Warmteprogramma Dordrecht aangepast nav zienswijze.pdf
Tekst van het document
Warmteprogramma Dordrecht
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave....................................................................................................... 2 Begrippenlijst......................................................................................................... 4 Voorwoord.............................................................................................................. 8 Samenvatting......................................................................................................... 9 1. Inleiding............................................................................................................ 12 1.1 Context (landelijk, regionaal, lokaal)...........................................................12 1.1.1 Drechtsteden: regionale samenwerking aan 100% procent aardgasvrij .......................................................................................................................
12 1.1.2 Ambitie regionaal warmtenet................................................................12 1.2 Ambitie van de gemeente...........................................................................13 1.3 Doel van dit warmteprogramma..................................................................13 1.4 Veranderingen ten opzichte van de Transitievisie Warmte..........................14 1.5 Proces warmteprogramma............................................................................. 15 2. Regie, samenwerking en participatie...............................................................16 2.1 Invulling regierol.......................................................................................... 16 2.2 Partnersamenwerking.................................................................................. 16 2.3 Visie op inwonerparticipatie........................................................................18 2.4 Uitgangspunten........................................................................................... 19 3. Transitiepaden en fasering............................................................................... 21 3.1 Duurzame warmteopties.............................................................................
21 3.1.1 Isolatie: warmtevraag verminderen......................................................21 3.1.2 Warmtenet............................................................................................ 22 3.1.3 All-electric............................................................................................. 22 3.1.4 Besparingsbuurt: hybride warmtepomp................................................23 3.1.5 Klimaatneutraal gas.............................................................................. 24 3.1.6 Koeling.................................................................................................. 24 3.2 Criteria voor warmteoptie per buurt............................................................25 3.2.1 Laagste nationale kosten......................................................................25 3.2.2 Duurzaamheid....................................................................................... 25 3.2.3 Inpasbaarheid in de ondergrond en de openbare ruimte......................27 3.3 Criteria voor volgorde buurten....................................................................27 3.4 Perspectiefkaart per buurt...........................................................................28 3.5 Uitnodigingskader.......................................................................................
29 3.6 Energiesysteem toets.................................................................................. 30 2
3.6.1 Uitgangspunten .................................................................................... 30 3.6.2 Effecten op het energiesysteem ...........................................................31 4. Juridisch kader.................................................................................................. 34 4.1 Ontwikkelingen uit de Wgiw........................................................................35 4.2 Vooruitblik overgangsregeling en aanwijzingen na invoering Wcw.............37 4.3 Plan-mer-beoordeling.................................................................................. 38 5. Aanpak tot en met 2035................................................................................... 40 5.1 Crabbehof....................................................................................................... 41 5.2 Oud- en Nieuw Krispijn................................................................................... 41 5.3 Wielwijk.......................................................................................................... 42 5.4 Andere buurten.............................................................................................. 43 6.
Warmtetransitie per doelgroep.........................................................................45 6.1 Utiliteit......................................................................................................... 45 6.2 Sociale woningbouw.................................................................................... 46 6.3 Overige huurwoningen................................................................................ 46 6.4 VvE’s........................................................................................................... 46 6.5 Eigenaar grondgebonden woning................................................................47 6.6 Bedrijventerreinen....................................................................................... 48 6.7 Nieuwbouw.................................................................................................. 49 6.8 Warmtegemeenschap.................................................................................. 50 7. Monitoring en evaluatie.................................................................................... 51 7.1 Monitoring................................................................................................... 51 7.2 Evaluatie en herijking..................................................................................
52 Bijlagen................................................................................................................ 53 Bijlage 1. Blauwdruk participatiestrategie.........................................................53 Bijlage 2. Participatiestrategie...........................................................................53 Bijlage 3. Uitkomsten bewonersonderzoek........................................................53 Bijlage 4. Warmtevisie historische binnenstad..................................................53 Bijlage 5. Toelichting warmteperspectief per buurt...........................................53 Bijlage 6. Rapportage transitiegereed Crabbehof en Nieuw-Krispijn.................53 Bijlage 7. Aansluitingen warmtenet...................................................................53
3
Begrippenlijst Aanwijsbevoegdhei d
Aardgasvrij Afleverset
All-electric Aquathermie Buurt
Duurzaam gas Geothermie Hoge temperatuurverwarming Hybride warmteoplossing
Investeringssubsidi e duurzame energie (ISDE) Isolatiestandaard
Lage temperatuur-
Onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is de aanwijsbevoegdheid. Die biedt gemeenten de mogelijkheden om in het omgevingsplan binnen hun grondgebied gebieden aan te wijzen die binnen een bepaalde termijn overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dan dus eindigt. Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos, er kan duurzaam gas worden toegepast. Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt. Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp). Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet. Gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Het is op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen afgebakend. Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of geproduceerd is met duurzame energie, zoals biogas of groene waterstof.
Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten. Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 75 graden of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een cv-ketel op gas. Een klein maar noodzakelijk deel van de warmte wordt opgewekt door verbranding van een gas. Op langere termijn moet hier worden uitgegaan van een duurzaam gas. De ISDE kan worden gebruikt om een woning te verduurzamen. Je kunt subsidie aanvragen nadat je een (hybride)warmtepomp, zonneboiler of elektrische kookvoorziening laat installeren. Of nadat je een woning isoleert of deze aansluit op een warmtenet. De standaard is de term die gebruikt wordt voor de nieuwe standaard voor woningisolatie. Deze standaard geeft aan wanneer de woning goed genoeg geïsoleerd is om aardgasvrij te worden. De standaard is er voor woningen van voor 1945 en voor na 1945. Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een 4
verwarming Lokaal bronnet
Midden temperatuurverwarming Netcongestie
Onderzoeksbeeld
Omgevingsplan
Omgevingswet
Opt-out
Perspectiefkaart Provinciale Meerjarenprogram ma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) Regionale Energiestrategie (RES) Restwarmte Stimuleringsregelin g aardgasvrije huurwoningen (SAH) Toegangsmodel voor derden (nTPA)
temperatuur van 55 graden of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd. Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de warmte-koudeopslag (WKO). Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 tot 75 graden wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. File op het elektriciteitsnet. Netcongestie treedt op als de volledige capaciteit van het net is bereikt. Hierdoor kunnen bedrijven, nieuwbouw- en energieprojecten vaak geen of minder extra elektriciteit afnemen of terugleveren. Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste nationale kosten heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag. Een omgevingsplan bevat algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving, waaronder de warmtevoorziening. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan onder de Omgevingswet. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten.
De mogelijkheid waarbij gebouweigenaren niet kiezen voor de beoogde warmteoptie in de buurt, maar hij/zij zelf voor een gelijkwaardig alternatief zorgt (de opt-out regeling). De perspectiefkaart geeft voor iedere buurt de beoogde warmteoptie en bijbehorende tijdsaanduiding weer. In het pMIEK wordt op provinciaal niveau keuzes vastgelegd over energie-infrastructuurprojecten, zoals hoogspanningsleidingen, transformatorstations of waterstofleidingen. In de RES onderzoeken 30 energieregio’s hun vraag naar warmte en elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd. Warmte die vrijkomt bij industriële processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten. De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor verhuurders die de overstap willen maken van aardgas naar een lokaal of regionaal warmtenet. De regeling biedt een tegemoetkoming in de kosten die binnen en buiten de woning gemaakt moeten worden voor de aansluiting op een andere warmtebron. HVC (in het geval van onze regio) dient andere warmteleveranciers tegen een redelijke vergoeding toegang te verlenen/bieden tot de door haar aangelegde 5
Transitievisie Warmte (TVW)
Transitiepad Uitvoeringsplan
Versnellingsprogra mma
Warmtegemeensch ap
Warmtekavel Warmtenet
Warmteoptie Warmtepomp Warmteprogramma
Warmtetransitie
thermische infrastructuur zodat andere warmteleveranciers daarvan gebruik kunnen maken. Document opgesteld in 2021 waar op gemeenteniveau richting is gegeven aan een aardgasvrije toekomst. De TVW is gebruikt als basis voor dit warmteprogramma. Bij tegenstrijdigheden tussen de TVW en het warmteprogramma is het warmteprogramma leidend. In een transitiepad schetsen we per buurt de route om tot een warmteoptie te komen. Per buurt of wijk wordt een uitvoeringsplan opgesteld om dit gebied met een gebiedsgerichte aanpak aardgasvrij te maken. Dit plan wordt samen met bewoners en gebouweigenaren uit de buurt of wijk bepaald. De nationale kosten, kosten voor bewoners/gebouweigenaren en de lokale situatie worden hierin meegewogen. Regionaal document dat in januari 2024 is ondertekend door gemeenten en partners. Het versnellingsprogramma beschrijft hoe de partijen elkaar vasthouden in deze warmtetransitie en ons individueel en gezamenlijk inzetten om de ambitie en versnelling tot stand te brengen. Een warmtegemeenschap is een warmtebedrijf van, voor en door de eindgebruikers. Dat betekent dat het eigendom en de zeggenschap over het warmtenet liggen bij de eindgebruikers van het warmtenet. Warmtegemeenschap is een term die in de Wet collectieve warmte (Wcw) is geïntroduceerd. Belangrijke eigenschappen zijn: lokaal eigendom, democratisch zeggenschap en geen winstoogmerk.
Een gebied waarvoor een warmtebedrijf is of kan worden aangewezen voor de inkoop, productie, transport en levering van warmte. Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben. De beoogde infrastructuur voor aardgasvrije warmtelevering per buurt. Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur en staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte. Het warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. In dit programma beschrijft de gemeente haar plannen voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van buurten en wijken voor de komende 10 jaar. En daar waar dit bekend is wordt ook het perspectief van de overige buurten gegeven. Het warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte die in 2021 is vastgesteld. De warmtetransitie is de overgang van het gebruik van aardgas om gebouwen te verwarmen naar duurzame 6
Wet collectieve warmte (Wcw)
Wijk Woningequivalent (WEQ)
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)
alternatieven. De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de Warmtewet. Het doel van de nieuwe wet is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen (betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid) beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing. Gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. Het warmteverbruik van utiliteitsgebouwen is anders dan dat van woningen. Om het vergelijkbaar te houden wordt de eenheid WEQ gebruikt. Een WEQ is de hoeveelheid warmte die voor één woning gemiddeld gebruikt wordt. Bij vastgoed met een grootverbruikaansluiting (bijvoorbeeld een ziekenhuis) geldt een omrekenfactor van vermogen in kW/10, bijvoorbeeld 100 kW = 10 WEQ. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheid om regie te kunnen voeren over de wijkgerichte aanpak om woningen en gebouwen te verduurzamen (de warmtetransitie). De wet bevat hiervoor de noodzakelijke waarborgen.
Een belangrijk instrument is de aanwijsbevoegdheid.
7
Voorwoord Dordrecht wil graag in 2040 klimaatneutraal zijn. Hiermee loopt de gemeente vooruit op de landelijke afspraken uit het Klimaatakkoord. We stoppen (zoveel mogelijk) met aardgas en gaan daarom over op andere, schonere warmtebronnen voor het verwarmen van onze gebouwen en voor koken en douchen. Bij het gebruik van aardgas komt CO2 vrij en dat draagt bij aan de opwarming van de aarde. Hierdoor krijgen we meer last van droogte, hitte en hevige regenval. Stoppen met aardgas zorgt voor een flinke afname van de CO2-uitstoot. En hoe minder CO2 in de lucht, hoe beter het is voor het klimaat. We zijn al goed op weg. Zo ligt er in Dordrecht al 33 kilometer aan warmtenet in de grond. In de wijk Crabbehof zijn hier al veel woningen op aangesloten. Sommige woningeigenaren hebben zelf al een warmtepomp geïnstalleerd en zijn druk bezig met het isoleren van de woning. Maar niet alle buurten en woningen zijn hetzelfde. Dat betekent dat er verschillende alternatieven voor aardgas nodig zijn. Dit Warmteprogramma geeft inzicht in welke warmte-oplossingen in welke wijk de voorkeur heeft. Daarbij houden we de kosten goed in de gaten; de oplossing moet voor onze inwoners haalbaar en betaalbaar zijn. Voor de ene buurt is dat het warmtenet, voor de andere buurt kunnen warmtepompen de oplossing zijn.
Voor sommige buurten weten we het nog niet; daar zetten we de komende jaren vooral in op energie besparen. In 2040 moeten alle woningen en bedrijven aardgasvrij zijn. We hebben dus nog een lange weg te gaan. Er zijn ook volop ontwikkelingen die we nauwgezet volgen. Ook initiatieven ui de stad zijn van harte welkom. In sommige buurten zijn we al aan de slag. In andere buurten duurt het wat langer voordat de bewoners over kunnen op een andere warmtebron. Het definitieve plan voor elke buurt maken we samen met de bewoners in de wijkuitvoeringsplannen.
8
Samenvatting Alle gemeenten stellen uiterlijk in 2026 een warmteprogramma op. Het warmteprogramma is een programma onder de Omgevingswet. In dit programma beschrijft de gemeente Dordrecht haar plannen voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van buurten en wijken voor de komende 10 jaar. En daar waar dit bekend is wordt ook het perspectief van de overige buurten of wijken gegeven. Het warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte die in 2021 is vastgesteld. De warmteprogramma’s voor de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht zijn in een gezamenlijk proces opgesteld. Er is hier nauw samengewerkt met de woningcorporaties, warmtebedrijf HVC, Stichting Drechtse Stromen en netbeheerder Stedin. De warmtetransitie raakt vroeg of laat iedereen in Dordrecht. Met dit warmteprogramma geven we duidelijkheid en handelingsperspectief aan onze inwoners, professionele partners, ondernemers en andere gebouweigenaren. Ook draagt dit programma bij aan een zorgvuldige basis voor de uitvoeringsplannen die we gaan opstellen om een wijk of buurt aardgasvrij te maken. Daarnaast zorgt dit programma voor een basis om te rapporteren over de plannen van de lokale warmtetransitie en de voortgang daarvan. Het warmteprogramma herijken we iedere 5 jaar met de meest actuele informatie, dit kan ook eerder indien nodig.
Sinds 2021 is er veel gebeurd op het gebied van de warmtetransitie. De afgelopen 5 jaar heeft Dordrecht veel stappen gezet in de warmtetransitie. Nieuwbouw in het leveringsgebied, maar ook daarbuiten, wordt in principe aangesloten op het warmtenet. Daar waar dat niet mogelijk is, wordt een duurzaam alternatief toegepast. Een mooi voorbeeld is ook de aansluiting op het warmtenet van winkelcentrum Sterrenburg in 2022. Er is al een hoop bestaand en nieuw corporatiebezit aangesloten op het warmtenet en de energielabels van het corporatiebezit zijn verbeterd. Er is veel inzet van alle partijen nodig om een complex aardgasvrij te maken. Dit gaat gestaag. Wel is door alle partners in de Drechtsteden geconcludeerd dat de warmtetransitie niet op het gewenste tempo plaatsvindt. Dit komt door de afhankelijkheid van subsidies en de betaalbaarheid die voor inwoners onder druk staat. Uitgangspunten voor dit warmteprogramma Samen met de andere deelnemende Drechtsteden stelden we uitgangspunten op voor dit warmteprogramma. De uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte zijn als basis gebruikt en herijkt voor dit warmteprogramma samen met de betrokken samenwerkingspartners. De warmtetransitie slaagt alleen als het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is en als iedereen mee kan doen. Op dit moment is dat nog niet overal het geval, omdat niet alle randvoorwaarden op orde zijn.
We pakken de warmtetransitie stap voor stap aan en gaan aan de slag waar dit kan. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is, gaan we op zoek naar tussenstappen. Een belangrijke eerste stap is het toepassen van isolatie en andere vormen van energiebesparing. Warmteperspectiefkaart
9
De warmteperspectiefkaart is het perspectief van de gemeente en stakeholders op de korte en lange termijn warmtetransitie. De combinatie van de uitgangspunten, afwegingscriteria en lokale verrijking hebben geleid tot deze warmteperspectiefkaart. Op de kaart is per buurt de beste warmteoptie met bijbehorend tijdspad aangegeven. Er is zorgvuldig onderzocht welke warmteoptie per buurt de beste keuze is met de kennis van nu. We keken naar de laagste nationale kosten volgens de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving 2025, naar het perspectief op duurzame bronnen, de impact op de openbare ruimte, koppelkansen en de duurzaamheid van de warmteopties. De gemeente en haar stakeholders hebben een beter zicht op de lokale situatie. Hierdoor kan het voorkeursperspectief per buurt in dit warmteprogramma afwijken van het gegeven perspectief in de Startanalyse.
Er zijn minder perspectieven dan op de warmteperspectiefkaart in de Transitievisie Warmte. We hebben voor het aanleggen van het warmtenet nog twee varianten in plaats van drie. Het warmtenet komt er voor 2035 of na 2035. Het perspectief voor klimaatneutraal gas is beperkt. Deze variant kent grote onzekerheden, maar is voor een groot deel van het historisch centrum de enige optie. Aanpak tot en met 2035 De komende 10 jaar gaan we samen met onze partners en de inwoners in vier wijken in Dordt West met een buurtaanpak aan de slag. Het gaat om buurten in Crabbehof, Oud- en Nieuw-Krispijn en Wielwijk. In de andere buurten waar het warmtenet al ligt starten we nog niet met een buurtaanpak, maar kijken we welke kansen zich voordoen om het aantal aansluitingen te vergroten. In de
10
buurten waar het warmtenet op de lange termijn is voorzien en in de besparingsbuurten stimuleren we inwoners om energie te besparen. De gemeente staat open voor andere initiatieven via het uitnodigingskader. Dit uitnodigingskader nodigt initiatiefnemers uit om met de gemeente in gesprek te gaan over andere, kleinschalige duurzame warmteoplossingen. Dit uitnodigingskader geldt voor zowel bewonersinitiatieven (die kunnen groeien naar warmtegemeenschappen) als kleinschalige initiatieven die gebruik maken van de uitzonderingspositie in de Wcw. Dit gaat ook om initiatieven die eventueel gebruik willen maken van het toegangsmodel voor derden (nTPA) voor het warmtenet van HVC. Vervolgstappen Voor onze inwoners wordt de warmtetransitie de komende jaren steeds meer merkbaar: - De woningcorporaties blijven inzetten op het aansluiten van hun bezit op het warmtenet. - De gemeente biedt handelingsperspectief aan alle inwoners door de communicatie te intensiveren en energiebesparingscampagnes te organiseren. Per buurt gaan we aan de slag met uitvoeringsplannen. Hierbij houden we rekening met de uitkomsten van de participatie. De nieuwe voorgenomen wetgeving leidt ertoe dat de gemeente onder andere de volgende stappen gaat zetten: - Vaststellen van een warmtekavel: een warmtekavel is een afgebakend gebied waar een warmtebedrijf een collectief systeem exploiteert.
De Drechtsteden bepalen met elkaar de grootte van een of meerdere warmtekavels. Voor de uitwerking van de kavelstrategie wordt gezamenlijk met de gemeenten in de regio en de betrokkenen bij het warmteprogramma een proces opgestart om de opties en definitieve keuze rondom kavels te bepalen. - Aanwijzen van een publiek warmtebedrijf: alleen warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang kunnen worden aangewezen. In de regio is op basis van vrijwilligheid al meer dan 10 jaar met HVC gewerkt aan de ontwikkeling en de totstandkoming van het huidige warmtenet. De insteek is daarbij altijd geweest om een publiek warmtebedrijf neer te zetten. Daarmee loopt de regio voor op de invoering op de vereisten van de Wcw waarbij een warmtebedrijf in publieke handen voorgeschreven wordt. De inschatting is dan ook dat invoering van de Wcw voor het aanwijzen van een warmtebedrijf en de kavelstrategie een pragmatisch proces wordt. - Wijziging omgevingsplan: het daadwerkelijk aanwijzen van een gebied waar de aanwijsbevoegdheid (beëindigen aardgastransport) wordt ingezet, gebeurt in het omgevingsplan.
11
1. Inleiding In dit hoofdstuk schetsen we de context rondom het warmteprogramma, wat de veranderingen zijn ten opzichte van de Transitievisie Warmte en hoe dit programma tot stand is gekomen.
1.1 Context (landelijk, regionaal, lokaal) In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In 2050 zijn alle Nederlandse gebouwen verduurzaamd, we gebruiken dan geen aardgas meer in onze woningen en bedrijven. De ambitie van het Klimaatakkoord is om in 2030 1,5 miljoen woningen van het aardgas of aardgasvrij-ready te hebben. Ook is afgesproken dat de regierol voor deze warmtetransitie bij de gemeenten ligt. Hoe de gemeenten deze transitie vormgeven, is in de Transitievisie Warmte voor het eerst vastgelegd. Echter ontbrak in 2021 het wettelijk kader om gemeenten ook daadwerkelijk de bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te voeren in de warmtetransitie. Dat wettelijk kader is er met de vaststelling van de Wgiw nu wel. Ook zijn de contouren voor de verdere aanvulling van dat kader met de Wcw en verschillende algemene richtlijnen ook duidelijk.
1.1.1 Drechtsteden: regionale samenwerking aan 100% procent aardgasvrij In de afgelopen jaren is in de Drechtsteden verder gewerkt aan het gezamenlijk groeien naar 100% aardgasvrij. Dordrecht heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Een aardgasvrije gebouwde omgeving is daarbij essentieel. Deze belangrijke opgave kan alleen worden gerealiseerd met samenwerking en collectieve inzet van alle partijen op de warmtetransitie. De samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, HVC, provincie en Stedin loopt al geruime tijd en is geborgd in het Versnellingsprogramma Drechtsteden. We zijn trots op deze basis en de reeds behaalde resultaten in het aardgasvrij maken van de Drechtsteden. We concluderen ook dat de huidige processen en inzet nog niet leidt tot de benodigde snelheid en realisatie van zowel het collectieve spoor, als het individuele spoor van de landelijke en regionale ambitie. Samen met de andere gemeenten in de Drechtsteden zetten we samen met onze partners hiervoor actief in op lobby richting het Rijk.
1.1.2 Ambitie regionaal warmtenet Het warmtenet in Dordrecht is onderdeel van het gezamenlijke Drechtsteden warmtenet. De ambitie voor dit gezamenlijke warmtenet is om tenminste 60.000 aansluitingen op het warmtenet te realiseren in 2050, dit is exclusief bedrijventerreinen. Anno februari 2025 zijn er in heel de Drechtsteden ruim 12.000 warmtenetaansluitingen gerealiseerd. Daarnaast is in de Regionale Energiestrategie (RES) Drechtsteden opgenomen dat er tenminste een aanvullende 12.000 woningequivalenten (WEQ) aardgasvrij wordt gemaakt voor 2030 door middel van aansluiting op een warmtenet. Liever nog sluiten we voor 2030 tenminste 25.000 WEQ op een warmtenet aan. Deze doelstelling komt bovenop de 7.500 WEQ die toen al reeds was aangesloten. De RES Drechtsteden is vastgesteld in 2021.
12
Momenteel zijn de contouren omtrent de wet- en regelgeving voor de warmtetransitie bekend. Hier is rekening mee gehouden bij het opstellen van dit warmteprogramma. Vaststelling van de nieuwe wetgeving is voorzien in de tweede helft van 2026. Deze wet- en regelgeving is essentieel voor het behalen van onze ambitie. In dit warmteprogramma zijn de randvoorwaarden zoals betaalbaarheid en subsidies opgesteld die nodig zijn om onze ambitie te halen, zie paragraaf 2.4.
1.2 Ambitie van de gemeente De ambitie van de gemeente Dordrecht is om in 2040 volledig aardgasvrij te zijn. Samen met de andere Drechtsteden hebben we de ambitie om de warmtetransitie als geheel te versnellen. In dit warmteprogramma is een perspectiefkaart opgenomen waar de aardgasvrije voorkeursoplossing per buurt is aangegeven, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 bespreken we de buurten waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan. Uiterlijk iedere 5 jaar wordt dit warmteprogramma herijkt en de perspectiefkaart en de plannen voor de komende 10 jaar geactualiseerd.
1.3 Doel van dit warmteprogramma Grote inhoudelijke thema's zoals de warmtetransitie worden onder de Omgevingswet uitgewerkt in een programma. In een programma geven we concreet aan wat onze taken en bevoegdheden zijn voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In het warmteprogramma beschrijven we onze plannen voor de verduurzaming van de wijken voor de komende 10 jaar. Het warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW) die de gemeente in 2021 heeft vastgesteld. Het aardgasvrije spoor (individueel of collectief) is voor het eerst vastgelegd in de Transitievisie Warmte van 2021. In dit warmteprogramma zijn deze sporen geactualiseerd en is aangegeven waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan. Daarnaast willen we met dit nieuwe warmteprogramma bereiken dat er: ·
· ·
duidelijkheid en handelingsperspectief is voor bewoners, professionele partners, ondernemers en andere gebouweigenaren. Onder andere door het benoemen van buurten of wijken die voor en na 2035 zullen worden aangepakt. een zorgvuldige basis ligt voor de wijk- of buurtgerichte aanpak. gerapporteerd wordt over de plannen van de lokale warmtetransitie en de voortgang daarvan.
Dit warmteprogramma legt een basis voor de wijk- of buurtgerichte aanpak met de kennis van nu. De uiteindelijke aanpak kan afwijken van wat in dit warmteprogramma is opgeschreven. De aardgasvrije oplossingen gepresenteerd in dit warmteprogramma kunnen veranderen. Dit kan bijvoorbeeld komen door het initiatief voor een bronnet van inwoners of door een afweging van criteria die op wijk- en buurtniveau ervoor zorgen dat een ander alternatief beter scoort. Of door toekomstige ontwikkelingen die nu nog niet kunnen worden voorzien, zoals technische innovaties en door veranderend beleid vanuit het Rijk.
13
1.4 Veranderingen ten opzichte van de Transitievisie Warmte De veranderingen tussen de Transitievisie Warmte en het warmteprogramma volgen uit het veranderde juridisch kader en de inhoud. Juridisch Juridisch betekent dit dat het warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet is. Dit programma verplicht de gemeente om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de doelen uit het programma worden gehaald. Daarnaast krijgt de gemeente uit de toekomstige Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) de instrumenten in handen die noodzakelijk zijn om de warmtetransitie te versnellen. De Wcw geeft de gemeente de bevoegdheid om bestaande gebieden aan te wijzen die van aardgas overstappen naar een collectieve oplossing en om te bepalen wie dat exploiteert. Met de Wgiw krijgt de gemeente de aanwijsbevoegdheid voor het beëindigen van het aardgastransport voor alle oplossingen binnen een bepaalde termijn. In hoofdstuk 4 geven we duidelijkheid over de toepassing van de Wgiw en Wcw in onze gemeente. Inhoudelijk In de Transitievisie Warmte werd gesproken over maatschappelijke kosten. In het warmteprogramma is dit aangepast naar nationale kosten. Onder nationale kosten worden alle kosten en baten verstaan die we als samenleving maken voor een bepaalde warmteoptie, ongeacht wie wat betaalt.
Niet-financiële en indirecte effecten zoals luchtvervuiling en geluidshinder zijn geen onderdeel van deze nationale kosten. Onder maatschappelijke kosten vallen ook deze indirecte effecten die niet meetbaar zijn. Vandaar dat in dit warmteprogramma wordt gerekend met de nationale kosten. In de Transitievisie Warmte zijn enkele gebieden voor een warmtenet aangewezen die relatief ver van elkaar vandaan liggen met daartussen geen kansrijk warmtenetgebied. Het is dan erg kostbaar om deze gebieden met elkaar te verbinden. De positionering van de duurzame bron en mogelijke meekoppelkansen zijn dan bepalend voor welke gebieden daadwerkelijk worden aangesloten op het warmtenet. In dit warmteprogramma is voor de perspectiefkaart deze slag gemaakt met de kennis die nu voor handen is. Er zijn minder perspectieven dan op de perspectiefkaart in de Transitievisie Warmte. We hebben voor het aanleggen van het warmtenet nog twee varianten in plaats van drie. Het warmtenet komt er voor 2035 of na 2035. Het perspectief voor klimaatneutraal gas is beperkt. Deze variant kent grote onzekerheden, maar is voor een groot deel van het historisch centrum de enige optie. De afgelopen 5 jaar heeft Dordrecht veel stappen gezet in de warmtetransitie. Er is al een hoop bestaand en nieuw corporatiebezit aangesloten op het warmtenet en zijn de energielabels van het corporatiebezit verbeterd.
Er is veel inzet van alle partijen nodig om een complex aardgasvrij te maken. Dit gaat gestaag. Het aansluiten van bestaande particuliere woningen is een complexe opgave en vergt veel inzet. Samen met onze partners in de stad zetten we ons in om dit wel 14
mogelijk te maken. Een mooi voorbeeld van die samenwerking is het aansluiten van winkelcentrum Sterrenburg op het warmtenet in 2022. Betaalbaarheid is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Nieuwbouw, zowel binnen als buiten het leveringsgebied wordt in principe aangesloten op het warmtenet. Waar dat niet mogelijk blijkt, worden andere duurzame alternatieven toegepast. Participatie, communicatie en handelingsperspectief zijn essentiële onderdelen. Het is hierin essentieel dat de randvoorwaarden door het Rijk op orde worden gebracht, zie ook paragraaf 2.4. Dit is de afgelopen 5 jaar nog niet verwezenlijkt. We hebben dan ook niet kunnen doorpakken op een buurtaanpak aardgasvrij. Inmiddels zijn we hiermee wel gestart in Crabbehof. Daar hebben we extra financiële ondersteuning voor gekregen, zie paragraaf 6.4. Er zijn een hoop externe factoren waar rekening mee moet worden gehouden en die soms ook onverwachts op ons pad komen. We zijn trots op hoe wij hier met alle partijen goed samenwerken en waar we elkaar blijven vasthouden. En wat we daarmee hebben bereikt in de afgelopen jaren.
1.5 Proces warmteprogramma Bij het opstellen van het warmteprogramma zijn verschillende partijen betrokken. Samen met woningcorporaties Trivire en Woonbron, netbeheerder Stedin, warmtebedrijf HVC, Stichting Drechtse Stromen, verschillende afdelingen van de gemeente en de regio Drechtsteden is dit warmteprogramma in co-creatie opgesteld. Ook hebben we via een enquête bij inwoners opgehaald hoe zij geïnformeerd willen worden bij het vervolg van de warmtetransitie en of en hoe zij willen meedenken over de uitvoeringsplannen. Het betrekken van inwoners op buurt- of wijkniveau in plaats van op gemeentelijk niveau heeft de voorkeur. Bij het opstellen van de uitvoeringsplannen geven we hier verder vorm aan. Om de plannen in dit warmteprogramma tot uitvoering te brengen stellen we een uitvoeringsstrategie op. Hierin brengen we de verschillende bestaande aanpakken en planningen zoals beschreven in paragraaf 6 samen en stellen we een wijkvolgorde vast. Om deze uitvoeringsstrategie ook daadwerkelijk tot uitvoering te kunnen brengen zal er aan voorwaarden voldaan moeten worden. Dit houdt in dat de Wgiw en de Wcw in werking zijn getreden, dat er een definitie is bepaald voor betaalbaarheid en dat de beschikbare warmteoplossingen dan ook betaalbaar zijn voor de verschillende doelgroepen in een buurt of wijk.
15
2. Regie, samenwerking en participatie In dit hoofdstuk lichten we de invulling van de regierol van de gemeente toe. Ook gaan we in op de samenwerking met partnerorganisaties en inwonerparticipatie. Het hoofdstuk eindigt met de uitgangspunten. Deze punten vormen de basis voor de warmtetransitie van de gemeente Dordrecht en de andere vijf genoemde gemeenten in de Drechtsteden.
2.1 Invulling regierol Met het opleveren van de Transitievisie Warmte in 2021 pakten we als gemeente Dordrecht onze regierol op in de warmtetransitie. Hoewel wettelijk (nog) niet is vastgelegd hoe de regierol er precies uitziet, hebben we samen met de andere gemeenten in de Drechtsteden onze uitgangspunten daarvoor wel strategisch gekozen. Onze visie: -
-
-
-
-
We willen voor inwoners en stakeholders helderheid scheppen over de opties voor aardgasvrij en de volgorde wanneer de buurten of wijken van het gas afgaan. Het realistische verhaal staat centraal in de aanpak voor het Warmteprogramma. We willen tempo maken met de warmtetransitie en vinden het versnellen van de resultaten belangrijk. De uitrol van het warmtenet zien we daarbij als belangrijke motor om het elektriciteitsnet te ontlasten en de gehele energietransitie te versnellen. We werken in co-creatie met vele stakeholders aan het Warmteprogramma. Deze multi-stakeholderaanpak borgt een zorgvuldige belangenafweging in de gekozen aardgasvrij oplossing per buurt of wijk. We pakken de warmtetransitie aan in samenhang met ruimtelijke en sociaaleconomische opgaven. We werken hierin samen met partners en andere afdelingen van de gemeente. We streven met deze aanpak naar het beperken van kosten, werk en hinder voor inwoners door opgaven slim te combineren. We kiezen voor daadkrachtig sturen om leiding te geven aan deze complexe en maatschappelijke opgave. Dit is de regio waar we het waar kunnen maken, wij zijn er klaar voor en leveren het voorbeeld voor heel Nederland.
De regio neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en werkt heel goed samen voor het realiseren van de warmtetransitie.1 We pakken deze rol ook in de landelijke lobby onder andere op het gebied van betaalbaarheid en subsidieregelingen omdat we relatief veel praktijkervaring hebben met de inzet hiervan.
2.2 Partnersamenwerking In de Drechtsteden werken we veel vlakken met elkaar samen zoals bijvoorbeeld met deze warmteprogramma’s. Ook zijn er verschillende samenwerkingsovereenkomsten gesloten zoals het Energieakkoord Drechtsteden en het Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij. Warmteprogramma’s 1
Sturende regisseur uit Argumentenfabriek – rollen TVW en filmpje Smart Delta over netcongestie.
16
Zes van de zeven Drechtsteden, te weten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-IdoAmbacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht hebben in een gezamenlijk regionaal traject gewerkt aan de warmteprogramma’s 2025. Deze zes gemeenten hebben ook gezamenlijk de Transitievisies Warmte in 2021 opgesteld. Door dit gezamenlijke proces wordt optimale afstemming binnen de regio verzekerd. Dordrecht en de andere gemeenten in de Drechtsteden groeien met elkaar naar een 100% aardgasvrije regio in uiterlijk 2050. Deze belangrijke opgave kan alleen worden gerealiseerd met samenwerking en collectieve inzet op de warmtetransitie. De samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, warmtebedrijf HVC, Provincie Zuid-Holland, Stedin en Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) loopt al geruime tijd. Energieakkoord Drechtsteden In de regio Drechtsteden werken ruim 35 partners aan het Energieakkoord Drechtsteden. De partners vertegenwoordigen organisaties die elk hun eigen ambities en planning hebben als het gaat om de energietransitie, maar die samen meer kunnen bereiken. Met elkaar zijn we bereid om kennis, mensen en middelen in te zetten om het gebruik van fossiele energiebronnen terug te dringen.
De doelstelling in de regio is een betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaardige energievoorziening.2 Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij In het Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij is vastgelegd dat zowel individuele oplossingen als het collectieve spoor in de warmtetransitie versnelling nodig heeft. Anders wordt het doel om in 2050 energieneutraal te zijn in de regio niet gehaald. Dit Versnellingsprogramma is ondertekend in januari 2024 door alle gemeenten en woningcorporaties in de regio Drechtsteden, de provincie Zuid-Holland, HVC en Stedin. Met het Versnellingsprogramma onderstrepen we de urgentie en ambitie om de warmtetransitie in de Drechtsteden op basis van solidariteit en samenwerking tijdig te realiseren. Waarbij we ons nadrukkelijk inzetten om de uitvoering van de warmtetransitie fors te versnellen. Het Versnellingsprogramma beschrijft hoe wij elkaar in deze opgave vasthouden en ons individueel en gezamenlijk inzetten om deze ambitie en versnelling tot stand te brengen. De inzet heeft zowel betrekking op collectieve oplossingen zoals een warmtenet, als op het collectief organiseren van individuele oplossingen zoals warmtepompen. Een van de afspraken uit het Versnellingsprogramma is dat de gemeenten in 2025 de warmteprogramma’s hebben opgesteld. Dit is eerder dan de wettelijke actualisatietermijn van 31 december 2026.
Met deze planning wordt voldaan aan het zo snel mogelijk inzichtelijk maken van de gewenste duidelijkheid waar welke warmteoptie de voorkeur heeft. Warmtebod Op initiatief van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde Omgeving en het Nationaal Klimaat Platform is in het voorjaar van 2024 een aantal partijen bij elkaar gebracht om te doorgronden waarom de ontwikkeling van warmtenetten 2
RES 1.0 Drechtsteden
17
stagneert. Deze partijen, genoemd de Warmtealliantie, zijn zich gaan verdiepen in de analyse en het vinden van oplossingen om de ontwikkeling van warmtenetten weer op de rails te krijgen. Dit heeft geleid tot het Warmtebod. In het Warmtebod beschrijft de Warmtealliantie de positieve impact op de warmtemarkt indien aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan.
De belangrijkste randvoorwaarden volgens de Warmteallantie zijn: 1. Beheersing van de betaalbaarheid van het warmtenet. 2. Meer toegesneden financiering en optimalisering van subsidiesystemen voor warmtenetten. 3. Snelle duidelijkheid over de marktordening. Alle Drechtsteden gemeenten hebben zich aangesloten bij deze Warmtealliantie en steunen het Warmtebod. Het op orde krijgen van alle randvoorwaarden zoals omschreven in het Warmtebod zal tijd en aanvullende Rijksmiddelen vragen.
2.3 Visie op inwonerparticipatie De warmtetransitie raakt vroeg of laat iedere inwoner in Dordrecht. Het is een grote en ingrijpende opgave om de gehele bebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Niet alleen in de straat, maar ook in elk gebouw. De warmtetransitie is alleen succesvol als iedereen meedoet en de nodige stappen zet naar een aardgasvrije woning of gebouw. Regionaal hebben de Drechtsteden een participatieblauwdruk opgesteld om invulling te geven aan het participatietraject voor de warmteprogramma’s. In twee sessies waarbij alle gemeenten, de regio en HVC vertegenwoordigd waren is deze blauwdruk opgesteld, zie bijlage 1. Vervolgens heeft Dordrecht deze blauwdruk verder uitgewerkt tot een gemeentespecifieke participatiestrategie. Een verdere toelichting van deze strategie is opgenomen in bijlage 2. Het warmteprogramma is nog een vrij abstract document voor (de meeste) inwoners, omdat hier de plannen voor de komende 10 jaar worden geduid, maar nog niet wordt ingezoomd op buurtniveau. Uit de huidige trajecten in buurten en wijken, weten we inmiddels dat de uitvoeringsplannen meer invloed op de directe leefomgeving van inwoners, bedrijven en organisaties hebben. Voor de meeste inwoners is het daarom relevanter om vanaf buurtniveau actief mee te denken.
Wanneer er na het vaststellen van het warmteprogramma verder wordt gegaan met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, geven we participatie in volle omvang vorm. Via een gesloten bewonersonderzoek hebben we 3.700 inwoners gevraagd hoe zij in dat vervolgtraject betrokken willen worden en zijn. En wat zij verstaan onder betaalbaarheid en welke factoren daarbij een rol spelen. Dit bewonersonderzoek is uitgevoerd door Populytics en MSG. Het maakt onderdeel uit van een groter onderzoek waar in totaal 16 gemeenten aan deel nemen. Dordrecht zat in fase 1, dat liep van 11 maart tot en met 2 april 2025. Er hebben 638 inwoners deelgenomen (17%). Drie kwart van de deelnemers wil eenmalig en vaker meedenken over een plan voor de overstap naar duurzame warmte in hun wijk. Ruim de helft daarvan wil 18
dat doen als er een concreet plan ligt of als deze wordt opgesteld. Een derde wil ook meedenken bij het uitwerken van het plan. De meeste deelnemers die mee willen denken, doen dit het liefst via een online onderzoek. Ongeveer een derde wil (ook) meedenken via een meedenkgroep of een bewonersavond. De uitgebreide resultaten zijn opgenomen in bijlage 3a. De uitkomsten van het onderzoek over betaalbaarheid zijn verwerkt in onze visie op betaalbaarheid, zie paragraaf 4.2. Later in 2025 worden de definitieve resultaten bekend gemaakt. Deze worden opgenomen in bijlage 3b.
2.4 Uitgangspunten De keuzes die in dit warmteprogramma zijn gemaakt zijn gebaseerd op de uitgangspunten die samen met bewoners en professionele partners zijn opgesteld in 2021 voor de Transitievisie Warmte. De zes Drechtsteden die onderdeel zijn van het regionale traject om gezamenlijk tot de warmteprogramma’s te komen hebben samen met hun professionele partners deze uitgangspunten herijkt, wat heeft geleid tot de volgende uitgangspunten: 1. Voortvarend aan de slag met isolatie en andere vormen van energiebesparing Goede isolatie, ventilatie en de overstap naar elektrisch koken zijn essentieel om onze gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is een stapsgewijs proces. Ook in buurten waar nog geen betaalbare of passende oplossing is om van het aardgas af te gaan, kunnen woningen en gebouwen al worden voorbereid op de transitie. In die buurten is het van belang gebouweigenaren te stimuleren en te ondersteunen om gebouwen ‘transitiegereed’ te maken door aan de slag te gaan met tussenstappen zoals isoleren, elektrisch koken en hybride oplossingen. In Dordrecht ondersteunen we woningeigenaren daarbij op verschillende manieren. Meer informatie staat in paragraaf 6.5. 2. Iedereen moet mee kunnen doen Betaalbaarheid is voor inwoners van de Drechtsteden een belangrijk vraagstuk.
Er is nog veel onzekerheid over de kosten van de warmtetransitie en de verdeling ervan. Er ligt een taak bij de Rijksoverheid om dit op te lossen. Wat we wel weten is dat de warmtetransitie alleen kan slagen als iedereen mee kan doen, ook mensen met lagere inkomens, en dat daar oplossingen voor moeten komen. Sommige gebouwen, bijvoorbeeld monumenten, zijn moeilijk aardgasvrij te maken, ook deze gebouweigenaren hebben handelingsperspectief nodig. Daarom pakken we de transitie gefaseerd aan en gaan we pas van het aardgas af als het alternatief voor aardgas maatschappelijk aanvaardbaar en voor iedereen toegankelijk is. We erkennen dat deze transitie veel meer is dan een technische operatie. De sociaal-maatschappelijke kant van de transitie is essentieel. Voldoende beschikbaarheid van goede begeleiding en ondersteuning voor gebouweigenaren is daarbij een randvoorwaarde. 3. Bij een collectieve voorkeursoplossing is er altijd een opt-out mogelijkheid Gebouweigenaren en/of bewoners worden altijd betrokken bij de keuze voor de warmtevoorziening in hun buurt of wijk. De gebouweigenaar maakt zelf de keuze 19
over het alternatief voor zijn of haar woning of gebouw. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd sprake is van een vrije keuze uit alle oplossingen, vanwege technische of financiële beperkingen. Er is bijvoorbeeld niet overal een grootschalig warmtenet mogelijk. Ook is het niet realistisch om te verwachten dat overal duurzaam gas beschikbaar zal komen, de verwachting is dat dit zeer beperkt beschikbaar zal worden voor de gebouwde omgeving. Het is belangrijk een balans te vinden tussen keuzevrijheid en betaalbaarheid, want meer van het één betekent soms minder van het ander. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer in een wijk meerdere eigenaren kiezen voor een individuele oplossing in een gebied waar een collectieve oplossing de (nationaal) meest betaalbare optie is. Die keuze maakt de collectieve oplossing minder betaalbaar. In wijken waar een collectieve warmteoplossing voor de hand ligt, is het daarom niet vanzelfsprekend om particulieren aan te moedigen te kiezen voor een individuele warmtepomp. Desalniettemin heeft een gebouweigenaar altijd de optie om niet mee te doen met de eventueel aangeboden collectieve oplossing, de zogenoemde opt-out. Gebouweigenaren kunnen ook samen met buurtgenoten werken aan een gezamenlijke aardgasvrije oplossing, denk hierbij bijvoorbeeld aan een mini-warmtenet. Zie paragraaf 3.5 voor een toelichting op dit uitnodigingskader.
In ieder geval is aardgas op termijn geen optie meer. 4. Haalbaar en betaalbaar zijn belangrijke randvoorwaarden, en in de tussentijd zetten we realistische stappen De transitie naar aardgasvrije gebouwen is een essentieel onderdeel van de opgave naar een klimaatneutraal Dordrecht in 2040. We kunnen en willen dus niet wachten tot alle randvoorwaarden 100% geregeld zijn. We durven ook nu al stappen te zetten. Wel doen we dat pragmatisch: we starten alleen daar waar de overstap haalbaar en betaalbaar is, zoals bijvoorbeeld in Crabbehof. Voor een toelichting zie paragraaf 5.1. We leren van initiatieven binnen en buiten de Drechtsteden, we houden rekening met natuurlijke momenten en hebben altijd oog voor de duurzaamheid van keuzes die we maken, met als einddoel een volledig CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2040. Het Rijk werkt de contouren van de benodigde wet- en regelgeving en een oplossing voor de betaalbaarheid verder uit. Samen met de andere gemeenten in de Drechtsteden zet Dordrecht zich actief in voor de lobby om deze randvoorwaarden op orde te krijgen en neemt daar waar dit mogelijk is het initiatief om zelf oplossingen, zoals alternatieve financiering en verslimming van het energiesysteem, te vinden.
20
3. Transitiepaden en fasering In dit hoofdstuk lichten we de mogelijke duurzame warmteopties voor een buurt toe. Ook benoemen we de criteria voor het bepalen van de beste warmteoptie en de criteria voor de volgorde van de buurten. De warmteperspectiefkaart laat de beste warmteoptie zien per buurt. Daarna is de warmte perspectiefkaart getoetst aan het energiesysteem.
3.1 Duurzame warmteopties 3.1.1 Isolatie: warmtevraag verminderen Ongeacht de beoogde warmteoptie voor een buurt of wijk is het van belang dat de warmtevraag wordt teruggedrongen en andere noodzakelijke gebouwaanpassingen worden gemaakt. Dit zijn schilmaatregelen, zoals isolatie van de gevel, dak en vloer en vervanging van glas, aanpassingen in de binneninstallatie, zoals radiatoren, ventilatie, het dichten van kieren en elektrisch koken. Ook kan er worden gekozen voor een hybridewarmtepomp als tussenoplossing. Bij gebouwgebonden maatregelen is het altijd de vraag hoever er moet worden gegaan om transitiegereed te zijn. In dit warmteprogramma wordt als uitgangspunt genomen dat aan het einde van de warmtetransitie zoveel mogelijk gebouwen het standaardniveau voor isolatie hebben bereikt. Deze zogenoemde isolatiestandaard is een niveau dat als toekomstbestendig kan worden beschouwd. De betreffende woning hoeft dan voor 2050 niet nogmaals geïsoleerd te worden, bij aansluiting op duurzame (warmte)bronnen met een lagere temperatuurwarmte, mits de temperatuur daarvan ten minste 50°C is (voor vooroorlogse woningen 70°C). Isoleren naar de Standaard zorgt ervoor dat een naoorlogse woning in ieder geval met 70 graden kan worden verwarmd en ook met 50 graden als de binneninstallatie daarvoor geschikt wordt gemaakt.
Dit is dus een no-regretniveau waarmee een gebouw transitiegereed is voor bijna alle warmteopties. In 2021 zijn op nationaal niveau Standaard en Streefwaarden 3 ingevoerd, die per woningtype inzicht geven in de manier waarop het noregretniveau kan worden behaald. De isolatiestandaard is voor de ene woning lastiger te bereiken dan voor de andere. Nieuwere woningen zitten vaak al op dit niveau en oude gebouwen, veelal vooroorlogs of monumentaal, zijn zo oud dat je een relatief hoge warmtevraag overhoudt, ook al doe je het maximale binnen de bestaande schil. Voor deze woningen zijn de geschikte warmteopties beperkt, hier zal met maatwerk aan de slag moeten worden gegaan zodra we in deze buurt of wijk begint met een uitvoeringsplan. Uit ervaring is gebleken dat een blok voor blok aanpak voor isoleren niet werkt, inwoners kiezen zelf wanneer het beste (natuurlijke) moment is voor hen om te isoleren. Je hoeft niet in één keer je gehele woning te isoleren, je kunt dit ook in stappen doen. Voor zowel isoleren in stappen als in één keer is Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) beschikbaar. Inwoners kunnen terecht bij het informatiepunt van de gemeente dordtduurzaam.nl voor meer informatie over subsidiemogelijkheden en advies over de aanpak. Ventileren na isoleren maakt hier ook deel van uit. 3
https://www.rvo.nl/onderwerpen/wetten-en-regels-gebouwen/standaard-streefwaarden-woningisolatie
21
3.1.2 Warmtenet Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse, geïsoleerde leidingen die warm water vervoert naar meerdere gebouwen. Er is dan sprake van een collectieve warmtevoorziening. Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Door het stedelijke karakter van de Drechtsteden is een groot deel van de bestaande bouw geschikt voor warmtenetten. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijdsbestek moet worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee je voorinvesteringen voorkomt en zo snel mogelijk de bron kunt verduurzamen. In Dordrecht ligt een bestaand warmtenet. Het grootste deel van het jaar wordt de warmte geleverd vanuit de slibverwerkingsinstallatie. Op piekmomenten, bijvoorbeeld in de winter, vult de afvalverbrandingsinstallatie de vraag naar warmte aan. De e-boiler vormt de back-up bij onderhoud. Ons warmtenet is hiermee volledig aardgasvrij. Op termijn zijn er plannen om de verschillende warmtenetten in de Drechtsteden aan elkaar te koppelen. Sinds 2024 is hiermee een eerste stap gezet en is het warmtenet in Dordrecht verbonden met het warmtenet in Sliedrecht via een boring onder de Merwede.
Bijkomend voordeel is dat we in de toekomst dan gebruik kunnen maken van warmte uit een nog te bouwen geothermiecentrale in Sliedrecht. De leveringszekerheid wordt hiermee verder gegarandeerd. In principe is een warmtenet geen koudenet waar je gebouwen ook mee kunt koelen, zoals bij een bronnet met WKO (zie all-electric) wel het geval is. Voor grote complexen wordt het warmtenet soms gecombineerd met een koel- en ventilatiesysteem. Voor grondgebonden woningen met zijn andere maatregelen zoals zonwering vaak vele malen (kosten)effectiever. De woning heeft in vergelijking met all-electric over het algemeen minder ingrepen aan de schil en de binneninstallatie nodig en in de woning is qua techniek alleen een afleverset aanwezig. De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen en in samenhang zijn met de temperatuur van de bron. Voor veel woningen is een middentemperatuur warmtenet dat 70 graden levert op de koudste dagen van het jaar de oplossing met de laagste nationale kosten. Bij dit temperatuurniveau is er een technisch en economisch optimum met de warmtevraagbeperking die hoort bij het standaardniveau van isolatie voor vooroorlogse en naoorlogse woningen.
3.1.3 All-electric All-electric betekent dat er in principe alleen nog een elektriciteitsnet in de buurt aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp die warmte haalt uit de buitenlucht of de bodem. Elke individuele woningeigenaar kan op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet alleen te isoleren, maar ook de gasketel te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp. De individuele woningeigenaar is dus veel minder afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere woningeigenaren in de straat of buurt. De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt en is bijvoorbeeld ook nodig voor de realisatie 22
van laadpalen voor elektrische mobiliteit. Het elektriciteitsnet moet worden verzwaard, niet alleen op buurtniveau, maar ook op gemeentelijk-, regionaal-, nationaal- en internationaal niveau. Dit is een ingrijpend en langdurig traject. Buurten waar all-electric oplossingen de laagste nationale kosten hebben zijn meestal buurten met veel eengezinswoningen, gebouwd na 1990. In deze buurten zullen vaak niet alleen de radiatoren en het gasfornuis vervangen worden, maar komt er ook een warmtepomp en eventueel een verzwaring van de elektriciteitsaansluiting om de overstap naar all-electric te kunnen maken. In deze buurten is het gasnet doorgaans nog nieuw, evenals de gasketels. Tegelijkertijd zijn deze buurten al goed geïsoleerd, waardoor er relatief weinig klimaatwinst valt te behalen. Dit geeft de mogelijkheid om in deze buurten in een eigen tempo de transitie te doorlopen. We onderzoeken wel wat de mogelijkheden zijn voor een collectieve aanpak, waarbij we rekening houden met de beschikbaarheid op het elektriciteitsnet. Bovendien zijn binnen all-electric nog veel innovaties te verwachten. De belangrijkste innovaties zijn warmtepompen die ook efficiënt hoge temperaturen kunnen maken en innovaties op het gebied van energieopslag in de woning.
Deze innovaties kunnen op termijn leiden tot een besparing van nationale kosten, bijvoorbeeld doordat het elektriciteitsnet minder hoeft te worden verzwaard of omdat ook oude, complexe buurten gasvrij kunnen worden. Een variant van all-electric is het lokale bronnet. Een bronnet is een lokale, kleinschalige warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur warmtenet waar één of enkele gebouwen op zijn aangesloten. Net zoals bij allelectric staat in het gebouw of de woning een warmtepomp. In plaats van de bodem of buitenlucht gebruikt deze warmtepomp het aangevoerde water van het bronnet. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. Ook bij een bronnet moet de capaciteit van het elektriciteitsnet in de buurt vaak worden verhoogd. Bronnetten worden veel toegepast op utiliteitsgebouwen, omdat deze gebouwen naast een vraag naar warmte ook een koudevraag hebben. Door de omvang van het gebouw is het elektriciteitsgebruik vaak hoog.
3.1.4 Besparingsbuurt: hybride warmtepomp Voor sommige buurten is het momenteel lastig om het aardgasvrije voorkeursperspectief te bepalen. Dit komt bijvoorbeeld doordat de buurt een diverse woningvoorraad heeft met verschillende typen woningen van verschillende bouwjaren. Een buurt heeft bijvoorbeeld een lage woningdichtheid waardoor een warmtenet zeer kostbaar is, maar ook een minimale isolatiegraad wat een all-electric oplossing ook kostbaar maakt. Voor deze buurten moet verder onderzoek worden gedaan om bij een herijking van het warmteprogramma een eindperspectief te kunnen bieden. Het perspectief voor deze woningen is om nu toe te werken naar de isolatiestandaard. Ook kan worden gekozen voor een hybride warmtepomp als tussenoplossing om het gasverbruik verder te verminderen. Dit type warmtepomp werkt samen met de cv-ketel. Hij zorgt op de meeste dagen van het jaar voor warmte. De cv-ketel springt alleen bij op hele koude dagen en zorgt voor warm water. Er zal de komende 5 jaar actief worden gemonitord op de isolatiegraad in dit gebied.