CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 Kadernota 2027 Veiligheidsregio NHN

Gemeenteraad 16 februari 2026, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Zienswijze kadernota’s GR-en (2026-12)6.499 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota Veiligheidsregio Noord-Holland Noord voor 2027 Inleiding

Met deze kadernota informeren wij gemeenten op hoofdlijnen over de financiële uitgangspunten, inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s voor het begrotingsjaar 2027 van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN). Gemeenteraden van de zestien gemeenten kunnen deze uitgangspunten van een zienswijze voorzien. Daarmee is de kadernota een eerste stap naar het vaststellen van de definitieve begroting van 2027. Vanaf pagina 13 vindt u de relevante financiële overzichten.

Hoofddoelstelling

Wij zijn Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Onze missie is leed en schade voorkomen en beperken. We zijn hulpvaardig, omgevingsbewust en betrouwbaar. Dit maakt ons professioneel in crisisbeheersing en hulpverlening.

Algemeen

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is professioneel in crisisbeheersing en hulpverlening. Onze missie is leed en schade voorkomen en beperken. Of het nu gaat om een brand, virus of overstroming: zodra de seinen op rood staan, veren we op. En eigenlijk al vóór die tijd, door gevaar te signaleren vanuit een actueel risicobeeld. Onze organisatie bestaat uit de volgende onderdelen: crisisbeheersing, brandweer (inclusief risicobeheersing en Veilig Leven), GHOR, ambulancezorg, Zorg- en Veiligheidshuis, meldkamer en bedrijfsvoering. We zetten ons in voor de veiligheid van de zestien gemeenten in Noord-Holland Noord. Dus ook voor en samen met de inwoners en ondernemers van uw gemeente. Vandaar ons motto ‘Samen hulpvaardig’. In 2024 is ons meerjaren beleidsplan vastgesteld. Hierin zijn de ambities verwoord tot en met 2027. Het meerjaren beleidsplan ziet toe op collectieve opgaven en op specifieke uitdagingen voor onze organisatieonderdelen. In deze kadernota ziet u veel informatie terug die in het meerjarenbeleidsplan staan.

Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2027?

Organisatie brede doelstellingen, conform het meerjarig beleidsplan verwoord onder collectieve opgaven Versterken weerbaarheid en veerkracht van de samenleving Tijdens een ramp of crisis is iedereen in de samenleving nodig om deze staande te houden (weerbaarheid) en om weer terug te veren naar de gewenste situatie (veerkracht). De overheid en hulpdiensten kunnen dit niet alleen en daarom is een samenleving die voor zichzelf en voor elkaar kan zorgen cruciaal. Als Veiligheidsregio willen we bijdragen aan deze weerbaarheid en veerkracht van de samenleving. Hiervoor hebben we in 2025 een regionaal programma ‘versterken weerbaarheid’ ingericht. In 2027 blijven we ons richten op: • versterken van onze eigen continuïteit; • inzet van risico- en crisiscommunicatie; • versterking van ons netwerk, vooral gericht op de samenwerking met gemeenten, inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties; • het inrichten van een netwerk van lokale noodsteun- en coördinatiepunten; • aansluiting op lokale initiatieven en partners.

1

Het ambitieniveau binnen deze thema’s is afhankelijk van de financiële middelen die beschikbaar zijn. Afhankelijk van wat aan middelen nodig is in het netwerk van lokale noodsteunpunten (verantwoordelijkheid gemeente) en coördinatiepunten (verantwoordelijkheid VRNHN) verwachten we dat voor het beheer en onderhoud van de coördinatiepunten extra capaciteit nodig is. Inrichten is eenmalig, onderhoud is structureel. Daarnaast vraagt het versterken van onze eigen continuïteit investeringen die binnen het huidige personele en exploitatiebudget niet opgevangen kunnen worden. Voorbereiding op langdurige crises In 2024 hebben we als Veiligheidsregio een opschalingsproces langdurige crisis ontwikkeld om vroegtijdig in te kunnen schatten wat een langdurige crisis van ons vraagt en om hiervoor op te kunnen schalen. Dit is met name gericht op de capaciteit die vanuit alle afdelingen en vanuit ons netwerk geleverd moet worden. Dit proces is in 2025 verder geïmplementeerd en er is een vakbekwaamheidsprogramma langdurige crisis ontwikkeld. Het opschalingsproces stelt ons in staat om op elk moment een structuur op te richten voor een langdurige crisis. We rapporteren hierop binnen het programma crisisbeheersing onder het speerpunt flexibele en robuuste crisisorganisatie.

Door de taakstelling vanaf 2026 vanuit de gemeenten en het Rijk is de beschikbare capaciteit binnen crisisbeheersing verminderd. Dit kan tot gevolg hebben dat het noodzakelijk is om extra capaciteit in te huren op het moment dat we te maken krijgen met een langdurige crisis. Zonder extra financiële gelden voor de desbetreffende langdurige crisis vanuit het Rijk kan dit niet opgevangen worden binnen het huidige personele budget. Versterken informatiefundament De provincie heeft als toezichthouder op de archiefwet haar zorgen geuit over het in beheer komen van de informatievoorziening van VRNHN. Het belang van professionalisering van informatievoorziening is beschreven als collectieve opgave in het beleidsplan 2024-2027. Zonder meer regie op informatiebeheer en informatievoorziening ontstaan er risico’s op datalekken, ontoereikende besluitvorming, onvindbare of onjuiste informatie en juridische kwetsbaarheid en voldoen wij niet meer aan wet- en regelgeving. De (provinciale) archiefinspectie heeft ons vorig jaar onder verzwaard toezicht gesteld. Omdat wij een verbeterplan hebben ingediend en de eerste stappen hebben gezet om dit plan uit te voeren, heeft de inspectie haar vertrouwen uitgesproken en het verzwaard toezicht opgeheven onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat we het verbeterplan uitvoeren. Het verbeterplan loopt van 2025 tot en met 2028.

De VRNHN heeft sinds de regionalisering in 2015 alleen het hoognodige geïnvesteerd in informatievoorziening om te voldoen aan de minimale eisen van wet- en regelgeving. Tegelijk is er voor de organisatie veel veranderd. Denk aan positie van de Veiligheidsregio’s vanaf de periode van corona, de asielcrisis en de oorlog in Oekraine met veel meer druk op de informatieveiligheid en de archivering van besluiten; de toepassing van nieuwe technieken zoals camerasystemen en drones bij de brandweer met als gevolg dat er meer data wordt gegeneerd en opgeslagen; en de noodzaak

2

de operationele systemen in geval van langdurige crisis redundant uit te rusten. We kunnen stellen dat er sprake is van achterstallig onderhoud in combinatie met de strenger wordende wet- en regelgeving. Om weer in control te komen op informatievoorziening én te voldoen aan het verbeterplan informatiebeheer is een structurele investering van € 862.000,- nodig. De organisatie onderzoekt voortdurend in hoeverre het Rijk compensatie kan bieden voor de extra capaciteit die noodzakelijk is wegens toenemende weten regelgeving. Daarnaast wordt onderzocht welke normen minimaal noodzakelijk zijn om te voldoen aan wet- regelgeving. Om op dit moment tegemoet te komen aan de situatie van financiële spanning zal fasering van de versterking van het informatiefundament moeten worden toegepast. De consequentie daarvan is dat we de komende jaren nog niet in control zijn. Deze eerste stap kan niet worden uitgesteld, omdat je onder het wettelijke niveau komt en de uitvoering wordt geraakt. Absoluut noodzakelijk is om structureel in 2027 voor € 198.000,- te investeren in een senior systeembeheerder en een senior specialist processen. De komende maanden wordt breder gesproken over de noodzaak en onderbouwing van de versterking van het informatiefundament en de middelen die hiervoor de komende jaren nodig zijn.

Duurzaamheid De ambitie uit het beleidsplan om meer te investeren in duurzaamheid is in de organisatie onderzocht. Er is een nulmeting gedaan en duidelijk is waar VRNHN de meeste winst kan behalen. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat deze winst in de eerste jaren niet kosteloos is. Het verduurzamen van het wagenpark gaat gepaard met extra kosten. In de tijd van financiële krapte beseffen wij dat dit een moeizaam onderwerp is. Tegelijk is het ongewenst om te blijven rijden met vervuilende diesel en zullen we t.z.t. door de wet gedwongen worden om over te stappen. Een overstap van diesel naar HVO kost qua brandstof zo’n 10% meer. Ook het overschakelen op deels elektrische voertuigen betekent hogere kosten, waarbij nog nader onderzocht moet worden wat haalbaar is t.a.v. de repressie. Dit vereist uitgebreider onderzoek. Op dit moment vindt een onderzoek plaats naar haalbaarheid van verduurzaming van het wagenpark. De mogelijkheid van de verduurzaming van de voertuigen zal afhankelijk zijn van het kunnen financieren van de hierboven genoemde extra kosten. Om de duurzaamheidsagenda uit te voeren onderzoekt de VRNHN welke gelden nodig zijn aan projectcapaciteit. Deze gelden kunt u als gemeenten laten financieren uit de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE).

Implementatie wordt verder door de reguliere functionarissen in reguliere processen gerealiseerd zodat niet meer extra kosten nodig zijn. Uiteraard staat dat los van de kosten van middelen die mogelijk in verband met duurzaamheid hoger zijn dan gebudgetteerd. Daarbij zal telkens moeten worden gekeken wat haalbaar is. Implementatie landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte

3

Op 14 juli 2025 bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord over de ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’. Een belangrijke stap naar een betere en gelijke aanpak van Posttraumatische Stressstoornis in alle veiligheidsregio’s. Tot begin 2026 is tijd nodig om te komen tot een uniforme uitvoering van de Regeling PTSS. Daarom gaat de regeling in op 1 februari 2026. Vanaf deze datum kent de regeling een terugwerkende kracht van 5 jaar. In de kadernota 2026 was er nog onduidelijkheid of het ministerie zou bijdragen in de systeemkosten. Door een unaniem aangenomen motie in de Tweede Kamer is inmiddels duidelijk dat de systeemkosten door het ministerie worden gefinancierd. Wat elke veiligheidsregio zelf moet financieren zijn de arbeidsongeschiktheidskosten en de aanspraken uit de regeling. Op dit moment heeft VR NHN geen medewerkers met diagnose PTSS. Wij hopen van harte dat dit zo blijft. Mochten toch gevallen ontstaan, dan draagt iedere VR de kosten behorend bij de Regeling PTSS, onder andere voor (psychische) hulp, de kosten voor arbeidsongeschiktheid en vergoeding van de aanspraken (de schadelast) van de medewerkers/vrijwilligers. Deze kosten zijn per persoon verschillend, al naar gelang de duur en ernst van de uitval en klachten.

Als één medewerker niet meer hersteld en na twee jaar in de WIA belandt, moet in de eerste twee jaar rekening worden gehouden met € 140.000 loonkosten, een jaarlijkse aanvulling WIA tot pensioenleeftijd van € 20.000 en € 10.000 euro per jaar aan aanvullende voorzieningen.

Programmadoelstellingen: Brandweer Algemene ontwikkeling Op 15 maart 2024 werd het meerjarenontwikkelplan door het algemeen bestuur vastgesteld, een belangrijke mijlpaal in de versterking van onze brandweerorganisatie. In dit plan is de nadrukkelijke vraag opgenomen om structureel extra middelen beschikbaar te stellen die gericht zijn op het versterken van de paraatheid en de vakbekwaamheid van onze brandweermedewerkers, waarbij de fijnmazigheid is geborgd. Daarnaast wordt beoogd om te investeren in noodzakelijke modernisering, zodat we kunnen inspelen op de veranderende eisen en uitdagingen binnen de brandweerzorg. In de Kadernota 2026 werd daarom verzocht om de tweede tranche van deze middelen beschikbaar te stellen via het programma ‘Versterking Brandweerzorg’. Dit programma is gestoeld op vier strategische pijlers die als leidraad dienen voor de komende jaren: 1. We versterken de vrijwilligheid: Vrijwilligers vormen een essentieel onderdeel van onze brandweerorganisatie. Door hen te ondersteunen en te waarderen, willen we het aantal vrijwilligers stabiliseren en, waar mogelijk, uitbreiden. Dit houdt in dat we inspanningen leveren om de vrijwillige inzet zo aantrekkelijk mogelijk te maken en zo goed mogelijk te ondersteunen.

4

2. We versterken de paraatheid: Paraatheid is cruciaal om snel en effectief op incidenten te kunnen reageren. Door structureel te investeren in personeelscapaciteit en middelen, zoals voertuigen en uitrusting, streven we naar een hogere beschikbaarheid, vooral in drukke en risicovolle gebieden. Dit betekent ook dat onze strategisch gepositioneerde kazernes in Hoorn, Alkmaar en Den Helder, kunnen worden uitgerust met een sterker bezettingsmodel dat aansluit bij de lokale behoeften en de regionale dekking versterken. 3. We versterken de vakbekwaamheid: Vakbekwaamheid is de kern van onze inzetbaarheid en veiligheid. Om brandweermedewerkers en vrijwilligers optimaal op te leiden voor hun uitdagende taken, investeren we in geavanceerde trainingen en opleidingen. Het vakbekwaamheidsprogramma wordt aanzienlijk uitgebreid met extra capaciteit en middelen. Dit stelt ons in staat om een hoger niveau van scholing en praktijkoefening aan te bieden, zodat onze mensen in staat zijn om complexe situaties efficiënt en veilig het hoofd te bieden. 4. We moderniseren voor een effectieve brandweerzorg en veilig optreden: In een tijd waarin technologie en methodieken zich snel ontwikkelen, is modernisering een noodzakelijke stap.

Investeringen in innovatieve uitrusting, digitale middelen en betere samenwerking met partners maken het mogelijk om de kwaliteit van onze brandweerzorg te verhogen en risico’s effectiever te beheersen. Door te investeren in deze strategische pijlers zorgen we ervoor dat onze brandweerorganisatie beter toegerust is voor de uitdagingen van nu en de toekomst, met oog voor de veiligheid en de effectiviteit van ons optreden. Opgaven 2027 • In 2024 zijn de voorbereidingen getroffen om de doelstellingen van het meerjarenontwikkelplan concreet te organiseren en uit te voeren. De planning is zo opgezet dat we in de jaren 2025, 2026 en 2027 stapsgewijs deze doelen kunnen realiseren. • In 2027 ligt de nadruk op de verdere versterking van de strategisch gelegen kazerne in Hoorn. Voor 2026 is er een taakstelling geweest waardoor een doorgroei naar een 24/7 model nog niet mogelijk is. Binnen de financiële kaders zal maximaal worden ingezet op het verhogen van de paraatheid. • Ook wordt geïnvesteerd in de relatie met de vrijwilligers via het programma Versterking Vrijwilligheid. In 2025 is een tevredenheidsonderzoek onder vrijwilligers gehouden. De resultaten hiervan worden in 2026 gebruikt om opvolging aan de verbeterpunten te geven. Voor 2027 staat een volgende meting gepland om de voortgang te monitoren.

• In 2026 is een eerste stap gezet in de samenwerking met Pallas/NRG, om een nog betere dekking en opkomst te kunnen garanderen. In 2027 zal dit een vervolg krijgen met als doel om te werken naar verdergaande samenwerking op gebied van brandweerzorg, zowel op het terrein als in de omgeving van NRG/Pallas.

5

•

In 2027 volgt de laatste tranche van de versterking van het vakbekwaamheidsprogramma. Met de extra capaciteit kunnen brandweermedewerkers en -vrijwilligers nog intensiever worden getraind en opgeleid, waardoor zij beter voorbereid zijn op de zware taken waarvoor zij staan. Dit is een noodzakelijke investering, zeker gezien de toenemende complexiteit en risico’s in onze maatschappij. Uiteindelijk streven we ernaar om te voldoen aan de landelijke benchmark: het beschikbaar hebben van één vakbekwaamheidsmedewerker per 50 brandweermensen. • In 2027 zal uitvoering gegeven worden aan de effecten die volgen uit de taakstelling op het materieelbestand bij de brandweer. Naast deze opgaven is sprake van een aanzienlijke stijging van materiële lasten en rente. De toelichting op deze autonome ontwikkeling is opgenomen in de financiële bijlage.

Crisisbeheersing Algemene ontwikkeling We leven in een tijd waarin zekerheid niet vanzelf spreekt. Internationale spanningen nemen toe. Wat ver weg lijkt, kan morgen dichtbij komen. De kans op een langdurige crisis is een reëel scenario en kan ingrijpende gevolgen hebben. Juist daarom is het van cruciaal belang dat we als regio voorbereid zijn – niet alleen op wat we kennen, maar ook op wat nog onvoorspelbaar is. Binnen het programma crisisbeheersing werken we elke dag aan die voorbereiding. Niet vanuit angst, maar vanuit kracht. Vanuit de overtuiging dat een veerkrachtige crisisorganisatie begint bij samenwerking, vertrouwen en slagkracht. Belangrijke thema’s die in de afgelopen jaren en ook in 2027 aandacht krijgen zijn daarom het versterken van een veerkrachtige samenleving, geopolitieke dreiging, langdurige stroomuitval en de impact van extreem weer. Crisisbeheersing is al lang niet meer alleen reageren op het moment dat het misgaat. Het is vooruitzien, verbinden en bouwen aan weerbaarheid — in onze organisatie, bij onze partners en samen met de inwoners van NoordHolland Noord. Deze ontwikkelingen vereisen flexibiliteit, nieuwe manieren van denken én een nauwere en intensievere samenwerking met onze crisispartners. Want alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat onze regio sterk blijft, wat er ook op ons pad komt.

Naast de specifieke voorbereiding op de bovengenoemde thema’s levert crisisbeheersing een bijdrage aan een viertal opgaven. • We zijn aanjager of regisseur in het crisisnetwerk VRNHN neemt een regie- of aanjaagrol aan om netwerkvorming en samenwerking te stimuleren en maakt partners bewust van de koppelvlakken met de VR-crisisorganisatie. • We ontwikkelen ons naar een flexibele en robuuste crisisorganisatie We moeten paraat en weerbaar zijn, zodat we op elke crisis passend kunnen reageren.

6

• Onze crisisbeheersing is informatiegestuurd We hebben een Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) waarmee we zorgen voor een regionaal en een landelijk veiligheidsbeeld. Hierbij is het doorontwikkelen en aansluiten op nieuwe technologische ontwikkelingen cruciaal. • Onze bevolkingszorg is toekomstbestendig De zorg voor mens, dier en milieu en de communicatie met inwoners daarover is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Tijdens crises is een regionaal team namens de gemeenten inzetbaar voor deze zogenaamde bevolkingszorgtaken. Bevolkingszorg richt zich op het bevorderen van de samenwerking tussen alle organisaties die bevolkingszorgtaken voorbereiden en uitvoeren. BDuR Vanuit het Rijk zijn aan de Veiligheidsregio’s extra gelden beschikbaar gesteld onder de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Deze structurele middelen zijn ingezet op de versterking van: 1. De (toekomstige) crisisbeheersing 2. De informatiepositie 3. Inrichten KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk) Vanaf 2026 is er een korting van 10% doorgevoerd op deze gelden. Dit heeft ervoor gezorgd dat het ambitieniveau naar beneden is bijgesteld. Opgaven in 2027 • We monitoren 24/7 het veiligheidsbeeld, een overzicht van alle kwetsbaarheden en risico’s in onze regio, in het regionale Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Verstoringen worden geanalyseerd.

We zoeken verbinding met buurregio’s en de nationale crisisstructuur. We hebben in NW3-verband onderzocht of en in welke mate we samen kunnen werken met de andere regio’s in een bovenregionaal VIK. • We weten hoe we tijdens crises kunnen samenwerken met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om zo de weerbaarheid van de samenleving te vergroten. We richten ons daarbij op het verder bevorderen van de reeds aanwezige maatschappelijke veerkracht door o.a. de zelfredzaamheid tijdens verschillende typen crises te vergroten. • We maken publieke en private organisaties door middel van een risicodialoog bewust van hun eigen verantwoordelijkheden tijdens kort- en langdurige crisis. • We gaan nieuwe samenwerkingsafspraken aan met partners en herijken de bestaande convenanten. Daarnaast gaan we binnen NW4 in het netwerk eenduidig om met grensoverschrijdende en landelijke partners. • We zijn voorbereid om op elk moment een structuur op te richten voor een langdurige crisis en landelijk bij te dragen aan bijvoorbeeld het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2). • De doorontwikkeling van bevolkingszorg is vastgelegd in het Plan van Aanpak Uniforme Kwaliteit Bevolkingszorg. Eind 2027 is het Plan van Aanpak volledig uitgevoerd. Dat betekent dat onder andere de nieuwe landelijke

7

kwaliteitsindicatoren en vakbekwaamheidseisen voor bevolkingszorg zijn geborgd. • We hebben onze eigen continuïteit van de crisisorganisatie versterkt voor het scenario 72 uur stroomuitval. Binnen het vakbekwaamheidsprogramma besteden we naast het ‘basis-op-ordeprogramma’ extra aandacht aan de crisisscenario’s voor extreem weer, langdurige elektriciteitsuitval en militaire dreiging inclusief de te verwachten cascade-effecten • We hebben een nieuwe uitvoeringsagenda voor 2028-2031.

Zorg in de Veiligheidsregio Algemene ontwikkeling “Zorg in de veiligheidsregio” is inmiddels een bekende aanduiding voor de zorgonderdelen binnen onze veiligheidsregio. Dit omvat primair de GHOR, ambulancezorg en het Zorg- en Veiligheidshuis. Elk van deze onderdelen werkt met unieke en deels gezamenlijke netwerken, heeft specifieke verantwoordelijkheden en deskundigheid, en is goed toegerust op zijn taak. Zoals bekend is er een groeiende kloof tussen de zorgvraag en het zorgaanbod in Nederland, en dit geldt ook voor onze regio NHN. Door factoren zoals de toenemende vergrijzing, personeelstekorten en de betaalbaarheid van zorg, zal deze kloof waarschijnlijk alleen maar toenemen. In lijn met de missie van de VRNHN, namelijk “leed en schade voorkomen en beperken,” en aansluitend op onze rol binnen het zorgdomein, neemt “Zorg in de Veiligheidsregio” mede de verantwoordelijkheid voor het signaleren, adresseren en het bij te dragen aan oplossingen. Dit is gerechtvaardigd, omdat de groeiende druk op de acute zorg ook duidelijk voelbaar is in onze dagelijkse praktijk (bijvoorbeeld op de meldkamer ambulancezorg en binnen de ambulancezorg). Opgaven 2027 Concreet richten we ons hiervoor in 2026/2027 op de volgende punten: • •

•

•

Borging toekomstbestendige meldkamer ambulancezorg, (o.a. door functiedifferentiatie); Naast het garanderen van 24/7 paraatheid in onze regio met hoogwaardige en duurzame zorg richten we ons op het (verder) differentiëren van de ambulance-inzet. Daarmee spelen we in op het veranderende acute zorglandschap. Bijdrage aan het multidisciplinaire programma Weerbaarheid en Veerkracht van de Samenleving (prioriteit nr. 1 van de VRNHN; zie blz. 48 van het beleidsplan); Pilotproject bemoeizorg voor personen met onbegrepen gedrag.

GHOR De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in crisissituaties en de advisering van overheden en organisaties op dat gebied. Zorginstellingen zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor het leveren van zorg tijdens rampen en crises. Door de toenemende zorgvraag staat de tijd en aandacht voor (de voorbereiding op)

8

zorghulpverlening in opgeschaalde situaties continue onder druk. De GHOR speelt in op deze ontwikkelingen door blijvend te investeren in de banden met zorgpartners. Met als doel hen nog meer te ondersteunen bij oefeningen en planvorming voor speciale crisissituaties, zoals grootschalige stroomuitval. Dit uiteraard in combinatie met het bevorderen en benutten van de reeds aanwezige maatschappelijke veerkracht en weerbaarheid door o.a. zelfredzaamheid tijdens verschillende typen crises (extreem weer, militaire dreiging etc.). •

•

•

•

De GHOR blijft zich continue ontwikkelen als een wendbare, flexibele en professionele crisisorganisatie. Zorg kan alleen effectief zijn als de zorgpartners in samenhang een crisis bestrijden. De GHOR adviseert over een passende crisisstructuur, zorgt ervoor dat crisisfunctionarissen goed opgeleid en geoefend zijn en zet in op continu evalueren en leren. De GHOR stimuleert projecten op het gebied van zorgcontinuïteit in de regio. Maatschappelijk relevante projecten binnen het zorgdomein worden door de verschillende (zorg)partners geïnitieerd. De GHOR legt accenten in de preparatie op crises aan de hand van het Zorgrisicoprofiel uit 2025. Dit is een verbijzondering van het Regionaal risicoprofiel en is het resultaat van een risicodialoog met de diverse zorgpartners. Het Zorgrisicoprofiel geeft aan welke crisistypen het meest relevant zijn voor de geneeskundige en gezondheidskundige partners in onze regio. In 2027 staat het thema ‘uitbraak besmettelijke ziekten’ centraal. De GHOR werkt nauw samen met de afdeling crisisbeheersing binnen de Veiligheidsregio om de gezamenlijke expertise en informatiepositie continue te versterken. O.a. bij thema's als weerbaarheid & veerkracht en langdurige crisistypen. De GHOR is een volwaardig onderdeel van het regionale Veiligheids-informatieknooppunt.

Ambulancezorg Ambulancezorg in Nederland wordt bekostigd door de zorgverzekeraars. Zo ook onze Regionale Ambulancevoorziening (RAV) in Noord-Holland Noord. Jaarlijks worden rond december de budget- en prestatieafspraken vastgelegd in de WMG (Wet Marktordening Gezondheidszorg) overeenkomst. Voor de ambulanceorganisatie is Noord-Holland Noord een regio met complexe geografische kenmerken: landelijk gebied met grote rijafstanden. Afgelopen jaren hebben we onze diensten met succes kunnen uitbreiden. Het resultaat is dat de patiëntenzorgprestaties en de ritprestaties, ook landelijk gezien, van hoog niveau zijn. Ook onze personele bezetting kunnen we vooralsnog op orde houden ondanks de schaarste aan zorgpersoneel. Dit wordt steeds uitdagender en vergt in de toekomst mogelijk een andere werkwijze door gebruik te maken van technologische ontwikkelingen en samenwerking met zorgpartners vanaf gezamenlijke locaties. In 2026/27 wordt een aanpassing (eventueel uitbreiding of herverdeling) van diensten verwacht. Deze aanpassing is afhankelijk van de veranderde zorgvraag die gepaard gaat met een vergrijzende populatie.

9

•

•

•

•

Met financiële hulp van de zorgverzekeraars is de afgelopen jaren de huisvesting van onze ambulancedienst verbeterd (o.a. nieuwbouw Den Helder maart 2026). Een duurzaamheidsambitie RAV (afgeleid van AZN visie en ontwikkeling) gaat richting geven aan o.a. zero emissie van wagenpark en waar dit ambulancezorg betreft. Daarnaast wordt de continuïteit van hulpverlening verlengt naar scenario 72 uur uitval. Naast het garanderen van 24/7 paraatheid in onze regio met hoogwaardige en duurzame zorg richten we ons op het (verder) differentiëren van de ambulance-inzet. Daarmee spelen we in op het veranderende acute zorglandschap. Denk aan zorgconcentratie bij ziekenhuizen met tot gevolg aanpassingen van de patiëntenstromen. Naast de inzet van de ambulance voor de Advanced Life Support (ALS), de Middencomplex (MC) en de Rapid Responder (RRA) borging van de Physician Assistant Ambulancezorg (PAA). Een vorm met meerwaarde in het middengebied tussen huisartsen- en ambulancezorg. Een belangrijke ontwikkeling ook vanaf 2027 blijft het landelijke speerpunt zorgcoördinatie. Hierbij is het doel de verbetering van de eenduidige toegang en triage voor patiënten met een acute zorgvraag. Het zorgt ervoor dat de juiste zorg op de juiste plek aan de juiste patiënt wordt geleverd. In elke acute zorgregio (in ons geval Noord-Holland/Flevoland) wordt zorgcoördinatie ingericht.

Dit raakt direct aan de meldkamer ambulancezorg en de RAV NHN.

Zorg- en Veiligheidshuis Het aantal kwetsbaren in de samenleving blijft toenemen. We hebben het dan onder meer over personen met onbegrepen gedrag, mensen met psychosociale problematiek of nieuwkomers. Er is een groep inwoners met een opeenstapeling van problemen met een zorg- en veiligheidscomponent. De oorzaken en gevolgen lopen dwars door elkaar heen en zijn divers zoals psychische klachten, verslavingsproblematiek, verstandelijke beperkingen, psychosociale problematiek - of een combinatie hiervan. Met als gevolg overlast gevend of gevaarlijk gedrag. Dit vraagt om een domein overstijgende aanpak. Door arbeidstekorten in de zorg, onvoldoende passende woonvoorzieningen, oplopende spanningen, wordt het voor mensen in de knoei ook steeds moeilijker zich staande te houden. Het Zorg- en Veiligheidshuis heeft als opgave om samen met gemeenten en ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein bij complexe casuïstiek of situaties (waarbij sprake is van individuele én maatschappelijke veiligheidsrisico’s) verdere onveiligheid of overlast te voorkomen, te beperken en indien mogelijk op te lossen. Met als gewenst resultaat een positief maatschappelijk en financieel effect: een betere kwaliteit van leven en minder overlast en veiligheidsproblemen.

Een procesregisseur van het Zorg- en Veiligheidshuis beoordeelt een binnengekomen casus, organiseert de samenwerking en fungeert als onafhankelijk voorzitter van het casusoverleg. •

Ondanks alle inzet en daadkracht nemen meldingen over mensen met onbegrepen gedrag toe bij politie, GGD en GGZ. Gemeenten en instellingen uit het zorg- en veiligheidsdomein ervaren een toename van

10

•

•

Verwachtingen ten aanzien van 2028 – 2030

Wat gaan we doen? Versterken informatiefundament

complexe casuïstiek in het sociaal domein. Dit is ook terug te zien in de gestage stijging van het aantal cases in het Zorg- en Veiligheidshuis. Evenals vorig jaar blijft dat we voorrang moeten geven aan het voorkomen dat het gedrag van personen met onbegrepen gedrag met een (hoog) veiligheidsrisico escaleert. Daarom zetten we de ook in 2027 sterk in op tijdige signalering en een pilot bemoeizorg en op het aanjagen van de realisatie van woonvoorzieningen. Uit onderzoek blijkt dat investeren in deze aspecten het meeste effect heeft. Binnen het Zorg- en Veiligheidshuis hebben we de ‘Aanpak van mensen met onbegrepen gedrag’ ingesteld. Samen met de GGD, GGZ, de politie, de gemeenten en meerdere zorg- en maatschappelijke organisaties geven we uitvoering aan activiteiten binnen deze aanpak. Naast deze groep, blijven we aandacht besteden aan personen die betrokken zijn bij huiselijk geweld, radicalisering, mensenhandel, afglijdende jeugd, nazorg ex- gedetineerden en andere complexe zorgen veiligheidscasussen. Met het doorontwikkelen van de kennis en expertise van de procesregisseurs kunnen we advies en voorlichting geven aan professionals. Daarnaast kunnen we trends signaleren, die we door kunnen geven aan de bestuurders van de stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis.

De volgende ontwikkelingen zullen ook in 2028 - 2030 relevant zijn: 1. De ontwikkeling van de collectieve opgaven en per specifiek programmaonderdeel. Zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 2024-2027. In 2027 zal een nieuw beleidsplan voor de periode 20282031 worden vastgesteld. 2. De doorontwikkeling van de brandweer en het dekkingsplan. Zoals opgenomen in het meerjarenontwikkelplan brandweer. 3. De doorontwikkeling van thema's binnen zorg in de veiligheidsregio zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN en aansluitend op onze rol binnen het zorgdomein. 4. De doorontwikkeling van informatievoorziening in lijn met de landelijke IV-agenda tot en met 2030.

Waarom doen we dit? Voldoen aan het verbeterplan 2025-2028 in het kader van de archiefwet.

Wat mag het kosten? Investeren in een senior systeembeheerder en een senior specialist processen. Kosten 198.000,-.

Planning 2027 e.v.

11

Financieel beeld kadernota Verloop meerjarenperspectief 2027 – 2030 Onderdeel

Bedragen x €1.000 2028 2029

2027

Stand primaire begroting 2027 - 2030 (saldo)

2030

-

-

-

-

-

-

-

-

1. Salarissen 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves 5. Taakstelling rijksbijdrage BDuR Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering

71.360 9.120 24.245 174 -433 104.466

74.625 9.850 24.615 181 -758 108.513

77.836 9.990 25.367 188 -1.079 112.302

79.428 10.088 25.873 192 -1.061 114.520

Totaal aan lasten en wijzigingen

104.466

108.513

112.302

114.520

64.513 25.855 9.662 4.436 104.466

67.093 26.810 10.049 4.561 108.513

69.643 27.560 10.430 4.669 112.302

71.036 28.083 10.639 4.762 114.520

Stand kadernota voor begroting 2027 - 2030 (saldo)

-

-

-

-

Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)

-

-

-

-

Wijzigingen nadien (met AB besluit) 1. Totaal wijzigingen nadien

Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering

Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen

Ambulancezorg Veiligheidsregio

Gemeentelijke bijdrage 2027 Gemeentelijke bijdrage 2026 Basis Bij: Meerjarenontwikkelplan (MJOP) Brandweer deel 2027

€ € € € € € €

Sub Bij: Loon- en prijsindexatie 2027 op basis van de FUGR Bij: hogere prijsstijging en rentekosten dan indexatie voor brandweermaterieel Bij: versterking informatiefundament Basis Loon- en prijsindexatie o.b.v. CPB cijfers Loon: CPB Prijs overheidsconsumptie en beloning werknemers Prijs: Prijs Bruto Binnenlands Product

Volgens uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen afgerond:

8,40% 5,70%

0,7 0,3

57.355.208 1.245.072 58.600.280 4.453.621 1.261.000 198.000 64.512.901

5,88% 1,71% 7,59% 7,6%

De loon-prijsindexatie 2027 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. In de indexatie van 2027 is de compensatie opgenomen voor het jaar 2024.

12

Verdeelsleutel kadernota 2027 De verdeelsleutel 2027 per gemeente wordt medio februari 2026 bekend. In de begroting 2027 wordt het overzicht bijdrage per gemeente opgenomen. De verdeelsleutel beweegt mee met de veranderingen van het gemeentefonds (duurzaam), is geobjectiveerd en uitlegbaar (eerlijk), gaat uit van het draagvlakbeginsel, omdat het aansluit bij de systematiek van het gemeentefonds (rechtvaardig). De gekozen verdeelsleutel is een uitdrukking van solidariteit tussen gemeenten, omdat het rekening houdt met de verschillende omstandigheden van gemeenten. Doordat de veiligheidsregio deze verdeelsleutel hanteert, is er ook een geobjectiveerde analyse te maken tussen de gemeentelijke bijdrage versus de inkomsten uit het gemeentefonds.

Meerjarenoverzicht indexatie gemeentelijke bijdrage Prijs bruto binnenlands product Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Gemeentelijke indexatie

2026 8,00% 7,20% 7,4%

2027 5,70% 8,40% 7,6%

2028 2,60% 4,60% 4,0%

2029 2,50% 4,30% 3,8%

2030 2,00% 2,00% 2,0%

De indexatie van 2027 van de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de CPB cijfers zoals kenbaar gemaakt in de indexatiebrief van de regietafel Noord-Holland Noord van 17 oktober 2025. De (meerjarige) percentages zijn gebaseerd op de meest actuele cijfers van het CPB.

Meerjarenoverzicht gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000

2026

2027

2028

2029

2030

Beginstand

54.223

57.355

64.513

67.094

69.643

Bij: Meerjarenontwikkelplan (MJOP) Brandweer

1.406

1.245

Bij: Loon- en prijsindexatie op basis van de FUGR

4.117

4.454

2.581

2.550

1.393

Af: Bezuiniging 4 % (AB-besluit 14 maart 2025)

-2.390

67.094

69.643

71.036

Bij: hogere prijsstijging en rentekosten dan indexatie voor brandweermaterieel

1.261

Bij: Versterking informatiefundament

198

Gemeentelijke bijdrage (basis)

57.355

64.513

Meerjarenoverzicht decentralisatie-uitkeringen Z&V met indexatie Het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 8 juli 2022 besloten om vanaf het begrotingsjaar 2022 jaarlijks indexering toe te passen op de decentralisatie-uitkeringen (VNG bijdrage en POK-gelden) en deze door de 16 gemeenten te laten financieren. De indexatie is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Verantwoording vindt plaats onder de post overige baten.

Grondslag 2027 Indexatie 2027 Totaal bijdrage 2027 Grondslag 2028 Indexatie 2028 Totaal bijdrage 2028 Grondslag 2029 Indexatie 2029 Totaal bijdrage 2029 Grondslag 2030 Indexatie 2030 Totaal bijdrage 2030

Totaalbedrag 717.066 54.425 771.491 771.491 30.860 802.351 802.351 30.168 832.519 832.519 16.650 849.169

Decentralisatie uitkeringen

Indexatie tlv 16 gemeenten

578.823

192.668

578.823

223.528

578.823

253.696

578.823

270.346

13

Kengetallen (uit begroting 2026) Begroting jaar Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabliteitsratio Structurele exploitatieruimte

• •

•

JR 2024 0,38

2025 0,57

0,38 0,10 -0,78%

0,57 0,07 -0,24%

Verloop van de kengetallen 2026 2027 0,61 0,65 0,61 0,07 0,00%

0,65 0,07 0,00%

2028 0,65

2029 0,66

0,65 0,06 0,00%

0,66 0,06 0,00%

Netto schuldquote: Een ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.

Mutaties meerjarenraming 2027-2029 (uit begroting 2026) Het volgende overzicht betreft de mutaties ten opzichte van de meerjarenraming opgenomen in de begroting 2026. Onderdeel

Bedragen x €1.000 2028 2029

2027

Stand primaire begroting 2026 - 2029 (saldo)

-

-

-

-

-

-

-

2.137 71 291 2.843 5.342

2.664 -278 191 3.443 6.020

4.320 -565 448 3.644 7.847

-

-

-

-

-

5.342

6.020

7.847

-

3.686 863 736 57

4.137 696 1.123 64

5.428 825 1.504 90

5.342

6.020

7.847

-

Afw. kadernota t.o.v. begroting 2027 - 2029 (saldo)

-

-

-

-

Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)

-

-

-

-

Wijzigingen nadien (met AB besluit) Totaal wijzigingen nadien

Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves 5. Afname taakstelling door inhaal indexatie loon, materieel en rente Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering

Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen

Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen

Ambulancezorg Veiligheidsregio

14

Autonome ontwikkelingen/ reguliere bedrijfsvoering Salarissen De begrote loonstijging 2027 is gebaseerd op de meest recente CPB-cijfers. Deze geven voor 2027 een stijging van 5,7 % aan. Deze 5,7 % is aan de dekkingskant ook meegenomen in de indexatie van de gemeentelijke bijdrage volgens de FUGR. Wanneer bij de verrekening van de gehanteerde index 2027 blijkt dat deze 5,7 % in de werkelijkheid anders uitpakt volgt ook een verrekening met de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast is in de loonkostenbegroting rekening gehouden met uitbreiding van de formatie in verband met de noodzakelijke versterking van het informatiefundament. Hiermee is vanaf 2027 structureel € 198.000 gemoeid. Afschrijvingen en rente De stijging van de afschrijvingskosten in 2027 wordt veroorzaakt door stijgende kosten en het naar voren halen van enkele investeringen naar 2026, zoals een piketauto. De stijgende afschrijvingskosten worden gedempt door het verlengen van afschrijvingslasten. Op de bestuursdag van 16 oktober 2025 is gekozen voor het scenario waar de veiligheidsregio door het verlengen van afschrijvingstermijnen van enkele activa jaarlijks € 426.000 minder afschrijvingslasten heeft. Dit gaat verwerkt worden in onze activanota. Ook leidt het herfinancieren van aflopende leningen, door de snel gestegen rente na corona van 1% naar 3,5%, tot stijgende rentelasten.

Afname taakstellingen Door de inhaal indexatie gemeentelijke bijdrage voor loon, materieel en rente is de meerjaren taakstelling zoals opgenomen in de laatste begroting in 2027 afgenomen naar € 433.000, in 2028 naar € 758.000, in 2029 naar € 1.079.000 en in 2030 naar € 1.061.000. De overgebleven taakstelling wordt veroorzaakt door de 10% korting op de rijksbijdrage BDUR. Het veiligheidsberaad is in overleg met het rijk om de impact van de bezuiniging van het Rijk te minimaliseren. In de decembercirculaire zal hier wellicht meer over bekend worden.

Dekkingsmiddelen Bijdrage gemeente De bijdragen van de gemeenten komen hoger uit dan waarmee rekening is gehouden in de begroting 2026. Dit heeft meerdere oorzaken: 1. de hoger dan verwachte indexatie voor 2027 en de aanvulling op de indexatie van 2024. De indexatie van de gemeentelijke bijdrage 2027 is 7,6 %, dit is conform de brief van de regietafel van 17 oktober 2025. 2. In deze Kadernota is een extra bijdrage opgenomen van € 1.261 voor de hogere afschrijving- en rentelasten vanwege de fors gestegen materiaalkosten als gevolg van de vervangingsinvesteringen van specialistisch brandweermaterieel. De afschrijvings- en rentelasten van het specialistische brandweermaterieel stijgen harder dan de prijsindexatie die de Veiligheidsregio daarvoor ontvangt. Het volume van dit materieel is over de afgelopen 10 jaar gelijk en hangt 1:1 samen met het fijnmazige en lokaal verankerde model van brandweerzorg. Zo zijn bijvoorbeeld de prijzen van tankautospuiten over de laatste 8 jaar gestegen met 63 %, terwijl de indexatie over die periode 31 % was. We hebben een kapitaalintensieve organisatie van operationele hulpverleningseenheden op basis van een fijnmazig model. In de grote aantallen voertuigen heeft dit een groot effect op de financiën, zeker nu veel materieel

15

vervangen dient te worden. De Veiligheidsregio heeft de afgelopen jaren gekeken naar de mogelijkheden de kosten voor het brandweermaterieel te verminderen. Zo zijn de afschrijvingstermijnen aangepast tot zelfs langer dan het landelijk voorgeschreven termijnen, wordt kritisch gekeken naar extra middelen op de voertuigen en is het volume van het wagenpark nagenoeg onveranderd sinds de regionalisering in 2015. Bij de uitwerking van de door de raden gevraagde scenario’s voor de bezuinigingen per 2026 is door de organisatie ook gekeken naar het brandweermaterieel. Een voorgestelde maategel, waarbij 3 voertuigen zouden worden afgestoten, had een ruime meerderheid vanuit het de raden om deze niet door te voeren. Het bestuur heeft mede naar aanleiding van de zienswijze van de raden besloten niet te bezuinigen op het brandweermaterieel, omdat dit ten koste gaat van de fijnmazige en lokaal verankerde brandweerzorg. De financiering van het materieel is onmisbaar voor het behoud hiervan, verminderen doet hieraan afbreuk en is bovendien niet in lijn met door de raden gedragen uitgangspunten voor de brandweerzorg in deze regio die in 2024 zijn vastgesteld door het bestuur. De Veiligheidsregio lost zelf € 426.000 op door langere afschrijvingslasten te hanteren. 3.

de Veiligheidsregio is genoodzaakt om het informatiefundament te versterken door risico’s die de steeds snellere digitalisering van de maatschappij met zich meebrengt en de daarbij behorende wettelijke verplichtingen waar gemeenten en de Veiligheidsregio aan moeten voldoen. Om de hierbij horende formatie uitbreiding mogelijk te maken is de gemeentelijke bijdrage met € 198.000 gestegen. Wettelijk bedrag NZA Het wettelijk bedrag Nza stijgt door indexeringen. Op het moment van uitbrengen van de kadernota 2027 wordt met de zorgverzekeraar een budgetafspraak gemaakt voor 2026. In 2025 worden de structurele kosten ambulancezorg niet structureel gedekt. Voor 2026 is de minimale inzet om de structurele kosten ook structureel gedekt te krijgen door de zorgverzekeraars. Rijksbijdrage BDuR In de begroting 2026 was al rekening gehouden met de aangekondigde 10 % korting vanuit het rijk op de BDuR. De nu hoger opgenomen bedragen komen door de doorgetrokken loon- en prijscompensatie op deze uitkering. In deze kadernota is nog geen rekening gehouden met extra BDuR middelen die vanaf 2027 gaan komen. Het kabinet heeft een structurele reeks van landelijk € 70 miljoen per jaar aangekondigd, hiervan blijft € 10 miljoen achter bij Justitie en Veiligheid .

Van de € 60 miljoen voor de veiligheidsregio is 35 miljoen voor de verdere ontwikkeling en uitrol van noodsteunpunten en 30 miljoen voor de bredere weerbaarheid. De exacte verdeelsleutel, voorwaarden en het moment van definitieve inbedding in de BDuR zijn echter nog onderwerp van uitwerking. De structurele fase is daardoor op dit moment financieel nog niet te ramen voor onze organisatie.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16514604/1