B1 Ruimtelijke onderbouwing (2025-10)
Tekst van het document
31/258
bouw. Het gebied is archeologisch vrijgegeven door Archeologie West-Friesland.
4.8
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het projectgebied. Binnen het projectgebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren van het landschap als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. Daar de verkavelingsstructuur ongewijzigd blijven, worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Ook wordt geen afbreuk gedaan aan de Westfriese Omringdijk en daarin specifiek de Markermeerdijk. In het geldende bestemmingsplan heeft de dijk een kwaliteitszone middels de aanduiding 'kwaliteitszone'. Deze aanduiding is mede bestemd voor het behoud van de landschappelijke waarden, wat onder meer inhoud dat het belangrijk is dat in het gebied tussen de linten, in de directe omgeving van de dijk, geen ontwikkelingen op grote schaal plaatsvinden. Op de gronden ter plaatse van deze aanduiding mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd indien voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het Beeldkwaliteitsplan Westfriese omringdijk. Met de uitwerking van de plannen is hiermee rekening gehouden. Zie hiervoor ook paragraaf 2.3.
4.9
Kabels en leidingen
Voor planologisch relevante kabels en leidingen geldt in het algemeen een belemmeringenzone waarmee in de ontwikkeling van een projectgebied rekening moet worden gehouden. In het projectgebied en in de directe nabijheid van het projectgebied liggen geen hogedruk aardgasleidingen, rioolwatertransportleidingen, drinkwatertransportleidingen, of een hoogspanningsleidingtracé. Planologische relevante kabels en leidingen vormen daarom geen belemmering voor dit project.
4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Uit de inventarisatie van de risicokaart blijkt dat het projectgebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
32/258
niet is gelegen binnen de circulaire effectafstand van een LPG-tankstation. Het is daarom niet noodzakelijk om in het kader van dit project het groepsrisico te verantwoorden. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het plan.
4.11 Duurzaamheid Duurzaamheid vormt een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Met dit plan is voldoende rekening gehouden met duurzaamheid door het toepassen van allerlei energiebesparende maatregelen. Verder heeft het bedrijf duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het broeikaseffect heeft het bedrijf gekozen voor een certificering op de CO2-Prestatieladder. Hiervoor hebben zij het beleid voor het duurzaam ondernemen, de CO2-reductiedoelstellingen en de acties geformuleerd om continu te werken aan verbetering van behaalde resultaten. Zelf wil het bedrijf op alle niveaus in de organisatie milieubewustzijn creëren en meetbare duurzaamheidsresultaten boeken. Daarom hebben ze de CO2-Footprint voor de eigen organisatie opgesteld en zijn ze inmiddels CO2 Bewust niveau 3 gecertificeerd volgens de CO2-Prestatieladder. Dat dwingt het bedrijf om te kiezen voor een duurzaam machinepark en te werken aan een energiearm kantoor en energiezuinige bedrijfsprocessen.
33/258
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke project. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Participatie De initiatiefnemer heeft de directe omgeving bij de planvorming betrokken en is daardoor uiteindelijk tot het voorliggende plan gekomen. Procedure (uitgebreide) Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt de uitgebreide procedure uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. De procedure hiervoor is opgenomen in artikel 2.12 eerste lid sub a onder 3 van de Wabo (goede ruimtelijke onderbouwing). Onderdeel van de procedure is het vooraf aanvragen van een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) bij de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad besluit bereid te zijn tot afgifte tot een verklaring van geen bedenkingen dan wordt in eerste instantie besloten over een ontwerpverklaring. De ontwerpverklaring zal samen met de benodigde stukken gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage liggen en kunnen er zienswijzen worden ingediend. Onderdeel van de beoordeling tot afgifte van een verklaring van geen bedenkingen is dat de gemeenteraad in kennis wordt gesteld van de participatie met de omgeving. Zodat de gemeenteraad een juist besluit kan nemen over de afgifte van een VVGB.
Zienswijzen Zienswijzen worden beantwoord door het college en aan de raad voorgelegd met het verzoek kennis te nemen en akkoord te geven met de beantwoording en over te gaan tot afgifte van de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Na afgifte van de definitieve Verklaring van geen bedenkingen kan het college overgaan tot vergunningverlening. De verleende omgevingsvergunning alsmede de verklaring van geen bedenkingen, welke onderdeel uit maakt van de omgevingsvergunning wordt met de daarbij behorende stukken voor ene ieder gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan men en beroepschrift indienen bij de Rechtbank en Hoger beroep instellen bij de Raad van State indien de verleende omgevingsvergunning in stand blijft bij de rechtbank. Overlegreacties Op 29 januari 2024 heeft de Omgevingsdienst een advies ingediend omtrent de ontwikkeling. Dit advies is opgenomen in Bijlage 9.
34/258
De Omgevingsdienst geeft aan dat een nadere toetsing naar bedrijven en milieuzonering niet noodzakelijk is. Met betrekking tot het aspect bodem worden geen belemmeringen verwacht. Aangezien de kapschuur naar verwachting niet wordt gebruikt door personen die gemiddeld meer dan 2 uur per dag aanwezig zijn, is er vrijstelling voor het uitvoeren van een bodemonderzoek. De ontwikkeling maakt verder geen nieuwe risicovolle activiteiten mogelijk. De ontwikkeling bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van risicovolle activiteiten. Verder geeft de Omgevingsdienst aan dat nader onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Er zal wel aangetoond moeten worden dat de toename in het aantal vervoerbewegingen niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit kan aangetoond worden met de NIBM-tool. Paragraaf 4.6 is hierop aangepast. Met betrekking tot geluid geeft de Omgevingsdienst aan dat aangetoond moet worden dat er kan worden voldaan aan zowel de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit als artikel 6.56 'richtwaarden geluidsniveau geluidsbronnen en inrichting stiltegebied'. De Omgevingsdienst adviseert om te toetsen aan een goede ruimtelijke ordening. Tenslotte geeft de Omgevingsdienst aan dat de AERIUS-berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase geactualiseerd moeten worden.
Naar aanleiding hiervan zijn de berekeningen geactualiseerd.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze waarop gemeentelijke kosten op het plan worden verhaald (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De financiële haalbaarheid is niet in het geding. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente sluit met de aanvrager een planschade overeenkomst af.
35/258
Hoofdstuk 6 6.1
Conclusie
Aanleiding
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, voor de bouw van de tweede fase van de kapschuur én het gebruik van gronden binnen de bestemming 'Natuur' voor de bedrijfsvoering van het loon- en aannemersbedrijf op het perceel Zuiderdijk 30 in Venhuizen in afwijking van het geldende bestemmingsplan.
6.2
Afweging
Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel rijks-als provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is ook sprake van een verantwoorde milieusituatie.
6.3
Conclusie
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
36/258
Bijlage
37/258
38/258
Bijlage 1
39/258
Stikstofberekening aanlegfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Vonk Ecologie Zuiderdijk 30, 1606 Venhuizen Uitbreiding Zuiderdijk 30 aanlegfase + gebruik in aanlegjaar RQfNDUwqzzzt 22 november 2024, 13:52 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar - Beoogd 2025
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hexagon
Gebied
Hoogste bijdrage Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
26,6 kg/j
1.715,8 kg/j
2/8
Projectberekening
Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 2 Mobiele werktuigen tijdens bouw 3 Energie | Energie | Bron 3 Gasverbruik in aanlegjaar 5 Verkeer | Koude start: overig | Bron 1 Koude starts tijdens bouw (1 6 Verkeer | Koude start: overig | Bron 1 Koude starts gebruik in aanlegjaar (1) Verkeersnetwerk
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,3 kg/j 63,5 kg/j 2,4 kg/j 21,4 g/j 0,1 kg/j 9,3 kg/j 669,2 kg/j 16,0 kg/j 980,6 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
5/8
Projectberekening
Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar, Rekenjaar 2025 1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 1 Verkeersbewegingen tijdens bouw Locatie X:141756,22 Y:518428,39 Lengte 6.771,58 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Naam
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 2,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - - NH₃ 69,9 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
63,5 kg/j 1,3 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Locatie Oppervlakte Naam
Bron 2 Mobiele werktuigen tijdens bouw X:142740,13 Y:517660,3 0,30 ha Stageklasse
Brandstofverbruik
In file
960,0 /jaar 0,0 /jaar 20,0 /jaar 0,0 /jaar
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
40 u/j
48 l/j
NOₓ 4,5 kg/j
70 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 7,8 kg/j
Heistelling
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 800 l/j diesel, SCR: ja
Graafmachines
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 1200 l/j diesel, SCR: ja
80 u/j
Bouwkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 2000 l/j diesel, SCR: ja
100 u/j 120 l/j
Laadschop/verrijkers
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
1600 l/j
200 u/j
Betonwagen/betonpomp Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 900 l/j diesel, SCR: ja
60 u/j
54 l/j
NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 11,3 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 33,0 kg/j NH₃ 12,0 g/j NOₓ 5,2 kg/j
Kippers
20 u/j
18 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 1,7 kg/j
3
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 300 l/j diesel, SCR: ja
Energie | Energie
Naam Bron 3 Gasverbruik Uittreedhoogte in aanlegjaar Warmteinhoud Locatie X:142811,18 Y:517573,17 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
9,0 m 0,220 MW
NH₃ 72,0 g/j NOₓ
2,4 kg/j
6/8
Projectberekening
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 1 Verkeersbewegingen gebruik in aanlegjaar Links Rechts NOₓ 978,7 kg/j Locatie X:141756,22 Y:518428,39 Type scherm - - NO₂ 244,9 kg/j Lengte 6.771,58 m Hoogte - - NH₃ 15,9 kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte
Type voertuig
Bron 1 Koude starts tijdens bouw (1 X:142779,81 Y:517658,4 1,57 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Naam
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Locatie Oppervlakte
Type voertuig
Bron 1 Koude starts gebruik in aanlegjaar (1) X:142785,74 Y:517658,9 1,65 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
82,5 /etmaal 0,0 /etmaal 76,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
0,1 kg/j 21,4 g/j
Koude starts
480,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar NOₓ NH₃
669,2 kg/j 9,3 kg/j
Koude starts
82,5 /etmaal 0,0 /etmaal 76,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
7/8
Projectberekening
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
8/8
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
AERIUS kenmerk Projectberekening: RQfNDUwqzzzt
Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.
Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
op onze website
handleidingen
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Bijbehorende projectberekening Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk projectberekening Datum projectberekening
Totale emissie
Vonk Ecologie Zuiderdijk 30, 1606 Venhuizen Uitbreiding Zuiderdijk 30 RQfNDUwqzzzt 22 november 2024, 13:52
Rekenjaar Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar - Beoogd 2025
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
Emissie NH₃
26,6 kg/j
Emissie NOₓ
1.715,8 kg/j
2/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Situatie 1 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
3/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RQfNDUwqzzzt (22 november 2024)
4/4
52/258
Bijlage 2
53/258
Stikstofberekening gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Vonk Ecologie Zuiderdijk 30, 1606 Venhuizen Uitbreiding Zuiderdijk 30 gebruiksfase Rk2HaLoQYwwq 22 november 2024, 13:53 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie - Beoogd 2026
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hexagon
Gebied
Hoogste bijdrage Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -
Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
33,5 kg/j
2.160,2 kg/j
2/6
Projectberekening
Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 2 3
Energie | Energie | Bron 2 Gasverbruik woning Verkeer | Koude start: overig | Bron 1 Koude starts nieuwe situatie (1) Verkeersnetwerk
Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,2 kg/j 12,4 kg/j 870,6 kg/j 21,1 kg/j 1.286,4 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
5/6
Projectberekening
Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie, Rekenjaar 2026
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 1 Verkeersbewegingen nieuwe situatie LinksRechts NOₓ 1.286,4 kg/j Locatie X:141756,22 Y:518428,39 Type scherm - - NO₂ 323,9 kg/j Lengte 6.771,58 m Hoogte - - NH₃ 21,1 kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
2
Energie | Energie
3
Verkeer | Koude start: overig
Naam Bron 2 Gasverbruik Uittreedhoogte woning Warmteinhoud Locatie X:142810,51 Y:517572,81 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie Naam Locatie Oppervlakte
Type voertuig
Bron 1 Koude starts nieuwe situatie (1) X:142786,54 Y:517654,73 1,92 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
9,0 m 0,220 MW
109,6 /etmaal 0,0 /etmaal 101,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ
3,2 kg/j
NOₓ NH₃
870,6 kg/j 12,4 kg/j
Koude starts
109,6 /etmaal 0,0 /etmaal 101,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
6/6
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
AERIUS kenmerk Projectberekening: Rk2HaLoQYwwq
Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.
Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
op onze website
handleidingen
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Bijbehorende projectberekening Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk projectberekening Datum projectberekening
Totale emissie
Vonk Ecologie Zuiderdijk 30, 1606 Venhuizen Uitbreiding Zuiderdijk 30 Rk2HaLoQYwwq 22 november 2024, 13:53
Rekenjaar Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie - Beoogd 2026
Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
Emissie NH₃
33,5 kg/j
Emissie NOₓ
2.160,2 kg/j
2/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Situatie 1 Gebruiksfase gehele nieuwe situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
3/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
Rk2HaLoQYwwq (22 november 2024)
4/4
64/258
Bijlage 3
65/258
Quickscan ecologie
ECOLOGISCHE QUICKSCAN 22/11/2024 | PROJECTNUMMER: 22-334 Ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijf gelegen aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen Opdrachtgever: Bouwbureau Sjaak Schouten Contactpersoon: Dhr. S. Schouten Adres: Burg. Raatlaan 62, 1693 EE Wervershoof Uitgevoerd door: Vonk Ecologie Contactpersoon: Dhr. D. Vonk
De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem
Tel
: 06 228 418 78
info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl
Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden
4
1.1 Projectlocatie
4
1.2 Het plan
5
2 Werkwijze
6
2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek
6
2.2 Locatiebezoek
6
2.3 Uitwerking
6
3 Wettelijk kader
7
3.1 Wet Natuurbescherming
7
3.2 Bescherming van gebieden
7
3.3 Bescherming van soorten
7
3.4 Bescherming van houtopstanden
8
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving
9
4.1 Locatie omschrijving
9
4.2 Mogelijk aanwezige soorten
11
4.3 Flora
11
4.4 Fauna 4.4.1 Vogels 4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen 4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1 Vleermuizen 4.4.3.2 Grondgebonden zoogdieren
11 11 14 14 14 14
4.5 Natura2000
14
4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden)
15
4.7 Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL-gebieden)
16
5 Toetsing soortbescherming
17
5.1 Vaatplanten
17
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten 5.2.2 Alle broedende vogels met nesten
17 17 17
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen
17
5.4 Zoogdieren
17
5.4.1 Vleermuizen 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren 6 Toetsing gebiedsbescherming
6.1 Natura2000
17 18 19
6.1.1 Verstoringsfactoren
19 19
6.2 Natuurnetwerk Nederland 6.2.1 Optische verstoring 6.2.2 Verstoring door trilling 6.2.3 Verstoring door licht 6.2.4 Verstoring door geluid 6.2.5 Verdroging 6.2.6 Verontreiniging 6.2.7 Versnippering 6.2.8 Oppervlakteverlies
19 19 20 20 21 21 22 22 22
6.3 Bijzonder Provinciaal Landschap
23
7 Stikstofdepositieonderzoek
24
7.1 Uitgangspunten stikstofdepositieonderzoek
24
7.2 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar 7.2.1 Verkeersbewegingen 7.2.2 Mobiele werktuigen 7.2.1 Gasverbruik in aanlegjaar 7.2.1.1 Schuren en loodsen 7.2.1.2 Bedrijfswoning 7.2.2 Verkeersbewegingen in aanlegjaar
24 24 24 24 25 25 25
7.3 Gebruiksfase nieuwe situatie 7.3.1 Gasverbruik 7.3.1.1 Schuren en loodsen 7.3.1.2 Bedrijfswoning 7.3.2 Verkeersbewegingen 7.3.2.1 Bedrijfshal bestaand en nieuw + kantoor 7.3.2.2 Bedrijfswoning
25 25 25 25 26 26 26
7.4 Rekenresultaten Aerius-calculator 7.4.1 Rekenresultaten aanlegfase + gebruik in aanlegjaar 7.4.2 Rekenresultaten gebruiksfase
26 26 26
8 Conclusie/Advies
27
8.1 Conclusie/Advies/Tips
27
8.2 Tips 8.2.1 Huismus / Gierzwaluw 8.2.2 Vleermuizen 8.2.3 Algemeen
27 27 28 28
8.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase
28
1 Inleiding 1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden Aannemingsbedrijf Huisman BV gelegen aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen is voornemens om de bedrijfsruimten uit te breiden. Een onderdeel van het vergunningtraject is een Quickscan Flora en Fauna. Het doel van de quickscan is om te bepalen of de bebouwing en het perceel geschikt danwel ongeschikt is voor beschermde soorten en/of soortgroepen. Daarnaast wordt in deze rapportage getoets of de beoogde plannen effect hebben op het naastgelegen gebied vallend onder Natuurnetwerk Nederland en getoets of de beoogde plannen stikstofdepositie veroorzaken in Natura2000-gebieden
1.1 Projectlocatie
Afb 1: Ligging projectlocatie in de omgeving
Afb 2: Het bedrijf gelegen aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen
1.2 Het plan Het plan is om links van de bestaande schuren een overkapping te realiseren. De totaaloppervlakte van de uitbreiding bedraagt: 1600 m2 = 16BVO. (100m x 16m). Dit komt bovenop de bestaande bouw van 60 x 60m = 3600 m2 (36 BVO). Rondom het geheel wordt een singel aangebracht.
Afb 3: Het plan
2 Werkwijze 2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken (NDFF) en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. In hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn als dit nodig is geacht de soorten uit de databank opgenomen alsmede een beschrijving over eventueel aanwezige leefgebieden voor bepaalde beschermde soorten.
2.2 Locatiebezoek De heer D. Vonk van Vonk Ecologie is 13 september 2022 op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.
2.3 Uitwerking Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.
3 Wettelijk kader 3.1 Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden.
3.2 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
3.3 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime, “andere soorten”, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (ook wel “nationaal beschermde soorten” genoemd). Hiernaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer
3.4 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving 4.1 Locatie omschrijving Het bedrijf is gelegen in landelijk gebied aan de dijk van het Markermeer. Links, rechts en achter het perceel zijn graslanden/akkers aanwezig. Langs de dijk, grenzend aan het perceel loopt een groenstrook (dijksloot met rietkragen en plasdrasgebied) welke valt onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Op het perceel is een woonhuis aanwezig, enkele schuren/loodsen met daaromheen verharding en een stuk akker welke momenteel begroeid is met maïs. Het perceel wordt omsloten door watergangen. De losstaande nieuw te bouwen overkapping dient te komen op een deel waar momenteel een verharding voor opslag van machines en een paardenbak aanwezig is. Onderstaand een impressie:
Afb 4: Indruk van de schuur, voorzijde
Afb 5: Links dient de overkapping te komen
Afb 6: Achterzijde van de schuur
Afb 7: Indruk van het gebruik van het terrein
Afb 8: Deel van het terrein waarop de nieuwe overkapping dient te komen
4.2 Mogelijk aanwezige soorten Behalve broedvogels zijn er op het perceel en direct rondom het perceel geen waarnemingen in de Nationale Databank Flora & Fauna geregistreerd van aanwezige beschermde soorten.
4.3 Flora Rondom de schuren is voornamelijk verharding aanwezig met her en der plukken met kruiden. Een deel van de overkapping komt in een paardenbak welke grenst aan een watergang. Er zijn geen beschermde soorten waargenomen.
4.4 Fauna 4.4.1 Vogels Langs/in de watergangen kan genesteld worden door watervogels. Denk hierbij aan diverse eendensoorten en meerkoet. Op het perceel zijn verschillende boerenzwaluwen foeragerend waargenomen. Mogelijk dat deze nestelen in de grote schuren waarvan de overhead deuren altijd open staan. Echter zijn er geen nesten waargenomen. Ook zijn er Huismussen op het perceel waargenomen. Nesten van deze soort zijn ook niet waargenomen. De opslag van landbouwmachines in de loodsen hebben een aantrekkingskracht op deze vogels door de achtergebleven graankorrels op en rond de machines.
Afb 9: Eendenfamilie dichtbij een watergang
Afb 10: Boerenzwaluwen op een lantaarnpaal
Afb 11: Huismussen in de schuur
Afb 12: Indruk van het gebruik en opbouw van de schuren. Op machines liggen granen welke huismussen aantrekken. Door de openheid is de schuur goed controleerbaar op mogelijk aanwezige Huismus- of Boerenzwaluwnesten. Deze zijn niet aanwezig. Ook in een andere loods (Romney-loods), zijn geen nesten aanwezig.
Afb 13: Geen nesten aanwezig.
4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen In/om de watergangen rondom het perceel zullen amfibieën en vissen voorkomen.
4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1 Vleermuizen Op het perceel ontbreken bomen welke waarin een verblijf kan zitten. Naar het perceel ontbreekt opgaande lijnvormige begroeiing welke gebruikt kan worden om langs te navigeren. Mogelijk dat de watergang aan de voorzijde gebruikt wordt door vleermuizen om over te vliegen/te foerageren. 4.4.3.2 Grondgebonden zoogdieren Het perceel kan gebruikt worden door diverse algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Denk hierbij aan haas, mol, konijn, egel, ratten, muizen.
4.5 Natura2000 Op ruim 22 km afstand ligt het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied (Eilandspolder). Onderstaande kaart toont de ligging van het perceel ten opzichte van Natura2000-gebieden. Het dichterbijgelegen Natura2000-gebied Markermeer betreft een gebied zonder stikstofgevoelige habitattypen.
Afb 14: Ligging perceel (rode stip) ten opzichte van Natura2000 gebieden
4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) Het perceel wordt omsloten en deel vallend in gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
Afb 15: Ligging perceel ten opzichte van NNN-gebieden (gele vlakken)
Afb 16: NNN-gebieden in meer detail ten opzichte van het perceel
4.7 Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL-gebieden) Op ruime afstand liggen gebieden welke vallen onder Bijzonder Provinciaal Landschap. Zie onderstaande kaart voor de ligging van het perceel ten opzichte van deze gebieden.
Afb 17: Gebieden vallend onder Bijzonder Provinciaal Landschap (roze)
5 Toetsing soortbescherming 5.1 Vaatplanten Er zijn geen beschermde soorten waargenomen en/of te verwachten op de te bebouwen gedeelten van het perceel. Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Nesten van huismussen zijn niet aanwezig in de schuren. Daarnaast zal er niet gewerkt worden in de schuren/loodsen. Huismussen zijn aanwezig op het perceel om te foerageren. Tijdens/na de realisatie van de nieuwbouw blijft de functie van het terrein hetzelfde. Foerageergebied gaat dan ook niet verloren. Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, ook wordt er geen foerageergebied weggenomen, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2.2 Alle broedende vogels met nesten De watergangen kunnen gebruikt worden door algemene broedvogels om te nestelen. Hiermee dient rekening gehouden te worden door voorafgaand aan werkzaamheden een check uit te voeren naar eventuele broedgevallen. Bij een aangetroffen broedgeval dient gewacht te worden met de werkzaamheden totdat het nest verlaten is. Of er dient ruim om het nest heen gewerkt te worden (10m). Nesten van boerenzwaluwen ontbreken in de schuren. Daarnaast zal er niet gewerkt worden in de schuren. Boerenzwaluwen zijn foeragerend aanwezig op het perceel. Tijdens/na de realisatie van de nieuwbouw blijft de functie van het terrein hetzelfde. Foerageergebied gaat dan ook niet verloren. Door de beoogde werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen Bij eventuele werkzaamheden aan watergangen dient rusitig vanuit 1 kant richting open water gewerkt te worden zodat aanwezige dieren de kans hebben om te vluchten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen Door het ontbreken van in- en uitvliegopeningen in de schuren en door het ontbreken van bomen op het perceel, is het uitgesloten dat er verblijfplaatsen kunnen zijn. Daarnaast zal er niet gewerkt worden in de schuren. De watergangen kunnen gebruikt worden door vleermuizen om langs te navigeren en te foerageren. De watergang blijft behouden en er wordt niet aan gewerkt dus verstoring is uitgesloten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Bij werkzaamheden op het terrein dient rusitig vanuit 1 kant gewerkt te worden zodat aanwezige dieren de kans hebben om te vluchten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
6 Toetsing gebiedsbescherming
In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: Bijzonder Provinciaal Landschap Natura2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland (Natura2000 gebieden zijn hier ook onderdeel van). Voorbeelden van significante aantasting: Wegnemen van een deel van het gebied Verstoring door licht, geluid Extra bemesting Verdroging van het gebied Waterpeil daling of stijging (door de werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
6.1 Natura2000 6.1.1 Verstoringsfactoren Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied ligt op ruime afstand. Dit betreft Eilandspolder (zie hoofdstuk 4). Het Natura2000-gebied Markermeer ligt buitendijks. Het bedrijf binnendijks. Verstoring door licht, geluid en trillingen worden daardoor niet verwacht. De dijk heeft een afschermende, dempende werking op deze verstoringen. Daarnaast zullen de eigenlijke werkzaamheden van het bedrijf niet veel wijzigen, behalve dat er meer werkzaamheden binnen plaats gaan vinden hetgeen er voor zorgt dat er geen of minder licht, geluid en trillingen uitgezonden worden. Verder worden er geen negatieve effecten verwacht door de aard van de werkzaamheden en de werkzaamheden binnen de perceelsgrenzen van het bedrijf. Dus geen deel wordt weggenomen, geen grondwaterpeil wijziging, geen verdroging, geen bemesting. Ter verificatie is in hoofdstuk 7 een stikstofdepositie onderzoek omschreven alsmede zijn Aeriusberekeningen uitgevoerd.
6.2 Natuurnetwerk Nederland Omdat het perceel wordt omsloten en zelfs onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland, wordt onderstaand de mogelijke effecten omschreven. Allereerst volgt hier een opsomming van de mogelijke effecten. Daaronder wordt omschreven of de beoogde plannen dan ook mogelijk effect hebben en wat daaraan gedaan kan worden om dit weg te nemen. Mogelijke effecten: Optische verstoring Verstoring door trilling Verstoring door licht Verstoring door geluid Verdroging Verontreiniging Versnippering Oppervlakteverlies
6.2.1 Optische verstoring Kenmerk: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Gevolg: Optische verstoring leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen van de schuwheid van de soort en de
mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort: in de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. Toetsing: Wezenlijk verandert er niet veel in de situatie met betrekking tot de activiteiten die ter plaatse aanwezig zijn. Het is en blijft een bedrijf waarbij een diversiteit aan voertuigen af en aan rijden en het terrein grotendeels als opslag zal dienen. Mogelijke optische verstoring zal mogelijk iets afnemen doordat door de nieuwe schuren materieel binnen rijd/staat en er dus minder beweging buiten de schuren zal zijn.
6.2.2 Verstoring door trilling Kenmerk: Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Gevolg: Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend. Toetsing: De bedrijfsactiviteiten zullen weinig tot geen trilling veroorzaken. Er zijn en zullen alleen af- en aan rijdende voertuigen zijn. Tijdens de bouwfase zullen er palen ingebracht moeten worden. Heien kan trillingen veroorzaken in het naast gelegen NNNgebied. Toepassen van schroefpalen zal effecten door trilling wegnemen. Indien voor traditionele heimethode gekozen wordt (met dieselexplosies), dan dient gewerkt te worden buiten de rust- en foerageerperiode van watervogels in het Natura2000-gebied Markermeer. (werken kan dus in juli tot maart).
6.2.3 Verstoring door licht Kenmerk: Verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw en bouwverlichting, etc. Gevolg: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Toetsing: Bedrijfsactiviteiten vinden veelal binnen plaats. Daarnaast zal de nieuw te realiseren kapschuur zicht/licht wegnemen voor het naastgelegen NNN-gebied. Ook wordt er rondom het terrein bomen en struiken aangeplant welke, licht/activiteit van het terrein weg zal nemen. Tijdens de bouwfase wordt gewerkt met gerichte verlichting, voornamelijk op de voertuigen zelf.
Bomen en struiken aan te planten
Bomen en struiken aan te planten
Kapschuur ontneemt licht/zicht
Afb 18: Licht/zicht wordt ontnomen door bomen/struiken en kapschuur
6.2.4 Verstoring door geluid Kenmerk: Verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer danwel tijdelijk zoals geluidsbelasting bij evenementen of door werkzaamheden. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie. Gevolg: Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor direct effecten van geluid. Geluid sec is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Toetsing: De bedrijfsactiviteiten veranderen niet, behalve dat er meer activiteiten binnen in de schuur plaats zullen vinden. Hetgeen veroorzaakt dat geluid buiten zal afnemen. Daarnaast zullen de aangeplante bomen/struiken een dempende werking hebben op eventueel aanwezig geluid vanaf het perceel.
6.2.5 Verdroging Het watersysteem rondom het perceel wordt niet gewijzigd. Hierdoor is het uitgesloten dat door de beoogde plannen verdroging kan optreden.
6.2.6 Verontreiniging Door de bedrijfsactiviteiten zal geen verontreiniging van het systeem ontstaan. Evenuele vrijkomende vloeistoffen uit de machines worden afgevangen en vervolgens afgevoerd/verwerkt.
6.2.7 Versnippering Kenmerk: Van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van het leefgebied van soorten. Gevolg: Als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of individuen van één populatie kunnen de verschillende leefgebieden niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voor de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte. Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. Toetsing: Door de beoogde plannen wordt geen (leef)gebied versnipperd. Het te bebouwen gedeelte is reeds in gebruik als bedrijventerrein, dit blijft zo alleen zal hier deels een schuur op gebouwd worden.
6.2.8 Oppervlakteverlies Kenmerk: Afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en/of habitattypen. Werking: Door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individuen bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeker als deze populatie geen onderdeel uitmaakt van een samenhangend netwerk van leefgebieden. Bij een populatie die uit te weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwetsbaar voor veranderingen tengevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte. Toetsing: Wanneer exact de begrenzing aangehouden wordt van de toegewezen gebieden, dan valt een deel, nog in te richten gebied, over het perceel. Merkwaardig is dat dit perceel al geruime tijd in gebruik is als bedrijf. Habitattypen voor gevoelige soorten ontbreken ter plaatse. Dit in ogenschouw genomen, kan aangenomen worden dat er geen belangrijk habitat wordt weggenomen en daarmee dus geen oppervlakteverlies plaats vind door de beoogde plannen. Zie onderstaande kaart.
Afb 19: Begrenzing NNN-gebieden. Rood vlak ligt over perceel
6.3 Bijzonder Provinciaal Landschap Wegens de aard en omvang van het plan in combinatie met de afstand tot deze gebieden zijn er geen negatieve effecten te verwachten.
7 Stikstofdepositieonderzoek 7.1 Uitgangspunten stikstofdepositieonderzoek Bij de berekening van stikstofemissie zijn bij dit project 2 fasen te onderscheiden, de aanlegfase en het beoogd gebruik. In de volgende paragrafen worden allereerst de uitgangspunten voor de aanlegfase omschreven. Daaronder wordt het beoogd gebruik uiteengezet.
7.2 Aanlegfase + gebruik in aanlegjaar 7.2.1 Verkeersbewegingen Voor de bepaling van de verkeersbewegingen wordt uitgegaan van een bouwtijd van 3 maanden (60 werkdagen). Voor het licht verkeer voor aanvoer personeel en klein materiaal/materieel met busjes (incl. aanhanger) wordt uitgegaan van: 8 vervoersbewegingen per dag (heen en terug dus 16). Invoer in Aerius per jaar, dus 16 x 125 = 960 vervoersbewegingen licht verkeer. Tevens worden er 8 koude starts per dag meegenomen, dus 480 koude starts Voor het zwaar verkeer voor aanvoer mobiele werktuigen en groot materiaal/materieel en aan- en afrijden kippers wordt uitgegaan van: 10 vervoersbewegingen totaal (heen en terug dus 20) zwaar verkeer. Er worden geen koude starts meegenomen gezien zwaar verkeer in deze fase maar kort op de locatie is en van elders komt. De afstand wordt gerekend totdat de extra verkeersbewegingen opgaan in het heersend verkeersbeeld, in dit geval tot aan de N506.
7.2.2 Mobiele werktuigen Voor het graven van de bouwput worden graafmachines toegepast. De fundering zal bestaan uit heipalen en een betonnen rand. Vloerdelen en andere zware bouwdelen zullen middels een bouwkraan op hun plaats worden gebracht. Voor in het werk gestort beton zullen betonwagens of betonpompen worden ingeschakeld. Voor aan- en afvoer grond, zand en overig zullen kippers gebruikt worden. In onderstaande tabel de te gebruiken mobiele werktuigen met de daarbij behorende cijfers benodigd voor de invoer in Aerius. Stageklasse
AUB klasse
Verbruik l/u
Draaiuren
Brandstofverbruik
AdBlue gebruik
Heistelling
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
20
40
800
48
Bouwkraan
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
20
100
2000
120
Graafmachines
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
15
80
1200
70
Laadschop/verrijker
V, 2019-…., < 56kW
A
8
200
1600
Betonpomp/wagen
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
15
60
900
54
Kipper
IV, 2014-2018, 75-560kW -2018
D
15
20
300
18
Tabel 2: Gebruikte gegevens in Aerius Bron: TNO-rapport: TNO 2021 R12305, d.d. 10 december 2021
7.2.1 Gasverbruik in aanlegjaar Gegevens zijn overgenomen en berekend naar de resterende periode van gebruik in het aanlegjaar uit de subparagrafen van paragraaf 7.3
7.2.1.1 Schuren en loodsen Zowel de nieuwbouw als de grootste gedeelten van de bestaande bouw zullen niet verwarmd worden. Huidige kantoorruimten worden verwarmd door elektrische systemen. Hierdoor is er geen gasverbruik door verwarming. 7.2.1.2 Bedrijfswoning De bedrijfswoning heeft een uitstoot van 3,15 kg NOx/jaar Voor 9 maanden is dat: 3,15/12x9= 2,36 kg NOx In de AERIUS berekeningen is de emissie ingevoerd als puntbron.
7.2.2 Verkeersbewegingen in aanlegjaar Gegevens zijn overgenomen en berekend naar de resterende periode van gebruik in het aanlegjaar uit de subparagrafen van paragraaf 7.3 Per jaar zijn er de volgende verkeersbewegingen berekend: Zwaar verkeer: 101 per etmaal Licht verkeer bedrijf: 101 per etmaal Licht verkeer woning: 8,6 per etmaal Voor 9 maanden zijn de verkeersbewegingen: Zwaar verkeer: 101/12x9 = 76 per etmaal + koude starts Licht verkeer bedrijf: 101/12*9 = 76 per etmaal + koude starts Licht verkeer woning: 8,6/12x9 = 6,5 per etmaal + koude start Ook worden er 6,5 koude starts meegneomen. De afstand wordt gerekend totdat de extra verkeersbewegingen opgaan in het heersend verkeersbeeld, in dit geval tot aan de N506. *Hierbij dient vermeld te worden dat de gehanteerde cijfers uit de CROW 381 voor het geval van dit bedrijf niet realistisch zijn. In werkelijkheid zullen de vervoersbewegingen veel lager uitvallen. Echter tonen deze (overdreven) cijfers dan wel aan dat er binnen de depositienorm gebleven wordt. Daarnaast is er alleen gerekend met zwaar verkeer.
7.3 Gebruiksfase nieuwe situatie Onderstaand worden de uitgangspunten weergegeven benodigd voor de invoer in Aerius over de gehele nieuwe situatie, wanneer het beoogde plan is uitgevoerd. Dus ook de bestaande bouw (loodsen, kantoor en bedrijfswoning).
7.3.1 Gasverbruik 7.3.1.1 Schuren en loodsen Zowel de nieuwbouw als de grootste gedeelten van de bestaande bouw zullen niet verwarmd worden. Huidige kantoorruimten worden verwarmd door elektrische systemen. Hierdoor is er geen gasverbruik door verwarming. 7.3.1.2 Bedrijfswoning Een dergelijke vrijstaande woning zal circa 5.000 m3 gas per jaar verbruiken (ruim ingeschat/wors-case scenario). Bij het verbruiken van aardgas komt stikstof vrij. Om dit om te rekenen naar stikstofemissie wordt de volgende berekening gemaakt: 1 m3 aardgas geeft, volgens de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023 een rookgasvolume van 9 Nm3 . Daarbij is al gecorrigeerd voor een zuurstof overmaat van 3%. De concentratie NOx bedraagt 70 mg/Nm3 (droog rookgas bij 3% zuurstof). Met bovenstaande gegevens kan de jaaremissie NOx van de cv-ketel worden berekend: gasverbruik (in m3) * 9 * 70/1.000.000 = emissie NOx kg/jaar. Bij een gasverbruik van 5.000 m3 betekent dit een uitstoot van 5.000 * 9 * 70/1.000.000 = 3,15 kg NOx/jaar. In de AERIUS berekeningen is de emissie ingevoerd als puntbron.
7.3.2 Verkeersbewegingen Vervoersbewegingen zijn niet paraat daarom worden met betrekking tot de vervoersbewegingen de kencijfers van CROW 381 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie genomen voor bouwwerken vallend onder de categorie: 7.3.2.1 7.3.2.2 -
Bedrijfshal bestaand en nieuw + kantoor Bedrijf Arbeidsextentief/bezoekersextensief Buitengebied Niet stedelijk maximale verkeersgeneratie. 53,9 vervoersbewegingen per 100 m2 BVO BVO= 16 + 36 = 52 Totaal zijn dat 3,9 x 52 BVO = 202 verkeersbewegingen per etmaal*. Waarvan zwaar: 101 per etmaal verkeersbewegingen + koude starts Waarvan licht: 101 per etmaal verkeersbewegingen + koude starts Bedrijfswoning Woning vrijstaand Buitengebied Niet stedelijk maximale verkeersgeneratie. 8,6 verkeersbewegingen per etmaal, licht verkeer Ook worden er 8,6 koude starts meegenomen.
De afstand wordt gerekend totdat de extra verkeersbewegingen opgaan in het heersend verkeersbeeld, in dit geval tot aan de N506. *Hierbij dient vermeld te worden dat de gehanteerde cijfers uit de CROW 381 voor het geval van dit bedrijf niet realistisch zijn. In werkelijkheid zullen de vervoersbewegingen veel lager uitvallen. Echter tonen deze (overdreven) cijfers dan wel aan dat er binnen de depositienorm gebleven wordt. Daarnaast is er alleen gerekend met zwaar verkeer.
7.4 Rekenresultaten Aerius-calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden is gebruikgemaakt van het voorgeschreven rekenpakket AERIUS Calculator, versie 2023.1. De depositie is berekend op de dichtstbijzijnde natuurgebieden. De bijdrage wordt op alle natuurgebieden bepaald in mol per hectare per jaar. Hierbij wordt vastgesteld wat de emissiewaarde is van stoffen die bijdragen aan de stikstofdepositie.
7.4.1 Rekenresultaten aanlegfase + gebruik in aanlegjaar Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt geen depositie plaats in één of meerdere natura2000 gebieden. Zie Pdf en GML-bestand.
7.4.2 Rekenresultaten gebruiksfase Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt geen depositie plaats in één of meerdere natura2000 gebieden. Zie Pdf en GML-bestand.