9.c Begroting 2025 SED definitief
Tekst van het document
Begroting 2025
1
Inhoudsopgave
1.Inleiding .............................................................................................................................. 3 2.Financiële kaders begroting 2024 ....................................................................................... 4 3.Programmaplan .................................................................................................................. 6 3.1Programma bedrijfsvoering ........................................................................................... 6 3.2Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ................................................ 10 4.Paragrafen ....................................................................................................................... 11 4.1Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................. 11 4.2Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................... 13 4.3Financiering ................................................................................................................ 13 4.4Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 14 4.5Openbaarheidsparagraaf ............................................................................................
14 5.Overzicht van baten en lasten en toelichting .................................................................... 16 5.1Overzicht van baten en lasten ..................................................................................... 16 5.2Overzicht van incidentele baten en lasten ................................................................... 16 6.Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting ........................................................ 17 7. Meerjarenraming en toelichting........................................................................................ 18
2
1.
Inleiding
Voor u ligt de Begroting 2025 van de SED Organisatie. De basis voor deze begroting is de Kadernota 2025 van de SED Organisatie. In deze begroting 2025 treft u vervolgens aan: 2 Financiële kaders begroting 2025 3 Programmaplan 2025 4 Paragrafen 5 Overzicht van baten en lasten 6 Uiteenzetting financiële positie De bedragen in de tabellen zijn, tenzij anders vermeld, maal € 1.000.
3
2.
Financiële kaders begroting 2025
Kaderbrief 2025 Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2025 zijn kaders daarvoor opgenomen in de -door het dagelijks bestuur opgestelde- Kaderbrief 2025 van de SED organisatie. Deze Kaderbrief is vervolgens voor zienswijze van de raden aan de deelnemende gemeenten aangeboden. De gemeenteraden hebben de volgende zienswijzen geformuleerd: Zienswijze raad Stede Broec: met betrekking tot de SED Organisatie: een positieve zienswijze af te geven bij de kaderbrief 2025. Zienswijze raad Drechterland: een positieve zienswijze af te geven op de Kaderbrief 2025 van de SED Organisatie; Zienswijze raad Enkhuizen: een positieve zienswijze af te geven over de Kaderbrief 2025 van de gemeenschappelijke regeling SED Organisatie. Loonindexatie en loonontwikkeling De structurele wijziging van de salariskosten opgenomen in de voorjaarsnota 2024 bedraagt € 361.000 en wordt via deze begroting meerjarig verwerkt. In de cao 2024 is een salarisverhoging opgenomen vanaf 1 januari en 1 oktober 2024. De structurele doorwerking van de loonsom naar aanleiding van de totale cao verhoging 2024 is doorgerekend naar 2025, waarbij ook rekening is gehouden met wijzigingen in de werkgeverslasten, inclusief de invloed van de structurele salarisverhoging op het pensioengevend inkomen.
De stijging ten opzichte van de berekening 2024 ad € 339.000 betreft de doorwerking van de salarisverhoging vanaf 1 oktober 2024. Jaarlijks wordt het budget voor loonkosten aangepast aan autonome ontwikkelingen, zoals nieuwe cao afspraken en wijzigingen in werkgeverslasten. Omdat ten tijde van het opstellen van de begroting 2025 de cao 2025 niet bekend is, is voor de loonontwikkeling uitgegaan van de loonindexering op basis van de regionale richtlijn voor gemeenschappelijke regelingen Noord-Holland Noord. Indexatie Daar er bij het opmaken van de Begroting 2024 nog geen cao voor 2024 was vastgesteld, is zoals afgesproken- de indexatie toegepast zoals aangegeven door de Regietafel NHN. Bij de begroting 2024 is in de meerjarenraming een indexatie op loon toegepast van 3,9%. De huidige CAO loopt t/m 31-3-2025. Na deze datum wordt de indexatie van de Regietafel NHN voor toegepast in de begroting 2025 en meerjarenraming. De nieuwe indexatie voor loon 2025 is 4,9%. Daar deze indexatie wordt toegepast vanaf 1 april 2025 kan van de eerder geraamde indexatie voor 2025 op salarissen in 2025 € 31.000 worden afgeraamd.
4
In totaal: Dienstjaar CAO-gevolgen vanuit 2024 x € 1.000 CAO-gevolgen 2025 x € 1.000 indexatie x € 1.000 Totaal
2025 361 339 -30 670
2026 361 339 411 1.112
2027 361 339 1.526 2.227
2028 361 339 3.531 4.232
Uitkering gemeentefonds Voor financiële gevolgen van loon- en prijsindexatie worden gemeenten grotendeels gecompenseerd via de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze wordt in de Meicirculaire 2024 opgenomen. Met de in de Regietafel NHN afgesproken indexeringswijze wordt een meerjarig cumulerend beeld van de loon- en prijsontwikkelingen geschetst. De ontwikkeling van de Algemene Uitkering echter wordt per jaar bijgeraamd. Daarmee ontstaat in de begrotingen van de gemeenten een oplopend verschil tussen de wijze waarop de inkomsten worden begroot (jaarlijks bijstellen, constant in het meerjarenperspectief) en de wijze waarop de uitgaven worden begroot (oplopend in het meerjarenperspectief). Dit resulteert in een schijnbaar oplopend tekort in de toekomst. Omdat echter deze wijze van verwerken in de Regietafel NHN is afgesproken, is de begroting volgens deze systematiek opgesteld. Kapitaallasten vervangingsinvesteringen De investeringen zijn opgenomen conform de meerjarenplanning voor de vervanging van materieel en apparatuur voor de jaren 2025-2028. Gemeentelijke bijdrage Als gevolg van de verhoging van de indexatie op lonen en prijzen is sprake van een verhoging van de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van het meerjarenperspectief in de begroting 2024. Meerjarenraming 2026-2028 In deze ontwerpbegroting 2025 is de meerjarenbegroting 2026-2028 opgenomen.
Rente Voor nieuwe investeringen wordt een rentepercentage van 4% gerekend. Dit percentage is gebaseerd op het rentepercentage van een lening van de BNG Bank met een looptijd van 25 jaar. Prijsindexatie Bij het opmaken van de Begroting 2025 is -zoals afgesproken- de indexatie toegepast zoals aangegeven door de Regietafel NHN. Zowel in de Begroting 2025 als in de meerjarenraming is 2,5% indexatie op prijzen toegepast.
5
3.
Programmaplan
3.1
Programma bedrijfsvoering
Wat willen we bereiken? De SED organisatie werkt aan een prettige woon- werk- en leefomgeving van de gemeenten Stede broec, Enkhuizen en Drechterland. Zij staat voor goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers, en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. We bouwen met elkaar aan een stevige organisatie en zijn goed in contact met onze medewerkers. Daarbij zijn de volgende succesbepalende factoren opgesteld: -
Focus op dienstverlening ‘’dienstverlening aan de inwoners, bedrijven, verenigingen en collega’s voldoet aan de overeengekomen kwaliteit’’
-
Opgave integraal centraal stellen “integrale aanpak van maatschappelijke opgaven”
-
Aantrekkelijk werkgeverschap “we zijn een aantrekkelijke werkgever voor huidige en nieuwe medewerkers”
-
SED in control “de interne processen zijn op orde zodat we in de toekomst goed kunnen (bij)sturen”
-
Balans tussen bevlogenheid, beheersing en bedoeling “uitkomst en het evenwicht van de vorderingen die we maken op de 4 succesbepalende factoren”
In de kaderbrief 2025 hebben we de leidraad vastgesteld om langs de lijn van vier centrale pijlers onze inzet en acties te bepalen. Deze vier pijlers dragen bij aan de succesbepalende factoren. Dit betekent dat in 2024 en 2025 de SED-organisatie zich zal focussen op deze zaken. A. Digitalisering als katalysator B. Mens in ontwikkeling C. Inspelen op veranderende opgaven D. Betrouwbaarheid vergroten Hierdoor zal uiteindelijk de dienstverlening verbeteren, zullen we medewerkers kunnen binden, boeien en aantrekken en werken we bevlogen en rechtmatig. In deze begroting zijn de financiële gevolgen opgenomen van de indexering zoals opgenomen in de Kaderbrief 2025 en de aanvullende gevolgen voor de salarissen van de cao2024.
6
Wat gaan we daarvoor doen? Digitalisering als katalysator We erkennen de groeiende rol van digitalisering in onze hedendaagse samenleving. Wij streven ernaar digitalisering te omarmen als een stimulans voor groei en innovatie binnen onze organisatie. Dit betekent investeren in geavanceerde technologieën, het verbeteren van dataanalyse en het optimaliseren van onze processen om efficiënter en klantgerichter te opereren. In situaties van arbeidskrapte, zoals een tekort aan gekwalificeerd personeel of een stijgende vraag naar bepaalde diensten, kan digitalisering dienen als een katalysator voor oplossingen. Voor ondernemers en inwoners van onze 3 gemeenten streven wij naar een verhoogde digitale toegankelijkheid in 2025. Wij zetten onder andere in op het digitaal ontvangen van belastingaanslagen, online betalen van leges en vergunningen, synchronisatie van de WOZadministratie, modernisering van taxatieverslagen, het gebruik van robots om administratieve processen te vereenvoudigen en te versnellen, en het vergroten van de digitale toegankelijkheid van informatiebronnen zodat deze voor iedereen bereikbaar zijn. Mens in ontwikkeling Met een terugtrekkende rijksoverheid die steeds meer verantwoordelijkheden bij gemeenten en lokale overheden legt, ondergaat het landschap van openbare dienstverlening en ambtenarij aanzienlijke veranderingen.
In deze context is 'Mens in ontwikkeling' een strategische benadering om ervoor te zorgen dat medewerkers van de SED-organisatie goed zijn voorbereid op de nieuwe uitdagingen en verantwoordelijkheden. Om medewerkers aan ons te blijven binden, stellen we een visie op over leren en ontwikkelen zodat we invulling gaan geven aan een ‘leven lang leren’ waarbij we samenwerken met regiopartners waaronder de Westfriesland Academy. Vitaliteit, arbeidsomstandigheden en duurzame inzetbaarheid moeten er voor zorgen dat we kunnen blijven inspelen op de behoeften van onze medewerkers. Inspelen op de veranderende opgave Het vermogen om in te spelen op veranderende opgaven is van groot belang in een dynamische en complexe wereld. Het stelt ons in staat om veerkrachtig te blijven en om ons aan te passen aan nieuwe uitdagingen en kansen. Dit vraagt om proactieve planning, communicatie en (persoonlijk) leiderschap om ervoor te zorgen dat we als organisatie wendbaar blijven en onze doelen blijven nastreven, zelfs in een steeds veranderende omgeving.
De maatschappelijke opgaven worden steeds complexer. Dat vraagt ook van de SEDmedewerkers om een andere benadering en werkwijze. Veel opgaven beperken zich niet tot één afdeling of domein maar vragen om een integrale aanpak die zich niets aantrekt van onze organisatiestructuur. En het gaat verder dan onze eigen organisatie. Steeds meer opgaven vereisen een brede samenwerking met allerlei andere betrokkenen: met inwoners via participatie, met andere
7
overheden (andere West-Friese gemeenten, provincie, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen, met samenwerkingspartners uit bedrijfsleven en het maatschappelijk veld. Voorbeelden daarvan zijn het ontwikkelen van een nieuwe wijk, de energietransitie, de opvang van ontheemden, zorg en veiligheidsvraagstukken. Dit vraagt om andere competenties en een andere manier van sturing dan via de traditionele afdelingsgrenzen. Dat betekent investeren in opleiden en trainen en het ontwikkelen van een visie op (persoonlijk) leiderschap. In combinatie met de pijler mens in ontwikkeling vormen, onder andere, deze veranderende competenties uitgangspunten voor de strategische personeelsontwikkeling (SPO). Hiermee krijgen we meer zicht op het aantrekken van nieuw talent en op welke wijze we dit doen. Invulling geven aan een gerichte arbeidsmarktcommunicatie ondersteunt hierin. Tevens krijgen we zicht op het talent dat we in huis hebben en waar we ons nog op kunnen ontwikkelen. Hiermee worden we een aantrekkelijke werkgever om voor te werken. Betrouwbaarheid versterken Een belangrijk maatschappelijk thema waar we ons bewust van moeten zijn, is het afnemende vertrouwen van inwoners in de overheid. Betrouwbaarheid is de kern van ons succes. We zullen blijven werken aan het versterken van ons imago en het opbouwen van vertrouwen bij onze inwoners en stakeholders.
Om onze betrouwbaarheid te vergroten, implementeren we een effectief risicobeheerbeleid dat risico's identificeert, beoordeelt en beheert. We delen actief relevante informatie met belanghebbenden en streven naar een transparant klimaat binnen onze gemeente, waarbij wetgeving zoals de Wet Open Overheid (WOO) ons ondersteunt. We evalueren en verbeteren onze planning & control cyclus, investeren in passende ICT-applicaties en ontwikkelen een datagerichte cultuur om onze essentiële processen te versterken.
Wat mag het kosten? Begroting 2025 Het saldo van de baten en lasten in de begroting 2025 na de Najaarsnota 2023 bedraagt Mutaties Voorjaarsnota 2024 Verzekeringen CAO-gevolgen vanuit 2024 CAO-gevolgen 2025 Aanvullende indexatie lonen Aanvullende indexatie prijzen Het lastentotaal in de begroting 2025 inclusief mutaties bedraagt
8
€ 47.420.000 € 185.000 € 8.000 € 361.000 € 339.000 € -31.000 € 116.000 € 48.398.000
Toelichting ontwikkelingen: Aankondiging: Datagericht werken 2025 Onze organisatie heeft een doelgerichte visie ontwikkeld voor datagericht werken, welke wordt voorgelegd aan het directieteam. Dit jaar staat in het teken van het vaststellen van de benodigde stappen om datagericht werken binnen de SED te implementeren. De aanvraag voor benodigde middelen volgt in een later stadium. Hogere kosten verzekeringen door uitbreiding/vervanging wagenpark Het wagenpark wordt in 2024 uitgebreid met drie voertuigen. Daarnaast worden dit jaar vier voertuigen vervangen. Dit heeft in beide gevallen gevolgen voor de jaarlijkse verzekeringskosten. De nieuwe verzekering voor zeven voertuigen zal vanaf 2025 een structurele verhoging van de premies met € 8.000 betekenen. We hebben op dit moment twintig auto’s/vrachtwagens via SED verzekerd. De trekkers, heftrucks, aanhangers, zoutstrooiers, sneeuwschuivers en maaiers vallen onder het werkmaterieel.
Investeringen Meerjaren investering materieel afdeling realisatie en uitvoering Conform het meerjaren-vervangingsschema worden komende jaren materieel en hulpmiddelen aangeschaft. Door het meerjarig inzicht is er een doorkijk naar de vervangingsinvestering voor de jaren 2025 tot en met 2028. In 2025 staat er een vervanging van het wagenpark en apparatuur gepland van € 91.000. De kapitaallasten gekoppeld aan deze vervangingsinvesteringen worden in het daaropvolgende jaar opgevoerd. (bedragen € 1.000) Investeringen buitendienst Raming investering Reeds opgenomen investering Bijraming investeringsbudget Bijraming Kapitaallasten
2025
2026
2027
2028
91 91 -
126 126 -
455 455 -
313 0 313 -
2025
2026
2027
2028
80 80
80 80
80 80
80 80
-
-
-
-
-
-
-
-
Meerjaren investeringen ICT (smartphones en laptops) (bedragen € 1.000) Investeringen Informatie Raming investering Laptops/Smartphones Reeds opgenomen investering Bijraming investeringsbudget Bijraming Kapitaallasten
9
3.2
Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
(bedragen * € 1.000) Algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
52
54
55
56
58
44.504
46.953
49.022
50.930
53.098
Lasten: Onvoorzien Baten: Bijdragen gemeenten
Bijdrage gemeenten De berekening van de bijdrage gebeurt door het saldo van lasten en baten te vermenigvuldigen met de verdeelsleutel (percentage) per gemeente. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw berekend volgens de vastgestelde systematiek. De verdeelsleutel voor 2025 is als volgt: Gemeente
Verdeelsleutel
Bijdrage Stede Broec
33,71%
Bijdrage Enkhuizen
36,52%
Bijdrage Drechterland
29,77%
Voor het nieuwe begrotingsjaar zijn in onderstaande tabel de nieuwe bijdrage per gemeente weergegeven: (bedragen * € 1.000) Bijdrage gemeenten aan SED organisatie
Begroting 2024
Mutatie
Begroting 2025
Bijdrage Stede Broec
14.833
995
15.828
Bijdrage Enkhuizen
16.400
747
17.147
Bijdrage Drechterland
13.271
707
13.978
Totale bijdrage
44.504
2.449
46.953
Onvoorzien De post onvoorzien wordt in de begroting opgenomen voor uitgaven waarmee bij het opstellen van de begroting geen rekening wordt gehouden. In de begroting van 2025 is een bedrag van € 54.000 opgenomen. Kosten overhead De kosten van overhead in SED bestaande uit huisvestingslasten, ICT lasten, kosten bedrijfsvoering, facilitaire kosten en salarissen bedragen € 28.849.000. Doordat de gevolgen van de CAO ontwikkelingen volledig op overhead zijn begroot is het bedrag hoger dan vorig jaar. Als de CAO definitief wordt verwerkt, wordt de ontwikkeling verder verdeeld.
10
Vennootschapsbelasting Er wordt verwacht dat er voor 2025 geen VPB last betaald hoeft te worden. Derhalve is er ook geen VPB last geraamd
4.
Paragrafen
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Aanleiding en achtergrond Een definitie van weerstandsvermogen is de mate waarin de SED organisatie in staat is substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat de continuïteit in gevaar komt. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van de SED organisatie moet de weerstandscapaciteit worden bezien in relatie tot mogelijke risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden. Tot de vrij aanwendbare middelen horen alle reserves met een vrij aanwendbaar karakter. De afgelopen jaren is een sterke impuls aan het risicomanagement binnen de SED organisatie gegeven. Ook in de komende jaren zal dit vol in de aandacht blijven. Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis gaat gebeuren (kans) en hoe groot de financiële gevolgen (impact) zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De kans dat een risico zich voordoet, is opgenomen in 5 klassen: Kans 1: 2: 3: 4: 5:
Definitie < of 1 x per jaar 1 x per 5-10 jaar 1x per 2-5 jaar 1x per 1-2 jaar 1x per jaar of meer
% van bruto bedrag 10% 30% 50% 70% 90%
In de tabel hieronder zijn de risico’s die op dit moment zijn onderkend nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het betreffende onderwerp van het risico, de beschrijving van het risico en de gewenste beheermaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens worden het effect (de impact), de kans en de berekende kans x impact weergegeven. De laatste kolom geeft inzicht in het beslag dat het risico legt op de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij als voorbeeld Cybercrime een onderkende kans heeft van 4 (conform tabel boven 1 x per 1-2 jaar) voor het financieel risico wordt dan uitgegaan van 70% van het maximaal risico bedrag, zijnde € 1.050.000.
11
Maximaal Bedrag risicox kans Korte beschrijving Genomen omvang Kans op in Onderwerp risico beheersmaatregel in € 1.000 optreden Impact € 1.000 Datalek, - Imagoschade Redundante systemen 1.500 4 5 1.050 cybercrime door datalekken en backupdata. en uitval - hacker-activiteiten ICT - systemen systemen uitzetten - aansprakelijkheid Personeel - beperkte Versterken 500 4 5 350 structurele formatie arbeidsmarkt communicatie. Imago verbetering. In gesprek gaan met colleges en raden om tot een passende formatiebezetting te komen. Wet- en - ontbreken van Aantrekken, inwerken 100 4 4 70 regelgeving juridische kennis en en kennisoverdracht capaciteit in juridisch medewerker primaire proces per vakafdeling. Totaal: 1.470 Het totale maximale financieel gevolg van alle drie risico’s van de SED Organisatie betreft € 1.470.000. Uitgaande van de spelregels rondom het risicomanagement binnen de SED Organisatie, ligt de speelruimte voor het weerstandscapaciteit tussen de 75% en 90%. De SED organisatie kent als beschikbare weerstandscapaciteit geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen een post onvoorzien van € 54.000 structureel worden meegenomen. Met uitzondering van deze structurele weerstandscapaciteit, wordt voor de benodigde weerstandscapaciteit een beroep gedaan op het weerstandsvermogen van de deelnemende gemeenten.
In evenredigheid van de verdeelsleutel dient het benodigde weerstandscapaciteit meegenomen te worden in de begroting van de afzonderlijke gemeenten als risico’s bij de verbonden partij SED Organisatie. Kengetallen
Kengetallen: 1. netto schuldquote 2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 3. solvabiliteitsratio 4. structurele exploitatieruimte 5. grondexploitatie
Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 17%
26%
15%
11%
10%
9%
17%
26%
15%
11%
10%
9%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
12
1./2. De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Als kritische grens wordt 100% aangehouden (bron: VNG). Hier blijft de SED organisatie met 15% ruimschoots onder.
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid. De gemeenschappelijke regeling SED organisatie heeft in 2015 gebouwen en inventaris verworven. Het onderhoud van deze gebouwen wordt geregeld door de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. De onderhoudskosten worden door de gemeenten in rekening gebracht bij de SED organisatie. Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen, conditieniveau 3 (redelijk). Hieraan wordt in 2025 voldaan met uitvoering van het meerjarenonderhoudsprogramma. Er zijn slechts enkele specifieke uitzonderingen waar het gaat om panden die onderdeel zijn van een ontwikkeling of in afwachting zijn van verdere plannen in de nabije toekomst.
4.3
Financiering
Algemeen De wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. Doel van deze wet is het bevorderen en transparant maken van het financieringsbeleid van de overheden. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Treasurystatuut evenals een paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening. In de paragraaf worden ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Financieringsarrangement Er is een financieringsovereenkomst afgesloten met de NV Bank Nederlandse Gemeenten. In de financieringsovereenkomst is een maximum kredietbedrag in rekening courant afgesproken van € 2.000.000. Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Het verplicht schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen en geldt dus ook voor de SED organisatie.
Een leenfaciliteit, namelijk dat er ook via de schatkist geleend kan worden, is niet aan de orde. Door het Ministerie is een drempelbedrag vastgesteld dat op de rekening courant van de eigen bank mag blijven staan. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien dagelijks buiten de schatkist mag aanhouden. Door 13
omstandigheden kan het voorkomen dat het drempelbedrag wordt overschreden, maar deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. Het drempelbedrag is vast gesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de SED-organisatie houdt dit in dat wanneer het saldo op de rekening courant hoger is dan € 363.000 dit moet worden afgeroomd naar de schatkist. Het beheer is er op gericht dat deze situatie zich zo weinig mogelijk voordoet. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de SED organisatie de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (met een looptijd korter dan één jaar) weer. De belangrijkste vormen zijn kasgeldleningen en rekening-courantkrediet. Wettelijk moet worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden zodra de limiet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Het doel van deze limiet is het renterisico op korte financiering te beperken. De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%) en bedraagt voor de SED organisatie ongeveer € 4,0 miljoen. Deze norm wordt in 2025 niet overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering.
Van renteherziening is sprake, als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast. Herfinanciering bestaat uit het totaal aan aflossingen van langlopende leningen, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Voor de SED organisatie bedraagt de renterisiconorm voor het jaar 2025 ongeveer € 9,7 miljoen. De SED organisatie blijft ruim onder de renterisiconorm. Dat is ook logisch omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de deelnemende gemeenten. Omslagrente Er wordt € 5.000 aan rente in de begroting geraamd. Het geraamde omslagpercentage is 0,065%
4.4
Bedrijfsvoering
In de programmabegroting van de SED organisatie is geen onderscheid gemaakt naar programma’s. Er is slechts sprake van één programma en dat is de programma Bedrijfsvoering. Een paragraaf bedrijfsvoering voegt in deze situatie niet veel toe aan de informatie die bij het programma Bedrijfsvoering is vermeld. In deze paragraaf volstaan wij dan ook met slechts een verwijzing naar de tekst bij het programma Bedrijfsvoering.
4.5
Openbaarheidsparagraaf
Op 1 mei 2022 trad de Wet Open Overheid (Woo) in werking. De Woo vervangt de Wet openbaarheid bestuur (Wob), maar gaat verder dan de Wob. De Woo verplicht tot: • • • •
passief openbaar maken van informatie via het afhandelen van Woo-verzoeken actief openbaar maken van 11 informatiecategorieën aanstellen van een CfWoo op orde brengen van de Informatiehuishouding.
14
Het passief openbaar maken, oftewel het afhandelen van Woo-verzoeken, is per 1 mei 2022 met de inwerkingtreding van de Woo reeds geïmplementeerd. In 2024 is ook het hele proces van afhandeling van Woo-verzoeken geoptimaliseerd. SED pakt de implementatie van de Woo projectmatig op met kort cyclische deelprojecten via zogeheten “W00ts” (Woo-teams). De uitrol bij SED loopt in de pas met landelijke planning. De 11 actief te publiceren informatiecategorieën worden een voor een opgepakt, waarbij we niet alleen de actieve publicatie regelen, maar de bijbehorende processen en systemen ook optimaliseren en digitaliseren waar mogelijk. In 2025 hopen we de actieve publicatie van alle 11 verplichte categorieën af te ronden. Voor het op orde brengen van de informatiehuishouding hebben de SED-gemeenten tot 2030 de tijd. We richten processen waar mogelijk in vanuit het principe ‘1 bron 1 waarheid’. Dit betekent dat elk informatie-element maar 1 bronsysteem kent en informatie daarin rechtmatig wordt opgeslagen, gedeeld en bewaard. We volgen hierbij de VNG handreikingen vanuit het programma "Grip op Informatie" en hebben een roadmap opgesteld om uiteindelijk voor 2030 alle noodzakelijke activiteiten uitgevoerd te hebben.
15
5.
Overzicht van baten en lasten en toelichting
5.1
Overzicht van baten en lasten
Het overzicht van baten en lasten voor de SED organisatie ziet er als volgt uit: Het overzicht van baten en lasten voor de SED organisatie ziet er als volgt uit: (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024
Mutatie
Begroting 2025
Personeelslasten Salarissen Overige salariskosten Kosten tijdelijke vervanging Overige kosten personeel
37.347 34.531 476 417 1.923
2.289 2.129 57 15 86
39.635 36.660 533 433 2.009
Personele kosten, gedekt bij de gemeenten Direct doorbelaste kosten
1.200 1.200
44 44
1.244 1.244
Facilitair Faciliteiten Huisvesting gemeentehuizen Huisvesting werkplaatsen ICT
7.204 925 275 992 5.012
163 42 66 31 23
7.367 967 342 1.022 5.036
Overig Onvoorzien Accountantskosten Advieskosten Overige exploitatiekosten
146 52 60 29 5
5 2 2 1 0
151 54 62 30 5
Bijdrage gemeenten aan SED Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland
-44.504 -14.833 -16.400 -13.271
-2.449 -995 -748 -707
-46.953 -15.828 -17.147 -13.978
Overige baten Direct doorbelaste kosten Diverse baten Eindtotaal
-1.393 -1.200 -193 0
-51 -44 -7 0
-1.445 -1.244 -200 0
5.2
Overzicht van incidentele baten en lasten
(bedragen *€ 1.000)
Wet Openbare Overheid
Begroting 2025 165
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 168 0 0
Toelichting Overzicht van incidentele baten en lasten De incidentele middelen met betrekking tot de WOO zijn opgenomen in de begroting SED. Tegenover deze incidentele lasten staat ook een incidentele bijdrage van de gemeenten. Het structurele begrotingssaldo van SED bedraagt € 0.
16
6. Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting Geprognotiseerde balans
Bedragen x €1000
1-1-2025
31-12-2025
Materiele vaste activa
7.430
6.887
Totaal vaste activa
7.430
6.887
10.039
10.039
Liquide middelen
33
33
Overlopende activa
224
224
Totaal vlottende activa
10.296
10.296
Totaal ACTIVA
17.726
17.183
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
6.174
5.651
Totaal vaste passiva
6.174
5.651
6.364
6.367
Begin en eindbalans
ACTIVA
Vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
PASSIVA Vaste passiva
Voorzieningen
Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
5.188
5.165
Totaal vlottende passiva
11.552
11.532
Totaal PASSIVA
17.726
17.183
EMU-saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het EMU-saldo van de SED bedraagt € 702.000.
17
7.
Meerjarenraming en toelichting
Toelichting op meerjarenraming In de meerjarenbegroting is voor de jaren 2024-2028 is een prijsindexatie van 2,4% toegepast. De loonindexatie welke is toegepast bedraagt voor 2024-2028 4,9%. (bedragen * € 1.000)
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Personeelslasten Salarissen Overige salariskosten Kosten tijdelijke vervanging Overige kosten personeel
37.347 34.531 476 417 1.923
39.635 36.660 533 433 2.009
41.528 38.457 560 454 2.058
43.316 40.341 587 280 2.107
45.386 42.318 616 294 2.158
Personele kosten, gedekt bij de gemeenten Direct doorbelaste kosten
1.200 1.200
1.244 1.244
1.305 1.305
1.369 1.369
1.436 1.436
Facilitair Faciliteiten Huisvesting gemeentehuizen Huisvesting werkplaatsen ICT
7.204 925 275 992 5.012
7.367 967 342 1.022 5.036
7.544 990 347 1.046 5.162
7.666 1.014 372 1.066 5.214
7.765 1.038 372 1.087 5.268
Overig Onvoorzien Accountantskosten Advieskosten Overige exploitatiekosten
146 52 60 29 5
151 54 62 30 5
155 55 64 31 6
159 56 65 32 6
163 58 67 33 6
Bijdrage gemeenten aan SED Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland
-44.504 -14.833 -16.400 -13.271
-46.953 -15.828 -17.147 -13.978
-49.022 -16.560 -17.854 -14.604
-50.930 -17.235 -18.528 -15.162
-53.098 -17.968 -19.317 -15.807
Overige baten Direct doorbelaste kosten Diverse baten Eindtotaal
-1.393 -1.200 -193
-1.445 -1.244 -200
-1.510 -1.305 -205
-1.579 -1.369 -210
-1.651 -1.436 -215
0
0
0
0
0
18
Geprognotiseerde meerjarenbalans: Bedragen x €1000
1-1-2026
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Materiele vaste activa
6.887
6.337
5.835
5.416
Totaal vaste activa
6.887
6.337
5.835
5.416
10.039
10.039
10.039
10.039
33
33
33
33
ACTIVA
Vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen
224
224
224
224
Totaal vlottende activa
10.296
10.296
10.296
10.296
Totaal ACTIVA
17.183
16.633
16.131
15.712
Overlopende activa
PASSIVA
Vaste passiva
0
0
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
5.651
5.471
5.312
5.010
Totaal vaste passiva
5.651
5.471
5.312
5.010
Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar
6.367
5.997
5.654
5.537
Overlopende passiva
5.165
5.165
5.165
5.165
Totaal vlottende passiva
11.532
11.162
10.819
10.702
Totaal PASSIVA
17.183
16.633
16.131
15.712
Voorzieningen
Vlottende passiva
19