Wethoudersbrief berichten financiele situatie jeugdhulpaanbieders.pdf
Tekst van het document
Contactpersoon S. van Oostrom-van der Meijden T 078 770 3913 Van
wethouder Rik van der Linden
E saw.van.oostrom-
Aan
commissie Sociale Leefomgeving
vander.meijden@dordrecht.nl
Datum
7 december 2021
Zaaknummer Betreft
Berichten over financiële situatie jeugdhulpaanbieders
Beste leden van de commissie Sociale Leefomgeving, Recent zijn er twee berichten verschenen over de financiële positie van jeugdhulpaanbieders. In de commissievergadering van 24 november jl. heb ik toegezegd beide berichten met u te delen. De berichten lijken op het eerste gezicht wat tegenstrijdig. Dat is echter niet het geval. Hieronder schets ik kort de inhoud van beide berichten en hoe we in de regio Zuid-Holland Zuid, door middel van inkoopafspraken, een financieel gezond jeugdhulplandschap nastreven. 22 November hebben staatssecretaris Blokhuis (VWS) en minister Dekker (Rechtsbescherming) de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van hun aanpak om de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering te verbeteren. Als bijlage bij deze voortgangsbrief kwam het rapport van de Jeugdautoriteit openbaar: 'Verdiepingsonderzoek financiële positie jeugdhulpaanbieders'. De Jeugdautoriteit heeft eind 2020/begin 2021 een onderzoek uitgevoerd naar de financiële positie van 226 jeugdhulpaanbieders die in 2019 gezamenlijk verantwoordelijk waren voor circa 80% van de gehele omzet op jeugd. In het onderzoek zijn de jaarrekeningen en jaarverslagen uit 2019 van deze jeugdhulpaanbieders geanalyseerd. Bij 81 aanbieders blijkt sprake te zijn van een verhoogd risico op discontinuïteit in het leveren van de noodzakelijke jeugdhulp.
Om dat risico te duiden en inzicht te verkrijgen in de actuele stand van zaken, is een verdiepend onderzoek uitgevoerd. De jeugdautoriteit constateert een verslechtering van de financiële positie van jeugdhulpaanbieders ten opzichte van 2018.1 Het tweede bericht over de financiële positie van jeugdhulpaanbieders is dat van Binnenlands Bestuur. Verschenen op 24 november. In het bericht wordt opgemerkt dat zes op de tien jeugdzorgaanbieders buitensporige winsten maken. Een belangrijke opmerking bij dit bericht is dat in het onderzoek BV's en VOF's op dezelfde manier beoordeeld zijn, terwijl er wel degelijk een onderscheid is. Bij een VOF moet immers het inkomen van de eigenaren nog van
1 Ook in de regio Zuid-Holland Zuid zijn een aantal organisaties bekend die financieel onder druk
staan. Dit zijn bovenregionaal georganiseerde en werkende organisaties. In 2018 hebben gemeenten, in het kader van het Early Warning System, met elkaar een verdeling gemaakt van deze bovenregionaal werkende aanbieders. De organisaties die het in Zuid-Holland Zuid betreft, vallen onder het accounthouderschap van andere gemeenten.
Pagina 1/2
Datum
7 december 2021
Zaaknummer
de winst afgetrokken worden, wat redelijkerwijs een effect heeft op de reële winstpercentages. Dit maakt het aantal aanbieders met hoge winsten lager. Wat doen we in Zuid-Holland Zuid? Het is bij wet toegestaan winsten te genereren uit zorgactiviteiten. Door middel van een aantal contractafspraken met jeugdhulpaanbieders tracht de SOJ hogere (ongewenste) winsten bij aanbieders te voorkomen. In de huidige contacten met aanbieders gaat het om een tweetal afspraken:
Aan organisaties die een winstpercentage hoger dan 10% hebben wordt jaarlijks om een verklaring in hun jaarrekening gevraagd. Aanbieders met een jaarlijkse omzet van vijf ton of meer zijn verplicht tot het voldoen aan SROI (Social Return On Investment), wat ook de winst dempt.
In de nieuwe inkoop per 1.1.2022 zijn de volgende maatregelen genomen:
Bij de opbouw van de nieuwe tarieven is bewust gebruik gemaakt van een extern bureau die, op basis van landelijke benchmarks, de tarieven ontwikkeld heeft. Dit heeft geleid tot faire tarieven die ongewenste winst dempen. In de tarieven is onderscheid gemaakt tussen twee tarieven: een tarief voor instellingen (hoger) en een tarief voor niet-instellingen (lager). De meeste aanbieders met hogere winsten voldoen niet aan de criteria om in aanmerking te komen voor het instellingentarief. In de nieuwe overeenkomsten is een winstmaximalisatie van 5% opgenomen. Aanbieders met een hogere winst moeten een plan van aanpak overleggen, waarin zij uiteen zetten hoe de middelen alsnog ten goede komen aan het jeugdhulplandschap. Aanbieders met een jaarlijkse omzet van tweeënhalve ton of meer is contractueel verplicht tot het leveren van SROI (deze grens is verlaagd). De kwaliteitscriteria voor de te leveren diensten zijn aangescherpt en meer geüniformeerd. Dit leidt ertoe dat bepaalde organisaties die voorheen behandeldiensten (een hoger tarief) konden factureren nu zijn aangewezen op de tarieven van begeleiding (een lager tarief), omdat zij niet (meer) voldoen aan de kwaliteitscriteria. Daarnaast zorgen de aangescherpte criteria op de kwaliteit van personeel ervoor dat de personeelskosten bij deze aanbieders stijgen, wat ook de winsten dempt.
Al deze maatregelen samen moeten hogere (ongewenste) winsten bij aanbieders voorkomen.
Met vriendelijke groet,
Rik van der Linden Wethouder Jeugd
Pagina 2/2