20260610 Raadsbrief voorlopige voorziening bestemmingsplan “Centrum West” Venhuizen
Tekst van het document
Raadsbrief voorlopige voorziening bestemmingsplan “Centrum West” Venhuizen Zaaknummer: 286360 Bijlage: Verzoek voorlopige voorziening Raad van State Geachte raad,
9 juni 2026 is bijgaande brief ontvangen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling). De Afdeling informeert ons over een verzoek om voorlopige voorziening dat appellant bij de Afdeling aanhangig heeft gemaakt. Met deze raadsbrief informeren wij u over de brief van de Raad van State en duiden wij kort de inhoud en het proces. Informatieverstrekking Voorlopige voorziening bestemmingsplan Tegen het door de gemeenteraad eind 2024 vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat kader bestaat voor appellanten ook de mogelijkheid om een verzoek om een voorlopige voorziening (schorsing) in te dienen. Een dergelijk verzoek kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden gedaan gelijktijdig met het beroepschrift of op enig moment gedurende de lopende beroepsprocedure, mits sprake is van een spoedeisend belang. Voor bestemmingsplannen is echter van belang dat het plan na afloop van de beroepstermijn van zes weken in werking treedt, tenzij binnen die termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Een tijdig ingediend verzoek heeft tot gevolg dat de inwerkingtreding van het bestemmingsplan wordt opgeschort totdat de voorzieningenrechter hierover heeft beslist.
Tegen het bestemmingsplan Centrum West heeft appellant binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Deze is echter door appellant ingetrokken, omdat er op dat moment volgens hem geen spoedeisend belang was. Het bestemmingsplan Centrum West is dan ook na afloop van de beroepstermijn in werking getreden. Met het verzoek van 3 juni 2026 heeft appellant alsnog een voorlopige voorziening aangevraagd tegen het bestemmingsplan Centrum West. De Raad van State beslist op het verzoek om voorlopige voorziening. Punt 1 Appellant verzoekt de Raad van State bij voorlopige voorziening de gemeente op te leggen het voorstel “Voorbereidingsbesluit spuitvrije zone achter Twijver 2 t/m 30 Venhuizen” terug te trekken en voorlopig een spuitvrije zone vast te stellen van 50 mtr. ten westen van perceel G2649. Reactie punt 1 Het “Voorbereidingsbesluit spuitvrije zone achter Twijver 2 t/m 30 Venhuizen” wordt behandeld in de gemeenteraadsvergadering van 25 juni 2026. Het raadsvoorstel is besproken tijdens de rondetafelgesprekken op 8 juni 2026. Appellant heeft ingesproken bij de behandeling van het raadsvoorstel. Tegen een voorbereidingsbesluit staat in beginsel geen bezwaar of beroep open, omdat het een besluit betreft ter voorbereiding van een later ruimtelijk besluit, het wijzigen van het omgevingsplan.
Gelet hierop is het dan ook niet mogelijk een voorlopige voorziening, schorsing en/of vernietiging aan te vragen bij de Raad van State. Punt 2
Appellant verzoekt de Raad van State bij voorlopige voorziening de op 12 februari 2026 verleende omgevingsvergunning te schorsen of te vernietigen. Reactie punt 2 Op 5 september 2025 heeft vergunninghouder een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van 58 woningen in fase 1 van het plan Venhuizen Centrum-West. Op 12 februari 2026 heeft ons college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Appellant heeft bezwaar ingediend tegen de afgegeven omgevingsvergunning. Op 11 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden en op 9 juni 2026 heeft de externe bezwaarschriftencommissie advies uitgebracht. De commissie adviseert het college om de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit van 12 februari 2026 in stand te laten. Ons college heeft het advies van de bezwarencommissie overgenomen. Appellant is door middel van een brief op de hoogte gesteld van dit besluit. Tegen dit besluit staat gedurende 6 weken beroep open bij de rechtbank. Indien appellant wil dat het besluit wordt geschorst of dat de rechter een voorlopige voorziening treft, dan kan appellant daartoe een verzoek doen aan de rechtbank Noord-Holland. Vervolg Voor nu is de brief van de Afdeling informerend van aard en is geen actie nodig. We wachten nader bericht van de Afdeling met betrekking tot de voorlopige voorziening af.
Hoogkarspel, 11 juni 2026 Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
M.N. Schroor
B.W. Diepstraten