1.4 Begroting 2024-2027 VRNHN
Tekst van het document
7.788 1.174 449 1.935 232 8 1.187 20 418 188 100 112 13.611
11.539 1.174 475 1.935 571 42 1.227 110 418 188 100 115 17.894
Gerealiseerde resultaat bedrijfsvoering/overhead
-476
-2.128
-1.679
-12.556
-16.839
Aandeel ambulancezorg in overhead
476
-
-
1.525
2.001
Resultaat overhead VR exclusief Ambu
-
-2.128
-1.679
-11.031
-14.838
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 28
2.9 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5 2.9.6
Inleiding Beschikbare weerstandscapaciteit Financiële risico’s Benodigde weerstandscapaciteit Verzekeringen en voorzieningen Kengetallen financiële positie
2.9.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is te definiëren als het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen ten einde de taken van de organisatie te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de organisatie. Op grond van artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord Holland Noord dragen de gemeenten bij in de lasten van deze organisatie voor zover zij niet worden bestreden uit de opbrengsten van andere vergoedingen. De 16 deelnemende gemeenten vormen feitelijk de weerstandscapaciteit. Op basis van de uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen is een beperkte algemene reserve toegestaan. Als richtlijn geldt maximaal 2,5% van de exploitatielasten. Dit komt op basis van de jaarstukken 2022 (€ 72.089.000 lasten voor VR NHN) neer op een bedrag van € 1.802.225. Bij zwaarwegende argumenten is afwijking van deze richtlijn mogelijk. Daarnaast bestaat binnen de organisatie de ambulancezorg die niet door de gemeentelijke bijdrage wordt gefinancierd, maar door bijdragen van de zorgverzekeraars (Nza). Door de verbeterde financiering in het algemeen en verruiming van vergoedingen voor de huisvesting in het bijzonder, is het mogelijk om voor dit bedrijfsonderdeel een aparte algemene reserve op te bouwen.
Hierdoor wordt ook richting de Nza duidelijker zichtbaar dat geld afkomstig van de zorgverzekeraars ook daadwerkelijk wordt ingezet voor de Ambulancezorg. Deze algemene reserve kent vooralsnog geen beperkingen. Beide algemene reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.9.2 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de jaarrekening 2022 bestaat uit:
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 29
2.9.3 Financiële risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis gaat gebeuren en hoe groot de financiële gevolgen zullen zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De mate van risico is opgenomen in 5 klassen: Klasse
%
Waarschijnlijkheid
Toelichting
1.
10%
Zeer klein
Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar.
2.
25%
Klein
Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar.
3.
50%
Middel
Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar.
4.
75%
Groot
Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen
5.
95%
Zeer Groot
Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.
De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is.
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst. 2. BTW plicht over activiteiten van de Meldkamer NoordHolland aan VRNHN
Oorzaak Europese wet-en regelgeving
Gevolg Mogelijk verplichting tot betaling minimum loon, pensioen, betaling bij ziekte, etc. BTW regelgeving Per jaar € 350.000 BTW over de activiteiten van de Meldkamer NoordHolland aan VRNHN vanaf start 1 mei 2019 3. Langdurige uitval Ziekte / ongeval Hoger dan begrote inhuur nodig om weggevallen capaciteit op te vangen 4. IT-dreigingen (bijv. IT-beveiliging is Dataverlies en virus, cyberaanval enz.) onvoldoende tegen alle datalekken IT-dreigingen
Klasse / Financiële Weerstands% impact capaciteit 3 / 50% € 1.200.000 € 600.000
3 / 50%
€ 1.250.000
€
625.000
4 / 75%
€
200.000
€
150.000
3 / 50%
€
200.000
€
100.000
Niet kunnen Hoger dan geraamde aantrekken van inhuur derden verpleegkundigen ambulancezorg 6. Materiële en personele Materiële en personele Ongedekte uitgaven (niet schade bij omvangrijke schade bij omvangrijke begroot) incidenten incidenten
2 / 25%
€
200.000
€
50.000
2 / 25%
€
200.000
€
50.000
7. Aanbestedingsclaim
1 / 10%
€
200.000
€
20.000
5. Tekort ambulanceverpleegkundigen
Niet rechtmatig uitvoeren van een aanbesteding
Totaal
Toewijzen van een aanbestedingsclaim
€ 1.595.000
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Eind 2018 concludeert Pels Rijcken (kantoor landsadvocaat) dat er een reëel risico bestaat dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit de Europese en internationale wet- en regelgeving. Onderzoek wijst uit dat er geen mogelijkheid is om binnen de bestaande juridische kaders de huidige vrijwilligheid bij de brandweer te behouden. Op 14 juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van J&V besloten tot de oprichting van een denktank. De denktank heeft een denkrichting uitgewerkt en voorgelegd aan het Veiligheidsberaad en minister van J&V op 9 december 2019. Het uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 30
(differentiatie van verplichte beschikbaarheid, werkinhoud/volume en opleiding) tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, dat tegelijkertijd geen afbreuk doet aan het niveau en kwaliteit van de brandweerzorg. In februari 2021 is het definitieve rapport ‘Inzicht in consequenties denkrichting’ taakdifferentiatie in het Veiligheidsberaad behandeld en besproken met de minister van JenV. Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen, die stelt dat bij gelijk werk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden. In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt.
Bouwsteen 1 betreft het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling. Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. Het veiligheidsberaad en minister JenV hebben op 21 juni 2021 de nieuwe stuurgroep ‘toekomst bestendig brandweerstelsel’ de opdracht gegeven voor de implementatie van de eerste bouwsteen en onderzoek te doen naar andere wenselijke thema’s om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Inmiddels worden de randvoorwaarden voor Bouwsteen ‘verplichtend karakter’ op rijksniveau besproken. Eén van de randvoorwaarden is dat het rijk de financiering van Bouwsteen 1 ‘verplichtende karakter’ financiert.
Risico 2. BTW-plicht over activiteiten van de Meldkamer Noord-Holland aan VRNHN Uit onderzoek is gebleken dat er sprake kan zijn van BTW-plicht over de activiteiten die de Meldkamer Noord-Holland verricht voor de veiligheidsregio’s. De wijze waarop de samenwerking en de verdeling van de kosten is ingericht, voldeed in de basis niet aan de constructie “Kosten voor Gemene Rekening” (KGR) waarmee BTW-druk kan worden voorkomen. Hiervoor zijn de verschillende overeenkomsten getoetst en aangepast zodat in principe wel aan deze constructie kan worden voldaan. Daarnaast is op landelijk niveau gekeken hoe de verschillende meldkamers met deze materie omgaan. Tot op heden komt hier een divers beeld uit en zijn gehanteerde oplossingen zeker niet eenduidig. Er wordt daarom gekeken of er een landelijk standpunt kan worden geformuleerd waarover overleg met het ministerie van J&V en de belastingdienst kan worden opgestart. Daarnaast is VRNHN samen met de partners VRK en ZaWa in gesprek met de belastingdienst over dit onderwerp. Het risico wat de VRNHN in deze loopt, is circa € 350.000 extra BTW-druk op jaarbasis. De meldkamer bestaat in de huidige vorm vanaf mei 2019. Indien er een BTW-plicht is, zal de veiligheidsregio in gesprek gaan met het ministerie van J&V voor de compensatie van de BTW last.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 31
2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.595.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 3.307.000 / € 1.595.000 * 100% = 207%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen.
2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen (onderhoud gebouwen).
2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen Verloop van de kengetallen
Begroting jaar Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2022
2023 0,28
0,44
2024 0,49
2025 0,44
2026 0,45
2027 0,44
0,28
0,44
0,49
0,44
0,45
0,44
0,12
0,12
0,08
0,09
0,09
0,09
0,89%
-0,29%
0,62%
0,00%
0,00%
0,00%
Toelichting kengetallen •
• •
Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.
Uitgangspunten Bij het weergeven van de kengetallen voor de financiële positie zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd: • De gebruikte balansstanden zijn gebaseerd op ramingen per 1 januari 2023. • Daar waar geen relevante gegevens beschikbaar zijn, worden de balanssaldi van de laatst bekende jaarrekening opgenomen. • Vlottende schuld wordt als sluitpost gehanteerd.
Duiding kengetallen • •
•
Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte beweegt zich rond nihil, waardoor de ratio laag (nihil) is.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 32
2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat willen we bereiken 2.10.2 Wat willen we realiseren 2.10.3 Wat gaat het kosten
2.10.1 Wat willen we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog een aantal brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. Volgens planning worden de laatste kazernes in 2023 terug verkocht.
Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd. De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.
2.10.2 Wat willen we realiseren Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2021 is begonnen met de planvorming voor de nieuwbouw. De daarbij afgegeven planningen zijn in de loop van 2022 aangepast naar de nieuwe omstandigheden (uitloop verkrijgen vergunningen, beschikbaarheid bouwers en materiaal). Naar de huidige verwachtingen vinden de opleveringen in de loop van 2023 en 2024 plaats.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 33
Brandweerkazernes Voor de kazernes zijn in 2013 de volgende uitgangpunten afgesproken met de gemeenten en zijn/worden als zodanig uitgevoerd: 1. Vastgoedbeleid is een gemeentelijke verantwoordelijkheid; 2. De jaarlijkse exploitatielasten komen voor rekening van de gemeenten die zijn betrokken bij de overdracht; 3. Overige kazernes worden door de gemeenten om niet in bruikleen gegeven aan VR; 4. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 5. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 6. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; 7. Roerende goederen zijn om niet of tegen de geldende boekwaarde door VR overgenomen. Onderhoud, reparatie en vervanging is voor rekening van VR. Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken. Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt.
In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. In hoeverre de ontwikkeling van het brandweerdekkingsplan naar een brandweerzorgplan effect gaat hebben op deze vervangingen is momenteel nog niet uitgekristalliseerd.
Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.
Ambulancematerieel In de komende jaren worden de reguliere investeringen gedaan op basis van het MJIP, waaronder vervanging en uitbreiding van ambulances en inbouw van elektrische brancards.
Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan.
Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer Ook op het gebied van kleding, ademlucht en persoonlijke beschermingsmiddelen is de brandweer volledig up-to-date. Er zijn raamovereenkomsten gesloten voor bluslaarzen en blushandschoenen, waarbij vervangen wordt indien noodzakelijk. Hiermee wordt verspilling voorkomen. De landelijke uitstraling voor bluskleding, die inmiddels is vastgesteld, gaat ons in de toekomst hierbij nog meer helpen.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 34
Het nieuwe operationele uniform, dat de huidige uniformen moet vervangen, is eerder landelijk vertraagd door de coronacrisis en ondervind nu vertraging in de productie door het conflict in Oekraïne, waar (een deel van) het uniform zou worden geproduceerd. Zodra er duidelijkheid is over de productie van het nieuwe uniform kan het scenario voor vervanging definitief worden uitgewerkt. Omdat tot op heden het principe wordt gehanteerd dat we slechts vervangen als iets versleten is, is er alleen financiële dekking in de exploitatiebegroting en zijn er geen investeringen die hiervoor kunnen worden ingezet. Bij een omvangrijke vervanging zal incidentele ruimte moeten worden gezocht binnen de begroting als de jaarbudgetten niet toereikend zijn.
Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatie-gestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan wordt verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. In 2022 wordt ook een start gemaakt met de uitwerking en implementatie van het BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. De benodigde investeringen zijn opgenomen in het MJIP en de kosten hiervan in de (meerjaren)begroting.
2.10.3 Wat gaat het kosten Alle noodzakelijke kosten met betrekking tot het in standhouden van de gebouwen, vervoersmiddelen, materialen en ICT-middelen zijn opgenomen in de begroting en meerjarenraming.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 35
2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4
Inleiding Beleidskaders treasury activiteiten Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden EMU saldo
2.11.1 Inleiding De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Op 27 november 2015 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2015 vastgesteld. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. • Jaarlijks vindt evaluatie plaats van de gedane treasury activiteiten in de paragraaf ‘Financiering’.
2.11.2 Beleidskaders treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2024 is deze berekend op € 6,6 miljoen1. Overschrijding kan leiden tot het aantrekken van geld met een looptijd langer dan één jaar. Voor 2024 is de verwachting dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.
Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2024 is de schatkistlimiet2 berekend op € 602.000. Gelden boven deze limiet moeten worden aangehouden in de schatkist.
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2024 is de renterisiconorm berekend op € 16,0 mln. In het begrotingsjaar vinden geen renteherzieningen plaats. De renterisiconorm wordt naar verwachting niet overschreden. 1 Op basis van begrotingstotaal lasten (primair) 2 De limiet wordt berekend als 0,75% van het begrotingstotaal lasten (primair) met een ondergrens van € 250.000.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 36
Financieringsbehoefte (kort-/langlopende geldleningen) In basis is de leningenportefeuille van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord afgestemd op het kunnen uitvoeren van de haar gestelde taken. In het verleden zijn kortlopende geldleningen aangetrokken die zijn gebruik om tijdelijke tekorten in de liquide middelen op te vangen. Naar verwachting zullen in 2024 mogelijk kortlopende geldleningen worden aangetrokken om tekorten op te vangen die kunnen ontstaan door hogere uitgaven vanwege de nieuwe cao’s en hoge inflatie. Op basis van de geplande investeringen 2024-2027 wordt meerjarig een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren, zullen in de periode 2024-2027 (langlopende) geldleningen moeten worden aangetrokken. Het daadwerkelijke afsluitmoment van deze leningen wordt afgestemd op het leverings/betaalmoment van de betreffende investeringen. Door de huidige inflatie en onrust in Europa zien we de rente momenteel stijgen. Dit heeft mogelijk consequenties voor de geraamde rentelasten.
Ontwikkelingen leningenportefeuille In 2014 is de omvang van leningenportefeuille fors toegenomen. Er zijn leningen aangetrokken ter financiering van aangekocht materieel / kazernes van de gemeenten (aangekocht eind 2013) en de projectkosten regionalisering. In de periode 2019-2023 worden overgenomen kazernes weer (terug)verkocht aan de betreffende gemeente. De daarvoor aangetrokken geldleningen worden in deze periode afgebouwd. Daarnaast zal de portefeuilleomvang door het aantrekken van langlopende geldleningen ter financiering van voorgenomen investeringen weer toenemen.
2.11.3 Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de verwachte rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. De rente van geldleningen die zijn aangetrokken voor de aankoop van materieel / kazernes wordt bij VR NHN gezien als projectfinanciering. 2024 Bedragen x €1
Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten (incl. voorgenomen) Rentebaten
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten Doorberekening rente aan grondexploitatie
569.593 -/-
Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld
-/-
Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld
+/+
Aan taakveld toe te rekenen externe rente
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen
569.593 0
0 569.593
+/+ +/+
Totaal aan taakveld toe te rekenen rente
0 0 569.593
0.4 Overhead
-/-
159.746 392.056 17.791
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
569.593
7.1 Volksgezondheid
-/-
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
-/-
Renteresultaat op het taakveld Treasury
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
0
Pagina 37
2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekende EMU saldo op basis van deze begroting en meerjarenraming (op basis van artikel 71 lid 3 BBV).
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Mutaties Uitzettingen (1 januari Vlottende activa Liquide middelen Overlopende activa tot 31 december) Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende schuld Vlottende passiva Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa Financiële vaste activa
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
T-1 2023 -7.731
T 2024 -6.681
T+1 2025 2.284
T+2 2026 -1.398
T+3 2027 -742
-7.731
-6.681
2.284
-1.398
-742
0 0 0 0 0 -1.263 8.994 0
0 0 0 0 0 -3.006 9.687 0
0 0 0 0 0 -2.910 626 0
0 0 0 0 0 -2.811 4.209 0
0 0 0 0 0 -2.444 3.186 0
Pagina 38
2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7
Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV
2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.
2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (= VR NHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VR NHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VR NHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door VR NHN gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancevoorzieningen (Wav) in werking getreden. De nieuwe wet ambulancezorg geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.
In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren.” De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaan gezamenlijk toezicht houden op de naleving van de Wav. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 39
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) Het NIPV (voorheen IFV) is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het NIPV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaam worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. In januari 2020 heeft met goed gevolg een audit plaats gevonden ten behoeve van een accreditatie voor het CrKBO (Centraal Register Kort Beroepsonderwijs). Inschrijving heeft in februari 2020 plaats gevonden.
2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VR NHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer.
2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2023 is de directeur ambulancezorg VR NHN de bestuursvoorzitter, voor 2024 wordt dit de directeur WK. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV). Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. De bestuursvoorzitter van VR NHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het NIPV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 40
Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.
2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten, statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen; het bestaande beleid wordt voortgezet. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden - projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De coöperatie zet in de eerste jaren van haar bestaan in op het verder uitrollen van haar activiteiten en het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Daarnaast wordt getracht schaalvoordelen te behalen door het bundelen van de opleidingsactiviteiten. In 2022 is het functioneren van de coöperatie geëvalueerd en zijn voorstellen gedaan voor de doorontwikkeling.
2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de concept jaarstukken 2022 RAV blijkt dat het eigen vermogen per 31 december 2022 € 0 is. Het exploitatiesaldo 2022 is ook € 0. Dit wordt ook voor 2023 en 2024 voorzien.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 41
2.13 Fiscaliteiten 2.13.1 2.13.2 2.13.3 2.13.4
Tax Control Framework Convenant Horizontaal Toezicht Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg Casus Omzetbelasting Meldkamer
2.13.1 Tax Control Framework Naar aanleiding van de eisen van het doorontwikkeld Horizontaal toezicht vanuit de Belastingdienst én de eigen wens van de VRNHN om op allerlei terreinen meer ‘in control’ te zijn, is in september 2020 een start gemaakt met de ontwikkeling van een Tax Control Framework (TCF). Om vanaf 2023 nog steeds onder het regime van Horizontaal Toezicht te vallen, lag de deadline van een vastgesteld TCF op eind 2022. Medio 2022 was het concept gereed om inhoudelijk met de Belastingdienst te bespreken. De van hen ontvangen feedback is verwerkt en in het laatste kwartaal 2022 heeft positieve besluitvorming op het TCF plaatsgevonden. De verdere uitvoering en doorontwikkeling van het TCF is vanuit projectfase naar de staande organisatie overgedragen.
2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht Vanaf 2011 heeft VRNHN een convenant Horizontaal Toezicht. In 2019 is dit verlengd met 3 jaar, waarin moest worden ‘toegegroeid’ naar de eisen van het doorontwikkeld Horizontaal Toezicht. Hiervoor is het Tax Control Framework ontwikkeld (zie 2.13.1). Op 8 februari 2023 is het nieuwe convenant Horizontaal Toezicht voor de jaren 2023-2025 formeel ondertekend. Tijdens dit moment mocht VRNHN complimenten van de Belastingdienst ontvangen over de wijze waarop wij dit hebben voorbereid. Landelijk is VRNHN voorloper in zowel het hebben van een vastgesteld TCF als het hebben van een nieuw driejarig convenant Horizontaal Toezicht.
2.13.3 Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg Sinds het ontstaan van de Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsorganisaties in 2016, heeft VRNHN voor de jaren 2016 tot en met 2018 nihilaangiftes ingediend en zijn overeenkomstige aanslagen opgelegd. Over het aangiftejaar 2019 hebben we eveneens een nihilaangifte ingediend, maar in samenwerking met onze externe fiscalist hebben we daarbij een zogenaamde ‘expliciete standpuntbepaling’ ingenomen. Dit hebben we verder uitgewerkt in een afstemmingsverzoek. Dit verzoek heeft betrekking op de activiteit Ambulancezorg. In de kern gaat het erom dat bij deze activiteit positieve resultaten worden behaald die in onze ogen niet kwalificeren als winst in de zin van de Vennootschapsbelasting. In het afstemmingsverzoek is die zienswijze met behulp van onze inbreng door de externe fiscalist onderbouwd met argumenten. We zijn momenteel in afwachting van een reactie van de Belastingdienst op dit afstemmingsverzoek.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 42
2.13.4 Casus Omzetbelasting Meldkamer Over de mogelijke BTW-plicht over de activiteiten in de Meldkamer Noord-Holland (zie paragraaf 2.9.3, onder risico 2) is door een externe fiscalist een formeel verzoek tot beoordeling van die BTW-positie ingediend. Dit verzoek is namens alle samenwerkende partijen in de meldkamer gedaan. Uit een eerste reactie van de Belastingdienst bleek dat de complexiteit van de samenwerking nog niet goed genoeg overgebracht was. In een tweede brief is nadere uitleg gegeven en tevens werd de Belastingdienst uitgenodigd om op de meldkamer in Haarlem de werkwijze in de praktijk waar te nemen. Deze uitnodiging is geaccepteerd en eind januari 2023 heeft het bezoek van de Belastingdienst plaatsgevonden. Vertegenwoordigers van de Veiligheidsregio’s Kennemerland, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland Noord waren daarbij aanwezig. Het bezoek werd als verhelderend omschreven. Mede op grond van de opgehaalde informatie gaat de Belastingdienst haar reactie op het beoordelingsverzoek formuleren. Op dit moment (maart 2023) zijn wij nog in afwachting daarvan.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 43
2.14 Crises 2.14.1 Inleiding 2.14.2 Opvang Oekraïnse oorlogsvluchtelingen 2.14.3 Crisisnoodopvang (CNO)
2.14.1 Inleiding In de navolgende paragrafen wordt een korte schets gegeven wat de status is van de verschillende crises.
2.14.2 Opvang Oekraïnse oorlogsvluchtelingen Op 24 februari 2022 viel Rusland het buurland Oekraïne binnen. Sinds dat moment woedt er een bloedige strijd. Hierdoor is er een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen van miljoenen Oekraïners. Deze vluchtelingen worden door vele landen binnen Europa opgevangen, zo ook in Nederland. De Veiligheidsregio’s en de gemeenten hebben hierin een belangrijke rol: het opvangen van vluchtelingen op diverse doorstroomlocaties en het doorverwijzen naar meer permanente opvanglocaties. Hoelang dit gaat duren en hoeveel vluchtelingen moeten worden opgevangen, is onbekend.
2.14.3 Crisisnoodopvang (CNO) De opvang van asielzoekers wordt gecoördineerd door de VR NHN in samenspraak met gemeenten en ketenpartners. In 2022 en 2023 zijn hiervoor een aantal opvangpaviljoens ingericht. In principe zou deze opvang in 2023 in deze vorm afgebouwd gaan worden. Echter, de stroom asielzoekers laat zich niet makkelijk indammen, waardoor de kans aanwezig blijft dat deze opvang een langdurig karakter zou kunnen krijgen.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 44
3. Financiële begroting 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Overzicht van baten en lasten Uiteenzetting financiële positie en toelichting Meerjarenraming exploitatie Meerjarenraming balans Meerjarenraming investeringen
3.1
Overzicht van baten en lasten
Begroting 2024 Programma's / Overhead c.a. Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Zorg en Veiligheid Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Onvoorzien Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming
3.2
Bedragen x €1.000 Baten Lasten 19.251 17.100 1.636 36.086 12 1.659 1.820 3.166 37 3.800 862 1.486 57.420 81.038 63.297 1.055
17.894
82.093
400 81.591
76
150 5
11 82.180
81.746
Saldo 2.151 -34.450 -1.647 -1.346 -3.763 -624 57.420 17.741 -16.839 -400 502 -150 76 -5 11 434
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting
Uitgangspunten begroting De begroting 2024 is geïndexeerd met 7,1% (7,5% loonindexatie en 6,1% prijsindexatie). De loonprijsindexatie 2024 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. De verdeelsleutel 2024 per gemeente is nog niet bekend. Verdeling vindt plaats naar de draagkracht per gemeente. Deze verdeling is gebaseerd op het aandeel van het ‘Oov-subcluster Brandweer en rampenbestrijding3 per gemeente en de belastingcapaciteit per gemeente. De bijdrage voor 2024 komt uit op een bedrag van € 49.377.142. De bijdrage per gemeente wordt normaliter opgenomen in bijlage 4.2.
3 subcluster binnen de algemene uitkering van het gemeentefonds
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 45
Financiering Bij VRNHN is sprake van een totaalfinanciering. Rentelasten worden omgeslagen naar programma’s op basis van de boekwaarde (op 1 januari) van aangeschafte activa in deze programma’s. Begin 2023 is het (bestaande) meerjarig investeringsplan geactualiseerd voor de periode 2024-2027 (zie paragraaf 3.5). Gezien de geraamde investeringsvolumes wordt in de toekomst een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren zullen mogelijk in de periode 2024-2027 aanvullende geldleningen moeten worden aangetrokken. Echter, doordat de investeringen door allerlei oorzaken behoorlijk vertraagd gerealiseerd worden, is onduidelijk op welke momenten dit moet gebeuren. Daarom is hier nog geen rekening mee gehouden. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Financiering.
Onvoorzien Met ingang van 2020 wordt een post onvoorzien opgenomen ter grootte van 0,5% van de totale lasten. Met behulp van deze post kunnen onvoorziene (incidentele) uitgaven worden opgevangen. Voor de jaren 2024 en verder is deze post voorlopig op € 400.000 gesteld.
3.3
Meerjarenraming exploitatie
Een meerjarenraming is van belang om de consequenties van het beleid in beeld te brengen vanuit het verleden naar de onderhavige begroting en toekomstige planvorming. De meerjarenraming speelt een belangrijke rol bij de kader stellende functie van het algemeen bestuur, omdat de meerjarenraming de financiële richting aangeeft voor het opstellen van de begroting.
Meerjarenraming cijfermatig Hierna volgt een totaaloverzicht over de jaren 2024 tot en met 2027. In de meerjarenraming zijn de rubrieken met een variërend verloop afzonderlijk opgenomen. De cijfers vanaf 2024 zijn geïndexeerd. De overzichten per programma zijn opgenomen in de bijlage 4.4.
TOTAAL Baten
Totaal baten Lasten
Totaal lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves
Wettelijk budget Nza Bijdrage gemeenten BDUR/Rijk/ministerie Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Begroting 2024 20.290.496 49.377.142 8.042.766 4.383.849 82.094.253 53.899.965 6.480.783 21.211.726 81.592.474 501.779 155.000 87.434 434.213
Bedragen x € 1 MJR MJR 2025 2026 21.240.927 22.017.826 51.336.193 52.846.386 8.348.391 8.648.933 4.437.639 4.522.861 85.363.150 88.036.006 55.824.501 57.834.670 7.405.088 7.554.337 22.058.723 22.575.885 85.288.312 87.964.892 74.838 71.114 160.890 167.004 86.052 95.890 -
MJR 2027 22.514.349 54.276.258 8.821.912 4.628.234 90.240.753 59.049.296 8.145.352 22.991.851 90.186.499 54.254 173.350 119.096 -
Aansluiting op Kadernota Door het tijdsverloop tussen opstellen van de kadernota (december 2022) en de voorliggende begroting (maart 2023), zijn een aantal posten substantieel veranderd. • Het wettelijk budget Nza is verhoogd met een verwachte extra compensatie voor met name de cao-aanpassingen en de prijsstijgingen van de materiele kosten door de zeer hoge inflatie. • Ook voor de gemeentelijke bijdrage is al een mogelijke extra compensatie opgenomen vanwege dezelfde redenen. Dit geldt voor de jaren 2025 tot en met 2027.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 46
•
•
De post salarissen is aangepast aan de nieuwe cao’s die in februari en maart 2023 zijn overeengekomen en met ingang van 1 januari 2023 (VR NHN) en 1 februari 2023 (Ambulancezorg) in werking treden. Dit betreft substantiële stijgingen ten opzichte van de indexeringen die in de kadernota 2023 waren opgenomen (2,3%) en ook doorwerken in 2024. De afschrijvingen en rente zijn aangepast naar de laatste inzichten die bij het opstellen van de jaarrekening 2022 en de daarop volgende aanpassingen van het MJIP en het doorrekenen daarvan zich hebben gemanifesteerd. Door forse prijsstijgingen bij nieuwe aanbestedingen of aanpassing van bestaande contracten, alsmede de zich aandienende stijging van rentelasten, zien we de kapitaallasten groeien. Voor de investeringen in brandweermaterieel wordt rekening gehouden met een zekere temporisering.
Resultaten De resultaten laten, met inbegrip van de reservemutaties, met uitzondering van 2024 (€ 434.000 positief voor VR NHN) over alle jaren een nihil resultaat zien op basis van ‘going concern’. Dit is echter niet ontstaan doordat de geraamde lasten keurig worden afgedekt door de verwachte baten. De lasten en baten zijn deels geraamd op basis van de in de kadernota vastgestelde indexaties, waarbij: • de salarislasten op het peil van de laatst vastgestelde cao’s zijn gebracht (2023). Deze lasten zijn fors hoger dan waar bij het opstellen van de begroting 2023 rekening mee is gehouden (7 tot 10%); • de effecten van nieuwe aanbestedingen vertaald zijn in de betreffende budgetten (hogere lasten). De inflatie in 2022 en 2023 is vele procenten hoger dan wat verwacht werd (inflatie ligt rond 10%); • het meerjarenbeeld van de investeringen is bijgewerkt met als resultante nieuwe (hogere) afschrijvingslasten. Hier ontstaan verschillen door veel hogere aanbestedingsuitkomsten (een tankautospuit gaat bijvoorbeeld ongeveer € 150.000 meer kosten); • ook al rekening is gehouden met een stukje temporisering van de investeringen in brandweermaterieel. Hierdoor zijn geen sluitende meerjarenperspectieven ontstaan voor zowel Ambulancezorg als de VR. Er zijn stelposten opgenomen bij salarissen (verwachte incidentele ruimte door o.a.
vacatures), afschrijvingen (temporisering van investeringen, waardoor tijdelijk lagere afschrijvingslasten ontstaan door vooruitschuiven) en een verhoging van de niet geïndexeerde BDUR-bijdrage om dit zoveel mogelijk te bewerkstelligen. Met het opvoeren van genoemde stelposten, waarmee de verwachte incidentele ruimte op voorhand wordt opgebruikt, wordt dit echter nog niet bereikt. Daarom zijn bij Ambulancezorg de verwachte uitkeringen van Nza-budgetten reeds verhoogd en zijn bij VR NHN al bijstellingen van de gemeentelijke bijdragen opgenomen. Dat incidentele ruimte wordt ingezet, betekent ook dat incidenteel in te vullen lasten, zoals aan te schaffen nieuwe brandweeruniformen of uit te voeren (directie-)projecten onder druk komen te staan. Daarnaast zal de algemene reserve van de VR door het verwachte negatieve resultaat over 2023 fors worden aangesproken.
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage 2024 is op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde kadernota geïndexeerd met 7,1%. De loonindexatie en de prijsindexatie bedragen respectievelijk 7,50% en 6,10%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen. De indexatie van de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2025-2027 is gebaseerd op de CPB Middellange Termijn Verkenning en zijn respectievelijk 3,4%, 3,2% en 2,0%. De recente vaststelling van de verschillende cao’s laten een scherpere stijging zien (vanaf 9,3%) dan waarmee vanaf 2023 is geïndexeerd (2,3%), terwijl de huidige inflatie ook de nodige druk genereert. Hierdoor staan de nu geraamde exploitatieuitkomsten onder druk. DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 47
Salarissen Door het afsluiten van een nieuwe cao CAR-UWO (gemiddeld plus 9,3% hoger, looptijd tot 1 mei 2024) en de nieuwe cao ambulancezorg (over 2023 gemiddeld 5% en over 2024 gemiddeld 7,5% hoger) is de basis voor het begrotingsjaar 2024 onderhevig aan een grote verandering (stijging). Hiervoor was een indexatie toegepast van 2,3% bij de begrotingsberekeningen 2023. Vanuit de aangepaste basis (2023 en 2024) wordt voor de jaren 2025-2027 gerekend met de in de kadernota 2024 vastgestelde percentages (respectievelijk 3,8%, 3,6% en 2,0%).
Afschrijvingen en rente In de begroting zijn de gevolgen van het MJIP (meerjareninvesteringsplan) opgenomen en de bijbehorende financiering. Hiermee is inzichtelijk wat het verloop van de afschrijvings- en rentelasten is. Alle opgenomen nieuwe investeringen zijn vooral vervangingsinvesteringen. Bij het programma Ambulancezorg is ook sprake van uitbreiding van het aantal ambulances (meer diensten en een extra post) terwijl voor dit programma ook nieuwbouw van een aantal posten wordt gerealiseerd. Met name bij de brandweer neemt de afschrijvingslast toe. De groei in de afschrijvingslasten vindt zijn oorzaak vooral in een veranderd prijsniveau ten opzichte van de zero based begroting die in 2014 is opgesteld bij de regionalisering. Dit laat zich vooral gelden in hogere prijzen voor bijvoorbeeld de tankautospuiten, waar zowel de wagen als de technische uitrusting een fors hoger (prijs)niveau kennen dan de voorgangers (vanaf minimaal € 150.000) , mede veroorzaakt door de hoge inflatie. Als gevolg van hogere aanschafprijzen neemt normaliter ook de financieringsrente toe als lastenpost. Groei in rente is in de afgelopen jaren achterwege gebleven door de zéér lage en zelfs in enkele gevallen “negatieve” rente. Op dit moment is echter een omslag gaande in de renteontwikkeling, mede onder druk van de forse inflatie.
In deze begroting is al enigszins rekening gehouden met de effecten hiervan.
Overige lasten Voor de indexaties is voor 2024 de kadernota gehanteerd, en voor de jaren 2025 tot en met 2027 de indexaties van de CPB raming Centraal Economisch Plan. Daarnaast is rekening gehouden met specifiek hogere lasten van nieuw afgesloten contracten en met hogere lasten op budgetten die prijsgevoelig zijn voor inflatoire invloeden (denk o.a. aan energie/brandstof).
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 48
3.4
Meerjarenraming balans
Activa (im) Materiële vaste activa
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31.808
39.599
44.633
42.876
44.363
45.177
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen
0
0
0
0
0
0
Financiële vaste activa: Leningen
0
0
0
0
0
0
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar
0
0
0
0
0
0
31.808
39.599
44.633
42.876
44.363
45.177
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 9.775
Totaal Vaste Activa Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar
9.775
9.775
9.775
9.775
9.775
Liquide middelen
206
206
206
206
206
206
Overlopende activa
6.915
6.915
6.915
6.915
6.915
6.915
Totaal Vlottende Activa
16.896
16.896
16.896
16.896
16.896
16.896
Totaal Activa
48.704
56.495
61.529
59.772
61.259
62.073
Passiva
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
Eigen vermogen
5.958
6.816
5.151
5.660
5.731
Exploitatiesaldo
798
0
0
0
0
0
Voorzieningen
653
653
671
689
707
725
5.785
Vaste schuld
30.860
29.597
26.591
23.681
20.870
18.426
Totaal Vaste Passiva
38.269
37.066
32.413
30.030
27.308
24.936
Vlottende schuld
6.192
15.186
24.873
25.499
29.708
32.894
Overlopende passiva
4.243
4.243
4.243
4.243
4.243
4.243
Totaal Vlottende Passiva
10.435
19.429
29.116
29.742
33.951
37.137
Totaal Passiva
48.704
56.495
61.529
59.772
61.259
62.073
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en de bestemmingsreserves. Ultimo 2023 bedraagt de verwachte omvang van de reserves € 5.083.000 wat als volgt verdeeld is over de: - algemene reserve veiligheidsregio € 280.000 - algemene reserve ambulancezorg € 1.512.000 - bestemmingsreserves € 3.291.000
Ontwikkeling algemene reserve Exploitatieoverschotten of -tekorten worden in eerste instantie verrekend met de algemene reserve binnen het eigen vermogen. Per 31 december 2022 bedraagt de algemene reserve veiligheidsregio € 2.013.000 en de algemene reserve ambulancezorg € 1.512.000 indien het Algemeen Bestuur positief besluit over het voorstel resultaatbestemming van het verslagjaar 2022. De omvang van de algemene reserves is vooralsnog toereikend. Het jaar 2023 wordt cruciaal ten aanzien van de algemene reserve VR, enerzijds omdat alle personele en materiele lasten explosief groeien in dat jaar en anderzijds de daarop aangepaste (hogere) gemeentelijke bijdrage pas een jaar later in 2024 volgt. De verwachting is dan ook dat er flink wordt ingeteerd op de algemene reserve VR. Bij het samenstellen van de begroting 2024 zijn als voorloper de structurele aanpassingen in 2023 berekend, wat leidt tot een verwacht negatief resultaat van circa € 1.733.000. Hierbij is nog geen rekening gehouden met incidentele aanpassingen in 2023. Deze worden samen met de structurele aanpassingen gepresenteerd in Burap 2023-1.
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 49
Ontwikkeling bestemmingsreserves Het volgende overzicht laat de verwachte mutaties (voor zover nu in te schatten en onderbouwd) en eindstanden van de verschillende bestemmingsreserves zien. Bestemmingsreserves Kwaliteitsverb. brandweerscholing Verslagleggingsverschillen BBV-RJZ Pers.frictiekn./mobiliteitsbeleid Staat van de rampenbestrijding Automatisering&Informatiebeveiliging POK-gelden Nieuwbouw ambulanceposten
3.5
31-12-22 mut.2023 1.772 155 1.055 -95 327 77 3.231 60
31-12-23 mut.2024 1.927 155 960 -87 327 77 3.291 68
31-12-24 mut.2025 2.082 161 873 -86 327 77 3.359 75
31-12-25 mut.2026 2.243 167 787 -96 327 77 3.434 71
31-12-26 mut.2027 31-12-27 2.410 173 2.583 691 -119 572 327 327 77 77 3.505 54 3.559
Meerjarenraming investeringen
Begin 2023 zijn alle investeringen geïnventariseerd voor de jaren 2024-2027. Dit leidt meerjarig tot het volgende beeld: bedragen x € 1.000
Investeringen 2024 - 2027 Programma / PDC-groep
2024
2025
2026
2027
Ambulancezorg 2 - Diensten en middelen
1.225
67
225
71
3 - ICT
119
56
106
170
6 - Wagenpark
785
915
822
988
2.129
1.038
1.153
1.229
1.726
290
1.258
2.136
131
365
748
1.932
6 - Wagenpark
11.620
8.512
10.296
8.980
6 - Temporisering investeringen
-5.000
-2.500
-4.000
-2.500
Totaal Brandweer
8.477
6.667
8.302
10.548
Totaal Ambulancezorg Brandweer 2 - Diensten en middelen 3 - ICT
GHOR 2 - Diensten en middelen
8
8
3 - ICT
6
6 - Wagenpark Totaal GHOR
8
80
82
83
80
96
83
-
-
4
96
Meldkamer Noord-Holland 3 - ICT Totaal Meldkamer Noord-Holland
37 -
37
R&CB 3 - ICT 6 - Wagenpark
102
Totaal R&CB
102
99 -
103
96
371
602
Bedrijfsvoering 2 - Diensten en middelen 3 - ICT
202 629
484
6 - Wagenpark
37
Totaal Bedrijfsvoering
629
686
408
602
Totaal investeringen
11.345
8.508
10.062
12.558
Voor het programma Brandweer wordt op voorhand rekening gehouden met temporisering van de investeringen. Dit wordt mede veroorzaakt door eerder uitgestelde investeringen vanwege de problemen in productie en levering van materieel door gebrek aan grondstoffen en halffabricaten (economische onrust door oorlog in Oekraïne). Daarnaast zijn bestellingen uitgesteld door prijsonderhandelingen voor bestaande contracten onder druk van de zeer hoge inflatie. DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 50
4. Bijlagen 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Kerngegevens Bijdrage per gemeente Financiële overzicht naar taakvelden Meerjarenraming exploitatie per programma Overzicht van incidentele baten en lasten
4.1
Kerngegevens Veiligheidsregio Noord-Holland Noord
Gemeenschappelijke regeling De volgende 16 gemeenten nemen deel aan de regeling: Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel.
Doelstelling Het doel van de gemeenschappelijke regeling is het gezamenlijk behartigen van de belangen die de schaal van de individuele gemeenten te boven gaan, ten behoeve van de veiligheid van de bevolking in het samenwerkingsgebied. Tot de taken behoren het uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s, en het instellen, in stand houden en beheren van de centrale post ambulancevervoer (gezamenlijk met Witte Kruis in de RAV Noord-Holland Noord). Tevens maakt het Veiligheidshuis onderdeel uit van de Veiligheidsregio.
Samenstelling bestuur VR NHN Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur bestaat per 1 januari 2023 uit de volgende functionarissen: Naam A.M.C.G. Schouten
Functie Voorzitter
Organisatie Alkmaar
J. Nieuwenburg
Plv. voorzitter
Hoorn
M. Pijl
Lid
Drechterland
J.A. de Boer A. Kortenray K. Taneja
Lid Secretaris/Adviseur Secretaris/Adviseur
F. Regnalda S. Cremers
Adviseur Adviseur
Den Helder Veiligheidsregio Veiligheidsregio Openbaar Ministerie Politie
Samenstelling Burgemeester Alkmaar Burgemeester Hoorn / Voorzitter commissie Zorg & Veiligheid Burgermeester Drechterland Voorzitter commissie Basisvoorzieningen Fysieke Veiligheid Burgemeester Den Helder / Portefeuillehouder Financiën & Bevolkingszorg Directeur veiligheidsregio Directeur veiligheidsregio Plv. Hoofdofficier van Justitie Districtschef
De directie van de Veiligheidsregio bestaat per 1 januari 2023 uit: Naam Portefeuille Mevrouw A. Kortenray Directeur Veiligheidsregio De heer K. Taneja Directeur Veiligheidsregio
DOC P&C: Begroting 2024 / MJR 2025-2027
Pagina 51
4.2
Bijdrage per gemeente
Gemeentelijke bijdrage 2024 Op basis van de regeling Financiële uitgangspunten Gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeentelijke bijdrage voor 2024 geïndexeerd met 7,1%. De loonindexatie bedraagt 7,50% en de prijsindexatie 6,10%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen. Ten opzichte van 2023 neemt de gemeentelijke bijdrage voor 2024 door deze indexatie toe met € 3.247.946. Daarnaast wordt de bijdrage nog verhoogd met € 290.343 voor versterking informatieveiligheid en overname van beheerstaken ICT Meldkamer Noord-Holland (beiden inclusief indexatie).
Gemeentelijke bijdrage per gemeente De tabel waarin de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de gemeenten wordt gepresenteerd, is bij het vervaardigen van de begroting nog niet voorhanden. Reden is dat de onderliggende kengetallen die tot de verdeelsleutel leiden nog niet zijn afgegeven door het Rijk, waardoor de verdeling in euro’s nog niet kan worden gemaakt.
Meerjarige ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000 Beginstand Indexatie (loon-prijs) conform primaire begroting
2023 44.532
2024 45.746
2025 49.377
2026 51.056
2027 52.690
1.024
3.248
1.679
1.634
1.054
51.056
52.690
53.744
Bij: Capaciteitsuitbreiding nieuw e crisistypen
190
Bij: Versterking informatieveiligheid
290
Bij: Overname beheersstaken ICT Meldkamer Noord-Holland Gem eentelijke bijdrage
93 45.746
49.377
Indexatie gemeentelijke bijdrage voor 2023 e.v. Prijs bruto binnenlands product
2023 2,30%
2024 6,10%
2025 2,50%
2026 2,20%
2027 2,00%
Prijs overheidsconsumptie, beloning w erknemers
2,30%
7,50%
3,80%
3,60%
2,00%
Gemeentelijke indexatie
2,3%
7,1%
3,4%
3,2%
2,0%
Meerjarige ontwikkeling decentralisatie-uitkeringen Zorg en Veiligheid Het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 8 juli 2022 besloten om vanaf het begrotingsjaar 2022 jaarlijks indexering toe te passen op de decentralisatie-uitkeringen (VNG bijdrage en POK-gelden) en deze door de 16 gemeenten te laten financieren. De indexatie is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Verantwoording vindt plaats onder de post overige baten.