7.1 Kadernota 2027 WerkSaam Westfriesland
Tekst van het document
WERKSAAM WESTFRIESLAND
Kadernota 2027
werkt voor iedereen.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING: WerkSaam Westfriesland Hoofddoelstelling De kerntaak van WerkSaam is het ontwikkelen en aan het werk helpen van werkzoekenden en het goed bedienen van werkgevers die op zoek zijn naar (tijdelijke) arbeidskrachten. Voor mensen voor wie een baan op de arbeidsmarkt (nog) niet haalbaar is, is er werk in de leer-werkbedrijven van WerkSaam of zetten we instrumenten in die bijdragen aan iemands participatie. Als werk (nog) niet mogelijk is verstrekt WerkSaam een uitkering. WerkSaam voert de beleidsontwikkeling, -vaststelling en -uitvoering van de volgende wettelijke en daarvan afgeleide regelingen uit: a. Participatiewet b. Wet sociale werkvoorziening (WSW) c. Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) d. Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) e. Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) f. Aanpak laaggeletterdheid: Wet educatie en beroepsonderwijs (alleen volwasseneneducatie) Daarnaast voeren wij in opdracht van de 7 West-Friese gemeenten de Wet inburgering 2021 uit. Algemeen De missie en visie van WerkSaam is gericht op het ontwikkelen en bemiddelen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wij leveren maatwerk in werk, ontwikkeling en inkomen: we gaan ervoor dat iedereen meedoet. Het is belangrijk dat werkgevers daarbij betrokken zijn.
Zonder werkgevers kunnen wij de doelstellingen niet halen. Naast werkgevers werkt WerkSaam veel samen met andere ketenpartners als: UWV, Werkcentrum (WerkgeversServicepunt is hierin opgegaan), gemeenten, Jongeren Startpunt, hulpverleners en onderwijsinstellingen. WerkSaam staat voor een duurzame, inclusieve samenleving. Wij dragen dit actief uit en zoeken met werkgevers samenwerkingen die hieraan bijdragen. Wij stimuleren onze klanten, partners en opdrachtgevers dat zij zich inzetten voor een inclusieve maatschappij. Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2027 (anders dan bestaand beleid)? Voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving: Landelijke ontwikkelingen implementeren 1. Participatiewet In september 2025 is de Participatiewet in Balans aangenomen door de Eerste kamer. Met de hervorming van de Participatiewet wil men de balans in de wet terugbrengen. Er moet meer evenwicht komen tussen de drie kernelementen van de Participatiewet: bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Dat evenwicht kan bereikt worden door de mens centraal te zetten en uit te gaan van vertrouwen. Daarnaast is vereenvoudiging belangrijk. Er komt meer ruimte voor maatwerk, zodat professionals beter kunnen inspelen op de individuele situatie van cliënten1.
De wijziging is opgeknipt in drie sporen: Spoor 1 gaat over de technische aanpassingen zoals bijvoorbeeld het bufferbudget, de evenredigheidstoets en het toespitsen van verplichtingen op het individu. Nieuw en echt anders ten opzichte van de huidige wet is het vorm geven van maatschappelijke participatie. Deze verandering moet ook binnen Westfriesland worden geïmplementeerd, maar zit op het snijvlak tussen de dienstverlening die WerkSaam biedt en activiteiten die gemeenten lokaal uitvoeren. Maatschappelijke participatie dient ter vervanging van sociale activering en kan twee doelstellingen hebben: • Het fungeren als middel: een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. • Een doel op zich: cliënten zijn verplicht naar vermogen maatschappelijk te participeren als ze (nog) niet naar betaald werk begeleid kunnen worden. De uitwerking hiervan zal in 2026 in overleg tussen de gemeenten en WerkSaam in beleid vastgelegd worden waarna de implementatie doorloopt in 2027. Spoor 2 gaat over de lange termijn tot minimaal 1 januari 2031 en betreft een fundamentele herziening. De aanpassingen moeten bijdragen aan vertrouwen, eenvoud en menselijke maat. Daarbij ligt de focus op een realistisch mensbeeld, het ondersteunen en versterken van de intrinsieke motivatie van mensen en het bieden van een passend perspectief op participatie.
De wijzigingen moeten zowel het bestaansminimum als de stimulans om te werken blijven waarborgen. Spoor 3 gaat over een cultuuromslag die plaats moet vinden, over versterking van vakkundigheid van de professional. Het gaat om het uitvoeren van de wet en het herkennen en toepassen van de ruimte die de wet biedt wanneer de situatie daar om vraagt. 1 Voor meer informatie over de Participatiewet in Balans zie https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36582_participatiewet_in_balans
2
2. Wet handhaving Sociale Zekerheid (beoogde ingangsdatum 1 januari 2027) Dit wetsvoorstel is momenteel in behandeling bij de Tweede kamer (ingediend op 7 juli 2025). Het doel van dit wetsvoorstel is om de handhaving in de sociale zekerheid menselijker, evenwichtiger en minder belastend te maken, met meer ruimte voor de persoonlijke omstandigheden van de burger en het principe dat een foutje maken mag. De volgende veranderingen zijn opgenomen: • De hoogte en de duur van de maatregelen worden aangepast, met lagere financiële effecten voor de cliënt tot gevolg. • Het wordt mogelijk om een maatregel tussentijds te beëindigen en er komt meer ruimte om maatwerk te leveren, zoals het op individuele basis beoordelen of het opleggen van een maatregel wel het meest wenselijk is. 3. Wet proactieve dienstverlening (ingangsdatum onbekend) Dit wetsvoorstel, ingediend bij de Tweede kamer op 3 september 2025, geeft het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gemeenten de mogelijkheid om mensen actief te wijzen op hun rechten en mogelijkheden. Zij mogen hiervoor persoonsgegevens gebruiken en informatie uitwisselen, zodat sneller duidelijk wordt wie recht heeft op een uitkering of ondersteuning. Zo kunnen mensen eerder hulp krijgen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een uitkering, het vinden van werk of het oplossen van schulden.
Het doel is om het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen te verminderen en zo de bestaanszekerheid te vergroten. Verwachtingen ten aanzien van 2027 – 2029 (anders dan bestaand beleid)? Blijvend veranderende doelgroep De arbeidsmarkt is al een langere periode zeer krap. Iedereen die aan het werk kan, lukt dat. We zien deze ontwikkeling ook terug in de samenstelling van het cliëntenbestand. De groep uitkeringsgerechtigden die nu een beroep op bijstand doet heeft veel begeleiding nodig. Van cliënten die instromen is een klein deel direct bemiddelbaar naar werk. Een ander deel heeft eerst een beschermde omgeving nodig om werkervaring op te doen. De grootste groep heeft een forse afstand tot de arbeidsmarkt en zal eerst ontwikkeld moeten worden voordat er naar werk gekeken kan worden. Voor een steeds groter wordende groep is werk waarschijnlijk nooit haalbaar. In de Participatiewet in Balans zien we dat hierop met maatschappelijke participatie wordt ingespeeld. Voor sommige cliënten is participeren een middel om uiteindelijk aan het werk te gaan. Voor anderen is dit het maximaal haalbare. Uitbreiding arbeidsmarktinfrastructuur De komende jaren vindt er een uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur plaats.
De ambitie van het kabinet is om een arbeidsmarktinfrastructuur in te richten waarin niemand verdwaalt en iedereen die dat nodig heeft tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning. Het hoofddoel van een werkcentrum is het creëren van één toegankelijk, centraal loket waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terechtkunnen met al hun vragen over werk, loopbaanontwikkeling, scholing en het vinden van geschikt personeel. Daarvoor gaan meerdere partijen samenwerken, zoals UWV, gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties. Ook in Westfriesland komt een loket. In de praktijk betekent dit dat het WerkgeversServicepunt, het Regionale Mobiliteitsteam en het Leerwerkloket via dit loket toegang tot alle dienstverlening gaan geven. De dienstverlening van de gemeenten (lees: WerkSaam) en UWV blijven hetzelfde. De Wet SUWI (Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen) moet hiervoor worden aangepast. De beoogde ingangsdatum 1 januari 2027. Omdat de financiering van de Leerwerkloketten en de tijdelijke regeling van de Regionale Mobiliteitsteams al stoppen is er vooruitlopend op deze aanpassing al gestart met het Werkcentrum. Doorontwikkelingen bestaand beleid Beleidsplan 2026-2030 Het Algemeen Bestuur neemt in maart 2026 een besluit over het beleidsplan 2026-2030.
Het beleidsplan sluit aan op de veranderende wetgeving en maatschappelijke ontwikkeling, waarbij vertrouwen en maatwerk centraal staan. Wat gaan we doen? Waarom doen we dit? Wat mag het kosten? Planning Het beleidsplan Bestuursbesluit Binnen de vastgestelde 2026-2030 2026-2030 uitvoeren begroting en de extra middelen vanuit het Rijk Doorvoeren van de Bij wet voorgeschreven Binnen de financiële kaders zoals 2026–2027 wetswijzigingen opgenomen in de GR Bijlage: a. b. c.
Financiële kengetallen Financiële meerjarenraming Overzicht bijdrage per gemeente 3
Bijlage a. Financiële kengetallen Weerstandsvermogen De algemene reserve bedraagt op basis van de ‘Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen’ maximaal 2,5% van de totale lasten. WerkSaam heeft met de deelnemende gemeenten afgesproken dat hiervan mag worden afgeweken als uit een risicoanalyse blijkt dat een hoger weerstandsvermogen noodzakelijk is. Bij een organisatie als WerkSaam past een weerstandsratio groter of gelijk aan 1 (begroot 2026 = 1,29). Dit geeft WerkSaam de mogelijkheid om ondernemend te zijn, wat nodig is om de toegevoegde waarde te realiseren en daarmee de gemeentelijke bijdrage zo laag mogelijk te houden. Een gezond weerstandsvermogen voorkomt dat WerkSaam bij incidentele tegenvallers extra geld moet vragen bij de gemeenten. Kengetallen De inschatting van de kengetallen voor de begroting 2027-2030 is als volgt: Kengetallen BBV
B2027
B2028
B2029
B2030
Netto schuldquote Zonder correctie doorgeleende gelden
1%
2%
2%
1%
Met correctie doorgeleende gelden
1%
2%
2%
1%
31%
29%
26%
26%
0%
0%
0%
0%
Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
De netto schuldquote laat zien dat WerkSaam geen schulden heeft. De solvabiliteit is goed, er zijn voldoende reserves om financiële tegenvallers op te vangen. Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte geeft bij een stand van nul aan dat tegenover de structurele lasten ook structurele baten staan. Door een goede monitoring zorgen we ervoor dat er structureel begrotingsevenwicht is. De provincie houdt hier ook toezicht op. Bijlage b. Financiële meerjarenraming 2027
Stand primaire begroting 2027 – 2030
Wijzigingen nadien (met AB besluit)
2028
2029
2030
23.914.863 25.034.370 25.531.827
25.918.956
0
0
0
0
Indexatie gemeentelijke bijdrage (netto)
1.249.085
692.769
684.069
713.356
Bijdrage ssc deSom
-757.000
-
-
-
Bezuiniging niet invullen fte na pensioen
-45.700
-45.700
-
-
Verhoging taakstelling beschut werk
79.980
83.179
86.306
89.551
Indexatie toegevoegde waarde
536.793
281.239
250.583
236.655
Daling bedrijfsresultaat
56.350
-514.031
-633.828
-682.501
1.119.508
497.456
387.129
357.062
0
0
0
0
25.034.370 25.531.827 25.918.956
26.276.018
Autonome ontwikkelingen/reguliere bedrijfsvoering
Totaal autonome ontwikkelingen/reguliere bedrijfsvoering Nieuw beleid Totaal lasten Dekkingsmiddelen Toegevoegde waarde
7.030.986
6.664.437
6.294.028
5.938.917
Doorwerking onttrekking reserve
96.000
730.527
864.284
851.446
Gemeentelijke bijdrage uitvoering
15.193.782
15.755.834
16.348.253
16.962.947
Gemeentelijke bijdrage beschut werk
1.151.576
1.280.818
1.415.283
1.558.049
927.500
966.455
1.009.946
1.055.393
24.399.844 25.398.070 25.931.794
26.366.753
Gemeentelijke bijdrage Wet Inburgering Totaal dekkingsmiddelen Stand kadernota voor begroting 2027-2030
634.527
133.757
-12.837
-90.735
Onttrekking reserve toekomstbestendige infrastructuur
-634.527
-133.757
12.837
90.735
0
0
0
0
Stand kadernota met inzet reserve
4
Autonome ontwikkelingen Indexatie gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken volgt de indexatie zoals door de Regietafel Gemeenschappelijke regelingen Noord-Holland Noord vastgesteld. Voor 2027 is deze indexatie 7,59%. In de tabel met begrotingsuitgangspunten is de opbouw van het indexpercentage meerjarig aangegeven. Voor de bijdrage inburgering hanteren we de indexering op basis van de loonvoet sector overheid, zoals afgesproken in de dienstverleningsovereenkomst inburgering. Begrotingsuitgangspunten Verhouding
2027
2028
2029
2030
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers
70%
8,40%
4,60%
4,30%
4,30%
Prijs bruto binnenlands product
30%
5,70%
2,60%
2,50%
2,50%
Indexatie
7,59%
4,00%
3,76%
3,76%
Inburgering (loonvoet sector overheid)
5,10%
4,20%
4,50%
4,50%
Bijdrage ssc DeSom In het DB van 12 juni 2025 is het besluit genomen om de ICT-dienstverlening (grotendeels) in eigen beheer uit te voeren. In overleg met DeSom is de ontvlechtingsdatum op 1 oktober 2026 gezet. Met dit besluit komt de autonome ontwikkeling die vanaf 2026 structureel is opgenomen in de begroting 2027 weer te vervallen. De kosten voor de ICT-dienstverlening kunnen binnen de huidige budgetten worden opgevangen Bezuiniging niet invullen fte na pensioen In de begroting 2026 is gekozen voor het scenario van 7% bezuinigen. Hierbij wordt 1 fte na pensionering niet ingevuld. Deze bezuiniging is in 2027 € 45.700 en vanaf 2028 € 91.400. Verhoging taakstelling Beschut werk Gemeenten krijgen een taakstelling Beschut werk opgelegd. Deze taakstelling loopt jaarlijks op met 10 Fte. De jaarlijks toenemende kosten die hiermee gepaard gaan, worden vanaf de begroting 2021 structureel vergoed door gemeenten. Indexatie toegevoegde waarde De hoogte van de gemeentelijke bijdrage is mede afhankelijk van het resultaat dat wordt behaald uit de toegevoegde waarde. Dit betreft het saldo van omzet minus directe kosten van de leerwerkbedrijven. De index die is toegepast is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Daling bedrijfsresultaat In de kadernota 2026 was sprake van tekortschietende financiële middelen voor de Participatiewet.
Inmiddels zijn vanuit het Rijk extra middelen toegezegd via de circulaires. De gemeenten zijn hierover geïnformeerd. Dit zorgt ervoor dat de gevormde reserve toekomstbestendige infrastructuur tot en met 2028 nodig is, maar dat daarna weer sprake is van een structureel sluitende begroting. Dekkingsmiddelen Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde wordt in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Door het vertrek van Wsw-medewerkers die slechts deels vervangen worden door BW-medewerkers, die ook gemiddeld minder omzet genereren, zien we de toegevoegde waarde richting 2030 dalen. Gemeentelijke bijdrage uitvoering, beschut en inburgering De gemeentelijke bijdrage is verdeeld in drie posten. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de bijdragen zich ontwikkelen vanuit de begroting 2026 naar de kadernota 2027. Begroting 2026
Indexering
Autonoom
Begroting 2027
Bruto gemeentelijke bijdrage
22.936.370
1.740.870
-1.204.897
23.472.344
Toegevoegde waarde
-7.072.369
-536.793
578.176
-7.030.986
Doorwerking onttrekking reserve
0
-96.000
Netto gemeentelijke bijdrage
15.864.001
-96.000
1.204.078
-722.720
16.345.358
14.868.001
1.128.481
-802.700
15.193.782
996.000
75.596
79.980
1.151.576
-722.720
17.272.858
Waarvan Gemeentelijke bijdrage uitvoering* Gemeentelijke bijdrage beschut werk Gemeentelijke bijdrage Wet Inburgering Totaal gemeentelijke bijdrage
882.493
45.007
16.746.494
1.249.085
927.500
* Excl. uitvoeringskosten plustaken
5
Bijlage c. Overzicht bijdrage per gemeente Gemeente Drechterland
Enkhuizen
Hoorn
Koggenland
Medemblik
1.101.663
1.608.189
8.337.366
1.221.527
2.964.563
661.407
1.378.143
17.272.858
Gemeentelijke bijdrage 2026
974.159
Bruto indexering 2027
73.939
1.433.308
7.068.200
1.053.294
2.595.068
564.353
1.179.619
14.868.001
108.788
536.476
79.945
196.966
42.834
89.533
Bijdrage DeSom
1.128.481
-95.044
-139.329
-
-102.213
-252.642
-53.535
-114.238
Bezuiniging niet invullen fte na pensioen
-2.847
-4.191
-22.891
-3.080
-7.586
-1.654
-3.450
-757.000 -45.700
Gemeentelijke bijdrage 2027
950.207
1.398.576
7.581.785
1.027.946
2.531.806
551.999
1.151.463
15.193.782
Bijdrage beschut werk 2026
44.422
88.843
501.187
63.445
164.938
38.047
95.118
996.000
Indexatie 2027
3.372
6.743
38.040
4.815
12.519
2.888
7.219
75.596
Taakstelling beschut werk
3.567
7.134
40.246
5.095
13.245
3.055
7.638
79.980
Bijdrage beschut werk 2027
51.360
102.721
579.473
73.355
190.701
43.990
109.976
1.151.576
Wet Inburgering 2026
95.238
101.705
167.562
114.392
230.311
62.244
111.041
882.493
Indexatie 2027
4.857
5.187
8.546
5.834
11.746
3.174
5.663
45.007
100.096
106.892
176.108
120.225
242.057
65.418
116.704
927.500
Totaal gemeentelijke bijdrage 2027
Bijdrage Wet Inburgering 2027
Opmeer
Stede Broec
Totaal
Gemeentelijke bijdrage De bijdrage per gemeente is gebaseerd op de verdeelsleutels in de begroting 2026 en geeft daarmee een indicatie. In de begroting 2027 wordt de verdeling conform de bepalingen in de gemeenschappelijke regelingen geactualiseerd op basis van de aantallen inwoners en uitkeringsgerechtigden op 1 januari 2025. Het effect hiervan is gering. De vervallen meerkosten van SSC DeSom (€ -757.000) zijn in de verdeling van de gemeentelijke bijdrage naar gemeenten niet toegerekend aan de gemeente Hoorn. Dit heeft te maken met afspraken die zijn gemaakt bij de totstandkoming van WerkSaam en het vestigen van een uitsluitend recht aan SSC De Som in de gemeenschappelijke regeling van WerkSaam. Bijdrage Beschut werk De verdeling van de bijdrage Beschut werk wordt bepaald op basis van de taakstelling Beschut werk per gemeente. Deze taakstelling wordt bekend gemaakt in december van het voorafgaande jaar. De verdeling is voorlopig gebaseerd op de laatst bekende taakstelling, dat is die voor het jaar 2025. De definitieve verdeling zal op basis van de bekendmaking in december 2026 zijn. Wet inburgering De bedragen voor de wet inburgering zijn gebaseerd op de verwachte aantallen inburgeraars en de afgesproken prijzen per deeltaak. De definitieve afrekening naar gemeenten zal plaatsvinden op basis van de werkelijk gerealiseerde aantallen.
6