B1. Toelichting Delegatiebesluit omgevingsplan Drechterland (2025-3)
Tekst van het document
Toelichting Delegatiebesluit omgevingsplan Drechterland Hieronder worden categorieën van bevoegdheden genoemd, met een toelichting, waarvan wordt voorgesteld deze te delegeren aan het college. Sprake is van delegatie als een gewenste wijziging onder één (of meer) van deze categorieën valt: a. de bevoegdheid om besluiten te nemen over een omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan met gebruikmaking van de onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aan het college opgedragen bevoegdheden, betreffende de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht, waarbij de voorwaarden van de desbetreffende wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid in acht worden genomen; De bestemmingsplannen die op 1 januari 2024 golden, vormen het tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan moet stapsgewijs worden vervangen door een omgevingsplan dat voldoet aan de Omgevingswet. In de bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen waarin wordt bepaald dat voor deze specifieke gevallen of locaties het college bevoegd gezag is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. Onder de omgevingswet wordt voor deze wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen niet in overgangsrecht voorzien. Deze instrumenten kunnen nu dus niet meer door het college worden gebruikt, maar geven nog wel de door de raad vastgestelde kaders weer.
Als een bouwactiviteit in strijd is met het omgevingsplan, kan de vergunning toch worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met de regels van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Het is wenselijk dat het college deze bevoegdheden kan blijven gebruiken, omdat anders ook relatief kleine wijzigingen aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd. In sommige gevallen is het niet doelmatig om met een omgevingsvergunning af te wijken van het tijdelijke omgevingsplan en zal het omgevingsplan moeten worden gewijzigd. In zo’n geval is het wenselijk om de bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsbevoegdheid op een vergelijkbare manier voort te kunnen zetten, waarbij vaststelling van dit deel van het omgevingsplan bij het college wordt neergelegd. Daarvoor dient wel aan de voorwaarden, bedoeld in de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, te worden voldaan. Door vaststelling van de pilot omgevingsplan Hoogkarspel, vervallen de uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheden van de voormalige bestemmingsplannen ‘Bestemmingsplan Hoogkarspel 2014’, ‘Bestemmingsplan Centrum Hoogkarspel 2013’ ‘Bestemmingsplan Bernhardstraat 2b Hoogkarspel’, ‘Bestemmingsplan St. Laurentiusstraat 1’ en ‘Bestemmingsplan Streekweg 289-293 Hoogkarspel’.
Deze staan namelijk in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en zijn niet meer geldig met vaststelling van de pilot. Ook voor deze gevallen is het wenselijk dat het college zijn bevoegdheid kan blijven uitoefenen. b.
het wijzigen van regels over dubbelbestemmingen en aanduidingen in het omgevingsplan; In bestemmingsplannen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van dubbelbestemmingen en aanduidingen. Door omstandigheden of voortschrijdend inzicht kan het voorkomen dat een dubbelbestemming of een aanduiding geen praktische betekenis meer heeft. Het gaat bijvoorbeeld om het verwijderen van regels ter bescherming van archeologische waarden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden aanwezig zijn.
c. het beleidsneutraal opnemen van regels over de fysieke leefomgeving uit gemeentelijke verordeningen in het omgevingsplan; In het (tijdelijke) omgevingsplan zijn de gemeentelijke verordeningen met een ruimtelijk component niet opgenomen. In de komende jaren moeten deze verordeningen alsnog verwerkt worden in het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om veel voorkomende onderwerpen als uitritten, kapvergunningen, evenementen et cetera. Voor deze onderdelen kan delegatie, voor zover het gaat om een beleidsneutrale omzetting van regels, aan het college tot een snellere harmonisatie en actualisatie van het (tijdelijke) omgevingsplan leiden.
d. het nemen van een voorbereidingsbesluit; Een voorbereidingsbesluit is een besluit dat in afwachting van nieuwe regels tijdelijk ontwikkelingen tegenhoudt, die op grond van de geldende regels in het omgevingsplan mogelijk zijn. Op grond van (nieuwe) inzichten kunnen dergelijke ontwikkelingen niet wenselijk zijn of niet passen in een omgevingsplan dat in voorbereiding is. Om sneller onwenselijke regels tijdelijk buiten werking te kunnen stellen, kan deze bevoegdheid worden gedelegeerd. Delegatie van deze bevoegdheid ligt voor de hand, omdat het college ook de wijziging van het omgevingsplan voorbereidt. De raadsagenda laat niet altijd toe om in een korte tijd een voorbereidingsbesluit te nemen. De wijziging van het Omgevingsplan die volgt na een voorbereidingsbesluit zal, mits de categorie niet is gedelegeerd aan het college, door de gemeenteraad worden vastgesteld. Door middel van een raadsbrief wordt de gemeenteraad geïnformeerd over een genomen voorbereidingsbesluit. e. het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen die verleend zijn in afwijking van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) in het omgevingsplan; De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad vergunningen voor buitenplanse omgevingsactiviteiten (bopa) binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden daarvan, moet verwerken in het omgevingsplan.
Uitgezonderd hiervan zijn tijdelijke omgevingsvergunningen. Het gaat om het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen, waarvan de ruimtelijke afweging bij vergunningverlening al heeft plaatsgevonden. Het verwerken van verleende vergunningen is een administratieve handeling. Daarom wordt voorgesteld de bevoegdheid voor het vaststellen van dit soort wijzigingen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. f.
het beleidsneutraal omzetten van TAM-IMRO omgevingsplannen naar STOP/TPOD; Met een TAM IMRO omgevingsplan kan een omgevingsplan gewijzigd worden, zonder dat direct gebruik wordt gemaakt van het planvormingsdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Een TAM IMRO plan wordt gemaakt in de software waarmee nu ook bestemmingsplannen worden opgemaakt. Dit is een tijdelijke oplossing die geldt totdat de software en opbouw voor het omgevingsplan geschikt zijn om te gebruiken voor het vervaardigen van het omgevingsplan. Omgevingsplannen worden vastgesteld door de gemeenteraad, het gaat dus om de verwerking van de plannen met behulp van de software. Op een later moment moeten deze TAM-IMRO plannen alsnog conform de nieuwe standaard, de zogenoemde STOP/TPOD-standaard, van de Omgevingswet gepubliceerd worden. De gemeente moet bij omzetting naar STOP/TPOD opnieuw het plan vaststellen. Wanneer deze omzetting beleidsneutraal plaatsvindt heeft dat geen nieuwe gevolgen voor de activiteiten die wel/niet zijn toegestaan in de fysieke leefomgeving. In deze gevallen kan dit worden gedelegeerd aan het college.
g. het verwerken van gewijzigde hogere wet- of regelgeving, instructieregels, projectbesluiten en gerechtelijke uitspraken van andere overheden en instanties voor zover hierbij geen sprake is van afwegingsruimte; Het Rijk, de provincie en het waterschap kunnen instructieregels voor het gemeentelijke omgevingsplan vaststellen. De instructieregels zijn een vertaling van het beleid van de hogere overheid en staan niet open voor beroep. Hetzelfde geldt voor (onherroepelijke) projectbesluiten en gerechtelijke uitspraken: deze moeten tevens ook worden verwerkt in het omgevingsplan. Dit is een administratieve handeling. Indien binnen deze regels geen afwegingsruimte aanwezig is, kan de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan op dit onderdeel worden gedelegeerd aan het college. h. het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen van technische aard, redactionele aanpassingen en correcties van omissies in het omgevingsplan; Het omgevingsplan omvat veel onderwerpen, regels en toelichtingen. Zo nu en dan zal een wijziging nodig zijn van technische aard. Bijvoorbeeld in het geval van een duidelijke verschrijving, aanpassingen van de artikelsgewijze toelichting, of het verbeteren van de relatie
2/4
tot toepasbare regels. Daarnaast kunnen af en toe omissies worden gesignaleerd, waarbij een correctie gerechtvaardigd is. Het gaat bijvoorbeeld om een verleende omgevingsvergunning die niet was geïnventariseerd, een aanduiding die op de verbeelding is weggevallen of aan een verkeerd perceel is toegekend. Het betreft alleen aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Wijzigingen die voortkomen uit nieuwe (beleidsmatige) inzichten, vallen hier niet onder. Door het rechtzetten van dergelijke constateringen te delegeren, wordt de proceduretijd korter en kunnen belanghebbenden sneller geholpen worden. i. het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen in het omgevingsplan, voor zover beleidsneutraal; Het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening worden via het DSO voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan er toe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatalogus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan.
Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. Als dat beleidsneutraal kan gebeuren, kan deze bevoegdheid worden gedelegeerd. j. het aanwijzen of wijzigen van collectieve festiviteiten; In de APV wordt gesproken over door college aan te wijzen of wijzigen van collectieve festiviteiten. Het is wenselijk om deze festiviteiten direct in het omgevingsplan, gekoppeld aan een werkingsgebied op te nemen of te benoemen, waarbij het college het werkingsgebied kan aanpassen. Door dit te delegeren kan de APV op dit onderdeel beleidsneutraal worden overgezet in het omgevingsplan. k.
het aanwijzen of wijzigen van gebieden waar: ▪ het verboden is om voertuigen te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen (APV 5.3); ▪ het verboden is om een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt te parkeren (APV 5.6); ▪ het verboden is een voertuig te parkeren dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter (APV 5.8); ▪ het verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan (APV 5.12); ▪ het verboden is met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen (APV 5.25). Voor bovenstaande artikelen was het college onder de APV al bevoegd. Het is wenselijk om deze werkwijze voort te zetten in het omgevingsplan. Door dit te delegeren kan de APV op dit onderdeel beleidsneutraal worden overgezet in het omgevingsplan.
Was-wordt lijst categorieën delegatie en bevoegdheden In onderstaande tabel is een was-wordt lijst opgenomen. Hierin wordt als aanvulling op bovenstaande categorieën verduidelijkt hoe delegatie van deze onderdelen onder de Wro/Wabo was geregeld en hoe dit vanaf vaststelling van het delegatiebesluit gebeurt.
3/4
Was-wordt lijst categorieën delegatie en bevoegdheden Categorieën delegatie van bevoegdheden Categorie a. Categorie b. Categorie c.
Was (onder de Wro/Wabo)
Wordt (vanaf vaststelling delegatiebesluit) Bevoegdheid college Bevoegdheid college Bevoegdheid college
Bevoegdheid college Bevoegdheid college Dit onderdeel bestond niet onder de Wro Categorie d. Bevoegdheid gemeenteraad Bevoegdheid college Categorie e. Bij herzieningen* van Bevoegdheid college bestemmingsplannen door de gemeenteraad werden de verleende omgevingsvergunningen die afweken van het bestemmingsplan verwerkt. Categorie f. Dit onderdeel bestond niet Bevoegdheid college onder de Wro Categorie g. Bij herzieningen* van Bevoegdheid college bestemmingsplannen door de gemeenteraad werd deze categorie verwerkt. Categorie h. Bij herzieningen* van Bevoegdheid college bestemmingsplannen door de gemeenteraad werd deze categorie verwerkt. Categorie i. Bij herzieningen* van Bevoegdheid college bestemmingsplannen door de gemeenteraad werd deze categorie verwerkt. Categorie j. Bevoegdheid college Bevoegdheid college Categorie k. Bevoegdheid college Bevoegdheid college *Het herzien van een bestemmingsplan gebeurde sporadisch. Het omgevingsplan is een dynamisch document dat altijd actueel moet zijn.
4/4