CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingen Ontwerpbesluit tweede wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht (besluitdocument).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen - Raadsvoorstel42.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

35 alinea's met “informatieplicht”: 163 190 203 215 257 265 266 321 343 363 901 902 920 922 935 937 938 940 941 942 943 945 958 962 963 988 989 990 992 1002 1005 1010 1087 1129 1130

Omgevingsplan Dordrecht 2024-02 Besluit tot tweede wijziging van het Omgevingsplan gemeente Dordrecht De GEMEENTERAAD van Dordrecht; • gezien het voorstel van burgemeester en wethouders "vaststellen besluit tweede wijziging omgevingsplan Dordrecht voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen" van <<DATUM>>; • gelet op de doelen uit de omgevingsvisie; • gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet;

overwegende dat: • overeenkomstig artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 Awb, het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en er in die periode zeven zienswijzen zijn ontvangen; • gelezen het raadsvoorstel van << DATUM >> waarin wordt voorgesteld aan die zienswijzen gedeeltelijk tegemoet te komen; besluit:

Artikel I Het omgevingsplan Dordrecht te wijzigen zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II Het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege vervalt voor de Ponsgebied Locatie.

Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. 2025-04-29 Aldus besloten in de openbare vergadering van DATUM, 1 april 2025 De griffier De voorzitter

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Bijlage A artikel I A Artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Normadressaat uitvoeren activiteiten Aan de regels Tenzij anders in dit omgevingsplan is bepaald, wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald aan de regels in dit omgevingsplan voldaan. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. B Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 2 Doelen [Gereserveerd]

Artikel 2.1 Doelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. aantrekkelijke stad; 1°. behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden; 2°. het water binnenhavens optimaal benutten; 3°. voldoende ruimte bieden aan voorzieningen, sportfaciliteiten, winkels en 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen en streven naar multifunctioneel ruimtegebruik; 4°. het maken van sterke en gedifferentieerde leefbare woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, waarbij het streven is naar een optimalisatie van evenwicht tussen woningvraag en het woningaanbod; 5°. waar nodig de kwaliteit van de huidige woningvoorraad verbeteren; 6°. hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte waarbij het streven is naar participatie in inrichting en beheer. b. bereikbare stad; 1°. Dordrecht moet een echte fietsstad worden; 2°. stimuleren van het (H)OV; 3°. parkeerbeleid en innovatieve verkeersoplossingen dragen bij aan het verminderen van het autogebruik; 4°. werken aan een optimale bereikbaarheid van economische kerngebieden. c. gezonde stad; 1°. bewoners verleiden tot meer bewegen; 2°. voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van inwoners; 3°. streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit: zicht op WHO norm; 4°. overlast van het goederenvervoer op het spoor, dwars door de stad, beperken; 5°.

inzetten op een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving; 6°. gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit; 7°. stimuleren van een veilig leefklimaat door samenwerking tussen bewoners en organisaties. d. uitstekend vestigingsklimaat; 1°. de aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken; 2°. Dordrecht is koploper in maritieme maakindustrie en blijft innoveren; 3°. koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: “In Dordt kun je gegarandeerd aan de slag”; 4°. investeren in het potentieel van jongeren; 5°. bestaande bedrijventerreinen, waaronder de Zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid; 6°. Dordt hoort tot de top 5 van MKB-vriendelijkste gemeenten. e. klimaatbestendig; 1°. Dordrecht is in 2040 een zelfredzaam eiland; 2°. Dordt verstrekt haar robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur; 3°. Dordrecht bouwt klimaatadaptief. f. energieneutraal;

2

g.

1°. Dordt zet in op circulariteit bij gebiedsontwikkeling; 2°. bieden van een handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven; 3°. alle huizen en gebouwen worden gefaseerd aardgasvrij; 4°. alle energie die nodig blijft, wordt duurzaam opgewekt. behoud biodiversiteit; 1°. een natuurinclusieve inrichting bij herinrichting en ontwikkeling; 2°. streven naar maximaal ecologisch beheer van de landschapstypologieën benoemd in de visie; 3°. groenblauw Eiland van Dordrecht; 4°. monitoren van de biodiversiteit.

C Artikel 4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1 Doelen cultureel erfgoed Voor cultureel erfgoed gelden de volgende doelen, bedoeld in artikel 2.1 : aantrekkelijke stad, behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden. D Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen nieuwe gebruiksactiviteit starten 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebruiksactiviteiten te starten of te wijzigen die leiden tot een toename van de parkeerbehoefte voor auto of fiets.

2.

Binnen de locatie 'woonomgeving' is het verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit gebruiksactiviteit te starten of te wijzigen die leidt tot hinder voor de woonomgeving.

E Artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.5 Aanvraagvereisten nieuwe vergunning gebruiksactiviteit Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond met daarop aangegeven het huidige gebruik in m2 bruto-vloeroppervlakte en het nieuwe aangevraagde gebruik in m2 bruto-vloeroppervlakte; b. een motivering van de parkeerbehoefte volgens door het invullen van het formulier parkeerbehoefte; en c. een onderzoek woonhinder, met name voor stemgeluid, binnen de locatie 'woonomgeving' volgens door het invullen van het formulier woonhinder. F Artikel 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.6 Beoordelingsregel nieuwe gebruiksactiviteit De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4 wordt in ieder geval verleend als: a. voldaan wordt aan de parkeernormering voor auto, fiets en laadvoorzieningen zoals vastgesteld in de beleidsregel Beleidsregel parkeren bij nieuwbouwprojecten Dordrecht; en b. de gebruiksactiviteit niet leidt tot onevenredige toename van hinder voor de woonomgeving. G Het opschrift van subparagraaf 5.1.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

3

Subparagraaf 5.1.2.1 Regels afwijkend gebruik buitenplanse omgevingsplanactiviteit(BOPA) H Artikel 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.8 Afwijkend gebruik BOPA Binnen de locatie ' bopa BOPA afwijking' zijn tevens gebruiksactiviteiten toegestaan overeenkomstig de beschrijving zoals opgenomen per adres in het register BOPA's. I Artikel 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.9 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie De regels in deze paragraaf subparagraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'bedrijfsactiviteit' binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie'. J Artikel 5.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.11 Vergunningvrije gevallen gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Het verbod, als bedoeld in artikel 5.10, is niet slechts van toepassing op het uitvoeren van de gebruiksactiviteit 'bedrijfsactiviteit' als daarvoor niet tevens een omgevingsvergunning voor de activiteit 'gebouw bouwen' is vereist. K Het opschrift van artikel 5.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.12 Aanvraagvereisten vergunning nieuwe gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie L Artikel 5.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.13 Beoordelingsregel gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.11 5.10 wordt in ieder geval verleend als binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie' de gebruiksactiviteit geen afbreuk doet aan een doelmatig gebruik en een doelmatige inrichting van het bedrijventerrein ten behoeve van bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 3.1 en hoger. M Artikel 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4

Artikel 5.14 Voorrangsregels gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, blijven onverminderd van toepassing. N Het opschrift van artikel 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.15 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit horeca 1 O Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.17 Omvang en situering gebruiksactiviteit horeca 1 De bruto-vloeroppervlakte aan de gebruiksactiviteit 'horeca-activiteit 1' mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum vloeroppervlakte bruto horeca 1], gemeten in vierkante meters (m2). Binnen de locatie 'horeca 1' mag de bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit 'horeca-activiteit 1' niet meer bedragen dan 1000 vierkante meter (m2). P Het opschrift van artikel 5.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.18 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit maatschappelijk niet-milieugevoelig Q Artikel 5.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.20 Omvang en situering gebruiksactiviteit maatschappelijk niet-milieugevoelig De bruto-vloeroppervlakte aan van de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [ maximum vloeroppervlakte bruto maatschappelijk niet-milieugevoelig ], gemeten in vierkante meters (m2). R Het opschrift van artikel 5.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.21 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit recreatie-activiteiten dagrecreatie S Het opschrift van artikel 5.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.23 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit wonen algemeen T Artikel 5.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5

Artikel 5.25 Omvang en situering wonen algemeen Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [ maximum aantal woningen ]. U Voor artikel 6.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6.1 Toepassingsbereik bouwwerken algemeen De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de volgende activiteiten binnen de locatie 'begrensd gebied': a. 'gebouw bouwen'; b. 'ander bouwwerk bouwen'; c. 'bouwwerk in stand houden'. V Artikel 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.1 Toepassingsbereik bouwwerken algemeen De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de volgende activiteiten binnen de locatie 'begrensd gebied': a. 'gebouw bouwen'; b. 'bijbehorend bouwwerk bouwen'; c. 'ander bouwwerk bouwen'; d. 'bouwwerk in stand houden'. [Vervallen] W Artikel 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.3 Repressief welstand 1.

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in dit omgevingsplan aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

X Artikel 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.4 Wijze van meten Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. bebouwingsgebied: achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

6

b. c. d.

e.

bouwhoogte: de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak; oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; en straatpeil: voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; en voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

Y Afdeling 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.3 Bouwwerk in stand houden Paragraaf 6.3.1 Regels bouwwerk in stand houden begrensd gebied [Red: Artikel 6.7 ongewijzigd verplaatst van afdeling 6.3 naar paragraaf 6.3.1. ]

Artikel 6.7 Toepassingsbereik bouwwerk in stand houden De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de activiteit 'bouwwerk in stand houden' binnen de locatie 'begrensd gebied'. [Red: Artikel 6.8 verplaatst van afdeling 6.3 naar paragraaf 6.3.1. ]

Artikel 6.8 Algemene regel instandhouding bouwwerk Het is verboden een bouwwerk zonder omgevingsvergunning in stand te houden, tenzij het bouwwerk in dit omgevingsplan of het Besluit bouwwerken leefomgeving is aangewezen als vergunningvrij geval bouwwerk. [Red: Artikel 6.9 ongewijzigd verplaatst van afdeling 6.3 naar paragraaf 6.3.1. ]

Artikel 6.9 Voorrangsbepaling Binnen de locatie 'begrensd gebied' zijn de regels in paragraaf 22.2.7 niet van toepassing. Z Het opschrift van afdeling 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.4 Bouwwerk Gebouw bouwen AA Artikel 6.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.11 Algemene regels gebouw bouwen Voor de activiteit 'gebouw bouwen' gelden de volgende eisen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de locatie 'bouwvlak'; b. binnen de locatie 'bouwvlak' mag de bouwhoogte in meters niet meer bedragen dan bepaald door de omgevingsnorm [ maximum bouwhoogte ]; en c. ondergronds mag niet dieper worden gebouwd dan één bouwlaag onder straatpeil. BB

7

Het opschrift van artikel 6.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.12 Uitzonderingen op de algemene regels gebouw bouwen CC Artikel 6.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.14 Aanvraagvereisten vergunning gebouw bouwen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan de gegevens en bescheiden verstrekt overeenkomstig als bedoeld in artikel 22.35. DD Artikel 6.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.19 Uitzonderingen op het verbod ander bouwwerk bouwen Het verbod als bedoeld in artikel 6.18 is niet van toepassing op: a. straatmeubilair; b. buisleidingen; of en c. erf- of perceelafscheidingen die voldoen aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 2 m; en 2°. gelegen achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en die vanaf daar evenwijdig loopt met aan het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen. EE Het opschrift van artikel 7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.4 Aanvraagvereisten vergunning inrichten openbaar toegankelijk gebied FF Het opschrift van artikel 10.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.2 Oogmerken Oogmerk bovengrondse hoogspanningsverbinding GG Artikel 10.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.3 Specifieke zorgplicht bovengrondse hoogspanningsverbinding Degene die een activiteit verricht binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of aantasten van een goede en veilige energievoorziening, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of aantasting van de bovengrondse hoogspanningsverbinding te voorkomen. HH

8

Artikel 10.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bovengrondse hoogspanningsverbinding 1.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'gebouw bouwen' en 'ander bouwwerk bouwen' uit te voeren.

2.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'grondwerkzaamheden verrichten' uit te voeren.

3.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'waterpeil wijzigen' uit te voeren.

4.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwwerk slopen' uit te voeren.

5.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'opwekken van elektriciteit met een windturbine' uit te voeren.

6.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en of materialen' uit te voeren.

II Het opschrift van artikel 10.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.6 Aanvraagvereisten vergunningplichtige gevallen vergunning bovengrondse hoogspanningsverbinding JJ Artikel 10.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.7 Beoordelingsregels vergunning beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4 wordt alleen verleend indien als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding. KK Artikel 10.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.8 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over een activiteit als bedoeld in artikel 10.3. LL Artikel 10.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

9

Artikel 10.9 Advies Voordat een maatwerkvoorschrift wordt gesteld of op een aanvraag omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders het college advies ingewonnen bij de beheerder van de hoogspanningsverbinding. MM Artikel 11.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.2 Maatwerkvoorschriften bodem Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de paragrafen 11.2.2 tot en met 11.2.10 met uitzondering van de beperking voor maatwerkvoorschriften ten aanzien van grondwatersanering zoals gesteld in artikel 11.42 11.45 . NN Na artikel 11.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11.7 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning thermisch gereinigde grond toe te passen. OO Artikel 11.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.7 Verbod toepassen thermische gereinigde grond Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in afwijking van paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden thermisch gereinigde grond toe te passen. [Vervallen] PP Na artikel 11.7 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 11.8 Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid, kritische parameters van deze bouwstof en indien relevant de eisen van het productcertificaat; d. de ligging en de omvang van de toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een identificatie en een beschrijving van kritische aspecten en hoe hier de zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ingevuld, waaronder in ieder geval grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting, PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie;

10

f.

g.

h. i. j. k. l.

een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving wordt voorkomen in de vorm van stofvorming en ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang, als dit vrijkomt uit het materiaal, wordt voorkomen; een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast; de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; het akkoord van de opdrachtgever; de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; de verwachte zetting voor de komende 100 jaar.

Artikel 11.9 Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de toepassing past bij de functie van de locatie; f. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; g. de thermisch gereinigde grond: 1°. zodanig wordt toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater; en 2°.

wordt toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; h. de bovenafdichting waaronder de thermisch gereinigde grond wordt toegepast binnen 1 jaar na toepassing wordt aangebracht; en i. de thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m2. QQ Artikel 11.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.8 11.10 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de bodemfunctieklassen landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een grootschalige toepassing als bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van de afdeklaag als bedoeld in het vierde lid van dat artikel.

RR Artikel 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11

Artikel 11.9 11.11 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepastals toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in tabel 11.9.1 11.11.1 . Tabel 11.9.111.11.1 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie

2.

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Alle zones

pH waarde is minimaal 5 en maximaal 9

Alle zones

Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride

Alle zones

Maximaal 920 mg/kg droge stof barium

Wonen

Maximaal 90 mg/kg droge stof lood

Volks-/Moestuin

Maximaal 50 mg/kg droge stof lood

Asbestgevoelige locatie

Maximaal 10 mg/kg droge stof asbest (gewogen gehalte)

Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en c. voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.9.2 11.11.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast Tabel 11.9.211.11.2 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Wonen

Maximaal 56 mg/kg droge stof nikkel

SS Artikel 11.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.10 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt in aanvulling op artikel 4.1278, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen als bepaald in tabel 11.10.1 11.12.1 . Tabel 11.10.111.12.1 afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie

2.

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Alle zones

Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride

Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water)bodemonderzoek of beheerplan te zijn aangetoond.

TT Het opschrift van artikel 11.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

12

Artikel 11.11 11.13 GERESERVEERD UU Het opschrift van artikel 11.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.12 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom VV Artikel 11.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.13 11.15 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. afkomstig is uit het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' en toegepast wordt op een bedrijventerreinen bedrijventerrein met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en b. de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, als bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit. WW Artikel 11.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.14 11.16 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en c. voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.14.1 11.16.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Tabel 11.14.111.16.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B Zones

Stof

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)

Landbouw/natuur

PFOA

0,0023

Landbouw/natuur

PFOS

0,0024

Moestuinen en Volkstuinen Volks/moestuin

PFOA

0,0023

Moestuinen en Volkstuinen Volks/moestuin

PFOS

0,0024

XX Artikel 11.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

13

Artikel 11.15 11.17 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie 1.

Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend bodemonderzoek aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan.

2.

In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend bodemonderzoek: a. verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, als bedoeld in NEN 5740; b. gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig NEN 5725 is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en c. niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater.

YY Artikel 11.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.16 11.18 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie 1.

Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt is niet van toepassing.

2.

In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder c d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt: a. een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 11.15 11.17 als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart; b. een rapport van een bodemonderzoek als bedoeld in de milieuverklaring Regeling bodemkwaliteit, bedoeld in dat onderdeel, als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemonderzoek; en c. een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in dat onderdeel, bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring.

3.

In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie.

ZZ Het opschrift van artikel 11.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.17 11.19 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen AAA Het opschrift van artikel 11.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.18 11.20 Oogmerken Oogmerk toepassen van bouwstoffen BBB Na artikel 11.18 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

14

Artikel 11.21 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, toe te passen. CCC Artikel 11.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.19 Verbod toepassen van AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in afwijking van paragraaf 4.123 van het Besluit activiteit leefomgeving, verboden AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken bestaan toe te passen. [Vervallen] DDD Na artikel 11.21 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 11.22 Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.21, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. de RD-coördinaten van de ontvangende landbodem; d. de ligging, de omvang en de dimensionering van de functionele toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een onderbouwing van de toepassingshoogte na zetting van het werk ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); f. de hoeveelheid AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; g. de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 Bal, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, grondstabilisatie, immobilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, worden toegepast; h.

een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, die de kwaliteit duidt, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid en kritische parameters van deze bouwstof; i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; l. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en, indien de bouwstof met een toepassingseis gericht op het voorkomen van permanent in contact komen van de bouwstof met hemel-, grond- en oppervlaktewater wordt geleverd, ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal wordt voorkomen;

15

m. bij het toepassen van immobilisaten: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de bindmiddelen aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; n. bij het toepassen van immobilisaten: de hoeveelheid bindmiddelen en de exacte beschrijving en receptuur van het type immobilisaat die in totaal voor de immobilisatie of stabilisatie van de bodem zal worden toegepast; o. een beschrijving van de voorzieningen en de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden.

Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11.22, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet; f. de toepassing past bij de functie van de locatie; g. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; h.

de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan: 1°. zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en 2°. worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; i. indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde 'wenken' voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen; j. beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en k. de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

EEE Het opschrift van artikel 11.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.20 11.24 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie FFF Het opschrift van artikel 11.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

16

Artikel 11.21 11.25 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie GGG Artikel 11.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.22 11.26 Afscherming bij opslaan grond 1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

HHH Het opschrift van artikel 11.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.23 11.27 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit III Artikel 11.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.24 11.28 Oogmerken graven in de bodem De regels in paragraaf 11.2.5 Graven in bodem subparagraaf 11.2.5.2 en subparagraaf 11.2.5.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1 gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. JJJ Subparagraaf 11.2.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 11.2.5.2 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.25 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

Artikel 11.26 11.30 Maatwerkregel graven Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.

17

Artikel 11.27 Maatwerkregel bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond 1.

Bij het terugbrengen van grond op of nabij de locatie van uitname, bedoeld in artikel 4.1222a Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de grond binnen hetzelfde werk binnen 25 meter van de herkomstlocatie en onder dezelfde omstandigheden teruggebracht. Daarbij mogen er geen aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit op de locatie waar de grond wordt teruggebracht verslechtert.

2.

In afwijking van het eerste lid kan grond binnen hetzelfde werk worden ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie als: a. de bodemkwaliteit van het gehele werkgebied bekend is via minimaal een verkennend bodemonderzoek; en b. de terug te brengen grond van vergelijkbare of betere kwaliteit is dan de kwaliteit van de terugbrenglocatie.

3.

Bij de toepassing van het tweede lid wordt rekening gehouden met humane en ecologische risico's en de toekomstige gebruiksfunctie van de locatie.

4.

Toepassing van het tweede en derde lid blijkt uit een grondstromenplan.

Artikel 11.28 11.31 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1.

Indien grond binnen hetzelfde werk wordt ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie, wordt, in aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving, ook een verkennend bodemonderzoek en het grondstromenplan, bedoeld in artikel 11.27, verstrekt.

2.

Het verkennend bodemonderzoek wordt ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

3.

In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem.

KKK Artikel 11.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.29 11.32 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3. LLL Artikel 11.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.30 11.33 Maatwerkregel graven Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van overeenkomstige toepassing op het graven in de bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof. MMM Het opschrift van artikel 11.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.31 11.34 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit

18

NNN Artikel 11.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.32 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1.

In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij de het graven in de bodem.

2.

In afwijking van het eerste lid, geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

OOO Artikel 11.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.33 11.36 Oogmerken saneren van de bodem De regels in paragraaf paragraaf 11.2.6 Saneren van de bodem zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op: De regels in subparagraaf 11.2.6.2 en subparagraaf 11.2.6.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. PPP Artikel 11.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.34 11.37 Toepassingsbereik saneren Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'. QQQ Het opschrift van artikel 11.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.35 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag RRR Artikel 11.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.36 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het beschermen zuinig gebruik van de gezondheid energie en grondstoffen en het beschermen van de kwaliteit van de bodem het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.36.1 11.39.1 voor het betreffende bodemgebruik.

19

Tabel 11.36.111.39.1 minimale dikte van de afdeklaag Minimale dikte leeflaag (in cm)

Bodemgebruik

50

Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen

SSS Artikel 11.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.37 11.40 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in artikel 11.55 11.58 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in tabel 11.37.1 11.40.1 voor de betreffende zone. Tabel 11.37.111.40.1 terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie

Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)

Lood Moes- en volkstuinen Volks-/moestuin

50

Wonen

90

PFOA zone B Landbouw/natuur

0,0023

Moes- en volkstuinen Volks-/moestuin

0,0023

Wonen

0,007

Industrie

0,007

PFOA zone A Landbouw/natuur

0,0019

Moes- en volkstuinen Volks-/moestuin

0,0019

Wonen

0,007

Industrie

0,007

TTT Het opschrift van artikel 11.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.38 11.41 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging UUU Het opschrift van artikel 11.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.39 11.42 Maatwerkregel meldingsplicht saneren

20

VVV Het opschrift van artikel 11.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.40 11.43 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren WWW Artikel 11.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.41 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. XXX Het opschrift van artikel 11.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.42 11.45 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging grondwatersanering YYY Artikel 11.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.43 11.46 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging 1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving: , de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de saneringsaanpak afdekken, bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast indien: a. de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.

ZZZ Het opschrift van artikel 11.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.44 11.47 Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit AAAA Het opschrift van artikel 11.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.45 11.48 Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit

21

BBBB Het opschrift van artikel 11.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.46 11.49 Toepassingsbereik nazorg CCCC Het opschrift van artikel 11.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.47 11.50 Nazorg na afloop van saneren van de bodem DDDD Het opschrift van artikel 11.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.48 11.51 Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst EEEE Het opschrift van artikel 11.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.49 11.52 Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico FFFF Het opschrift van artikel 11.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.50 11.53 Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico GGGG Artikel 11.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.51 11.54 Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico 1.

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.49 11.52 verricht, neemt in het belang van de bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

2.

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.49 11.52 verricht, neemt in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen maatregelen om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken, of als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

HHHH

22

Het opschrift van artikel 11.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.52 11.55 Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw IIII Het opschrift van artikel 11.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.53 11.56 Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw JJJJ Het opschrift van artikel 11.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.54 11.57 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw KKKK Artikel 11.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.55 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie 1.

Voor de stoffen, bedoeld in bijlage XIIIa van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.

2.

Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

3.

In afwijking van het tweede lid is het zinsdeel "in meer dan 25 m3 bodemvolume" niet van toepassing op de stof asbest.

4.

In afwijking van het eerste lid zijn voor lood de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.55.1 11.58.1 .

5.

In afwijking van het eerste lid zijn voor PFOA de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.55.1 11.58.1 . Tabel 11.55.111.58.1 waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood en PFOA per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie (in de zin van de bodemfunctiekaart en bodemfunctieklassen)

Gebruiksfunctie Waarden (in mg/kg droge stof)

Lood Landbouw/natuur

370

Wonen

370

PFOA (perfluoroctaanzuur)

23

Landbouw/natuur

0,030

Wonen

0,030

Industrie

0,030

LLLL Het opschrift van artikel 11.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.56 11.59 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie MMMM Het opschrift van artikel 11.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.57 11.60 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning vergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw NNNN Het opschrift van artikel 11.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.58 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie OOOO Het opschrift van artikel 11.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.59 11.62 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw PPPP Artikel 11.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.60 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.

Een melding als bedoeld in artikel 11.59 11.62 bevat: a. de resultaten van een verkennend bodemonderzoek; b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.55 11.58 de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.

3.

De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

QQQQ Artikel 11.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

24

Artikel 11.61 11.64 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 11.59 11.62 . artikel 11.58 11.61 is van overeenkomstige toepassing. RRRR Artikel 11.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.62 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.56 11.59 , zijn getroffen. SSSS Artikel 11.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.63 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening.

2.

Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

TTTT Het opschrift van artikel 11.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.64 11.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw UUUU Artikel 11.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.65 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek

25

1.

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening.

2.

Aan het eerste lid wordt voldaan door: a. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek; of b. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijk mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

VVVV Artikel 11.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.66 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit 1.

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater: a. zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie, tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of uit een beschikking als bedoeld inartikel 11.65 11.68 , tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of b. zich in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie bevindt en diffuus van aard is.

3.

Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater: a. het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of b. een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.

WWWW Het opschrift van artikel 11.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.67 11.70 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging XXXX Artikel 11.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.68 11.71 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht vergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw

26

1.

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.65 11.68 , verstrekt.

2.

De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

3.

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: 1°. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; 2°. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid; 3 2°. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; 4 3°. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en 5 4°. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/40592