B3. Aanvulling OER Omgevingsvisie SED
Tekst van het document
RAPPORT Aanvulling OER Omgevingsvisie SED
Klant:
Gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland
Referentie:
BI9857
Status:
Definitief/02
Datum:
7 juli 2025
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V. Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: haskoning.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Aanvulling OER Omgevingsvisie SED
Goedgekeurd door:
TS
Datum:
07-07-2025
Classificatie:
Projectgerelateerd
BI9857 Click or tap here to enter text. Definitief/02 7 juli 2025 OER SED BI9857 VM
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 7 juli 2025
OER SED
BI9857
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding aanvulling OER
1
1.2
Opbouw aanvulling
1
2
Foto van de Leefomgeving
2
2.1
Verkeer
2
2.2
Ditgitale bereikbaarheid
6
2.3
Landbouw
7
2.4
Circulariteit
8
3
Dillema’s en ambities
9
3.1
Aandachtspunten en knelpunten
9
3.2
Dilemma’s
10
3.3
Ambities
11
4
Alternatieven
14
5
Effecten omgevingsvisie
15
5.1
Presentatie van effecten en onzekerheden van buiten af
15
5.2
Deelgebieden
15
5.3
Navolgbaarheid
17
Referenties
7 juli 2025
19
OER SED
BI9857
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding aanvulling OER
In het kader van de omgevingsvisie die de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland maken is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. In het OER staat beschreven wat de gevolgen zijn voor de leefomgeving als gevolg van het nieuwe beleid. Het OER is tezamen met de ontwerp omgevingsvisie in 2024 terinzage gelegd. Iedereen heeft zes weken de tijd gehad om zienswijzen in te dienen. Daarnaast heeft ook de Commissie voor de milieueffectrapportage getoetst of het OER de juiste milieu informatie omvat om een besluit te kunnen nemen over de omgevingsvisie. De Commissie heeft op 21 januari 2025 toetsingsadvies uitgebracht. In het toetsingsadvies constateert de Commissie dat het OER op een aantal punten nog informatie mist die essentieel is voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. Ze adviseert om deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen en dan pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie. Dit document betreft deze aanvulling op het OER.
1.2
Opbouw aanvulling
De Commissie mer constateert dat er op drie punten nog informatie ontbreekt. Het gaat dan om: 1. Kaders voor vervolgbesluiten: om de ambities uit de visie uit te kunnen werken in vervolgprocedures, moet eerst duidelijk zijn met welke dillema’s de gemeenten te maken hebben en welke opties ze hebben om deze dillema’s aan te pakken. Hiervoor is het ook belangrijk om de samenhang tussen de verschillende dillema’s in beeld te hebben. Dit bepaalt namelijk of een verdere uitwerking binnen de eigen gemeente kan plaatsvinden, of dat gemeente- overstijgende samenwerking nodig is. De Foto van de leefomgeving speelt een belangrijke rol bij het in beeld brengen van deze informatie. 2. Dillema’s in beeld met Foto van de leefomgeving: de foto geeft al veel nuttige informatie over de staat van de leefomgeving, maar is nog onvoldoende gebruikt om concrete dillema’s in beeld te brengen waarover gemeenteraden keuzes moeten maken. Ook ontbreekt voor een aantal aspecten belangrijke informatie die hiervoor nodig is. In de hoofdstukken 2 (Foto van de leefomgeving) en 3 (dillema’s en ambities) van deze notitie wordt invulling gegeven aan de eerste twee gevraagde punten van de commissie mer. 3. Plausibiliteit en navolgbaarheid omgevingseffecten en doelbereik: de beoordeling van de omgevingseffecten en het doelbereik is voor een aantal aspecten niet goed te volgen.
Dit komt deels doordat verschillen in de ordegrootte van effecten niet in beeld zijn en door de weergave van de beoordelingen in een rad van de leefomgeving, waarin positieve en negatieve effecten tegen elkaar weggestreept zijn. Verschillende conclusies zijn daarnaast discutabel omdat sprake is van grote onzekerheden over de toekomst en/of omdat relevante nuances per gemeente of gebiedstype ontbreken. In de hoofdstukken 4 (alternatieven) en 5 (effecten omgevingsvisie) van deze notitie wordt invulling gegeven aan het derde punt van de commissie mer.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
1
Projectgerelateerd
2
Foto van de Leefomgeving
De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming over de omgevingsvisie, ontbrekende informatie over de huidige staat van de leefomgeving zoveel mogelijk aan te vullen in de Foto van de leefomgeving. Ze vraagt daarbij aanvullende informatie over verkeer (verkeersintensiteiten, parkeren en modal split (par 2.1)), digitale bereikbaarheid (par 2.2), landbouw (par 2.3), circulariteit (par 2,4). In onderstaande paragrafen is de aanvullende informatie opgenomen.
2.1
Verkeer
Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteiten in de kern van Enkhuizen zijn gedurende 1 week in november 2015 gemeten in het kader van een verkeersonderzoek. De gemiddelde intensiteiten die volgen uit dit onderzoek staan in figuur 2-1. De wegen met de hoogste intensiteiten zijn de toevoerwegen van het centrum en buitenwijken. Vanuit het noorden naar het centrum zijn dit de Nelson Mandeladreef en de Noordweg. Vanuit het zuiden is dit de Flevolaan/ Bosmankade en vanuit het westen is de belangrijkste toevoerweg het Westeinde Westerstraat. De meest belangrijke weg naar de buitenwijken is de Gerard Brandtweg [Gemeente Enkuizen, 2017].
Figuur 2.1 Intensiteiten wegen Enkhuizen, weergegeven in motorvoertuigen per dag [Gemeente Enkhuizen, 2017]
In Stede Broec valt de hoofdstructuur van de auto grotendeels samen met de hoofdstructuur van de fiets. Op basis van tellingen (2021) en modeldata zijn in figuur 2.2 de intensiteiten in drie klassen weergegeven [Stede Broec, 2021]: • De Raadhuislaan heeft een redelijke hoge intensiteit voor een weg met gemengd verkeer. Het autoverkeer is dan ook erg dominant aanwezig op deze weg. • De Stede Broecweg en de route via Burgemeester J.N. Stuifbergenlaan (noordelijk deel) en Dirk Essenlaan hebben een belangrijke ontsluitende functie in Stede Broec. Dit is ook duidelijk terug te zien in de intensiteiten.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
2
Projectgerelateerd
Stuifbergenlaan Stede Broecweg Raadhuislaan
Figuur 2.2 Verkeersintensiteit (motorvoertuigen per etmaal) [Gemeente Stede Broec, 2021]
Parkeren De gemeente Stede Broec heeft vraagvolgend parkeerbeleid. Alleen als de kernkwaliteiten (zoals het historisch lint) of de veiligheid in het geding komen, worden parkeerplaatsen op wat grotere afstand van de bestemming geaccepteerd. Met veiligheid wordt bedoeld dat parkeren niet ten koste mag gaan van de bereikbaarheid van hulpdiensten. Voor smalle straten moet gezocht worden naar alternatieve locaties voor parkeren, in overleg met hulpdiensten en bewoners. In nieuwe situaties gaat de gemeente uit van de richtlijnen van het CROW [Gemeente Stede Broec, 2021]. Voor de gemeente Enkhuizen heeft adviesbureau Goudappel Coffeng in 2016 een verkeersplan opgesteld. Voor dit plan zijn meerdere verkeersonderzoeken gedaan, waaronder een parkeertelling. Hieruit bleek dat het kernwinkelgebied en de schil om het kernwinkelgebied samen een parkeercapaciteit van bijna 6.000 parkeerplaatsen hebben. De piekbelasting van deze parkeercapaciteit zit in het zomerseizoen. Vooral tijdens evenementen stijgt de parkeerdruk en is de parkeercapaciteit in sommige gebieden ontoereikend [Gemeente Enkhuizen, 2021]. In een groot aantal straten in het centrum is de parkeerdruk echter ook hoog in situaties zónder grote evenementen. De gemiddelde parkeerdruk was 68%.
Inwoners en bezoekers ervaren in het algemeen parkeeroverlast bij een parkeerdruk van boven de 80%, dus voor de totale binnenstad inclusief schil was de parkeercapaciteit tijdens de metingen in 2016 in principe voldoende. De figuren 2-3 en 2-4 tonen de variatie in parkeerdruk. In figuur 2-3 zijn de straatdelen met een parkeerdruk van meer dan 100% rood gearceerd (de winkelstraat in het centrum is aangegeven in blauw).
7 juli 2025
OER SED
BI9857
3
Projectgerelateerd
Figuur 2.3 Kaart met straten met hoge parkeerdruk (rood) en winkelstraat centrum (blauw). Gebied rechts van de paarse lijn is het centrumgebied. (Bron: Parkeertellingen Goudappel Coffeng, 2016.) [Gemeente Enkhuizen, 2023]
Al met al blijkt dat bijna een kwart van de straatdelen in het centrum een parkeerdruk heeft die hoger is dan 100%. Ruim de helft van de straten zit tijdens de piekbezetting op zaterdagmiddag boven de 80% bezetting. In de schil rond het centrum is de parkeerdruk lager, maar ook hier is de parkeerdruk in een derde van de straten tijdens de piek hoger dan 80%. De hoge parkeerdruk wordt versterkt doordat Enkhuizen in vergelijking met andere steden relatief veel inwoners in de binnenstad heeft wonen. Een bijkomende bijzonderheid van de parkeersituatie in Enkhuizen is het verschil in de zomer- en wintermaanden. In de zomermaanden kent de stad veel evenementen en bezoeken er ook veel meer toeristen de stad, wat zorgt voor een hoge parkeerdruk. In de wintermaanden is het rustiger. De hoge parkeerdruk in de binnenstad zorgt ervoor dat bezoekers moeite hebben een vrije parkeerplek te vinden. Ook is het huidige parkeerbeleid onduidelijk voor bezoekers. Dit alles zorgt voor ‘zoekverkeer’: rondrijdend verkeer dat op zoek is naar een parkeerplaats. Verder gaan bezoekers parkeren op plaatsen waar dat onwenselijk is.
Figuur 2.4 Parkeerdruk Enkhuizen verdeeld naar categorieën [Gemeente Enkhuizen, 2023]
7 juli 2025
OER SED
BI9857
4
Projectgerelateerd
In de omgevingsvisie is bij Uitvoering een programma Enkhuizen binnenstad en omgeving opgenomen. Geadviseerd wordt om de voornoemde aandachtpunten rondom verkeer en parkeren integraal te betrekken bij de uitwerking van dit programma. Een autoluwe binnenstad is volgens de omgevingsvisie uitgangspunt voor een leefbare en toeristisch aantrekkelijke omgeving. Het programma is het geijkte instrument voor een concrete uitwerking van maatregelen op korte en middellange termijn. Modal split De modal split kijkt naar de verdeling van personenverplaatsingen over de verschillende modaliteiten. Hierbij wordt enkel gekeken naar de hoofdvervoerwijze. Het is een belangrijke graadmeter om te zien in hoeverre het OV zich verhoudt tot het autogebruik. Sinds 2018 is het aandeel van de auto in het aantal verplaatsingen per persoon per dag binnen NoordHolland langzaam gedaald van 39 naar 36 procent in 2022 (zie figuur 2-5). Tegelijkertijd is het aantal auto’s in de provincie alleen al tussen 2019-2022 met 5 procent toegenomen. De aandelen van de trein en de bus, tram en metro (BTM) halveerden bijna tijdens de coronajaren 2020-2021 en lagen in 2022 nog steeds onder de percentages van voor de pandemie. De percentages fiets en overig bleven redelijk stabiel. Het aandeel lopen is in 2022 met 8 procent gestegen ten opzichte van 2018 [Provincie Noord Holland, 2023].
Figuur 2.5 Modal split Noord-Holland op basis van aantal verplaatsingen per persoon per dag, 2018-2022 [Provincie Noord-Holland, 2023]
In Stede Broec wordt de fiets meer dan gemiddeld gebruikt wordt voor verplaatsingen (zie figuur 2-6). Mogelijk komt dat doordat Stede Broec een compacte gemeente is met relatief veel voorzieningen op korte afstand van huis. Ook het autobezit is in Stede Broec lager dan gemiddeld in Nederland en ook lager dan in andere West-Friese gemeenten [Stede Broec, 2021]. De auto is voor de gemeente Drechterland een belangrijk vervoersmiddel, voornamelijk in het buitengebied. In figuur 2.7 is de modal split van Drechterland vergeleken met het Nederlands gemiddelde. Wat opvalt is dat er meer autogereden wordt, maar ook relatief veel gefietst wordt. Er wordt minder gebruik gemaakt van bussen en er wordt minder gelopen [Drechterland, 2023]. Van de gemeente Enkhuizen is er geen informatie bekend over modal split.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
5
Projectgerelateerd
Figuur 2.6 Vervoerwijzekeuze in Stede Broec (2021) en gemiddeld in Nederland (grijs) [Stede Broec, 2021]
Figuur 2.7 Modal split in Drechterland vergeleken met gemiddeld in Nederland
2.2
Ditgitale bereikbaarheid
De digitale bereikbaarheid van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is een belangrijk aandachtspunt. De Rekenkamercommissie van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (Rkc SED) heeft in juli 2021 een rekenkamerrapport aan de gemeenteraden aangeboden over het onderzoek naar de digitale dienstverlening van de drie gemeenten en een drietal gemeenschappelijke regelingen [Rkc SED, 2021]. Wat betreft de gebruikers gaat het om elementen als: toegankelijkheid van informatie, gebruiksvriendelijkheid en integrale dienstverlening (één plek om zaken te regelen). Uit het onderzoek blijkt dat de digitale dienstverlening van deze gemeenten nog verbeterd kan worden. Dit komt vooral omdat de visie niet is uitgewerkt, servicenormen (beloften over de kwaliteit van dienstverlening, zoals reactietijd en kwaliteit informatie) niet actueel zijn en er een beperkte analyse van waarderingen en behoeften van gebruikers is. Er wordt aanbevolen om algemene kaders concreter te maken en meer aandacht te besteden aan de ervaringen van gebruikers. De gemeenten werken echter actief aan het verbeteren van hun digitale bereikbaarheid en dienstverlening, wat betekent dat er voortdurend stappen worden gezet om de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid te verbeteren. Dit valt echter niet binnen de scope van de omgevingsvisie die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
6
Projectgerelateerd
2.3
Landbouw
De huidige staat van landbouw is in het OER in beeld gebracht op basis van één indicator waarin de vitaliteit en winstgevendheid van de landbouw en de milieudruk zijn samengenomen. Verzocht is om deze beoordeling uit elkaar te trekken. Onderstaand is dat gedaan voor de schaallatten. Landbouw Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwalitatief Beoordeling van een specialist op basis van vitaliteit landbouw en winstgevendheid
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
Er is sprake van een vitale en winstgevende landbouw.
Oranje
De huidige vorm van landbouw staat onder druk qua winstgevendheid en vitaliteit.
Rood
De huidige vorm van landbouw is niet meer winstgevend en vitaal
Landbouw Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwalitatief Beoordeling van een specialist op basis van milieudruk (verzuring van de lucht en de bodem, vermesting van bodem, grondwater en oppervlaktewater, vedroging, verspreiding en klimaatverandering)
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
De huidige vorm van landbouw staat niet onder druk. Er is geen sprake van milieudruk
Oranje
De huidige vorm van landbouw staat onder druk. Er is sprake van redelijke milieudruk.
Rood
De milieudruk van de huidige vorm van landbouw is hoog. Transitie is wenselijk.
Er is sprake van een kwaliteitsniveau groen voor de beoordeling van de vitaliteit en winstgevendheid van de landbouw. Dit heeft o.a. te maken met de aanwezigheid van Seed Valley. De milieudruk van de landbouw op de leefomgeving in de huidige situatie is hoog. Er is sprake van een rood kwaliteitsniveau. Dit heeft o.a. te maken met: • Klimaatverandering (door uitstoot van methaan en distikstofoxiden) • Verzuring van de lucht en de bodem (ammoniak) • Vermesting van bodem, grondwater en oppervlaktewater (stikstof en fosfaat) • Verdroging (verlaging van het grondwaterpeil) • Verspreiding (zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen met een negatief effect op waterkwaliteit, biodiversiteit en mogelijk gezondheid). Als het gaat over gewasbeschermingsmiddelen zijn er geen gemeentelijke regels over de toepassing van drift- en spuitzones. De voorschriften die bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moeten worden nageleefd zijn door de landelijke overheid gesteld in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) regelt de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het toezicht op de naleving daarvan geschiedt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In alle gevallen geldt dat de strengste voorschriften, uit het Bal of die op het wettelijk gebruiksvoorschrift staan gelden.
Het is mogelijk om in Omgevingsplannen een teeltvrije zone in te stellen gesteld rondom nieuw te bouwen woningen waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Van deze mogelijkheid wordt in het plan Venhuizen Centrum West gebruik gemaakt.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
7
Projectgerelateerd
Als gevolg van de beoogde plannen op het gebied van woningbouw en energie voorziet de omgevingsvisie in een afname van het areaal landbouw. Als gevolg daarvan is er een risico op afname van de winstgevendheid en vitaliteit van de landbouw. Ook de milieudruk kan daardoor afnemen. Er is een voorstel gedaan aan het gemeentebestuur om (aanvullend op de eerder beoogde programma’s) een programma landelijk gebied op te zetten. In dit programma zal in dialoog met de sector onder meer gekeken worden naar het perspectief en de verdienmodellen voor de agrarische sector wetende dat het areaal zal verkleinen. Dit is reeds opgenomen in de omgevingsvisie.
2.4
Circulariteit
In de gemeenten Stede Broec en Enkhuizen is er een focus op circulaire bouw- en sloopactiviteiten. De gemeente Stede Broec en Enkhuizen zijn onderdeel van de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen Noord-Holland Noord, waarbij 37 partijen samenwerken om de circulariteit in de bouwsector te verbeteren. Het betreft een initiatief van de provincie Noord-Holland en Circulair Westfriesland. Volgens de afspraken in deze deal moeten in 2024 ten minste 50% van de sloopprojecten circulair worden uitgevoerd, met als doel binnen twee jaar volledig circulair te slopen. Circulair slopen is het zodanig slopen, ontmantelen, demonteren en remonteren, dat de vrijkomende grondstoffen weer in andere bouwprojecten worden gebruikt. [Provincie Noord-Holland, 2024] Het exacte aantal circulaire en/of energieneutrale bedrijven in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is niet bekend. Op het gebied van circulariteit is er, buiten het afvalbeleid om, geen vastgesteld beleid. Vanwege het ontbreken van deze data en beleid is het niet mogelijk om dit aspect verder in beeld te brengen.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
8
Projectgerelateerd
3
Dillema’s en ambities
De Commissie mer vraagt om op basis van de aangevulde Foto van de Leefomgeving (zie hoofdstuk 2) de belangrijkste risico’s en kansen (in het OER ook wel aandachtspunten en knelpunten genoemd) in beeld te brengen en deze te vertalen naar de belangrijkste dillema’s waar de gemeenten besluiten over moet nemen. Ze vraagt om aan te geven welke dillema’s in vervolgprocedures gemeente – of thema overstijgend moeten worden opgepakt vanwege de aard van de uitdagingen en mogelijke oplossingen. In paragrafen 3.1 en 3.2 wordt hier invulling aan gegeven. Tot slot vraagt ze ook om een overzicht te maken van ambities en maatregelen waarvoor de gemeenten afhankelijk zijn van de acties van derden of marktontwikkelingen. Inzicht moet worden gegeven in of deze afhankelijkheden invloed heeft op de omgevingseffecten en het doelbereik. Deze analyse is gedaan in paragraaf 3.3.
3.1
Aandachtspunten en knelpunten
Oorspronkelijke aandachtspunten en knelpunten In het OER zijn de beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Deze aspecten dragen niet bij aan een goede kwaliteit van de leefomgeving. In de omgevingsvisie moet hier extra aandacht aan worden besteed. Tabel 3-1 Hoe gaat het nu in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland?
Aandachtspunten (kwaliteitsniveau oranje met een verslechterende trend) • • •
Wonen Geluidhinder Werkgelegenheid
Knelpunten (Kwaliteitsniveau rood) • • • • •
Broeikasgassen Duurzame energieopwekking Circulariteit Duurzame en slimme mobiliteit Biodiversiteit
Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten voorzieningenniveau, beweegvriendelijke leefomgeving, groene leefomgeving, sociale veiligheid, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, werklocaties en bedrijvigheid, landbouw en fiets- en wandelnetwerk in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier ligt een opgave voor de omgevingsvisie. Aanvullende aandachtspunten en knelpunten Op basis van de aanvullingen op de Foto van de Leefomgeving (zie hoofdstuk 3) dient er aanvullend aandacht te zijn voor: • De parkeersituatie in Enkhuizen. Deze staat onder druk, waardoor bezoekers in de binnenstad moeite hebben een vrije parkeerplek te vinden en bezoekers gaan parkeren op plaatsen waar dat onwenselijk is. • Op enkele wegen is er sprake van een hogere verkeersintensiteit. Bij verdere toename kunnen onveilige situaties ontstaan. • De digitale bereikbaarheid van de gemeenten kan nog verbeterd worden. • De milieudruk van de landbouw op de leefomgeving in de huidige situatie is hoog. • Op het gebied van circulariteit is er, buiten het afvalbeleid om, geen vastgesteld beleid.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
9
Projectgerelateerd
3.2
Dilemma’s
De aandachtspunten en knelpunten zoals deze zijn beschreven in paragraaf 3.1 kunnen vertaald worden naar dilemma’s waarover de gemeente besluiten moet nemen. Onderstaand worden deze per aandachtsen knelpunt toegelicht. Ook is toegelicht of de dilemma’s thema- of gemeenteoverstijgend zijn. Wonen In alle drie de gemeenten is er sprake van tekorten aan bepaalde type woningen. In Stede Broec is er behoefte aan eengezinskoopwoningen, in Enkhuizen aan goedkope huurwoningen en duurdere koopwoningen en in Drechterland aan kleine (huur en koop) woningen, ouderenwoningen en goedkope huurwoningen. Het tekort is het grootst in Drechterland. Om het tekort aan bepaalde type woningen op te geven is het belangrijk dat de gemeente inzet op woningbouw. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het type woningbouw waar behoefte aan is. Relevant voor dit dilemma is de afweging voor inbreiding dan wel uitbreiding. En bij uitbreiding het zoeken naar geschikte locaties (en daar keuzes in maken). De vraag naar woningen is een gemeenteoverstijgend dilemma en wordt in samenwerking met de regio opgepakt. De gemeente heeft zich al uitgesproken over de kernen waar een specifieke zoekopdracht voor een woonlocatie ligt. Het is daarnaast een themaoverstijgend dillema: inzet op woningbouw kan ten koste gaan van verbetering van het geluidsklimaat, landbouw, mobiliteit, biodiversiteit en broekasgassen.
Geluidhinder In het grootste deel van de gemeenten wordt er voldaan aan de WHO-advieswaarden, op enkele plekken langs de N307, N505 en N506 is er sprake van overschrijding van de WHO-advieswaarden, ook is er lokaal overlast van windturbines en industrie. Bij de locatiebepaling van nieuwe woningen, bedrijven en windturbines dient rekening gehouden te worden met extra geluidshinder als gevolg van verkeersaantrekkende werking en roterende bladen. De wegen en locaties waar nu al overschrijding/overlast plaatsvindt, moeten zo veel mogelijk worden ontzien. Werkgelegenheid Het aantal banen per 1.000 inwoners ligt lager dan het provinciale gemiddelde, in de toekomst neemt de netto arbeidsparticipatie waarschijnlijk af door vergrijzing. Het aspect werkgelegenheid en arbeidsmarkt is een gemeentebreed aspect en daardoor niet ruimtelijk-specifiek te maken. Werkgelegenheid kan daarom gestimuleerd worden. Broeikasgassen De vermindering van de uitstoot van broeikasgassen loopt in alle drie de gemeenten achter op de gestelde wettelijke doelen uit de Klimaatwet. De gemeente moet inzetten op het verder afnemen van broeikasgassen. Dit is een themaoverstijgend dillema: inzet op verdere afname van broeikasgassen kan strijdig zijn met extra woningbouw en bedrijvigheid (als gevolg van de verkeersaantrekkende werking).
Duurzame energieopwekking Het percentage duurzaam opgewekte energie ligt in alle drie de gemeenten lager dan het landelijk gemiddelde en voldoet nog niet aan de doelstelling vanuit de EU (14% hernieuwbare energie). Het percentage duurzaam opgewerkte energie kan verhoogd worden door in te zetten op de aanleg van zonnepanelen en windturbines. In de omgevingsvisie zijn de zoekgebieden voor duurzame opwek van energie opgenomen. Digitale bereikbaarheid Er kan besloten worden om te investeren in het verder verbeteren van de digitale bereikbaarheid.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
10
Projectgerelateerd
Circulariteit Geen van de drie gemeenten haalt het doel van 100 kg huishoudelijk afval per inwoner en 75% afvalscheiding. Daarnaast is er op het gebied van circulariteit, buiten het afvalbeleid om, geen vastgesteld beleid. Hier dient extra aandacht voor te zijn binnen de gemeenten. Mobiliteit In alle drie de gemeenten ligt het aantal deelauto’s het aantal elektrische auto’s en het aantal (semi)publieke laadpalen achter op het provinciale gemiddelde. Het is mogelijk om dit te stimuleren, maar de gemeente is wel afhankelijk van markt en capaciteit van het stroomnet. In het programma Enkhuizen binnenstad e.o. moet inhoud worden gegeven aan het voornemen om Enkhuizen meer autoluw te maken. Ook de parkeerproblematiek moet in dit programma aangepakt worden. Landbouw De huidige milieudruk van de landbouw op de leefomgeving is groot. Besloten kan worden om in omgevingsplannen een teeltvrije zone in te stellen gesteld rondom nieuw te bouwen woningen waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Biodiversiteit De soortendiversiteit van Rode-lijstsoorten is laag in alle drie de gemeenten. Om de diversiteit te verhogen kan besloten worden om extra in te zetten op bijv. natuurlijke bermen en vergroening.
In de omgevingsvisie wordt hierop ingezet (bv door het werken aan een patroon van bomen, bermen en andere groenvoorzieingen dat stevig is en ruimte geeft aan veel planten- en diersoorten).
3.3
Ambities
In de omgevingsvisie hebben de gemeenten voor zes onderwerpen ambities/doelen opgenomen. Deze staan in onderstaande tabel. Voor diverse ambities zijn de gemeente afhankelijk van de acties van derden of van marktontwikkelingen. Dit is aangevuld in de tabel, maar beïnvloedt de beoordeling van de omgevingseffecten of het doelbereik in het OER niet (omdat deze ambities niet op zichzelf beoordeeld zijn). Wel is in het OER een beoordeling gedaan van het nieuwe beleid (beleidsuitspraken) dat als onderdeel van de visie (ruimtelijk) mogelijk wordt gemaakt. Ook is nagegaan in hoeverre dat beleid bijdraagt aan de ambities zoals opgenomen in de tabel. Afhankelijk van derden/ marktontwikkelingen?
Ambities Wonen en samenleven De gemeenten werken naar een compleet, duurzaam en betaalbaar aanbod van verschillende soorten woningen. Ze doen dat om te voorzien in vraag naar woningen van iedereen voor nu en later. Binnen buurten zorgen ze voor afwisseling van woningtypen en menging van doelgroepen. Er is ruimte voor allerlei soorten woningen. Voorbeelden zijn mengen van koop en huur, knarrenhoven en woningen voor bijzondere doelgroepen. De gemeenten besteden bijzondere aandacht aan starters, ouderen en mensen met behoefte aan zorg of ondersteuning. Dit betekent onder meer dat ze woningen zo willen bouwen of verbouwen dat je er kan blijven wonen als je ouder wordt of meer zorg nodig hebt. Zo’n woning noemen ze levensloopbestendig. De gemeenten zorgen voor goede omstandigheden om de voorzieningen in kernen te behouden. Ze willen graag dat er voldoende voorzieningen zijn die passen bij de grootte van de kern. En dat voorzieningen zo goed mogelijk bereikbaar zijn.
7 juli 2025
OER SED
In het woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie NoordHolland is voor regio Westfriesland benoemd om in de periode tot 2040 9.000 woningen te bouwen. Hierin is opgenomen dat er voldoende nieuwe woonvormen bij moeten komen die passen bij de woningbehoefte en bijdragen aan de woonkwaliteit van de regio. Er is specifiek aandacht voor de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en senioren. Maar ook is er aandacht voor de wensen van andere doelgroepen zoals studenten, jongeren
BI9857
11
Projectgerelateerd
Ambities
Afhankelijk van derden/ marktontwikkelingen?
De gemeenten werken aan afwisselende, leefbare, groene en duurzame woonwijken, dorpen en stad.
en gezinnen. Een belangrijk doel is ook het bevorderen van de doorstroming.
De gemeenten zorgen voor ontmoetingsmogelijkheden in binnenstad, dorpskernen en woonwijken, voor kinderen, jongeren en ouderen. De gemeenten vinden het belangrijk dat er zoveel mogelijk gelijke kansen zijn voor iedereen. Een goede toegankelijkheid van voorzieningen is een voorwaarde voor de inwoners om mee te kunnen doen en verbonden te zijn met anderen. Bijzondere aandacht gaat uit naar de leefbaarheid van de binnenstad, dorpen, wijken en het platteland.
De gemeente is verantwoordelijk voor implementatie van de afspraken, maar hierbij (groten)deels wel afhankelijk van vastgoedinvesteerders en woningbouwcorporaties. Ja, de gemeente is afhankelijk van investeerders in midden- en kleinbedrijf.
Gezondheid, welbevinden en milieu Samen met de ketenpartners wordt gewaakt over de gezondheid en veiligheid van de leefomgeving. Van bodem en ondergrond tot gezonde buitenlucht. De gemeenten werken samen met Rijk, provincie en hoogheemraadschap aan de veiligheid op het gebied van water. Ze zorgen dat we bestand zijn tegen droogte, hitte en zware regenval (klimaatadaptatie).
Ja, afhankelijk van ketenpartners, Rijk, provincie en hoogheemraadschap.
De gemeenten behouden het groene karakter van onze omgeving. De gemeenten stimuleren bewegen, sport en recreatie.
Duurzaamheid, natuur en recreatie De gemeenten leveren onze bijdrage aan de doelen op het gebied van energiebesparing en het duurzaam opwekken van energie. Ze maakten daarover afspraken in onze regio West-Friesland. De gemeenten werken aan een patroon van bomen, bermen en andere groenvoorzieningen dat stevig is en ruimte geeft aan veel planten- en diersoorten. Dat noemen ze biodiversiteit. De gemeenten behouden patronen van vaarten, bermen en ander waardevol water en groen in het buitengebied. Ook behouden ze de biodiversiteit in de kernen en langs randen van onze kernen. In de regio is een groot tekort aan mogelijkheden om te recreëren. Ze verbeteren daarom waar mogelijk de gelegenheid voor het wandelen, fietsen en varen. Ze ondersteunen initiatieven die een verrijking zijn op dit gebied. Ze zorgen voor voldoende voorzieningen en toegankelijkheid in en bij recreatiegebieden. Bijvoorbeeld in de vorm van voldoende parkeerplaatsen. De gemeenten zijn terughoudend in het toestaan van nieuwe recreatiewoningen. Permanent wonen gaat vanwege de grote woningbehoefte voor recreatief wonen.
De gemeenten zijn deels afhankelijk van van de uitkomsten van regionale ontwikkelingen zoals het RES-traject en regio West-Friesland, maar zijn primair zelf verantwoordelijk voor de implementatie en hebben hiervoor ook ruimtelijke sturingsmogelijkheden in de vorm van programma’s, gebiedsontwikkelingen en regulering (omgevingsplan).
De gemeenten stimuleren duurzame en vernieuwende bedrijven. Dat kan gaan om bedrijven waarin aandacht is voor grondstoffen en het voorkomen van afval (circulaire bedrijven). Ook kan het gaan om bedrijven die evenveel energie opwekken als gebruiken. Of om bedrijven die zich richten op het sterker maken van de natuur (natuurinclusieve bedrijven). Economie De gemeenten ondersteunen de economie in onze gemeenten. Ze zien kansen voor het versterken van verschillende soorten bedrijvigheid die in onze gemeenten voorkomen De gemeenten zetten in op een toekomstbestendige detailhandel structuur. De gemeenten gaan graag in gesprek met bedrijven over de mogelijkheden rond uitbreiding of vestiging. Als voorwaarde geldt dat er ruimte moet zijn en het bedrijf in de omgeving past voor wat betreft hinder en schaal.
7 juli 2025
OER SED
Ja, de gemeente is afhankelijk van investeerders maar kan wel een faciliterende rol vervullen.
BI9857
12
Projectgerelateerd
Afhankelijk van derden/ marktontwikkelingen?
Ambities De gemeenten stimuleren duurzame en vernieuwende ontwikkelingen. Dat kan gaan om ontwikkelingen waarin aandacht is voor: De gemeenten zorgen voor veilige bedrijfsterreinen die gebruikt worden waarvoor ze bedoeld zijn. Mobiliteit en toegankelijkheid Bereikbare gemeenten waar het verkeer veilig is. Beter benutten van de stations en verbeteren van de mogelijkheden voor aanvullend vervoer naar de dorpen en het landelijke gebied. Stimuleren van duurzame mobiliteit. Daarbij stimuleren we als eerste lopen, daarna fietsen en vervolgens gebruik van openbaar vervoer of deelvervoer. Ondersteunen van elektrisch rijden. Toegankelijkheid van openbare ruimte en voorzieningen voor iedereen.
Deels. De gemeente is afhankelijk van openbaarvervoersbedrijven en het gedrag van het publiek. De gemeente kan zelf ontwikkelingen rondom stations stimuleren en maatregelen nemen voor wat betreft het lokaal wegennet.
Versterken van de digitale bereikbaarheid. Verbeteren van de verkeersverbinding in Drechterland en Stede Broec tussen Polder het Grootslag en Polder de Drieban.
Ruimtelijke kwaliteit Het behouden en versterken van het karakter van het landschap. Het behouden en versterken van de West-Friese Omringdijk. Het behouden en versterken van het karakter van de historische binnenstad van Enkhuizen, de vesting met schootveld en havens. Het behouden en versterken van het karakter van de historische bebouwingslinten.
Nee.
Het behouden en versterken van het groene en waterrijke karakter van het buitengebied en wijken. Het behouden en versterken van aardkundige waarden in de vorm van kreekruggen.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
13
Projectgerelateerd
4
Alternatieven
Voor het vervolg wordt aanbevolen om in beeld te brengen welke ontwikkelmogelijkheden gemeenten hebben door middel van alternatieven. In vervolgprocedures, richting uitwerkingsprogramma’s kan alternatievenonderzoek van grote meerwaarde zijn. Daarom wordt geadviseerd om hier aandacht aan te besteden bij programma’s die concrete gebiedsontwikkeling met ruimtelijk effecten mogelijk maken, en waar meerdere oplossingsrichtingen nog denkbaar zijn. In elk geval wordt geadviseerd om voor het programma Hoogkarspel alternatieven te onderzoeken. Hierbij kan voor Hoogkarspel worden gedacht aan het onderzoeken van verschillende opties voor verstedelijking (variërend in bijvoorbeeld locatie en dichtheden) en in relatie tot mobiliteitsoplossingen en de effecten op de leefomgeving, op landschap, natuur, cultuurhistorie en geluidshinder. De basis voor de omgevingsvisie is gevormd door de drie bouwstenendocumenten (2021) die tot stand zijn gekomen met een uitgebreid participatieproces. De bouwstenendocumenten zijn niet uitgegaan van verschillende alternatieven. Ook gedurende het opstellen van de omgevingsvisie is inbreng geweest vanuit de belanghebbenden en bewoners. Hierbij is tevens niet gesproken/ geparticipeerd over verschillende alternatieven, en de opbrengsten van het participatietraject hebben hier ook geen aanleiding toe gegeven.
Gelet op de procesgang en het doorlopen participatietraject ligt het daarom niet in de rede om ook voor de omgevingsvisie nog alternatieven te onderzoeken.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
14
Projectgerelateerd
5
Effecten omgevingsvisie
Als laatste adviseert de commissie mer om de effectbeoordeling in het OER te controleren op plausibiliteit en navolgbaarheid. Het gaat daarbij om de presentatie van effecten en onzekerheden van buiten af (zie par. 5.1), het onderscheid maken in deelgebieden (par 5.2) en de navolgbaarheid (par 5.3). Onderstaand wordt hier op ingegaan.
5.1
Presentatie van effecten en onzekerheden van buiten af
De effecten van het voorgenomen beleid zijn getoetst aan de beoordelingsaspecten uit de foto van de leefomgeving en zijn gepresenteerd in het ‘Rad van de Leefomgeving’ (zie figuur 5-1). Het rad geeft in één oogopslag weer waar als gevolg van de gehele visie zich risico’s dan wel kansen voordoen. Omdat dit een totaal (opgeteld) beeld is, zijn de kansen en risico’s daarnaast ook afzonderlijk in staafdiagrammen in beeld gebracht (zie voorbeeld in figuur 5-2). Gezien het detailniveau van de visie is daarbij geen verder onderscheid gemaakt in de orde grootte van effecten. Effecten zijn bewust in beeld gebracht in de vorm van kansen op positieve effecten dan wel risico’s op negatieve effecten. Dit is gedaan omdat de daadwerkelijke effecten sterk afhankelijk zijn van de concrete invulling, van derden of van marktontwikkelingen (zie ook paragraaf 3.3). Bijvoorbeeld het stimuleren van elektrisch rijden. Omdat effecten in deze fase van de planvorming nog onzeker zijn is het daarom erg belangrijk om goed te monitoren. Dit is ook zo aangegeven in het OER.
Figuur 5.2 Presentatie resultaten in staafdiagrammen. Figuur 5.1 Presentatie resultaten in Rad
5.2
Deelgebieden
In de Foto van de Leefomgeving van het OER is per beoordelingsaspect een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van alle drie de gemeenten afzonderlijk. Er is bewust één beoordeling toegekend voor de drie gemeenten tezamen, aangezien er ook sprake is van één visie. Dit was op voorhand ook de opdracht. Ook de kansen en risico’s van de omgevingsvisie zijn voor de drie gemeenten gezamenlijk in beeld gebracht. Om invulling te geven aan het advies van de cmer zijn kansen en risico’s gebiedspecifiek gemaakt. Hiertoe is in tabel 5-1 aanvullend, per vervolg programma, in beeld gebracht welke specifieke risico’s van belang zijn. Ook zijn onder de tabel de aanbevelingen om negatieve effecten te beperken opgenomen.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
15
Projectgerelateerd
Tabel 5-1 Risico’s per programma
Programma
Aspecten met risico’s als gevolg van de omgevingsvisie
Programma wonen
Geluidhinder, omgevingsveiligheid, beschermde natuur, landschap, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, wateroverlast, cultuurhistorie, trillinghinder
Programma Hoogkarspel
Geluidhinder, omgevingsveiligheid, beschermde natuur, landschap, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, wateroverlast, cultuurhistorie, trillinghinder
Programma uitbreiding Venhuizen
Geluidhinder, landschap, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, wateroverlast, cultuurhistorie,
Programma Enkhuizen binnenstad
Geluidhinder, omgevingsveiligheid, vrijetijdseconomie, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, wateroverlast, bereikbaarheid auto en OV, cultuurhistorie, trillinghinder
Programma externe veiligheid
Omgevingsveiligheid
Programma landelijk gebied
Landbouw, landschap, cultuurhistorie
Geluidhinder: Om geluidshinder te beperken wordt aanbevolen om bij de plaatsing van windturbines zo veel als mogelijk rekening te houden met voldoende afstand vanaf woningen (in Nederland geldt geen minimaal te houden afstand, wel moet rekening gehouden worden met geluidsnormen). Bij nieuwe uitbreidingsgebieden voor wonen en werken is het advies om te zorgen voor een goede ontsluiting op het OV en fietsroutes en daarnaast uit te gaan van een lage parkeernorm. Bij uitwerking van de plannen voor windenergie en woningbouw dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. Omgevingsveiligheid: Aanbevolen wordt om bij de bouw van huizen voldoende rekening te houden met afstand van spoor waarover gevaarlijke stoffen vervoerd wordt en voldoende afstand te houden van windturbines. Er dient onderzoek omgevingsveiligheid uitgevoerd te worden bij het concreter uitwerken van de plannen. Beschermde natuur: Aanbevolen wordt om bij woningbouw ter hoogte van NNN gebied rekening te houden met mogelijke verstoring NNN-gebied. Bij de plaatsing van windturbines moet voldoende afstand worden bewaard tot Natura 2000 Markermeer. Windturbines kunnen leiden tot verstoring van rustende en foeragerende watervogels in een straal van ca 200 m.
Ook dient bij de aanleg van het strandje rekening gehouden te worden met mogelijke verstoring op Natura 2000-gebied. Bij uitwerking van de plannen dient vervolgonderzoek plaats te vinden naar effecten op beschermde flora en fauna, NNN en Natura 2000gebieden (incl. stikstofanalyses). Landbouw: Aanbevolen wordt om ter hoogte van uit te breiden natuurgebieden te kijken naar mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw. Aanbevolen wordt om bij het zoekgebied duurzame energie opwek ten zuiden van Venhuizen te kijken naar de mogelijkheden in functiecombinatie met innovatieve en hoogtechnologische landbouw gelet op het huidige agrarische gebruik en de agrarisch-gerelateerde bedrijvigheid. Aanbevolen wordt om het belang van de agrarische sector mee te wegen bij verdergaande plannen voor wonen, werken en energietransitie.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
16
Projectgerelateerd
Landschap: Aanbevolen wordt om bij uitbreidingsgebieden van wonen en werken in het West-Friese lintenlandschap zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij bestaande waardevolle lijnstructuren (zoals bijvoorbeeld bebouwingslinten en watergangen) en bomenlanen verder te versterken. Verkeersveiligheid: Geadviseerd wordt om bij uitwerking van de uitbreidingsplannen, maar ook ter hoogte van te verdichten stations en centrumlocaties rekening te houden met verkeersveiligheid d.m.v. bijvoorbeeld het zorgen van veilige oversteekplaatsen of rotondes met verhoogde rijbanenscheiding en/of autoluwe of vrije zones te maken met een hoge verblijfskwaliteit. Luchtkwaliteit: Geadviseerd wordt om bij nieuwe uitbreidingsgebieden voor wonen en werken voor een goede ontsluiting op het OV en fietsroutes te zorgen en daarnaast uit te gaan van een lage parkeernorm. Bij uitwerking van de plannen dient een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Wateroverlast: Geadviseerd wordt om bij de bouw van woningen zorg te dragen voor de realisatie van voldoende groen en waterberging. Bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken en gevels of wadi’s. Bereikbaarheid auto en OV: Geadviseerd wordt om alternatieve oplossingen te zoeken voor parkeren in stedelijk gebied zoals bij Enkhuizen binnenstad en omgeving.
Cultuurhistorie: Geadviseerd wordt om bij versterking van de centra rekening te houden met bestaande beschermde cultuurhistorische waarden en deze zo veel mogelijk mee te nemen bij herontwikkeling van het gebied. Bij uitwerking van de plannen dient cultuurhistorisch bureauonderzoek plaats te vinden (eventueel in combinatie met archeologisch bureauonderzoek). Trillinghinder: Indien woningen binnen 100 meter van het spoor worden gebouwd is een onderzoek naar trillingen verplicht. Voor woningen tussen de 100 en 250 meter is dat enkel het geval wanneer de bodemopbouw en/of terreinbeeld daar aanleiding voor geeft.
5.3
Navolgbaarheid
De knelpunten en aandachtspunten zoals benoemd in tabel 0-2 komen wel overeen met de aspecten zoals benoemd in de samenvattende tekst en het OER. De beoordelingsaspecten waar het slecht mee gaat zijn een ‘knelpunt’ genoemd. Dit betreffen ‘’broeikasgassen’’, ‘duurzame energieopwekking’, ‘circulariteit’, ‘duurzame en slimme mobiliteit’ en ‘biodiversiteit’. De beoordelingsaspecten waar het nu niet heel goed mee gaat en in de toekomst nog slechter (rode pijl naar beneden in tabel 5-2) zijn ‘aandachtspunten’. Dit zijn de aspecten wonen, geluidhinder en werkgelegenheid. Deze aspecten staan ook verderop in het OER uitgewerkt.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
17
Projectgerelateerd
Tabel 5-2 Hoe gaat het in de toekomst met gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland?
In paragraaf 5.4 van het OER is duidelijk aangegeven dat met de botsproeven de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken in beeld is gebracht. Zowel inhoudelijk als in ruimtelijk zin, is nagegaan of het beleid naast elkaar past in de leefomgeving. Hiertoe zijn de beleidsuitspraken onderling met elkaar geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
18
Projectgerelateerd
Referenties Provincie Noord Holland en Circulair Westfriesland (2024). Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen NHN. Provincie Noord Holland (2023). Monitor OV Knooppunten 2022/2023. Rekenkamercommissie SED (12 juli 2021). Doeltreffendheid digitale dienstverlening. Het perspectief van de gebruikers en de raden. Gemeente Stede Broec (2021). Verkeersplan Stede Broec. Gemeente Enkhuizen (2017). Actualisatie Verkeersplan Enkhuizen 2017-2025. Gemeente Enkhuizen (2021). Parkeer- en verkeersontwikkelplan. Gemeente Drechterland (2023). Verkeersplan Drechterland.
7 juli 2025
OER SED
BI9857
19