelbestemming is in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen. De eventueel aanwezige archeologische waarden zijn hiermee veilig gesteld.
Ook is de dubbelbestemming 'waarde - archeologie 1' uit het vigerende bestemmingsplan Drechterland Noord 2011 overgenomen. Deze ligt aan de noordzijde van het plangebied waar niet wordt gebouwd en daarom volgen er voor de geplande ontwikkeling geen acties uit. Ter zekerstelling wordt een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten worden toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is derhalve uitvoerbaar op het deelaspect cultuushistorie en archeologie.
29
bestemmingsplan MFA Westwoud
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Planmethodiek
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels. Het nieuwe bestemmingsplan is gebaseerd op de systematiek van het vigerende bestemmingsplan 'Drechterland Noord 2011'.
Het plangebied bestaat uit een gemengde bestemming, een horecabestemming en een sportbestemming voor de gymzaal. De 12 woningen en de maatschappelijke functies zijn mogelijk binnen de gemengde bestemming. De archeologische dubbelbestemmingen zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan 'Drechterland Noord 2011'. Omdat in het vigerende bestemmingsplan de bestemmingen voor de gymzaal en de seniorenvereniging niet overeenkwamen met de feitelijke situatie zijn deze bestemmingen in het voorliggende bestemmingsplan gewijzigd. Omdat de bestemming Horeca in de toekomstie situatie gedeeltelijk zal worden gebruikt voor het jeugdwerk is dit gedeelte in voorliggend bestemmingsplan aangepast en dus aangewezen als gemengde bestemming.
5.2
Toelichting op de planregels
In het hoofdstuk 'Inleidende regels' is een aantal begrippen verklaard welke gebruikt wordt in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in het artikel 'Wijze van meten' bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan geïnterpreteerd dient te worden. In het hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan opgenomen bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn, waar dat wenselijk is, flexibiliteitbepalingen opgenomen. Enkelbestemming Gemengd-1 Het plangebied is voor het grootste gedeelte voorzien van de bestemming Gemengd-1. Deze bestemming maakt de combinatie mogelijk van maatschappelijke functies met daarboven 12 woningen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis of kleinschalige bedrijfsactiviteiten. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter. Horeca Deze bestemming is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Drechterland Noord 2011. Zaken die niet relevant zijn voor deze planlocatie zijn uit de bestemming gehaald om de leesbaarheid te
30
bestemmingsplan MFA Westwoud
vergroten. Sport - Sporthal Deze bestemming is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Drechterland Noord 2011. Zaken die niet relevant zijn voor deze planlocatie zijn uit de bestemming gehaald om de leesbaarheid te vergroten. In het hoofdstuk 'Algemene Regels' worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Het gaat hier om de volgende regels: Anti-dubbeltelregel: Met de anti-dubbeltelregel wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning of een mededeling op een meldingsplichtig bouwwerk is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning of het doen van een mededeling mag worden meegenomen. Algemene gebruiksregels: Hoewel in de Wet ruimtelijke ordening al is bepaald dat strijdig gebruik verboden is, is in het bestemmingsplan toch een artikel 'Algemene gebruiksregels' opgenomen. Hierin wordt een aantal voorbeelden gegeven van gevallen die worden aangemerkt als strijdig gebruik. Ook is er een regeling opgenomen om af te wijken van een gebruiksregel met betrekking tot evenementen met kramen e.d. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk 'Overgangs- en slotregels' is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik die al bestond bij het opstellen van het plan, maar die strijdig is met de in dit bestemmingsplan opgenomen planregels.
Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotbepaling is de officiële naam van de planregels bepaald. Onder deze naam kunnen de planregels van het bestemmingsplan aangehaald worden.
5.3
Plansystematiek
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
31
bestemmingsplan MFA Westwoud
Hoofdstuk 6 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie
Het project "Realisatie multifunctionele accommodatie (MFA) Westwoud" is voortgekomen uit het programma Vitale Dorpen. De realisatie van een MFA in Westwoud heeft als doel om belangrijke maatschappelijke functies in het dorp te borgen en clusteren om zodoende Westwoud vitaal en leefbaar te houden. In 2019 hebben Gemeente Drechterland en Woningstichting Het Grootslag een investeringsbudget beschikbaar gesteld voor de realisatie van de MFA in Westwoud. Met alle toekomstig gebruikers van de MFA (De WestWijzer, Kappio, Jeugdwerk, Woningstichting Het Grootslag en Dorpshuis De Schalm) is tijdens het ontwerpproces naar draagvlak gezocht. Het draagvlak binnen het ontwerpproces is in elke fase afgerond middels een eindefasedocument. In samenwerking met Alliantie MFA Westwoud is ook het gehele proces naar draagvlak gezocht bij omwonenden en andere belanghebbenden. In elke fase is contact gelegd om hen te informeren en gelegenheid te bieden op het plan te reageren. Dit is gedaan door middel van 1 op 1 gesprekken, maar ook door georganiseerde inloopavonden, te weten: 5-6-2019; presentatie ruimtelijk en functioneel programma van eisen en brede dorpsontwikkelingen Westwoud in de gymzaal van De Schalm (alle inwoners van Westwoud). 4-12-2019; inloopmiddag en -avond Schetsontwerp Westwoud in het dorpshuis (alle inwoners van Westwoud).
8-9-2020; presentatie Voorlopig Ontwerp in het dorpshuis (direct omwonenden). 9-9-2021; presentatie Definitief Ontwerp in het dorpshuis (direct omwonenden). Tijdens bovengenoemde avonden is informatie vergaard (tips/tops) om de input hiervan af te wegen en te verwerken in de ontwikkelplannen. In opvolgende bijeenkomsten is aangegeven welke punten het ontwerpteam heeft verwerkt in het ontwerp. Tijdens de presentatie van het Definitieve Ontwerp waren de aanwezige direct omwonenden zeer content met de definitieve uitwerking. Woningstichting Het Grootslag en Gemeente Drechterland kregen complimenten op de wijze hoe omwonenden mee mochten denken tijdens het ontwerptraject van de MFA. Ook zijn nieuwsbrieven gepubliceerd en is op de websites van Woningstichting Het Grootslag en Gemeente Drechterland het project onder de aandacht gebracht. Vanzelfsprekend is de informatie ook binnen de gemeente Drechterland gedeeld tijdens raadsbijeenkomsten en raadsinformatiebrieven. De informatie die hier is gedeeld is uiteindelijk ook meerdere malen opgenomen in (regionale) kranten; bijvoorbeeld NHD en NH Nieuws.
6.2
Vooroverleg
In het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan toegestuurd aan verschillende overleginstanties toegestuurd. PM
32
bestemmingsplan MFA Westwoud
6.3
Ter inzage legging
Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de kennisgeving, als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb, ook in de Staatscourant te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Na de zienswijzeperiode zullen in een bijlage bij deze paragraaf de eventuele zienswijzen worden weergegeven en worden voorzien van een gemeentelijke reactie. Deze zienswijzen zullen door de gemeenteraad worden meegewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. PM
33
bestemmingsplan MFA Westwoud
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De kosten die de gemeente maakt voor de procedure van het voorliggende bestemmingsplan, worden verhaald op de initiatiefnemer via een anterieure overeenkomst die is gesloten. Conclusie Gezien hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze toelichting wordt het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht.
34
bestemmingsplan MFA Westwoud
Eindnoten
1. omdat er geen kencijfers zijn vooor basisscholen, wordt uitgegaan van de kencijfers voor een middelbare school
35