CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B4 Advies OD NHN (2023-02)

Gemeenteraad 23 januari 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Koggeweg 33/35 te Venhuizen (2023-02)1.045 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Koggeweg 33-35, 1606 ML, Venhuizen Onderwerp:

Vervolgadvies Advies aanvraag omgevingsvergunning Ruimte voor de herbouw bedrijfswoning en een bedrijfspand (locatie woning en pand gewisseld).

Aan:

Gemeente Drechterland Afdeling omgevingsvergunningen De heer P. Kok

Datum advies:

20 oktober 2022

Kenmerk OD NHN:

OD.385253

Kenmerk gemeente:

-

Contactpersoon:

H. Gierman

Doorkiesnummer:

088 – 102 1725

E-mail

hgierman@odnhn.nl

Bijlagen:

- Geen.

Paraaf afdelingsmanager:

Dit document is automatisch gegenereerd en daarom niet ondertekend.

Samenvatting advies Spuitzonering

Ruimtelijke onderbouwing akkoord onder voorwaarden. Zie opmerkingen.

1. Inleiding Op 6 oktober 2022 is aan de OD NHN een advies gevraagd over het milieu aspect spuitzonering, behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van een bedrijfswoning (Koggeweg 35) en een bedrijfspand (Koggeweg 33). Door de omgevingsdienst is al eerder geadviseerd over de aspecten stikstof, natuur en bodem met betrekking tot de bouw van de hal/werkplaats (d.d. 11 juni 2021, OD.341455) en integraal in advies OD.380003.

Pagina 1 van 3

Bij de totstandkoming van ons advies hebben wij de volgende stukken betrokken: • Email van de heer P. Kok, onderwerp mededeling spuitzone, d.d. 30 september 2022 en 3 oktober 2022.

2. Advies milieuaspecten 2.1 Gewasbescherming en spuitzonering Hoofdlijn. De afstand tussen de nieuwe bestemming wonen en het omliggend agrarisch gebied is minder dan 50 meter. Dit betekent dat dit aspect aandacht behoeft in de ruimtelijke onderbouwing van het besluit. Ter plaatse van de nieuwe (verplaatste) bestemming ‘wonen’ dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te worden geborgd, gelet op de mogelijk negatieve gezondheidseffecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op aangrenzende/ omliggende agrarische percelen. Verder moet worden beoordeeld of de aanwezigheid van deze nieuwe gevoelige bestemming de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven kan belemmeren. Hoofdlijn in de jurisprudentie: In het algemeen wordt in de jurisprudentie aangenomen dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is. Een kortere afstand kan aanvaardbaar zijn, indien hier een locatiespecifiek onderzoek aan ten grondslag ligt. Daarbij moet over het algemeen een locatiespecifiek onderzoek (naar drift) moet worden uitgevoerd. Er kunnen echter ook omstandigheden zijn waardoor men kan overwegen om genoegen te nemen met een minder zware ruimtelijke onderbouwing in woorden. Mogelijke uitzonderingen volgens de jurisprudentie. a.

Dat is het geval indien het bestemmingsplan alleen de teelt van gewassen toelaat waarbij niet mag worden gespoten.

Indien het agrarisch perceel volgens het bestemmingsplan uitsluitend mag worden gebruikt als grasland ten behoeve van een veehouderij: dan kan men uit de uitspraak ECLI:NL:RVS:2017:3524 in r.o. 36.1 en 3.6. 2 afleiden dat wanneer het (planologisch toegelaten) gebruik een grondgebonden veehouderij betreft, waarbij het telen van bomen, fruit, of andere gewassen waarbij bestrijdingsmiddelen worden gebruikt is uitgesloten, er geen sprake is van een agrarisch gebruik/ cq de teelt van gewassen waarbij spuitzones dienen te worden aangehouden. Dan kan de gemeente overwegen om in een casus genoegen te nemen met een locatiespecifieke onderbouwing (zonder specifiek driftonderzoek). In casu mag het omliggend agrarisch perceel volgens het bestemmingsplan wel worden gebruikt voor teelten waarbij gewassen worden bespoten. Indien de omliggende buren ermee instemmen dat de aanvraag wordt uitgebreid/ deze aanvraag ondertekenen zodat deze betrekking ook betrekking heeft op hun percelen, dan kan men in het bestemmingsplan een gebruiksbeperking opnemen zodat de gronden tot 50 meter rond de bestemming wonen/ gevoelige functie wonen plus tuin niet mag worden gespoten c.q. dat dit land alleen mag worden gebruikt als grasland. b.

Dat is in uitzonderingssituaties aan de orde indien het op basis van objectieve feiten en omstandigheden niet aannemelijk is dat een perceel zal worden gebruikt voor teelten waarbij gebruik zal worden gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Zie daarvoor de ‘witte raven’ jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2022:1692 r.o. 3.3, ECLI:NL:RVS:2017:3524 r.o. 36.2, . Wanneer je een beroep doet op deze zeer zeldzame uitzonderingssituaties is een zeer goede onderbouwing nodig.

OD.385253

Pagina 2 van 3

In het mailbericht van 30 september 2022 wordt door de belanghebbende / initiatiefnemer zelf aangegeven dat de omliggende gronden niet geschikt zijn voor gebruik anders dan voor grasland en dat de gronden van zijn agrarische buren ook niet anders zullen worden gebruikt, gelet op de bedrijfsvoering, en bedrijfsopvolging van de buurman. Daarnaast worden foto’s getoond van zeer nat grasland. Wanneer een besluit tot verlening van de vergunning op basis van de ‘witte raven jurisprudentie’ bij de rechtbank zou moeten worden verdedigd op het onderwerp ‘spuitzonering’ dan wordt gemeend dat dit besluit zou stranden. Omdat een beroep op de uitzonderings ‘witte raven jurisprudentie’ altijd risicovol is. Omdat de ‘witte raven’ jurisprudentie betrekking had op situaties waarbij de eigenaar van de omliggende agrarische gronden zelf bezwaar maakte tegen een toevoeging van gevoelige bestemming/functie in hun omgeving en de rechter er op basis van objectieve gegevens (aanwezigheid nieuwe stal/ recreatiewoningen op het perceel van de bezwaarmaker en verklaring van bezwaarmaker waaruit bleek dat dit gebruik niet zou veranderen) er van uit ging dat de gronden met agrarische bestemming niet in gebruik zouden worden genomen voor teelten waarbij zal worden gespoten met gewasbeschermingsmiddelen.

Omdat er in de casus Koggeweg 33-35 niet op basis van voldoende objectieve gegevens is onderbouwd dat de gronden niet anders kunnen en zullen worden gebruikt dan voor teelten waarbij geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Conclusie/Advies Indien de omliggende agrariërs – gelet op de gestelde feitelijke onmogelijkheid om het land anders dan voor grasland te gebruiken – willen instemmen met een planologische gebruiksbeperking, waarbij het besluit gebruiksbeperking gelijktijdig met de aanvraag herbouw/verplaatsing woning wordt genomen, dan is de ruimtelijke onderbouwing rond. Een civielrechtelijke afspraak tussen partijen volstaat niet. In uitspraak ECLI:NL:RVS:2007:BB1762 r.o. 2.8.3 staat dat men bij het nemen van planologische besluiten moet uitgaan van hetgeen planologisch mogelijk wordt gemaakt, een civiele overeenkomst of notarieel beding doet niets af aan de planologische mogelijkheden van gronden en beperkt deze niet. N.B. De OD NHN adviseert maar het is uiteindelijk aan de gemeente om te beoordelen of en in welke situatie men een specifieke ruimtelijke onderbouwing bij een besluit afdoende vindt.

Disclaimer: In dit advies wordt ingegaan op de aspecten, die onderdeel zijn van de Dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de OD NHN (oftewel: onderdeel zijn van door de gemeente overgedragen taken).

OD.385253

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12228843/1