CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

9.2 Begroting 2023 SED organisatie (2022-12)

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Zienswijzeprocedure Jaarstukken 2021 en Begrotingen 2023 GR-en (2022-12)4.800 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begroting 2023

Inhoudsopgave

1.

Inleiding.......................................................................................................................... 3

2.

Financiële kaders begroting 2023................................................................................... 4

3.

Programmaplan .............................................................................................................. 6

4.

5.

6.

3.1

Programma bedrijfsvoering ..................................................................................... 6

3.2

Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ...........................................10

Paragrafen ....................................................................................................................12 4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................12

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................14

4.3

Financiering............................................................................................................14

4.4

Bedrijfsvoering .......................................................................................................15

Overzicht van baten en lasten en toelichting .................................................................16 5.1

Overzicht van baten en lasten ................................................................................16

5.2

Overzicht van incidentele baten en lasten ..............................................................17

Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting .....................................................17

Meerjarenraming en toelichting ............................................................................................20

1.

Inleiding

Voor u ligt de Begroting 2023 van de SED Organisatie. Basis voor deze begroting is de Kaderbrief 2023 van de SED Organisatie. Overigens zijn niet alle onderwerpen financieel doorvertaald naar deze begroting. Enkele onderwerpen moeten nog worden uitgewerkt. Deze zullen in de begrotingsuitvoering 2023 aan de orde komen. In deze begroting 2023 treft u vervolgens aan: 2 Financiële kaders begroting 2023 3 Programmaplan 2023 4 Paragrafen 5 Overzicht van baten en lasten 6 Uiteenzetting financiële positie De bedragen in de tabellen zijn, tenzij anders vermeld, maal € 1.000.

2.

Financiële kaders begroting 2023

Kaderbrief 2023 Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2023 zijn kaders daarvoor opgenomen in de -door het dagelijks bestuur opgestelde- Kaderbrief 2023 van de SED organisatie. Deze Kaderbrief is vervolgens voor zienswijze van de raden aan de deelnemende gemeenten aangeboden. De gemeenteraden hebben de volgende zienswijzen geformuleerd: Zienswijze raad Stede Broec: Een positieve zienswijze af te geven over de kaderbrief 2023 van de gemeenschappelijke regeling SED. Zienswijze raad Enkhuizen: De raad geeft een positieve zienswijze af over de Kadernota 2023 van de gemeenschappelijke regeling SED. Zienswijze raad Drechterland: 1. een positieve zienswijze afgeven op de Kadernota 2023; 2. wat betreft huisvesting van de SED, als zienswijze naar het AB van SED uit te dragen dat een visie en nadere analyse omtrent het huisvestingsvraagstuk gewenst is vanuit een organisatorisch en financieel oogpunt. Loonindexatie en loonontwikkeling Jaarlijks wordt het budget voor loonkosten aangepast aan autonome ontwikkelingen, zoals de periodieken, wijzigingen in werkgeverslasten en -indien van toepassing- een nieuwe CAO. Voor loonontwikkeling wordt uitgegaan van de CAO gemeenten (CAR-UWO) en als er nog geen nieuwe CAO is, dan wordt uitgegaan van de regionale richtlijn voor West-Friese GR-en. Voor 2023 is nog geen CAO vastgesteld.

Conform de regionale richtlijn voor West-Friese GR-en is in de begroting 2023 een structurele loonindexatie van 2,3% toegepast. Hiervan betreft 0,3% een inflatiecorrectie voor het jaar 2020. Voor de jaren na 2023 is een indexatie van 2,0% cumulatief toegepast, wat betekent dat op ieder volgend jaar in de meerjarenraming een structurele indexatie van 2,0% is toegepast (ten opzichte van 2023 dus 2,0% in 2024; 4,0% in 2025; 6,0% in 2026, etc.). Op basis van de begroting 2022 was in de meerjarenraming een structurele cumulatieve indexatie van 1,3% toegepast. Daar de huidige indexatie 0,7% hoger is heeft dit een toename van de loonkosten in de meerjarenraming tot gevolg. Als de CAO voor Gemeenten voor 2023 bekend is en afwijkt van 2,3% wordt het Algemeen Bestuur een voorstel met financiële consequenties daarvan voorgelegd met het verzoek de begroting 2023 hierop aan te passen. Prijsindexatie Conform de regionale richtlijn voor West-Friese GR-en wordt uitgegaan van een structurele en cumulatieve indexatie van de overige uitgaven van 2,0%. Op basis van de begroting 2022 is vorig jaar een structurele en cumulatieve indexatie van 1,4% toegepast in de meerjarenraming. De huidige indexatie is hoger dan de vorig jaar toegepaste indexatie, hierdoor is een stijging van de uitgaven zichtbaar.

Uitkering gemeentefonds Voor financiële gevolgen van loon- en prijsindexatie worden gemeenten deels gecompenseerd door de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze wordt door de individuele gemeente ontvangen. In de decembercirculaire 2021 is de indexatie van het gemeentefonds naar boven bijgesteld. Kapitaallasten vervangingsinvesteringen De investeringen zijn opgenomen conform de meerjarenplanning voor de vervanging van materieel en apparatuur voor de jaren 2023-2026. Ook zijn er conform de kaderbrief meerjaren-investeringen voor ICT opgenomen. Gemeentelijke bijdrage Als gevolg van de verhoging van de indexatie op lonen en prijzen is sprake van een verhoging van de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van het meerjarenperspectief in de begroting 2022. Meerjarenraming 2024-2026 In deze ontwerpbegroting SED organisatie 2023 is de meerjarenbegroting 2024-2026 opgenomen. Rente Als interne beleidslijn inzake toerekening van rente over nieuwe investeringen wordt de gemiddelde rente van kort geld (1 week) en lang geld (15 jaar) bij de BNG over de afgelopen zeven jaar gehanteerd. Dit percentage komt neer op 1,0%.

3.

Programmaplan

3.1

Programma bedrijfsvoering

Wat willen we bereiken De SED organisatie werkt aan een prettige woon- werk- en leefomgeving. Zij staat voor goede dienstverlening aan de inwoners en ondernemers, en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. We bouwen met elkaar aan een stevige organisatie en zijn goed in contact met onze medewerkers. Voor de bedrijfsvoering zijn belangrijke speerpunten om de structuur op tal van terreinen te versterken. Dat betekent plannen en organiseren en duidelijke keuzes maken binnen de middelen die we tot onze beschikking hebben. We zullen dus ook in de toekomst steeds scherp moeten zijn op een efficiënte inzet van onze capaciteit en zo nodig keuzes blijven maken. In 2023 gaan we verder op de ingeslagen weg met een nieuw Algemeen Bestuur, nieuwe (C)UPS en belangrijke prioriteiten voor de organisatie als de invoering van de Wet Open Overheid en de Omgevingswet en het verbeteren van de interne beheersing met het oog op de te verwachten af te geven "in control statement" door de colleges.

Wat gaan we daarvoor doen? Personeelszaken/ HRM De krappe arbeidsmarkt maakt het steeds belangrijker dat we ons kunnen profileren als aantrekkelijke werkgever. In 2022 is het programma arbeidscommunicatie gestart om verschillende interventies te ontwikkelen om de SED goed te positioneren. Met de resultaten hiervan en de positionering van de SED gaan we in 2023 uiteraard door. Financieel zien we dat het steeds vaker noodzakelijk is om arbeidsmarkttoelages toe te kennen om personeel te behouden en nieuw personeel te verleiden de overstap naar de SED te maken. Daarnaast is voor specifieke functiegroepen steeds vaker eenvoudigweg geen vast personeel te vinden (denk aan riolering, verkeer) en is het nodig terug te vallen op inhuur, waardoor de kosten toenemen. Dit is niet alleen voor de SED een probleem, maar elke gemeente worstelt hiermee. Wij voorzien voor de toekomst dan ook een verdere opwaartse druk op de kosten van personeel. Sturing op het personeel en inhuurbudget was bij de SED altijd al een belangrijk aandachtspunt en ter verdere verbetering hebben we in 2022 de implementatie gerealiseerd van het Prognosemodel Salariskosten, waardoor ieder afdelingshoofd zijn/haar kosten kan monitoren. Door middel van kwartaalrapportages wordt het DB geïnformeerd. De CAO gevolgen zijn verwerkt bij de Voorjaarsnota 2022. Voor 2023 is nog geen nieuwe CAO afgesloten. Financiën

Op het gebied van Financiën worden stappen gezet met het verbeteren van de beheersing door de kwartaalrapportages te vervolmaken. Ten aanzien van de beheersing van de personele lasten en kosten van inhuur (circa 80% van de SED begroting) werken we met een prognosemodel dat in 2022 is geïmplementeerd.

De drie colleges hebben in december 2021 in SED verband een besluit genomen over het aangaan (of vernieuwen) van een convenant Horizontaal Toezicht (HT) tussen de Belastingdienst en de gemeente. Dit convenant gaat op 1 januari 2023 in. Ter voorbereiding op het af te sluiten convenant zijn alle ‘achterstallige werkzaamheden’ zoals de (her)controles voor de btw en andere fiscale regelingen zoveel als mogelijk afgewikkeld. Door de intensiever afstemming met de Belastingdienst is de verwachting dat we nog tegen enkele onvolkomenheden zullen aanlopen die extra aandacht en inzet op dit punt nodig zullen maken. Facilitaire dienstverlening Facilitair speelt in op de behoefte van de primaire bedrijfsprocessen van de organisatie. De dienstverlening wordt meer gestructureerd en kaders worden gesteld in verantwoordelijkheden en afbakening van taken. De behoeften van de diverse klanten worden in kaart gebracht en de dienstverlening passen we, waar mogelijk, aan op die behoeftes. Werkprocessen worden nog efficiënter ingericht en kengetallen worden inzichtelijk gemaakt zodat de basisgegevens op orde zijn en er meer grip komt op de bedrijfsvoering. In 2022 is het project hybride werken gestart en in 2023 zullen de resultaten bekend worden en eventueel benodigde aanpassingen plaatsvinden.

Daarbij zal ook een nadere analyse worden gemaakt van het zo efficiënt mogelijk inzetten van de huisvesting en eventuele investeringen hierin. Voor wat betreft de beveiliging van de gebouwen is in 2022 een plan van aanpak opgesteld en geïmplementeerd. In 2023 zal dit plan structureel uitgewerkt worden om de continuïteit te kunnen waarborgen. ICT Informatiebeveiliging en privacy zijn en blijven belangrijke thema’s voor de SED, zeker gezien de wereldwijde ontwikkelingen en bedreigingen. In 2022 zijn we verdergegaan met de invoering van de eisen die gesteld zijn aan beveiliging, zowel technisch als organisatorisch. In 2023 gaan we hier mee verder en worden organisatorisch de rollen verder geïmplementeerd. Voor een goede Informatiebeheer- en voorziening zijn we in 2022 gestart met het project Informatiegericht werken. Ook de nieuwe Wet Open Overheid (WOO) stelt eisen aan het beheer van Informatie. In 2022 zijn we gestart om deze projecten in een plan te gieten. In 2023 gaan we de implementatie van deze plannen verder uitvoeren. In 2022 is een Zaaksysteem aanbesteed. In 2023 gaan we verder met de implementatie van dit systeem, gecombineerd met de eisen van de WOO. Om zo efficiënt mogelijk te werken en daarmee de bedrijfsvoering te verbeteren, ontwikkelen we toepassingen met robotisering die manuele processtappen omzetten naar geautomatiseerd.

In het kader van data-gedreven te werken en meten is weten, ontwikkelen we toepassingen en platforms om data makkelijk te ontsluiten en om te zetten naar management-informatie. Administratieve organisatie en interne beheersing De SED blijft werken aan het verder verbeteren van haar interne beheersing. Concern control en het team AO/IB monitoren de opvolging van de aanbevelingen van de accountant

en voeren audits en bijzondere onderzoeken uit omwille van onafhankelijke oordeelsvorming. Ook blijft het team AO/IB kritisch kijken naar processen en adviseert zij op het gebied van procesoptimalisatie en harmonisatie. Aan de hand van het IC/VIC plan voeren de vakafdelingen zelf interne controles uit, waarbij continu wordt gekeken naar beheersing van de risico’s. Naar verwachting moet in 2023 het college voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening over het verslagjaar 2022. De parlementaire besluitvorming hierover is bij het opstellen van deze begroting nog niet afgerond. Inkoop Inkoop draagt bij aan de missie van de SED organisatie; ‘samen werken aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving’. Doel is te komen tot een professioneel, effectief en efficiënte inkoopprocessen, waarbij . er rechtmatig en doelmatig wordt ingekocht. Dit wordt gedaan via opleiding, regionale samenwerking en het. Met inkoop willen we een maatschappelijke meerwaarde creëren en bijdragen aan een duurzaam, sociaal en economisch gezonde omgeving. Ook het verder ontwikkelen van instrumenten als de spendanalyse en de contractenbank draagt hieraan bij.

Wat mag het kosten? Begroting 2023 Het saldo van de baten en lasten in de begroting 2023 na de Najaarsnota 2021 bedraagt In de Kaderbrief 2023 zijn autonome ontwikkelingen opgenomen ad 1) Bijstelling bijdrage DeSOM 2) Software Broker 3) Omgevingswet 4) Wet Openbare Overheid 5) Het saldo van de baten en lasten in de begroting 2023 inclusief Kaderbrief 2023 bedraagt

1)

€ 36.455.000 € 432.000 € 182.000 € 43.000 € 78.000 € 333.000 € 37.523.000

De lasten dalen door de bijstelling van de direct doorbelaste kosten.

2) Dit is een bijstelling op basis van de “bijdrage DeSom” vermeld in de kadernota 2023 DeSom. Hier is dekking voor bij de gemeenten. 3) Vanaf 5 januari verwerft SED software oplossingen voor de kernapplicaties via een Software Broker. Deze Europese werving is in september 2021 gestart en in januari 2022 afgerond. Doel is het contractbeheer van kernapplicaties te professionaliseren en onrechtmatigheid van uitgaven te voorkomen. Voor de diensten van deze broker is 43.000 Euro structureel op te nemen in de begroting. 4) Vanuit het project Implementatie Omgevingswet zijn 2 nieuwe systemen, Geodan (19k) en nedGraphics (59k), aangeschaft. Deze bedragen dienen ter dekking van de structurele lasten voor de licenties. 5) Per 1 mei 2022 treedt de Wet Open Overheid (WOO) in werking. Deze wet vervangt de huidige WOB. Primair stelt de WOO gemeenten verplicht om meer informatie actief openbaar te maken, een WOO contactfunctionaris aan te stellen en WOO-verzoeken (nu WOB) af te handelen. Secundair stelt de WOO gemeenten verplicht hun informatiehuishouding op orde te brengen, zodat de juiste informatie gemakkelijk vindbaar en toegankelijk is. Hier is dekking voor bij de gemeenten uit de verstrekte Rijksbijdrage.

Begroting 2023 in vergelijking met de begroting 2022 Op basis van voorschriften moet in de begroting in financiële zin een vergelijking worden gemaakt met de begroting van het voorgaande jaar. Deze ziet die er als volgt uit:

Lasten Baten Saldo begroting

Begroting 2022 36.379 437 35.942

begroting 2023 37.894 372 37.523

verschil -1.515 -65 -1.580

Hieruit blijkt dat het saldo van lasten (het naar de deelnemers door te belasten deel) in de begroting 2023 met € 1.580.000 toeneemt ten opzichte van 2022. In het overzicht hieronder worden de verschillen tussen de begroting 2022 en 2023 toegelicht.

Lasten Stijging van lonen als gevolg van de loonindexatie van 2,3 % en periodieken

-/- 593

Budget BOA terug naar gemeenten (Besluit najaarsnota 2021 SED)

53

Bijraming salaris uitvoering administratie CAW (najaarsnota 2021 SED)

-/- 45

Stijging van prijzen als gevolg van de priisindexatie van 2,3 %

-/- 276

Bijstelling personeelskosten gedekt bij de gemeenten (neutraal)

+ 112

Lasten informatiebeveiliging

-/- 60

Bijstelling bijdrage DeSOM

-/- 182

Software Broker

-/- 43

Omgevingswet

-/- 78

Wet Openbare Overheid

-/- 333

Hogere kapitaallasten investeringen

-/- 70

Totaal hogere lasten

-/- 1.515

Baten Bijdrage CAW (najaarsnota 2021)

45

Bijstelling personeelskosten gedekt bij gemeenten (neutraal)

-/- 112

Hogere baten omdat op inkomsten een prijscompensatie is toegepast van 2,3%

3

Totaal lagere baten

-/- 65

Per saldo een nadeel van

3.2

-/- 1.580

Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

47.000

48.000

49.000

50.000

50.000

35.941.000

36.479.000

36.962.000

37.442.000

37.959.000

Lasten: Onvoorzien Baten: Bijdragen gemeenten

Bijdrage gemeenten De berekening van de bijdrage gebeurt door het saldo van lasten en baten te vermenigvuldigen met de verdeelsleutel (percentage) per gemeente. 2023 is het eerste jaar dat er geen ingroeipad meer wordt gehanteerd. De verdeelsleutel is als volgt:

Verdeelsleutel Gemeente: Bijdrage Stede Broec

33,08%

Bijdrage Enkhuizen

36,78%

Bijdrage Drechterland

30,14%

Voor het nieuwe begrotingsjaar zijn in onderstaande tabel de nieuwe bijdrage per gemeente weergegeven: Bijdrage gemeenten aan SED organisatie

Begroting 2022

Mutatie

Begroting 2023

Bijdrage Stede Broec

11.889.000

523.000

12.412.000

Bijdrage Enkhuizen

13.219.000

582.000

13.801.000

Bijdrage Drechterland

10.833.000

476.000

11.309.000

Totale bijdrage

35.941.000

1.580.000

37.522.000

Onvoorzien De post onvoorzien wordt in de begroting opgenomen voor uitgaven waarmee bij het opstellen van de begroting geen rekening wordt gehouden. In de begroting van 2023 is een bedrag van € 48.000 opgenomen. Kosten overhead De kosten van overhead in SED bestaande uit huisvestingslasten, ICT lasten, kosten bedrijfsvoering, facilitaire kosten en salarissen bedragen € 22.164.000 Vennootschapsbelasting Er wordt verwacht dat er voor 2023 geen VPB last betaald hoeft te worden. Derhalve is er ook geen VPB last geraamd

4.

Paragrafen

4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond Een definitie van weerstandsvermogen is de mate waarin de SED organisatie in staat is substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat de continuïteit in gevaar komt. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van de SED organisatie moet de weerstandscapaciteit worden bezien in relatie tot mogelijke risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden. Tot de vrij aanwendbare middelen horen alle reserves met een vrij aanwendbaar karakter. De afgelopen jaren is een sterke impuls aan het risicomanagement binnen de SED organisatie gegeven. Ook in de komende jaren zal dit vol in de aandacht blijven. Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis gaat gebeuren (kans) en hoe groot de financiële gevolgen (impact) zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De kans dat een risico zich voordoet, is opgenomen in 5 klassen:

In de tabel hieronder zijn de risico’s die op dit moment zijn onderkend nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het betreffende onderwerp van het risico, de beschrijving van het risico en de gewenste beheermaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens worden het effect (de impact), de kans en de berekende kans x impact weergegeven. De laatste kolom geeft inzicht in het beslag dat het risico legt op de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij als voorbeeld Cybercrime een onderkende kans heeft van 4 (conform tabel boven 1 x per 1-2 jaar) voor het financieel risico wordt dan uitgegaan van 70% van het maximaal risico bedrag, zijnde € 1.050.000.

Het totale maximale financieel gevolg van alle drie risico’s van de SED Organisatie betreft € 1.470.000. Uitgaande van de spelregels rondom het risicomanagement binnen de SED Organisatie, ligt de speelruimte voor het weerstandscapaciteit tussen de 75% en 90%. De SED organisatie kent als beschikbare weerstandscapaciteit geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen een post onvoorzien van € 47.000 structureel worden meegenomen. Met uitzondering van deze structurele weerstandscapaciteit, wordt voor de benodigde weerstandscapaciteit een beroep gedaan op het weerstandsvermogen van de deelnemende gemeenten. In evenredigheid van de verdeelsleutel dient het benodigde weerstandscapaciteit meegenomen te worden in de begroting van de afzonderlijke gemeenten als risico’s bij de verbonden partij SED Organisatie. Kengetallen

Kengetallen: 1. netto 2. netto schuldquote schuldquote 3. solvabiliteitsratio gecorrigeerd voor 4. allestructurele verstrekte 5. grondexploitatie exploitatieruimte leningen

Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024

Begroting Begroting 2025 2026

21% 21%

20% 20%

21% 21%

21% 21%

21% 21%

21% 21%

nvt nvt nvt

nvt nvt nvt

nvt nvt nvt

nvt nvt nvt

nvt nvt nvt

nvt nvt nvt

1./2. De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Als kritische grens wordt 100% aangehouden (bron: VNG). Hier blijft de SED organisatie met 21% ruimschoots onder.

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid. De gemeenschappelijke regeling SED organisatie heeft in 2015 gebouwen en inventaris verworven. Het onderhoud van deze gebouwen wordt geregeld door de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. De onderhoudskosten worden door de gemeenten in rekening gebracht bij de SED organisatie.

4.3

Financiering

Algemeen De wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. Doel van deze wet is het bevorderen en transparant maken van het financieringsbeleid van de overheden. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Treasurystatuut evenals een paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening. In de paragraaf worden ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Financieringsarrangement Er is een financieringsovereenkomst afgesloten met de NV Bank Nederlandse Gemeenten. In de financierings-overeenkomst is een maximum kredietbedrag in rekening courant afgesproken van € 2.000.000. Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Het verplicht schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen en geldt dus ook voor de SED organisatie.

Een leenfaciliteit, namelijk dat er ook via de schatkist geleend kan worden, is niet aan de orde. Door het Ministerie is een drempelbedrag vastgesteld dat op de rekening courant van de eigen bank mag blijven staan. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien dagelijks buiten de schatkist mag aanhouden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat het drempelbedrag wordt overschreden, maar deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. Het drempelbedrag is vast gesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de SED-organisatie houdt dit in dat wanneer het saldo op de rekening courant hoger is dan € 277.000 dit moet worden afgeroomd naar de schatkist. Het beheer is er op gericht dat deze situatie zich zo weinig mogelijk voordoet.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de SED organisatie de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (met een looptijd korter dan één jaar) weer. De belangrijkste vormen zijn kasgeldleningen en rekening-courantkrediet. Wettelijk moet worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden zodra de limiet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Het doel van deze limiet is het renterisico op korte financiering te beperken. De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%) en bedraagt voor de SED organisatie ongeveer € 3,0 miljoen. Deze norm wordt in 2023 niet overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Van renteherziening is sprake, als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast. Herfinanciering bestaat uit het totaal aan aflossingen van langlopende leningen, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Voor de SED organisatie bedraagt de renterisiconorm voor het jaar 2023 ongeveer € 7,3 miljoen. De SED organisatie blijft ruim onder de renterisiconorm. Dat is ook logisch omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de deelnemende gemeenten.

Omslagrente Er wordt € 5.000 aan rente in de begroting geraamd. Het geraamde omslagpercentage is 0,076%

4.4

Bedrijfsvoering

In de programmabegroting van de SED organisatie is geen onderscheid gemaakt naar programma’s. Er is slechts sprake van één programma en dat is de programma Bedrijfsvoering. Een paragraaf bedrijfsvoering voegt in deze situatie niet veel toe aan de informatie die bij het programma Bedrijfsvoering is vermeld. In deze paragraaf volstaan wij dan ook met slechts een verwijzing naar de tekst bij het programma Bedrijfsvoering.

5.

Overzicht van baten en lasten en toelichting

5.1

Overzicht van baten en lasten

Het overzicht van baten en lasten voor de SED organisatie ziet er als volgt uit: Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Personeelslasten

30.629

31.211

31.880

32.562

33.234

Salarissen

24.947

24.931

25.460

25.995

26.539

Mobiliteitsbudget

250

253

254

255

256

Overige salariskosten

397

356

363

369

376

Kosten tijdelijke vervanging

628

812

861

912

946

3.094

3.162

3.222

3.284

3.345

Direct doorbelaste kosten

294

183

184

187

191

Overige kosten personeel

1.020

1.515

1.536

1.559

1.581

Facilitair

5.615

6.545

6.670

6.683

6.835

Faciliteiten

761

751

762

775

788

Huisvesting gemeentehuizen

616

710

744

762

776

Huisvesting werkplaatsen

482

491

499

508

533

3.755

4.594

4.665

4.638

4.738

Overig

135

138

140

143

146

Onvoorzien

47

48

50

51

52

Accountantskosten

55

56

58

59

60

Advieskosten

33

33

33

34

34

Overige exploitatiekosten

0

0

0

0

0

Bijdrage gemeenten aan SED

-35.941

-37.522

-38.313

-39.007

-39.831

Bijdrage Stede Broec

-11.889

-12.412

-12.674

-12.904

-13.176

Bijdrage Enkhuizen

-13.219

-13.801

-14.092

-14.347

-14.650

Bijdrage Drechterland

-10.833

-11.309

-11.548

-11.757

-12.005

Overige baten

-437

-372

-377

-381

-384

Direct doorbelaste kosten

-294

-182

-184

-187

-191

Diverse baten

-143

-191

-193

-193

-193

Eindtotaal

0

0

0

0

0

Flexibele schil

ICT

5.2 Overzicht van incidentele baten en lasten

Wet Openbare Overheid

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

162.000

165.000

168.000

168.000

Tegenover deze incidentele lasten staat ook een incidentele bijdrage van de gemeenten. Het structurele begrotingssaldo van SED bedraagt € 0.

6.

Uiteenzetting financiële positie en toelichting Begroting 2022

Wijziging conform kaders

Begroting 2023

Personeelslasten

30.630

581

31.211

Salarissen

24.947

-16

24.931

Mobiliteitsbudget

250

3

253

Overige salariskosten

397

-41

356

Kosten tijdelijke vervanging

628

184

812

3.094

68

3.162

Direct doorbelaste kosten

294

-111

183

Overige kosten personeel

1.020

495

1.515

Facilitair

5.614

931

6.545

Faciliteiten

761

-10

751

Huisvesting gemeentehuizen

616

94

710

Huisvesting werkplaatsen

482

9

491

3.755

839

4.594

Overig

135

3

138

Onvoorzien

47

1

48

Accountantskosten

55

1

56

Advieskosten

33

0

33

Bijdrage gemeenten aan SED

-35.941

-1.581

-37.522

Bijdrage Stede Broec

-11.889

-523

-12.412

Bijdrage Enkhuizen

-13.219

-582

-13.801

Bijdrage Drechterland

-10.833

-476

-11.309

Overige baten

-437

65

-372

Direct doorbelaste kosten

-294

112

-182

Diverse baten

-143

-48

-191

Eindtotaal

0

0

0

Flexibele schil

ICT

Geprognotiseerde balans

Bedragen x €1000

Begin en eindbalans

1-1-2023

31-12-2023

ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa

7.149

6.920

Totaal vaste activa

7.149

6.920

3.752

3.752

Liquide middelen

334

334

Overlopende activa

241

241

4.327

4.327

11.476

11.247

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

Totaal vlottende activa

Totaal ACTIVA

PASSIVA Vaste passiva Eigen Vermogen

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar

7.135

6.995

Totaal vaste passiva

7.135

6.995

3.738

3.649

603

603

4.341

4.252

11.476

11.247

Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

Totaal PASSIVA

Meerjaren investeringen materieel afdeling Leefomgeving Conform het meerjaren-vervangingsschema worden komende jaren materieel en hulpmiddelen aangeschaft. Door het meerjarig inzicht is er een doorkijk naar de vervangingsinvestering voor de jaren 2023 tot en met 2026. In 2023 staat er een vervanging van het wagenpark en apparatuur gepland van € 199.000. De kapitaallasten gekoppeld aan deze vervangingsinvesteringen worden in het daaropvolgende jaar opgevoerd. Doordat het grootste gedeelte van het wagenpark de afgelopen jaren vervangen is, zal de volgende jaren het benodigde krediet lager zijn. Hierdoor nemen de kapitaallasten ieder jaar minder toe.

Meerjaren investeringen ICT Er is jaarlijks een bedrag van € 42.500 aan krediet benodigd voor de jaarlijkse aanschaf van laptops. Ook is er jaarlijks krediet van € 37.500 benodigd voor de aanschaf van mobiele telefoons. De totale afschrijvingslasten hiervan bedragen jaarlijks € 21.000. In 2024 kunnen deze afschrijvingslasten worden opgevangen door de vrijval van afschrijvingslasten van eerdere investeringen in laptops en mobiele telefoons. Vanaf 2025 kunnen de afschrijvingslasten geheel worden opgevangen door deze vrijval. EMU-saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het EMU-saldo van de SED bedraagt € 317.000.

Meerjarenraming en toelichting Toelichting op meerjarenraming In de meerjarenbegroting is voor de jaren 2023-2026 is een prijsindexatie van 2,0% toegepast. De loonindexatie welke is toegepast bedraagt voor 2023-2025 ook 2,0%. Bedragen x €1000

Meerjarenbalansen

1-1-2024 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026

ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa

6.920

6.567

6.080

5.722

Totaal vaste activa

6.920

6.567

6.080

5.722

3.752

3.752

3.752

3.752

334

334

334

334

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa

241

241

241

241

Totaal vlottende activa

4.327

4.327

4.327

4.327

Totaal ACTIVA

11.247

10.894

10.407

10.049

PASSIVA Vaste passiva Eigen Vermogen

0

0

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar

6.995

6.855

6.715

6.575

Totaal vaste passiva

6.995

6.855

6.715

6.575

3.649

3.436

3.089

2.871

Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva

603

603

603

603

Totaal vlottende passiva

4.252

4.039

3.692

3.474

Totaal PASSIVA

11.247

10.894

10.407

10.049

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11545958/1