Vragen over raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Technische vragen Raadsvoorstel Ombuigingen Frans-Bauke van der Meer (GroenLinks) 18 nov. 2024 21:07 Wij hebben de volgende vragen: 1. Op p. 4 van het RV staat dat de participatie aangeeft wat binnen de stad als 'onopgeefbare waarden' worden gezien. Welke zijn dat? Antwoord: In het rapport 'Participatieverslag – fase 1' zijn details gegeven; zaken die het betreft zijn nader uitgewerkt op pagina 4 van dat rapport: a. Vertrouwen en ruimte voor initiatieven van inwoners en organisaties b. Basisvoorzieningen op orde en een focus op de lange termijn c. Gerichte ondersteuning voor lagere inkomens en kwetsbare groepen d. Efficiënter en integraler gebruik van gemeentelijke middelen e. Soberheid en focus op noodzakelijke projecten f. Participatie en eigenaarschap stimuleren 2. Op p. 2 van het RV staat dat bij het ontwikkelen van ombuigingsmogelijkheden gezorgd moet worden voor 'een evenwichtige spreiding ... over begrotingsprogramma's'. Waarom is daarvoor gekozen a. in het licht van de onopgeefbare waarden en ambities van de stad; b. in het licht van de algemene conclusies uit de participatie (zie p. 6 van het participatieverslag)? Antwoord: In deze fase zijn we nog niet toe aan het filteren van de mogelijkheden. Dat is pas later voorzien in het proces en vormt onderdeel van het politieke proces. De interne zoekopdracht willen we als college evenwichtig spreiden over de begroting.
De opgave is zodanig van omvang, dat we die niet uit één domein of programma kunnen halen. De interne zoekopdracht is zodanig van omvang, dat er ruimte blijft om keuzen te maken. Daarbij worden de voorstellen getoetst aan de uitkomsten van het participatieproces én de ambities van de stad. 3. Hiermee samen hangt de vraag waarom bij de tweede fase van de participatie wordt ingestoken op programma's en domeinen (zie p. 3 van het RV) en niet op inhoudelijke ambities voor en van de stad? Antwoord: We willen alles kunnen afwegen. De participatie wordt daarom breed ingestoken en niet scherp afgegrensd op programma's en domeinen. Dat in de interne zoekopdracht de begrotingsprogramma's wel een rol spelen is er op gericht om een zekere mate van financiële evenwichtigheid te bereiken over de begroting heen. Bij de toetsing van de voorstellen, zullen de inhoudelijke ambities van de stad uiteraard een belangrijke rol spelen. Dit vindt echter pas later in het proces plaats en is onderdeel van het politieke proces. 4. Wie zijn precies de 'kenners van Dordrecht'? Antwoord: Dit is een brede groep van inwoners en ondernemers die de stad goed kennen, weten wat er speelt en een visie hebben op ontwikkelingen en behoeften in de samenleving. In de sessie was er nadrukkelijk de ruimte om vrij te spreken. Dat was ook de opzet
5. Een substantieel deel van de respondenten/participanten is bereid zo nodig meer belasting te betalen. Is iets te zeggen over de sociaaleconomische positie van deze groep? Zijn er mogelijkheden om mensen die zonder problemen meer belasting willen en kunnen betalen daartoe in de gelegenheid te stellen? Antwoord: de sociaaleconomische achtergrond van deze respondenten is niet bekend. Een inkomensafhankelijk heffingenstelsel mag een gemeente niet inrichten. 6. Hoe zijn de niet begrote vervangingsinvesteringen (in totaal € 270 mln) in de tijd verdeeld? Welke mogelijkheden voor temporisering zijn er hierbij? Antwoord: Bij vervangingsinvesteringen is een eerste inschatting gemaakt van de omvang. Op dit moment wordt het meerjareninvesteringsplan herijkt en ontstaat een actueler beeld van de fasering. Overigens is in de bijlage bij de Raadsinformatiebrief van maart betreffende de financiële opgave een weergave opgenomen elke investeringen het betreft. 7. Is aan te geven welke bedragen nodig zouden zijn voor het voortzetten van de incidenteel gefinancierde maatregelen in het huidige coalitieakkoord? Antwoord: Bij de raadsinformatiebrief van juni over de ombuigingen is een bijlage 3 gevoegd waarin op detailniveau is uitgewerkt om welke zaken het gaat. Het jaarbedrag komt neer op € 8,7 miljoen.
P.J.L. (Pieter) Groenewege (Partij voor de Dieren) 18 nov. 2024 21:22 Vanuit ons de volgende vraag: Volgens het onderzoekcentrum Drechtsteden hebben 80 inwoners en 12 scholieren deelgenomen aan de 2 sessies. De online enquête is 1200 keer ingevuld. Op een inwonersaantal van 120.000 betekent dit dat nog 1% van de inwoners heeft deelgenomen. Op welke manieren is gepoogd de resultaten representatiever te maken? Antwoord: o Om een goede afspiegeling van onze samenleving te krijgen in de deelnemers, is het Onderzoekscentrum Drechtsteden (hierna: OCD) met hun statistische expertise nadrukkelijk betrokken geweest. o De 80 deelnemers aan de participatiesessies zijn door het OCD geselecteerd met behulp van een gestratificeerde (random) steekproef uit de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Hierbij is gewogen op een zo representatief mogelijke afspiegeling van de Dordtse bevolking naar de achtergrondkenmerken: geslacht, leeftijd, woonwijk en woonduur. De participatiesessies waren bedoeld als verdiepend op de enquêteresultaten. Insteek van de gesprekken was om meer inkleuring te geven aan waarom bewoners (de rol van de gemeente bij) bepaalde thema’s belangrijker vinden dan (bij) andere. o De online enquête van Doe Mee Dordrecht is door bijna 1.200 Dordtenaren ingevuld. Er heeft vooraf geen selectie van uit te
nodigen bewoners plaatsgevonden; de enquête stond open voor alle Dordtenaren. Om zo veel mogelijk inwoners te attenderen op de enquête en hen te enthousiasmeren hieraan deel te nemen is stadsbreed, o.a. via advertenties, Dordt Centraal, posters en flyers, social media en websites uitgebreid geïnformeerd. Via het Onderzoekcentrum Drechtsteden zijn ook de leden van het Dordtse Bewonerspanel op de enquête geattendeerd. Er is, vanuit de wens om zo veel mogelijk Dordtenaren met verschillende achtergronden te betrekken, bewust gekozen voor een zo breed en divers mogelijke informatiecampagne. o Voor de participatiesessie met de scholieren zijn alle Dordtse scholen voor voortgezet onderwijs aangeschreven en uitgenodigd om een afvaardiging van leerlingen te laten deelnemen. Vier scholen/schoollocaties hebben gehoor gegeven aan deze oproep en hebben leerlingen afgevaardigd. Dit resulteerde in een diverse groep leerlingen uit verschillende leerjaren en onderwijsniveaus (vmbo-tl, havo, atheneum en gymnasium).