CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

WAS WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 mei 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 47: Vaststellen 25e wijziging Algemene plaatselijke verordening Dordrecht - Raadsvoorstel2.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT WIJZIGINGS -ARTIKEL A

APV ARTIKEL

OUD

NIEUW

2:29

Artikel 2:29 Sluitingstijd

Artikel 2:29 Sluitingstijd

1. Het is de exploitant verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing tijdens de nacht van 31 december op 1 januari, de nacht voor Koningsdag en gedurende het evenement Big Rivers carnaval vanaf de nacht van vrijdag op zaterdag tot en met de nacht van maandag op dinsdag. 3. In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde, gelden voor een inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, dezelfde sluitingstijden als voor de winkel waarin de inrichting zich bevindt. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bepaalde: a. voor de exploitatie van een individuele inrichting gelegen in het gebied dat wordt begrensd door de Oude Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Riedijkshaven en de Beneden Merwede en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; b. voor de exploitatie van

1. Het is de exploitant verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing tijdens de nacht van 31 december op 1 januari, de nacht voor Koningsdag en gedurende het evenement Big Rivers carnaval vanaf de nacht van vrijdag op zaterdag tot en met de nacht van maandag op dinsdag. 3. In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde, gelden voor een inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, dezelfde sluitingstijden als voor de winkel waarin de inrichting zich bevindt. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bepaalde: a. voor de exploitatie van een individuele inrichting gelegen in het gebied dat wordt begrensd door de Oude Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Riedijkshaven en de Beneden Merwede en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; b. voor de exploitatie van

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT een multiuitgaanscentrum of mega-discotheek buiten het gebied aangeduid onder a en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; c. voor de exploitatie van een individuele inrichting die onderdeel uitmaakt van multiuitgaanscentrum of mega-discotheek buiten het gebied aangeduid onder a en waarvoor de exploitant van de individuele inrichting beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; d. tot uiterlijk 03.00 uur voor de exploitatie van een individuele inrichting gelegen buiten het gebied dat wordt begrensd door de Oude Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Riedijkshaven en de Beneden Merwede – zelf niet zijnde een inrichting als bedoeld onder b en c - en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; e. tot uiterlijk 03.00 uur voor een individuele inrichting ten behoeve van een incidentele festiviteit met verlate sluitingstijd, met een

een multiuitgaanscentrum of mega-discotheek buiten het gebied aangeduid onder a en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; c. voor de exploitatie van een individuele inrichting die onderdeel uitmaakt van multiuitgaanscentrum of mega-discotheek buiten het gebied aangeduid onder a en waarvoor de exploitant van de individuele inrichting beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; d. tot uiterlijk 03.00 uur voor de exploitatie van een individuele inrichting gelegen buiten het gebied dat wordt begrensd door de Oude Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Riedijkshaven en de Beneden Merwede – zelf niet zijnde een inrichting als bedoeld onder b en c - en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan; e. tot uiterlijk 03.00 uur voor een individuele inrichting ten behoeve van een incidentele festiviteit met verlate sluitingstijd, met een

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT

f.

maximum van vijf ontheffingen (“verlaatjes”) per jaar; tot uiterlijk 03.00 uur voor een individuele inrichting gelegen in een horecaconcentratiege bied, ten behoeve van een incidentele festiviteit met verlate sluitingstijd, met een maximum van zeven ontheffingen (“verlaatjes”) per jaar, onverminderd het bepaalde in onderdeel e.

met dien verstande dat een dergelijke ontheffing geen betrekking heeft op een terras en andere aanhorigheden. 5. Een ontheffing als bedoeld in het vorige lid vervalt van rechtswege zodra de op de inrichting betrekking hebbende exploitatievergunning, als bedoeld in artikel 2:28 lid 1 a. door de burgemeester wordt ingetrokken of b. van rechtswege vervalt, als bedoeld in artikel 2:28 E lid 1. 6. De burgemeester verleent geen ontheffing voor een exploitatie van een inrichting als bedoeld in het vierde lid sub a, b, c, d, e en f indien er sprake is van de exploitatie van club- en/of buurthuis, kantine van een sportvereniging of een andere eet- of drinkgelegenheid, welke onderdeel vormt van een paracommerciële rechtspersoon. 7. Het bepaalde in artikel 2:28 D, leden 1, 2 en 3 en het bepaalde in artikel 2:28 F is

f.

maximum van vijf ontheffingen (“verlaatjes”) per jaar; tot uiterlijk 03.00 uur voor een individuele inrichting gelegen in een horecaconcentratiege bied, ten behoeve van een incidentele festiviteit met verlate sluitingstijd, met een maximum van zeven ontheffingen (“verlaatjes”) per jaar, onverminderd het bepaalde in onderdeel e.

met dien verstande dat een dergelijke ontheffing geen betrekking heeft op een terras en andere aanhorigheden. 5. Een ontheffing als bedoeld in het vorige lid vervalt van rechtswege zodra de op de inrichting betrekking hebbende exploitatievergunning, als bedoeld in artikel 2:28 lid 1 a. door de burgemeester wordt ingetrokken of b. van rechtswege vervalt, als bedoeld in artikel 2:28 E lid 1. 6. De burgemeester verleent geen ontheffing voor een exploitatie van een inrichting als bedoeld in het vierde lid sub a, b, c, d en f indien er sprake is van de exploitatie van club- en/of buurthuis, kantine van een sportvereniging of een andere eet- of drinkgelegenheid, welke onderdeel vormt van een paracommerciële rechtspersoon. 7. Het bepaalde in artikel 2:28 D, leden 1, 2 en 3 en het bepaalde in artikel 2:28 F is

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT van overeenkomstige toepassing op een ontheffing. 8. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer inrichtingen en/of daartoe horende terrassen andere dan de krachtens lid 1 en 2 geldende sluitingstijden vaststellen. 9. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. 10. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de ontheffing om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde. B

C

2:39 D

2:59

van overeenkomstige toepassing op een ontheffing. 8. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer inrichtingen en/of daartoe horende terrassen andere dan de krachtens lid 1 en 2 geldende sluitingstijden vaststellen. 9. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. 10. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de ontheffing om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde.

Artikel 2:39 D Vergunningplicht voor exploitatie speelautomatenhallen

Artikel 2:39 D Vergunningplicht voor exploitatie speelautomatenhallen

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te exploiteren of te doen exploiteren. 2. 2.De burgemeester kan vergunning verlenen voor maximaal vier speelautomatenhallen. 3. 3.De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijftien jaar.

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te exploiteren of te doen exploiteren. 2. 2.De burgemeester kan vergunning verlenen voor maximaal drie speelautomatenhallen. 3. 3.De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijftien jaar.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT a. anders dan kort aangelijnd nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt; b. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. 2. In het eerste lid wordt verstaan onder: a. muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof , of van stevig leer, of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf en geringe opening van de bek van de hond toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan

wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT

D

2:79

b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij enstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of

WAS -WORDT LIJST 25e WIJZIGING APV DORDRECHT een erf. 3. De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet. E

4:5 C NIEUW

F

BIJLAGE 1 NIEUW

een erf. 3. De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet. Artikel 4:5 C Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. BIJLAGE 1 HORECACONCENTRATIEGEBIEDEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2:27, LID 8 (KAARTJE)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1102/documents/47788