2.c Begroting RSW 2026
Tekst van het document
Recreatieschap Westfriesland Begroting 2026
Voor behandeling in de vergadering van het algemeen bestuur van 9 juli 2025
2
Inhoudsopgave
Inleiding .............................................................................................................................................................. 3 Uitgangspunten .................................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ........................................................................................................................................................... 4 Beleidsbegroting .............................................................................................................................................. 5 Missie en visie en taken ...................................................................................................................................... 5 Algemeen ............................................................................................................................................................ 5 Programmaplan .................................................................................................................................................. 7 Programma 1 - Recreatieterreinen.................................................................................................................
7 Programma 2 - Recreatieve netwerken ......................................................................................................... 9 Programma 3 - Algemeen beheer en beleid ................................................................................................ 12 Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien....................................................................... 15 Wat mag het kosten? ................................................................................................................................... 17 Paragrafen ........................................................................................................................................................ 19 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 19 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 23 Paragraaf Financiering .................................................................................................................................. 23 Paragraaf Bedrijfsvoering .............................................................................................................................
25 Financiële begroting ....................................................................................................................................... 26 Uitgangspunten bij de begroting ...................................................................................................................... 26 Overzicht van baten en lasten en de toelichting .............................................................................................. 27 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting ............................................................................................ 28 Meerjarenraming .............................................................................................................................................. 30 Geprognosticeerde begin- en eindbalans 2026 ................................................................................................ 31
Bijlagen • Verwachte investeringen • Stand en verloop reserves en voorzieningen • Overzicht baten en lasten per taakveld • Meerjarig geprognosticeerde balans • Recreatieschap in cijfers en kaarten
2
3
Aan de leden van het algemeen bestuur van het Recreatieschap Westfriesland Bovenkarspel, 15 april 2025 Onderwerp: Aanbieding Begroting 2026
Geachte leden van het algemeen bestuur,
Inleiding Hierbij presenteren wij met trots de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029. Het jaar 2026 markeert een belangrijk jaar: een zogenaamd ravijnjaar, waarin veel overheden te maken krijgen met forse financiële uitdagingen. Ondanks deze opgaven zijn wij verheugd dat de regio ervoor heeft gekozen niet te bezuinigen op het Recreatieschap. Dit onderstreept het belang van recreatie en natuur in Westfriesland. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat er, ondanks deze keuze, grote uitdagingen voor ons liggen. Daarnaast kunnen mondiale ontwikkelingen zoals economische schommelingen, ons voor nieuwe vraagstukken stellen. Ook in 2026 blijven wij ons inzetten voor recreatie in Westfriesland, zoals we dat al meer dan vijftig jaar doen. Dit doen we door het beheren van recreatieterreinen en het ontwikkelen van recreatiebeleid. De uitdagingen zijn groot, maar bieden kansen: biodiversiteit, klimaatadaptatie en nieuwe regelgeving vragen om een innovatieve aanpak, terwijl de groeiende recreatiebehoefte ons uitdaagt om natuur en recreatie duurzaam te verbinden. In 2024 is het ambitieniveau voor de nieuwe recreatievisie vastgesteld. In 2025 wordt deze visie opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan gemeenteraden en het algemeen bestuur. Daarna kunnen de financiële consequenties worden bepaald, in nauwe afstemming met de gemeenten.
De uitvoering van de visie vraagt om samenwerking. Wij kunnen en willen dit niet alleen doen. Samen met de regio en partners zoeken we naar slimme, integrale oplossingen om recreatie, natuur en andere ruimtelijke opgaven te combineren. Zo zorgen we ervoor dat Westfriesland ook in de toekomst een aantrekkelijke recreatieregio blijft.
Uitgangspunten Naast de Kadernota 2026 is de Begroting 2026 opgesteld op basis van de algemene financiële uitgangspunten die zijn vastgesteld door de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord. Voor de details van deze uitgangspunten verwijzen wij u naar bladzijde 23. Zoals eerder genoemd, wordt het recreatiebeleid van het Recreatieschap in 2025 herzien. Totdat de nieuwe visie is goedgekeurd, zijn de beleidsmatige uitgangspunten van het Recreatieschap te vinden in het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland, dat in 2016 is vastgesteld. Dit plan bevat tevens een Uitvoeringsprogramma. De incidentele kosten voor dit programma worden gedekt vanuit de daarvoor opgerichte bestemmingsreserve. Het Uitvoeringsprogramma is dynamisch van aard, wat betekent dat verschillende factoren kunnen leiden tot aanpassingen: projecten kunnen anders of later worden uitgevoerd, of zelfs worden toegevoegd of afgevoerd. Mutaties in het Uitvoeringsprogramma worden verwerkt via de Voor- of Eindejaarsrapportage. Structurele financiële gevolgen of kosten die buiten de bestemmingsreserve vallen, worden opgenomen in de begroting. Volgens de planning zal er vanaf 2026 een nieuwe Recreatievisie zijn. Dit plan zal eveneens worden voorzien van een uitvoeringsplan of -programma.
Besluitvorming over de uitvoering van projecten uit dit programma zal plaatsvinden via rapportages, kadernota’s en begrotingen, of via afzonderlijke besluitvorming.
3
4 Zienswijzen Kadernota 2026 Op de Kadernota 2026 zijn alleen positieve zienswijzen ontvangen. Het overzicht van de zienswijzen en de besluitvorming is bijgevoegd.
Leeswijzer Na deze inleiding volgt de Beleidsbegroting. In het programmaplan wordt per programma aangegeven wat we willen bereiken, welke activiteiten daarvoor nodig zijn, en wat de kosten zijn. Vervolgens worden vier paragrafen behandeld: Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Onderhoud Kapitaalgoederen, Financiering en Bedrijfsvoering. Na de beleidsbegroting vindt u de financiële begroting, inclusief de meerjarenbegroting. Ten slotte worden diverse bijlagen gepresenteerd. Formeel autoriseert u het dagelijks bestuur om uitgaven te doen overeenkomstig de bedragen in de programmabegroting. De begroting wordt vastgesteld door de totale lasten en baten vast te stellen. Dagelijks bestuur Recreatieschap Westfriesland,
De secretaris, Karel Schoenaker
De voorzitter, Nico Slagter
4
5
Beleidsbegroting Missie en visie en taken Al ruim vijftig jaar (sinds 1973) is het Recreatieschap dé partij in Westfriesland die voor de Westfriese gemeenten het beleid voor de (openlucht)recreatie ontwikkelt en uitvoert. Dit doet het voor zowel de eigen inwoners als voor bezoekers van buiten de regio. Missie Westfriesland heeft veel te bieden op het gebied van landschap, natuur en recreatie. Niet alleen voor de eigen bewoners maar ook voor recreanten van buiten de regio. De huidige en toekomstige recreant heeft andere wensen en verlangens dan die van vroeger. Door het behouden, benutten en verbeteren van de kernkwaliteiten van landschap, natuur en recreatie is het Recreatieschap in staat om in te spelen op de eisen, wensen en vragen vanuit een veranderende maatschappij. Dit kan het Recreatieschap niet alleen. Het zoekt daarom verbinding met andere partijen, zowel binnen als buiten Westfriesland. Visie In het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland van het Recreatieschap krijgt de visie gestalte. Het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland draagt daarbij ook bij aan de ambitie van de regio om tot de top tien van meest aantrekkelijke regio’s te behoren. Het Recreatieschap vervult een regierol voor de realisatie van de ambities uit het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. Voor de uitvoering van het plan is een Uitvoeringsprogramma opgesteld.
Het Recreatieschap voert dit plan samen met de zeven Westfriese gemeenten en andere partijen binnen en buiten de regio uit. Taak Het Recreatieschap geeft hier invulling aan door het beheer en onderhoud van de recreatieterreinen die verspreid door Westfriesland liggen. Deze zijn gevarieerd ingericht en bieden elk wat wils. Ook beheert het Recreatieschap de recreatieve netwerken voor varen, fietsen en wandelen. Naast beheer en instandhouding wordt er ook ingezet op vergroten van het recreatieve aanbod. Dit gebeurt middels de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland.
Algemeen Ten tijde van het opstellen van de Begroting 2026 spelen er twee ontwikkelingen waarvan de impact op de taken en werkzaamheden van het Recreatieschap in 2026 zeer waarschijnlijk ook nog onduidelijk is. Dit zijn de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de steeds groter wordende druk op én vraag naar natuur- en recreatiegebieden. Financiële uitdagingen Sinds 2022 zijn de gevolgen van de oorlog in Oekraïne merkbaar, maar het is nog onduidelijk welke invloed deze precies zullen hebben op het Recreatieschap. Kosten voor brandstoffen, materialen, energie en aannemers maken deel uit van de begroting, maar het is niet zeker of deze kosten de begroting daadwerkelijk zullen beïnvloeden. Ook zijn er indirecte gevolgen, zoals de loonkosten en rentestijgingen, waarvan het effect op de begroting momenteel niet te voorspellen is. De huidige cao loopt tot maart 2025. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is nog niet duidelijk wat de effecten zullen zijn van een nieuwe cao. Gemeenten hebben te maken met de (structurele) gevolgen van het zogenaamde ravijnjaar. Om deze gevolgen te mitigeren, wordt ook gekeken naar de gemeenschappelijke regelingen. Voor 2026 is besloten niet te bezuinigen op het Recreatieschap, maar of er in de toekomst nog bezuinigingen komen is op dit moment onduidelijk.
5
6 Nieuwe recreatievisie In 2024 is het ambitieniveau voor de nieuwe recreatievisie vastgesteld. Deze visie, die in 2025 wordt opgesteld, moet richting geven aan hoe er zowel nu als in de toekomst voldoende natuur- en recreatiemogelijkheden geboden kunnen worden voor de bewoners en bezoekers van de regio. De nieuwe recreatievisie zal ook een uitvoeringsprogramma bevatten. Het lijkt onvermijdelijk dat dit financiële gevolgen zal hebben voor het Recreatieschap, waardoor de financiële uitdaging nog groter wordt. Dit vraagt om slimme, creatieve en integrale oplossingen. Het is echter nog te vroeg om precies te zeggen hoe deze gevolgen eruit zullen zien. Daarom is er in de Begroting 2026 nog geen specifiek bedrag opgenomen. De financiële consequenties zullen deel uitmaken van het proces naar de nieuwe visie, en eventuele gevolgen voor 2026 en verder zullen in de rapportages worden verwerkt.
Het ‘nieuwe’ stadsstrand in Hoorn wordt goed gebruikt
6
7
Programmaplan De Begroting bevat vier programma’s. Het eerste programma betreft de recreatieterreinen. Het tweede programma richt zich op de verschillende recreatieve netwerken. Programma drie omvat het algemeen beheer en beleid, inclusief de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland en de nieuwe recreatievisie. De uitvoering van dit programma kan indirect invloed hebben op de eerste twee programma’s, omdat investeringen in terreinen en voorzieningen vaak gevolgen hebben voor het beheer en onderhoud ervan. Het laatste programma betreft de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.
Programma 1 – Recreatieterreinen Wat willen wij bereiken? Het Recreatieschap streeft naar gevarieerde recreatieterreinen die tegemoetkomen aan de behoeften van zowel eigen inwoners als dagjesmensen en verblijfsrecreanten. De terreinen bieden ruimte voor verschillende soorten gebruikers, zoals zwemmers, (water)sporters, hondeneigenaren, fietsers, wandelaars, natuurliefhebbers en anderen. De inrichting en het beheer van de terreinen zijn primair gericht op deze diversiteit aan gebruikers. Daarnaast wil het Recreatieschap een grotere bijdrage leveren aan de natuur en biodiversiteit, waarbij de terreinen natuurinclusief worden ingericht en de beleefbaarheid van deze natuurwaarden centraal staat. Verder is de verbinding tussen natuur, recreatie en gezondheid de laatste jaren steeds duidelijker geworden. Beweging in een groene omgeving heeft bewezen positieve effecten op zowel de fysieke als mentale gezondheid, en is voor veel mensen een middel tegen psychische klachten en stress. De terreinen van het Recreatieschap kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Recreanten op de Vooroever Vlietsingel
7
8 Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt ongeveer 350 hectare recreatiegebieden. Dit omvat het onderhoud van stranden, speel- en ligweiden, parken, speeltoestellen, en de infrastructuur zoals wegen, paden, parkeerterreinen, (toilet)gebouwen, bruggen, steigers, duikers, en in- en uitlaatplaatsen voor boten. Ook bagger- en schouwwerkzaamheden in en langs sloten vallen onder ons beheer. Daarnaast beheren wij zwemwaterlocaties. In het algemeen streven wij naar ambitieniveau A volgens de CROW-richtlijnen (voor 'mooi en comfortabel'), hoewel dit niveau per onderdeel kan variëren. Voor meubels zoals banken en speeltoestellen geldt bijvoorbeeld dit ambitieniveau A. Voor paden streven we naar niveau B (voor 'functioneel'), en voor half- en onverharde paden geldt niveau C (waarbij enige vorm van ongemak of hinder mogelijk is). Dit beheerplan zal worden herzien in lijn met de nieuwe recreatievisie. De meeste terreinen van het Recreatieschap werden in de jaren 70 en 80 ontwikkeld. In de afgelopen jaren zijn enkele terreinen opgewaardeerd of kregen ze nieuwe functies. Toch hebben sommige gebieden nog een typisch jaren 80-uitstraling, waarbij het moeilijk is om het gewenste ambitieniveau te halen. De recreanten van vandaag vragen om een andere inrichting, hogere kwaliteit en betere voorzieningen.
De oude, gedateerde voorzieningen in deze gebieden worden vervangen om te voldoen aan de huidige eisen. De terreinen moeten zich blijven ontwikkelen om aan deze wensen te voldoen. Wij hebben het voornemen om de opwaardering van de terreinen, inclusief de vervanging van oude voorzieningen, op te nemen in de uitvoering van de nieuwe recreatievisie. Naast het versterken van de recreatieve waarde van de terreinen is het vergroten van natuurwaarden en biodiversiteit een belangrijke opgave. Wanneer natuur en recreatie goed worden geïntegreerd, kunnen ze hand in hand gaan. Het Recreatieschap maakt duidelijke keuzes tussen intensief beheerde (recreatieve) delen en extensief beheerde (natuurlijke) delen. De transitie naar (meer) natuurinclusieve recreatieterreinen gebeurt in een geleidelijk proces, waarbij beheervormen en beplanting worden aangepast en nieuwe terreininrichtingen rekening houden met deze ontwikkeling. We houden daarbij ook rekening met verschijnselen van klimaatverandering, zoals droogte, wateroverlast en hitte. Het Recreatieschap werkt samen met verschillende partners om deze doelen te bereiken. Het doel is dat de kwaliteit en beleving van de terreinen worden vergroot, zonder dat toekomstige ontwikkelingen schadelijk zijn voor de natuur.
Hierbij moet in sommige gevallen natuurcompensatie plaatsvinden, aangezien een aantal terreinen onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Naast onze eigen terreinen en voorzieningen beheren wij ook zwemwaterlocaties en (delen van) recreatieterreinen in opdracht van derden. Sinds 2023 verzorgen wij bijvoorbeeld het recreatieve beheer van het stadsstrand in Hoorn.
8
9
Er is volop ruimte voor natuur en biodiversiteit in de terreinen De terreinen in cijfers in 2024 Bruggen
34 stuks
Beschoeiing
circa 9 kilometer
Boothellingen
3
Paden en wegen
circa 27 kilometer
Onverharde gras- en bospaden
circa 14 kilometer
Stranden
11
Zwemlocaties
13
Gebouwen
11
Tientallen andere (kleine) objecten en voorzieningen als banken, prullenbakken en speeltoestellen.
Programma 2 - Recreatieve netwerken Wat willen wij bereiken? Ook in 2026 wil het Recreatieschap recreanten en toeristen kwalitatief goede routenetwerken aanbieden, waar ze veilig en comfortabel kunnen wandelen, varen of fietsen. Deze netwerken moeten naadloos aansluiten op die in de aangrenzende regio’s, zodat de recreant optimaal kan genieten van zijn tocht zonder hinder van regioof gemeentegrenzen. Landelijke routes, zoals de LAW (Lange Afstand Wandelroutes) en Streekpaden voor
9
10 wandelen, evenals de LF (Landelijke Fietsroutes)-icoonroutes voor fietsen, zijn geïntegreerd in de netwerken zodat ze elkaar aanvullen en versterken. Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt de bebording van meer dan 1.000 kilometer aan recreatieve netwerken, evenals zeven Toeristische Overstappunten (TOP’s). We zijn voortdurend bezig met het verder ontwikkelen van deze netwerken, met als doel de netwerken uit te breiden en de kwaliteit op het gewenste niveau te behouden. Voor het wandelnetwerk worden ook kleine voorzieningen als overstapjes onderhouden. Wandelnetwerk Westfriesland heeft een gebiedsdekkend wandelnetwerk, waarin de LAW-paden (Lange Afstand Wandelroutes) zoals het Groot Frieslandpad, Zuiderzeepad en het Streekpad Westfriese Omringdijk zijn geïntegreerd. Dit netwerk sluit naadloos aan op de wandelnetwerken in de aangrenzende regio’s. In 2026 ligt de focus op het beheer en onderhoud van het wandelnetwerk, zodat de kwaliteit behouden blijft. We blijven zoeken naar kansen voor uitbreiding of kwaliteitsverbetering, met als grootste uitdaging het toevoegen van meer on- of halfverharde paden en boerenlandpaden aan het netwerk.
Wandelpad in de Hulk als verbinding tussen het binnen- en buitendijkse gebied Fietsroutenetwerk Het fietsroutenetwerk richt zich op het behouden en, waar mogelijk, verbeteren van de kwaliteit van het regionale knooppuntennetwerk in Westfriesland, de landelijke LF-icoonroutes en de Westfriese Omringdijkroute. Indien er verbeteringen mogelijk zijn op het gebied van recreatieve kwaliteit of veiligheid van de fietsinfrastructuur, worden deze verwerkt in het netwerk. Een voorbeeld hiervan zijn de aanpassingen van de infrastructuur rond het stadsstrand in Hoorn en de dijkverzwaring in de gemeente Koggenland, die waarschijnlijk in 2025 spelen.
10
11
Vaarroutenetwerk De vaarroutes in Westfriesland maken deel uit van het landelijke vaar- of sloepennetwerk. De focus ligt op het behoud en de kwaliteitsverbetering van de bestaande routes, evenals het aanpakken van ontbrekende schakels om een regiodekkend vaarnetwerk te creëren. De doorontwikkeling richt zich zowel op het netwerk binnen de regio als op de aansluiting op het landelijke toervaartnetwerk, met name in de Kop van Noord-Holland. Het Recreatieschap zet ook in op het verbeteren van het nautisch en vaarbeheer van de vaarroutes. Toeristische Overstappunten (TOP’s) Toeristische Overstappunten (TOP’s) zijn knooppunten waar fiets-, wandel- en soms ook vaarroutes samenkomen. Ze bieden parkeergelegenheid en bevinden zich vaak in de nabijheid van horeca. Sommige TOP’s hebben bovendien een drinkwatertappunt. Bij elk TOP staat een herkenbare zuil met een kaart van de recreatiemogelijkheden en algemene informatie over bezienswaardigheden en horecagelegenheden in de buurt. In Westfriesland zijn zeven TOP’s aanwezig. Provinciale en landelijke afstemming Recreanten houden zich niet bezig met gemeentelijke of regionale grenzen, en de netwerken doen dat ook niet. Alle netwerken sluiten naadloos aan op die in aangrenzende regio’s.
Naast fysieke aansluiting is het ook belangrijk om beleidsmatige en praktische afstemming te zoeken met andere routebeheerders in de provincie en de provincie zelf. Hiervoor vindt structureel overleg plaats over verschillende onderwerpen die verband houden met de routenetwerken. Naast de samenwerking met de provincie is er intensief overleg met het Routebureau van Recreatie NoordHolland. Deze samenwerking betreft zowel praktische afspraken over beheer en onderhoud als de ontwikkeling van jaarlijkse factsheets en promotieactiviteiten. De netwerken maken deel uit van de provinciale en landelijke netwerken: • Wandelen: www.wandelnetwerknoordholland.nl • Fietsen: www.nederlandfietsland.nl/fietsrouteplanner • Varen: www.sloepennetwerk.nl / www.vaarroutenetwerk.nl • TOP’s: www.natuurwegwijzer.nl/tops Beleving en thematisering van routes De verschillende netwerken zijn in grote lijnen goed op orde, maar er zijn nog steeds wensen voor uitbreiding. Een belangrijke opgave is om deze netwerken te verrijken door themaroutes te ontwikkelen en een extra "beleeflaag" toe te voegen. Dit kan bijvoorbeeld door het creëren van routes met specifieke thema’s, zoals hondenuitlaatroutes of routes met een historisch karakter. In 2026 zal het Recreatieschap, samen met de verschillende routepartners, de mogelijkheden voor deze uitbreidingen verder onderzoeken en waar mogelijk realiseren. Wandelnetwerk
ongeveer 535 kilometer
Vaarroutenetwerk
ongeveer 150 kilometer
Fietsroutenetwerk
ongeveer 150 kilometer
Toeristische Overstappunten (TOP’s)
zeven stuks
11
12 Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Wat willen wij bereiken? Het programma Algemeen beheer en beleid omvat de algemene bedrijfsvoering, beleidsontwikkeling en communicatie van het Recreatieschap. Binnen dit programma valt het beleid dat het Recreatieschap opstelt en de daaruit voortvloeiende projecten. De uitvoering van deze projecten gebeurt in samenwerking en afstemming met gemeenten en andere partners. Recreatievisie Het Recreatieschap Westfriesland ontwikkelt in 2025 een nieuwe recreatievisie, die het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland uit 2016 zal vervangen. De groei van het aantal inwoners en andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio vormen de aanleiding om opnieuw te kijken naar de recreatieve opgaven in Westfriesland. In 2025 wordt deze nieuwe visie vastgesteld. Het plan krijgt ook een uitvoeringsprogramma. Vanaf 2026 ligt de focus op de implementatie en uitvoering van deze visie en bijbehorende projecten, in lijn met de vastgestelde ambities en in samenwerking met betrokken partijen. De nieuwe recreatievisie staat in nauw verband met andere ruimtelijke trajecten, zoals het Ontwikkelingsperspectief Noord-Holland Noord en het Pact van Westfriesland. Analyse en uitdagingen Uit een SWOT-analyse blijkt dat de regio sterke troeven heeft, zoals een cultuurhistorisch landschap, de Omringdijk en een goed ontwikkeld recreatief netwerk.
Tegelijkertijd zijn er uitdagingen, zoals versnippering van het landschap, een tekort aan recreatiegebieden en toenemende druk op de ruimte door andere ruimtelijke opgaven. Westfriesland heeft momenteel circa 1.400 hectare toegankelijk groen en 50 kilometer groene verbindingen. Onderzoek van de provincie Noord-Holland toont aan dat de regio in 2040 een tekort heeft van 2.400 hectare aan recreatievoorzieningen. Dit tekort kan alleen worden opgelost door de aanleg van nieuwe recreatie-, groen- of natuurgebieden en door het verbeteren van de toegankelijkheid van het landelijk gebied via recreatieve routes. Belang van recreatie en groen Groen speelt een cruciale rol in de leefbaarheid van Westfriesland. De Atlas van Gemeenten laat zien dat de regio relatief laag scoort op groenblauwe woonaantrekkelijkheid. Een gebrek aan kwalitatief groen en recreatievoorzieningen vermindert de aantrekkelijkheid als woongebied. De groei van de bevolking zal de druk op bestaande voorzieningen verder vergroten. Groen draagt onder andere bij aan: 1. Gezondheid en welzijn: bewegen in een groene omgeving heeft positieve effecten op zowel fysieke als mentale gezondheid. 2. Economische stimulans: recreatie trekt bezoekers en biedt kansen voor lokale ondernemers. 3.
Slimme ruimtelijke ontwikkeling: door recreatie te combineren met andere opgaven zoals waterbeheer en natuurontwikkeling ontstaan multifunctionele oplossingen.
12
13
Communicatie en participatie Een belangrijk onderdeel van het programma Algemeen beheer, beleid en communicatie is het betrekken van inwoners en partners bij ontwikkelingen. Open en transparante communicatie draagt bij aan een breed draagvlak en succesvolle implementatie van de recreatievisie. Dit gebeurt door: • Actieve informatievoorziening via websites, nieuwsbrieven en sociale media. • Inspraak en participatie van inwoners via bijeenkomsten en enquêtes. • Samenwerking met gemeenten, ondernemers en natuurorganisaties om een gedeelde visie te realiseren. Wat doen wij ervoor? Natuur- en Recreatieplan Westfriesland / Nieuwe recreatievisie Uitvoeringsprogramma recreatievisie Voor de uitvoering van de recreatievisie wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin de visie wordt vertaald naar opgaven en projecten. Het Recreatieschap beschikt over een bestemmingsreserve, ingesteld bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma voor het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland, die wordt ingezet voor het dekken van incidentele kosten en kapitaallasten van de projecten. Dynamisch en aanpasbaar uitvoeringsprogramma Het Uitvoeringsprogramma is dynamisch en wordt in de loop van de tijd aangepast. Dit geldt ook voor de nieuwe recreatievisie. Kansen, grotere projecten of processen kunnen de planning en kosten beïnvloeden.
Wijzigingen kunnen voortkomen uit samenwerking met projectpartners, waarvoor het Recreatieschap nauw afstemt. Soms ontstaan onverwachte kansen voor financiering of werk-met-werk. Het uitvoeringsprogramma zal regelmatig worden geactualiseerd samen met de gemeenten, en wijzigingen worden indien nodig vastgesteld. De (financiële) mutaties worden verwerkt in de voor- en eindejaarsrapportage, en de achterban wordt via de website en nieuwsbrieven geïnformeerd.
Projecten als de dijkverzwaring Hoorn – Amsterdam bieden kansen voor recreatie(ontwikkeling)
13
14 Focus 2026: implementatie en integratie In 2026 staat de implementatie van de nieuwe recreatievisie centraal, inclusief de integratie in ruimtelijke trajecten en gemeentelijke en provinciale (omgevings)plannen, zoals het Pact van Westfriesland. Gezien de druk op de beschikbare ruimte is het belangrijk om samenhang te zoeken en integrale oplossingen te ontwikkelen. Door recreatie te verbinden met bredere ruimtelijke ontwikkelingen kunnen synergievoordelen worden benut, wat de regio optimaal inricht voor zowel bewoners als bezoekers. De uitvoering gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten en andere belanghebbenden. Lopende en nieuwe projecten In 2026 worden projecten zoals de opwaardering van de Vooroever Koopmanspolder-Andijk opgepakt. De voorbereidingen voor dit project starten in 2025. Bij de uitvoering is het Recreatieschap afhankelijk van partners zoals de provincie, gemeente, Rijkswaterstaat en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Daarnaast spelen mogelijk andere projecten in 2026, zoals De Hulk Buitendijks, De Leijen en ontwikkelingen in de netwerken voor fietsen en varen. Financiering en cofinanciering De verwachting is dat de bestemmingsreserve op een gegeven moment uitgeput raakt. In dat geval zal de financiering voor het uitvoeringsprogramma op een andere manier geregeld moeten worden.
Als dit gevolgen heeft voor de gemeentelijke bijdrage, wordt het proces via de kadernota en begroting doorlopen volgens de P&C-cyclus. Elk project wordt ook onderzocht op mogelijkheden voor subsidies of andere vormen van cofinanciering, zoals de Regiodeal en Leader, die in 2026 en verder ingezet kunnen worden. Samenhang met andere trajecten en beleidsstukken Bij het opstellen en uitvoeren van de recreatievisie wordt nauw samengewerkt met andere (boven)regionale trajecten. Het Pact van Westfriesland, dat in 2025 wordt herzien, vormt een belangrijk kader voor de werkzaamheden van het Recreatieschap. Het draagt bij aan de doelstellingen op het gebied van ‘Wonen en Leefbaarheid’ en ‘Vrije Tijd (Leisure)’. De beheerde terreinen bieden kansen voor toeristische ondernemers en dragen bij aan regiopromotie. Daarnaast spelen ze een rol in maatschappelijke projecten zoals klimaatadaptatie en waterberging. De relatie met het Pact wordt verder versterkt bij de uitvoering van de nieuwe recreatievisie. Ook het Ontwikkelingsperspectief Noord-Holland Noord is van belang. Dit traject richt zich op ruimtegebruik voor woningbouw, bedrijvigheid en recreatie, met speciale aandacht voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De regio streeft naar verduurzaming, het versterken van groene buffers en het ondersteunen van sectoren zoals landbouw en toerisme.
Daarnaast worden de ontwikkeling van recreatieve infrastructuur en het versterken van de regio als toeristische bestemming als belangrijke speerpunten gezien. Het Pact van Westfriesland, de recreatievisie en het Ontwikkelingsperspectief Noord-Holland Noord werken gezamenlijk aan het versterken van de regio. De samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties is cruciaal voor het realiseren van de gezamenlijke doelen. Naast de uitvoering van de recreatievisie adviseert het Recreatieschap gemeenten en andere partijen over kwesties zoals de kwaliteit en kwantiteit van recreatie, watersport, landschap, biodiversiteit en natuur in Westfriesland. Het Recreatieschap is actief in diverse overleggen en fungeert als gesprekspartner voor de provincie, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, andere terreinbeheerders en diverse stakeholders.
14
15
Communicatie Het Recreatieschap streeft er bij de promotie naar om op (boven)regionale schaal samen te werken, zodat middelen efficiënt worden ingezet en een breed bereik wordt gerealiseerd. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is nog niet duidelijk hoe dit op regionale schaal wordt geregeld. Het Recreatieschap heeft nauw contact met de gemeenten en andere partners in de regio om deze ontwikkelingen te volgen en waar mogelijk aan te haken. Naast de regiopromotie wordt nieuws dat relevant is voor de Westfriese inwoners verspreid via regionale en lokale kranten en de website van het Recreatieschap, waar informatie te vinden is over toerisme, recreatie en organisatorische zaken. Sociale media worden ook ingezet voor communicatie. Een belangrijke PR-activiteit is ’RecreActief Westfriesland’, een evenement waarbij het Recreatieschap aan bestuurders, raadsleden en andere belanghebbenden laat zien wat het doet. Bestuursleden en raadsleden worden geïnformeerd via nieuwsbrieven, jaaroverzichten en documenten uit de P&C-cyclus. De regionale raadsledenbijeenkomsten bieden een platform voor afstemming over de kadernota, jaarrekening en begroting. Deze bijeenkomsten kunnen ook worden ingezet om af te stemmen over beleidsstukken, zoals de nieuwe recreatievisie. In de onderstaande tabel staan de verplichte beleidsindicatoren binnen dit programma weergegeven.
Taakveld 0 - Bestuur en ondersteuning Naam indicator Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead
Eenheid
Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Overheadkosten per inwoner % Ext inhuur van Tot Pers. Kosten % Overhead van Totale Kosten
Bron Eigen gegevens Eigen gegevens Eigen begroting Eigen begroting Eigen begroting
Indicator Begroting 2026 0,05 0,05 € 2,53 5,40% 26%
Toelichting Het Recreatieschap heeft geen eigen personeel. Al het personeel is in dienst bij de gemeente Stede Broec en wordt ingehuurd door het Recreatieschap.
Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien De belangrijkste inkomstenbron voor het Recreatieschap is de bijdrage per inwoner van de deelnemende gemeenten. Voor de doorberekening aan gemeenten wordt uitgegaan van het voorlopige aantal inwoners per 1 januari 2025: 219.867. De percentuele verdeling van de bijdrage (gelijk aan inwonersaantal) en de totale financiële bijdrage per gemeente is in onderstaande tabel weergegeven.
Bijdrage per Deelnemer 2026 Deelnemers Gemeente Drechterland Gemeente Enkhuizen Gemeente Hoorn Gemeente Koggenland Gemeente Medemblik Gemeente Opmeer Gemeente Stede Broec
Totaal
Aantal inwoners 1-1-2025 Bijdrage per inwoner € 7,60 20.485 € 155.686 18.843 € 143.207 76.050 € 577.980 23.826 € 181.078 45.943 € 349.167 12.468 € 94.757 22.252 € 169.115
219.867 €
1.670.997
15
16 Onvoorzien Binnen de begroting is een post onvoorzien opgenomen. Deze post is bedoeld als dekking voor kosten die niet zijn voorzien in de begroting. Dit zijn bijvoorbeeld kosten door vandalisme of storm. De post bedraagt in deze begroting €20.500.
Extreme weersomstandigheden kunnen tot onvoorziene kosten leiden.
Overhead Gemeenschappelijke regelingen moeten de overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, communicatie, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor een gedeelte uitgevoerd door de SED-organisatie. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe het bedrag voor overhead is opgebouwd. Overhead Omschrijving
Bedrag
Bijdrage dienstverleningsovereenkomst SED Leiding, administratieve ondersteuning en communicatie
€ €
195.800 359.500
Totaal
€
555.300
Vennootschapsbelasting (vpb) Voor 2026 wordt geen resultaat begroot en derhalve is er ook geen Vpb-last geraamd.
16
17
Wat mag het kosten? Programma
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.283.000
1.206.000
1.299.000
Programma 2 - Recreatieve netwerken
48.000
36.000
37.000
Programma 3 - Algemeen beheer en beleid
122.000
76.000
139.000
-
60.000
69.000
440.000
572.000
555.000
Lasten: Programma 1 - Recreatieterreinen
Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting
-
-
-
1.892.000
1.950.000
2.099.000
286.000
301.000
316.000
1.000
-
-
-
-
-
1.477.000
1.587.000
1.720.000
Overhead
-
-
-
Vennootschapsbelasting
-
-
-
Totaal baten
1.765.000
1.888.000
2.036.000
Saldo van baten en lasten
-128.000
-62.000
-63.000
Toevoeging reserves
-
-
-
Onttrekking reserves
145.000
62.000
63.000
Saldo mutaties reserves
145.000
62.000
63.000
Gerealiseerde resultaat
18.000
-
-
Totaal lasten Baten: Programma 1 - Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
V
V
V
Toelichting verschillen tussen Begroting 2026 versus Begroting 2025 en Rekening 2024 De indexaties gebruikt in de begroting over 2025 en 2026 bedroegen respectievelijk 3,91% en 7,44%. Dit betekent een stijging van lasten in 2025 van bijna € 75.000 en een stijging van lasten in 2026 van € 145.000. De totale groei van de beide begrotingen kan daarmee grotendeels worden verklaard uit de indexatie die voortkomt uit de stijging van het prijspeil waarmee ook het recreatieschap dagelijks wordt geconfronteerd. Het verloop van de lasten van Programma 3 (Algemeen Beheer en Beleid) wordt (grotendeels) verklaard door € 48.000 eenmalige kosten van uitbesteed werk in de rekening 2024 en de toevoeging van personeelslasten € 59.000 (vanuit Overhead) in de begroting 2026.
17
18 In het onderstaande overzicht wordt nog inzicht gegeven in de afwijkingen gegroepeerd naar de individuele kostensoorten die onderdeel uitmaken van de getoonde baten en lasten op de voorgaande pagina. De N staat voor nadeel en leidt tot meer lasten en/of lagere opbrengst. De V staat voor voordeel en leidt tot minder lasten en/of een hogere opbrengst.
Nadere toelichting mutaties begroting 2026 ten opzichte van begroting 2025 Lasten programma 1 - Recreatieterreinen programma 2 - Recreatieve netwerken programma 3 - Algemeen beheer en beleid programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en Overhead totaal lasten Baten programma 1 - Recreatieterreinen programma 2 - Recreatieve netwerken programma 3 - Algemeen beheer en beleid programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en Overhead totaal baten saldo onttrekking reserves
2025 indexatie overheveling kapitaallasten personeel onderhoud
2026
1.206 36 76 60 572 1.950
78 1 4 3 42
-59
1.299 37 139 69 555 2.099
301
21
-6
1.587
121
37 59 6
-15
-7
1.888
316 0 0 1.720 0 2.036
-62 62
-63 63
12
Toelichting op de mutaties: Van Overhead wordt de loonsom van een beleidsmedewerker overgeheveld naar programma 3, deze was ten onrechte op overhead geraamd; De kapitaallasten zijn in 2026 € 43.000 hoger dan in 2025. Aan rentebaten wordt € 12.000 geraamd; Op basis van ervaringsgegevens (jaarrekening 2024) kan aan loonsom en onderhoud € 22.000 worden afgeraamd ten opzichte van 2025.
18
19
Paragrafen In het BBV wordt bij de begroting een aantal verplichte paragrafen voorgeschreven. Voor het Recreatieschap zijn de volgende paragrafen van belang: Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen, Paragraaf Financiering en Paragraaf Bedrijfsvoering. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin het Recreatieschap in staat is substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s te kunnen opvangen). Volgens artikel 3.4 van de Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen geldt als richtlijn voor de hoogte van de Algemene reserve 2,5% van de lasten. Bij zwaarwegende argumenten kan afgeweken worden van dit bedrag. Voor 2026 betekent dit uitgangspunt een hoogte van de Algemene reserve van € 52.000. Op 1 januari 2026 bedraagt de geraamde Algemene reserve € 52.000 (uitgaande van de voorgestelde maar nog niet goedgekeurde resultaatbestemming over boekjaar 2024). Hierbij moet worden opgemerkt dat de lasten voor de projecten uit het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland in de voor- en eindejaarsrapportage worden verwerkt.
De werkelijke lasten in 2026 zullen dus hoger zijn waardoor de Algemene reserve binnen de norm blijft. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden.
De vrij aanwendbare middelen zijn de reserves waarvan het algemeen bestuur de bestemming kan wijzigen en de post onvoorzien.
19
20 Risico’s Het Recreatieschap heeft in 2017 de beleidsnota ‘Weerstandsvermogen: risicomanagement en weerstandscapaciteit’ vastgesteld. Conform deze beleidsnota is de inventarisatie van de risico’s voor de jaarrekening over 2024 geactualiseerd. Deze is voor de begroting van 2026 ongewijzigd overgenomen. In de volgende tabel zijn alle actuele risico’s nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de beschrijving van het risico en de gewenste beheersmaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens de kans en het effect (impact). De laatste kolom geeft inzicht in het financiële gevolg van het risico (bedrag x kans).
In de risicoparagraaf zijn de voornaamste risico’s die direct invloed kunnen hebben op het Recreatieschap benoemd en geanalyseerd. Niettemin kunnen zich risico’s voordoen die buiten onze directe invloedssfeer liggen, zoals geopolitieke spanningen, oorlogen, of wereldwijde economische crises. Deze risico’s kunnen leiden tot indirecte gevolgen voor het Recreatieschap zoals prijsstijgingen van verschillende kosten, verstoringen in de leveringsketens, et cetera.
20
21
Benodigde weerstandscapaciteit Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het totaalbedrag aan risico’s € 74.00 bedraagt. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Wij willen opmerken dat de inventarisatie van risico’s een dynamisch proces is. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2026 € 72.500. De benodigde weerstandscapaciteit is € 74.000. Daarmee beschikken wij over een ratio weerstandsvermogen van 0,98 (beschikbaar in relatie tot benodigd). Er zijn voldoende middelen om de risico’s af te dekken. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een normtabel (onderstaand) ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Het weerstandsvermogen valt in de klasse “matig” en is daarmee verbeterd versus eerdere jaren
.
Kengetallen en toelichting kengetallen Om de financiële positie inzichtelijk te maken schrijft het Rijk een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen voor. De kengetallen Grondexploitatie en Belastingcapaciteit zijn niet van toepassing. De overige kengetallen worden hierna uitgewerkt. De opgenomen kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeenschappelijke regeling beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en opvangen. Ze geven inzicht in de financiële wend- en weerbaarheid. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen van het Recreatieschap weer. Kengetallen Jaarstukken Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 2028 2029 1. a Netto schuldquote
53%
72%
97%
91%
85%
83%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
53%
72%
97%
91%
85%
83%
2.
Solvabiliteitsratio
52%
48%
42%
42%
42%
41%
3.
Structurele exploitatieruimte
1,2%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
b
21
22 Het ministerie van BZK heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A het minst risicovol, B gemiddeld en C het meest risicovol. Specificering kengetal naar categorie 1.
Cat. A
Cat. B
Cat. C
a. zonder correctie doorgeleende gelden
< 90%
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote: b. met correctie doorgeleende gelden
< 90%
90 - 130 %
> 130 %
2.
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50 %
< 20%
3.
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0
<0%
Toelichting kengetallen: 1. a. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Het kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden weer te geven als percentage van de totale baten. Hoe lager het percentage des te gunstiger en minder risicovol. De indeling voor het Recreatieschap komt in categorie B in 2026. Met name de oplopende schulden, gedreven door de hogere financieringsbehoefte, zijn daar de oorzaak van. Vanaf 2028 wordt een terugkeer naar de A-kwalificatie voorzien; de aflossingen in de aankomende jaren zijn daar dan weer de oorzaak van. b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter.
Binnen het Recreatieschap zijn geen uitstaande geldleningen aanwezig, hetgeen ervoor zorgt dat de netto schuldquote en de gecorrigeerde netto schuldquote gelijk aan elkaar zijn. 2.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeenschappelijke regeling bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De gemiddelde solvabiliteit voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeenschappelijke regeling. Ook de solvabiliteit loopt door de oplopende leningspositie terug; de leningen worden gedreven door de huidige investeringsbehoefte. Daarnaast worden de jaarlijkse afschrijvingen op Natuur- en Recreatieplan Westfriesland-projecten gedekt vanuit de daarvoor bestemde reserve. Met het afnemen van de reserve loopt de solvabiliteit terug. De komende jaren zal de solvabiliteit zich als gevolg daarvan tussen de 40% en 50% bewegen maar verdere daling voor de jaren daarna is bij ongewijzigd beleid gegarandeerd.
22
23
3.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het percentage in 2026 bedraagt 0,3%. Hieruit blijkt dat de begroting 2026 materieel bijna in evenwicht is.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het algemeen bestuur heeft in 2023 het beheerplan herzien en vastgesteld, inclusief de financiële impact. De voornaamste aanleiding daarvoor zijn prijsstijgingen als gevolg van de inflatie. Ter dekking van de lasten is een voorziening ingesteld. Jaarlijks wordt een bedrag gestort.
In 2026 staan de volgende investeringen gepland: Investeringen 2026 bedrag Auto (Pick up)
Natuur- en RecreatiePlan Westfriesland Projecten Beschoeiing Egboetswater
Totaal
53.000 400.000 12.000
465.000
Paragraaf Financiering Het Recreatieschap hanteert het treasurybeleid van de gemeente Stede Broec. Het Treasurystatuut is in 2017 geactualiseerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de korte financiering. Hiermee kan het renterisico op de korte financiering beperkt worden. De kasgeldlimiet wordt berekend als een bepaald percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De uitvoeringsregeling FIDO bepaalt het percentage voor de kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld op 8,2% met een minimum van € 300.000. Deze norm wordt in 2026 niet overschreden (8,2% x € 2.124.000 = € 174.000).
23
24 Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Deze norm is vastgesteld op 20% met een minimum van € 2.500.000. Deze norm wordt in 2026 niet overschreden. EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het Recreatieschap valt hierbuiten en is dus niet verplicht deze gegevens te publiceren.
24
25
Paragraaf Bedrijfsvoering Organogram 2026
Personeelsformatie Op 1 januari 2026 werken er bij het Recreatieschap twaalf personen verdeeld over 10,37 fte. De toegestane formatie is 10,63 fte. Het Recreatieschap kan zelf geen personeel in dienst hebben. De personeelsleden worden daarom ingehuurd/gedetacheerd via de gemeente Stede Broec. Daarnaast is er een post van € 43.000 beschikbaar voor externe inhuur. Vanuit dit budget wordt er voor de afdeling Groen- en Recreatiebeheer ingehuurd om de pieken in het hoogseizoen op te vangen. Kosten personeel De geraamde kosten voor inhuur van het vaste personeel van het Recreatieschap bedragen in 2026 € 828.000. In dit bedrag zijn de gevolgen van de cao 2024-2025 berekend. De cao loopt echter van 1 januari 2024 tot en met maart 2025. Wat de eventuele gevolgen van een cao voor de periode na maart 2025 zijn, is op dit moment niet te zeggen. Er is uitgegaan van een stijging van de lonen conform de regionale index. Mutaties zullen verwerkt worden in de rapportages in 2025. Facilitaire organisatie De zogenaamde PIOFAH-taken (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting) van het Recreatieschap worden door de SED-organisatie verzorgd. Om die reden is het Recreatieschap gehuisvest in het gemeentehuis van Stede Broec. De kosten voor deze ondersteuning bedragen voor 2026 € 195.800.
Leeftijdsopbouw en ziekteverzuim De gemiddelde leeftijd van het eigen personeel bedraagt op 1 januari 2026 43 jaar. Er zijn vier medewerkers 50 jaar of ouder, waarvan een 60 jaar of ouder. Het Recreatieschap streeft naar een ziekteverzuimpercentage lager dan 4%.
25
26
Financiële begroting Uitgangspunten bij de begroting De begroting is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kadernota 2026. De Kadernota is voor een zienswijze naar de deelnemende gemeenteraden gestuurd. Indexering Voor de Begroting 2026 worden de voorgestelde richtlijnen van de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord gehanteerd. Conform deze richtlijnen hanteren wij 7,44% voor loonontwikkeling en voor prijsontwikkeling. Conform deze ontwikkeling wordt de gemeentelijke bijdrage met 7,44% geïndexeerd. Bij de opstelling van de Begroting 2026 is verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: • besluiten vergaderingen algemeen bestuur zijn tot en met december 2024 verwerkt; • door de indexatie is de bijdrage per inwoner verhoogd met € 0,53; • voor rente op nieuwe investeringen is 4,0% gehanteerd; • het afschrijvingsbeleid is conform het activabeleid; • de kapitaallasten zijn gebaseerd op de verwachte investeringen welke zijn opgenomen in deze begroting (zie bijlagen) • de Algemene reserve mag niet groter zijn dan 2,5% van de lasten. De bijdrage per inwoner wordt € 7,60. Nieuw beleid Ten tijde van het opstellen van de Begroting is er (nog) geen sprake van nieuw beleid. In 2025 wordt er een nieuwe recreatievisie opgesteld. Afhankelijk van de besluitvorming hierover kan er nieuw beleid worden vastgesteld.
26
27
Overzicht van baten en lasten en de toelichting
Programma
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.283.000
1.206.000
1.299.000
Programma 2 - Recreatieve netwerken
48.000
36.000
37.000
Programma 3 - Algemeen beheer en beleid
122.000
76.000
139.000
-
60.000
69.000
440.000
572.000
555.000
Lasten: Programma 1 - Recreatieterreinen
Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting
-
-
-
1.892.000
1.950.000
2.099.000
286.000
301.000
316.000
1.000
-
-
-
-
-
1.477.000
1.587.000
1.720.000
Overhead
-
-
-
Vennootschapsbelasting
-
-
-
Totaal baten
1.765.000
1.888.000
2.036.000
Saldo van baten en lasten
-128.000
-62.000
-63.000
Toevoeging reserves
-
-
-
Onttrekking reserves
145.000
62.000
63.000
Saldo mutaties reserves
145.000
62.000
63.000
Gerealiseerde resultaat
18.000
-
-
Totaal lasten Baten: Programma 1 - Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
V
Incidentele lasten en baten jaar Lasten Baten Reserves
2026
2027
V
2028
V
2029
0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
27
28 Presentatie van het structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten
-63.000
Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
63.000
Begrotingssaldo
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
0
Structureel begrotingssaldo
0
Post Onvoorzien jaar
2026
Onvoorzien
2027
20.500
23.500
2028
2029
12.700
18.100
De kosten voor de projecten Natuur- en Recreatieplan Westfriesland zijn nog niet verwerkt in de begroting. Dit gebeurt via de tussenrapportages en/of een apart voorstel. Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves 2026
2027
2028
2029
700
700
700
700
Pr. 1 - reserve afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan Westfriesland
62.400
93.300
91.800
91.800
Totaal
63.100
94.000
92.500
92.500
Onttrekkingen Pr. 1 - reserve kapitaallasten Streekbos Paviljoen
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting Jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen Onder arbeidsrechtelijke verplichtingen worden verstaan de aanspraken op toekomstige uitkeringen door het huidige dan wel voormalige personeel. Het personeel van het Recreatieschap is in dienst van de gemeente Stede Broec. Het BBV maakt een onderscheid in arbeidsgerelateerde verplichtingen met en zonder jaarlijks vergelijkbaar volume. Op grond van artikel 44, derde lid BBV, is het niet toegestaan om een voorziening te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen met vergelijkbaar volume. Dit is niet van toepassing voor het Recreatieschap.
Investeringen Voor 2026 staan de volgende investeringen gepland. Investeringen van € 10.000 en hoger worden geactiveerd. Voor de verwachte investeringen voor de komende jaren verwijzen wij u naar de bijlage.
28
29
Investeringen met maatschappelijk nut Afschrijvingstermijn Investeringsbedrag
Natuur- en RecreatiePlan Westfriesland Projecten Beschoeiing Egboetswater
15 jaar 10 jaar
Totaal
400.000 12.000 412.000
Investeringen met economisch nut Afschrijvingstermijn Investeringsbedrag Auto (Pick up)
Totaal
7 jaar
53.000
53.000
Financiering In 2026 heeft het Recreatieschap naar verwachting drie langlopende leningen. Naar verwachting moet er voor de investeringen in 2026 nog een nieuwe financiering worden aangetrokken.
Reserves Reserves zijn middelen die onder het eigen vermogen vallen. In onderstaande tabel zijn voor 2026 per reserve de stortingen en onttrekkingen weergegeven. Voor de meerjarige stand en verloop van de reserves verwijzen wij u naar de bijlage.
Toelichting mutaties reserves: • De begrote boekwaarde van de algemene reserve ligt iets onder de regionaal afgesproken norm van 2,5% van het totaal aan lasten. • BR dekking kapitaallasten Streekbos Paviljoen: onttrekking ter dekking afschrijvingslasten Streekbos Paviljoen. BR dekking afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan Westfriesland: onttrekking ter dekking afschrijvingslasten voor investeringen voortkomende uit het Uitvoeringsplan Natuur- en Recreatieplan Westfriesland.
29
30 Voorzieningen Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen en worden gevormd voor verplichtingen, risico’s of verliezen waarvan de omvang nog onbekend is, maar wel redelijkerwijs te schatten is. Het Recreatieschap heeft een voorziening voor het groot onderhoud kapitaalgoederen. Voor de meerjarige stand en verloop van de voorziening verwijzen wij u naar de bijlage. Ontwikkeling voorziening 2026
Voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen
Boekwaarde 1-1-2026
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2026
136.800
92.000
130.000
98.800
Meerjarenraming In het onderstaande overzicht is de begroting 2026 inclusief de meerjarenbegroting 2027-2029 weergegeven.
Autorisatie In de eerder opgenomen tabel is de begroting 2026 en de meerjarenraming weergegeven. Het algemeen bestuur autoriseert het dagelijks bestuur voor de hierboven genoemde bedragen. De begroting wordt vastgesteld door vaststelling van de totale lasten en baten.
30
31
Geprognosticeerde begin- en eindbalans 2026 Begin en eindbalans
1-1-2026
31-12-2026
Materiële vaste activa
3.063
3.541
Financiële vaste activa
0
0
3.063
3.541
Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar
62
22
Liquide middelen
104
25
Overlopende activa
20
20
Totaal vlottende activa
186
67
3.249
3.608
Eigen Vermogen
1.578
1.514
Vaste schulden met een rente typische looptijd > 1 jaar
1.476
1.824
85
85
3.179
3.423
Netto vlottende schulden rente typische looptijd < 1 jaar
18
120
Overlopende passiva
59
65
Totaal vlottende passiva
77
185
3.249
3.608
(bedragen x € 1.000) ACTIVA Vaste activa
Totaal vaste activa Vlottende activa
Totaal ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva
Voorzieningen Totaal vaste passiva
Vlottende passiva
Totaal PASSIVA
31
32 Bijlagen: • • • •
Verwachte investeringen Stand en verloop van reserves en voorziening Overzicht baten en lasten per taakveld Meerjarig geprognosticeerde balans
Verwachte investeringen
Het huidige beheerplan, inclusief investeringsprogramma, loopt tot en met 2035. Mutaties als gevolg van de actualisatie zullen verwerkt worden in de begroting. De jaarlijkse indexering die is opgenomen in het beheerplan wordt niet vertaald naar de meerjarenbegroting.
32
Stand en verloop van reserves en voorziening
De begrote boekwaarde van de algemene reserve is wellicht hoger dan de regionaal afgesproken norm van 2,5% van het totaal aan lasten. Als dit ook werkelijk wordt gerealiseerd zal het algemeen bestuur bij de bestemming van het jaarresultaat besluiten hoe hiermee om te gaan. Daarbij zullen de regionale afspraken gehanteerd worden.
Overzicht baten en lasten per taakveld
35
Meerjarig geprognosticeerde balans Meerjarig geprognosticeerde balans
31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028
31-12-2029
(bedragen x € 1.000) ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa
3.488
3.427
3.218
3.116
Financiële vaste activa
0
0
0
0
3.488
3.427
3.218
3.116
Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar
22
23
16
10
Liquide middelen
92
0
0
0
Overlopende activa
20
10
10
10
Totaal vlottende activa
67
33
26
20
3.622
3.460
3.244
3.136
Eigen Vermogen Vaste schulden met een rente typische looptijd > 1 jaar Voorzieningen
1.514
1.421
1.329
1.236
1.824
1.673
1.522
1.371
99
83
100
100
Totaal vaste passiva
3.437
3.177
2.951
2.707
Vlottende passiva Netto vlottende schulden rente typische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
120
188
198
304
65
95
95
125
Totaal vlottende passiva
185
283
293
429
3.622
3.460
3.244
3.136
Totaal vaste activa Vlottende activa
Totaal ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva
Totaal PASSIVA
35
36 Het Recreatieschap in cijfers en kaarten
Bruggen 34 stuks Beschoeiing circa 9 kilometer Boothellingen 3 Paden en wegen circa 27 kilometer Onverharde gras- en bospaden Circa 14 kilometer Stranden 11 Zwemlocaties 13 Gebouwen 11 Tientallen andere (kleine) objecten en voorzieningen als banken, prullenbakken en speeltoestellen.
36
37
37
38
38