B1 Voorkeursvariant OEP N307 compressed
Tekst van het document
OEP N307 Landschappelijke inpassing Voorkeursvariant
7 januari 2026
OEP N307 Landschappelijke inpassing Voorkeursvariant
Status Datum Opdrachtgever Door
Definitief 7 januari 2026 Provincie Noord-Holland LOF Landschapsarchitecten
Inhoud Inleiding
4
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Ruimtelijke analyse Verhaal van de weg Knopen Verhaal van het landschap Relevant ruimtelijk beleid Ruimtelijke ontwikkelingen Scope Conclusies
5 8 12 18 22 26 28 38
2 2.1 2.2 2.3
Uitgangspunten voor de visie Technische uitgangspunten Ruimtelijke uitgangspunten Aansluitingen van de N307
40 42 44
3 3.1 3.2 3.3
Visie en Bouwstenen Hoe komen we tot een visie Westfriese Kralenketting Aanscherping van de scope
46 48 50 52
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Ontwerpprincipes Ontwerpprincipes Algemeen Ontwerpprincipes landschappelijke aansluitingen Ontwerpprincipes autonome aansluitingen Ontwerpprincipes lokaal maatwerk
54 56 58 60 62
5
Uitwerkingen
64
Bijlage I Samenvatting Visie Noord-Hollandse zonneketting’, Landschappelijke inpassing OER A7-A8
84
Inleiding Voor u ligt de Definitieve Voorkeursvariant voor de verkenningsfase van het OEP-project N307. Het is het resultaat van de verkenningsfase, waarin we in samenspraak met betrokken partijen zijn gekomen tot een concretisering van de scope en een set ruimtelijke ontwerpuitgangspunten waar zonopstellingen binnen deze scope aan moeten voldoen.
Aanleiding, doel en vooruitblik Zowel rijk, provincie als gemeenten willen graag duurzame energie opwekken langs de autowegen in Noord-Holland. Dit blijkt ook uit de RES 1.0 waarin veel zoekgebieden, met name voor zon, zijn gekoppeld aan infrastructuur. Dat heeft geleid tot dit samenwerkingsproject waarin gezamenlijk wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om duurzame energie op te wekken langs de provinciale weg de N307. Het project Opwek Energie op Provinciegrond (OEP) is een provinciale aanvulling op het programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER), dat voortvloeit uit het Pilotprogramma Hernieuwbare Energie op Rijksgronden (HER). Hiermee wil het Rijk de Regionale Energiestrategie regio’s (RES) ondersteunen in hun energieopgave. Vanuit dit programma wordt rijksgrond ter beschikking gesteld om daarmee een bijdrage te leveren aan de doelstellingen uit de RES. Dit project draagt daarmee bij aan de transitie naar duurzame energie in de regio en aan het behalen van de klimaatdoelstellingen uit het klimaatakkoord. Met het project wordt een maximale opwek van hernieuwbare energie nagestreefd, passend bij de typologie van diverse wegen en landschappelijke karakteristieken en vormgegeven volgens een samenhangende en eenduidige beeldtaal.
Proces Deze Voorkeursvariant is het resultaat van de vierde stap in de Verkenningsfase. Eerder zijn de kwaliteiten van de weg en het omringende landschap geanalyseerd, en is op basis daarvan een Visie opgesteld voor zon langs deze weg. Hierbij is aangesloten bij het verhaal dat reeds is opgesteld
voor de aangrenzende weg de A7. Hierdoor is een consistente visie ontstaan waarin het opwekken van duurzame energie samen gaat met een rustig ruimtelijk beeld. In deze Voorkeursvariant is de ruimtelijke visie verder doorvertaald naar concrete ontwerpprincipes en uitwerkingen voor deelgebieden. De Voorkeursvariant zal worden gebruikt voor het opstellen van een formeel inpassingsplan in de Planfase.
Scope In de Voorverkenning van dit project is een scope vastgesteld, dat vormt de basis voor dit OEP-project N307. In de scope zijn gronden van de provincie en gemeentes aangegeven als zijnde kansrijk voor energieopwekking. In de Verkenningsfase die nu loopt, wordt deze scope stapsgewijs steeds verder concreet gemaakt op basis van technische haalbaarheid, ruimtelijke samenhang, landschappelijke waarde en eventueel nieuwe inzichten vanuit de projectpartners. Voorliggend document zal hier daarom ook weer op ingaan.
Werkwijze De Voorkeursvariant is tot stand gekomen met inbreng vanuit de samenwerkende partijen: • Provincie Noord-Holland; • De gemeenten Hoorn, Medemblik, SED (Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland). De analyse is gestart met een veldverkenning en ruimtelijke analyse van de verschillende wegen en landschappen die worden doorkruist. De analyse wordt breder ingestoken dan slechts de gronden van de scope, namelijk vanuit het landschap en het wegennet. In deze analyse worden de kwaliteiten van het landschap en van de weg benoemd, wordt aandacht besteed aan het geldende beleid en worden ontwikkelingen aangegeven. Deze kwaliteiten, aandachtspunten en kansen vormen de opmaat naar een visie en uitgangspunten voor zon langs de provinciale weg, op basis waarvan de scope weer aangescherpt kan worden. De Visie vormt het samenhangende verhaal over welke delen van de scope ook vanuit ruimtelijke kwaliteit kansrijk zijn en welke ontwerpprincipes
OEP N307 Landschappelijke inpassing
daar dan voor zouden moeten gelden. De uitgangspunten worden in samenwerking met de projectpartners opgesteld en bepaald. Het is nadrukkelijk niet zo dat de volledige scope per definitie ingevuld zal gaan worden met zonnepanelen. De Visie is vervolgens vertaald naar concrete ontwerpprincipes die leidend worden bij de planfase van het project. Om deze principes te toetsen -en om als inspiratie te dienen- is een uitwerking gemaakt van alle kansrijke percelen.
5/100
Leeswijzer Dit document is opgebouwd uit vijf hoofdstukken: Het eerste hoofdstuk bevat de analyse met de meest relevante kwaliteiten van de weg, het landschap en de kansrijkheid van de percelen van de scope. In het tweede hoofdstuk worden de uitgangspunten benoemd als opmaat naar de Visie. Dit zijn de technische en ruimtelijke basisvoorwaarden waar het project aan zou moeten voldoen. In hoofdstuk 3 wordt de Visie gepresenteerd met als overkoepelend motto ‘Westfriese Kralenketting’ en worden de bouwstenen besproken die samen de visie vormen. In hoofdstuk 4 worden de ontwerpprincipes besproken die samen moeten zorgdragen dat bij uitvoering de gewenste ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Tot slot laten we in hoofdstuk 5 uitwerkingen zien hoe het eruit kan gaan zien als de ontwerpprincipes opgevolgd worden.
6/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Hoofdstuk 1 Inventarisatie en analyse Dit hoofdstuk omvat de essentie van de Inventarisatie en analyse fase. We vertellen het verhaal van de weg en het landschap waarbij we ook het bestaande ruimtelijke beleid kort bespreken. We behandelen de huidige autonome ontwikkelingen in het gebied. We laten zien hoe de scope is opgebouwd, en geven aan hoe we tot een eerste filter komen dat bepaalt welke percelen kansrijk zijn. We eindigen met een conclusie waarin we aangeven hoe de kwaliteiten van weg en landschap bepalend zijn voor de Visie.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
7/100
8/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1.1 Verhaal van de weg De N307 op het grondgebied van Provincie Noord-Holland ligt tussen de A7 (Hoorn) en de Markerwaarddijk (Enkhuizen). De tracering wordt gekenmerkt door vloeiende boogstralen en rechte lijnen die zich verhouden tot andere landschappelijke lijnen in het landschap, zoals de lintdorpen. De weg ligt voornamelijk op maaiveld, open in het landschap. Ter hoogte van bebouwd gebied is de weg van haar omgeving afgeschermd door bomen en/of geluidsschermen. Bij sommige aansluitingen ligt de weg iets verhoogd in het landschap. Op enkele plekken wordt de weg overkruist door lokale wegen. De belangrijkste ontwerpprincipes van de weg zijn (Inpassingsplan Westfrisiaweg door BugelHajema, juli 2011):
• De weg moet door de gebruiker worden ervaren als één doorgaande route, daarom bestaat de tracering uit rechte lijnen en vloeiende bochtstralen. Ook zou deze continuïteit bij de aansluitingen en kruisingen zichtbaar moeten zijn. • De weg heeft een terughoudende verschijningsvorm en mag geen verstoring voor het zicht vanuit de omgeving opleveren. • De weg draagt bij aan het contrast tussen het open landschap en de stad. Ter hoogte van bebouwd gebied is de omgeving van de weg daarom verdicht met onder andere opgaande beplanting.
Aansluiting Zwaagdijk west
Overzicht projectgebied: Geschematiseerde tekening van de provinciale weg N307 tussen Hoorn en Enkhuizen
OEP N307 Landschappelijke inpassing
9/100
4.
De weg draagt bij aan het contrast tussen het open landschap en de stad. Het bebouwde gebied rondom de stadsranden en de dorpskernen wordt verdicht met onder andere opgaande beplanting langs de nieuwe weg.
• De inrichting van de weg versterkt waar mogelijk bestaande en oorspronkelijke structuren, zoals groenstructuren en cultuurhistorische elementen.
5.
De weg wordt ‘duurzaam’ uitgevoerd, onder meer door de zichtbare toepassing van materialen als hout en beton.
De N307 is qua wegprofiel op te delen in twee deelgebieden: • De N307 tussen Hoorn en aansluiting Grootebroek heeft 2x2 rijstroken, smalle middenbermen en is grotendeels voorzien van geleiderail en lantaarns in de binnen- en buitenberm (niet t.h.v. het open landschap van Zwaagdijk-Oost). Dit deel van de N-weg is ingericht voor een rijsnelheid van 100km/u. • De N307 tussen de aansluiting Grootebroek en de Markerwaarddijk heeft 2x1 rijstrook, geen middenberm en geen geleiderails. Lantaarns staan in de buitenberm. Dit deel van de N-weg is ingericht voor een rijsnelheid van 80km/u.
Figuur 11. Inpassing van de weg in het landschap in een stedelijke en landelijke omgeving (Bron: Beeldkwaliteitsplan N23 Westfrisiaweg, 2009)
50
800.02.51.00.07.toe - Inpassingsplan Westfrisiaweg - 4 juli 2011
10/100
2x2 in bebouwd gebied Daar waar de N307 langs bebouwd gebied loopt, ligt deze veelal op hoogte van het maaiveld van de omgeving. Ter hoogte van woonwijken bevindt zich tussen de weg en de wijk op de meeste plekken een parkzone en een geluidscherm. Daar waar de weg langs bedrijventerreinen voert, bevindt zich een groene bufferzone die open is, zodat er goed zicht is op de bedrijven.
2x2 in bebouwd gebied Ter plekke van aansluitingen loopt de weg wat omhoog zodat het onderliggend wegennetwerk er onderdoor kan. Op deze locaties bevinden zich aan weerszijden van de weg taluds en geluidschermen. t
2x2 in bebouwd gebied In het open gebied tussen Hoorn en Grootebroek ligt de weg op maaiveld en is de inzet van wegmeubilair zoals geleiderail en verlichting minimaal. Het zicht vanaf dit deel van het tracé is weids.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1x1 in bebouwd gebied Ter hoogte van aansluiting Grootebroek gaat de N307 over van 2x2 rijbanen naar 1x1 zonder middenberm. Het karakter van de weg verandert hiermee ook, met meer groene begeleiding in de vorm van laanbomen. Langs Grootebroek vormt het Nassaupark een groene bufferzone tussen de weg en de woonwijk.
1x1 over Omringdijk Ter hoogte van de rotonde N307/Zuiderdijk komt de weg samen met de Westfriese Omringdijk. Gedurende een halve kilometer loopt de weg hier over de dijk. De weg wordt hier begeleid met opgaand groen.
1x1 naast Omringdijk Ter hoogte van de Krabbersplaat komt de weg weer los van de dijk en loopt zij er parallel aan. De dijk haalt hier het zuidelijk deel van industriegebied de Krabbersplaat uit het zicht.
1x1 op Houtribdijk Na de kruising met de N505 gaat de N307 over in de Houtribdijk. Hier passeer je respectievelijk de noordzijde van industrieterrein Krabbersplaat, het parkeerterrein van het Zuiderzeemuseum, sluis Krabbersgat, een strekdam met windmolens en naviduct Krabbersgat.
11/100
12/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1.2 Knopen Er zijn verschillende typen aansluitingen herkenbaar langs het traject van de N307. Niet alleen verschillen ze in typologie - van aansluiting Hoorn-Noord die de provinciale weg verbindt met de rijksweg tot de rotonde bij de zuiderdijk- ook zijn ze landschappelijk anders ingericht. Sommige knopen hebben een autonome uitstraling, waarbij de inrichting van de aansluiting gebaseerd op de (zakelijke) uitstraling van de weg, dit noemen we de autonome knopen (Westfrisia, Bangert/ Oosterpolder, Noorderboekert, Hoogkarspel/ Lutjebroek, Rotonde Zuiderdijk en kruispunt N505). Andere knopen hebben juist een inrichting waarbij de lijnen van de verkaveling uit het omringende landschap doorlopen in de aansluiting; de landschappelijke knopen (Hoorn-Noord, Zwaagdijk west, Grootebroek).
Aansluiting Markerwaardweg heeft aan de zuidzijde een autonome uitstraling en aan de noordzijde een landschappelijke inrichting.
Aansluiting Zwaagdijk west
OEP N307 Landschappelijke inpassing
13/100
Voorbeeld aansluiting klaverblad ‘over N-weg heen’
Voorbeeld dwarsverbinding / kruising met aquaduct
Voorbeeld aansluiting klaverblad ‘onder N-weg door’
Voorbeeld dwarsverbinding / kruising met lokale weg
14/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Hoorn-Noord
TYPERING: grote knoop (trompetaansluiting) RELATIE MET OMGEVING: open landschap / bebouwd gebied • half aan open landschap (westzijde): oud zeekleilandschap • half aan bebouwd gebied (oost/N-weg zijde): Zwaag • Kromme Leek loopt door in oostzijde aansluiting
Aansluiting Hoorn-Noord
INRICHTING: natuurlijk • alle delen binnen de knoop los/ natuurlijk ingericht met bosschages, bosjes, wilgen/abelen/populieren • grootste vlak grote waterpartij met rand van riet en knotwilgen • hoogspanning over zuidzijde aansluiting
Aansluiting Zwaagdijk-West
TYPERING: grote knoop (halfklaverbladaansluiting) RELATIE MET OMGEVING: open landschap / bebouwd gebied • half aan open landschap (noordzijde) • half aan bebouwd gebied (zuidzijde): bedrijventerrein, Zwaag, sportvelden • hoogspanningsmast- en leiding noordelijke helft aansluiting INRICHTING noordelijk deel landschappelijk: strakker ingericht ‘polderachtig’ met open velden en bomenrijen; zuidelijk deel: verkavelingsrichting zichtbaar in de vorm van waterpartijen met rietranden
Aansluiting Zwaagdijk-West
OEP N307 Landschappelijke inpassing
15/100
Aansluiting Westfrisia
TYPERING: smalle lange knoop (haarlemmermeeraansluiting) N-weg ligt hoog, begroeide keerwanden aan beiden zijden RELATIE MET OMGEVING: dorpsrand / bedrijventerrein • half aan landschappelijke dorpsrand Zwaagdijk-West (noordzijde): afgeschermd met transparante schermen langs hoofdroute en plaatselijk begroeide schermen langs afritten • half aan bebouwd gebied (zuidzijde): bedrijventerrein Oostergouw afgeschermd met transparante schermen langs hoofdroute
Aansluiting Westfrisia
INRICHTING: basis sober: open grasland, geen beplanting en geen watergangen
Aansluiting Bangert/Oosterpolder
TYPERING: smalle lange knoop (haarlemmermeeraansluiting) N-weg ligt hoog
RELATIE MET OMGEVING: bedrijventerrein / woonwijk • half aan bedrijventerrein Zevenhuis (noordkant) open zicht op bedrijventerrein • half aan woongebied Bangert en Oosterpolder (zuidkant): afgeschermd door transparante schermen langs hoofdroute en begroeide schermen langs afritten
INRICHTING: basis • beiden zijden: sober: grasland, smalle watergangen met riet
Aansluiting Bangert/Oosterpolder
16/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Noorderboekert
TYPERING: lange knoop (haarlemmermeeraansluiting) N-weg hoog
RELATIE MET OMGEVING: open landschap • ligging in oude zeekleilandschap: open landschap met lintdorpen • windturbines aan noordzijde
Aansluiting Noorderboekert
INRICHTING: landschappelijk • beiden zijden: sober: grasland, waterpartijen met riet
Aansluiting Markerwaardweg
TYPERING: grote knoop (gecombineerde aansluiting) RELATIE MET OMGEVING: • noordelijk deel aan bedrijventerrein Zwaagdijk-Oost • rest (3/4) aan oude zeekleilandschap: open landschap met lintdorpen en enkele akkers
Aansluiting Markerwaardweg INRICHTING: • noordelijk deel: grote waterpartijen, grasland, rietranden, enkele bosschages • zuidelijk deel: natuurlijk karakter met bomen en struiken
OEP N307 Landschappelijke inpassing
17/100
Aansluiting Hoogkarspel/ Lutjebroek
TYPERING: Gecombineerde aansluiting westelijke helft half klaverblad, oostelijke helft haarlemmermeeraansluiting RELATIE MET OMGEVING: • Ligging in oude zeekleilandschap: open landschap met lintdorpen
Aansluiting Hoogkarspel/Lutjebroek
INRICHTING: • Westelijk deel sober: grasland en enkele watergang • Oostelijk deel strakke inrichting met open velden en bomenrijen
Aansluiting Grootebroek
TYPERING: Grote knoop (halfklaverbladaansluiting)
RELATIE MET OMGEVING: • Ligging in oude zeekleilandschap: open landschap met lintdorpen • Verkavelingspatroon uit de omgeving loopt door in de aansluiting in de vorm van waterpartijen INRICHTING: • in de lussen natuurlijke inrichting van waterpartijen, rietranden, bosjes en bomen • in driehoekjes sober: grasland, smalle watergangen
Aansluiting Grootebroek
18/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1.3 Verhaal van het landschap Ontstaansgeschiedenis Het projectgebied voor OEP-project N307 ligt in het oostelijke deel van West-Friesland. Dit landschap kent een lange ontstaansgeschiedenis waarbij de strijd tegen het water een belangrijke rol heeft gespeeld. De Westfriese Omringdijk is een belangrijk en beeldbepalend element dat deze geschiedenis laat zien.
Van oudsher werd het landschap rondom de provinciale weg gekarakteriseerd door parallelle watergangen en lintdorpen gelegen op de hogere kreekruggen. De steden Hoorn en Enkhuizen lagen aan het water en vormden een belangrijke rol in de handel van Nederland.
West-Friesland in de middeleeuwen
De Westfriese Omringdijk werd in de tweede helft van de 13e eeuw aangelegd.
Inpolderingen en droogmakerijen rondom West-Friesland in de 17e eeuw
Inpolderingen en droogmakerijen rondom West-Friesland in de 20ste eeuw
Ontstaansgeschiedenis West-Friesland. Bron: Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk
OEP N307 Landschappelijke inpassing
19/100
1950
1980
Rond werd 1950 de ‘straatweg’ aangelegd tussen Hoorn en Enkhuizen, deze volgde de structuur van de lintdorpen en maakte deel uit van de Zesstedenweg. Een trekvaart route van Amsterdam tot Enkhuizen.
In de jaren 80 werd Hoorn aangewezen als groeikern waardoor het zich in een rap tempo zich uitbreidde. Dit zorgde voor de aanleg van de Lageweg (N506). Deze was samen met de Straatweg de primaire route tussen Enkhuizen en Hoorn, maar werd aan de kant van Hoorn in het Noorden bebouwd met nieuwe woonwijken.
1999
Dit zorgde ervoor dat rond 2000 er twee belangrijke verbindingen waren tussen Hoorn en Enkhuizen, de N506 en N302. De N506 kwam door de uitbereiding van Hoorn in de bebouwde kom te liggen. Om deze weg te ontlasten werd de N302 gerealiseerd. Hierbij groeide niet alleen Hoorn maar ook een groot deel van de lintdorpen waardoor veelal de lintstructuur verdween.
2021
Deze groei zette door waardoor er tussen 2000 en 2021 een samenvoeging heeft plaats gevonden van de N302 en N506. Dit voor een verbeteren verbinding vanaf de A7 naar Enkhuizen en ook minder drukte in het centrum van verschillende dorpen en steden.
20/100
Huidig landschap Nog steeds wordt het landschap gekarakteriseerd door de oost-west georiënteerde linten in een zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Waterlopen als de Kadijk, de Gouw, de Groote Vliet en de Molensloot zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. De kronkelende dijken en de braken en wielen zijn het resultaat van de lange strijd tegen het buitenwater. De weg ligt grotendeels parallel aan de linten, behalve het later aangelegde tracé tussen aansluiting Markerwaardweg en aansluiting Hoogkarspel/Lutjebroek, waar juist de richting van de verkaveling wordt gevolgd.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Dorpen en steden zijn steeds meer naar de weg toegegroeid, waarbij tussen stad en weg vaak groene randen zijn aangelegd. ▪
▪
▪
▪
De typerende linten tussen Hoorn en Enkhuizen die grotendeels parallel lopen met de weg. Van oudsher wordt er ontwikkeld langs deze linten. Een aantal van deze linten is verstedelijkt. De openheid tussen de linten zorgt ervoor dat de oorspronkelijke opbouw van het landschap herkenbaar blijft. De Westfriese omringdijk (provinciaal monument)Het weidse waterlandschap van het IJsselmeer en het Markermeer Beschermd stadsgezicht Enkhuizen en Hoorn
OEP N307 Landschappelijke inpassing
21/100
22/100
1.4 Relevant ruimtelijk beleid In het projectgebied OEP N307 zijn verschillende ruimtelijke beschermingsregimes van toepassing. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van op elkaar aangesloten natuurgebieden. Het netwerk in Noord-Holland beslaat zo’n 15% van het oppervlak van de Provincie. De provincie heeft als doel dit netwerk in te richten voor planten en dieren ten behoeve van natuurontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen en activiteiten zijn hierbinnen alleen onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Er ligt geen scope van OEP N307 in beschermd natuurgebied. Wel dient op locaties waar scope in de nabijheid komt van beschermd natuurgebied rekening gehouden te worden met de kwaliteiten van dat gebied. Ter hoogte van aansluiting Hoorn-Noord komt de scope in de nabijheid van natuurverbinding de Kromme Leek. Tussen Stede Broec en Enkhuizen bevindt zich scope in de nabijheid van N2000-gebied het Markermeer.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
23/100
Beschermd Landschap Het Beschermd Landschap (BL) is een beschermingsregime voor landschappen waar de provincie extra zuinig op is vanwege hun bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier. De meeste BL-gebieden in de omgeving liggen op geruime afstand van de N307. Zo ligt Schellinkhout bijvoorbeeld op zo’n 2 kilometer afstand van de weg, en door de lintdorpen en golfbaan aan de randen ook uit het zicht. Het meest dichtst bijzijnde BL-gebied is Opmeer-Wognum, deze ligt tegen de aansluiting 9 Hoorn-Noord aan. Dit gebied kenmerkt zich door de grote mate van openheid en afwisseling door de aanwezigheid van de verschillende linten.
Beschermd Landschap in de omgeving van de N307
24/100
Cultuurhistorische structuren De Westfriese Omringdijk wordt beschermd door de status van provinciaal monument. Dit heeft gevolgen voor ontwikkelingen in de nabijheid van de dijk. De dijk dient vanuit het omliggende landschap als rand en als autonoom landschappelijk object beleefbaar te blijven. Zo geldt tot 200 meter van de dijk af de ‘kwaliteitszone’, wat betekent dat de openheid van deze zone in stand gehouden dient te worden en dus vrij gehouden moet worden van nieuwe bebouwing en opgaande beplanting. Daarnaast is er de ‘panoramazone’. Hier dient rekening gehouden te worden met de ruimtelijke relaties tussen dijk en omgeving buiten de kwaliteitszone.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
▪
▪
▪
▪
De typerende linten tussen Hoorn en Enkhuizen die grotendeels parallel lopen met de weg. Van oudsher wordt er ontwikkeld langs deze linten. Een aantal van deze linten is verstedelijkt. De openheid tussen de linten zorgt ervoor dat de oorspronkelijke opbouw van het landschap herkenbaar blijft. De Westfriese omringdijk (provinciaal monument)Het weidse waterlandschap van het IJsselmeer en het Markermeer Beschermd stadsgezicht Enkhuizen en Hoorn
Naast de Westfriese Omringdijk zijn ook de stolpenboerderijen in de oostwest georiënteerde linten beschermd als monument. Het relatief open landschap tussen Hoorn en Hoogkarspel heeft een hoge cultuurhistorische waarde. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geeft hiervoor aandachtspunten bij ontwikkelingen.
Beleidzones cultuurhistorische structuren
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Leidraad landschap en cultuurhistorie In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland zijn uitgangspunten gedefinieerd over hoe omgegaan zou moeten worden met de kwaliteiten van het landschap. Voor ons plangebied geldt met name de waarde van de zichtlijnen en open landschap tussen de lange bebouwingslinten.
Beelden uit Leidraad Landschap en Cultuurhistorie
25/100
26/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1.5 Ruimtelijke ontwikkelingen Rondom het projectegebied spelen enkele ruimtelijke ontwikkelingen waarmee rekening gehouden dient te worden bij nieuwe ontwikkelingen, of die juist mogelijk meekoppelkansen vormen voor zon langs de N307 tussen Hoorn en Enkhuizen. Meekoppelkansen kunnen ruimtelijk, maar ook procesmatig van aard zijn. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: •
Omgevingsvisie Hoorn
•
Structuurvisie Stede Broec
•
Structuurvisie Enkhuizen
•
Omgevingsvisie SED gemeenten
Omgevingsvisie Hoorn
Tevens relevant is de visie m.b.t. gebiedsontwikkeling van de Krabbersplaat, waarbij het voorstel wordt gedaan voor een aansluiting van de N307 op de Houtribdijk. Deze visie heeft echter geen formele status. Dit zou een grootschalige ontwikkling zijn die grote ruimtelijke gevolgen heeft. Het is echter de vraag of en op welke termijn deze ontwikkeling plaatsvindt. Voor de Visie voor zon als tijdelijke ontwikkeling langs de weg is dan ook de huidige situatie het uitgangspunt.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Structuurvisie Stede Broec (2014)
Omgevingsvisie SED gemeente
27/100
Gebiedsvisie Stede Broec Zuidwest
28/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1.6 Scope De eerste scope (hierna Scope 1.0) is opgesteld door de provincie aan de hand van een analyse van de grondeigendommen in een straal van 500m aan weerszijden van de weg. Hier zijn vervolgens de belangrijkste watergangen en bomen uit gehaald. Om daadwerkelijk naar een kansrijke scope voor de verkenning te komen (Scope 2.0) is goed gekeken wat voor een type gronden nu is aangewezen, wat de huidge kwaliteit van deze percelen is en of het realistisch is om op deze percelen zon te ontwikkelen. Daarnaast hebben ook de gemeentes tijdens dit participatieve proces een deel laten afvallen.
We behandelen achtereenvolgens het type locaties: - percelen in het weglandschap (percelen als onderdeel van het weglandschap zoals bermen en ingesloten ruimtes binnen aansluitingen) - percelen buiten het weglandschap in open gebied (in agrarisch of groen landschap) - percelen buiten het weglandschap in bebouwd gebied Daarna laten we zien welke percelen afvallen op basis van input vanuit de gemeentes (filter 1). Filter 2 geeft vervolgens aan welke gronden niet realistisch zijn op basis van de analyse van kwaliteiten.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
29/100
Eerste ruimtelijke quickscan van de scope: type locaties
Percelen in het weglandschap Percelen buiten het weglandschap - ‘open’ gebied Percelen buiten het weglandschap - ‘bebouwd’ gebied
nd olla rd-H nd ola Flev
Noo
Enkhuizen
“ein
de
sco
N3
05
Krabbersplaat
Krabbersplaat
Broekerhaven
Strandje Broekerhaven
sportveld & ijsbaan
Flora
Europarcs
sing
Princenhof
el
Zuid
erd
ijk
pe”
30/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Princenhof
<< k, oe br te oo Gr k rs oe br kke tje ta Lu Voe ht
oc mt
Sli
Lutjebroek
<< G
roote
broe
k, Lu
tjeb
roek Voe
takk ers N50 Venhu izen 6
>>
Houterw
eg
Houterw
eg
Westerwijzend
Ven h
Hoogkarspel
uize
n
>> N2 40
Westerwijzend
St re ek we
g
Slimweg
N24
0
Zwaagdijk-Oost
<< Nibbixwoud Noorderboekert Blokker >> Noorder Boekert weg
OEP N307 Landschappelijke inpassing
31/100
Rijweg
Rijweg
McDonald’s Hoorn Noord
De Strip
Zwaag
Zwaagdijk-West
Balkweiterhoek
Oosterg
ouw
Zw a
ag
di
jk
Zwaagdijk-West
sportveld
gdijk
a Zwa
sportvelden
Wogmergouw
Hoornseweg
Carpool Hoorn-Noord
“ein d
e sco
pe”
32/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Filter scope o.b.v. input gemeente In het voortraject is door de provincie input opgehaald bij de betrokken gemeenten met betrekking tot de scope. Op basis van deze input zijn een aantal gronden bij voorbaat uit de scope gehaald, omdat zij in strijd zijn met huidig beleid (zoals de Westfriese Omringdijk), niet in lijn met het huidig gebruik van de grond (ijsbaan, strandje Vermeulen, opslagterrein Pipelife, Europarcs) of niet stroken met toekomstige ontwikkelingen in het gebied (plan WBG). Tevens worden suggesties gedaan voor het toevoegen van gronden in de scope, zoals de parkeerplaats van het Zuiderzeemuseum waar potentieel solar carports geplaatst zouden kunnen worden. De belangrijkste aanpassingen aan de scope op basis van deze input staan weergegeven in de tekening hieronder.
Broekerhaven - Krabbersplaat
Aanpassingen aan scope op basis van input betrokken gemeenten
OEP N307 Landschappelijke inpassing
33/100
34/100
Filter scope op ‘onrealistische’ gronden In deze stap worden gronden gefilterd die onrealistisch zijn om mee te nemen in het verdere proces. Hiertoe behoren bijvoorbeeld: - Gronden die afvallen op basis van het huidig gebruik, zoals parken, sportvelden, bedrijventerreinen, oevers, etc. Dit gebruik is niet te combineren met de opwek van duurzame energie. - Gronden die te klein of te versnipperd zijn voor een invulling van zon. Dit betreft gronden die te klein of te smal zijn om er een stelling te plaatsen. Vanuit ruimtelijke kwaliteit is het tevens onwenselijk om her en der kleine snippers in te zetten voor de opwerk van duurzame energie. De voorkeur gaat naar grotere, goed ingepaste gronden. De scope die overblijft vormt de basis voor het opstellen van een visie voor zon. Dit betekent dat er nog steeds percelen kunnen afvallen als ze niet passen bij het heldere ruimtelijke verhaal dat de basis moet gaan vormen voor de ontwikkeling van zon langs de N307.
Hoorn-Noord
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Hoorn Bangert/Oosterpolder
Noorderboekert
35/100
36/100
Streekweg - Westerwijzend
Drechterland
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Nassaupark
Krabbersplaat
37/100
38/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
1.7 Conclusies van de analyse Op basis van de inventarisatie en analysefase trekken wij de volgende conclusies: Het projectgebied is op basis van de ruimtelijke analyse opgedeeld in drie deelgebieden: Het westelijke deel noemen we hierna de Westfrisiaweg, het oostelijke deel van de provinciale weg noemen we tracé Lageweg, het verbindende tussenstuk Westerwijzend. De weg in deze deelgebieden heeft een verschillende ontstaansgeschiedenis en ook een eigen ruimtelijk karakter. Westfrisiaweg Het westelijk deel van het projectgebied betreft de ‘Westfrisiaweg’. Deze weg loopt van de aansluiting met de A7 tot aan aansluiting Markerwaardweg. De weg loopt hier evenwijdig aan de oorspronkelijke linten in het gebied en biedt hier een groot open zicht op het cultuurhistorische landschap van West-Friesland. Gedeeltelijk vormt de weg de stadsrand van Hoorn, waar een groene rand zorgt voor een landschappelijke inpassing. Aandachtspunten: De kansen voor zon liggen met name in de knooppunten en langs de stadsrand van Hoorn. Door juist de lange lijn van de weg vrij te houden van zon wordt het zicht op het landschap niet verstoord. Tracé Lageweg In dit deelgebied heeft de weg de uitstraling van een lokale weg door de inrichting van de weg, de uitstraling van de aansluitingen en de inpassing met beplanting waardoor de weg soms echt als laan wordt beleefd.
De rand van Grootebroek is ingericht als recreatief groengebied. Een deel van dit tracé gaat direct langs de Westfriese Omringdijk. Aandachtspunten: Ook hier is het zicht op het open landschap richting de karakteristieke linten reen belangrijke
kwaliteit waarmee rekening gehouden dient te worden. De ontwikkeling van zon mag niet ten koste gaan van deze kwaliteit, of de groene rand van de bebouwde gebieden. Aandachtspunt is ook het beschermde aangezicht van de Westfriese Omringdijk.
Westerwijzend Binnen dit deelgebied heeft de weg een afwijkende oriëntatie ten opzichte van het oost-west georiënteerde landschap. De weg doorsnijdt de karakteristieke lintdorpen en er is veel aandacht gegaan naar deze doorsnijdingen zodat de continuïteit en herkenbaarheid van deze linten geborgd bleef. Aandachtspunten: Er dient rekening gehouden te worden met de herkenbaarheid van de doorlopende linten, waarbij wordt gezorgd dat deze niet tegen elkaar aan groeien. Zorg voor ruimtelijke samenhang met de landschappelijke visie van OER-project A7-A8 - Relatie met A7A8 duiden: we gaan de N307 los bekijken, gezien de ruimtelijke verschillen tussen snelweg en provinciale weg en ook (mede voor ligging zonnevelden) het feit dat deze weg in oostwest-richting ligt i.p.v. noord-zuidrichting zoals de A7), maar het verhaal moet wel aansluiten op, in samenhang met de visie op zon langs de A7-A8 (Noord-Hollandse Zonneketting, zie bijlage I voor samenvatting van die visie) Scope algemeen De scope in dit gebied is zo gefilterd dat parken, sportvelden en snippers die geen consistent verhaal voor zon kunnen opleveren eruit zijn. Wat overblijft zijn met name percelen direct in de aansluitingen of gebieden in de omgeving van de weg. In hoofdstuk Visie wordt verder besproken op welke manier met deze scope een samenhangend ruimtelijk verhaal gemaakt kan worden voor zon langs de N307.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Tracé West er
39/100
wijze
Tra cé W es tfr
isi
aw
eg
Tra cé La g
ew e
g
nd
N
40/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten De scope toont ons de beschikbare ruimte voor het ontwikkelen van zonneparken. Het ontwikkelen van zon langs de N307 moet echter zorgvuldig plaatsvinden. Ten eerste moet het voldoen aan de technische eisen met betrekking tot veiligheid, bereikbaarheid, beheer en onderhoud van de autowegen en de zonneparken zelf. Daarnaast is het vanuit ruimtelijk oogpunt van belang dat heldere ruimtelijke principes de basis vormen voor het ontwerp en dient de plaatsing van zonneparken te worden afgewogen tegen de bestaande waarden van de verschillende wegen en
omringende landschappen. In dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste basisvoorwaarden vanuit techniek en ruimtelijke kwaliteit uiteen.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
41/100
42/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
2.1 Technische uitgangspunten Hieronder volgende de belangrijkste technische aspecten die van belang zijn om op het netvlies te houden bij het opstellen van de ruimtelijke visie voor zon langs de weg.
Verkeersveiligheid Het plaatsen van zonnepanelen langs de weg mag niet leiden tot onveilige verkeerssituaties. De belangrijkste aspecten die hierbij een rol spelen zijn het zicht voor de weggebruikers, de plaatsing van geleiderail en/of aanwezigheid van veiligheidszones en het voorkomen van afleiding en zonlichtreflectie door zonnepanelen.
Beheer Het plaatsen van zonnepanelen langs de weg mag het beheer en onderhoud voor de omgeving van de autoweg niet in de weg zitten. Daarnaast moeten de zonne-opstelling zelf te beheren en onderhouden zijn. De belangrijkste aspecten die hier een rol bij spelen zijn de bereikbaarheid van de omgeving van de autoweg en de zonneparken voor beheer en onderhoud en het behouden en/of realiseren van onderhoudspaden.
Grondwerk Als het voor het ontwerp van zonnepanelen wenselijk is om de huidige inrichting van een terrein aan te passen, bijvoorbeeld het vergraven van watergangen of het aanpassen van taluds in een aansluiting, dan mag dit onderdeel van de overweging zijn, mits dit gebeurt met een gesloten grondbalans en mits bermtaluds niet vergraven worden.
Zon op water Bij het inzetten van waterbergingsgebieden voor de plaatsing van panelen moet de waterbergingsfunctie gehandhaafd of zelfs verbeterd worden. Het is essentieel dat de zonnepanelen geen negatieve impact hebben op de capaciteit van het gebied om water op te vangen en de toegankelijkheid en mogelijkheid om het te beheren.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting op het elektriciteitsnet Het streven is dat de opgewekte energie in en rond de autoweg onderdeel is van een efficiënt energiesysteem. Daarvoor moeten opwek en gebruik zo slim mogelijk worden gecombineerd, bijvoorbeeld doordat opwek en verbruik in de nabijheid van elkaar plaatsvindt. Hiermee worden lange kabellengtes voorkomen en wordt het lokale netwerk minder belast. Bovendien wordt er langs de autoweg veel energie gebruikt, zoals door bedrijven en huishoudens in de aangrenzende stedelijke gebieden en laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Een ander voorbeeld is het combineren van de Energieroute met nabijgelegen windparken. Dan kan er het zogenaamde cable-pooling principe worden toegepast. Zon en wind kunnen daarmee van dezelfde kabel gebruik maken, hetgeen zorgt voor een gelijkmatiger belasting van het net en beter gebruik van de aangelegde kabels. Houd er bij cable-pooling rekening mee dat nauwe samenwerking met de andere distributeur van energie (bv. windpark) voorwaardelijk is. Als je als zon-opwekker meelift op de kabel van een ander, is het realistisch dat de opwek van ‘de ander’ altijd voorrang heeft en afschakeling van het meegekoppelde zonnepark plaatsvindt, bijvoorbeeld op een dag van veel wind en zon.
43/100
Geluidsschermen In het algemeen geldt dat aangetoond moet worden dat het aanbrengen van zonnepanelen geen negatief effect heeft op de geluidwerendheid (bijv. door veranderende reflectie en weerkaatsing van geluid). Ook mag mogelijke visuele reflectie en schittering geen overlast voor de weggebruiker veroorzaken. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de beheerbaarheid van de zonnepanelen op de geluidsschermen.
Wildvoorzieningen en hekwerken Afhankelijk van de locatie kunnen in de bermen voorzieningen aangebracht zijn om wild tegen te houden. Er zijn doorgaans twee varianten, hoge wildrasters circa 1.80m en kleine wildrasters < 1.20m. De hoge rasters zijn niet botsvriendelijk, de lage wel. Mogelijk is herplaatsing van de rasters nodig voor realiseren van het zonnepark en/ of te combineren met noodzakelijke hekken voor het park.
44/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
2.2 Ruimtelijke uitgangspunten Hieronder volgende de belangrijkste ruimtelijke aspecten die van belang zijn bij het opstellen van de ruimtelijke visie voor zon langs de weg. Deze basisprincipes zorgen ervoor dat het uiteindelijke ontwerp op een zorgvuldige en heldere manier onderdeel uitmaakt van het wegontwerp en het omliggende landschap.
Kernkwaliteiten wegontwerp ▪ Het ontwerp voor zon is een toevoeging aan de ruimtelijke kwaliteit van het wegontwerp. ▪ Het ontwerp voor zon houdt rekening met de kwaliteiten van de weg, verrommeling wordt voorkomen. ▪ Het ontwerp voor zon is eenduidig en ruimtelijk helder leesbaar. ▪ Het ontwerp voor zon kan bijzondere plekken van het wegontwerp markeren door een verbijzondering in het ontwerp van het zonnepark op die plek.
Kernkwaliteiten landschap ▪ Bestaande landschappelijke kwaliteiten blijven behouden, en het ontwerp voor zon versterkt waar mogelijk deze landschappelijke karakteristieken. Geput wordt uit de uitgangspunten die horen bij de verschillende landschapsbeschermingsregimes, zoals BL, NNN, weidevogelleefgebied, vogelhabitatrichtlijn en UNESCO werelderfgoed. ▪ Het ontwerp voor zon houdt rekening met het behoud van zicht op het waardevolle landschap vanaf de autoweg. ▪ Het ontwerp voor zon gaat niet ten koste van waardevolle groene buffers tussen stad/dorp en de weg. ▪ Het ontwerp voor zon kan bijzondere plekken in het landschap markeren door een verbijzondering in het ontwerp van het zonnepark op die plek.
Meekoppelkansen ▪ Het ontwerp voor zon wordt waar mogelijk gekoppeld aan kansen om andere opgaven te tackelen, zoals ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, die het ontwerp voor zon mogelijk kunnen maken en/of die de Energieroute kunnen versterken. Er zijn drie typen meekoppelkansen mogelijk: ▪ Omgeving haakt aan op de Energieroute, bijvoorbeeld aanleg zonneveld buiten het autoweglandschap middels de ontwerpprincipes van de Energieroute; ▪ Energieroute haakt aan op initiatieven in de autowegomgeving, bijvoorbeeld door samenwerking met initiatiefnemers van andere zonneparken buiten het weglandschap, waardoor de haalbaarheid van zon binnen het weglandschap realistischer of mogelijk wordt vanwege vergroting van de fysieke ruimte en/of een gunstigere businesscase; ▪ Energieroute koppelt aan maatschappelijke opgaven om het draagvlak voor duurzame energie te vergroten, zoals het creëren van een recreatieve route in de rand van een zonnepark.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
45/100
Omgaan met beplanting en ecologie ▪ Het ontwerp voor zon gaat niet ten koste van waardevolle groene buffers tussen stad/dorp en de weg. ▪ Indien de keuze wordt gemaakt om bomen te kappen ten behoeve van het plaatsen van zonnepanelen, dan worden die bomen lokaal gecompenseerd op zo’n manier dat de ingreep bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Mogelijk kan worden gekeken naar compensatie in vorm van verbetering biodiversiteit en lokale natuurontwikkeling in samenhang met waterberging. ▪ Bestaande ecologische kwaliteiten blijven zoveel mogelijk behouden. ▪ Het ontwerp voor zon houdt rekening met de bodemkwaliteit. ▪ Het ontwerp voor zon benut kansen om de ecologische waarde van een plek te vergroten.
Geen versnippering, maar heldere keuzes ▪ Het ontwerp voor zon maakt heldere gebaren. Voor de invulling van knopen bijvoorbeeld, moet zorgvuldig worden afgewogen wat het ruimtelijk streefbeeld is en geen pragmatische invulling worden gekozen ▪ Ook op het niveau van de hele weg dient er een helder gebaar te worden gemaakt, geen versnipperde zonneparken maar een duidelijk ruimtelijk verhaal.
Gastvrij landschap ▪ Het gebied behoudt haar kwaliteiten als een aantrekkelijk en gastvrij landschap. Het ontwerp voor zon zet in op het behouden en waar mogelijk vergroten van de toegankelijkheid. ▪ Hekwerken rond zonneparken zijn vaak een eis vanuit verzekeraars. Vanuit ruimtelijk perspectief is het wenselijk dat zonnevelden indien mogelijk omringd worden door water, zodat er geen hekwerken nodig zijn. ▪ Hekwerken worden zoveel mogelijk voorkomen. Indien ze toch noodzakelijk zijn, worden ze zoveel mogelijk ingepast, passend bij de betreffende locatie.
Keuzes op grote schaal, aandacht voor maatwerk ▪ Het ontwerp voor zon is altijd lokaal maatwerk. Na het maken van ruimtelijke keuzes op hoger schaalniveau, worden de zonne-opstelling uiteindelijk vormgegeven op basis van de lokale (ruimtelijke) kwaliteiten. Hierbij speelt de beleving van het zonnepark steeds zowel vanaf de autoweg als vanuit de omgeving een rol.
46/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Hoofdstuk 3 Visie en bouwstenen De Visie geeft een overkoepelend verhaal voor zon langs de N307 met een duidelijk motto. De Visie bepaalt ook wat er wel meedoet van de scope 2.0 en wat niet. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we tot de Visie komen. De Visie bestaat uit diverse Bouwstenen die samen de Westfriese Zonneketting vormen. Deze bouwstenen worden toegelicht en voorzien van uitgangspunten per bouwsteen.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
47/100
48/100
3.1 Hoe komen we tot een visie? De Visie voor zon langs de provinciale weg N307 wordt beschreven met het motto: de Westfriese Kralenketting. Hieronder wordt beschreven waar deze visie op is gebaseerd en uit welke bouwstenen deze kralenketting bestaat.
Kwaliteiten van weg en landschap In de Inventarisatie en analysefase brachten we de kernkwaliteiten van de weg en het omliggende landschap in beeld. Op basis daarvan hebben we geconstateerd dat een lange doorlopende lijn van zon langs de weg afbreuk doet aan de beleving van het omringende landschap. Het is beter passend om heldere energieknopen te maken waar de weg doorheen snijdt. Scope Na het filteren van de scope waarbij de onrealistische percelen zijn afgevallen blijven met name locaties over in de aansluitingen van de weg plus in omringende landschap. Aansluiten bij project OER A7 / A8 De visie voor de N307 als Westfriese Kralenketting sluit aan bij de visie voor zon langs de A7/A8 met het motto ‘Noord-Hollandse Zonneketting’. Hiermee ontstaat een samenhangend verhaal voor de wegen in Noord-Holland. Hiermee wordt zoveel mogelijk eenheid gecreëerd en wordt recht gedaan aan de kwaliteiten van de wegen en het omringende landschap. De concrete inrichting van de kralen langs het snoer is wel anders. Hierin wordt het verschil gemaakt tussen zon langs de autoweg en zon langs de provinciale weg. Hier wordt in de volgende paragraaf verder ingegaan. Zie voor de Visie van zon langs de A7/A8 de bijlage.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
49/100
KERNKWALITEITEN van de weg en het omringende landschap
+ + SCOPE
OER
beschikbare ruimte
aansluiten op Noord-Hollandse Zonneketting A7 / A8
De Westfriese Kralenketting
50/100
3.2 Westfriese Kralenketting De Visie voor zonnepanelen langs de N307 heeft als motto ‘de Westfriese Kralenketting’. In deze visie wordt de weg gezien als een rijgsnoer dat verschillende zonnekralen aan elkaar rijgt. De Westfriese Kralenketting bestaat uit onderstaande bouwstenen:
Rijgsnoer en zonnekralen
Het rijgsnoer (de weg) blijft herkenbaar als een (smalle) lijn door het landschap. De zonnekralen aan het rijgsnoer bestaan uit compacte zonneparken die met name beleefbaar zijn vanaf de weg. De inrichting van de zonnekralen volgt de logica van het landschap. De zonnepanelen volgen de oriëntatie van de landschappelijke lijnen die in de aansluitingen herkenbaar zijn. In tegenstelling tot de zonnekralen langs de A7 worden deze knooppunten niet verder ingepakt met groen. De aansluitingen langs de N307 zijn veel subtieler vormgegeven en niet ingericht als groene eilanden in het open landschap. De inrichting binnen de zonnekralen mag variëren zolang ze duidelijke familie van elkaar zijn en de Zonneketting als eenheid herkenbaar blijft. Heldere ruimtelijke bouwstenen met consistente ontwerpprincipes voor zullen hiervoor zorgdragen.
Lokaal maatwerk
Buiten het landschap van de provinciale weg met taluds en aansluitingen liggen kansen in de omgeving van de weg. Deze locaties zijn nadrukkelijk geen onderdeel van de Westfriese Kralenketting en worden verder worden uitgewerkt als lokaal maatwerk, met principes die uit het landschap volgen. Hiervoor gelden ontwerpprincipes uit de Kwaliteitsimpuls van de Provincie Noord-Holland
3.3 Aanscherping van de scope De visie van de Westfriese Kralenketting leidt ertoe dat bepaalde delen van de scope afvallen. Op andere plekken kan de schope mogelijk juist worden aangevuld Binnen aansluitingen wordt gezocht naar clustering en optimalisatie van de scope, terwijl verspreid gelegen snippers juist afvallen. Hiermee dragen we zorg voor een helder en consistent verhaal en een aantrekkelijk en rustig ruimtelijk beeld voor de Westfriese Kralenketting.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
51/100
52/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Hoofdstuk 4 Ontwerpprincipes De Westfriese Zonneketting bestaat uit verschillende bouwstenen (zie vorig hoofdstuk). In dit hoofdstuk wordt beschreven volgens welke spelregels een toekomstige exploitant dient te werken binnen deze verschillende bouwstenen op zo’n manier dat recht wordt gedaan aan de Visie De ontwerpprincipes zijn daarmee een concretisering van de uitgangspunten bij de bouwstenen. Sommige ontwerpregels benadrukken de eenheid binnen het geheel of binnen het deelgebied en dragen daarmee zorg voor een rustig beeld. Deze ontwerpregels worden hieronder
als ‘algemene ontwerpprincipes’ beschreven. Andere ontwerpregels zijn juist opgesteld om de karakteristiek van de plek zo goed mogelijk tot uitdrukking te laten komen. De ontwerpregels hebben de volgende onderverdeling: - algemene ontwerpprincipes - zon binnen aansluitingen - zon als lokaal maatwerk
OEP N307 Landschappelijke inpassing
53/100
54/100
4.1 Ontwerpprincipes algemeen Onderstaande ontwerpprincipes gelden voor alle voorgestelde opstellingen en bouwwerken uit de Voorkeursvariant Westfriese Kralenketting N307.
Panelen 4.1.1 Er is eenheid in het type zonnepanelen Binnen het plangebied wordt gestreefd naar gelijkvormigheid in type, kleur, formaat en manier van plaatsing. Dit draagt bij aan een rustig beeld. 4.1.2 De kleur van de panelen is over de hele route gelijk. Streef hierbij naar panelen die ‘luchtig’ ogen en geen massieve vlakken in het landschap vormen. Blauwe panelen zijn minder ‘hard’ dan zwarte panelen. Dit past beter in het landschap en geven de illusie van water of lucht. Dit principe mag echter niet ten koste gaan van de bussinesscase. 4.1.3 Rustige vormgeving, onopvallende randen. Kies voor panelen met een rustige vormgeving en onopvallende randen. Juist de (aluminium) randen zorgen vaak voor een onrustig ruimtelijk beeld. 4.1.4 Onopvallende onderconstructies. De constructies waarop de zonnepanelen worden geplaatst zijn zo onopvallend mogelijk, waarbij wordt gestreefd naar eenheid in het hele project. 4.1.5 Zorg voor maatwerk constructies van de tafels die is afgestemd op de maat van één paneel, in plaats van panelen die afgestemd worden op de constructie van een tafel. Door de constructies waarop panelen liggen uit te voeren als maatwerk kunnen de lengtes van rijen zo goed mogelijk aansluiten bij de beschikbare ruimte. Hierdoor ontstaan rustige randen zonder grote verspringingen.
Bouwwerken 4.1.6 Zorg voor eenheid en terughoudendheid in vormgeving. Benodigde bouwwerken hebben in hele project zoveel mogelijk eenzelfde kleur en uitstraling en vormgeving. Plaatsing en vormgeving gebeurt in overleg met de netbeheerder.
4.1.7 Transformatoren worden indien mogelijk weggewerkt onder de panelen. Indien transformatoren nodig zijn, zorgt het wegwerken van de transformatoren voor een rustig beeld.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
4.1.8 Bouwwerken worden landschappelijke ingepast. Kleinere transformatorhuisjes kunnen kaal in de ruimte staan, grotere bouwwerken dienen ingepast te worden met voor de locatie passende beplanting. De aandacht en eis voor landschappelijke inpassing met beplanting wordt strenger naarmate het bouwwerk groter wordt. 4.1.9 De plaatsing van eventuele batterijen of andere noodzakelijke grotere bouwwerken vraagt om separaat proces en nadere afstemming met de netbeheerder. Indien deze ontwikkeling zich aandient zal een verder ontwerpproces moeten worden ingezet waarbij plaatsingsregels en uitstraling van de bouwwerken extra aandacht krijgen.
Randen 4.1.10 Achterkanten uit beeld. Achterkanten en zijkanten van zonnepanelen zijn ruimtelijk weinig aantrekkelijk en worden waar mogelijk uit beeld genomen door de manier van plaatsen of door groene afscherming. 4.1.11 Zorg voor natuurlijke barrières. De randen van zonnevelden worden waar mogelijk afgeschermd door natuurlijke barrières, zoals watergangen of ondoordringbare struiken. Hierdoor worden er zo min mogelijk hekwerken nodig gemaakt. Bij graafwerkzaamheden wordt gestreefd naar een gesloten grondbalans binnen het perceel. 4.1.12 Eenheid in hekwerken. Indien er toch hekwerken noodzakelijk zijn dient te worden gestreefd naar eenheid in het project van hekwerken en poorten met een terughoudende en onopvallende vormgeving. Hekwerken dienen zoveel als mogelijk te worden voorkomen omdat het veel vraagt in afspraken met beheerders. Vanuit beheer worden hekwerken in de openbare ruimte zoveel mogelijk vermeden i.v.m. onderhoudswerkzaamheden. 4.1.13 Hekwerken waar mogelijk uit het zicht. Daar waar de plaatsing van een hekwerk in het zicht onvermijdelijk is zal per geval moeten worden gekeken wat ruimtelijk de beste oplossing is. Soms betekent dit dat het hekwerk voorzien moet worden van een groene inpassing zoals een met een wilde haag, of hoge rietoever. Soms kan beplanting juist het zicht belemmeren. Dit vraagt om maatwerk.
4.1.14 Geen hekwerken bij de aansluitingen en knooppunten, de ruimtelijke grens van het zonneveld wordt zoveel mogelijk gevormd door water. Bij voorkeur worden geen hekwerken geplaatst maar wordt toegankelijkheid beperkt door sloten of struweel. Eventueel noodzakelijke hekwerken worden ingepast met beplanting.
55/100
56/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
4.2 Ontwerpprincipes binnen landschappelijk vormgegeven aansluitingen De locaties die in de visie aangeduid worden als ‘landschappelijk vormgegeven aansluitingen zijn: Aansluiting Wormergouw, Aansluiting Markerwaardweg en Aansluiting Grootebroek. Deze aansluitingen zijn ontworpen op een manier, dat het aangrenzende landschap doorloopt in de aansluiting - denk aan verkavelingsstructuur, watergangen, beplanting. Onderstaande ontwerpprincipes zijn op deze aansluitingen van toepassing.
4.2.1 Opstelling In aansluitingen wordt een veldopstelling geplaatst met een hellingshoek tussen 30 en 50 graden. De gekozen hellingshoek is in de gehele aansluiting gelijk.
4.2.2 Hoogte De afstand van het laagste punt van het paneel tot het maaiveld bedraagt minstens 0,75 m. Deze ruimte is nodig om beheer onder de panelen mogelijk te maken en om zorg te dragen voor de mogelijkheden van vegetatie onder de panelen. De maximale hoogte bovenkant t.o.v. zicht vanaf weg - Het hoogste punt van de stelling dient zich onder het zicht van de automobilist te bevinden (±1,2 m boven hoogte van de laagste aangrenzende weg) 4.2.3 Oriëntatie De opstelling volgt de lijnen van het omringende landschap zoals deze doorloopt in de aansluiting.
4.2.4 Dekkingsgraad De panelen worden opgesteld op het vlakke deel binnen de aansluiting. De bedekkingsgraad van de opstelling bedraagt maximaal 70%. Het is van belang om met de opstelling voldoende ruimte te houden tot de insteek van de watergang t.b.v. een beheerstrook.
4.2.5 Uitlijning en rafelranden Panelen liggen in elkaars verlengde en vormen aaneengesloten rijen zonder verspringingen. Rafelranden aan de randen van de vlakken worden tot een minimum beperkt. De ruimte binnen een contour wordt zo goed mogelijk ingevuld waarbij flexibiliteit in lengte van de rijen helpt bij het creëren van een zo efficiënt mogelijke invulling en rustig verspringende randen.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
57/100
4.3 Zon binnen autonoom ontworpen aansluitingen De locaties waar een voorstel wordt gedaan voor de inpassing van zon in autonoom vormgegeven aansluitingen betreft Aansluiting Noorderboekert en Aansluiting Lutjebroek. De inpassing en inrichting van deze aansluitingen dient te voldoen aan onderstaande ontwerpprincipes.
4.3.1 Opstelling In aansluitingen wordt een dakjesopstelling geplaatst met een hellingshoek tussen 10 en 15 graden. De gekozen hellingshoek is in de gehele aansluiting gelijk. Er wordt gekozen voor deze opstelling omdat dit vanuit zoveel mogelijk richtingen een rustig beeld oplevert en daarbij zo min mogelijk zicht geeft op achterkanten. Daarnaast is deze opstelling beter afgestemd op de ruimte op het energienetwerk. 4.3.2 Hoogte De afstand van het laagste punt van het paneel tot het maaiveld bedraagt minstens 0,75 m. Deze ruimte is nodig om beheer onder de panelen mogelijk te maken en om zorg te dragen voor de mogelijkheden van vegetatie onder de panelen. De maximale hoogte bovenkant t.o.v. zicht vanaf weg - Het hoogste punt van de stelling dient zich onder het zicht van de automobilist te bevinden (±1,2 m boven hoogte van de laagste aangrenzende weg) 4.3.3 Oriëntatie De opstelling staat zo veel mogelijk evenwijdig aan de hoofdrijbaan georiënteerd, ten behoeve van het behoud van een rustig wegbeeld.
4.3.4 Dekkingsgraad De panelen worden opgesteld op het vlakke deel binnen de aansluiting, omringd door een watergang. Eventueel kan de watergang worden verplaatst ten behoeve van de optimalisatie van de beschikbare ruimte. De bedekkingsgraad van de opstelling bedraagt maximaal 85%. Het is van belang om met de opstelling voldoende ruimte te houden tot de insteek van de watergang t.b.v. een beheerstrook.
4.3.5 Uitlijning en rafelranden Panelen liggen in elkaars verlengde en vormen aaneengesloten rijen zonder verspringingen. Rafelranden aan de randen van de vlakken van worden tot een minimum beperkt. De ruimte binnen een contour wordt zo goed mogelijk ingevuld waarbij flexibiliteit in lengte van de rijen helpt bij het creëren van een zo efficiënt mogelijke invulling en rustig verspringende randen.
58/100
4.3.7 Transformatoren worden indien mogelijk weggewerkt onder de panelen. Indien dit technisch mogelijk is, vormt dit het meest rustige beeld.
Onderstaande ontwerpprincipes zijn van toepassing op aansluiting Noorderboekert: 4.3.8 Boven water Boven water gelden dezelfde principes als boven land. Ook boven water wordt een dakjesopstelling gebruikt met hellingshoek tussen 10 en 15 graden. De panelen bevinden zich op stellages en niet drijvend op het water. De bedekkingsgraad van de opstelling bedraagt maximaal 85%. De oriëntatie is ook evenwijdig aan de autoweg. De afstand van het laagste punt van het paneel tot het wateroppervlak bedraagt minstens 0,75 m. De bedekkingsgraad van de opstelling bedraagt maximaal 85%.
4.3.9 Uitbreiding van water Eventueel kan het water binnen een aansluiting worden uitgebreid als een deel van de aansluiting wel water bevat en een deel niet. Daarboven kunnen panelen worden opgesteld. Op deze manier wordt het waterbergend vermogen van de aansluiting vergroot, en kan er tevens meer eenheid worden gebracht in de uitstraling van een aansluiting.
4.3.10 Landschappelijke inpassing Zorg voor een natuurvriendelijke oever of rietkraag in de omliggende watergang als landschappelijke inpassing. Rondom opstellingen boven water blijft een waterrand vrij van minimaal 3 meter. Hierdoor blijft er een strook water vrij van panelen waar vogels gebruik van kunnen maken en waar brede rietbermen kunnen groeien. 4.3.11 Het plaatsen van bouwwerken bij opstellingen boven water gebeurt buiten het vlak met de opstelling, elders binnen de aansluiting op een plat vlak. De bouwwerken kunnen niet in het water staan en zijn ook niet wenselijk op de taluds.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
59/100
4.4 Ontwerpprincipes lokaal maatwerk De locaties die in de visie aangeduid worden als ‘lokaal maatwerk’ zijn Perceel bij aansluiting Wormergouw en perceel ‘De Dolfijn’. Deze locaties dienen ingepast en ingericht te worden volgens de principes die worden gegeven in de handreiking ‘Kwaliteitsimpuls Zonneparken’ van de Provincie Noord-Holland. De belangrijkste principes uit dit document worden hieronder weergegeven. Daarbij wordt altijd een (groene) buffer gerealiseerd tussen deze maatwerklocaties en de autoweg, zodat de verschillende concepten van elkaar gescheiden blijven. Hieronder worden enkele van de principes uit de Kwaliteitsimpuls beschreven. Het volledige document is hier te vinden.
Vlakvulling Houd het ontwerp simpel, maak gebruik van en volg het landschap.
Oriëntatie Laat panelen de hoofdoriëntatie van het landschap volgen.
Houd afstand tot kwetsbare en cultuurhistorische objecten. In een stedelijke omgeving kan dichter opeen worden gebouwd dan in een landelijke omgeving.
Houd kavelsloten en verkavelingspatronen zichtbaar, door doorzichten over de kavelsloten te behouden.
Houd bij de inrichting van het zonneveld rekening met de omgeving. Kies pas in het uiterste geval voor een meer industriële/stedelijke invulling.
60/100
Begrenzing
Gebruik gebiedsspecifieke beplanting als begrenzing, zoals bijvoorbeeld:
Struweel en bomen
Haag
Takkenril
Tuunwal
Sloot met riet
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
61/100
62/100
Hoofdstuk 5 Uitwerkingen In dit hoofstuk wordt verbeeld hoe de Zonneketting vorm kan krijgen als de ontwerpprincipes uit Hoofdstuk 4 worden toegepast op de geschikte ruimte langs de weg. De uitwerkingen zijn een illustratie, maar bieden ook concreet houvast bij toekomstig ontwerp. In de plattegronden is aangegeven wat de scope is per locatie, en op welke manier dit is ingevuld met panelen. Op sommige plekken is de scope ruimer dan de voorgestelde invulling met zonnepanelen. Deze overmaat kan worden gebruikt voor noodzakelijke bouwwerken, toegangsroutes etc, die niet zijn ingetekend.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
63/100
64/100
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Wormergouw De zuidelijke helft van aansluiting Wormergouw is landschappelijk vormgegeven. Dit uit zich in landrepen in een waterpartij die zich voegen naar de verkavelingsrichting van het omringende landschap. In deze uitwerking is daarom gekozen voor een inrichting die ingepast is in deze landschappelijke vormgeving. De opstelling is parallel gepositioneerd ten opzichte van de weg, en volgt de landstrips. De lokaal maatwerklocatie aan de noordzijde dient
Geldende ontwerpregels: 4.1
4.2
4.4
zorgvuldig ingepast te worden met opgaande beplanting. Door het perceel loopt een strook die geen onderdeel is van de scope. Dit heeft te maken met de hoogspanning die erboven loopt. Onderzocht kan worden of deze strook wel meegenomen kan worden. Dit komt de helderheid, uitstraling en businesscase van het zonnepark ten goede.