CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden gemeenteraad 21 februari 2023.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 4 april 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Raadsinformatiebrief over Samenwerking met Rijkswaterstaat Kaderrichtlijn Water Hel- en Zuilespolder - Raadsinformatiebrief5.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Forum voor Democratie 1.

Er werd door RWS telkens gesteld dat de ontpoldering nodig is vanuit Europese regels. Volgens de EU kaderrichtlijn water moeten lidstaten weliswaar plannen indienen om de waterkwaliteit te bevorderen, maar hebben de lidstaten vrijheid bij de invulling van die plannen. Het door Nederland ingediende plan bevat niet expliciet de ontpoldering; andere maatregelen kunnen ervoor in de plaats worden gesteld en bovendien kan Nederland herziene plannen indienen bij Brussel, bijvoorbeeld als bepaalde maatregelen niet haalbaar blijken. Kunt u dit bevestigen? Antwoord: Het klopt dat EU-lidstaten enige vrijheid hebben om de invulling van de plannen te bepalen, maar die vrijheid is enigszins beperkt door richtlijnen die zijn meegegeven over het type natuur, ecologische doelsoorten, het aantal te realiseren hectaren per waterlichaam, deadline, etc. Vanuit dat kader is gekeken naar de Boven en Beneden Merwede en is het totale zoekgebied meegenomen, vanaf ongeveer Gorinchem tot Dordrecht, samen met aangrenzende buitendijkse gebieden. Alle potentiële locaties zijn beoordeeld op een tal van aspecten zoals effectiviteit voor Kaderrichtlijn Water doelen, hoogwaterveiligheid, effecten op natuur, effecten op cultuurhistorie, haalbaarheid en kosten.

Daarbij is gebleken dat het inrichten van een groter (robuust) gebied in de omgeving van Dordrecht (waar het verschil tussen eb en vloed nog relatief groot is) noodzakelijk is om de ecologische kwaliteitsverbetering gesteld vanuit het Kaderrichtlijn Water te kunnen behalen. Uit de afweging op basis van de bovengenoemde aspecten is de Hel- en Zuilespolder gekomen als locatie die de ecologische doelen van het Kaderrichtlijn Water het meest dient.

2.

Om een beeld te krijgen van de kosten en baten is het nodig om te weten in welke mate de waterkwaliteit zal gaan toenemen. Welke indicatoren worden hiervoor gebruikt? Welke getalsmatige veranderingen van deze indicatoren zullen het gevolg zijn van het ontpolderingsplan? Op welke locatie(s) zullen die veranderingen plaatsvinden? Antwoord: Voor deze inrichting wordt vooral ingezet op de vergroting van de intergetijdenzone en stromende geulen buiten de vaargeul. De intergetijdenzone bevindt zich aan de randen van de geulen. In de intergetijdenzone worden riet- en biezenvegetaties, natte strooiselruigten en vloedbossen aangetroffen met enkele plantensoorten die geheel of vrijwel geheel op het zoetwatergetijdengebied zijn aangewezen, zoals Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa) en Driekantige bies (Schoenoplectus triqueter). Onder de gemiddelde laagwaterlijn kunnen ondergedoken waterplanten voorkomen, maar deze zone is doorgaans weinig soortenrijk. De KRW score voor Boven en Beneden Merwede is gebaseerd op soorten en hoeveelheid vis, macrofauna en water- en oeverplanten. De aanwezigheid en aantallen van deze soorten zijn de KRW-indicatoren. Deze indicatoren scoren nog matig in de Boven en Beneden Merwede. Dit betreft o.a. het areaal biezen, de vissen aal, bot en houting en macrofauna (waterdiertjes) die gaan profiteren van de inrichting.

Het toenemen van het biezenareaal is een belangrijke factor in het op orde krijgen van de score. Daarnaast vormen stromende geulen buiten de vaargeul leefgebied voor vissen (bv sneep, alver, serpeling en barbeel) en macrofauna die afhankelijk zijn van stroming. In de vaargeulen van de rivier is de dynamiek door zuiging en scheepsgolven te groot voor deze soorten. De nieuwe stromende geulen in de Hel- en Zuilespolder, langs de Merwede en het Wantij zullen bijdragen aan de score voor macrofauna en vis. De volgende oppervlakten van verschillende leefgebieden zijn voorzien in het inrichtingsplan voor de Hel- en Zuilespolder: - Geulen – 5,6 ha stromingsminnende soorten en op getijdenoever Slikpioniers, biezen en riet - Kreek – 3,7 ha watervegetaties - Wilgenvloedbos – 1,8 ha - Overstromingsvlakte – 23,8 ha slikpioniers, biezen, riet en natte ruigte - Hoge Gors – 2,3 ha soortenrijke ruigte

3.

Het water in de Beneden Merwede en het Wantij stroomt met een groot debiet in enkele dagen de Noordzee in. Hoe kan een aftakking via de ontpoldering, waar maar een zeer klein deel van de totale waterstroom doorheen zal stromen, tot een

meetbare verbetering van de kwaliteit van het water in de rivier leiden voordat dat de Noordzee in stroomt? Antwoord: Het doel is verbeteren van de ecologische waterkwaliteit, niet de chemische waterkwaliteit. Niet alles wat in het water aanwezig is stroomt met het rivierwater mee de Noordzee. Waterplanten, vissen en macrofauna als mossels blijven redelijk op hun plek. Deze zorgen voor de lokale biodiversiteit en de biologische kwaliteit van het water. Met de inrichting van de polder wordt juist hierop ingezet. In de huidige rivieren en uiterwaarden is door aanpassingen voor de scheepvaart, verstedelijking, inpolderingen en aanpassingen in de waterhuishouding van de uiterwaarden onvoldoende geschikt leefgebied voor de soorten die afhankelijk zijn van het zoetwatergetijdengebied overgebleven. De inrichting is bedoeld om het aandeel van deze soorten te vergroten (=ecologische waterkwaliteit). 4.

Waarom financiert of bevordert Nederland geen maatregelen in Duitsland, die tot verbetering over de hele Nederlandse rivierlengte zou kunnen leiden? Antwoord: Het Kaderrichtlijn Water programma is een Europees programma. Dat betekent dat alle EU-lidstaten, net zoals Nederland, een verplichting hebben om de doelen van het Kaderrichtlijn Water te realiseren. Een financiering vanuit Nederland aan Duitsland om maatregelen te nemen over de gehele rivierlengte heeft geen toegevoegde waarde, omdat Duitsland ook Kaderrichtlijn Water maatregelen uitvoert in de Duitse waterlichamen, haar eigen budget daarvoor heeft en gebonden is aan dezelfde Europese verplichtingen. Europa beoogt door alle EU-lidstaten te verplichten Kaderrichtlijn Water doeleinden te realiseren het gehele Europese waterlichamensysteem te verbeteren.

5.

Het getij in de Hollandse Biesbosch komt voornamelijk binnen via het Wantij, waar het grootste getijverschil is; groter dan het getijverschil op de Beneden Merwede. De ontpoldering zal tot een toename van de waterberging leiden, dus een groter nivellerend effect hebben en daarmee tot een afname van het verschil tussen hoog- en laagwater in de Hollandse Biesbosch leiden. Het unieke karakter van het zoetwatergetijdegebied wordt daardoor verminderd: delen die nu nog onderhevig zijn aan het getij zullen dat in de toekomst niet meer, of in mindere mate zijn. Ook is te verwachten dat de stroomsnelheid op het Wantij zal toenemen door de toegenomen waterberging (er past immers een grotere hoeveelheid water tussen de hoog- en laagwaterlijn). Heeft RWS deze effecten onderzocht? Met hoeveel centimeter zal het verschil tussen hoog- en laagwater op het Wantij (bijv. ter hoogte van de Helsluis) afnemen? Met welke snelheid zal de stroming toenemen in het opwaartse deel van de getijcurve? Antwoord: Er is een uitgebreide studie gedaan naar het effect van de ingrepen op de waterstanden en de stromingen in en rondom het gebied. Daarbij is bijvoorbeeld gekeken naar het effecten van ontpolderen op de waterstanden op de rivier en het Wantij. Uit de modelstudies blijkt dat het gemiddeld getij op het Wantij bij gemiddelde waterstanden met 5 millimeter (mm) afneemt.

Dit is een dermate kleine afname dat er geen negatieve effecten op de omgeving te verwachten zijn. Ook de getijdencurve en de stroomsnelheden op het Wantij blijven nagenoeg gelijk. Dit komt omdat er ook op dit moment al verbindingen zijn tussen het Wantij en de Beneden Merwede, bijvoorbeeld via Kort en Lang Ambacht. In de inleiding op de vraag staat dat het getij in de Hollandse Biesbosch voornamelijk binnenkomt via het Wantij. Dit ligt genuanceerder, omdat het getij zich sneller verplaatst door de Beneden Merwede dan de route via het Wantij en de kreken, omdat de waterdiepte in de Beneden Merwede groter is dan in de kreken.

6.

De grootste aantasting van de waterkwaliteit en dynamiek is destijds door RWS veroorzaakt met de afsluiting van het Haringvliet. Waarom voldoet het plan om die op een kier te zetten niet aan de doelstelling in plaats van de voorgenomen ontpoldering? Waarom zou een eventueel nieuw plan om de Haringvlietsluizen verder open te zetten om daarmee het getij te vergroten geen alternatief kunnen zijn voor de ontpoldering? Antwoord: Het is inderdaad waar dat de getijdendynamiek minder is geworden met de sluiting van het Haringvliet. Het op een Kier zetten is vooral bedoeld om de vismigratie te verbeteren. Maar zeer lokaal in het Haringvliet zal extra getijdengebied ontstaan. Dit is echter een ander waterlichaam dan de Boven- en Beneden Merwede waar we met dit project een verbetering van het zoetwatergetijdengebied moeten realiseren. Dit staat niet met elkaar in open verbinding.

Het ontbreekt echter in de Boven en Beneden Merwede nog aan voldoende plekken intergetijdenzone en leefgebied voor de verschillende soorten. Veel van de oevers zijn versteend voor scheepvaart of bescherming van daarachterliggende bewoning. De inrichting van de polder draagt juist in grote mate bij aan de vergroting van het areaal van de intergetijdenzone. 7.

Er zijn op het eiland van Dordrecht al meer dan tien graslandpolders ontpolderd. De Hel- en Zuilespolder is een van de laatste voor het publiek toegankelijke graslandpolders die zonder bootje bereikbaar is. Door de ontpoldering ontstaat daar een gebied dat lijkt op nabijgelegen gelijksoortig gebied ter plaatse van de eerdere ontpolderingen. Er ontstaat dus meer van hetzelfde, terwijl een gebied dat tamelijk uniek is geworden op het eiland van Dordrecht (toegankelijke graslandpolder met veel biodiversiteit) ervoor verdwijnt. Ziet RWS in dat de biodiversiteit door het ontpolderingsplan zal afnemen i.p.v. toenemen? Antwoord: RWS meent niet dat de biodiversiteit zal afnemen door het plan. Wel zal deze veranderen. We zijn ons bewust dat een aantal van de aanwezige soorten in de polder mogelijk zullen verdwijnen, maar daar komen weer andere soorten voor terug. De biodiversiteit van een polder als de Hel- en Zuilespolder is anders dan de biodiversiteit van een zoetwatergetijdengebied. Zoetwatergetijden is op Europese en wereldschaal heel bijzonder en zeldzaam. Dit in tegenstelling tot de biodiversiteit van de polder. Door het grote aantal polders in Nederland en ook in de omgeving van Dordrecht (onder andere in de Nieuwe Dordtse Biesbosch en Otterpolder) is er voor deze soorten veel meer leefgebied.

Daarnaast blijft er een deel van de polder aan de zuidoostzijde behouden, hierdoor blijven ook de soorten van de polder behouden voor dit gebied. Met het robuuster maken van de intergetijdennatuur door vergroting van het areaal zorgen we voor een grotere kans van overleven van de soorten en bijbehorende ecologische interacties in dit ecosysteem. Er komt een voor voetgangers en fietsers toegankelijk getijdengebied, wat uniek is. De andere getijdennatuur in de omgeving is alleen per boot te beleven.

8.

In de Hel- en Zuilespolder is er veel helder slootwater met allerlei plant- en diersoorten. Door de ontpoldering zal er troebel, vaak zelfs bruin rivierwater doorheen stromen. Ziet RWS in dat de waterkwaliteit in de Hel- en Zuilespolder door het ontpolderingsplan zal afnemen i.p.v. toenemen? Antwoord: RWS meent niet dat de waterkwaliteit zal afnemen door het plan. Wel zal deze veranderen. Er is een verschil tussen waterkwaliteit van verschillende watertypen: polderwater en rivierwater zijn niet hetzelfde. Een deel van de polderwateren met inderdaad helder water van goede kwaliteit, zal behouden blijven in het plan (in het te behouden ‘poldertje’ ten zuidwesten van de Zuileshoeve, en in een sloot in het noordelijk deel van de polder). Het overige polderwater verdwijnt, hiervoor komt getijdenwater in de plaats. Hier zullen deels andere plant- en diersoorten op af komen dan op het huidige polderwater. Het water van de Hel- en Zuilespolder is nu een ecologisch geïsoleerd systeem met weinig of geen uitwisseling met het buitenwater. Het wordt ook nu niet beschouwd als onderdeel van de rivier waar het gebied eigenlijk bij hoort. De verwachting is dat we met de aansluiting van de Hel- en Zuilespolder op de rivier, de waterkwaliteitselementen waterplanten en macrofauna op een verbeterde toestand kunnen krijgen.

Hiermee maken we een grote stap in het robuuster maken van het zeldzame ecosysteem.

VVD

1.

Hoe blijft de kwaliteit van het zwemwater in de zwemplas in de merwelanden? Dit water wordt nu uit de zuilespolder gehaald. Kan de garantie worden gegeven dat de kwaliteit van het zwemwater in de aangrenzende Merwelanden niet verminderd als gevolg van de voorgenomen plannen voor de Hel- en Zuilespolder? Het zwemwater wordt immers vanuit de Zuilespolder aangevoerd. Wat gebeurt er als er vies rivier water binnen stroomt en er getijden is ,dit kan dus ook stil staand water zijn in de zomer. Meer kans op botulisme en blauw alg. Antwoord: Het klopt inderdaad dat het water in de zwemplas in de zomer ververst wordt om blauw alg tegen te gaan. Het water wordt op dit moment echter ook ingelaten vanuit de

Helsloot, door een inlaat ten zuiden van de Zuileshoeve. Dit water stroomt dan door de polder en via de zwemplas naar het gemaal ten noorden van de Zuileshoeve. Het water is nu dus ook al afkomstig van buiten de polder en moet een relatief lange weg afleggen om in de zwemplas te komen. In de toekomstige situatie wordt er een nieuwe inlaat gerealiseerd om de zwemplas door te spoelen en het huidige gemaal wordt verplaatst. De mogelijkheden voor doorspoelen blijven dus gehandhaafd en de herkomst van het water blijft gelijk. De enige verandering is dat het water in de nieuwe situatie een minder lange afstand hoeft af te leggen tot de zwemplas, waardoor de kwaliteit beter te reguleren is.

SP

2.

Er komt een doorsteek voor de helsluis. Wat voor invloed heeft dit met ongunstige omstandigheden op de Dordtse binnenstad? Antwoord: De Helsluis heeft op dit moment geen functie als het gaat om waterveiligheid voor de stad Dordrecht. De sluis heeft een monumentale functie en zorgt daarnaast lokaal voor het verlagen van de stroomsnelheden. Er is echter bij extreem hoog water geen waterstandsverschil tussen de voor- en achterkant van de sluis. De situatie bij extreem hoog water blijft ongewijzigd. Ook op dit moment stroomt de polder al vol water voordat er in de Dordtse binnenstad wateroverlast optreed, zoals in 1995. Dit blijft onveranderd.

3.

Hoge waterstand van de rivier en dan grote instroom hel en zuilespolder en westen wind blijft dan de binnenstad droog. Kan het water dan nog vanuit het wantij in de rivier stromen? Antwoord: De situatie bij extreem hoge waterstanden op de rivier verandert niet. Het hele gebied komt nu ook onder water te staan bij hoge waterstanden, waarbij het water mee stroomt met de Merwedes. De waterstanden op de rivier worden niet beïnvloed door het al dan niet verbinden van de polder met de rivier. Aansluiten van de polder verandert de veiligheid van de binnenstad van Dordrecht (en de bewoners van de polder) niet.

4.

Wat is nu de functie van de Helsluis? Bij de Dordtse biesbosch is er een opvang en bezink gedeelte voordat het water doorstroomt.,ik kom dit niet tegen in het plan van de hel en zuilespolder. Er zijn nu 5 wandelpaden de planning is dadelijk 1pad ,wat doen we met de 40.000 bezoekers van de merwelanden? Antwoord: De functie van de sluis is voornamelijk de monumentale waarde. De sluis is een beschermd monument en blijft ook behouden. De sluis wordt gebruikt voor recreatievaart, maar niet meer om te spuien. Bij geopende sluisdeuren ontstaan onveilige situaties voor boten door de hoge stroomsnelheden. Daarom blijven de deuren gesloten. Er is daardoor geen sprake van doorstroming van water. De gelegenheid om te recreëren (wandelen en fietsen) in de polder neemt niet af. De volgende wandelroutes komen terug in de nieuwe inrichting:  Wandelroute over de dijk rondom de polder, los van het fietspad;  Wandelpad over dijkje min of meer oost-west georienteerd middendoor de polder (vergelijkbaar met huidige route langs ecolodge)  Wandelpad over de nieuwe dijk aan de westkant van de polder (dit pad is nieuw)  Laarzenpad onderlangs de nieuwe kering aan de westkant van de polder  De struinpaden in de noordwestelijke hoek van de polder blijken behouden, deze vallen buiten het plan. Een kaartje hiervan komt beschikbaar (uiterlijk op 21 februari).

5.

Hoe vaak zijn in de afgelopen 5 jaar gemeenten door middel van wetgeving (kroonbesluit) gedwongen om mee te werken aan plannen van Rijkswaterstaat? Antwoord: Het is voor Rijkswaterstaat helaas niet mogelijk om binnen het korte beschikbare tijdsbestek voor beantwoording van deze vragen de exacte cijfers te achterhalen, maar het Rijk en daarmee ook Rijkswaterstaat beschikken over juridische middelen om bijvoorbeeld gronden te onteigenen voor Rijksdoelen die ook een Europese verplichting dienen. Gezien de naderende KRW deadline van 2027 en het feit dat het behalen van de Kaderrichtlijn Water doelen niet vrijblijvend is bestaat er een zeer realistisch scenario dat deze middelen ingezet gaan worden wanneer het Rijkswaterstaat en de gemeente Dordrecht niet lukt tijdig in overleg te komen tot overeenstemming over de plannen.

1.

Er wordt in de documenten gecommuniceerd dat er een aantal gebieden zijn afgevallen en dat daarom voor deze specifieke polder is gekozen. Is dat niet te eenzijdig? De vraag kwam boven tijdens de bespreking of voor deze polder is gekozen puur omdat de andere kandidaten in handen zijn van derden, en niet vanwege bepaalde kwaliteiten van het gebied. Tegenstanders van dit plan wierpen op dat weldegelijk dezelfde effecten bereikt kunnen worden in een ander gebied door andere keuzes te maken. Heeft Rijkswaterstaat daar op gereageerd richting belanghebbenden of zou daar nog uitleg over kunnen komen? Antwoord: Het totale zoekgebied betreft de Boven Merwede en Beneden Merwede vanaf ongeveer Gorinchem tot Dordrecht, samen met aangrenzende buitendijkse gebieden. Alle potentiële locaties zijn beoordeeld op tal van aspecten zoals effectiviteit, hoogwaterveiligheid, effecten op natuur, effecten op cultuurhistorie, haalbaarheid en kosten. Na een afweging van alle aspecten is er een voorkeursvariant gekozen. De redenen dat andere gebieden, zoals de Thomaswaard, Otterpolder en Noordbovenpolder afvallen zijn niet alleen gerelateerd aan grondposities, maar ook aan de mate waarin het gebied bij zou dragen aan ecologische kwaliteitsverbetering.

In die zin is bijvoorbeeld de Otterpolder geen goed alternatief voor de Hel- en Zuilespolder, omdat daar veel minder getij toegelaten zou kunnen worden (een van de bestaande eisen aan dat gebied is dat de huidige polderstructuur intact blijft). Zo zijn er nog een tal van redenen waarom de andere gebieden zijn afgevallen, die te lezen zijn in de bijlage geleverd bij de RIB van 24 januari 2023. De gemaakte afwegingen zijn met betrokken partijen gedeeld in de zogenoemde ontwerpateliers. Meer uitleg hierover is natuurlijk mogelijk, dit nemen we op in de presentatie voor 21 februari.

2.

Daarop aansluitend: Is het project op deze schaal noodzakelijk, of zou je hetzelfde effect kunnen bereiken door tegelijk in andere gebieden ook iets te doen, maw. het uitsplitsen tussen verschillende gebieden ipv een enkel groot project. Is dat ook onderzocht? Antwoord: Er is minimaal één groot gebied nodig om de gewenste getijdendynamiek toe te kunnen laten geëist vanuit het Kaderrichtlijn Water. Hetzelfde geldt om de gewenste robuustheid te bereiken. Los van de grote maatregelen in de Hel- en Zuilespolder passen we ook kleinere maatregelen toe in kleinere gebieden, zoals de oevers bij het Wantij en de vispassages bij Avelingen (westelijk van Gorinchem). Daarnaast zijn er ook maatregelen gepland op de Groesplaat (bij Sleeuwijk). Zowel de grote maatregelen in de Hel- en Zuilespolder als de kleinere maatregelen daarbuiten zijn noodzakelijk om de benodigde verbetering van de ecologische kwaliteit van de Boven en Beneden Merwede te realiseren.

3.

Zou je niet gebieden in de buurt die al min of meer deze getijdennatuur kennen, verder kunnen uitdiepen, of is dat in strijd met Natura 2000? Antwoord: Dit is meegenomen in de verkenning naar mogelijkheden om de getijdennatuur te realiseren. Een groot deel van de gebieden in de buurt zijn inderdaad Natura 2000, wat beperkingen opgelegd aan de mogelijkheid om er getijdennatuur te ontwikkelen. Ook geldt dat gebieden verder naar het oosten al ingericht zijn voor de Kaderrichtlijn Water, of al bijdragen aan getijdennatuur. Inrichting hiervan draagt daar niets extra meer aan bij.

Groenlinks 1.

In een eerdere versie van de voorkeursvariant van RWS was er sprake van het behoud van de bomenrij vanaf de Zuileshoeve, langs de Ecolodge en verder. Deze versie was o.a. te zien tijdens een eerdere meeting over de Hel- en Zuilespolder in het Meeting House. In latere versies is de bomenrij geschrapt, met de mededeling dat de bomenrij niet behouden kan worden. Wat is precies de reden dat de bomenrij niet behouden kan worden, terwijl dat kennelijk eerder wel kon? Kan deze iconische bomenrij toch behouden worden, en indien ja, welke consequenties zitten daar dan aan vast? Antwoord: Het wandelpad waar de bomenrij langs ligt, blijft niet in de huidige vorm op de huidige locatie behouden. Wel komt er een gelijkwaardig pad terug, op een dijkje middendoor het gebied. Hierlangs kan opnieuw zo’n bomenrij (knotwilgen) worden aangeplant. Dit zal zoveel mogelijk herplant zijn van de bestaande bomen. Ook bij een eerdere versie van het ontwerp die u gezien heeft, ging het om herplante bomen omdat de huidige bomen te laag staan in relatie tot het getij om te kunnen overleven.

2.

Ten oosten van de Hel- en Zuilespolder ligt de Stededijkpolder met daarop de Stort van Troost. Deze stortplaats is vanwege de hoge kosten nooit gesaneerd, maar slechts afgedekt. Uit monitoring blijkt dat diverse giftige stoffen (o.a. carcinogenen, polycyclische

aromatische koolwaterstoffen) doorsijpelen en in oppervlaktewater terecht kunnen komen. Indien dit gebeurt zullen deze stoffen zich logischerwijs door het oppervlaktewater verspreiden. Wat is de kans dat deze stoffen met de waterinlaat tgv getijdewerking in de Hel- en Zuilespolder terecht komen? Om welke hoeveelheden hebben we het dan? Wat is hiervan het effect op water en bodem, inclusief het leven dat zich daarin bevindt? En wat is hiervan het effect op de mens die in dit gebied recreëert? Zijn er ook effecten voor de verdere omgeving, de stad en buurtgemeenten, en zo ja, welke effecten? Antwoord: Er ligt in polder Stededijk inderdaad een oude vuilstort. De situatie op deze locatie zal echter niet veranderen door de plannen in de Hel en Zuilespolder. De locatie wordt omringt door oppervlaktewater dat met elkaar in verbinding staat (zie kaartje hieronder). Dit blijft ongewijzigd. Met name de waterstanden op de rivier zijn van invloed op het eventueel uitspoelen van ongewenste stoffen, maar deze komen dan ook in de rivier terecht en worden afgevoerd naar de zee. Het verdunningseffect heeft ook tot gevolgen dat het water dat het gebied wel instroomt geen negatieve invloed heeft op het nieuwe natuurgebied. Eventuele uitspoeling van vervuild grondwater richting de Hel- en Zuilespolder is beperkt door de tussenliggende Helsloot.

Luchtfoto van het gebied met groen gearceerd de oostkant van de Hel- en Zuilespolder, rood gearceerd polder Stededijk en blauw gestippeld het oppervlaktewater om polder Stededijk heen

3.

In de KaderRichtlijn Water (KRW) worden ook eisen gesteld aan de chemische waterkwaliteit. Kan worden aangegeven of en hoe de huidige chemische verontreiniging minder wordt bij de realisatie van de plannen? Antwoord: Het doel van de voorgestelde maatregelen is niet verminderen van de chemische verontreiniging. Het doel is verbeteren van de ecologische waterkwaliteit door leefgebied te maken voor soorten die het moeilijk hebben, maar wel van nature thuishoren in het zoetwater intergetijdengebied. We zien dat deze soorten in vergelijkbare gebieden met vergelijkbare chemische waterkwaliteit aanwezig zijn. Als de chemische waterkwaliteit in de toekomst verbeterd zullen de omstandigheden alleen maar beter worden. De huidige chemische waterkwaliteit is geen reden om nu niet aan verbetering van het leefgebied te werken.

4.

De voorkeursvariant van RWS beoogt een verbetering van de ecologische waterkwaliteit en daarmee het vergroten van de biodiversiteit in het water. Dat lijkt logisch wanneer er water de polder wordt ingelaten. Daar staat tegenover dat (bodem)soorten die nu in de polder voorkomen moeten wijken. Kan er een inschatting gemaakt worden welke gevolgen

het plan heeft voor de biodiversiteit van de huidig in de polder levende soorten in en op de bodem? Kunnen deze gevolgen kwantitatief gemaakt worden, bijvoorbeeld het aantal procenten achteruitgang? Kunnen deze gevolgen ook kwalitatief gemaakt worden, bijvoorbeeld door aan te geven wat dit betekent voor de draagkracht en weerbaarheid van de huidige ecosystemen? Antwoord: Het klopt dat soorten van droge bodem verdwijnen. Niet volledig want we ontwikkelen ook gorzen die voor een groot deel van het jaar droog zullen zijn. De gorzen komen rond het hele gebied tegen de kades aan en op de eilanden. We zijn ons bewust dat een aantal van de aanwezige soorten in de polder zal verdwijnen, maar daar komen weer andere soorten voor terug. Deze gorzen zullen leefgebied vormen voor N2000-soorten als noordse woelmuis, waterspitsmuis, bever, blauwborst, rietzanger, bruine kiekendief en op termijn mogelijk otter. Voor de KRW zijn biezen belangrijk, het areaal biezen is sterk teruggelopen, de randen van de gorzen zijn geschikt om biezen vegetaties te ontwikkelen. De biodiversiteit van een polder als de Hel- en Zuilespolder is anders dan de biodiversiteit van een zoetwatergetijdengebied. Het is niet mogelijk deze verandering in percentages uit te drukken omdat de systemen zo verschillend zijn. Zoetwatergetijden is op Europese en wereldschaal heel bijzonder en zeldzaam.

Dit in tegenstelling tot de biodiversiteit van de polder. Door het grote aantal polders in Nederland en ook in de omgeving van Dordrecht is er voor deze soorten veel meer leefgebied. Zoals in de Nieuwe Dordtse Biesbosch, de Otterpolder en de graslandpolders verder naar het oosten in de Sliedrechtse Biesbosch. Daarnaast blijft er een deel van de polder behouden aan de zuidoostzijde, hierdoor blijven ook de soorten van de polder behouden voor dit gebied. 5.

Kan op dezelfde manier een inschatting gemaakt worden hoe de biodiversiteit in het water zal veranderen? Hoe is in de verwachting m.b.t. de biodiversiteit –na realisatie van de plannen- rekening gehouden met de huidige en te verwachten chemische verontreiniging in het water? Antwoord: Voor wat betreft weging van de verandering in biodiversiteit: zie vorig antwoord. Met de inrichting ontwikkelen we overstromingsvlakte met slikken en stromende geulen. Overstromingsvlakten zorgen voor opgroeigebied voor onder andere bot, houting en aal en leefgebied van allerlei waterdiertjes. Bij eb is dit een gedekte tafel voor allerlei vogels zoals lepelaar, grutto, tureluur en kluut. In het water foerageren eenden als slobeend, bergeend, kuifeend en soorten als fuut, aalscholver en visarend. De watervogels vormen weer voedsel voor slechtvalk, havik en zeearend. Stromende geulen buiten de vaargeul vormen leefgebied voor vissen (bv sneep, alver, serpeling en barbeel) en macrofauna die afhankelijk zijn van stroming. In de vaargeulen van de rivier is de dynamiek door zuiging en scheepsgolven te groot voor deze soorten. De nieuwe stromende geulen in de Hel- en Zuilespolder, langs de Merwede en het Wantij zullen bijdragen aan de score voor macrofauna en vis. Trekvissen zoals de N2000-doelsoorten van de Biesbosch: zeeprik, rivierprik, zalm, elft en fint kunnen foerageren in het gebied.

We zien dat deze soorten in vergelijkbare gebieden met vergelijkbare chemische waterkwaliteit aanwezig zijn. Als de chemische waterkwaliteit in de toekomst verbeterd zullen de omstandigheden alleen maar beter worden. De huidige chemische waterkwaliteit is geen reden om nu niet aan verbetering van het leefgebied te werken.

6. Kan concreter worden aangegeven hoe met de belangen van onder meer B&B, fietsers, wandelaars, vissers, veehouders rekening is gehouden of kan worden gehouden? Antwoord: Er is meermaals gesproken met belanghebbenden door middel van 1-op-1 gesprekken, veldbezoeken en informatieavonden. Over recreatie en het agrarisch gebruik is ook veel gesproken met gemeenteambtenaren. Zo hebben we getracht belangen en wensen in beeld te krijgen, maar deze ook vast te leggen in een database. Er is rekening gehouden met de opgehaalde wensen door deze zoveel als mogelijk te verwerken in het ontwerp. We hebben de wensen in een database vastgelegd en gekoppeld aan degenen die ze in hebben gebracht. Na verweking van opgehaalde wensen tot en met het voorjaar van 2022, zijn de belanghebbenden geïnformeerd over wat er met hun wensen is gebeurd en waarom. Dit doen we binnenkort nogmaals voor de daarna ingebrachte wensen. Ondanks dat we zoveel mogelijk wensen hebben meegenomen in het ontwerp zijn er helaas ook conflicterende belangen, waardoor het onmogelijk is om tot een ontwerp te komen dat door

iedereen volledig gedragen wordt.

Fractie van Waardhuizen 1.

Welke gebieden zijn naast de Dordtse Biesbosch nog verder onderzocht? En waarom zijn deze gebieden afgevallen? Wat is hiervoor de motivatie geweest? Antwoord: Het totale zoekgebied betreft de Boven Merwede en Beneden Merwede vanaf ongeveer Gorinchem tot Dordrecht, samen met aangrenzende buitendijkse gebieden. Hier zijn de volgende potentiële locaties gevonden:  Noordbovenpolder  Otterpolder  Oevers Wantij  Hel- en Zuilespolder  Thomaswaard  Sleeuwijkerwaard  Gors en Aanwas  Avelingen  Kribvakken Beneden Merwede  Kribvakken Boven Merwede Alle potentiële locaties zijn beoordeeld op tal van aspecten zoals effectiviteit, hoogwaterveiligheid, effecten op natuur, effecten op cultuurhistorie, haalbaarheid en kosten. Na een afweging van alle aspecten is er een voorkeursvariant gekozen. De redenen dat andere gebieden, zoals de Thomaswaard, Otterpolder en Noordbovenpolder afvallen zijn niet alleen gerelateerd aan grondposities, maar ook aan de mate waarin het gebied bij zou dragen aan ecologische kwaliteitsverbetering. In die zin is bijvoorbeeld de Otterpolder geen goed alternatief voor de Hel- en Zuilespolder, omdat daar veel minder getij toegelaten zou kunnen worden (een van de bestaande eisen aan dat gebied is dat de huidige polderstructuur intact blijft).

Zo zijn er nog een tal van redenen waarom de andere gebieden zijn afgevallen, die te lezen zijn in de bijlage geleverd bij de RIB van 24 januari 2023. De gemaakte afwegingen zijn met betrokken partijen gedeeld in de zogenoemde ontwerpateliers. Meer uitleg hierover is natuurlijk mogelijk, dit nemen we op in de presentatie voor 21 februari.

2. Wanneer is nu duidelijk geworden vanuit RWS dat de Hel- en Zuilespolder het meest geschikte gebied zou zijn? Antwoord: In september 2021 is de voorkeursvariant met de Hel- en Zuilespolder gepresenteerd en besproken in een ontwerpatelier. De variantennota, met daarin de keuze voor en onderbouwing van de voorkeursvariant, is in januari 2022 definitief vastgesteld.

3.

Wanneer is dit ‘besluit’ gecommuniceerd met de gemeente? Antwoord: In augustus-september 2021 zijn stukken gedeeld met betrokken partijen, waaronder ambtenaren van de gemeente Dordrecht, waarin de keuze werd toegelicht. In het najaar van 2021 zijn er verschillende gesprekken geweest over de inrichting van de polder en ook over de groeifondssubsidie die de gemeente Dordrecht wilde aanvragen met Rijkswaterstaat als co-financierde. Daarnaast heeft in aanloop tot de voorkeursvariant veelvuldig overleg plaatsgevonden met ambtenaren van de gemeente.

4.

De eigenaren van de Zuileshoeve hebben de afgelopen jaren meer dan fors geïnvesteerd in de ontwikkeling en ombouw tot B&B. Wat betekent dit voor hun toekomst en bedrijfsvoering. Hoe kijken RWS en de gemeente naar met name de positie van de eigenaren van de Zuileshoeve? Heeft de gemeente en/of RWS de eigenaren geen signalen gegeven dat er bij de ontwikkeling van de Zuileshoeve risico’s spelen m.b.t. de Hel- en Zuilespolder? Waarom zijn deze signalen niet afgegeven? Zoja wel, wanneer is dit gebeurt? Antwoord: RWS realiseert zich dat de geplande ontwikkeling impact heeft op de eigenaren van de Zuileshoeve. We zijn daarom, zodra duidelijk werd dat ontwikkeling van de Hel- en Zuilespolder in de voorkeursvariant zit, met ze in gesprek gegaan. Daaruit is gebleken dat zij niet enthousiast zijn over de plannen, omdat vanuit hun perspectief en belang zij de plannen zien als een grote bedreiging voor hun onderneming. De verbouwing van de Zuileshoeve liep al toen de keuze voor inrichting van KRW-natuur viel op de Hel- en Zuilespolder. RWS was helaas niet betrokken bij de ontwikkeling van de Zuileshoeve en we hebben dus niet kunnen waarschuwen dat de polder mogelijk een andere inrichting zou krijgen. Vanuit ons perspectief willen we benadrukken dat er wat betreft de toekomst van de Zuileshoeve onderscheid gemaakt kan worden tussen de uitvoeringsperiode en de periode daarna.

Tijdens de uitvoering is het gebied in ontwikkeling, maar ook na inrichting

blijft de polder een natuurgebied waar voldoende mogelijkheden aanwezig zijn om te recreëren en de Zuileshoeve goed toegankelijk blijft. 5.

RWS heeft een planschaderegeling. Mocht onverlet toch worden besloten de Helen Zuilespolder als overloopgebied in te zetten wat betekent dit dan voor de vergoeding aan de eigenaren van de Zuileshoeve? Antwoord: Het aanvragen van planschade is mogelijk daar waar burgers en ondernemers onevenredig worden getroffen door ruimtelijke plannen. Het kan bijvoorbeeld gaan, in het geval van de Zuileshoeve, over mogelijk schade in de vorm van een lagere omzet door veranderingen aan het gebied ten gevolge van de KRW-plannen. De eigenaren van de Zuileshoeve dienen dan aan te tonen dat er schade is opgelopen bij Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat stelt vervolgens een onafhankelijke commissie samen die de aanvraag vanuit de eigenaren van de Zuileshoeve beoordeeld.

6.

Is de regeling ook op andere gebruikers van toepassing? Antwoord: Iedereen kan planschade aanvragen, maar er liggen wel enkele voorwaarden aan ten grondslag. Zo dienen burgers of ondernemers onevenredig te worden getroffen door ruimtelijke plannen, waarbij het kan gaan om permanente en tijdelijke schade. Daarnaast dient men ook geen voorkennis te hebben gehad van de plannen. Er is ook een bepaalde drempelwaarde aan schade die bereikt dient te worden om in aanmerking te komen. Burgers en ondernemers kunnen tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van ruimtelijke plannen schade aanvragen. Een onafhankelijke commissie beoordeelt de aanvraag en keert na een positieve beoordeling een bedrag uit aan de benadeelde partij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/676/documents/23012