9.4 Begroting 2024 SED
Tekst van het document
Begroting 2024
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ...................................................................................................................... 2 1.
Inleiding.......................................................................................................................... 3
2.
Financiële kaders begroting 2024................................................................................... 4
3.
Programmaplan .............................................................................................................. 6
4.
3.1
Programma bedrijfsvoering ..................................................................................... 6
3.2
Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ...........................................13
Paragrafen ....................................................................................................................15 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................15
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................17
4.3
Financiering............................................................................................................17
4.4
Bedrijfsvoering .......................................................................................................18
4.5 Paragraaf WOO .........................................................................................................18 5.
Overzicht van baten en lasten en toelichting .................................................................20 5.1
Overzicht van baten en lasten ................................................................................20
5.2Overzicht van incidentele baten en lasten ....................................................................20 6.
Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting .....................................................21
2
1. Inleiding Voor u ligt de Begroting 2024 van de SED Organisatie. Basis voor deze begroting is de Kaderbrief 2024 van de SED Organisatie. In deze begroting 2024 treft u vervolgens aan: 2 Financiële kaders begroting 2024 3 Programmaplan 2024 4 Paragrafen 5 Overzicht van baten en lasten 6 Uiteenzetting financiële positie De bedragen in de tabellen zijn, tenzij anders vermeld, maal € 1.000.
3
2. Financiële kaders begroting 2024 Kaderbrief 2024 Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2024 zijn kaders daarvoor opgenomen in de -door het dagelijks bestuur opgestelde- Kaderbrief 2024 SED organisatie. Deze Kaderbrief is vervolgens voor zienswijze van de raden aan de deelnemende gemeenten aangeboden. De gemeenteraden hebben de volgende zienswijzen geformuleerd: Zienswijze raad Stede Broec: met betrekking tot de SED Organisatie: een positieve zienswijze af te geven bij de kaderbrief 2024. Zienswijze raad Drechterland: een positieve zienswijze af te geven op de Kaderbrief 2024 van de SED Organisatie; Zienswijze raad Enkhuizen: een positieve zienswijze af te geven over de Kaderbrief 2024 van de gemeenschappelijke regeling SED Organisatie. Loonindexatie en loonontwikkeling Jaarlijks wordt het budget voor loonkosten aangepast aan autonome ontwikkelingen, zoals indexatie, wijzigingen in werkgeverslasten en -indien van toepassing- een nieuwe cao . Voor loonontwikkeling wordt uitgegaan van de cao gemeenten (CAR-UWO) en -als er nog geen nieuwe cao is- van de regionale richtlijn voor Westfriese GR-en van de regietafel NHN. Voor 2023 is inmiddels een nieuwe cao vastgesteld; voor 2024 is nog geen cao vastgesteld.
Bij het opmaken van de Kaderbrief 2024 was nog geen nieuwe cao bekend, zodat voor 2024 de indexatie is toegepast zoals aangegeven door de Regietafel NHN: een “inhaalindexatie” van 3,9% structureel (vanwege te laag geraamde indexaties in 2021 en 2022) en een ‘reguliere’ indexatie vanaf 2024 van 3,9% cumulatief. In de Kaderbrief 2024 zijn de volgende loonindexaties opgenomen: Dienstjaar
2024
2025
2026
2027
loonindexatie x € 1.000
548
1.113
1.693
2.289
In 2023 is besloten tot een structurele bijstelling van de salarissen als gevolg van aanpassing aan het gemeentelijk functiewaarderingssysteem HR21. Dienstjaar
2024
2025
2026
2027
HR21 x € 1.000
611
635
660
685
Inmiddels is voor 2023 een nieuwe cao vastgesteld en meerjarig verwerkt. De -nu bekende- financiële gevolgen hiervan voor 2024 en volgende jaren betreffen een looncomponent en een autonome verhoging van de pensioenpremie.1 Dienstjaar
2024
2025
2026
2027
CAO-gevolgen x € 1.000
1.308
1.359
1.412
1.467
Pensioenpremie x € 1.000
250
260
270
280
1.558
1.619
1.682
1.747
Totale CAO-gevolgen 1
Daar de ingangsdatum van de CAO 2023 is bepaald op 2 januari 2023, en de pensioenpremie wordt berekend op peildatum 1 januari 2023, wordt de verhoging eerst in 2024 geeffectueerd.
4
In de begroting 2024 is gestart met het opnemen van een daadwerkelijke loonsom (zie ook bladzijde 10 van deze begroting). De aanvullende financiële gevolgen hiervan voor 2024 en volgende jaren is als volgt: Dienstjaar
2024
2025
2026
2027
Herberekening salarissen x € 1.000
1.884
1.957
2.034
2.114
Prijsindexatie Voor indexatie van prijzen is in de Kaderbrief 2024 uitgegaan van indexatie zoals aangegeven door de Regietafel NHN: een “inhaalindexatie” van 3,6% structureel (vanwege te laag geraamde indexaties in 2021 en 2022) en een ‘reguliere’ indexatie vanaf 2024 van 2,5% cumulatief. In de Kaderbrief 2024 zijn de volgende prijsindexaties opgenomen: Dienstjaar
2024
2025
2026
2027
prijsindexatie x € 1.000
235
275
299
328
De toegepaste indexatie en overige salarisbijstellingen in de begroting 2024 is daarmee als volgt: Dienstjaar
2024
2025
2026
2027
loonindexatie Kaderbrief x € 1.000
548
1.113
1.693
2.289
Herwaardering HR21
611
635
660
685
CAO-gevolgen x € 1.000
1.558
1.619
1.682
1.747
Herberekening salarissen x € 1.000
1.884
1.957
2.034
2.114
235
275
299
328
4.836
5.599
6.368
7.163
Prijsindexatie x € 1.000 Totaal
Uitkering gemeentefonds Voor financiële gevolgen van loon- en prijsindexatie en CAO-gevolgen worden gemeenten grotendeels gecompenseerd via de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze wordt in de Meicirculaire 2023 opgenomen. Kapitaallasten vervangingsinvesteringen De investeringen zijn opgenomen conform de meerjarenplanning voor de vervanging van materieel en apparatuur voor de jaren 2024-2027. Gemeentelijke bijdrage Als gevolg van de verhoging van de indexatie op lonen en prijzen is sprake van een verhoging van de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van het meerjarenperspectief in de begroting 2023. Meerjarenraming 2024-2026 In deze ontwerpbegroting 2024 is de meerjarenbegroting 2025-2027 opgenomen. Rente Als interne beleidslijn inzake toerekening van rente over nieuwe investeringen wordt de gemiddelde rente van kort geld (1 week) en lang geld (15 jaar) bij de BNG over de afgelopen zeven jaar gehanteerd. Gelet op de huidige renteontwikkelingen wijken we daarvan voor 2024 af en ramen de rente –gelet op de huidige percentages bij de BNG- op 3,0%.
5
3.
Programmaplan
3.1
Programma bedrijfsvoering
Wat willen we bereiken? De SED organisatie werkt aan een prettige woon- werk- en leefomgeving. Zij staat voor goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers, en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. We bouwen met elkaar aan een stevige organisatie en zijn goed in contact met onze medewerkers. Daarbij zijn de volgende succesbepalende factoren opgesteld: -
Focus op dienstverlening ‘’dienstverlening aan de inwoners, bedrijven, verenigingen en collega’s voldoet aan de overeengekomen kwaliteit’’
-
Opgave integraal centraal stellen “integrale aanpak van maatschappelijke opgaven”
-
Aantrekkelijk werkgeverschap “we zijn een aantrekkelijke werkgever voor huidige en nieuwe medewerkers”
-
SED in control “de interne processen zijn op orde zodat we in de toekomst goed kunnen (bij)sturen”
-
Balans tussen bevlogenheid, beheersing en bedoeling “uitkomst en het evenwicht van de vorderingen die we maken op de 4 succesbepalende factoren”
Dit betekent dat in 2023 en 2024 de SED-organisatie zich zal focussen op deze zaken. Hierdoor zal uiteindelijk de dienstverlening verbeteren, zullen we medewerkers kunnen binden, boeien en aantrekken en werken we bevlogen en rechtmatig. In deze begroting zijn de financiële gevolgen opgenomen van de indexering zoals opgenomen in de Kaderbrief 2024 en de aanvullende gevolgen voor de salarissen van de cao 2023, het besluit tot herwaardering HR21 en de daadwerkelijke loonsom gebaseerd op de huidige formatie.
6
Wat gaan we daarvoor doen? Focus op dienstverlening Dienstverlening: Het handvest dienstverlening is in 2023 herijkt. In 2024 zullen we uitvoering geven aan het implementatieplan met de bedoeling onze dienstverlening nog beter te maken. Huisvesting SED: In de Kaderbrief hebben wij aangegeven dat we in 2023 de huidige situatie in beeld brengen (zowel vanuit organisatorisch als financieel oogpunt) en deze gaan vergelijken met de situatie in de markt en onze eigen veranderende inzichten (mede door het hybride werken) zodat op basis van dit onderzoek er een visie en beeld ontstaat ten aanzien van de gewenste huisvestingssituatie. Mogelijk komt daar een gezamenlijke beeld voor de huisvesting voor de SED-organisatie uit: centrale huisvesting. Centrale huisvesting heeft doorgaans positieve gevolgen voor de organisatiecultuur en voor integrale afstemming waardoor de kwaliteit van de dienstverlening vanuit de backoffice toe zal nemen. Zover zijn we nog niet: eerst buigen we ons in 2023 – na het eerder genoemde onderzoek - gezamenlijk over de gewenste situatie. In 2024 kan een projectopdracht volgen om tot een uitvoeringsplan te komen.
Opgave integraal centraal stellen De maatschappelijke opgaven worden steeds complexer. Dat vraagt ook van de SEDmedewerkers om een andere benadering en werkwijze. Veel opgaven beperken zich niet tot één afdeling of domein maar vragen om een integrale aanpak die zich niets aantrekt van onze organisatiestructuur. En het gaat verder dan onze eigen organisatie. Steeds meer opgaven vereisen een brede samenwerking met allerlei andere betrokkenen: met inwoners via participatie, met andere overheden (andere West-Friese gemeenten, provincie, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen, met samenwerkingspartners uit bedrijfsleven en het maatschappelijk veld. Voorbeelden daarvan zijn het ontwikkelen van een nieuwe wijk, de energietransitie, de opvang van ontheemden, zorg en veiligheidsvraagstukken. Dit vraagt om andere competenties en een andere manier van sturing dan via de traditionele afdelingsgrenzen. Dat betekent investeren in opleiden en trainen. Ook gaan we nieuwe vormen van samenwerken faciliteren. Dat willen we onder andere doen via zogeheten netwerkgroepen waar kennisuitwisseling, inspiratie en innovatie centraal staan. Vooral gaan we leren door te ‘doen’. We werken met ‘intaketafels’ waarbij al in de beginfase van een college- of raadsvoorstel alle relevante disciplines hun input leveren.
Dit werkt kwaliteit verhogend en verkort de doorlooptijd van de bestuurlijke besluitvorming. Ook hier gaan we beleidsadviseurs in trainen en begeleiden.
Er wordt een beleidsplan opgesteld om uitvoering te geven aan integraliteit tussen teams en domeinen vanuit het principe ‘de opgave integraal centraal stellen’.
7
Daarnaast willen we de samenwerking tussen de domeinen bevorderen. Via het beleidsstuk netwerken, stellen we jaarlijks het aantal netwerkgroepen op. De SED kent namelijk meerdere initiatieven om denkkracht en implementatiekracht vanuit de gehele organisatie samen te voegen. Gedurende het jaar ontdekken we echter dat het steeds lastiger wordt om de belangrijke netwerkgroepen te vullen. Tijd en focus vormen hiermee de belangrijkste aandachtsgebieden. Om tijd en focus aan te brengen, stellen we jaarlijks netwerkgroepen vast en wordt per netwerk een structuur geboden waardoor er vanuit verbinding met gelijkgestemden: - kennis en ervaring gedeeld en opgebouwd kan worden, - beleidsvoorbereidend en evaluerend input geleverd kan worden, - samengewerkt kan worden, vanuit het principe ‘Alleen ga je snel, samen kom je verder’, - wendbaar te zijn door snel op externe of interne factoren in te spelen en - meer invloed uitgeoefend kan worden om met elkaar te innoveren.
Omdat de netwerkgroepen per jaar worden vastgesteld, kan rekening gehouden worden met de tijdsinvestering en wat er voor nodig is om deelname te bevorderen.
Aantrekkelijk werkgeverschap Hybride werken Het Hybride Werken (HW) is uiteraard niet enkel een filosofie. Het heeft ook als doel een toekomstbestendige werkomgeving te creëren waarin medewerkers efficiënt en flexibel hun werkzaamheden kunnen uitvoeren. Belangrijke eerste stap is om het HW zichtbaar te maken en onze kantoren zodanig in te richten dat medewerkers resultaatgericht kunnen werken (i.p.v. locatiegericht). Dit betekent een andere inrichting van de werk- en vergaderruimtes. Werkplekken worden ingericht naar type werk, minder focus op grenzen per vlek per team. Dit wordt in 2023 grotendeels gerealiseerd en zal in 2024 verder gestalte krijgen en onderhouden worden. De kosten hiervan worden bekostigd uit de huidige facilitaire budgetten waarbij rekening is gehouden met het lopende onderzoek inzake huisvesting. Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt wordt steeds krapper. Dat betekent dat wij op een fundamenteel andere manier moeten omgaan met de arbeidsmarkt en met arbeidspotentieel binnen de organisatie. De hooggeschoolde en ervaren ‘ideale kandidaat’ is simpel weg nauwelijks nog te vinden op de arbeidsmarkt. Daar is niet één simpele oplossing voor. Er is een combinatie van verschillende interventies nodig om dit probleem het hoofd te bieden; arbeidsmarktcommunicatie, positionering SED als werkgever en talentontwikkeling.
Bij arbeidsmarktcommunicatie gaat het niet alleen om het werven van de juiste kandidaten bij vacatures, maar ook om zowel het creëren van naamsbekendheid als om het creëren van een positieve houding tegenover de organisatie bij potentiële sollicitanten (inwoners). Daarbij is het belangrijk dat we de SED als werkgever goed positioneren en er balans is in de externe uiting en de interne beleving. We zullen het speerpunt: De SED gemeenten zijn een 8
broedplaats voor talent ook in 2024 wederom vorm en inhoud geven. Daar past ook een aantrekkelijk ontwikkel- en doorstroombeleid bij voor talenten die we reeds in huis hebben en het in kaart brengen van die talenten. We zullen ze zelf opleiden met een combinatie van training-on-the-job, gerichte scholing en aantrekkelijke traineeships. We zijn een erkend leerbedrijf waarbij vakafdelingen medewerkers zonder de juiste vooropleiding opleiden om fit te zijn voor de functie. Deze manier van werken heeft echter tot gevolg dat de werkdruk van ons huidige medewerkers hoger wordt, deze nieuwe medewerkers zijn niet direct instaat om de gewenste productie te leveren.
SED in Control Planning & Control De afgelopen jaren zijn er al vele stappen gezet om nog meer in control te komen. Resultaat hiervan zijn de verbeteringen in onze P&C producten. Om dit verder te verankeren is begin 2023 de coördinatie op de P&C-cyclus verstevigd. Om ook te zorgen dat in de toekomst de P&C producten van een hoge kwaliteit zijn en dat de organisatie voldoende stuur heeft om (financieel) bij te sturen is het belangrijk om voldoende focus te hebben op data gedrevenheid en het klantvriendelijk ontsluiten hiervan. Daarvoor zullen processen en systemen onder de loep worden genomen en waar nodig in geïnvesteerd worden. Aanbesteding key-systemen Bij belastingen wordt gebruik gemaakt van de applicatie Key2belastingen, dit contract verloopt in 2023. De applicatie wordt nu aangeboden als Software as a Service (SaaS) waardoor de kosten in 2024 waarschijnlijk hoger zullen liggen. De exacte kosten zijn nog niet bekend, deze worden in de voorjaarsnota 2024 opgenomen. Inwoners kunnen met behulp van e-diensten online snel en eenvoudig hun zaken regelen via de site van de gemeentes. Het contract loopt in 2024 af en moet worden verlengd doormiddel van een aanbesteding. De exacte kosten zijn nog niet bekend, deze worden in de voorjaarsnota 2024 opgenomen.
Doorvoering digitalisering en robotisering: Robotisering: Door de implementatie van het nieuwe Zaaksysteem Djuma kon er in 2022 onvoldoende consultancy ingezet worden voor robotisering. Dat wordt, nu het zaaksysteem is geïmplementeerd, in 2023 en 2024 verder opgepakt in nauwe samenwerking met de implementatie van de WOO. Activiteiten robotisering: -
Aanstellen product owner als aanspreekpunt voor de organisatie of: Formaliseren en introduceren rol product owner als aanspreekpunt voor de organisatie Inventariseren bij de vak-afdelingen welke processen in aanmerking komen voor een geautomatiseerde handeling met een robot om meer efficiënt te werken. Rol Business Analist formaliseren Uitvoering van robotisering van de geïnventariseerde processen en de implementatie. Medewerkers opleiden tot RPA specialist / programmeur 9
Balans tussen bevlogenheid, beheersing en bedoeling Als we er in slagen echte vorderingen te maken op deze vier succesbepalende factoren, dan kunnen we succesvol zijn in het bereiken van onze missie en onze doelen. Dan kunnen we ons focussen op wat nu werkelijk ‘de bedoeling’ is, welke effecten we willen bereiken. Dan hebben we bevlogen medewerkers die graag bij de SED komen en blijven werken (aantrekkelijk werkgever), dan bedienen we de inwoners zoals ze van ons mogen verwachten (focus op dienstverlening) en werken we samen met alle belanghebbenden aan een prettige, veilige en gezonde omgeving (opgave integraal centraal). Dan hebben we grip op onze processen, werken we rechtmatig (SED in control) en rapporteren we over onze resultaten. Dan zijn we – kortom – in balans. We moeten er daarom dus oog voor hebben dat de vier primaire succesbepalende factoren met elkaar in evenwicht zijn. Daarom hebben we een vijfde succesbepalende factor benoemd: balans tussen bevlogenheid, beheersing en de bedoeling die we als toetssteen gebruiken.
Begrotingspost salarissen In de begroting 2024 is gestart met het opnemen van een daadwerkelijke loonsom berekend op basis van het huidige formatieplan. Deze loonsom is gebaseerd op de vastgestelde formatie per functieschaal (max), rekening gehouden met de wijzigingen voortvloeiende uit de HR21 functie-onderhoudsronde. Dit heeft een structurele bijraming van het salarisbudget van € 1,884 miljoen tot gevolg, waarbij de raming voor salarislasten 2024 naar € 34,378 miljoen oploopt. De bijraming van € 1,884 miljoen kent de volgende componenten:
Zoals bekend is in de afgelopen jaren steeds sprake geweest van een significante overschrijding van het salarisbudget, die door incidentele meevallers min of meer is gecompenseerd. In de najaarsnota 2022 is reeds melding gemaakt van een te verwachten overschrijding van het salarisbudget met € 927.000. Uit de Jaarstukken 2022 blijkt een structurele overschrijding van afgerond € 1,2 miljoen op het salarisbudget, dit ondanks het feit dat gestuurd is om het tekort zoveel mogelijk te minimaliseren, bijvoorbeeld door een deel van de vacatures in 2022 niet of juist op een later moment in te vullen; In de raming van de daadwerkelijke loonsom is uitgegaan van de huidige vastgestelde formatie tegen het max van de betreffende schalen. De begrotingssystematiek bij gemeenten is in het algemeen gebaseerd op raming op het max van de functieschalen. Hiervoor wordt € 684.000 structureel bijgeraamd.
De redenen om in deze raming uit te gaan van de max van de schalen (hoewel nog niet alle medewerkers in 2024 in de max van hun schaal worden bezoldigd) zijn de volgende: o Naast het structureel tekort in 2022 zijn in 2022 een aantal vacatures niet (of later) ingevuld (en ook niet tijdelijk ingevuld door middel van inhuur); o De SED Begroting heeft geen structureel budget voor inhuur om onder andere uitval op te vangen (de post Tijdelijke vervanging in de begroting is bedoeld voor dekking van verplichtingen die al in de afzonderlijke gemeenten vóór de start SED zijn aangegaan). Daarnaast is het noodzakelijk om personele fluctuaties op te kunnen vangen, denk hierbij aan het generatiepact, anticiperen op uitstroom personeel, maar ook de mogelijkheid om te reageren op moeilijk vervulbare functies.
10
Concluderend bijraming : € 1.200.000 € 684.000 € 1.884.000
Aangegeven structurele salaristekort Tot max van functieschaal Totale bijraming salarisbudget
In deze begroting 2024 is een eerste stap gemaakt met het realistisch begroten van de loonsom 2024. Aanvullend en overeenkomstig afspraken in de Kadernota 2024 wordt vervolgens een analyse gemaakt om tot een meer realistische begroting te komen, waarbij ook alle taken onverkort kunnen worden opgepakt en uitgevoerd conform de planning daarvoor. In deze analyse wordt onder andere ook meegenomen het genoemde SED accres, de CUP ’s, benchmark en overhead. Deze analyse zal leiden tot een meerjarige strategie. Hierbij blijft het noodzakelijk om bestuurlijke keuzes te maken welke taken wel, niet of later uitgevoerd moeten worden door de SED. Mogelijke financiële gevolgen worden te zijner tijd in de P&C producten verwerkt. Door realistisch te begroten brengen we de capaciteit en middelen in balans en raken we meer in control. Gevolgen cao 2023 voor 2024 Op het moment van schrijven is de cao 2023 net formeel vastgesteld en zijn we nog niet in staat geweest de financiële uitwerking van enkele onderdelen daarvan te berekenen. Zo worden er in de cao de mogelijkheden voor verlofsparen uitgebreid en kunnen medewerkers vanaf 2024 gebruik maken van een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU regeling). Op dit moment zijn de spelregels nog niet helemaal uitgewerkt en kunnen we ook niet inschatten hoeveel medewerkers hier gebruik van gaan maken.
De financiële gevolgen daarvan worden in volgende P&C producten verwerkt.
Administratieve organisatie en interne beheersing De SED hecht groot belang aan het verder verbeteren van haar interne beheersing en werkt daar in 2024 aan door. Bij de SED en haar gemeenten is de beheersing van de bedrijfsvoering ingericht langs het model van de ‘three lines of defence’: 1. Interne controlemaatregelen worden belegd in de lijnorganisatie. Dit zijn interne beheers/controlemaatregelen die zijn ingericht in processen; 2. Interne controlefuncties/functionarissen die het lijnmanagement ondersteunen; 3. Verbijzonderde interne controle die de werking van de eerste en tweede lijn controleert (team AO/IB). De focus van de verbijzonderde interne controle ligt hierbij op de processen met de grootste (financiële en maatschappelijke) risico’s, zoals opgenomen in het IC-VIC plan. De SED blijft ook in 2024 kritisch kijken naar processen en werkt aan procesoptimalisatie en harmonisatie. Hiervoor is het nodig dat er voldoende capaciteit is binnen de teams om hier invulling aan te geven. 11
Wat mag het kosten?
Begroting 2024 Het saldo van de baten en lasten in de begroting 2024 na de Najaarsnota 2022 bedraagt In de Kaderbrief 2024 zijn autonome ontwikkelingen opgenomen Begroten aan de hand van het huidige formatieplan Bijraming pensioenpremie 2024 Mutaties Voorjaarsnota 2023 Het lastentotaal in de begroting 2024 inclusief Kaderbrief 2024 bedraagt
€ 39.280.000 € 784.000 € 1.884.000 € 250.000 € 2.163.000 € 44.362.000
Begroting 2024 in vergelijking met de begroting 2023 Op basis van de voorschriften moet in de begroting -in financiële zin- een vergelijking worden gemaakt met de begroting van het voorgaande jaar. Deze ziet die er als volgt uit:
Lasten Baten Saldo begroting
Begroting 2023 begroting 2024 38.860 42.739 372 377 38.488 44.362
verschil 5.879 -5 5.874
Hieruit blijkt dat het saldo van lasten (het naar de deelnemers door te belasten deel) in de begroting 2024 met € 5.874.000 toeneemt ten opzichte van 2023. In het overzicht hieronder worden de verschillen tussen de begroting 2023 en 2024 toegelicht. A: Reeds gedekte mutaties 2024: In de meerjarenraming bij de begroting 2023 is voor dienstjaar 2024 reeds een indexatie op loon en prijs toegepast van 2%, conform de kaders van de Regietafel NHN voor 2023. Deze mutatie is ook al opgenomen in de meerjarenraming van de gemeenten en dus al gedekt. Loon- en prijsindexatie vanuit de meerjarenraming 2023
788
B: Structurele mutaties vanuit de Voorjaarsnota 2023: Privacybescherming Abonnementen en lidmaatschappen Kapitaallasten dienstvoertuigen Leefomgeving Structurele budgetten vanuit de VJN 2023
151 70 15 236
C: loon- en prijsontwikkelingen uit VJN 2022 en BGR 2024 loonindexatie Kaderbrief Herwaardering HR21 CAO-gevolgen Herberekening salarissen Prijsindexatie Totale loon- en prijsontwikkelingen Indexatie bij detailverwerking in de begroting
548 611 1.558 1.884 235 4.836 14
Totaal van de toename lasten 2024 ten opzichte van begroting 2023
5.874
12
Investeringen Meerjaren investering materieel afdeling realisatie en uitvoering Conform het meerjaren-vervangingsschema worden komende jaren materieel en hulpmiddelen aangeschaft. Door het meerjarig inzicht is er een doorkijk naar de vervangingsinvestering voor de jaren 2024 tot en met 2027. In 2024 staat er een vervanging van het wagenpark en apparatuur gepland van € 223.000. De kapitaallasten gekoppeld aan deze vervangingsinvesteringen worden in het daaropvolgende jaar opgevoerd. (bedragen € 1.000) Investeringen buitendienst Raming investering Reeds opgenomen investering Bijraming investeringsbudget Bijraming Kapitaallasten
2024
2025
2026
2027
223 88 135
91 89 2 17
126
455
126
455 14
2028
57
Meerjaren investeringen ICT Er is jaarlijks een bedrag van € 42.500 aan krediet benodigd voor de jaarlijkse aanschaf van laptops. Ook is er jaarlijks krediet van € 37.500 benodigd voor de aanschaf van mobiele telefoons. De totale afschrijvingslasten hiervan bedragen jaarlijks € 21.000. In 2024 kunnen deze afschrijvingslasten worden opgevangen door de vrijval van afschrijvingslasten van eerdere investeringen in laptops en mobiele telefoons. Vanaf 2025 kunnen de afschrijvingslasten geheel worden opgevangen door deze vrijval.
3.2
Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
(bedragen *€ 1.000) Algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
48
52
53
54
54
38.488
44.362
45.881
47.476
48.155
Lasten: Onvoorzien Baten: Bijdragen gemeenten
Bijdrage gemeenten De berekening van de bijdrage gebeurt door het saldo van lasten en baten te vermenigvuldigen met de verdeelsleutel (percentage) per gemeente. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw berekend volgens de vastgestelde systematiek. De verdeelsleutel voor 2024 is als volgt: Gemeente
Verdeelsleutel
Bijdrage Stede Broec
33,33%
Bijdrage Enkhuizen
36,85%
Bijdrage Drechterland
29,82%
13
Voor het nieuwe begrotingsjaar zijn in onderstaande tabel de nieuwe bijdragen per gemeente weergegeven: (bedragen *€ 1.000) Bijdrage gemeenten aan SED organisatie
Begroting 2023
Mutatie
Begroting 2024
Bijdrage Stede Broec
12.732
2.072
14.804
Bijdrage Enkhuizen
14.156
2.393
16.549
Bijdrage Drechterland
11.600
1.409
13.009
Totale bijdrage
38.488
5.874
44.362
Onvoorzien De post onvoorzien wordt in de begroting opgenomen voor uitgaven waarmee bij het opstellen van de begroting geen rekening wordt gehouden. In de begroting van 2024 is een bedrag van € 48.000 opgenomen. Kosten overhead Vooralsnog bestaan de kosten van overhead in de SED uit huisvestingslasten, ICT lasten, kosten bedrijfsvoering, facilitaire kosten en salarissen uit € 28.560.000. Doordat de gevolgen van de cao ontwikkelingen volledig op overhead zijn begroot is het bedrag hoger dan vorig jaar. Als de cao definitief wordt verwerkt, wordt de ontwikkeling verder verdeeld. Vennootschapsbelasting Er wordt verwacht dat er voor 2024 geen VPB last betaald hoeft te worden. Derhalve is er ook geen VPB last geraamd
14
4.
Paragrafen
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Aanleiding en achtergrond Een definitie van weerstandsvermogen is de mate waarin de SED organisatie in staat is substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat de continuïteit in gevaar komt. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van de SED organisatie moet de weerstandscapaciteit worden bezien in relatie tot mogelijke risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden. Tot de vrij aanwendbare middelen horen alle reserves met een vrij aanwendbaar karakter. De afgelopen jaren is een sterke impuls aan het risicomanagement binnen de SED organisatie gegeven. Ook in de komende jaren blijft dit vol in de aandacht. Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis gaat gebeuren (kans) en hoe groot de financiële gevolgen (impact) zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De kans dat een risico zich voordoet, is opgenomen in 5 klassen: Kans 1: 2: 3: 4:
Definitie < of 1 x per jaar 1 x per 5-10 jaar 1x per 2-5 jaar 1x per 1-2 jaar
% van bruto bedrag 10% 30% 50% 70%
5:
1x per jaar of meer
90%
In de tabel hieronder zijn de risico’s die op dit moment zijn onderkend nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het betreffende onderwerp van het risico, de beschrijving van het risico en de gewenste beheermaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens worden het effect (de impact), de kans en de berekende kans x impact weergegeven. De laatste kolom geeft inzicht in het beslag dat het risico legt op de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij als voorbeeld Cybercrime een onderkende kans heeft van 4 (conform tabel boven 1 x per 1-2 jaar) voor het financieel risico wordt dan uitgegaan van 70% van het maximaal risico bedrag, zijnde € 1.050.000.
15
Onderwerp Datalek, cybercrime en uitval ICT systemen Personeel
Wet- en regelgeving
Korte beschrijving risico - Imagoschade door datalekken - hacker-activiteiten systemen uitzetten - beperkte structurele formatie
- ontbreken van juridische kennis en capaciteit in primaire proces
Genomen beheersmaatregel Redundante systemen en backupdata.
Versterken arbeidsmarkt communicatie. Imago verbetering. In gesprek gaan met colleges en raden om tot een juiste formatiebezetting te komen. Juridisch onderlegde medewerker per vakafdeling.
Maximaal risicoBedrag x omvang in Kans op kans in € 1.000 optreden Impact € 1.000 1.500 4 5 1.050
500
4
5
350
100
4
4
70
Totaal:
1.470
Het totale maximale financieel gevolg van alle drie risico’s van de SED Organisatie betreft € 1.470.000. Uitgaande van de spelregels rondom het risicomanagement binnen de SED Organisatie, ligt de speelruimte voor het weerstandscapaciteit tussen de 75% en 90%. De SED organisatie kent als beschikbare weerstandscapaciteit geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen een post onvoorzien van € 48.000 structureel worden meegenomen. Met uitzondering van deze structurele weerstandscapaciteit, wordt voor de benodigde weerstandscapaciteit een beroep gedaan op het weerstandsvermogen van de deelnemende gemeenten. In evenredigheid van de verdeelsleutel dient het benodigde weerstandscapaciteit meegenomen te worden in de begroting van de afzonderlijke gemeenten als risico’s bij de verbonden partij SED Organisatie. Kengetallen Verloop van de kengetallen Kengetallen:
Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027
1. netto schuldquote
18%
21%
26%
24%
22%
21%
2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
18%
21%
26%
24%
22%
21%
3. solvabiliteitsratio
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
4. structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
5. grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1./2. De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Als kritische grens wordt 100% aangehouden (bron: VNG). Hier blijft de SED organisatie met 26% ruimschoots onder.
16
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid. De gemeenschappelijke regeling SED organisatie heeft in 2015 gebouwen en inventaris verworven. Het onderhoud van deze gebouwen wordt geregeld door de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. De onderhoudskosten worden door de gemeenten in rekening gebracht bij de SED organisatie.
4.3
Financiering
Algemeen De wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. Doel van deze wet is het bevorderen en transparant maken van het financieringsbeleid van de overheden. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Treasurystatuut evenals een paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening. In de paragraaf worden ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Financieringsarrangement Er is een financieringsovereenkomst afgesloten met de NV Bank Nederlandse Gemeenten. In de financierings-overeenkomst is een maximum kredietbedrag in rekening courant afgesproken van € 2.000.000. Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Het verplicht schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen en geldt dus ook voor de SED organisatie.
Een leenfaciliteit, namelijk dat er ook via de schatkist geleend kan worden, is niet aan de orde. Door het Ministerie is een drempelbedrag vastgesteld dat op de rekening courant van de eigen bank mag blijven staan. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien dagelijks buiten de schatkist mag aanhouden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat het drempelbedrag wordt overschreden, maar deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. Het drempelbedrag is vast gesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de SED-organisatie houdt dit in dat wanneer het saldo op de rekening courant hoger is dan € 277.000 dit moet worden afgeroomd naar de schatkist. Het beheer is er op gericht dat deze situatie zich zo weinig mogelijk voordoet.
17
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de SED organisatie de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (met een looptijd korter dan één jaar) weer. De belangrijkste vormen zijn kasgeldleningen en rekening-courantkrediet. Wettelijk moet worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden zodra de limiet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Het doel van deze limiet is het renterisico op korte financiering te beperken. De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%) en bedraagt voor de SED organisatie ongeveer € 3,0 miljoen. Deze norm wordt in 2024 niet overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Van renteherziening is sprake, als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast. Herfinanciering bestaat uit het totaal aan aflossingen van langlopende leningen, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Voor de SED organisatie bedraagt de renterisiconorm voor het jaar 2024 ongeveer € 7,3 miljoen. De SED organisatie blijft ruim onder de renterisiconorm. Dat is ook logisch omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de deelnemende gemeenten.
Omslagrente Er wordt € 5.000 aan rente in de begroting geraamd. Het geraamde omslagpercentage is 0,076%
4.4
Bedrijfsvoering
In de programmabegroting van de SED organisatie is geen onderscheid gemaakt naar programma’s. Er is slechts sprake van één programma en dat is de programma Bedrijfsvoering. Een paragraaf bedrijfsvoering voegt in deze situatie niet veel toe aan de informatie die bij het programma Bedrijfsvoering is vermeld. In deze paragraaf volstaan wij dan ook met slechts een verwijzing naar de tekst bij het programma Bedrijfsvoering.
4.5 Paragraaf Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden. De Woo heeft de Wet openbaarheid bestuur (Wob) vervangen, deze wet is echter meer dan de Wob. De Woo verplicht de SED gemeenten tot: Het passief openbaar maken van informatie via het afhandelen van Wooverzoeken. Het actief openbaar maken van 11 informatie categorieën. Het aanstellen van een Woo-contactfunctionaris. Het op orde brengen van de informatiehuishouding. Het implementeren van de Woo gebeurt via het project Implementatie Woo. Het passief openbaar maken, oftewel het afhandelen van Woo-verzoeken, is per 1 mei 2022 met de inwerkingtreding van de Woo reeds geïmplementeerd. Een burger kan een Wooverzoek elektronisch indienen bij de SED. Het actief openbaar maken doet de SED deels al. Denk aan de publicatie van wet- en regelgeving op overheid.nl. De komende 5 jaar gaat de SED de 11 informatie categorieën fasegewijs publiceren conform de landelijke planning. De 18
implementatie van het landelijke platform PLOOI is in november 2022 geparkeerd. De SED zal daarom in Q1 2023 een keuze maken voor een alternatief platform. Ter voorbereiding hierop implementeert de SED in Q1 software om informatie te kunnen anonimiseren. Tevens is in februari de werving voor de Woo-contactfunctionaris gestart. Deze gaat een rol vervullen bij het actief publiceren en het coördineren van Woo-verzoeken. Voor het op orde brengen van de informatiehuishouding hebben de SED-gemeenten 8 jaar de tijd. Het streven is om te gaan werken vanuit het principe ‘1 bron 1 waarheid’, elk informatie-element kent maar 1 bron; informatie rechtmatig opslaan, delen en bewaren. Via quickscans van elke informatie categorie worden knelpunten in beeld gebracht. Op dit moment zijn 5 quick scans gereed. Op basis van de quick scans worden verbeteringen in gang gezet via multidisciplinaire verbeterteams ('W00ts'). Er zijn 2 W00ts afgerond en op dit moment lopen er 3 W00ts voor Convenanten, bestuursstukken en organisatiegegevens. In april legt het projectteam een voorgangsrapportage voor aan de stuurgroep met daarin een terug- en vooruitblik.
19
5.
Overzicht van baten en lasten en toelichting
5.1
Overzicht van baten en lasten
Het overzicht van baten en lasten voor de SED organisatie ziet er als volgt uit: (bedragen € 1.000)
Personeelslasten Salarissen Overige salariskosten Kosten tijdelijke vervanging Overige kosten personeel
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
31.711 29.081 451 355 1.824
37.175 34.378 476 399 1.923
38.605 35.716 485 446 1.957
40.052 37.088 495 483 1.986
40.863 37.882 497 487 1.996
182 182
184 184
187 187
191 191
191 191
6.830 723 281 981 4.845 138 48 56 28 5 -38.488 -12.732 -14.156 -11.600 -372 -182 -191 0
7.233 855 308 1.029 5.041 146 52 60 29 5 -44.362 -14.804 -16.549 -13.009 -377 -184 -193 0
7.320 872 375 1.048 5.025 149 53 61 30 5 -45.881 -15.356 -17.081 -13.444 -381 -187 -193 0
7.464 891 380 1.087 5.106 153 54 63 31 5 -47.476 -15.923 -17.623 -13.929 -384 -191 -193 0
7.331 895 405 1.092 4.940 154 54 63 31 5 -48.155 -16.151 -17.876 -14.128 -384 -191 -193 0
Personele kosten, gedekt bij de gemeenten Direct doorbelaste kosten Facilitair Faciliteiten Huisvesting gemeentehuizen Huisvesting werkplaatsen ICT Overig Onvoorzien Accountantskosten Advieskosten Overige exploitatiekosten Bijdrage gemeenten aan SED Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland Overige baten Direct doorbelaste kosten Diverse baten Eindtotaal
5.2
Overzicht van incidentele baten en lasten
(bedragen *€ 1.000) Wet Openbare Overheid
Begroting 2024 165
Begroting 2025 168
Begroting 2026 168
Begroting 2027 0
Tegenover deze incidentele lasten staat ook een incidentele bijdrage van de gemeenten. Het structurele begrotingssaldo van SED bedraagt € 0.
20
6. Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting (bedragen € 1.000)
Begroting 2023
Personeelslasten Salarissen Overige salariskosten Kosten tijdelijke vervanging Overige kosten personeel Personele kosten, gedekt bij de gemeenten Direct doorbelaste kosten Facilitair Faciliteiten Huisvesting gemeentehuizen Huisvesting werkplaatsen ICT Overig Onvoorzien Accountantskosten Advieskosten Overige exploitatiekosten Bijdrage gemeenten aan SED Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland Overige baten Direct doorbelaste kosten Diverse baten Eindtotaal
21
Begroting 2024
31.711 29.081 451 355 1.824
Wijziging conform kaders 5.464 5.297 25 44 99
182 182
3 3
184 184
6.830 723 281 981 4.845 138 48 56 28 5 -38.488 -12.732 -14.156 -11.600 -372 -182 -191 0
403 132 28 48 197 8 3 3 1 0 -5.873 -2.072 -2.393 -1.408 -5 -3 -2 0
7.233 855 308 1.029 5.041 146 52 60 29 5 -44.362 -14.804 -16.549 -13.009 -377 -184 -193 0
37.175 34.378 476 399 1.923
Geprognotiseerde balans
Bedragen x €1000
1-1-2024
Begin en eindbalans
31-12-2024
ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa
7.932
7.409
Totaal vaste activa
7.932
7.409
5.358
5.358
44
44
236 5.638
236 5.638
13.570
13.047
Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
46 6.941
46 6.701
Totaal vaste passiva
6.987
6.747
2.284 4.299 6.583
2.001 4.299 6.300
13.570
13.047
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
Totaal ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal PASSIVA
EMU-saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het EMU-saldo van de SED bedraagt € 511.000.
22
Meerjarenraming en toelichting Toelichting op meerjarenraming In de meerjarenbegroting is voor de jaren 2024-2027 is een prijsindexatie van 2,5% toegepast. De loonindexatie welke is toegepast bedraagt voor 2024-2027 3,9%. Bedragen x €1000
1-1-2025
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
Materiele vaste activa
7.409
6.801
6.302
6.108
Totaal vaste activa
7.409
6.801
6.302
6.108
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
5.358
5.358
5.358
5.358
Meerjaren balansen
ACTIVA Vaste activa
Liquide middelen
44
44
44
44
Overlopende activa Totaal vlottende activa
236 5.638
236 5.638
236 5.638
236 5.638
Totaal ACTIVA
13.047
12.439
11.940
11.746
Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
46 6.701
46 6.461
46 6.221
46 5.981
Totaal vaste passiva
6.747
6.507
6.267
6.027
Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
2.001 4.299 6.300
1.633 4.299 5.932
1.374 4.299 5.673
1.420 4.299 5.719
Totaal PASSIVA
13.047
12.439
11.940
11.746
PASSIVA Vaste passiva
Vlottende passiva
23