Zienswijze sportparken.pdf
Tekst van het document
Zieanswijze op Programma Sportparken Afgelopen dinsdag heeft de commissie uitgebreid stilgestaan bij het Programma Sportparken. Vrijwel alle woordvoerders uitte hun twijfels over dit programma. Dat leidde tot heel veel vragen aan de wethouder en veel discussie waarbij de opvattingen sterk uiteen liepen. De een vond het programma te concreet; een ander vond het juist weer te weinig concreet. Dit soort tegenstellingen kan feitelijk niet en betekent dat het geheel klaarblijkelijk niet voldoet aan de verwachting van de raad. De oorzaak van deze twijfel wordt vooral veroorzaakt door het ontbreken van een coherente visie op het geheel. In de Startnotie van 2019, het enige door de raad goedgekeurde document, staan heel veel zaken die in dit Programma een antwoord zouden moeten krijgen. Dat gebeurt in onvoldoende mate en met te weinig kaders en soms strijdig met eerdere uitgangspunten. Dat betekent dat feitelijk de verschillende elementen uit de startnotitie bij elkaar zouden moeten worden gebracht waarbij duidelijkheid wordt gegeven wat de kaders voor de sportparken zijn.
Feitelijk zou de vraag moeten beantwoorden worden: Hoe willen wij dat onze sportparken er in 2030 uitzien en op welke wijze moeten deze parken gebruikt worden ? Uit deze vraag vloeien een aantal logische vragen voort zoals Hoe moet een park er dan uitzien? Wat is de rol van de gebruikers en verenigingen? Welke combinaties kunnen er gemaakt worden en welke per definitie niet? Hoe duurzaam moeten de parken worden ingericht Op welke manier zou dit georganiseerd kunnen worden? Op welke wijze willen wij dat dit georganiseerd wordt? Waar moeten deze sportactiviteiten plaatsvinden, centraal of decentraal in de wijken? Hoeveel mag dit allemaal kosten? Etc etc. Dit alles hoeft allemaal niet uitgebreid beschreven te worden, een aantal paragrafen die deze vragen beantwoorden zouden voldoende moeten zijn een aantal kaders(= regels van beleid) uit te distilleren. Deze ontbreken op dit moment waardoor iedereen er alle kanten mee uit kan. Dat blijkt wel uit de uiteenlopende opvatting in welke mate dit programma concreet is. De huidige uitgangspunten voldoen hier niet aan 1. We werken aan de ambitie dat de Dordtse sportparken zich in de komende 10 jaar ontwikkelen tot vitale sportparken, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar functies gerelateerd aan onderwijs en zorg. Er wordt in onvoldoende mate gedefinieerd wat vitaal in dit kader betekent.
Samenwerking met onderwijs of zorg zegt namelijk niets over de vitaliteit. Ook zonder die samenwerking kan een park uitermate vitaal zijn en andersom ondanks deze samenwerking kan de vitaliteit ernstig afwezig zijn. Door het hier niet te definiëren zal er later veel discussie ontstaan over een dergelijk begrip. 2. We behouden de komende 10 jaar minimaal de bespeelbare capaciteit en (waar mogelijk) het aantal vierkante meters van het sportareaal in de stad. Wij begrijpen niet waar dit kader vandaan komt. Ontwikkelingen in de stad kunnen leiden tot geheel andere opvatting over hoeveel vierkante meters er nodig zijn. Ontwikkelingen kunnen snel gaan en leiden tot sportvelden die nodig zijn op andere plaatsen. Het vooral is een conserverende gedachte die door angst wordt ingegeven maar niet gebaseerd is op een objectief normenkader. 3. We werken samen met de sportaanbieders en (potentiële) maatschappelijke organisaties aan een uitvoeringsagenda per sportpark (maatwerk). Dit uitgangspunt betekent feitelijk dat er geen beleid gemaakt wordt maar dat per keer per sportpark beoordeeld zal worden of iets wel of niet kan. Dit leidt tot volstrekte willekeur wat niemand de duidelijkheid geeft waar om gevraagd wordt. Er dienen algemene kaders te zijn op basis waarvan iedereen weet waar hij op kan rekenen.
Maatwerk dient altijd een uitzondering te zijn op het vastgestelde beleid dat verklaard kan worden op grond van heldere rationele argumenten. 4. We hechten waarde aan een duidelijke(re) rolverdeling in verantwoordelijkheden op de
sportparken en maken daarbij onderscheid tussen sportvelden, openbare ruimte en accommodaties (opstallen). Dit uitgangspunt geeft onvoldoende duidelijkheid over welke rol de gemeente wenst te nemen. Daarover dienen geen misverstanden te bestaan en deze rol dient voor iedereen hetzelfde te zijn. Maatwerk in dit onderdeel is uitgesloten omdat de overheid iedereen op een gelijke manier dient te behandelen. 5. Op basis van de uitvoeringsplannen, die na vaststelling van het Programma Sportparken verder worden uitgewerkt, zullen uitvoeringskredieten worden gevraagd voor fase II en IIIUitvoeringsbudget Programma Sportparken 2022-2030 rekening houdend met het nieuwe coalitieprogramma. Dit is een levensgrote disclaimer op dit Programma die er bij ons toe zou moeten leiden geen besluitvorming meer te willen over dit Programma. Dit kan alleen wanneer alle partijen eenzelfde uitgangspunten als deze wensen te hanteren en er dus bij consensus een besluit wordt genomen. Dit lijkt mij nu al niet het geval. Daarbij gaan wij er vanuit dat het nieuwe college een veel diverse samenstelling zal kennen dan nu waardoor de gevraagde garantie niet gegeven kan worden. 6. We zijn bereid om mee te investeren in accommodatieontwikkeling van sportverenigingen in geval van kansrijke businesscases via een subsidieregeling. Door de insprekers zijn hier al de nodige vragen over gesteld.
Een dergelijk uitgangspunt kan opnieuw leiden tot willekeur, allen al omdat de term kansrijk voor meerdere uitleg vatbaar is. Er dient gewoonweg een beleidsmaker te worden opgesteld binnen welke kaders een vereniging wel of geen bijdrage van de gemeente kan verwachten. 7. We stimuleren het fietsgebruik van, naar en op de sportparken Een uitgangspunt dat niet in een visie op sportparken thuishoort maar onderdeel dient te zijn van een verkeersvrije. Bij elk uitgangspunt zijn vragen en opmerkingen te maken. Dit betekent dat wanneer de uitgangspunten onduidelijk zijn of gewoonweg niet op orde zijn, dan betekent het dat het vervolg ook niet op orde zal zijn; of dat daar minstens twijfels over zouden kunnen bestaan. En bij twijfel is het in belangrijke zaken beter om daar niet mee in te stemmen. Ons voorstel zou dan ook zijn om dit raadsvoorstel terug te sturen met de opdracht het geheel beter uit te werken en antwoord te geven op de in de startnotitie gestelde vragen. Wij zijn daar principieel van mening dat deze zaken in het raadsvoorstel dienen te zijn opgenomen. De vragen zijn gesteld in een RV en dien daarin dan ook te worden beantwoord. Een praktisch argument is dat een nota vrij snel uit het geheugen verdwijnt terwijl een RV beter is terug te vinden. Wij zijn ons er van bewust dat de verenigingen aandringen op snelle besluitvorming.
Wij begrijpen dat men daar naar drie jaar wachten, zij weleens een resultaat willen zien. Ontwikkelingen zijn drie jaar lang getraineerd in afwachting van een herijking. We zouden dit probleem op twee manieren kunnen tackelen door hun plannen te beoordelen op grond van het huidige beleid (= Toekomstvisie 2015, wat waarschijnlijk te weinig recht doet aan hun plannen) of vooruitlopend op het nieuwe beleid een beoordeling geven. Daarnaast kan er een onderscheid worden gemaakt naar relatief eenvoudige meer bureaucratische besluiten en besluiten die verstrekkende (want precedentwerking) en financiële gevolgen hebben. Een voorbeeld hiervan zijn de vragen van de hockey: een vergunning voor het plaatsen van een blaashal is een bureaucratische handeling; het maken van twee velden vergt geld. Daarbij moeten we alert zijn op het gegeven dat een dergelijk besluit precedent werking zal hebben bij volgende aanvragen. Dit is in ieder geval een onderwerp waar over nagedacht moet worden. Cor