B3. Leeswijzer
Tekst van het document
B3. Leeswijzer bij bijlage A ‘Integrale tekstvervanging Omgevingsplan Drechterland pilot Hoogkarspel’ De integrale tekst van het Omgevingsplan Drechterland pilot Hoogkarspel bevat de regels behorende bij de pilot Omgevingsplan. Dit document is vrij omvangrijk. Alle regels van de verschillende bestemmingsplannen, maar ook regels uit de verordeningen en rijksregels staan namelijk in het document uitgeschreven. Een ieder die wil weten welke regels er gelden op een bepaalde locatie, ziet in het DSO alleen de regels die op deze locatie van toepassing zijn. Regels die niet van toepassing zijn op de gevraagde locatie zullen dan ook niet zichtbaar zijn. De pilot heeft betrekking op onderstaand gebied:
Pilotgebied Hoogkarspel De regels in de pilot omgevingsplan zijn geformuleerd op basis van de bestemmingsplannen welke tot de officiële vaststelling van de pilot gelden in het werkingsgebied van het pilot Omgevingsplan, te weten: - Bestemmingsplan Hoogkarspel 2014; - Bestemmingsplan Centrum Hoogkarspel 2013; - Bestemmingsplan Bernhardstraat 2b Hoogkarspel; - Bestemmingsplan St. Laurentiusstraat 1; - Bestemmingsplan Streekweg 289-293 Hoogkarspel. In de regels van een omgevingsplan is de opzet anders dan dat we van het bestemmingsplan zijn gewend. Immers bestaan in het omgevingsplan geen ‘bestemmingen’ meer met bestemmings- bouw- en gebruiksregels, maar ‘activiteiten’ welke zijn toegestaan in bepaalde werkingsgebieden. Ook zijn oude rijksregels ondergebracht in het nieuwe Omgevingsplan, de zogenoemde ‘bruidsschat’. Om dit op hoofdlijnen toe te lichten wordt specifiek de opzet van hoofdstukken 4, 5 en 22 nagelopen. Opzet hoofdstukken 4, 5 en 22 Hoofdstuk 4 ‘Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving’ gaat in op ‘Gebiedstypen’ (afdeling 4.1). Dat is in dit geval ‘Woongebied Hoogkarspel’. Daarbij wordt aangegeven wat het toepassingsbereik van dit plan is en de ‘Oogmerken’ (algemeen doel) van de regels van het gebiedstype. ‘Specifiek beschermde gebieden’ (afdeling 4.2) gaat in op Leidingzones en Archeologische waarden.
Onder paragraaf 4.2.3 wordt bijvoorbeeld onder Toepassingsbereik benoemd welke specifiek beschermde gebieden er zijn (Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3 etc.) en de oogmerken van deze specifiek beschermde gebieden. Ook is een hoofdstuk gereserveerd voor specifieke beperkingen gebieden. Hier kan bijvoorbeeld een geluidszone of geurzone
worden opgenomen. Gesteld kan worden dat de gebiedstypen deels te vergelijken zijn met bestemmingen en de specifiek beschermde gebieden te vergelijken zijn met de dubbelbestemmingen in voormalig bestemmingsplannen. Hoofdstuk 5 ‘Activiteiten’ bevat de regels die voor een betreffend plangebied (waar bijvoorbeeld een activiteit of bouwwerk wordt aangevraagd) gelden. Afdeling 5.1 bevat inleidende bepalingen met onder artikel 5.1 een algemeen gebruiksverbod. Dit artikel stelt dat het verboden is om de gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten. Net als bij de bestemmingsplannen zijn activiteiten die niet zijn genoemd in het omgevingsplan, niet toegestaan. Vanaf paragraaf 5.2.2 tot en met paragraaf 5.2.14 worden activiteiten genoemd met daaronder vallende werkingsgebieden, welke zijn voortgekomen uit de bestemmingsregels en gebruiksregels van de oude bestemmingen in de bestemmingsplannen. Ook zijn de oude afwijkingsregels voor gebruik en wijzigingsregels opgenomen als ‘vergunningsplichten’ en bijbehorende beoordelingsregels in het daaropvolgende artikel.
In onderstaande voorbeelden wordt beschreven hoe een regel in het bestemmingsplan stond, en hoe deze is omgezet naar een regel uit het omgevingsplan: Voorbeeld bestemmingsplanregel - omgevingsplanregel Was Artikel 7 Cultuur en Ontspanning 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Cultuur en Ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kinderboerderij; b. een voetbalkooi, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van cultuur en ontspanning - voetbalkooi"; c. sport- en speelvoorzieningen; d. Groenvoorzieningen. Wordt Artikel X Algemene regels toegestane activiteiten Cultuur en ontspanning 1. De gronden en bouwwerken in het werkingsgebied ‘Cultuur en ontspanning BP 2014’ mogen worden gebruikt voor: a. het exploiteren van een kinderboerderij; b. sport- en speelvoorzieningen; c. Groenvoorzieningen. 2. De gronden en bouwwerken in het werkingsgebied ‘centrum 1+ woongebouw raadhuisplein + gemengd 1’ mogen worden gebruikt voor: a. Culturele activiteiten, uitsluitend op de begane grond. 3. De gronden en bouwwerken in het werkingsgebied ‘Cultuur en ontspanning BP 2014 + aanduiding voetbalkooi’ mogen worden gebruikt voor: a. een voetbalkooi. Afdeling 5.3 bevat onder andere de bouwregels welke behoren bij de in afdeling 5.2 genoemde werkingsgebieden en van de in afdeling 4.2 genoemde ‘Specifiek beschermde gebieden’.
Hoofdstuk 22 ‘Activiteiten’ bevat de zogenoemde ‘bruidsschat’. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt een aantal regels op rijksniveau. Deze regels verhuizen naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Dit is automatisch ondergebracht in hoofdstuk 22 waarin wordt ingegaan op voorrangsbepalingen en overgangsrecht in afdeling 22.1, regels over bouwwerken, open erven en terreinen in afdeling 22.2 (voorheen in Bouwbesluit 2012 en de Regeling bouwbesluit 2012), regels over milieubelastende activiteiten in afdeling 22.3 (voorheen in Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling), regels over het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond in afdeling 22.4 en regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen in afdeling 22.5 (voorheen in artikel 22.1 en 22.2 Wabo).
2/2