4.Kadernota 2025 VRNHN (2024-05)
Tekst van het document
Kadernota Veiligheidsregio Noord-Holland Noord voor 2025 Inleiding
Met deze kadernota informeren wij gemeenten op hoofdlijnen over de financiële uitgangspunten, inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s voor het begrotingsjaar 2025 van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN). Gemeenteraden van de zestien gemeenten kunnen deze uitgangspunten van een zienswijze voorzien. Daarmee is de kadernota een eerste stap naar het vaststellen van de definitieve begroting van 2025. In de bijlagen (vanaf pagina 8) vindt u de relevante financiële overzichten.
Hoofddoelstelling
Wij zijn Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Onze missie is leed en schade voorkomen en beperken. We zijn hulpvaardig, omgevingsbewust en betrouwbaar. Dit maakt ons professioneel in crisisbeheersing en hulpverlening.
Algemeen
Behalve een hulpverlenings- en crisisorganisatie is Veiligheidsregio NoordHolland Noord een netwerkorganisatie. We werken samen met overheden en organisaties aan crisisbeheersing en hulpverlening. Vandaar ons motto ‘Samen hulpvaardig’. Dit doen we voor de inwoners en bezoekers van onze regio, zodat zij veilig kunnen leven, wonen, werken en recreëren. Speciaal voor uw gemeente vindt u verhalen en cijfers op mijngemeente.vrnhn.nl. Ook ziet u in de dashboards hoe wij de speerpunten en ambities invullen.
Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2025?
Beleidsplan 2024-2027 De Wet veiligheidsregio’s verplicht veiligheidsregio’s om elke vier jaar een nieuw beleidsplan vast te stellen, waarin het beleid ten aanzien van de veiligheidstaken is vastgelegd. Ons huidige beleidsplan loopt tot en met 2023. Begin 2023 is het proces gestart om te komen tot een nieuw beleidsplan 2024-2027. Daarvoor hebben we nauw samengewerkt met interne en externe betrokkenen, waaronder gemeenteraden en crisispartners. Eind 2023 wordt het ontwerpbeleidsplan aangeboden aan de burgemeesters voor overleg met de gemeenteraden. De uitkomsten daarvan worden betrokken bij de definitieve vaststelling van het beleidsplan in het algemeen bestuur.
Brandweer Algemene ontwikkeling De omgeving van de brandweer verandert snel met meer uitdagingen tot gevolg. Denk aan nieuwe risico's, druk op vakbekwaamheid, veranderende wet- en regelgeving en bovenal paraatheid- en beschikbaarheidsproblemen. Om deze uitdagingen aan te pakken, heeft het algemeen bestuur op 26 mei 2023 herziene uitgangspunten vastgesteld. Zij dienen als basis voor de doorontwikkeling en het toekomstbestendig houden van de brandweerzorg in onze regio. Uitgangspunt daarbij is het versterken van de fijnmazige en hoofdzakelijk vrijwillige brandweerzorg. Deze herziening is vertaald naar het meerjarenontwikkelplan brandweer. Dit plan is opgesteld langs drie ontwikkelopgaven en wordt uitgevoerd in 2025, 2026 en 2027.
1
• We brengen vakbekwaamheid op peil VRNHN heeft een grote verantwoordelijkheid voor het geoefend houden van de brandweer. De huidige bezetting van vakbekwaam blijven in verhouding tot het aantal functionarissen dat in aanmerking komt voor training levert het getal 1:100 op, terwijl dat landelijk 1:50 is. Om te voldoen aan de wettelijke normen, moet de bezetting van vakbekwaam blijven uitgebreid worden met 13,34 fte. • We vergroten de paraatheid en beschikbaarheid De regionale spreiding met 52 posten is een groot goed. De praktijk is echter dat veel vrijwillige posten overdag een beschikbaarheidsprobleem hebben. Het nieuwe dekkingsplan beveelt aan om de beroepsposten Alkmaar en Hoorn te versterken. Daarmee krijgen we drie strategisch gepositioneerde beroepskazernes (Alkmaar, Den Helder en Hoorn). Zij kunnen 24/7 uitrukken met een volwaardige TS6 in hun eigen werkgebied én in de regio. Met deze beroepsmatige ondersteuning, de inzet van vrijkomende dubbelprofessionals en een extra flexpool ontstaat meer capaciteit voor het oplossen van - al dan niet tijdelijke en seizoensgebonden - risicogerichte bezettingsproblemen op vrijwillige posten. Dit geldt bijvoorbeeld in het duingebied en op Texel. • We onderkennen de noodzaak tot modernisering We richten een moderniseringsbudget op.
Hiermee kan de brandweer niet alleen meepraten, maar ook samen met partners en andere veiligheidsregio’s meedoen aan programma’s die inspelen op toekomstige ontwikkelingen.
Opgaven in 2025 •
•
We houden rekening met de krapte op de arbeidsmarkt en laten nieuwe brandweercollega’s geleidelijk instromen in onze organisatie. We werven de eerste collega’s voor vakbekwaamheid (5 fte), de volledige versterking van de bezetting voor Alkmaar (9 fte) en de eerste collega’s voor de versterking van Hoorn (8 fte). En we starten met de opbouw van de flexpool (2 fte). We starten met uitgaven ten laste van het moderniseringsbudget.
Crisisbeheersing Algemene ontwikkeling Crises worden ingewikkelder, langduriger en minder voorspelbaar. Daardoor neemt de impact op onze samenleving toe. Je hoeft alleen maar te denken aan de coronacrisis en - nog recenter - de vluchtelingen- en asielcrisis. Maar ook klimaatverandering (extremer weer) en de uitval van vitale voorzieningen zoals elektriciteit, brengen grote risico’s met zich mee. Daar moeten wij ons als veiligheidsregio én samenleving beter op voorbereiden. Dit zijn veelal vraagstukken die de regio overstijgen. Maar zij kunnen hier wel zorgen voor polarisatie en spanningen tussen bevolkingsgroepen. Het vraagt niet alleen om een andere voorbereiding en inzet van de veiligheidsregio, maar ook om samenwerking met andere crisispartners dan bij de bestrijding
2
van de traditionele flitsramp. De veiligheidsregio’s worden meer ingezet om de coördinatie tussen gemeenten, regio’s en Rijk te stroomlijnen. Als gevolg daarvan is ons takenpakket in de afgelopen jaren uitgebreid. Naast de specifieke voorbereiding op de thema’s extreem weer en de uitval van elektriciteit heeft het algemeen bestuur van VRNHN de komende beleidsperiode vier opgaven voor crisisbeheersing onderschreven. • We zijn aanjager of regisseur in het crisisnetwerk Alle betrokken partners (inclusief VRNHN zelf) dragen bij aan de crisisbeheersing en zijn verantwoordelijk voor hun eigen voorbereiding op crisissituaties. VRNHN neemt daarbij als overkoepelende organisatie ook een regie- of aanjaagrol aan om netwerkvorming en -samenwerking te stimuleren. • We ontwikkelen ons naar een flexibele en robuuste crisisorganisatie De samenleving wordt complexer en confronteert ons met crises, waarvoor nog geen plannen en draaiboeken klaarliggen. Onze crisisorganisatie moet hierop toegerust zijn. Dat betekent: samenwerken met (nieuwe) publieke en private netwerkpartners en inwoners en aansluiten op nieuwe informatie- en afstemmingsstructuren die er zullen ontstaan. We moeten wendbaar, paraat en slagvaardig zijn, zodat we op elke crisis passend kunnen reageren.
• Onze crisisbeheersing is informatiegestuurd De aanpak van crises en incidenten staat of valt met het hebben van relevante informatie die de crisisorganisatie, inclusief regionale en landelijke crisispartners, in staat stelt slag- en hulpvaardig op te treden. Het gaat vooral om het ontwikkelen en delen van een gezamenlijk beeld van de situatie. • Onze bevolkingszorg in toekomstbestendig De zorg voor mens, dier en milieu is een verantwoordelijkheid van de gemeente, ook tijdens crises De hulp die dan nodig is noemen we bevolkingszorg. We bevorderen de samenwerking tussen alle organisaties die bevolkingszorgtaken voorbereiden en uitvoeren. Bovendien werken we op dit vlak intensief samen met onze buurregio’s. Leerpunten uit incidenten en oefeningen worden actief met onze crisisfunctionarissen opgepakt. Verhoogde BDUR-bijdrage Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg en het Rijk in het kader van de onhoudbare situatie in de migratieketen, met name in aanmeldcentrum Ter Apel. Onderdeel van deze afspraken is de structurele toevoeging van € 83 miljoen aan de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) vanaf 2023. Deze uitkering bouwt geleidelijk op. Voor 2023 waren de extra middelen via de BDUR € 1.339.619,. Vanaf 2024 gaat het om een verhoging van € 321.745,-.
Naast deze middelen investeren we ook vanuit het regulier budget (€ 159.000,-) in de versterking van de (veiligheidsregiobrede) crisisbeheersing.
3
Dit wordt ingezet voor: • het op orde brengen van de basis van crisisbeheersing (bedrijfsvoering, voertuig Geografische Informatie Medewerker en ondersteuning crisisbeheersing); • het versterken van de GHOR als aanjager in het netwerk en in de doorontwikkeling tot flexibele crisisorganisatie; • het versterken van de brandweer als crisispartner; • het realiseren van een toekomstbestendige bevolkingszorg; • het versterken van de risico- en crisiscommunicatie; • het aansluiten op het Veiligheids-informatieknooppunt (VIK).
Opgaven in 2025 •
• •
•
• •
•
•
Het Regionaal risicoprofiel van onze regio vormt de basis voor het veiligheidsbeeld, een overzicht van alle actuele kwetsbaarheden en risico’s We monitoren die 24/7 in het regionale Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). We laten steeds meer partners aansluiten, zodat het veiligheidsbeeld dynamisch wordt en scherper wordt gesteld. Verstoringen worden geanalyseerd. Eventueel zoeken we de verbinding met buurregio’s en de nationale crisisstructuur. We maken publieke en private organisaties door middel van een risicodialoog bewust van hun eigen verantwoordelijkheden. We gaan nieuwe convenanten aan met partners en herijken de bestaande convenanten. Binnen NW41 gaan we eenduidig om met regiooverschrijdende en landelijke partners. We bouwen met de geselecteerde partners een duurzame relatie op. We zijn voorbereid om op elk moment een structuur op te richten voor een langdurige crisis en dragen landelijk bij aan het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2). Het uitgangspunt is dat elke medewerker van de veiligheidsregio direct kan bijdragen aan de koude, lauwe en warme fase van een crisis (of andere collega’s kan vervangen). Eind 2025 is onderzocht wat er nodig en mogelijk is om de burger in te zetten als crisispartner. Dit is uitgewerkt in een plan van aanpak. Met het toenemende belang van informatie wordt ook de bescherming van informatie steeds belangrijker.
Informatieveiligheid wordt geïntegreerd in bestaand en nieuw beleid, processen en werkinstructies. De doorontwikkeling van bevolkingszorg is vastgelegd in het Plan van Aanpak Uniforme Kwaliteit Bevolkingszorg. We implementeren en borgen de nieuwe landelijke kwaliteitsindicatoren voor bevolkingszorg. We hebben een analyse gemaakt van de capaciteit en slagkracht binnen onze veiligheidsregio op het gebied van risico- en crisiscommunicatie. Dit is gedeeld in NW32-verband met als doel tot een gezamenlijke analyse en verdere samenwerkingsafspraken te komen.
1 De samenwerking van de vier veiligheidsregio’s Kennemerland, Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-
Waterland en Noord-Holland Noord. 2 De samenwerking van de drie veiligheidsregio’s Kennemerland, Zaanstreek-Waterland en NoordHolland Noord.
4
Zorg in de veiligheidsregio Algemene ontwikkeling De toegang tot en de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg staat in Nederland onder druk. Een zorgcrisis? De dreiging is er zeker! De veiligheidsregio kan een belangrijke bijdrage leveren aan de zorgcontinuïteit in de regio, aan het beperken van het toenemend aantal kwetsbare mensen en aan het terugdringen van de steeds groeiende zorgvraag. Maar we kunnen het niet alleen. Hiervoor is een sterk netwerk nodig in het zorg- en veiligheidsdomein. Wij nemen de taken en verantwoordelijkheden niet over van gemeenten en partnerorganisaties, zoals GGD Hollands Noorden. Wel zien we het als onze rol om partijen bij elkaar te brengen, kennis en ervaring uit te wisselen en gezamenlijke opgaven in onze regio slimmer te organiseren. Als we het over zorg in de veiligheidsregio hebben, dan gaat het om de organisatieonderdelen GHOR, ambulancezorg en het Zorg- en Veiligheidshuis. Zij hebben alle drie hun eigen netwerken, specifieke verantwoordelijkheden en deskundigheid. Door elkaars kracht nog beter te benutten, kunnen we de verbindende rol in dit domein meer betekenis geven.
Opgaven in 2025 GHOR De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in crisissituaties en de advisering van overheden en organisaties op dat gebied. Zorginstellingen zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor het leveren van zorg tijdens rampen en crises. Maar door de toenemende zorgvraag hebben zij minder tijd en aandacht voor (de voorbereiding op) zorghulpverlening in opgeschaalde situaties. De GHOR speelt in op deze ontwikkelingen door het verder verstevigen van de banden met zorgpartners. Met als doel hen nog meer te ondersteunen bij oefeningen en planvorming voor speciale crisissituaties, zoals grootschalige stroomuitval. •
• •
•
De GHOR blijft zich ontwikkelen als een wendbare, flexibele en steeds professionelere crisisorganisatie. Zorg kan alleen effectief zijn als de zorgpartners in samenhang een crisis bestrijden. De GHOR adviseert over een passende crisisstructuur, zorgt ervoor dat crisisfunctionarissen goed opgeleid en geoefend zijn, en zet in op evalueren en leren. De GHOR jaagt projecten aan op het gebied van zorgcontinuïteit in de regio (zoals het ROAZ-beeld en -plan3). De GHOR brengt naar verwachting in 2024 een zorgrisicoprofiel tot stand, in nauwe samenwerking met zorgpartners. Dit is een verbijzondering van het Regionaal risicoprofiel. Het geeft aan welke crisistypen het meest relevant zijn voor de geneeskundige en gezondheidskundige partners in onze regio. Welke risico’s hebben een grote impact op de zorg? Het biedt een nog specifieker beeld van onze opgaven voor de jaren 2025 en later. De GHOR gaat nog nauwer samenwerken met de afdeling crisisbeheersing binnen de veiligheidsregio om de gezamenlijke
3 ROAZ staat voor: Regionaal Overleg Acute Zorgketen.
5
expertise en informatiepositie te versterken. De GHOR wil een volwaardig onderdeel worden van het regionale Veiligheids-informatieknooppunt. Ambulancezorg Ambulancezorg in Nederland wordt bekostigd door de zorgverzekeraars. Zo ook onze Regionale Ambulancevoorziening (RAV) in Noord-Holland Noord. Jaarlijks worden rond december de budget- en prestatieafspraken vastgelegd in de WMG (Wet Marktordening Gezondheidszorg) overeenkomst. Voor de ambulanceorganisatie is Noord-Holland Noord een regio met complexe geografische kenmerken: landelijk gebied met grote rijafstanden. Afgelopen jaren hebben we onze diensten met succes kunnen uitbreiden. Het resultaat is dat de patiëntenzorgprestaties en de ritprestaties, ook landelijk gezien, van hoog niveau zijn. Ook onze personele bezetting is op orde ondanks de schaarste aan zorgpersoneel. Voor 2024 zal er mogelijk weer een uitbreiding komen van diensten. Die onderhandelingen zijn nog gaande. •
•
•
Met financiële hulp van de zorgverzekeraars verbeteren we de huisvesting van onze ambulancedienst. In 2025 wordt de nieuwe post in Den Helder opgeleverd. Al eerder komen de nieuwbouw in Hoogkarspel, de uitbreiding in Wognum en de tweede locatie op Texel tot stand. Naast het garanderen van 24/7 paraatheid in onze regio met hoogwaardige zorg richten we ons op het (verder) differentiëren van de ambulance-inzet. Daarmee spelen we in op het veranderende acute zorglandschap. Denk aan zorgconcentratie bij ziekenhuizen met tot gevolg aanpassingen van de patiëntenstromen. Naast de inzet van de ambulance voor de Advanced Life Support (ALS), de Middencomplex (MC) en de Rapid Responder (RRA) streven we naar de introductie van de Physician Assistant Ambulancezorg (PAA). Een vorm met meerwaarde in het middengebied tussen huisartsen- en ambulancezorg. Een belangrijke ontwikkeling vanaf 2025 is het landelijke speerpunt zorgcoördinatie. Hierbij is het doel de verbetering van de eenduidige toegang en triage voor patiënten met een acute zorgvraag. Het zorgt ervoor dat de juiste zorg op de juiste plek aan de juiste patiënt wordt geleverd. In elke acute zorgregio (in ons geval Noord-Holland/Flevoland) wordt zorgcoördinatie ingericht. Dit raakt direct aan de ambulancezorg en de meldkamer ambulancezorg.
Zorg- en Veiligheidshuis Het aantal kwetsbaren in de samenleving neemt toe. We hebben het dan onder meer over personen met onbegrepen gedrag, mensen die in armoede leven of nieuwkomers. Er is een aanzienlijke groep inwoners met een opeenstapeling van problemen met een zorg- en veiligheidscomponent. De oorzaken en gevolgen lopen dwars door elkaar heen en zijn divers zoals psychische klachten, verslavingsproblematiek, een verstandelijke beperking, armoede, overlastgevend of gevaarlijk gedrag – of een combinatie hiervan. Dit vraagt om een domeinoverstijgende aanpak. Het Zorg- en Veiligheidshuis heeft als opgave om samen met gemeenten en ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein bij complexe casuïstiek of situaties (waarbij sprake is van individuele én maatschappelijke
6
veiligheidsrisico’s) verdere onveiligheid of overlast te voorkomen, te beperken en indien mogelijk op te lossen. Met als gewenst resultaat een positief maatschappelijk en financieel effect: een betere kwaliteit van leven en minder overlast en veiligheidsproblemen. Een procesregisseur van het Zorg- en Veiligheidshuis beoordeelt een binnengekomen casus, organiseert de samenwerking en fungeert als onafhankelijk voorzitter van het casusoverleg. •
Verwachtingen ten aanzien van 2026 – 2028
Wat gaan we doen?
Ondanks alle inzet en daadkracht nemen meldingen over mensen met onbegrepen gedrag toe bij politie, GGD en GGZ. Gemeenten en instellingen uit het zorg- en veiligheidsdomein ervaren een toename van complexe casuïstiek in het sociaal domein. Dit is ook terug te zien in de gestage stijging van het aantal cases in het Zorg- en Veiligheidshuis. We hebben een brede uitvraag gedaan bij gemeenten en ketenpartners om scherper te krijgen welke prioriteiten onze aanpak moet krijgen. Hieruit komt naar voren dat we voorrang moeten geven aan het voorkomen dat het gedrag van personen met onbegrepen gedrag met een (hoog) veiligheidsrisico escaleert. Daarom zetten we de komende periode sterk in op tijdige signalering en op de realisatie van woonvoorzieningen. Uit onderzoek blijkt dat investeren in deze aspecten het meeste effect heeft. Binnen het Zorg- en Veiligheidshuis hebben we de ‘Aanpak van mensen met onbegrepen gedrag’ ingesteld. Samen met de GGD, GGZ, de politie, de gemeenten en meerdere zorg- en maatschappelijke organisaties geven we uitvoering aan activiteiten binnen deze aanpak.
De volgende ontwikkelingen zullen ook in 2026 - 2028 relevant zijn: 1. De ontwikkeling van de brandweer en het dekkingsplan. Zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 2024-2027. De uitwerking van het meerjarenontwikkelplan brandweer vindt plaats in de jaren 2025, 2026 en 2027. Daarbij wordt - om personeels- en roostertechnische redenen – prioriteit gegeven aan het versterken van beroepskazerne Alkmaar in 2025. 2. De doorontwikkeling van crisisbeheersing. Zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 2024-2027 en het programma van risico- en crisisbeheersing. 3. Bijdragen aan het beperken van een zorgcrisis en het aantal kwetsbaren in de samenleving. De doorontwikkeling van de zorg in de veiligheidsregio, zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 20242027.
Beleidsplan 2024-2027
Waarom we dit? Wettelijk
doen
Ontwikkeling brandweer Doorontwikkeling crisisbeheersing
Wettelijk en opgedragen taak4 Wettelijk en opgedragen taak
Wat mag het kosten?
Planning
Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes Financiering vanuit Rijksmiddelen, versterking crisisbeheersing
20252028 20252028 20252028
4 Opgedragen taak op grond van besluitvorming door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Noord-Holland
Noord.
7
GHOR
Wettelijk
Ambulancezorg
Opgedragen taak
Binnen bestaande middelen Financiering vanuit Rijksmiddelen, versterking crisisbeheersing Financiering door zorgverzekeraars
Opgedragen taak
Binnen bestaande middelen
ZorgVeiligheidshuis
en
20252028 20252028 20252028
8
Bijlagen Verloop meerjarenperspectief 2025 – 2028 Onderdeel
Bedragen x €1.000 2026 2027
2025
Stand primaire begroting 2024 - 2027 (saldo)
2028
-
-
-
-
-
-
-
-
56.275 510 2.155 250 7.615 22.058 161 89.024
58.695 1.063 3.036 250 7.907 22.283 167 93.401
61.158 1.481 3.997 250 8.595 22.174 173 97.828
63.482 1.537 3.973 250 9.010 22.139 180 100.571
-
-
-
-
89.024
93.401
97.828
100.571
51.308 510 2.155 250 22.330 8.200 4.185 86 89.024
53.299 1.063 3.036 250 23.197 8.222 4.270 64 93.401
55.388 1.481 3.997 250 24.106 8.220 4.386 97.828
57.260 1.537 3.973 250 24.921 8.220 4.410 100.571
Stand kadernota voor begroting 2024 - 2027 (saldo)
-
-
-
-
Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)
-
-
-
-
Wijzigingen nadien (met AB besluit) 1. Totaal wijzigingen nadien
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 1a. BRW Ontwikkelopgave 1; Vakbekwaamheid 1b. BRW Ontwikkelopgave 2; Paraatheid/beschikbaarheid 1c. BRW Ontwikkelopgave 3; Noodzaak tot modernisering 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering
Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen
Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 1a. BRW Ontwikkelopgave 1; Vakbekwaamheid 1b. BRW Ontwikkelopgave 2; Paraatheid/beschikbaarheid 1c. BRW Ontwikkelopgave 3; Noodzaak tot modernisering 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen
Ambulancezorg Veiligheidsregio
9
Gemeentelijke bijdrage Loon-prijsindexatie gemeentelijke bijdrage 2025 Gemeentelijke bijdrage 2024
€
49.377.142
Bij: Loon- en prijsindexatie 2025 op basis van de FUGR 3,9%
€ €
1.930.646 51.307.789
Loon- en prijsindexatie o.b.v. CPB cijfers Loon: CPB Prijs overheidsconsumptie en beloning werknemers Prijs: Prijs Bruto Binnenlands Product
4,00%
0,7
2,80%
3,70%
0,3
1,11% 3,91%
Volgens uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen afgerond:
3,9%
De loon-prijsindexatie 2025 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. Ontwikkelopgave Brandweer De ontwikkelopgave BRW is geïndexeerd op basis van de CPB-percentages kadernota 2025. Bedragen x €1
2025 509.618
2026 1.063.064
2027 1.480.525
1.536.785
1.033.935 924.062 197.451 2.155.448
898.796 1.765.807 371.436 3.036.039
938.343 2.605.410 453.578 3.997.331
974.000 2.548.958 449.806 3.972.764
250.000 2.915.066
250.000 4.349.103
250.000 5.727.856
250.000 5.759.549
Ontwikkelopgave 1; Vakbekwaamheid Ontwikkelopgave 2; Paraatheid/beschikbaarheid - Strategisch gepositioneerde beroepskazerne Alkmaar - Strategisch gepositioneerde beroepskazerne Hoorn - Uitbreiding flexpool Sub Ontwikkelopgave 3; Noodzaak tot modernisering Totaal
2028
Verdeelsleutel kadernota 2025 De verdeelsleutel 2025 per gemeente wordt medio februari 2024 bekend. In de begroting 2025 wordt het overzicht bijdrage per gemeente opgenomen. De verdeelsleutel beweegt mee met de veranderingen van het gemeentefonds (duurzaam), is geobjectiveerd en uitlegbaar (eerlijk) en gaat uit van het draagvlakbeginsel, omdat het aansluit bij de systematiek van het gemeentefonds (rechtvaardig). De gekozen verdeelsleutel is een uitdrukking van solidariteit tussen gemeenten, omdat het rekening houdt met de verschillende omstandigheden van gemeenten. Doordat de veiligheidsregio deze verdeelsleutel hanteert, is er ook een geobjectiveerde analyse te maken tussen de gemeentelijke bijdrage versus de inkomsten uit het gemeentefonds. Meerjarenoverzicht indexatie gemeentelijke bijdrage
Prijs bruto binnenlands product
2024 6,10%
2025 3,70%
2026 2,90%
2027 2,80%
2028 2,40%
Prijs overheidsconsumptie, beloning w erknemers
7,50%
4,00%
4,30%
4,40%
3,80%
Gemeentelijke indexatie
7,1%
3,9%
3,9%
3,9%
3,4%
De indexatie van 2025 van de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de CPB cijfers zoals kenbaar gemaakt in de indexatiebrief van de regietafel Noord-Holland Noord van 8 oktober 2023. De percentages zijn gebaseerd op de meest actuele cijfers van het CPB. In de te hanteren indexatiecijfers voor 2025 is reeds rekening gehouden met een correctie op 2022 vanwege de forse prijsstijgingen. 10
Meerjarenoverzicht gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000 Beginstand Indexatie (loon-prijs) conform primaire begroting Bij: Versterking informatieveiligheid
2024 45.746
2025 49.377
2026 51.308
2027 53.299
2028 55.388
3.248
1.931
1.991
2.089
1.872
51.308
53.299
55.388
57.260
290
Bij: Overname beheersstaken ICT Meldkamer Noord-Holland Gem eentelijke bijdrage
93 49.377
In dit overzicht is alleen de basisbijdrage opgenomen. De ontwikkelopgave BRW is hiervoor separaat aangegeven. Bij bestuurlijke vaststelling van (delen van) de ontwikkelopgave worden de daarbij behorende bedragen opgenomen in de bijdrage. Meerjarenoverzicht decentralisatie-uitkeringen Z&V met indexatie (omslag over zestien gemeenten)
Grondslag 2024 Indexatie 2024 Totaal bijdrage 2024 Grondslag 2025 Indexatie 2025 Totaal bijdrage 2025 Grondslag 2026 Indexatie 2026 Totaal bijdrage 2026 Grondslag 2027 Indexatie 2027 Totaal bijdrage 2027 Grondslag 2028 Indexatie 2028 Totaal bijdrage 2028
Totaalbedrag 599.829 42.468 642.297 642.297 25.114 667.411 667.411 25.896 693.307 693.307 27.178 720.485 720.485 24.352 744.837
Decentralisatie uitkeringen
Indexatie tlv 16 gemeenten
578.823
63.474
578.823
88.588
578.823
114.484
578.823
141.662
578.823
166.014
Het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 8 juli 2022 besloten om vanaf het begrotingsjaar 2022 jaarlijks indexering toe te passen op de decentralisatie-uitkeringen (VNG bijdrage en POK-gelden) en deze door de zestien gemeenten te laten financieren. De indexatie is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Verantwoording vindt plaats onder de post overige baten.
Kengetallen (uit begroting 2024)
• •
Netto schuldquote: een ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VRNHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VRNHN is de ratio beduidend lager, wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten;
11
o
•
een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.
Mutaties meerjarenraming 2025-2027 (uit begroting 2024) Het volgende overzicht betreft de mutaties ten opzichte van de meerjarenraming opgenomen in de begroting 2024.
Onderdeel
Bedragen x €1.000 2026 2027
2025
Stand primaire begroting 2024 - 2027 (saldo)
-
-
-
-
-
-
-
3.280 510 2.155 250 105 492 42 6.834
3.792 1.063 3.036 250 664 -9 43 8.839
5.158 1.481 3.997 250 1.189 -411 47 11.711
-
-
-
-
-
6.834
8.839
11.711
-
252 510 2.155 250 2.052 1.905 -292 2 6.834
609 1.063 3.036 250 2.250 1.927 -270 -26 8.839
1.644 1.481 3.997 250 2.767 1.925 -245 -108 11.711
-
Afw. kadernota t.o.v. begroting 2024 - 2027 (saldo)
-
-
-
-
Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)
-
-
-
-
Wijzigingen nadien (met AB besluit) Totaal wijzigingen nadien
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 1a. BRW Ontwikkelopgave 1; Vakbekwaamheid 1b. BRW Ontwikkelopgave 2; Paraatheid/beschikbaarheid 1c. BRW Ontwikkelopgave 3; Noodzaak tot modernisering 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering
Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen
Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 1a. BRW Ontwikkelopgave 1; Vakbekwaamheid 1b. BRW Ontwikkelopgave 2; Paraatheid/beschikbaarheid 1c. BRW Ontwikkelopgave 3; Noodzaak tot modernisering 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen
Ambulancezorg Veiligheidsregio
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering De loonstijgingen als gevolg van de nieuwe cao’s in 2023 zijn substantieel. De laatste verhoging van de Ambu-cao (gemiddeld 5%) vindt 1 juni 2024 plaats en loopt tot 31 januari 2025. De huidige cao van de veiligheidsregio eindigt op 30 april 2024.
12
De stijging door voorstellen aangaande de ontwikkelopgaven BRW zijn separaat aangegeven. Zie ook het kopje Ontwikkelopgave Brandweer. Binnen de begroting van de brandweer is geen ruimte om dit te financieren. De rente en afschrijvingen stijgen enerzijds door fors hogere uitgaven (oorzaak inflatie) voor de investeringsgoederen, mede door het niet kunnen realiseren van investeringen (onder andere door leveringsproblemen leveranciers). De verwachting is dat deze lasten op termijn verder gaan stijgen mede onder druk van hogere rente die we moeten betalen bij herfinanciering door aflopende leningen. De overige lasten blijven redelijk stabiel met een verwachte (kleine) afname (laatste kazernes zijn verkocht in 2023) ten opzichte van de vorige kadernota. Stijging door inflatie was al deels bij de vorige kadernota meegenomen. Toevoeging aan de reserves neemt iets toe door de nieuwe cao ambulancezorg (betreft hier spaaruren ambulancezorg).
Dekkingsmiddelen De bijdragen van de gemeenten komen hoger uit dan waarmee rekening is gehouden in de begroting 2024. Dit wordt veroorzaakt doordat de CPB cijfers van 17 augustus naar boven zijn bijgesteld ten opzichte van de begroting 2024. De indexatie voor 2025 is opgenomen conform de brief van de regietafel van 8 oktober 2023. De stijging door voorstellen aangaande de ontwikkelopgaven BRW zijn separaat aangegeven. Zie ook het kopje Ontwikkelopgave Brandweer. Het wettelijk bedrag Nza stijgt door toepassing van indexatie op de reeds verhoogde vergoedingen in 2023 en 2024. De rijksbijdrage BDUR is aangepast aan de bedragen genoemd in de brief van 13 juni 2023 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarbij wordt in de brief opgemerkt dat de verwachte vergoeding voor 2025 en verder (zie tabel verloop meerjarenperspectief) lager ligt dan de toezegging over 2024 (vergoeding van € 8.486.000). De in 2023 verkregen extra bijdrage (basisbedrag € 1,3 miljoen) voor crisisbeheersing zijn reeds aangewend om de crisisorganisatie te versterken. De overige baten nemen iets af, omdat de laatste kazernes waarvoor kosten werden doorberekend aan gemeenten, zijn verkocht. De onttrekking aan bestaande bestemmingsreserves binnen de VRNHN loopt af. In 2026 wordt voor de laatste keer een bedrag aan de frictiereserve onttrokken.
13