CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 GGD HN was-wordt lijst (2024-06)

Gemeenteraad 26 februari 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Zienswijze wijziging wet GR (2024-06)6.495 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

Bijlage 2 Overzicht gewijzigde artikelen na (6e) wijziging Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden (was-wordt lijst) Betreft wijziging in verband met gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en toevoegen taken op het gebied van In control of Alcohol & Drugs Huidige tekst

Tekst na (6e) wijziging

Artikel 4 Taken

Artikel 4 Taken

1.

De colleges dragen aan GGD HN op: a. de uitvoering van de taken genoemd in artikel 2 van de Wet publieke gezondheid; b. de uitvoering van de jeugdgezondheidzorg genoemd in artikel 5 van de Wet publieke gezondheid; c. de uitvoering van het vaccinatieprogramma genoemd in artikel 6b lid 3 t/m 6 van de Wet publieke gezondheid; d. de uitvoering van de ouderengezondheidszorg genoemd in artikel 5a, van de Wet publieke gezondheid; e. de uitvoering van de infectieziektebestrijding genoemd in artikel 6, eerste lid van de Wet publieke gezondheid; f. het houden van toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1.61, eerste lid van de Wet kinderopvang; g. de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Wet op de lijkbezorging voor wat betreft de gemeentelijke lijkschouwingen; h. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. i. de uitvoering van een crisisfunctie die 24/7 beschikbaar en inzetbaar is bij crisissituaties waarbij handelen op grond van de Jeugdwet noodzakelijk is.

2.

Het algemeen bestuur is bevoegd tot het op verzoek voor één of meer deelnemers, dan wel derden uitvoeren van taken en verrichten van diensten. Bij het verlenen van diensten aan derden wordt in acht genomen dat te allen tijde het merendeel van de diensten wordt verleend aan de deelnemers.

1. De colleges dragen aan GGD HN op: a. de uitvoering van de taken genoemd in artikel 2 van de Wet publieke gezondheid; b. de uitvoering van de jeugdgezondheidzorg genoemd in artikel 5 van de Wet publieke gezondheid; c. de uitvoering van het vaccinatieprogramma genoemd in artikel 6b lid 3 t/m 6 van de Wet publieke gezondheid; d. de uitvoering van de ouderengezondheidszorg genoemd in artikel 5a, van de Wet publieke gezondheid; e. de uitvoering van de infectieziektebestrijding genoemd in artikel 6, eerste lid van de Wet publieke gezondheid; f. het houden van toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1.61, eerste lid van de Wet kinderopvang; g. de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Wet op de lijkbezorging voor wat betreft de gemeentelijke lijkschouwingen; h. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; i. de uitvoering van een crisisfunctie die 24/7 beschikbaar en inzetbaar is bij crisissituaties waarbij handelen op grond van de Jeugdwet noodzakelijk is. j. Ondersteuning (advisering, coördinatie en uitvoering) over de inzet van het budget voor preventie op het gebied van alcohol- en drugsgebruik in de leeftijdscategorie 12 tot 23 jaar (In Control Of Alcohol & Drugs) en uitvoering daarvan.

3.

2.

3.

Artikel 18 Verantwoordings- en informatieplicht 1.

Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad alle inlichtingen die door het college, de

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

Het algemeen bestuur is bevoegd tot het op verzoek voor één of meer deelnemers, dan wel derden uitvoeren van taken en verrichten van diensten. Bij het verlenen van diensten aan derden wordt in acht genomen dat te allen tijde het merendeel van de diensten wordt verleend aan de deelnemers.

Artikel 18 Verantwoordings- en informatieplicht 1.

Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 1 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd. 2.

3.

4.

5.

6.

Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. De raden en colleges bepalen de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt. Een lid van het algemeen bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de wet geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden of colleges worden verlangd. Als onderdeel van de informatieplicht van het algemeen bestuur, als bedoeld in het vijfde lid, stuurt het bestuur twee maal per jaar een bestuursrapportage aan de raden van de deelnemende gemeenten. De bestuursrapportage is gebaseerd op de begroting en geeft een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De rapportage gaat in op nieuwe ontwikkelingen, het financieel perspectief, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering.

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

raad alle inlichtingen die door het college, de raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd. 2.

Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

3.

De raden en colleges bepalen de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt.

4.

Een lid van het algemeen bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de wet geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur.

5.

Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden of colleges worden verlangd.

6.

Als onderdeel van de informatieplicht van het algemeen bestuur, als bedoeld in het vijfde lid, stuurt het bestuur twee maal per jaar een bestuursrapportage aan de raden van de deelnemende gemeenten. De bestuursrapportage is gebaseerd op de begroting en geeft een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De rapportage gaat in op nieuwe ontwikkelingen, het financieel perspectief, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering.

7.

Het bestuur van het openbaar lichaam, verstrekt de raden van de deelnemers de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Bij de informatieverstrekking geldt dat  Relevante informatie in een zo vroeg mogelijk stadium wordt verschaft;  Informatie op hoofdlijnen wordt verstrekt, behalve als een detail (politiek) relevant is of als er specifiek om is gevraagd;  Schriftelijke inlichtingen zendt het bestuur (dagelijks bestuur, algemeen bestuur en/of voorzitter) rechtstreeks naar en gelijktijdig aan de raden en in cc aan de colleges van de deelnemers. Indien de informatie wordt verstrekt door

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 2 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

dagelijks bestuur of voorzitter dan wordt het algemeen bestuur vooraf geïnformeerd. HOOFDSTUK 6 PERSONEEL EN ORGANISATIE

HOOFDSTUK 7 PERSONEEL EN ORGANISATIE

HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE EN BELEIDSMATIGE BEPALINGEN

Artikel 25 Kadernota

Artikel 25 Kadernota

1.

Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.

1.

Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de begroting wordt vastgesteld, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.

2.

De raden kunnen bij het dagelijks bestuur voor 1 maart van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders naar voren brengen.

2.

De raden kunnen bij het dagelijks bestuur voor 1 maart van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders naar voren brengen.

3.

Het algemeen bestuur stelt de kadernota vóór 15 maart vast.

3.

4.

Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen.

5.

Het dagelijks bestuur zendt het besluit en de kadernota aan de raden, binnen twee weken na de vaststelling als bedoeld in het derde lid.

Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de kadernota schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

4.

Het algemeen bestuur stelt de kadernota vóór 15 maart vast.

5.

Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen.

6.

Het dagelijks bestuur zendt het besluit en de kadernota aan de raden, binnen twee weken na de vaststelling als bedoeld in het vierde lid.

Nieuw artikel toegevoegd

Artikel 26 De meerjarenbeleidsplannen 1.

Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling biedt een concept meerjarenbeleidsplan aan de gemeenteraden aan voor zienswijze.

2.

De gemeenteraden geven binnen 10 weken na ontvangst van het concept meerjarenbeleidsplan hun zienswijze hierover aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

3. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 3 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

vaststellen van het meerjarenbeleidsplan schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 26: Begroting

Artikel 27: Begroting

1.

Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de raden een ontwerpbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

1.

Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de raden een ontwerpbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

2.

De raden van de deelnemende gemeenten kunnen vóór 1 juli bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Bij het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt het dagelijks bestuur een reactienota, waarin gemotiveerd wordt aangegeven op welke wijze de zienswijze wel of niet is verwerkt in dit voorstel.

2.

De raden van de deelnemende gemeenten kunnen uiterlijk 25 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Bij het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt het dagelijks bestuur een reactienota, waarin gemotiveerd wordt aangegeven op welke wijze de zienswijze wel of niet is verwerkt in dit voorstel.

3.

Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen.

3.

4.

Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 1 augustus, aan gedeputeerde staten en de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

4.

Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen.

5.

Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 15 september, aan gedeputeerde staten en de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

6.

De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting in de leden 4 en 5 van dit artikel zijn mede van toepassing op wijziging van de begroting met uitzondering van wijzigingen van de begroting die voor de deelnemers administratief budgettair neutraal zijn.

5.

De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting in de leden 3 en 4 van dit artikel zijn mede van toepassing op wijziging van de begroting met uitzondering van wijzigingen van de begroting die voor de deelnemers administratief budgettair neutraal zijn.

Artikel 27 Jaarrekening

Artikel 28 Jaarrekening

1.

1.

Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 april van

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 4 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een ontwerp-jaarrekening en accountantsverklaring aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.

De raden van de deelnemende gemeenten kunnen vóór 25 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerp-jaarrekening naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-jaarrekening zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

3.

Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen.

4.

5.

het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een ontwerp-jaarrekening en accountantsverklaring aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.

De raden van de deelnemende gemeenten kunnen uiterlijk 25 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de concept bestemming van het rekeningresultaat naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpjaarrekening zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

3.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedupeerde staten en aan de raden.

Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de jaarrekening schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

4.

Uiterlijk 15 juli na afloop van het dienstjaar stelt het algemeen bestuur een jaarverslag vast van de door het bestuur van de dienst verrichte werkzaamheden. Dit jaarverslag wordt ter kennis toegezonden aan de raden van de deelnemers.

Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen.

5.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedupeerde staten en aan de raden.

6.

Uiterlijk 15 juli na afloop van het dienstjaar stelt het algemeen bestuur een jaarverslag vast van de door het bestuur van de dienst verrichte werkzaamheden. Dit jaarverslag wordt ter kennis toegezonden aan de raden van de deelnemers.

Artikel 28 Batig saldo

Artikel 29 Batig saldo

Indien de rekening sluit met een batig saldo, besluit het algemeen bestuur of dit saldo: a. geheel of gedeeltelijk zal worden gereserveerd conform een door het algemeen bestuur vast te stellen reserveringsbeleid; b. geheel of gedeeltelijk zal worden gebruikt voor extra investeringen, dan wel, c. geheel of gedeeltelijk zal worden uitgekeerd aan de deelnemers in de verhouding waarin zij overeenkomstig de in artikel 30 bedoelde verdeelsleutel bijdragen in het exploitatietekort.

Indien de rekening sluit met een batig saldo, besluit het algemeen bestuur met inachtneming van artikel 28 of dit saldo: a. geheel of gedeeltelijk zal worden gereserveerd conform een door het algemeen bestuur vast te stellen reserveringsbeleid; b. geheel of gedeeltelijk zal worden gebruikt voor extra investeringen, dan wel, c. geheel of gedeeltelijk zal worden uitgekeerd aan de deelnemers in de verhouding waarin zij overeenkomstig de in artikel 30 bedoelde verdeelsleutel bijdragen in het exploitatietekort.

Artikel 29 Financiering

Artikel 30 Financiering

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 5 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

1.

Voor het betalen van rente en aflossing van geldleningen en in rekening-courant opgenomen gelden staan de deelnemers garant voor zover ter zake door ander overheidsorganen geen garantie is verstrekt.

1.

Voor het betalen van rente en aflossing van geldleningen en in rekening-courant opgenomen gelden staan de deelnemers garant voor zover ter zake door ander overheidsorganen geen garantie is verstrekt.

2.

De deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarin de garantie is verleend. Het bepaalde in artikel 30 lid 3 inzake de vaststelling van het aantal inwoners in hierbij van overeenkomstige toepassing. Indien uit deze bepaling in enig jaar voor de deelnemers betalingsverplichtingen voortvloeien, worden deze aan de met de deelnemers te verrekenen bijdrage toegevoegd.

2.

De deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarin de garantie is verleend. Het bepaalde in artikel 31 lid 3 inzake de vaststelling van het aantal inwoners in hierbij van overeenkomstige toepassing. Indien uit deze bepaling in enig jaar voor de deelnemers betalingsverplichtingen voortvloeien, worden deze aan de met de deelnemers te verrekenen bijdrage toegevoegd.

Artikel 30 Verdeling van de baten en lasten

Artikel 31 Verdeling van de baten en lasten

1.

De lasten van het lichaam worden gedekt door: a. algemene bijdragen van de deelnemers op basis van het aantal inwoners; b. gemeentelijke bijdrage jeugdgezondheidszorg en adolescenten op basis van het aantal 0-4 jarigen en 12-18 jarigen van de deelnemer alsmede de gemeentelijke bijdrage Rijksvaccinatieprogramma; c. bijdragen van de deelnemers voor huisvesting Jeugdgezondheidszorg op basis van de werkelijke kosten in hun gemeente; d. gemeentelijke bijdrage OGGZ Kop van Noord-Holland door de deelnemers uit de Kop van Noord-Holland op basis van het aantal inwoners van deze deelnemers; e. subsidies, andere bijdragen dan de onder a van dit lid bedoelde bijdragen en schenkingen; f. overige inkomsten.

1.

De lasten van het lichaam worden gedekt door: a. algemene bijdragen van de deelnemers op basis van het aantal inwoners; b. gemeentelijke bijdrage jeugdgezondheidszorg en adolescenten op basis van het aantal 0-4 jarigen en 12-18 jarigen van de deelnemer alsmede de gemeentelijke bijdrage Rijksvaccinatieprogramma; c. bijdragen van de deelnemers voor huisvesting Jeugdgezondheidszorg op basis van de werkelijke kosten in hun gemeente; d. gemeentelijke bijdrage OGGZ Kop van NoordHolland door de deelnemers uit de Kop van Noord-Holland op basis van het aantal inwoners van deze deelnemers; e. subsidies, andere bijdragen dan de onder a van dit lid bedoelde bijdragen en schenkingen; f. overige inkomsten.

2. 2.

De in het vorige lid onder a bedoelde bijdragen omvatten de jaarlijkse lasten, voor zover deze niet door de opbrengsten uit andere vergoedingen worden bestreden.

De in het vorige lid onder a bedoelde bijdragen omvatten de jaarlijkse lasten, voor zover deze niet door de opbrengsten uit andere vergoedingen worden bestreden.

3. 3.

Voor de vaststelling van de bijdragen als bedoeld in lid 1 onder a, b en d geldt het volgende uitgangspunt: de bijdragen van de deelnemers worden bepaald naar rato van het aantal inwoners of specifieke leeftijdsgroep van inwoners van de deelnemers op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van het aantal inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers aangehouden.

Voor de vaststelling van de bijdragen als bedoeld in lid 1 onder a, b en d geldt het volgende uitgangspunt: de bijdragen van de deelnemers worden bepaald naar rato van het aantal inwoners of specifieke leeftijdsgroep van inwoners van de deelnemers op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van het aantal inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers aangehouden.

4. 4.

De deelnemers betalen een vierde gedeelte van

De deelnemers betalen een vierde gedeelte van de volgens de begroting over enig jaar boekjaar

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 6 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

de volgens de begroting over enig jaar boekjaar geraamde bijdrage bij wijze van voorschot in de eerste maand van elk kalenderkwartaal. 5.

Het vaststellen van de door elke deelnemer verschuldigde bijdrage gebeurt tegelijkertijd met de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur.

6.

Het dagelijks bestuur doet van het vaststellen van de bijdragen mededeling aan de raden van de deelnemers.

7.

Binnen vier weken na ontvangst van de in het vijfde lid bedoelde mededeling worden de door de deelnemers verschuldigde bijdragen verrekend met de ingevolge het derde lid betaalde voorschotten.

geraamde bijdrage bij wijze van voorschot in de eerste maand van elk kalenderkwartaal. 5.

Het vaststellen van de door elke deelnemer verschuldigde bijdrage gebeurt tegelijkertijd met de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur.

6.

Het dagelijks bestuur doet van het vaststellen van de bijdragen mededeling aan de raden van de deelnemers.

7. Binnen vier weken na ontvangst van de in het vijfde lid bedoelde mededeling worden de door de deelnemers verschuldigde bijdragen verrekend met de ingevolge het derde lid betaalde voorschotten.

HOOFDSTUK 8 ARCHIEF

HOOFDSTUK 9 ARCHIEF

Artikel 31 Archief

Artikel 32 Archiefzorg

1.

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig en volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling ingevolge artikel 40 van de Archiefwet 1995.

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.

2.

De directeur Publieke Gezondheid is belast met de bewaring en het beheer van deze archief bescheiden.

3.

Bij opheffing van de regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

Nieuw artikel toegevoegd

Artikel 33 Archiefbeheer 1. De directeur Publieke Gezondheid is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.

Nieuw artikel toegevoegd

Artikel 34 Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van Regionaal Historisch Centrum Alkmaar.

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 7 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

Nieuw artikel toegevoegd

Artikel 35 Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Regionaal Historisch Centrum Alkmaar.

Nieuw artikel toegevoegd

Artikel 36 Verantwoording 1. De archivaris van Regionaal Historisch Centrum Alkmaar brengt minimaal tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur brengt minimaal tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.

Nieuw artikel toegevoegd

Artikel 37 Terbeschikkingstelling

HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

1. De deelnemers aan de regeling stellen aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. De zorgdragers van partijen, genoemd in lid 1, stellen een verklaring van terbeschikkingstelling op waarin de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de terbeschikkingstelling gestelde archiefbescheiden worden geregeld. HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING, GESCHILLEN EN EVALUATIE

Artikel 32 Toetreding

Artikel 38 Toetreding

1.

Toetreding tot de regeling kan plaats vinden bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de toetredende gemeente, nadat het algemeen bestuur met deze toetreding heeft ingestemd.

1.

Toetreding tot de regeling kan plaats vinden bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de toetredende gemeente, nadat het algemeen bestuur met deze toetreding heeft ingestemd.

2.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden.

2.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden.

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 8 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

Artikel 33 Uittreding

Artikel 39 Voorwaarden uittreding

1.

Een deelnemer kan uittreden uit de regeling door een daartoe strekkend besluit van het uittredende college van burgemeester en wethouders.

1.

Gedurende een termijn van 4 jaar, te rekenen vanaf de datum van deelname aan/toetreding tot de regeling, is uittreding niet mogelijk.

2. 2.

Uittreding kan slecht plaatsvinden met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twaalf maanden.

3.

Het algemeen bestuur regelt de financiële en overige gevolgen van de uittreding.

Een deelnemer kan (geheel of gedeeltelijk) uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de raad en het college van burgemeester en wethouders. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur de betreffende besluiten heeft ontvangen. Van gedeeltelijke uittreding is sprake indien de deelnemer slechts een deel van de door het samenwerkingsverband ten behoeve van alle deelnemers uitgevoerde taken, als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, wenst terug te nemen.

3.

Het dagelijks bestuur zendt de besluiten tot (gedeeltelijke) uittreding van een deelnemer aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten.

4.

Uittreding, geheel of gedeeltelijk, geschiedt per 1 januari van enig jaar, waarbij een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht wordt genomen.

5.

Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, komen de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur, uiterlijk 6 maanden voor de datum van uittreding, een conceptuittredingsregeling overeen, welke door de deelnemers wordt vastgesteld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op reële en evenwichtige wijze worden afgewogen. In de concept-uittredingsregeling worden de personele, juridische, organisatorische en financiële gevolgen, waaronder de gevolgen voor het vermogen, van de uittreding geïnventariseerd, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan, de voorwaarden voor uittreding, de hoogte van de uittreedsom en de overname van personeel en/of overige verplichtingen door de uittredende deelnemer. Indien blijkt dat, als gevolg van een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen, een overleg met de bij de sector betrokken vakbonden noodzakelijk is ten behoeve van het opstellen van een sociaal plan, wordt de conclusie van dit overleg opgenomen in de conceptuittredingsregeling.

6.

Het algemeen bestuur van GGD Hollands Noorden en de uittredende deelnemer zullen zich inspannen om de nadelige gevolgen van de uittreding voor het openbaar lichaam en de uittredende deelnemer zo veel mogelijk te

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 9 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

beperken, bijvoorbeeld door personeel of andere verplichtingen over te nemen of anderszins in stand te doen houden. 7.

Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van het openbaar lichaam én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling, waarbij bij het bepalen van de hoogte van de schade in beginsel een afbouwperiode van 5 jaar wordt gehanteerd, te rekenen vanaf de datum van uittreding.

8.

De hoogte van de uittreedsom als bedoeld in lid 7 wordt slechts verhoogd indien er sprake is van substantiële langlopende en niet te mitigeren financiële verplichtingen, indien vast staat dat deze zich zullen voor doen én in die becijferde omvang, waarbij de bijdrage in de kosten door de uittredende deelnemer naar rato wordt vastgesteld.

9.

De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten) in de in lid 7 genoemde afbouwperiode, waarbij geen verrekening van het vermogen plaats vindt.

10. Op de uittreedsom wordt het aandeel van de uittredende deelnemer in de algemene reserve van het openbaar lichaam op de datum van uittreding in mindering gebracht, voor zover deze algemene reserve het benodigde weerstandsvermogen overschrijdt. Het aandeel in de algemene reserve wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de uittredende deelnemer. Indien er sprake is van een tekort in de algemene reserve ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen wordt de uittreedsom met dit tekort verhoogd overeenkomstig de hiervoor benoemde berekeningswijze. 11. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten in verband met de uittreding van de deelnemer, zoals de kosten van inhuur externe dienstverlening, kosten onderzoek accountant, kosten boventallig primair personeel, kosten opstellen sociaal plan, kosten boventallig decentrale personele overhead, kosten afwaardering activa. De frictiekosten komen volledig ten laste van de uittredende deelnemer. 12. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 10 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

doorbelaste kosten als gevolg van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, die ontstaan als direct gevolg van de uittreding gedurende de in lid 7 genoemde afbouwperiode. De desintegratiekosten die direct aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend, komen integraal voor rekening van de uittredende deelnemer voor de duur van maximaal 5 jaar. Desintegratiekosten die niet direct aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend, zoals investeringskosten, afschrijvingskosten, kantoorhuur, salariskosten en inhuur van personeel etc. komen naar rato van de kostenverdeelsleutel als bedoel in artikel 31 van de regeling, voor rekening van de uittredende deelnemer bij algehele uittreding. Bij gedeeltelijke uittreding komen de desintegratiekosten voor rekening van de uittredende gemeente naar rato van uittreding. 13. De kosten als bedoeld in lid 11 en lid 12 worden door de accountant van het openbaar lichaam bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 14.

Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het zevende t/ m negende lid, vragen de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer. 15. Het algemeen bestuur stelt de conceptuittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen ter besluitvorming. De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluiten. 16. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. 17. De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in het zestiende lid door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt. Artikel 34 Wijziging

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Artikel 40 Wijziging

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 11 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

1.

Elke deelnemer, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen voor wijzigingen van de regeling.

1.

Elke deelnemer, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen voor wijzigingen van de regeling.

2.

Een voorstel tot wijziging van een of meer deelnemers of het dagelijks bestuur wordt aan het algemeen bestuur gezonden.

2.

Een voorstel tot wijziging van een of meer deelnemers of het dagelijks bestuur wordt aan het algemeen bestuur gezonden.

3.

Het algemeen bestuur behandelt het verzoek tot wijziging als bedoeld in het tweede lid binnen drie maanden na ontvangst. Met de beschouwing en opmerkingen van het algemeen bestuur wordt het voorstel aan de deelnemers gezonden.

3.

Het algemeen bestuur behandelt het verzoek tot wijziging als bedoeld in het tweede lid binnen drie maanden na ontvangst. Met de beschouwing en opmerkingen van het algemeen bestuur wordt het voorstel aan de deelnemers gezonden.

4.

De regeling kan worden gewijzigd indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers tenminste vertegenwoordigende twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied, hiertoe besluiten.

4.

De regeling kan worden gewijzigd indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers tenminste vertegenwoordigende twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied, hiertoe besluiten.

Artikel 35 Opheffing

Artikel 41 Opheffing

1.

De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste twee derde van het aantal deelnemers, tenminste vertegenwoordigende twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied, daartoe besluiten.

1.

De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste twee derde van het aantal deelnemers, tenminste vertegenwoordigende twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied, daartoe besluiten.

2.

In geval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

2.

In geval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

3.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemers gehoord, vastgesteld.

3.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemers gehoord, vastgesteld.

4.

Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de deelnemers: a. tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing; b. in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

4.

Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de deelnemers: a. tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing; b. in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

Artikel 36 Geschillen

Artikel 42 Geschillen

1.

Als er tussen het algemeen bestuur en/of dagelijks bestuur van deze regeling en een of meer deelnemers onderling een geschil ontstaat over de uitvoering van deze regeling, treden dagelijks bestuur en de deelnemer(s) direct met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen.

1.

Als er tussen het algemeen bestuur en/of dagelijks bestuur van deze regeling en een of meer deelnemers onderling een geschil ontstaat over de uitvoering van deze regeling, treden dagelijks bestuur en de deelnemer(s) direct met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen.

2.

Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een (niet bindend) advies uit.

2.

Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een (niet bindend) advies uit.

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 12 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

3.

Op geschillen tussen de deelnemers onderling of tussen deelnemer(s) en GGD HN is artikel 28 van de wet van toepassing.

Nieuw artikel toegevoegd

3.

Op geschillen tussen de deelnemers onderling of tussen deelnemer(s) en GGD HN is artikel 28 van de wet van toepassing.

Artikel 43 Evaluatiebepaling 1.

Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats en heeft pas doorgang als de evaluatie en het betreffende onderwerp met een meerderheid van stemmen, uitgebracht door de deelnemers, wordt aangenomen.

2.

Het dagelijks bestuur van de regeling zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en, wanneer een stemverhouding ontbreekt, het stemmen daarover.

3.

Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt het dagelijks bestuur zorg voor de uitvoering van de evaluatie.

4.

De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt het dagelijks bestuur deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven.

5.

6.

De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daarop volgende evaluatieperiode.

HOOFDSTUK 10 SLOTBEPALING

HOOFDSTUK 11 SLOTBEPALING

Artikel 37 Slotbepaling

Artikel 44 Slotbepaling

1.

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2007.

1.

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2007.

2.

Een wijziging van de regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

2.

Een wijziging van de regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

3.

De regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Noorden.

3.

De regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Noorden.

4.

Het gemeentebestuur van Alkmaar is het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de wet en zendt de (gewijzigde) regeling aan

4.

Het gemeentebestuur van Alkmaar is het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de wet en maakt deze tijdig in alle gemeenten

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 13 van 14

Voorstel tot wijziging GR GGD Hollands Noorden

gedeputeerde staten en maakt deze tijdig in alle gemeenten bekend door kennisgeving hiervan in het Gemeenteblad.

bekend door kennisgeving hiervan in het Gemeenteblad. 5.

5.

Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

6.

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.

Wijziging in de toelichting Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen (artikelen 23 t/m 30)

Hoofdstuk 8 Financiële bepalingen (artikelen 23 t/m 31)

De colleges van Burgemeester en wethouder van < …………………..gemeentenaam > besluiten de Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden met ingang van 1 juli 2024 te wijzigen.

Auteur Afdeling

: Yvonne Koopen : directiebureau

Vertrouwelijkhei d

:

basissjabloon_v1.0

Datum: Document nr.

: 8-11- 2023 :

Versie Geldig vanaf

: :

3.0

Pagina 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13758540/2