Zienswijze 1 anoniem2.pdf
Tekst van het document
Jansen Recycling Group BV POSTADRES POSTAL ADDRESS
Postbus 3118 3301 DC Dordrecht The Netherlands
Burgemeester en Wethouders van DordrechU
BEZOEKADRES VISITING ADDRESS
Van Leeuwenhoekweg 21 3316 AV Dordrecht
Postbus 8 3300 AA Dordrecht
BEZOEKADRES VISITING ADDRESS
Koggehaven 3 3133 LA Vlaardingen
Gemeenteraad van Dordrecht
J
0 1 FEB 2023 Per post, Aangetekend
OZriZ
+31(0)78 - 652 26 33 info@jansengroup.com INTERNET www jansengroup.com
TELEFOON PHONE E MAIL
NL819076326B04 NL03 INGB 0008 745 777 IBAN USO NL03 INGB 0008 745 777 Bl[ INGBNL2A
BTW NR VAT ND
IBAN EUR
Digitaal (e-herkenning) https://cms.dordrecht.nl/lnwoners/Overzicht lnwoners/Melden bij de gemeente/Bezwaar maken
Datum: 1 Februari 2023 Betreft Zienswijze ontwerpwijzigingsplan "s-Gravendeelsedijk 175 (NL.IMRO.0505.WP177Sgravddijk175-2001) Namens Jansen Recyling Group teken ik bezwaar aan inzake tegen bovengenoemd ontwerpwijzigingsplan 's Gravendeelsedijk 175 (zie Bijlage deze brief). Op basis van de beoordeling van de bijgaande beoordeling met zienswijze van ARDEA Acoustics & Consult (notitie 3316AVC3.002 d.d. 31 januari 2023) en de andere stukken zijn wij van mening dat bij de toekenning van geluidruimte aan ZHD Stevedores onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen en toekomstige ontwikkelingen bij ons bedrijf. In deze hebben wij een direct belang omdat wij bij het gebruik van onze kade nu al beperkt zijn in onze mogelijkheden om metalen af te voeren per schip. Wij zijn van mening dat ons belang en ook het belang van andere bedrijven moet worden meegewogen. Graag ontvang ik een bevestiging van ontvangst en vertrouw op een zorgvuldige afhandeling. Hoogachtend,
P.G. Roest;
coo Jansen Recycling Group B.V.
Voor a/le transact1es gelden onze algemene in en verkoopvoorwaarden zaals gedepaneerd onder nummer 24163546 bij de KvK Rotterdam en beschikbaar op www jansengroup com For all transactions we refer to our general terms and conditions for purchase and sale as deposited under number 24163546 at the Chamber of Commerce Rotterdam and ovoilable an www1ansengroup com
Bijlage
Ruimleiijke Ordening Ontwerpwilzigingsplan "s-GravendecIsediik 175' ter inzage Overeenkomstig artikel 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ligt tijdens de openingsuren het ontwerpwijzigingsplan "s-Gravendeelsedijk 175 (NL.IMRO.0505.WP177&gravddijkl75-2001) met bijbehorende stukken met ingang van 22 december 2022 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage in de hal van het Stadskantoor, Spuiboulevard 300 te Dordrecht. Het wijzigingsplan is tevens in te zien via de website www.dQrdrccht.nl/ruimteliikeplannen. Het plan kan ook worden ingezien via www.ruimteliikeDlannen.nl onder het bovenvermelde pla n i de ntifi catie nu m m er.
Het wijzig ingsplan voorziet in de herverdeling van geluidruimte in het gebied rond de Wilhelminahaven, zodat het daar gevestigde overslagbedrijf voor bulkgoederen, containers, stukgoederen en breakbulk de bestaande terminal kan optimaliseren. De geluidzone (en dus de belasting op omliggende woningen) wordt hierdoor ten opzichte van de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan niet vergroot. Een ieder kan gedurende de termijn van tennzageligging (t/m 2 februari 2023) bij de gemeenteraad zienswijzen omtrent het ontweip naar voren brengen (adres: Gemeenteraad van Doidrecht. Postbus 3, 3300 AA Dordrecht). Deze zienswijzen dienen bij voorkeur schriftelijk te worden ingediend onder veiTnelding van 'zienswijze ontwerpwijzigingsplan "sGravendeeisedijk 175' Voor het indienen van mondelinge zienswijzen dient tijdig, bij vooifteur uiterlijk 23 januari 2022 een telefonische afspraak te worden gemaakt, tel. (078) 7704899, Dordi-echt, 21 de<ember 2022 Burgemeester en wethouders van Dordi-echt.
*
<7 ARDEA 3
Vragen/opmerkingen
3.1 Overschrijding geluidsnormen bestaande terminal Volgens de inleiding van het rapport is ZHD op zoek naar extra opslagruimte. Daarmee is het in eerste instantie onduidelijk waarom voor deelgebied D extra geluidsruimte moet worden toegekend. Na bestudering van het rapport blijkt dat het nieuwe onderzoek van dgmr met actualisatie van het geluidmodel voor de bestaande activiteiten leidt tot het inzicht dat ZHD op haar bestaande terminal in het geheel niet kan voldoen aan de geluidseisen van de vigerende vergunning. Dit wordt beschreven in paragraaf 6.1 van het rapport. Uit tabel 8 blijkt dat do huidig© wijze van bepalen van bronvornwgons in combinatie mot oon volledig geactualiseerd goluidsmodel niet meer aansluit op de mot het oude rekenmodel (uit 2005/2006) bepaalde geluidsvoorschrifton. Er zijn toenamen aan do orde tot maximaal 6 dB in de dagperiude, 7 dB in do avondperiode en 7 dB in do nachtperiode. die slechts beperkt te herleiden zijn naar een verandering van de bodrijfsactivitoiton. [»o toegevoegde waarde van do uitgovoordo actualisatie van hot getuidsniodol naar de huidige wijze van do bepaling van bronvermogons on modelloring mag hieruit blijken.
Dgmr rapport paragraaf 6.1,2' alinea, pagina 37
DGMR beschrijft in bovenstaande alinea dat uit het onderzoek blijkt dat al lange tijd sprake is van een forse overschrijding van 6-7 dB op diverse zonepunten in zowel noordelijke, oostelijk, zuidelijk, als westelijke richting. Door ZHD wordt dus al lange tijd niet voldaan aan de vergunningvoorschriften. Het rapport maakt niet duidelijk waarom deze zeer forse overschrijdingen zijn ontstaan. Het rapport maakt ook niet duidelijk welke activiteiten maatgevend zijn voor deze zeer forse overschrijdingen. Het rapport maakt ook niet duidelijk met welke organisatorische en technische maatregelen (bijvoorbeeld stilleggen van de activiteiten die de overschrijding veroorzaken) nu alsnog voldaan kan worden aan de voorschriften.
Naar het inzicht van ARDEA is het nodig om éérst meer duidelijkheid te krijgen waarom nu in de huidige situatie NIET voldaan wordt aan de vergunningvoorschriften én welke werkzaamheden bepalend zijn voor de zeer forse overschrijding.
3.2 Afscherming door geluidswanden Het rapport geeft in paragraaf 5.3 een overzicht van de bestaande en toekomstige geluidschermen. Zowel voor de bestaande ZHD-hometerminal als de PWA terminal wordt uitgegaan van schermen met hoogte van 2.5m , 5 m of 7.5 m. Vervolgens wordt in paragraaf 5.4.7 gesteld dat hogere schermen niet praktisch zijn en kostbaar. Daarmee wordt voorbijgegaan aan de mogelijkheid om voor een aantal maatgevende activiteiten wel maatregelen te nemen in de vorm van hogere geluidschermen (8 m/11 m) zoals JRG dat in de afgelopen jaren wel heeft gedaan voor eigen rekening.
DGMR suggereert dat het wenselijk is om uit te gaan van vrije indeelbaarheid van het totale terrein. Voor ZHD is dat inderdaad praktisch maar vanuit akoestisch oogpunt kan, gezien de forse overschrijdingen van 6-7 dB, het toch nodig zijn om te werken met vakken en/of een goede verdeling over de hometerminal en de PWA-terminal.
2/6 Notitie 3316AVC3.002! 31 Januari 2023
ARDEA
Naar het inzicht van ARDEA is het, voordat besloten wordt tot verruiming van het geluidbudget, meer onderzoek wordt gedaan of voor een aantal maatgevende activiteiten niet alsnog gebruik gemaakt kan worden van hogere geluidschermen.
3.3 Nestgeluid DGMR beschrijft in haar rapport dat, mede naar aanleiding van jurisprudentie bij de Raad van State en op verzoek van OZHZ, geluid van wachtende schepen bij de kade (“nestgeluid”) wordt meegenomen als behorend bij ZHD. Deze aanpak is nieuw, omdat voorheen in de Rotterdamse en Dordtse havens nestgeluid niet beschouwd werd als regulier industrielawaai en buiten de zonering werd gelaten. Dit in tegenstelling tot Amsterdam waar nestgeluid op basis van een jaargemiddelde situatie wel werd meegenomen. DGMR geeft aan dat deze vraag van OZHZ uiteindelijk voor ZHD ten koste gaat van reguliere bedrijfsactiviteiten.
Met de nu gemaakte keuze wordt door OZHZ en de gemeente impliciet de beleidskeuze gemaakte om nestgeluid direct toe te voegen aan de geluidszone als onderdeel van de representatieve bedrijfssituatie met als gevolg dat deze extra bronnen ten koste gaan van de geluidsruimte voor reguliere activiteiten. Als dit staand beleid wordt dan betekent dat voor JRG én een aantal andere bedrijven die gebruik maken van de haven een beperking van de huidige/toekomstige ontwikkelingen.
Naar het inzicht van ARDEA is het noodzakelijk dat de consequenties van het door OZHZ geïntroduceerde beleid in zijn totaliteit duidelijk moet worden voor alle schepen en alle bedrijven. Daarbij is het belangrijk om te weten of er binnen de totale geluidszone nog voldoende beleidsruimte is om deze extra bronnen op te vangen binnen de reserves of dat dit, zoals nu wordt geduid, ten koste gaat van de reguliere activiteiten van alle bedrijven.
3.4 Relatie overige milieucomponenten In het rapport van DGMR wordt uitgebreid gesproken over de (on)mogelijkheid om voor de bestaande en nieuwe terminal uit te gaan van het gebruik van elektricificatie van de machines en/of gebruik van walstroom. Bij de gemaakte afwegingen wordt vooral uitgegaan van de inzet van bestaand materieel dat nu al gebruikt wordt in Dordrecht of Rotterdam en wordt deze beschikbaarheid van bestaande machines gebruikt om niet te willen investeren in elektrificatie. Aangezien het hier gaat om een forse uitbreiding van activiteiten is niet duidelijk in hoeverre deze afweging anders zou zijn als ook emissies naar de lucht (stikstof, CO2) mee worden genomen in de afweging. Het nu toestaan van extra activiteit met bestaande machines betekent voor de toekomst een beperking voor andere initiatieven en/of problemen bij aanscherping van het landelijk emissiebeleid.
3.5 Toekenning geluidbudget vanuit gebied F De plannen voorzien in het overhevelen van geluidsbudget vanuit gebied F naar ZHD. Daarbij kan het volgende worden opgemerkt.
De overheveling gaat om een significant deel van het beschikbare geluidbudget voor één bedrijf. Onduidelijk is in hoeverre deze overheveling consequenties heeft voor toekomstige ontwikkelingen van JRG en ook andere bedrijven op het terrein. Is er voor
3/6 Notitie 3316AVC3.002 / 31 Januari 2023
(T ARDEA deze bedrijven nog voldoende geluidsbudget beschikbaar of moeten zij blijven functioneren met het toegekende budget? Dat alles met gevolg dat zij niet kunnen uitbreiden, of maatregelen moeten nemen en uiteindelijk de kosten dragen voor investeringen die ZHD niet hoeft te doen.
Berekeningen van DGMR voor de PWA-terminal laten zien dat in de avond- en nachtperiode de geluidbijdrage van ZHD lager is dan de gereserveerde waarden voor deelgebied O. Als de wens bestaat om geluidbudgetten te verdelen dan ligt het voor de hand om het overschot van deelgebied O niet op dit gebied te laten rusten maar over te hevelen naar deelgebied N zodat er minder hoeft te worden weggenomen bij deelgebied F.
3.6 Meer inzicht De voorgaande opmerkingen zijn gebaseerd op het schriftelijk rapport. Alhoewel het rapport omvangrijk is met 211 pagina’s, geeft het rapport toch geen enkele informatie over de maatgevende/bepalende geluidsbronnen op de zonepunten en bij woningen. Dit inzicht is nodig om beter in te schatten of extra geluidsmaatregelen toch een significante reductie kunnen opleveren met als gevolg dat er minder/geen geluidsruimte hoeft worden overgeheveld. Het is daarmee nodig dat het rekenmodel ter beschikking wordt gesteld voor controle en toetsberekeningen.
4 Conclusie ARDEA concludeert dat het plan om geluidbudget aan ZHD toe te kennen vooral voortkomt uit het gegeven dat het akoestisch onderzoek laat zien dat het bedrijf in de huidige situatie in het geheel niet voldoet aan de vigerende vergunning. Er is eerst meer inzicht nodig om te bepalen in hoeverre de overschrijding van 6-7 dB met maatregelen beperkt kan worden. Voor nestgeluid is het nodig dat voor het totale terrein een duidelijk beleid wordt bepaald om te voorkomen dat JRG en andere bedrijven in hun ontwikkeling worden geschaad. Het overhevelen van geluidbudget uit gebied F naar ZHD levert niet alleen een beperking voor de ontwikkeimogelijkheden van het gebied zelf maar is impliciet ook een beperking voor alle andere bedrijven die zijn gevestigd op het totale gezoneerde industrieterrein.
Samengevat adviseren wij bezwaar te maken tegen; Het overhevelen van geluidbudget van gebied F naar ZHD. Maatregelen zijn onvoldoende onderzocht. Er moet meer duidelijkheid komen over te voeren beleid ten aanzien van nestgeluid en de impact op de geluidbudgetten. Tenslotte dient een integrale afweging te worden gemaakt waarbij voor de toekomst rekening wordt gehouden met de belangen van JRG en andere bedrijven.
4/6 Notitie 3316AVC3.002 / 31 Januari 2023
«
(T ARDEA Bijlage 1: geluidszone totale industrieterrein Groote Lindt/Dordt-West I Legenda CIMltiït’i
ii
>i ——. Kcr .rkliiP Deslvil
Li'ïïii'1 geioneerd
ki
] intottelerredi
MX4H StmltKlil
5/6 Notitie 3316AVC3.002 / 31 Januari 2023
I
J/
ARDEA
Bijlage 2: overzicht deelgebieden voor geluidbudgetten zonering
' 'X
1
J
'i.. * ■
rr.i<
.i.L
.
f
i
.
.t W»<<, ,
»
V -
‘si
s
—0»! i
6/6 Notitie 3316AVC3.002 / 31 Januari 2023
"l-