9.d Begroting 2026 SED organisatie
Tekst van het document
Begroting 2026
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
2.
FINANCIËLE KADERS BEGROTING 2026 .................................................................................................... 4
3.
PROGRAMMAPLAN.................................................................................................................................. 7 3.1 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................... 7 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................. 7 Wat mag het kosten? ..................................................................................................................................... 8 Investeringen .................................................................................................................................................. 8 3.2 OVERZICHT ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN .............................................................................. 9
4.
PARAGRAFEN ......................................................................................................................................... 10 4.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................................................................. 10 4.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ............................................................................................................... 12 4.3 FINANCIERING .......................................................................................................................................... 13 4.4 BEDRIJFSVOERING ..................................................................................................................................... 14 4.5 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF .............................................................................................................................. 14
5.
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN TOELICHTING ............................................................................ 15 5.1 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ............................................................................................................... 15 5.2 OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ..................................................................................................... 15
6.
UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN TOELICHTING ............................................................. 16
MEERJARENRAMING EN TOELICHTING ........................................................................................................... 17
2
1.
Inleiding
Voor u ligt de Begroting 2026 van de SED Organisatie. De basis voor deze begroting is de Kadernota 2026 van de SED Organisatie. In deze begroting 2026 treft u vervolgens aan: 2 Financiële kaders begroting 2026 3 Programmaplan 2026 4 Paragrafen 5 Overzicht van baten en lasten 6 Uiteenzetting financiële positie De bedragen in de tabellen zijn, tenzij anders vermeld, maal € 1.000.
3
2.
Financiële kaders begroting 2026
Kaderbrief 2026 Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2026 zijn kaders daarvoor opgenomen in de -door het dagelijks bestuur opgestelde- Kaderbrief 2026 van de SED organisatie. Deze Kaderbrief is vervolgens voor zienswijze van de raden aan de deelnemende gemeenten aangeboden. De gemeenteraden hebben de volgende zienswijzen geformuleerd: Zienswijze raad Stede Broec: Met betrekking tot de SED organisatie een positieve zienswijze af te geven bij de Kadernota 2026. Zienswijze raad Drechterland: Met betrekking tot de SED organisatie een positieve zienswijze af te geven bij de Kadernota 2026. Aanvullend daarop is door de raad van Drechterland het volgende amendement aangenomen: de gemeenschappelijke regelingen opdracht te geven om: a. de noodzaak voor inhaalindexatie 2023 te onderbouwen; b. deze inhaalindexatie te overwegen en c. indien nodig te komen met een aangepast voorstel bij de begroting 2026.
Zienswijze raad Enkhuizen: Met betrekking tot de SED organisatie een positieve zienswijze af te geven bij de Kadernota 2026. Aanvullend daarop is door de raad van de gemeente Enkhuizen het volgende amendement aangenomen: •
•
Het college te verzoeken in hun rol als lid van het dagelijks bestuur de opdracht te geven aan de gemeenschappelijke regelingen om de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van 2025 (inclusief de indexatie, maar exclusief de inhaalindexatie) daadwerkelijk te verlagen en daarvoor in de begroting 2026 (met in achtneming van bovenstaande beslispunten) een ombuiging te realiseren van 5% op het totaal van de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen; Aan de gemeenschappelijke regelingen kenbaar te maken dat met de behandeling van de kadernota 2026 van de gemeente Enkhuizen een integrale afweging wordt gemaakt ten aanzien van de gemeentefinanciën voor 2026 en verder én dat dit effect kan hebben op de zienswijze van de gemeenteraad van Enkhuizen op de begroting 2026 van de gemeenschappelijke regelingen.
In de vergadering van het Algemeen Bestuur is de kadernota vastgesteld en zijn de twee amendementen besproken.
4
Reactie Algemeen Bestuur op amendement raad Drechterland: De SED – organisatie heeft de inhaalindexatie en de door de regietafel aangegeven prijsindexatie niet toegepast Reactie Algemeen bestuur op amendement raad Enkhuizen: In de kadernota is ten aanzien van de bezuinigingsopdracht vanuit de regietafel het volgende aangegeven: “De regietafel heeft alle gemeenschappelijke regelingen gevraagd twee scenario’s op te stellen met betrekking tot mogelijke bezuinigingen. De SED organisatie is de ambtelijke werkorganisatie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland waarbij de SED de gemeenten volgt en zij geen beleidsruimte heeft. Het primaat van keuzes ligt bij de gemeenteraden. Vanuit het project ‘toekomstbestendig begroten 2026-2029’ worden in 2025 door de gemeenten ombuigingskeuzes gemaakt die effect kunnen hebben op de SED organisatie. De effecten op de SED zullen via een begrotingswijziging verwerkt worden” Dit betekent dat door te voeren bezuinigingen na besluiten van de 3 gemeenteraden zullen worden verwerkt en niet vooraf als een taakstelling op de formatie zijn gepresenteerd door het DB.
Loonindexatie en loonontwikkeling Jaarlijks wordt het budget voor loonkosten aangepast aan autonome ontwikkelingen, zoals nieuwe cao afspraken en wijzigingen in werkgeverslasten. Omdat er bij het opstellen van de begroting 2026 nog geen cao akkoord is, hanteren wij voor de indexatie van lonen de regionale richtlijn voor GR-en zoals die door de Regietafel Noord Holland Noord op 1 oktober 2024 aan de GR-en bekend is gemaakt. Deze richtlijn geeft een indexatie voor 2026 voor loon aan van 3,4%. Prijsindexatie Voor prijzen geeft de richtlijn aan dat er voor 2026 een percentage van 2,6% gehanteerd moet worden. In de meerjarenraming van de SED organisatie is rekening gehouden met een prijsindexatie van 2,4%. In de kaderbrief is als uitgangspunt voorgelegd om de indexatie niet op te hogen naar 2,6%, maar om 2,4% te blijven hanteren. Uitkering gemeentefonds Voor financiële gevolgen van loon- en prijsindexatie worden gemeenten (deels) gecompenseerd via de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. De compensatie in de algemene uitkering is echter gekoppeld aan het bruto binnenlands product. Deze wordt in de Meicirculaire 2025 opgenomen. Deze kan afwijken van het door de SED gehanteerde prijsen loonindexatie. Kapitaallasten vervangingsinvesteringen De investeringen zijn opgenomen conform de meerjarenplanning voor de vervanging van materieel en apparatuur voor de jaren 2026-2029.
5
Gemeentelijke bijdrage Als gevolg van de bijstelling van de indexatie op lonen is er sprake van een verlaging van de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van het meerjarenperspectief in de begroting 2025. Meerjarenraming 2027-2029 In deze ontwerpbegroting 2026 is de meerjarenbegroting 2027-2029 opgenomen. Rente Voor nieuwe investeringen wordt een rentepercentage van 3,2% gerekend. Dit percentage is gebaseerd op het rentepercentage van een lening van de BNG Bank met een looptijd van 25 jaar.
6
3.
Programmaplan
3.1
Programma bedrijfsvoering
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Vanuit de kadernota SED 2026 hebben we 3 doelstellingen vastgesteld die we uitvoeren naast de continuering van bedrijfsvoeringswerkzaamheden voor de 3 gemeenten: Doelstelling
Wat willen we bereiken
Wat gaan we daarvoor doen?
Ombuigingskeuzes
De ombuigingskeuzes van de 3 gemeenten en de effecten die dit heeft op de inzet van mensen en middelen uitgevoerd hebben.
De keuzes die de 3 gemeenten maken, leiden tot het opstellen van een plan van aanpak om tot implementatie te komen van ombuigingen op middelen en/of personeel.
Verkiezingsjaar
Een goede uitvoering hebben gegeven aan het verkiezingsjaar waarbij we de coalitie-uitvoeringsplannen (CUP) planmatig en integraal per jaarschijf hebben opgenomen in de jaarplannen van de SED.
We ondersteunen projectmatig zodat CUP’s gereed zijn en integraal per jaarschijf opgenomen in de jaarplannen van de SED.
De ingeslagen koers rondom organisatieontwikkeling hebben we verder verankerd: we hebben ingezet op opleiden en ontwikkelen, zijn rolvast Organisatieontwikkeling geworden en hebben gezamenlijk de unieke identiteit van de SED-organisatie gedefinieerd.
• Definiëring SED identiteit • Versterken, herijken en verbeteren van processen zodat eigenaarschap en rolvastheid ontstaat. • We gebruiken digitale oplossingen die bijdragen aan de programma’s en we voldoen aan veranderende wet- en regelgeving. Dit doen we zoveel mogelijk vanuit bestaand budget.
7
Wat mag het kosten? Begroting 2025 Het saldo van de baten en lasten in de begroting 2026 na de Najaarsnota 2024 bedraagt Structurele mutaties Voorjaarsnota 2025 Bezuinigingen Indexatie lasten Afronding Het lastentotaal in de begroting 2026 inclusief mutaties bedraagt
€ 52.817.000 € 254.000 -/- € 600.000 -/- € 540.000 € 2.000 € 51.933.000
Investeringen Meerjaren investering materieel afdeling realisatie en uitvoering Conform het meerjaren-vervangingsschema worden komende jaren materieel en hulpmiddelen aangeschaft. Door het meerjarig inzicht is er een doorkijk naar de vervangingsinvestering voor de jaren 2026 tot en met 2029. In 2026 staat er een vervanging van het wagenpark en apparatuur gepland van € 121.000. De kapitaallasten gekoppeld aan deze vervangingsinvesteringen worden in het daaropvolgende jaar opgevoerd en kunnen worden opgevangen door de vrijval van de kapitaallasten van eerdere investeringen. (bedragen € 1.000) Investeringen buitendienst Raming investering Reeds opgenomen investering Bijraming investeringsbudget Bijraming Kapitaallasten
2026
2027
2028
2029
121 126 -5 -
472 455 17 -
389 313 76 -
183 0 183 -
2026
2027
2028
2029
80
80
80
80
109 29 -
119 39 -
161 81 -
185 105 -
Meerjaren investeringen ICT (smartphones en laptops) (bedragen € 1.000) Investeringen Informatie Raming investering Laptops/Smartphones Reeds opgenomen investering Bijraming investeringsbudget Bijraming Kapitaallasten
De kapitaallasten gekoppeld aan deze vervangingsinvesteringen worden in het daaropvolgende jaar opgevoerd en kunnen worden opgevangen door de vrijval van de kapitaallasten van eerdere investeringen.
8
3.2
Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
54
55
56
58
59
48.721
50.066
51.401
52.860
54.404
200
216
222
228
234
Lasten: Onvoorzien Baten: Bijdragen gemeenten Diverse baten
Bijdrage gemeenten De verdeelsleutel wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld. De verdeelsleutel wordt berekend op basis van de volgende uitgangspunten: - Voor het gedeelte welke is ingebracht bij de startbegroting van de SED wordt de verhouding van de vrijval toegepast. - Op de omvang boven startbegroting SED wordt 50% van verhouding Gemeentefonds en 50% verhouding Programmabegroting toegepast. De berekening van de bijdrage gebeurt door het saldo van lasten en baten te vermenigvuldigen met de verdeelsleutel (percentage) per gemeente. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw berekend volgens de vastgestelde systematiek. De verdeelsleutel voor 2026 is als volgt: Gemeente
Verdeelsleutel
Bijdrage Stede Broec
33,45%
Bijdrage Enkhuizen
36,72%
Bijdrage Drechterland
29,83%
Voor het nieuwe begrotingsjaar zijn in onderstaande tabel de nieuwe bijdrage per gemeente weergegeven: Bijdrage gemeenten aan SED organisatie Begroting 2025
Mutatie Begroting 2026
Bijdrage Stede Broec
16.424
323
16.747
Bijdrage Enkhuizen
17.793
591
18.384
Bijdrage Drechterland
14.504
430
14.935
Totale bijdrage
48.721
1.357
50.066
Onvoorzien De post onvoorzien wordt in de begroting opgenomen voor uitgaven waarmee bij het opstellen van de begroting geen rekening wordt gehouden. In de begroting van 2026 is een bedrag van € 55.000 opgenomen.
9
Kosten overhead De kosten van overhead in SED bestaande uit huisvestingslasten, ICT lasten, kosten bedrijfsvoering, facilitaire kosten en salarissen bedragen € 32.038.000. Doordat de gevolgen van de CAO ontwikkelingen volledig op overhead zijn begroot is het bedrag hoger dan vorig jaar. Als de CAO definitief wordt verwerkt, wordt de ontwikkeling verder verdeeld. Vennootschapsbelasting Er wordt verwacht dat er voor 2026 geen VPB last betaald hoeft te worden. Derhalve is er ook geen VPB last geraamd
4.
Paragrafen
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Aanleiding en achtergrond Namens de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland voert de SED organisatie actief beleid op de beheersing van de risico’s die we gezamenlijk lopen. Door inzicht in de actuele risico’s worden de betrokken partijen in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. De risico's van de SED organisatie zijn de bedrijfsvoeringrisico’s. Risico's Volgens de toelichting op artikel 11 BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn de risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen de risico’s die niet anderszins te ondervangen zijn. Reguliere risico’s -risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal goed meetbaar zijnmaken geen deel uit van de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten, voorzieningen gevormd of ze zijn begroot. Wij maken bij de risico-inventarisatie onderscheid tussen de SED organisatie en de risico's bij de gemeenten zelf. De bedrijfsvoeringrisico's zijn risico's voor de SED organisatie en die worden hier genoemd. Voor 2024 is het totaal aan bedrijfsvoering risico's ingeschat op € 7.000.000. De geïnventariseerde risico’s staan in de tabel hieronder. Daarbij zijn een korte beschrijving van het risico en de getroffen/gewenste beheersmaatregel opgenomen. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg. Vervolgens wordt de kans op optreden en impact meegegeven.
De laatste kolom geeft inzicht in het beslag dat het risico legt op de benodigde weerstandscapaciteit. Uitgangspunt is dat de gemeenschappelijke regeling de rekeningresultaten volledig afwikkelt op de deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling kent als beschikbare weerstandscapaciteit geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen de post onvoorzien worden meegenomen. Indien zich tegenvallers voordoen die niet opgevangen kunnen worden in de reguliere begroting of uit de post onvoorzien, komen deze ten laste van de 3 gemeenten. In evenredigheid van de verdeelsleutel wordt de benodigde weerstandscapaciteit meegenomen in de jaarrekening van de afzonderlijke gemeenten als risico bij de verbonden partij SED organisatie.
10
Genomen Korte beschrijving beheersOnderwerp risico maatregel Datalek, - Imagoschade door Redundante cybercrime datalekken systemen en hacker-activiteiten en uitval backupdata. - systemen ICT uitzetten systemen - aansprakelijkheid
Maximaal risicoomvang in € 1.000
7.000
Kans op optreden
2
Totaal:
Im Bedrag x pa kans in ct € 1.000
5
2.100
2.100
Nadere toelichting op de opgenomen risico's: Datalek, cybercrime en uitval ICT systemen: De beschrijving omvat meerdere vormen van risico’s. Een eerste risico is het risico van informatie lekken vanuit extern en vanuit intern handelen, wat is samengevat als datalek. Een tweede risico is het risico van aanvallen op onze systemen van buitenaf middels cybercrime. Dit alles kan ook nog leiden tot het benoemde risico van imagoschade. Ten derde is het risico dat we systemen moeten uitzetten om hackers activiteiten te voorkomen. Ten vierde is het aansprakelijkheidsrisico wat wordt gelopen wanneer systemen worden gehackt en/of worden uitgezet. Het totale maximale financieel gevolg van risico’s van de SED organisatie is € 2.100.000. De speelruimte voor weerstandscapaciteit ligt tussen de 75% en 90%. De minimale grens (75%) van de benodigde weerstandscapaciteit voor de risico’s is daarmee € 1.575.000 en de maximale grens (90%) bedraagt € 1.890.000. De SED organisatie kent als beschikbare weerstandscapaciteit geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen een post onvoorzien van € 55.000 structureel worden meegenomen. Met uitzondering van deze structurele weerstandscapaciteit, wordt voor de benodigde weerstandscapaciteit een beroep gedaan op het weerstandsvermogen van de deelnemende gemeenten.
In evenredigheid van de verdeelsleutel dient het benodigde weerstandscapaciteit meegenomen te worden in de begroting van de afzonderlijke gemeenten als risico’s bij de verbonden partij SED Organisatie.
11
Kengetallen Verloop van de kengetallen
Kengetallen:
Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
1. netto schuldquote
16%
15%
13%
13%
11%
10%
2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
16%
15%
13%
13%
11%
10%
3. solvabiliteitsratio
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
4. structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
5. grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1./2. De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Als kritische grens wordt 100% aangehouden (bron: VNG). Hier blijft de SED organisatie met 13% ruimschoots onder.
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid. De gemeenschappelijke regeling SED organisatie heeft in 2015 gebouwen en inventaris verworven. Het onderhoud van deze gebouwen wordt geregeld door de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. De onderhoudskosten worden door de gemeenten in rekening gebracht bij de SED organisatie. Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen, conditieniveau 3 (redelijk). Hieraan wordt in 2026 voldaan met uitvoering van het meerjarenonderhoudsprogramma. Er zijn slechts enkele specifieke uitzonderingen waar het gaat om panden die onderdeel zijn van een ontwikkeling of in afwachting zijn van verdere plannen in de nabije toekomst.
12
4.3
Financiering
Algemeen De wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. Doel van deze wet is het bevorderen en transparant maken van het financieringsbeleid van de overheden. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Treasurystatuut evenals een paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening. In de paragraaf worden ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Financieringsarrangement Er is een financieringsovereenkomst afgesloten met de NV Bank Nederlandse Gemeenten. In de financieringsovereenkomst is een maximum kredietbedrag in rekening courant afgesproken van € 2.000.000. Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Het verplicht schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen en geldt dus ook voor de SED organisatie.
Een leenfaciliteit, namelijk dat er ook via de schatkist geleend kan worden, is niet aan de orde. Door het Ministerie is een drempelbedrag vastgesteld dat op de rekening courant van de eigen bank mag blijven staan. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien dagelijks buiten de schatkist mag aanhouden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat het drempelbedrag wordt overschreden, maar deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. Het drempelbedrag is vast gesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de SED-organisatie houdt dit in dat wanneer het saldo op de rekening courant hoger is dan € 389.000 dit moet worden afgeroomd naar de schatkist. Het beheer is er op gericht dat deze situatie zich zo weinig mogelijk voordoet. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de SED organisatie de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (met een looptijd korter dan één jaar) weer. De belangrijkste vormen zijn kasgeldleningen en rekening-courantkrediet. Wettelijk moet worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden zodra de limiet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Het doel van deze limiet is het renterisico op korte financiering te beperken.
De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%) en bedraagt voor de SED organisatie ongeveer € 4,3 miljoen. Deze norm wordt in 2026 niet overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Van renteherziening is sprake, als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal 13
worden aangepast. Herfinanciering bestaat uit het totaal aan aflossingen van langlopende leningen, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Voor de SED organisatie bedraagt de renterisiconorm voor het jaar 2026 ongeveer € 10,4 miljoen. De SED organisatie blijft ruim onder de renterisiconorm. Dat is ook logisch omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de deelnemende gemeenten. Omslagrente Er wordt € 5.000 aan rente in de begroting geraamd. Het geraamde omslagpercentage is 0,072%
4.4
Bedrijfsvoering
In de programmabegroting van de SED organisatie is geen onderscheid gemaakt naar programma’s. Er is slechts sprake van één programma en dat is de programma Bedrijfsvoering. Een paragraaf bedrijfsvoering voegt in deze situatie niet veel toe aan de informatie die bij het programma Bedrijfsvoering is vermeld. In deze paragraaf volstaan wij dan ook met slechts een verwijzing naar de tekst bij het programma Bedrijfsvoering.
4.5 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 trad de Wet Open Overheid (Woo) in werking. De Woo vervangt de Wet openbaarheid bestuur (Wob), maar gaat verder dan de Wob. De Woo verplicht tot: • passief openbaar maken van informatie via het afhandelen van Woo-verzoeken • actief openbaar maken van 11 informatiecategorieën • aanstellen van een Contactfunctionaris Woo • op orde brengen van de Informatiehuishouding. Het passief openbaar maken, oftewel het afhandelen van Woo-verzoeken, is per 1 mei 2022 met de inwerkingtreding van de Woo reeds geïmplementeerd. In 2023 hebben we dit proces verder geoptimaliseerd. In 2024 is de nieuwe werkwijze geïmplementeerd. Er is een Woomedewerker en een Contactpersoon Domein Ruimte aangesteld. In 2024 is ook software aangeschaft en in gebruik genomen om documenten te anonimiseren. In 2025 zal er een Woojurist aangesteld worden. Er zijn nog enkele knelpunten die we in 2025 verder zullen verbeteren. In 2025 en 2026 gaan we aan de slag met de uitrol van de nieuwe, digitale werkwijze bestuurlijke besluitvorming en verbeteren we de informatiehuishouding voor deze bestuursstukken en voor wet- en regelgeving, jaarverslagen en raadsstukken. De verwachting is dat deze informatiecategorieën in 2025 en 2026 actief openbaar gemaakt moeten worden. De uitrol bij de SED loopt hiermee in de pas met landelijke planning.
14
5.
Overzicht van baten en lasten en toelichting
5.1
Overzicht van baten en lasten
Het overzicht van baten en lasten voor de SED organisatie ziet er als volgt uit: (bedragen * € 1.000)
Begroting 2025
Mutatie
Begroting 2026
Personeelslasten Salarissen en tijdelijke vervanging Overige kosten personeel
40.531 37.732 2.799
1.229 1.385 -155
41.761 39.117 2.644
Personele kosten, gedekt bij de gemeenten Direct doorbelaste kosten
1.812 1.812
-161 -161
1.651 1.651
Facilitair Faciliteiten Huisvesting gemeentehuizen Huisvesting werkplaatsen ICT Overig Onvoorzien Accountantskosten Advieskosten Overige exploitatiekosten Bijdrage gemeenten aan SED Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland Overige baten Direct doorbelaste kosten Diverse baten
8.239 973 799 564 5.902 151 54 62 30 5 48.721 16.424 17.793 14.504 2.013 1.812 200
128 23 15 14 76 4 1 1 1 0 1.345 323 591 430 -145 -161 16
8.366 996 814 578 5.978 155 55 64 31 6 50.066 16.747 18.384 14.935 1.868 1.651 216
0
0
0
Eindtotaal
5.2 Overzicht van incidentele baten en lasten Er zijn geen incidentele budgetten opgenomen in deze SED begroting en de meerjarenraming.
15
6. Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting Geprognotiseerde balans
Bedragen x €1000
1-1-2026
31-12-2026
Materiele vaste activa
7.077
6.618
Totaal vaste activa
7.077
6.618
9.680
9.680
Liquide middelen
52
52
Overlopende activa
525
525
Totaal vlottende activa
10.257
10.257
Totaal ACTIVA
17.333
16.875
Begin en eindbalans
ACTIVA
Vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
PASSIVA
Vaste passiva
Voorzieningen
282
282
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
6.417
6.178
Totaal vaste passiva
6.699
6.460
Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar
7.208
5.250
Overlopende passiva
3.426
5.165
Totaal vlottende passiva
10.634
10.415
Totaal PASSIVA
17.333
16.875
Vlottende passiva
16
EMU-saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het EMU-saldo van de SED bedraagt € 465.000.
Meerjarenraming en toelichting Toelichting op meerjarenraming In de meerjarenbegroting is voor de jaren 2026-2029 is in afwijking van het advies van de regietafel en conform de kadernota een lager percentage prijsindexatie toegepast, namelijk 2,4%. De loonindexatie welke is toegepast bedraagt voor 2026-2029 3,4%. (bedragen * € 1.000)
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Personeelslasten Salarissen en tijdelijke vervanging Overige kosten personeel
40.531 37.732 2.799
41.761 39.117 2.644
42.977 40.262 2.715
44.338 41.623 2.715
45.742 42.952 2.789
Personele kosten, gedekt bij de gemeenten Direct doorbelaste kosten
1.812 1.812
1.651 1.651
1.707 1.707
1.766 1.766
1.826 1.826
Facilitair Faciliteiten Huisvesting gemeentehuizen Huisvesting werkplaatsen ICT Overig Onvoorzien Accountantskosten Advieskosten Overige exploitatiekosten Bijdrage gemeenten aan SED Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland Overige baten Direct doorbelaste kosten Diverse baten
8.239 973 799 564 5.902 151 54 62 30 5 48.721 16.424 17.793 14.504 2.013 1.812 200
8.366 996 814 578 5.978 155 55 64 31 6 50.066 16.747 18.384 14.935 1.868 1.651 216
8.488 1.020 846 592 6.030 159 56 65 32 6 51.401 17.214 18.823 15.364 1.930 1.707 222
8.587 1.044 853 606 6.084 163 58 67 33 6 52.860 17.756 19.331 15.773 1.993 1.766 228
8.730 1.072 875 622 6.162 167 59 68 33 6 54.404 18.274 19.896 16.234 2.059 1.826 234
0
0
0
0
0
Eindtotaal
17
Geprognotiseerde meerjarenbalans: Bedragen x €1000
Meerjarenbalansen
1-1-2027 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029
ACTIVA
Vaste activa Materiele vaste activa
6.618
6.544
6.431
6.115
Totaal vaste activa
6.618
6.544
6.431
6.115
9.680
9.680
9.680
9.680
52
52
52
52
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
525
525
525
525
Totaal vlottende activa
10.257
10.257
10.257
10.257
Totaal ACTIVA
16.875
16.801
16.688
16.372
PASSIVA
Vaste passiva
Voorzieningen
282
282
282
282
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
6.178
5.939
5.700
5.461
Totaal vaste passiva
6.460
6.221
5.982
5.743
5.250
5.415
5.541
5.464
Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
5.165
5.165
5.165
5.165
Totaal vlottende passiva
10.415
10.580
10.706
10.629
Totaal PASSIVA
16.875
16.801
16.688
16.372
18