7.1 Concept Kadernota 2026 WerkSaam
Tekst van het document
WERKSAAM WESTFRIESLAND
Kadernota 2026
werkt voor iedereen.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING: WerkSaam Westfriesland Hoofddoelstelling De kerntaak van WerkSaam is het ontwikkelen en aan het werk helpen van werkzoekenden en het goed bedienen van werkgevers die op zoek zijn naar (tijdelijke) arbeidskrachten. Voor mensen voor wie een baan op de arbeidsmarkt (nog) niet haalbaar is, is er werk in de leer-werkbedrijven van WerkSaam. Als werk (nog) niet mogelijk is verstrekt WerkSaam een uitkering. WerkSaam voert de beleidsontwikkeling, -vaststelling en -uitvoering van de volgende wettelijke en daarvan afgeleide regelingen uit: a. Participatiewet b. Wet sociale werkvoorziening (WSW) c. Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) d. Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) e. Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) f. Aanpak laaggeletterdheid: Wet educatie en beroepsonderwijs (alleen volwasseneneducatie) Daarnaast voeren wij in opdracht van de 7 Westfriese gemeenten de Wet inburgering 2021 uit. Algemeen De missie en visie van WerkSaam is gericht op het ontwikkelen en bemiddelen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wij leveren maatwerk in werk, ontwikkeling en inkomen: we gaan ervoor dat iedereen meedoet. Het is belangrijk dat werkgevers daarbij betrokken zijn. Zonder werkgevers kunnen wij de doelstellingen niet halen.
Naast werkgevers werkt WerkSaam veel samen met andere ketenpartners als: UWV, WerkgeversServicepunt, gemeenten, hulpverleners en onderwijsinstellingen. WerkSaam staat voor een duurzame, inclusieve samenleving. Wij dragen dit actief uit en zoeken met werkgevers partnerschappen die hieraan bijdragen. Wij stimuleren onze klanten, partners en opdrachtgevers dat zij zich inzetten voor een inclusieve maatschappij. WerkSaam sluit namens de 7 Westfriese gemeenten als Global Goals regio aan bij de Gemeenten4GlobalGoals. Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2026 (anders dan bestaand beleid)? Voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving: Landelijke ontwikkelingen implementeren 1. Participatiewet In juni 2024 heeft oud-minister Schouten het wetsvoorstel Participatiewet in Balans ingediend bij de Tweede kamer. Met de hervorming van de Participatiewet wil men de balans in de wet terugbrengen. De huidige wet wordt namelijk nog wel eens als ‘hard’ ervaren, onder andere vanwege de complexiteit en strenge handhaving. Er moet meer evenwicht komen tussen de drie kernelementen van de Participatiewet: bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Dat evenwicht kan bereikt worden door de mens centraal te zetten en uit te gaan van vertrouwen. Daarnaast is vereenvoudiging belangrijk.
Het Rijk streeft de volgende doelen na: • De wet biedt een passend perspectief op werk en participatie; • De wet (rechten en plichten) is begrijpelijk en goed na te leven; • Mensen voelen zich ondersteund door de wet als het gaat om participatie en inkomen; • De wet biedt een doelmatig vangnet: zeker en voorspelbaar; • De wet biedt een toereikend inkomen; en, • De wet sluit goed aan bij de brede vormgeving sociaal domein en het • inkomensstelsel. De wijziging is opgeknipt in drie sporen: Spoor 1 (verwachte ingangsdatum 1 januari 2026, binnen huidige landelijke financiële kaders) De huidige wet wordt op een aantal (relatief eenvoudig aan te passen) punten aangepast. Voorbeelden daarvan zijn: • Verruiming en harmonisering van bijverdienmogelijkheden (zonder effect op toeslagen); • Mogelijkheid tot afwijken van de aanvraagdatum is ingangsdatum; • De strenge standaard (arbeids)verplichtingen worden vervangen door een generieke verplichting tot participatie; inspannen arbeidsinschakeling, meewerken aan reintegratieactiviteiten of verrichten van maatschappelijk participatie (samenloop WMO). Nieuw en echt anders ten opzichte van de huidige wet is dat gemeenten de opdracht krijgen om bij verordening regels te stellen voor het ondersteunen bij maatschappelijke participatie van bijstandsgerechtigde. Niet alleen voor die situaties waarin de bijstandsgerechtigde zelf het initiatief
2
neemt, maar ook voor die situaties waarin de gemeente de bijstandsgerechtigde een aanbod doet van maatschappelijke participatie. Er is lokaal beleid nodig voor de ondersteuning van bijstandsgerechtigden die aangewezen zijn op maatschappelijke participatie niet gericht op arbeidsinschakeling. Hier ligt een belangrijke verbinding met het gemeentelijke welzijns- en WMObeleid1. Spoor 2 gaat over de lange termijn. De aanpassingen van de wet zijn Participatiewet-overstijgend. Daarbij ligt de focus op een realistisch mensbeeld; de herziening moet recht doen aan verschillende doelgroepen, zoals jongeren, ouderen en gedeeltelijk arbeidsgeschikten. En het moet zowel het bestaansminimum als de stimulans om te werken blijven waarborgen. Spoor 3 gaat over versterking van vakkundigheid van de professional. Het gaat om het uitvoeren van de wet en het herkennen en toepassen van de ruimte die de wet biedt wanneer de situatie daar om vraagt. 2. Aanpassing Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten en Besluit Participatiewet vanwege Participatiewet in balans Er is al een Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten voor werknemers- en volksverzekeringen, voor partijen als UWV en SVB. Afgelopen najaar is er een internetconsultatie geweest waarbij ook de Participatiewet, IOAW en IOAZ hieraan worden toegevoegd.
Dit sluit aan bij de wijzigingen van de Participatiewet in Balans en moet zorgen voor een harmonisatie van het maatregelenbeleid in de sociale zekerheid. Naast het toevoegen van o.a. de Participatiewet kent deze wet ook een aantal wijzigingen, die bijdragen aan een meer evenredig maatregelenbeleid: De hoogte en de duur van de maatregelen worden aangepast, met lagere financiële effecten voor de cliënt tot gevolg. Het wordt mogelijk om een maatregel tussentijds te beëindigen en er komt meer ruimte om maatwerk te leveren, zoals het op individuele basis beoordelen of het opleggen van een maatregel wel het meest wenselijk is. 3. Wet van school naar duurzaam werk Een belangrijke ontwikkeling in de jongerenaanpak is de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk. Met het wetsvoorstel krijgen scholen, Doorstroompunten (voorheen: Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) en gemeenten (WerkSaam als zijnde verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet) meer mogelijkheden (en verplichtingen) om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk bij (dreigende) werkloosheid. Het gevolg van deze wet is dat gemeenten betrokken kunnen worden bij de begeleiding van jongeren van school naar werk, met een sterkere preventietaak. Dit betekent een uitgebreidere rol voor de diensten van werk & inkomen.
Daar waar WerkSaam nu al proactief werkt met een aantal scholen en het Doorstroompunt, is dit straks wettelijk verplicht. Dit kan een intensivering van de taken van WerkSaam betekenen. Verwachtingen ten aanzien van 2026 – 2028 (anders dan bestaand beleid)? Blijvend veranderende doelgroep De arbeidsmarkt is al een langere periode zeer krap en wordt de komende jaren alleen maar krapper. Iedereen die aan het werk kan, lukt dat. De potentiële groep medewerkers voor Beschut is kleiner, omdat werkgevers in het bedrijfsleven sneller bereid zijn een baan aan te bieden. We zien deze ontwikkeling ook terug in de samenstelling van het cliëntenbestand. De groep uitkeringsgerechtigden die nu een beroep op bijstand doet heeft veel begeleiding nodig. Van cliënten die instromen is een klein deel direct bemiddelbaar naar werk. Een ander deel heeft eerst een beschermde omgeving nodig om werkervaring op te doen. De grootste groep heeft een forse afstand tot de arbeidsmarkt. En zal eerst ontwikkeld moeten worden voordat er naar werk gekeken kan worden. Voor een steeds groter wordende groep is werk waarschijnlijk nooit haalbaar. We zien daarnaast ook dat er bij duurzame uitstroom naar werk meer aandacht nodig is voor nazorg. Uitbreiding arbeidsmarktinfrastructuur De komende jaren vindt er een uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur plaats.
De ambitie van het kabinet is om een arbeidsmarktinfrastructuur in te richten waarin niemand verdwaalt en iedereen die dat nodig heeft tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning. Het kabinet ziet kansen in de samenwerking tussen partijen om de dienstverlening aan mensen te verbeteren. Daarbij komt een sterkere verbinding tussen het sociale, economische en onderwijs domein. Er is focus op vier samenhangende maatregelen: 1. Het creëren van één regionaal loket: het Werkcentrum; 1 Ten tijde van het schrijven van deze Kadernota is er nog veel onzekerheid over de ontwikkelingen van de wet.
We nemen dit ook op in het nieuwe Beleidsplan. Als het belangrijke gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de wijze hoe de uitvoering van de wet nu is ingericht, dan komt daar een apart voorstel voor.
2. Het versterken van het van-werk-naar-werk-stelsel; 3. Het meer centraal zetten van de ondersteuningsbehoefte; 4. Het structureel borgen van een gezamenlijke publiek-private governance. Meerdere partijen gaan samenwerken, zoals UWV, gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties. Ook in Westfriesland komt een loket. In de praktijk betekent dit dat het WerkgeversServicepunt, het Regionale Mobiliteitsteam en het Leerwerkloket via dit loket toegang tot alle dienstverlening gaan geven. De dienstverlening van de gemeenten (lees: WerkSaam) en UWV blijven hetzelfde. De Wet SUWI (structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) moet hiervoor worden aangepast. De beoogde ingangsdatum 1 juli 2026. Omdat de financiering van de Leerwerkloketten en de tijdelijke regeling van de Regionale Mobiliteitsteams al stoppen wordt er vooruitlopend op deze aanpassing in 2025 al gestart met het Werkcentrum. Doorontwikkelingen bestaand beleid Beleidsplan 2026-2030 Het huidige beleidsplan loopt tot en met 2025. In 2025 wordt, na een beleidsevaluatie, een nieuw beleidsplan geschreven. Het beleidsplan zal, daar waar mogelijk, aansluiten op de aankomende veranderende wetgeving. Daarmee staan maatwerk en de mens centraal.
Wat gaan we doen? Waarom doen Wat mag het kosten? Planning we dit? Het beleidsplan Bestuursbesluit Binnen de vastgestelde begroting 2026-2030 2026-2030 uitvoeren Doorvoeren van de wetswijzigingen (inclusief verordening maatschappelijke participatie) Bijlage: a. b. c.
Bij wet voorgeschreven
Binnen de financiële kaders zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling
2026 – 2027
Financiële kengetallen Financiële meerjarenraming Overzicht bijdrage per gemeente
Bijlage a. Financiële kengetallen Weerstandsvermogen De algemene reserve bedraagt op basis van de ‘Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen’ maximaal 2,5% van de totale lasten. WerkSaam heeft met de deelnemende gemeenten afgesproken dat hiervan mag worden afgeweken als uit een risicoanalyse blijkt dat een hoger weerstandsvermogen noodzakelijk is. Bij een organisatie als WerkSaam past een weerstandsratio groter of gelijk aan 1 (begroot 2025 = 1,27). Dit geeft WerkSaam de mogelijkheid om ondernemend te zijn, wat nodig is om de toegevoegde waarde te realiseren en daarmee de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te verlagen. Daarbij voorkomt een gezond weerstandsvermogen dat WerkSaam bij incidentele tegenvallers extra geld moet vragen bij de gemeenten. Kengetallen De inschatting van de kengetallen voor de begroting 2025-2028 is als volgt: Kengetallen BBV
B2026
B2027
B2028
B2029
Zonder correctie doorgeleende gelden
-1%
-1%
-1%
-1%
Met correctie doorgeleende gelden
-1%
-1%
-1%
-1%
Solvabiliteitsratio
41%
39%
37%
37%
0%
0%
0%
0%
Netto schuldquote
Structurele exploitatieruimte
De netto schuldquote laat zien dat WerkSaam geen schulden heeft, de quote is daarom zelfs negatief. De solvabiliteit is goed, er zijn voldoende reserves om financiële tegenvallers op te vangen. Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte geeft bij een stand van nul aan dat tegenover de structurele lasten ook structurele baten staan. Door een goede monitoring zorgen we ervoor dat er structureel begrotingsevenwicht is. De provincie houdt hier ook toezicht op. 4
Bijlage b. Financiële meerjarenraming Geldstromen en gemeentelijke bijdrage Vanuit de gemeenten zijn de volgende geldstromen richting WerkSaam te onderscheiden: a. Rijksvergoeding Participatie (90 procent) b. Rijksvergoeding WSW (100 procent) c. Rijksvergoeding BUIG / BBZ d. Beschut werk e. Additionele plekken Beschut werk f. Uitvoeringskosten Participatiewet g. Wet inburgering De rijksvergoedingen zijn gebaseerd op de circulaires gemeentefonds en de voorlopige verdeling BUIG. Op de BUIG / BBZ na zijn alle vergoedingen taakstellend voor WerkSaam. Voor de BUIG / BBZ (punt c) wordt het verschil tussen de rijksvergoeding en uitkeringslasten jaarlijks met de gemeenten verrekend. De punten a en b zijn taakstellend en structureel onderdeel van de begroting. De bijdrage in Beschut werk (post d) dekt een deel van de verliezen die hierop worden geleden. De bijdrage in additionele plekken beschut werk (punt e) is vervallen als onderdeel van de bezuinigingen. Voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wet inburgering (punten f en g) wordt de gemeentelijke bijdrage ontvangen. 2026
2027
2028
2029
23.938.402
25.494.669
26.982.450
0
0
0
0
Stand primaire begroting 2026 – 2029 Saldo lasten en baten begroting = netto gemeentelijke bijdrage Totaal wijzigingen nadien
21.291.000
Autonome ontwikkelingen Indexatie gemeentelijke bijdrage
1.074.861
636.882
627.485
660.217
Indexatie gemeentelijke bijdrage bruto deel
456.890
233.358
214.935
214.935
Bijdrage ssc DeSom
757.000
-
-
-
Verhoging taakstelling beschut werk
69.187
74.335
74.335
74.335
Indexatie toegevoegde waarde
245.640
242.692
232.027
240.148
Daling bedrijfsresultaat
43.824
369.000
339.000
324.000
2.647.402
1.556.267
1.487.782
1.513.634
Nieuw beleid
0
0
0
0
Totaal lasten
23.938.402
25.494.669
26.982.450
28.496.084
Toegevoegde waarde
6.386.640
6.629.332
6.861.359
7.101.507
Gemeentelijke bijdrage uitvoering
15.325.060
16.123.408
16.894.495
17.693.215
Gemeentelijke bijdrage beschut werk
1.017.882
1.130.896
1.244.812
1.362.715
291.000 873.996 23.894.578 43.824
291.000 907.208 25.081.845 412.824
291.000 938.960 26.230.626 751.824
291.000 971.824 27.420.260 1.075.824
-43.824
-412.824
-751.824
-1.075.824
0
0
0
0
Totaal autonome ontwikkelingen
Dekkingsmiddelen
Gemeentelijke bijdrage beschut werk additioneel Gemeentelijke bijdrage inburgering Totaal dekkingsmiddelen Stand kadernota voor begroting 2026 Reserve toekomstbestendige infrastructuur Stand kadernota met inzet reserve
Autonome ontwikkelingen Bijdrage ssc DeSom WerkSaam is afnemer van diensten bij ssc DeSom. In de concept Kadernota 2026 van ssc DeSom stijgt de bijdrage van WerkSaam voor de basis dienstverlening explosief (van € 737.000 in de begroting 2025 naar € 1.494.000 in de concept Kadernota 2026). Volgens ssc DeSom heeft dit te maken met gestegen kosten van licenties, de manier van kostentoerekening en de gehanteerde verdeelsleutel. Er heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden op de concept Kadernota 2026 van ssc DeSom. Wij hebben geen directe invloed op deze besluitvorming omdat we geen zitting hebben in het bestuur van ssc DeSom. Wel hebben wij het bestuur van ssc DeSom verzocht om een heroverweging van de kostentoerekening die recht doet aan de eerder gemaakte afspraken2. Indexatie gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken volgt de indexatie zoals door de Regietafel Gemeenschappelijke regelingen Noord-Holland Noord vastgesteld. Voor 2026 is deze indexatie 7,44%. In de tabel met begrotingsuitgangspunten is de opbouw van het indexpercentage meerjarig aangegeven. Voor de bijdrage inburgering hanteren we de indexering zoals afgesproken in de dienstverleningsovereenkomst. Begrotingsuitgangspunten Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs bruto binnenlands product Indexatie
Verhouding
2026
2027
2028
2029
70 30
7,20% 8,00% 7,44%
4,30% 2,60% 3,79%
3,90% 2,50% 3,48%
3,90% 2,50% 3,48%
Verhoging taakstelling Beschut werk Gemeenten krijgen een taakstelling Beschut werk opgelegd. Deze taakstelling loopt jaarlijks op met 10 Fte. De jaarlijks toenemende kosten die hiermee gepaard gaan, worden vanaf de begroting 2021 structureel vergoed door gemeenten (zie Kadernota 2021). Indexatie toegevoegde waarde De hoogte van de gemeentelijke bijdrage is mede afhankelijk van het resultaat dat wordt behaald uit de toegevoegde waarde. Dit betreft het saldo van omzet minus directe kosten van de leerwerkbedrijven. De index die is toegepast is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Daling bedrijfsresultaat Uit diverse onderzoeken3 blijkt dat de beschikbare financiële middelen voor de Participatiewet tekort schieten. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het verloop van medewerkers binnen de leer-werkbedrijven in combinatie met de verschillen in financiering tussen Sw-medewerkers, Beschut werk medewerkers en medewerkers uit de banenafspraak. Ook bij WerkSaam is het effect zichtbaar van de tekort schietende financiële middelen voor de Participatiewet. De bedrijfsresultaten gaan vanaf 2026 dalen. Dit is niet nieuw, in het project WerkSaam 2028 lieten wij al zien dat een daling van bedrijfsresultaten zonder extra bijdragen van het Rijk, onafwendbaar is.
Om deze tekorten niet direct door te vertalen naar een hogere gemeentelijke bijdrage is voorgesteld om een reserve toekomstbestendige infrastructuur in te stellen. De besluitvorming hierover vindt plaats in december 2024. Deze reserve biedt de mogelijkheid om de tekorten die zich voordoen op te vangen. Dat geeft ons de tijd om te zoeken naar een structurele oplossing voor deze tekorten. Naar verwachting komen deze voor een groot deel uit extra geld van het Rijk voor sociaal ontwikkelbedrijven. In 2025 komt daar meer duidelijkheid over in de meicirculaire over het gemeentefonds. Wij zullen de gemeenten daarover tussentijds informeren. Met het vormen van de reserve voorkomen wij dat we moeten bezuinigen op onze dienstverlening naar cliënten. Dat zou leiden tot minder participatie van cliënten en leidt ook tot hogere kosten voor gemeenten in de vorm van meer uitkeringen.
2 Er is nog geen zekerheid over de hoogte van de kostentoerekening van ssc DeSom aan WerkSaam omdat het de
concept Kadernota 2026 van ssc DeSom betreft, besluitvorming nog moet plaatsvinden en vanuit het dagelijks bestuur is gevraagd naar een heroverweging van de kostentoerekening. Nadat het bestuur van ssc DeSom de begroting 2026 heeft vastgesteld zal de definitieve kostentoerekening aan WerkSaam verwerkt worden in de begroting 2026. 3 Zie onder andere De kosten van beschut werkplekken in Nederland en berenschot-beschikbare-en-benodigde-financiëlemiddelen-participatiewet.pdf
6
Dekkingsmiddelen Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is zoals eerder aangegeven de omzet minus de directe kosten van de leerwerkbedrijven. Deze opbrengsten worden in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Gemeentelijke bijdrage uitvoering, beschut en inburgering De gemeentelijke bijdrage is verdeeld in drie posten. De eerste is de bijdrage in de uitvoeringskosten van WerkSaam. De tweede is de bijdrage in de meerkosten van de beschut werker ten opzichte van de Wsw-medewerker, veroorzaakt door het verschil in financiering tussen Swmedewerkers en beschut werk medewerkers. De vergoeding die gemeenten betalen is alleen voor de binnen WerkSaam geplaatste beschut werkers, bij extern geplaatste beschut werkers zijn de meerkosten voor de werkgever. Als laatste is er een bijdrage voor de uitvoeringskosten van de nieuwe Wet inburgering. Gemeentelijke bijdrage beschut werk additioneel De gemeenten dragen bij in de kosten van beschut werk bij het ontstaan van wachtlijsten voor beschut werk, dit zijn de additionele plekken. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de bijdragen zich ontwikkelen vanuit de begroting 2025 naar de kadernota 2026. Begroting 2025
Indexering
Autonoom
Begroting 2026
Bruto gemeentelijke bijdrage
19.275.000
1.434.060
757.000
21.466.060
Toegevoegde waarde en inzet reserve
-6.141.000
-6.141.000
Gemeentelijke bijdrage
13.134.000
15.325.060
Bijdrage gemeenten beschut werk
883.000
Bijdrage gemeenten beschut werk additioneel
291.000
Wet inburgering
842.000
31.996
15.150.000
1.531.751
Totaal
65.695
69.187
1.017.882 291.000 873.996
826.187
17.507.938
Bijlage d. Scenario’s bezuinigingen 2026-2029 De opdracht en de aanpak De Westfriese gemeenten hebben alle Gemeenschappelijke Regelingen gevraagd bezuinigingsscenario’s uit te werken voor het boekjaar 2026 en verder. De opdracht is om te komen met oplossingsrichtingen die bijdragen aan een structurele bezuiniging van 3, 5 of 7 procent op de gemeentelijke bijdrage. Alle middelen die WerkSaam ontvangt van de gemeenten worden ingezet om de wettelijke taken op het gebied van werk en inkomen zo optimaal mogelijk uit te voeren. Elke oplossingsrichting heeft in meer of mindere mate invloed op deze taak. Dit raakt de mensen die wij bedienen: • de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die wij naar werk toe begeleiden of voor wie wij zelf werkgever zijn • de mensen die weer willen participeren in de samenleving en gedurende die bepaalde periode afhankelijk zijn van een uitkering Daarnaast kijken we bij de oplossingsrichtingen niet alleen naar de effecten binnen WerkSaam. Er zijn diverse publicaties4 waaruit blijkt dat er maatschappelijke winst te halen is als aan de basisbehoefte van bestaanszekerheid wordt voldaan. WerkSaam werkt actief aan het herstellen van deze bestaanszekerheid door het voorkomen van geldzorgen (verstrekken van de uitkering of het bieden van een baan), het wegnemen van belemmeringen en het door ontwikkelen richting de arbeidsmarkt.
Die maatschappelijke winst is ook financieel te vertalen. Maatschappelijke kosten baten analyses laten zien dat werken loont en dat participeren een preventieve werking heeft op andere (beleids)terreinen van de gemeente en onze samenleving. Zo heeft werk / participatie een positieve invloed op zelfwaardering en eigenwaarde, op gezondheid en schulden. Het verkleint de kans op schulden en een daling van criminaliteit en overlast. Om die reden is bij de afweging van de scenario’s gekozen voor de volgende uitgangspunten: • Werken (Participeren) loont!; • Een structureel sluitende begroting, niet onder toezicht van de Provincie; • Geen zware bezuinigingen bij onzekerheid over rijksmiddelen; • Zo min mogelijk effect op onze dienstverlening aan cliënten en daarmee het overschot op de BUIG; • Binnen relatief korte termijn haalbaar; • Binnen de eigen begroting (inclusief reserves). 4 Zie 170831_Cedris_SBCM_MKBA_Beschut_werk_2017_def.pdf en 70505 MKBA LKS rapportage def 1902.pdf
Ook hebben wij gekeken naar de mogelijkheid om te besparen op re-integratieactiviteiten maar dit leidt uiteindelijk niet tot een besparing. Het is nadelig voor mensen in de bijstand én gemeenten. Minder uitgaven op re-integratie betekent minder inzet op begeleiding en ondersteuning. Dit betekent dat mensen langer bijstandsafhankelijk blijven en ook dat de uitkeringslasten stijgen. . De afgelopen jaren hielden gemeenten tussen de € 4 en € 5 miljoen over op de uitkeringslasten (BUIG). Deze middelen zijn voor gemeenten vrij besteedbaar. De nu voorgestelde bezuinigingsscenario’s hebben geen effect op onze dienstverlening aan de cliënt en daarmee uw inwoner. Wel ontstaan er uitdagingen voor WerkSaam om mogelijke extra kosten binnen de eigen begroting op te vangen, bijvoorbeeld als de Toegevoegde waarde achter blijft. Daar zijn beheersmaatregelen voor getroffen in de vorm van een reserve en een nadere uitwerking van de toekomstbestendigheid van de leerwerkbedrijven. We zullen de komende jaren scherp aan de wind moeten blijven varen om daar de juiste invulling aan te geven. Uitwerking van de scenario’s 3, 5 en 7 procent 3 tot 5 procent bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage 2025
Omschrijving Additionele plekken Beschut werk Los laten bruto indexering 2026
Bezuinigingen % 2026 -2,22% -5,69%
2027 -2,22% -7,46%
2028 -2,22% -9,09%
2029 -2,22% -10,72%
Binnen dit scenario zijn maatregelen opgenomen die van invloed zijn op het bedrijfsresultaat van WerkSaam. Bij het ontstaan van wachtlijsten voor beschut werk zal WerkSaam de extra kosten hiervan gaan dragen en als de omzet van de leerwerkbedrijven achter blijft wordt deze niet meer gecompenseerd door de bruto indexering. In beide gevallen zal WerkSaam aanvullende maatregelen nemen om het bedrijfsresultaat op peil te houden. Om hier voldoende tijd voor te hebben wordt de bestemmingsreserve “toekomstbestendige infrastructuur” gevormd. De reserve wordt ingezet als het bedrijfsresultaat verslechtert. Zonder de reserve is het loslaten van de bruto indexering niet mogelijk. De besluitvorming over het vormen van de reserve vindt plaats in december 2024. Het loslaten van de bruto indexering werkt meerjarig door. Hierdoor besparen gemeenten in de meerjarenbegroting 2027-2029 een hoger percentage. 7 procent bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage 2025
Omschrijving Additionele plekken Beschut werk Los laten bruto indexering 2026 Niet invullen fte na pensioen Vrijval reserves
Bezuinigingen % 2026 2027 2028 2029 -2,22% -2,22% -2,22% -2,22% -5,69% -7,46% -9,09% -10,72% -5,69% -7,81% -9,79% -11,42% € 1 miljoen vrijval in de jaarrekening 2024
In dit scenario wordt als extra maatregel personeel niet vervangen na pensionering bij de ondersteunende afdelingen vanaf 2027. Dit vraagt een herverdeling van werkzaamheden, inclusief een keuze in prioriteiten. Hierdoor is het effect op de dienstverlening naar cliënten en daarmee het overschot op de BUIG zo laag mogelijk. Wij hebben ook onze reservepositie kritisch beoordeeld. Uit het meerjarig beeld blijkt dat er € 1 miljoen vrij kan vallen uit de bestemmingsreserve reintegratie. De vrijval vindt plaats in de jaarrekening 2024. Gemeenten bepalen vervolgens zelf of en hoe ze dit voordeel inzetten voor de bezuinigingsopgave. Effect op de gemeentelijke bijdrage 2027 2028 In onderstaande tabel is het effect op de gemeentelijke 2026 bijdrage in bedragen uitgewerkt. Gemeentelijke bijdrage uitvoering Gemeentelijke bijdrage beschut werk additioneel Gemeentelijke bijdrage Bezuiniging scenario bijuitvoering 3 - 5% Gemeentelijke bijdrage werk additioneel Bezuiniging scenario bijbeschut 7%
2029
15.325.060 2026 291.000
16.123.408 2027 291.000
16.894.495 2028 291.000
17.693.215 2029 291.000
15.325.060 -747.890 291.000 -747.890
16.123.408 -981.248 291.000 -1.026.948
16.894.495 -1.196.183 291.000 -1.287.583
17.693.215 -1.411.118 291.000 -1.502.518
Bezuiniging scenario bij 3 - 5%
-747.890
-981.248
-1.196.183
-1.411.118
Bezuiniging scenario bij 7%
-747.890
-1.026.948
-1.287.583
-1.502.518
8
Bijlage c. Overzicht bijdrage per gemeente Gemeente Drechterland
Enkhuizen
1.168.935
1.693.500
822.000 89.752 95.044 1.006.796
Bijdrage beschut werk 2025 Indexatie 2026 Taakstelling beschut werk Beschut werk additioneel Bijdrage beschut werk 2026 Wet inburgering *)
Hoorn
Koggenland
Medemblik
8.120.278
1.284.079
3.116.381
680.791
1.443.974
17.507.938
1.205.000
6.587.000
884.000
2.185.000
463.000
988.000
13.134.000
131.570 139.329 1.475.899
719.214 0 7.306.214
96.521 102.213 1.082.734
238.573 252.642 2.676.215
50.554 53.535 567.088
107.877 114.238 1.210.115
1.434.060 757.000 15.325.060
42.000 3.125 3.291 12.000
78.000 5.803 6.112 27.000
440.000 32.736 34.476 147.000
60.000 4.464 4.701 18.000
143.000 10.639 11.205 48.000
36.000 2.678 2.821 12.000
84.000 6.250 6.582 27.000
883.000 65.695 69.187 291.000
60.416
116.915
654.212
87.165
212.844
53.499
123.831
1.308.882
Indexatie 2026
98.000 3.724
97.000 3.686
154.000 5.852
110.000 4.180
219.000 8.322
58.000 2.204
106.000 4.028
842.000 31.996
Bijdrage wet inburgering 2026
101.724
100.686
159.852
114.180
227.322
60.204
110.028
873.996
Effect bezuinigingen op bijdrage Bezuiniging bij scenario 3 - 5% Bezuiniging bij scenario 7%
-40.595 -40.595
-68.918 -68.918
-376.141 -376.141
-48.752 -48.752
-124.009 -124.009
-28.106 -28.106
-61.369 -61.369
-747.890 -747.890
Totaal gemeentelijke bijdrage 2026 Gemeentelijke bijdrage 2025 Bruto indexering 2026 Bijdrage DeSom
Gemeentelijke bijdrage 2026
Opmeer
Stede Broec Totaal
Gemeentelijke bijdrage 2026 De bijdrage per gemeente is gebaseerd op de verdeelsleutels in de begroting 2025 en geeft daarmee een indicatie. In de begroting 2026 wordt de verdeling conform de bepalingen in de gemeenschappelijke regelingen geactualiseerd op basis van de aantallen inwoners en uitkeringsgerechtigden op 1 januari 2024. Het effect hiervan is gering. De meerkosten van ssc DeSom (€ 757.000) zijn in de verdeling van de gemeentelijke bijdrage naar gemeenten niet toegerekend aan de gemeente Hoorn. Dit heeft te maken met afspraken die zijn gemaakt bij de totstandkoming van WerkSaam en het vestigen van een uitsluitend recht aan ssc De Som in de gemeenschappelijke regeling van WerkSaam. De keuze voor ssc DeSom mocht geen negatieve consequenties hebben (informatie-technisch en financieel), de bijdrage van WerkSaam aan ssc DeSom zou marktconform zijn. Hier wordt nog een voorbehoud gemaakt, onderzoek naar de marktconformiteit van de bijdrage vindt nog plaats.
Bijdrage beschut werk 2026 De bijdrage Beschut werk wordt bepaald op basis van de taakstelling Beschut werk per gemeente. Deze taakstelling wordt bekend gemaakt in december van het voorafgaande jaar. De verdeling is voorlopig gebaseerd op de laatst bekende taakstelling, dat is die voor het jaar 2024. De definitieve verdeling zal op basis van de bekendmaking in december 2025 zijn. Wet inburgering De bedragen voor de wet inburgering zijn gebaseerd op de verwachte aantallen inburgeraars en de afgesproken prijzen per deeltaak. De definitieve afrekening naar gemeenten zal plaatsvinden op basis van de werkelijk gerealiseerde aantallen.
10