CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 20 januari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen verordening sociaal domein Dordrecht - Raadsvoorstel3.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening sociaal domein Was

Afzonderlijke verordeningen voor Maatschappelijke ondersteuning Dordrecht, jeugdhulp Dordrecht, werk en inkomen Dordrecht, persoonlijk minimabudget Dordrecht en beslistermijn schuldhulpverlening Dordrecht. In de afzonderlijke verordeningen kwamen enkele artikelen met vergelijkbare inhoud meerdere keren voor, bijvoorbeeld over het betrekken van inwoners bij het beleid, klachtenregelingen, bezwaar, evaluatie en monitoring en de hardheidsclausule. Elke verordening heeft een eigen begrippenlijst.

Wordt Om de leesbaarheid van de verordening te vergroten is per hoofdstuk een inleiding toegevoegd. De inleiding vertaalt beleidsmatige uitgangspunten naar begrijpelijke taal. Het maakt duidelijk welke visie of waarden ten grondslag liggen aan de regels in het hoofdstuk. Hoofdstuk 2 (van informatie tot besluit) is nieuw toegevoegd om in grote lijnen een toelichting te geven op het proces van hulpverlening, het organiseren van samenhang in de hulpverlening en de rol van integrale toegangspunten. De verordeningen zijn samengevoegd, waardoor alle artikelnummers zijn gewijzigd.

In de integrale verordening zijn deze overlappende bepalingen samengevoegd.

De begrippenlijsten zijn samengevoegd. Dubbele begrippen die in meerdere verordening voorkomen, zijn samengevoegd tot één begrip. Ook zijn nieuwe begrippen opgenomen:  Werkingsgebied Wijkhopper  Draagkracht  Draaglast  Lokaal team  Sociaal netwerk  iJw

Wet maatschappelijke ondersteuning Was Artikel 2.6 De aanvraag 1. De aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt door of namens de cliënt schriftelijk ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier of een ondertekend onderzoeksverslag. 2. Bij de aanvraag voor persoonsgebonden

Wordt Artikel 3.3.5 De aanvraag 1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan via een daartoe door het college ter beschikking gesteld aanvraagformulier worden ingediend. 2. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan ook worden

budget voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening overlegt de cliënt een budgetplan, een zorgplan en een verklaring omtrent gedrag van maximaal 6 maanden oud van de hulpverlener. 3. Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing overlegt de cliënt een budgetplan en een offerte.

Artikel 2.10 Heronderzoek en evaluatie 1. Na toekenning van een maatwerkvoorziening voor dienstverlenende ondersteuning wordt periodiek een evaluatie gepland om de ondersteuningsdoelen en de doelmatigheid en kwaliteit van de ondersteuning te monitoren. 2. Na toekenning van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of aanpassing kan periodiek een evaluatie worden gepland om de doeltreffendheid van de voorziening te monitoren. 3. Indien de beschikkingsperiode afloopt en de ondersteuning nog niet is beëindigd, wordt cliënt benaderd voor een heronderzoek. 4. Voor het heronderzoek worden dezelfde stappen doorlopen als bij het reguliere onderzoeksproces zoals beschreven in artikel 2.4 tot en met 2.6. 5. Artikel 2.7 is van overeenkomstige toepassing.

ingediend door middel van ondertekening van het onderzoeksverslag dan wel de op het onderzoeksverslag aangetekende mondelinge bevestiging van de aanvraag. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid, kan het college in het dringende belang van de cliënt besluiten om een maatwerkvoorziening ambtshalve te verstrekken indien en zolang het niet mogelijk is dat hiervoor door of namens de cliënt een aanvraag wordt ingediend. 4. Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening overlegt de cliënt een budgetplan, een zorgplan en een verklaring omtrent gedrag van maximaal 6 maanden oud van de hulpverlener. 5. Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing overlegt de cliënt een budgetplan en een offerte. Artikel 3.3.9 Heronderzoek en evaluatie 1. Na toekenning van een maatwerkvoorziening voor dienstverlenende ondersteuning wordt periodiek een evaluatie gepland om de ondersteuningsdoelen en de doelmatigheid en kwaliteit van de ondersteuning te monitoren. 2. Na toekenning van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of aanpassing kan periodiek een evaluatie worden gepland om de doeltreffendheid van de voorziening te monitoren. 3.

Indien de beschikkingsperiode afloopt en de ondersteuning nog niet is beëindigd, kan het college besluiten cliënt te informeren via een brief dat door of namens de cliënt een melding kan worden gedaan als de ondersteuning nog nodig is. De doelgroepen die actief geïnformeerd worden, worden uitgewerkt in de beleidsregels. 4. Voor het heronderzoek worden dezelfde stappen doorlopen als bij het reguliere onderzoeksproces zoals beschreven in artikel 3.3.1 tot en met 3.3.5. 5. Artikel 3.3.6 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.6 Vervoersvoorzieningen Er zijn geen lokale algemene toegankelijke vervoersvoorzieningen. Artikel 4.8 Vervoer 1. Het college kent geen vervoersvoorziening toe als de cliënt redelijkerwijs in staat is zelfstandig het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken of dit (opnieuw) aan kan leren. 2. Een te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie stelt de cliënt in staat zich lokaal te verplaatsen met een omvang van maximaal 1500 kilometer per jaar. 3. Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening kan het college het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur hanteren.

Artikel 4.11 Hoogte persoonsgebonden budget 3. Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning is gelijk aan het loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Daarbij is het niet van belang of het om een formele of informele hulpverlener gaat.

4. b. in afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van respectievelijk individuele begeleiding of dagbesteding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 3.9.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende

Artikel 3.4.4 Vervoersvoorzieningen De algemene vervoersvoorzieningen bestaan uit een collectief aanbod van vervoersdiensten. Artikel 3.5.8 Vervoer 1. Het college kent geen vervoersvoorziening toe als de cliënt redelijkerwijs in staat is zelfstandig het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken of dit (opnieuw) aan kan leren. 2. Een te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie stelt de cliënt in staat zich lokaal te verplaatsen met een omvang van maximaal 1500 kilometer per jaar. 3. Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening kan het college het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur hanteren. 4. Bij het verstrekken van collectief vraagafhankelijk vervoer komt, binnen zijn werkingsgebied, de Wijkhopper als goedkoopst adequate voorziening als eerste vervoersoptie in aanmerking, tenzij in de cliënt gelegen beperkingen zich daartegen verzetten. Artikel 3.5.11 Hoogte persoonsgebonden budget 3. Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning is gelijk aan het loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren.

Daarbij is het niet van belang of het om een formele of informele hulpverlener gaat. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, kan het budget met die lasten worden verhoogd. De werkgeverslasten zijn vermeld op de website van de Sociale Verzekeringsbank. 4. b. in afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van respectievelijk individuele begeleiding of dagbesteding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 3.9.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende

bij de Functiewaardering Gezondheidszorg (FWG) 30 van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren.

Artikel 4.11 Hoogte persoonsgebonden budget 8. Het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel a. is gelijk aan het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. b. de verschillende categorieën van hulpmiddelen worden nader uitgewerkt in beleidsregels. c. het persoonsgebonden budget voor onderhoud en de verzekering van het hulpmiddel wordt jaarlijks vastgesteld en is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten.

bij de Functiewaardering Gezondheidszorg (FWG) 30 van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, kan het budget met die lasten worden verhoogd. De werkgeverslasten zijn vermeld op de website van de Sociale Verzekeringsbank. Artikel 3.5.11 Hoogte persoonsgebonden budget 8. Het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel a. is gelijk aan maandtarief vermenigvuldigd met de afschrijvingstermijn vermenigvuldigd met factor 0,6. b. De afschrijftermijn bedraagt vijf jaar voor vervoershulpmiddelen en rolstoelen. De afschrijftermijn bedraagt 10 jaar voor woonhulpmiddelen.” c. het persoonsgebonden budget voor onderhoud en de verzekering van het hulpmiddel bedraagt in totaal maximaal €500 per jaar, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. Dit bedrag kan jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden conform de prijsindex die gehanteerd wordt voor het contract met de hulpmiddelenleveranciers. Toelichting bij lid a: De factor 0,6 is toegepast, omdat in het maandtarief een factor is opgenomen voor stilstand in depot en voor onderhoud en verzekering.

Stilstand en depot hoeft niet te worden meegenomen in het pgb en onderhoud en verzekering worden jaarlijks vergoed op factuurbasis (zie lid c). Toelichting bij lid b: De afschrijftermijn voor vervoersvoorzieningen en rolstoelen is gelijk aan de afschrijftermijn voor hulpmiddelen die gehanteerd wordt door de Belastingdienst. De afschrijftermijn voor woonhulpmiddelen zoals tilliften, til-/transferhulpmiddelen en bad-/douche-/toiletvoorzieningen is hoger, namelijk tien jaar. Met deze afschrijftermijn zijn de pgb-bedragen meer in lijn met de markttarieven die de inwoner nodig heeft om

Artikel 5.4 Bijdrage maatwerkvoorzieningen 2. De cliënt betaalt een bijdrage voor het gebruik van het collectief vervoer, die per rit bestaat uit: a. een opstaptarief van € 0,60 en een kilometertarief van € 0,13 als de besproken aanvangstijd van de rit binnen de daluren ligt; b. een opstaptarief van € 1,08 en een kilometertarief van € 0,18 als de besproken aanvangstijd van de rit buiten de daluren ligt.

Werk en Inkomen (Participatiewet) Was Artikel 2.1 Doelgroep De doelgroep van dit hoofdstuk zijn de personen wonende in de Drechtsteden, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: a. die uitkeringsgerechtigde zijn; b. die niet-uitkeringsgerechtigde zijn, dan wel een uitkering ingevolge de ANW ontvangen; c. die gesubsidieerd werkende zijn; d. aan wie het UWV een uitkering verstrekt, indien en voor zover het college en het UWV dit overeenkomen. Artikel 2.19 Participatieplekken 1. Het college organiseert een aanbod van participatieplekken in de gemeente waar inwoners onder begeleiding vrijwillige additionele activiteiten uitvoeren, gericht op participatie in de samenleving. 2. De participatieplekken zijn (onder meer) toegankelijk voor inwoners van de Drechtsteden met een bijstandsuitkering of inwoners van wie het college inschat dat zij op een bijstandsuitkering aangewezen zijn.

zelf het hulpmiddel aan te kunnen schaffen. Met de afschrijftermijn wordt de economische afschrijftermijn bedoeld. Deze is niet per definitie gelijk aan de technische afschrijftermijn. Dat betekent dat na het verstrijken van de afschrijftermijn niet vanzelfsprekend een nieuw recht op een pgb ontstaat. Hiervoor zal de individuele noodzaak opnieuw beoordeeld moeten worden. Artikel 3.6.4 Bijdrage maatwerkvoorzieningen 2. De cliënt betaalt een bijdrage voor het gebruik van het collectief vervoer, die per rit bestaat uit: a. een opstaptarief van € 1,12 en een kilometertarief van € 0,19 als de besproken aanvangstijd van de rit binnen de daluren ligt; b. een opstaptarief van € 1,57 en een kilometertarief van € 0,27 als de besproken aanvangstijd van de rit buiten de daluren ligt. 3. De cliënt met een inkomen tot maximaal 140% van de geldende bijstandsnorm en een geldige indicatie voor collectief vervoer als maatwerkvoorziening ontvangt een korting van 40% op het opstaptarief en het kilometertarief.

Wordt Artikel 4.1.1 Doelgroep De doelgroep van dit hoofdstuk zijn de personen wonende in Dordrecht, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: a) die uitkeringsgerechtigde zijn; b) die niet-uitkeringsgerechtigde zijn, dan wel een uitkering ingevolge de ANW ontvangen; c) die gesubsidieerd werkende zijn; d) aan wie het UWV een uitkering verstrekt, indien en voor zover het college en het UWV dit overeenkomen. Artikel 4.1.18 Participatieplekken 1. Het college organiseert een aanbod van participatieplekken in de gemeente waar inwoners onder begeleiding vrijwillige additionele activiteiten uitvoeren, gericht op participatie in de samenleving. 2. De participatieplekken zijn (onder meer) toegankelijk voor inwoners van Dordrecht met een bijstandsuitkering of inwoners van wie het college inschat dat zij op een bijstandsuitkering aangewezen zijn.

Jeugdhulp De modelverordening van de VNG (versie 3 december 2024) heeft als basis gediend voor het hoofdstuk Gezond en Veilig opgroeien. Hieronder geven we per artikel aan wat we aangepast hebben ten opzichte van de modelverordening en welk artikel in de huidige verordening Jeugdhulp het betreffende artikel vervangt. Was Wordt Artikel 1 Algemene begrippenlijst Artikel 2 Artikel 2.1 Artikel 4 Artikel 6.1.1 – Vormen van jeugdhulp Lid 1. Bij ‘overige voorzieningen’ is ‘jeugdteam’ veranderd in ‘lokaal team’. Dyslexie is hier als voorziening weggehaald, aangezien dit een individuele voorziening die per jeugdige op maat aangeboden wordt. We hebben een apart artikel opgenomen over dyslexie. Lid 2. Bij ‘individuele voorzieningen’ zijn de Zuid-Holland Zuidse productcategorieën ingevuld. Lid 3. Nieuw ten opzichte van modelverordening. Overgenomen naar voorbeeld van de gemeente Groningen en aangepast naar de Zuid-Holland Zuidse context. Lid 4. Aangepast naar een meer algemene verwijzing naar de maximale duur en frequentie van producten, die vastgelegd zijn in bijlage 1 bij de verordening (dus niet per product beschreven wat de modelverordening wel doet). Lid 5. Niet overgenomen uit de modelverordening, omdat we dit al in lid 3 hebben geregeld. Artikel 5 Artikel 6.2.1 - Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Lid 1 en 2. Geen aanpassingen. Lid 3.

Toegevoegd ‘en de nadere regels’ na ‘in deze verordening….’

Artikel 6

Artikel 7 en 11

N.B. Lid 3 van de huidige verordening laten we vervallen. Reden: Er wordt op dit moment in de praktijk geen uitvoering aan dit lid gegeven omdat het geen collegebevoegdheid is. Artikel 6.2.2 - Toegang jeugdhulp via de gemeente Lid 1 t/m 6. Geen aanpassingen. Lid 5. De tien weken zijn als volgt opgebouwd: familiegroepsplan opstellen door jeugdige en ouder(s) (2 weken), onderzoek uitvoeren door college (6 weken), beschikking opstellen door college (2 weken). Lid 7. Aangepast naar de huidige verordening: het woord ‘passende’ vervangen door ‘tijdelijke’ en ‘in afwachting van de uitkomst van het onderzoek’ toegevoegd. Artikel 6.3.1 - Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren Lid 1. ‘met de jeugdige of zijn ouder(s)’ gewijzigd in ‘met de jeugdige en/of zijn ouder(s)’. En toegevoegd: ‘waarbij de jeugdige tenminste één keer wordt gezien’ naar voorbeeld van Groningen. Lid 2. Verplaatst naar artikel 2.1.2 lid d Lid 3 t/m 4. Geen aanpassingen. Lid 5. Onder C. Aangepast naar de balans tussen draagkracht en draaglast, incl. verwijzing naar artikel 10.

Lid 5. Onder C. Er is een uitsplitsing gemaakt naar andere voorzieningen, algemene voorzieningen en individuele voorzieningen (4e, 5e en 6e). Naar voorbeeld van Groningen. Lid 6. Geen aanpassingen. Lid 7. Toegevoegd ‘…. dat het gecontracteerde zorgaanbod het uitgangspunt is en…..’. Op basis van jurisprudentie (Groningen 2015-wmo zaak) mag de gemeente het PGB niet presenteren als uitzonderlijk of beperken door ontmoedigende voorlichting. ZIN mag als uitgangspunt gelden, maar de keuzevrijheid moet volledig behouden blijven. Artikel 13 Artikel 9 Artikel 10

Artikel 12

Artikel 8

Nadere regels

N.B. we spreken niet meer over melden. Dit mag juridisch niet. Artikel 6.3.2 - Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming Geen aanpassingen. Artikel 6.3.3 – Identificatie Geen aanpassingen. Artikel 6.3.4 – Verslag Lid 1. 30 werkdagen is gewijzigd in 10 werkdagen. Dit is getoetst op uitvoerbaarheid. Lid 2. Geen aanpassingen. Lid 3 en 4. Toegevoegd ‘ondertekend ter akkoord’. Lid 4. Aangepast naar eigen draagkracht. De term ‘Overige voorziening’ veranderd in ‘algemene voorziening'. Artikel 6.3.5 – Criteria voor toekenning van een individuele voorziening Lid 1. Aangepast naar voorbeeld van Groningen en aangepast naar draagkracht. De term ‘Overige voorziening’ veranderd in ‘algemene voorziening'. Lid 2. Toegevoegd naar voorbeeld van Groningen. Zelf toegevoegd: “tenzij sprake is van gewijzigde omstandigheden of een hernieuwde hulpvraag.” Lid 3. Toegevoegd: “Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’. Normale uitdagingen voor kinderen, jongeren en ouders’ van het Nederlands Jeugdinstituut’, opgave in bijlage 2 bij deze verordening.” Lid 4. De term ‘Overige voorziening’ veranderd in ‘algemene voorziening'. Lid 5.

Geen aanpassingen Lid 6: Toegevoegd ‘Indien er geen bewezen effectieve interventie is, moet de jeugdhulpaanbieder aantonen dat hij werkt met een practice based methodiek of een historisch en in de branche gangbare methodiek’. Lid 7. Geen aanpassingen. Lid 8 en 9. Is facultatief en nemen we over. Dwingt ons als gemeente om hulpvragen integraal op te pakken. Artikel 6.3.6 - Beoordeling draaglast en draagkracht (titel is aangepast) Lid 1. Toegevoegd op basis van huidige verordening. Lid 2. Aangepast naar de balans tussen draagkracht en draaglast. Lid 2 van de modelverordening hebben we niet overgenomen. Wie tot het sociaal netwerk behoren, staat bij de definities vermeld. Lid 3. ‘en het probleemoplossend vermogen’ weggehaald. Lid 4. Aangepast naar de balans tussen draagkracht en draaglast. Lid 5. Geen aanpassingen. Artikel 6.3.7 – Vervoer Dit artikel is aangepast aan voorbeelden van andere gemeenten en

Nieuw

Nieuw

Nieuw Artikel 14 Artikel 15

Nieuw Nieuw

Artikel 20

Artikel 15

Nieuw Artikel 17 Nieuw

concreter gemaakt, gecombineerd met het artikel van de modelverordening en onze huidige nadere regels. Artikel 6.3.8 – Dyslexie Lid 1. Aangepast in ‘De zorg voor kinderen die primair onderwijs volgen...’ Lid 2. Verwijzing naar meest actuele protocol. Artikel 6.3.9 – Vaktherapie Lid 1 Geen aanpassingen. Lid 2 verbinding gelegd met artikel 6.3.2 lid 2 over de vereiste deskundigheid van de adviseur N.B. Lid 1, 2 en 5 uit de modelverordening hebben we niet overgenomen, omdat dit in bijlage 1 ‘dienstomschrijvingen’ staat beschreven. Lid 3. Gekozen voor 30 uur, zoals ook in de huidige nadere regels beschreven staat. Artikel 6.3.10 – Kinderopvang en Buitenschoolse opvang Geen aanpassingen. Artikel 6.3.11 – Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening Geen aanpassingen. Artikel 6.4.1 – Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb Geen aanpassingen. Artikel 6.4.2 – Pgb-vaardigheid Geen aanpassingen. Artikel 6.4.3 – Onderscheid pgb formele hulp en pgb sociaal netwerk Titel aangepast van de modelverordening. Was ‘Onderscheid formele en informele hulp’. Lid 1 t/m 4. De term ‘formele hulp’ veranderd in ‘pgb formele hulp en de term ‘informele hulp’ veranderd in ‘pgb sociaal netwerk’. Artikel 6.4.4 – Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb Lid 1.

Aangepast naar de huidige verordening: ‘minimaal aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de overeenkomsten met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio’ toegevoegd. Verder geen aanpassingen. Lid 2 en 3. Geen aanpassingen. Artikel 6.4.5 – Hoogte pgb Lid 1. Geen aanpassingen. Lid 2. ‘Minimaal 100% van' is weggehaald. En ‘informele hulp’ is aangepast in ‘sociaal netwerk’. Lid 3. Percentages aangepast naar de huidige situatie: 80%-20%. Lid 4 t/m 7. Geen aanpassingen. Artikel 6.4.6 – Uitgesloten van pgb Sub e toegevoegd naar voorbeeld van gemeente Groningen. Artikel 6.5.1 – Inlichtingen Geen aanpassingen. Artikel 6.5.2 – Niet meewerken ouder(s)

Artikel 16 en 17

Artikel 18

Artikel 17

Nieuw Artikel 3 en nadere regels

Artikel 19

Geen aanpassingen. Artikel 6.5.3 – Intrekking, herziening, opschorting en terugvordering Lid 1. Geen aanpassingen Lid 2 onder G. Toegevoegd ‘met het pgb jeugdhulp’. Voor twaalf weken gekozen naar voorbeeld van Groningen. We achten dit redelijk. Lid 3 en 4. Voor drie maanden gekozen naar voorbeeld van Groningen. We achten dit redelijk. Artikel 5 t/m 7. Geen aanpassingen. Artikel 6.5.4 – Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s Lid 1. ‘Het college wijst…’ veranderd in ‘Het college kan een toezichthouder aanwijzen…’. Lid 2 en 3. Geen aanpassingen Artikel 6.5.5 – Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik Geen aanpassingen. Artikel 6.6.1 – Voorliggende voorzieningen Geen aanpassingen. Artikel 6.6.2 – Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning Lid 1 en 2. Geen aanpassingen. Lid 3. Onder B. Aangepast naar de balans tussen draagkracht en draaglast. Lid 4 en 5. Geen aanpassingen. Lid 6 en 7. Aangevuld met het perspectiefplan. Artikel 6.7.1 – Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Lid 1 onder e. overgenomen uit huidige verordening. Lid 2 en 3. Geen aanpassingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1089/documents/45506