Was-wordt lijst Verordening tot wijziging APV Dordrecht, 20e wijziging eindv.pdf
Tekst van het document
-in de nachtperiode (23.00–07.00 uur) van 31 december op 1 januari ter uitluiding van het oude jaar en -in de nachtperiode (23.00–07.00 het inluiden van het nieuwe jaar, uur) van 31 december op 1 januari voor maximaal 10 minuten; ter uitluiding van het oude jaar en het inluiden van het nieuwe jaar, b. het gebruik van kerkklokken ten voor maximaal 10 minuten; behoeve van de tijdsaanduiding via een automatisch (carillon)spel b. het gebruik van kerkklokken ten gedurende de dag (07.00–19.00 uur) behoeve van de tijdsaanduiding via en avondperiode (19.00–23.00 uur een automatisch (carillon)spel gedurende de dag (07.00–19.00 5. Als versterkte elementen worden uur) en avondperiode (19.00– gecombineerd met onversterkte 23.00 uur elementen wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte 5.Het eerste lid geldt niet indien muziek en is dit artikel niet van artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze toepassing, maar het Besluit. verordening van toepassing is. 6.Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing is.
25
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING S
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.Het verbod geldt niet voor zover 3. Het verbod is niet van toepassing in het daarin geregelde onderwerp op situaties waarin wordt voorzien wordt voorzien door de Wet bij of krachtens de Omgevingswet, geluidhinder, de Zondagswet, de de Zondagswet, de Wet openbare Wet openbare manifestaties, het manifestaties, het Vuurwerkbesluit Vuurwerkbesluit of de Provinciale of de provinciale milieuverordening. omgevingsverordening. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. niet van toepassing.
T
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, enz.
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, enz.
1. Het is verboden op door het 1.Het is verboden op door het college in het belang van het college aangewezen plaatsen om - uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van in het belang van het uiterlijk overlast dan wel voorkoming van aanzien van de gemeente, ter schade aan de openbare gezondheid voorkoming van schade aan de openbare gezondheid - buiten een aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde Milieubeheer, in de openlucht of direct voorafgaand aan de buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, inwerkingtreding van de te plaatsen of aanwezig te hebben: Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.onbruikbare of aan hun
a.onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming 26
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
Artikel 4:17 Begripsbepaling
Artikel 4:17 Definitie
b.bromfietsen en motorvoertuigen b.bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; of onderdelen daarvan; kampeermiddelen als bedoeld in kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, artikel 4:17 of onderdelen indien het plaatsen of aanwezig daarvan, indien het plaatsen of hebben daarvan geschiedt voor aanwezig hebben daarvan verkoop of verhuur of anderszins geschiedt voor verkoop of verhuur voor een commercieel doel; of of anderszins voor een c.mestopslag, gierkelders of andere commercieel doel; of verzamelplaatsen van vuil, een c.mestopslag, gierkelders of verzameling ingekuild gras, loof of andere verzamelplaatsen van vuil, pulp of ingekuilde landbouween verzameling ingekuild gras, producten, afbraakmaterialen en loof of pulp of ingekuilde oude metalen landbouwproducten, 2.Het is verboden op een door het afbraakmaterialen en oude college aangewezen plaats een metalen bepaald voorwerp of bepaalde 2.Het is verboden op een door het stof:op te slaan, te plaatsen of college aangewezen plaats een aanwezig te hebben. bepaald voorwerp of bepaalde 3.Het college kan bij de aanwijzing stof:op te slaan, te plaatsen of als bedoeld in het eerste en tweede aanwezig te hebben. lid nadere regels stellen. 3.Het college kan bij de aanwijzing 4.
Dit artikel is niet van toepassing als bedoeld in het eerste en op situaties waarin wordt voorzien tweede lid nadere regels stellen. bij of krachtens de Omgevingswet of 4.Het in dit artikel bepaalde geldt de provinciale niet voor zover in het daarin omgevingsverordening. geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening. U
In deze afdeling wordt onder In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een kampeermiddel verstaan een nietonderkomen, een voertuig of een grondgebonden onderkomen of aanhangwagen waarvoor geen voertuig, dat bestemd of opgericht omgevingsvergunning in de zin van is dan wel gebruikt wordt of kan artikel 40 van de Woningwet is worden gebruikt voor recreatief vereist, dat bestemd of opgericht nachtverblijf. is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. V
Artikel 4:18 recreatief
Artikel 4:18 recreatief nachtverblijf 27
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
nachtverblijf buiten kampeerterreinen
buiten kampeerterreinen
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
1.Het is verboden een voertuig, dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op een openbare plaats te parkeren.
1.Het is verboden een voertuig, dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op een openbare plaats te parkeren.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.2.Het verbod geldt niet voor zover in het
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
1. Het is verboden ten behoeve van 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of het bestemmingsplan is bestemd mede bestemd. of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet voor het 2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor plaatsen van kampeermiddelen eigen gebruik door de voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. rechthebbende op een terrein. 3.Het college kan ontheffing 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld verlenen van het verbod als in het eerste lid. bedoeld in het eerste lid. 4.Onverminderd het bepaalde in 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden artikel 1:8 kan de ontheffing geweigerd in het belang van: worden geweigerd in het belang a. de bescherming van natuur en van: landschap; a. de bescherming van natuur en b. de bescherming van een landschap; stadsgezicht. b. de bescherming van een 5.Paragraaf 4.1.3.3. Awb is niet van stadsgezicht. toepassing op de ontheffing als 5.Paragraaf 4.1.3.3.
Awb is niet genoemd in lid 3 om dwingende van toepassing op de ontheffing redenen van algemeen belang, zoals als genoemd in lid 3 om de bescherming van het milieu en dwingende redenen van algemeen het stedelijk milieu. belang, zoals de bescherming van het milieu en het stedelijk milieu. W
28
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. X
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d. Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d. 1.Het is verboden een voertuig dat voor de recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen, binnen de bebouwde kom, op de weg te plaatsen en te hebben. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
1.Het is verboden een voertuig dat voor de recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen, binnen de bebouwde kom, op de weg te plaatsen en te hebben. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
3. Het eerste lid is niet van 3.Het in het eerste lid gestelde toepassing op verbod geldt niet voor zover het beperkingengebiedactiviteiten met daarin geregelde onderwerp wordt betrekking tot een weg waarvoor voorzien door het Provinciaal regels zijn gesteld bij of krachtens wegenreglement of de Provinciale de provinciale landschapsverordening. omgevingsverordening.
4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Y
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.De aanvrager voegt in ieder geval de volgende zaken bij zijn aanvraag. a.een geldig uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel
4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.De aanvrager voegt in ieder geval de volgende zaken bij zijn aanvraag. a.een geldig uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel b.een geldige WA-verzekering voor ambulante handel
b.een geldige WA-verzekering voor 3.Onverminderd het bepaalde in ambulante handel artikel 1:8 kan de vergunning
29
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a.gelet op de grootte of uiterlijk van de verkoopinrichting; b.wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. c.indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
worden geweigerd: a.gelet op de grootte of uiterlijk van de verkoopinrichting; b. wegens strijd met het omgevingsplan. c.indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
d.indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of d.indien als gevolg van bijzondere in een deel van de gemeente omstandigheden in de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat of in een deel van de gemeente door het verlenen van de redelijkerwijs te verwachten is dat vergunning voor een standplaats door het verlenen van de voor het verkopen van goederen vergunning voor een standplaats een redelijk verzorgingsniveau voor voor het verkopen van goederen de consument ter plaatse in gevaar een redelijk verzorgingsniveau komt. voor de consument ter plaatse in gevaar komt. Z
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
2.De weigeringsgrond van artikel 2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder b, geldt niet 5:18, derde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken. voor bouwwerken. AA
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt
1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.
1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.
2.Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
2.Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van
30
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
3.De burgemeester kan de de Winkeltijdenwet. vergunning weigeren wegens strijd 3. De burgemeester kan de met een geldend vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan. omgevingsplan weigeren. 4.Het college kan nadere regels 4.Het college kan nadere regels stellen omtrent het organiseren stellen omtrent het organiseren van van snuffelmarkten. snuffelmarkten. 5.Paragraaf 4.1.3.3 van de 5.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Algemene wet bestuursrecht is van wet bestuursrecht is van toepassing toepassing op de vergunning als op de vergunning als genoemd in genoemd in het eerste lid. het eerste lid. AB
Artikel 5:24 Voorwerpen in, op of Artikel 5:24 Voorwerpen in, op of boven openbaar water boven openbaar water 1.Het is in verband met de 1.Het is in verband met de veiligheid veiligheid op het openbaar water op het openbaar water verboden verboden een voorwerp, niet een voorwerp, niet zijnde een zijnde een vaartuig, op, in of boven vaartuig, op, in of boven openbaar openbaar water te plaatsen, aan te water te plaatsen, aan te brengen of brengen of te hebben, indien dit te hebben, indien dit door zijn door zijn omvang of vormgeving, omvang of vormgeving, constructie constructie of plaats van of plaats van bevestiging gevaar bevestiging gevaar oplevert voor oplevert voor de bruikbaarheid van de bruikbaarheid van het het openbaar water of voor het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, doelmatig en veilig gebruik dan wel een belemmering vormt daarvan, dan wel een voor het doelmatig beheer en belemmering vormt voor het onderhoud van het openbaar water. doelmatig beheer en onderhoud 2.Degene die voornemens is een van het openbaar water.
steiger, een meerpaal of een ander 2.Degene die voornemens is een voorwerp met een permanent steiger, een meerpaal of een ander karakter op, in of boven openbaar voorwerp met een permanent water te plaatsen, doet daarvan karakter op, in of boven openbaar uiterlijk twee weken tevoren een water te plaatsen, doet daarvan melding aan het college. uiterlijk twee weken tevoren een 3.De melding bevat in ieder geval melding aan het college. naam, adres en contactgegevens 3.De melding bevat in ieder geval van de melder, en een beschrijving naam, adres en contactgegevens van de aard en omvang van het van de melder, en een beschrijving voorwerp. van de aard en omvang van het 4. Het verbod is niet van toepassing voorwerp. op beperkingengebiedactiviteiten 4.Het verbod in het eerste lid geldt met betrekking tot een niet voor zover in de daarin waterstaatswerk waarvoor regels geregelde onderwerpen wordt zijn gesteld bij of krachtens de 31
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
AC
voorzien door het Wetboek van Strafrecht , de Scheepvaartverkeerswet , het Binnenvaartpolitiereglement , de Wet beheer rijkswaterstaatswerken , de Provinciale vaarwegenverordening, de Havenverordening Dordrecht, de Telecommunicatiewet, of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Havenverordening Dordrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
1.Het is verboden schade toe te 1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij te brengen in de toestand van bij de de gemeente in beheer zijnde gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. sluizen. 2.Het verbod geldt niet voor zover 2. Het verbod is niet van toepassing in het daarin geregelde onderwerp op situaties waarin wordt voorzien wordt voorzien door het Wetboek door het Wetboek van Strafrecht, van Strafrecht, het het Binnenvaartpolitiereglement of Binnenvaartpolitiereglement, de de provinciale Wet beheer omgevingsverordening. rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening Zuid-Holland. AD
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
1.Het is aan een ieder die zich als 1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar bader of zwemmer in het water ophoudt, verboden zich openbaar water ophoudt, zodanig te gedragen dat het verboden zich zodanig te gedragen scheepvaartverkeer daarvan hinder dat het scheepvaartverkeer of gevaar kan ondervinden. daarvan hinder of gevaar kan 2. Het verbod is niet van toepassing ondervinden. op situaties waarin wordt voorzien 2.Het verbod geldt niet voor zover door het in het daarin geregelde onderwerp Binnenvaartpolitiereglement, de
32
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
wordt voorzien door het provinciale omgevingsverordening Binnenvaartpolitiereglement, de of het bepaalde bij of krachtens de Wet beheer Omgevingswet. rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening AE
Artikel 5:32 Crossterreinen
Artikel 5:32 Crossterreinen
1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z , en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z , en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2.Het verbod van het eerste lid is 2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van dezen stellen voor het gebruik van dezen terreinen: terreinen: a.in het belang van het voorkomen a.in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; of beperken van overlast; b.in het belang van de bescherming b.in het belang van de van het uiterlijk aanzien van de bescherming van het uiterlijk omgeving en ter bescherming van aanzien van de omgeving en ter andere milieuwaarden; bescherming van andere c.in het belang van de veiligheid van milieuwaarden; de deelnemers van de in het eerste c.in het belang van de veiligheid lid bedoelde wedstrijden en ritten of van de deelnemers van de in het van het publiek. eerste lid bedoelde wedstrijden en 3. Het verbod is niet van toepassing ritten of van het publiek. op situaties waarin wordt voorzien 3.Het verbod in het eerste lid geldt door de Omgevingswet, afdeling 3.9 niet voor zover in het daarin van het Besluit activiteiten geregelde onderwerp wordt leefomgeving, de Zondagswet of het voorzien door de Wet Besluit geluidproduktie milieubeheer of het Besluit sportmotoren. geluidproductie sportmotoren.
33
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING AF
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
1.Het is verboden binnen voor 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in motorvoertuig als bedoeld in artikel artikel 1, onder z, Reglement 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens verkeersregels en verkeerstekens 1990 , een bromfiets als bedoeld in 1990 , een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een 1990 of met een fiets of een paard. paard. 2.Het verbod van het eerste lid is 2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze stellen voor het gebruik van deze terreinen: terreinen: a.in het belang van het voorkomen a.in het belang van het voorkomen van overlast; van overlast; b.in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
b.in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c.in het belang van de veiligheid van het publiek.
c.in het belang van de veiligheid van het publiek.
3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van 3.Het verbod in het eerste lid geldt motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen paarden: en voor fietsers of berijders van paarden: a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;
a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten; b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in
b.die worden gebruikt in verband 34
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
het eerste lid bedoeld; c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen d.van de zakelijk gerechtigden, die gelegen zijn binnen de terreinen huurders en pachters van percelen als in het eerste lid bedoeld; die gelegen zijn binnen de e.voor het verkeer ten behoeve van terreinen als in het eerste lid bezoek en van de verzorging van de bedoeld; onder d bedoelde personen. e.voor het verkeer ten behoeve 4.Het in het eerste lid gestelde van bezoek en van de verzorging verbod geldt voorts niet: van de onder d bedoelde personen. a.op wegen; 4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a.op wegen; b.binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. AG
Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
35
WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING
Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te 2.Het verbod geldt niet voor zover hebben. het betreft: 2.Het verbod geldt niet voor zover a. verlichting door middel van het betreft: kaarsen en fakkels en dergelijke of a. verlichting door middel van b. sfeervuren zoals kaarsen en fakkels en dergelijke of terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden b. sfeervuren zoals terrashaarden verbrand en deze vuren op eigen en vuurkorven, indien geen terrein zonder openbaar karakter afvalstoffen worden verbrand en branden of deze vuren op eigen terrein zonder openbaar karakter branden of c. vuur voor koken, bakken en braden, c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de voor zover dat geen gevaar, overlast omgeving oplevert. of hinder voor de omgeving oplevert. 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing 4.Onverminderd het bepaalde in worden geweigerd ter artikel 1:8 kan de ontheffing worden bescherming van de flora en geweigerd ter bescherming van de fauna. flora en fauna. 5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien 5.Het verbod geldt niet voor zover door artikel 429, aanhef en onder 1˚ het geregelde onderwerp wordt of 3˚, van het Wetboek van voorzien door artikel 429, aanhef Strafrecht of de provinciale en onder 1 of 3, van het Wetboek omgevingsverordening. van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
36