CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsverslag kwartiermaker Museum 1940-1945 15 november 2020 DEF.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 3 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 12: Raadsinformatiebrief Evaluatie gewenste kwaliteitsslag bij Museum 1940 - 1945 - Raadsinformatiebrief9.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage kwartiermaker Museum 1940-1945 Resultaten voorbereidingsfase

Rian Verhoeven 3 november 2020

Inhoudsopgave Samenvatting………………………………………………………………………………………………….3

Inleiding………………………………………………………………………………………………………….4

Hoofdstuk 1 De opdracht kwartiermaker Museum 1940-1945……………………….6 1.1 De opdracht……………………………………………………………………………………………………………………………….6 1.2 De eisen uit het raadsbesluit………………………………………………………………………………………………………6 1.3 De conclusies uit het NIOD-rapport..………………………………………………………………………………………….7 1.4 Het Alternatieve Plan in hoofdlijnen..…………………………………………………………………………………………7

Hoofdstuk 2 Fasering en knelpunten……..……………………………………………………………………9 2.1 Fasering: voorbereidings-, ontwikkel-, en implementatiefase…………………………………………………….9 2.2. Knelpunten: de organisatie en de collectie………………………………………………………………………………10 2.3 Hoe verder? ……………………………………………………………………………………………………………………………..14

Hoofdstuk 3 Concrete resultaten voorbereidingsfase………………………………………………..16 3.1 Visie en missie…………………………………………………………………………………………………………………………….16 3.2 Inhoud, doelstellingen en uitgangspunten van de nieuwe vaste opstelling.………………………………..16 3.3 Missie en uitgangspunten educatie..…………………………………………………………………………………………..18 3.4 Contouren van het educatieve groepsbezoek……………………………………………………………………………..18 3.5 Voorlopig museaal concept (`globaal plaatje’)..…………………………………………………………………………..21

2

Samenvatting Het Museum 1940-1945 heeft grote potentie zich te ontwikkelen tot een bijzonder eigentijds educatief museum op het gebied van WOII. Een museum dat voor kinderen, jongeren en voor een breed publiek een bezoek meer dan waard is. De opdracht om samen met de mensen van het museum binnen twee jaar een nieuwe educatieve verhaallijn en een nieuwe vaste opstelling in het museum te realiseren heb ik ingedeeld in drie achtereenvolgende fases van acht maanden: de voorbereidingsfase, de ontwikkelfase en de implementatiefase. Hoewel de meeste activiteiten uit de voorbereidingsfase met succes zijn voltooid, inclusief -conform opdracht van de Gemeente- de ontwikkeling van een nieuw museaal concept (zie hoofdstuk 3) is het helaas niet mogelijk door te gaan naar de ontwikkelfase. De reden hiervoor is dat de belangrijkste randvoorwaarden ontbreken en er te veel knelpunten zijn in de organisatie en de collectie (zie hoofdstuk 2). -

Het bestuur beschikt over onvoldoende kennis en ervaring op bestuurlijk vlak. Het Museum 1940-1945 kampt met een groot tekort aan vrijwilligers De kennis en kunde op het gebied van tentoonstellingsontwikkeling, educatie en collectiebeheer in de organisatie is te gering. De registratie en het beheer van de collectie is dermate problematisch dat niet vastgesteld kan worden of de collectie Dordtse WOII voorwerpen omvangrijk, betekenisvol en uniek genoeg is. Hiervoor is allereerst een forse inhaalslag nodig.

Kortom: het is het niet realistisch om binnen twee jaar een geheel nieuwe museumpresentatie van de grond te tillen. Een pilot-tentoonstelling (proefopstelling) waarmee het museum de benodigde fondsen kan werven, zou binnen dit tijdsbestek eventueel wel tot de mogelijkheden kunnen behoren. Maar alleen op voorwaarde dat het bestuur in snel tempo: -

uitbreidt en professionaliseert. serieus aan de slag gaat met de vrijwilligerswerving en vrijwilligers bereid zijn zich te scholen. de registratie van de (kern)collectie op orde is en voldoet aan de basiseisen van de Museumvereniging. Alleen op grond hiervan kan vastgesteld worden of de Dordtse collectie betekenisvol genoeg is om te voldoen aan de eisen van het raadsbesluit.

Hoe verder? Op korte termijn is het dringend noodzakelijk om met de betrokken partijen aan tafel te gaan om de situatie te bespreken. Daarbij is het uiteraard van belang om ook de maatschappelijk kosten op termijn af te wegen.

3

Inleiding Met het verstrijken van de tijd raakt de Tweede Wereldoorlog voor veel kinderen en jongeren steeds meer buiten beeld. Als het Museum 1940-1945 nieuwe generaties voor die geschiedenis wil blijven interesseren dan is een aanpak nodig die aansluit bij de eisen van de huidige tijd. De nu veelal willekeurig uitgestalde voorwerpen zullen plaats moeten maken voor een eigentijdse educatieve presentatie met een coherent verhaal. Daarbij is het van groot belang dat de verhaallijn aansluit bij de belevingswereld van de jonge bezoekers en hen voldoende identificatiemogelijkheden biedt. Persoonlijke verhalen van leeftijdsgenoten en regionale informatie over de Tweede Wereldoorlog kunnen de geschiedenis concreet en voorstelbaar maken. Persoonlijke verhalen vertellen niet alleen op een andere manier de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, maar geven ook bekende feiten een andere lading. Ze geven de geschiedenis een menselijke maat. Het onvoorstelbare wordt beter voorstelbaar, het abstracte concreet. Geen lesstof om van buiten te leren en daarna weer snel te vergeten, maar om door geraakt te worden en nieuwsgierig te raken naar achtergronden, feiten, en verbanden. Ook regionale geschiedenis is een manier om jongeren te betrekken bij de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Voor veel leerlingen heeft de Tweede Wereldoorlog zich ver weg afgespeeld.

Vaak weten ze niet welke oorlogsgebeurtenissen in hun eigen omgeving hebben plaats gevonden. De meeste Dordtse scholieren kennen ongetwijfeld het dagboek van Anne Frank. Maar kennen ze ook het dagboek van Jules Benedictus, die in Dordrecht ondergedoken zat? Leerlingen zijn vaak verrast door de geschiedenis van hun woonplaats, waardoor bekende plekken een nieuwe betekenis krijgen en het verleden opeens dichtbij komt. Een portemonnee van een Nederlandse korporaal doorboord door een Duitse kogel, die hem tijdens de hevige strijd in Dordrecht op 10 mei 1940 het leven kostte. Een houten kapstok in de vorm van een davidster, waaraan Dordtse joden ooit in de synagoge aan de Varkensmarkt hun jas hingen en een kinderwagen die een koerierster uit Dordrecht gebruikte voor het heimelijk vervoer van illegale kranten en wapens. Het zijn enkele voorbeelden uit de collectie van het Museum 1940-1945, die herinneren aan het verlies, de pijn en het verdriet van de bezettingsjaren, maar ook getuigen van moed, opofferingsgezindheid en overtuiging. De drie genoemde voorwerpen laten zien hoe Dordtenaren, net als andere Nederlanders, op zeer uiteenlopende manier te maken kregen met de Tweede Wereldoorlog; afhankelijk van wie ze waren, de dilemma’s waar ze voor stonden en de keuzes die ze maakten.

Verbonden met de bijbehorende persoonlijke verhalen, geplaatst in een historische context, en gepresenteerd in een geheel nieuwe museuminrichting kunnen dergelijke voorwerpen het Museum 1940-1945 tot een bijzonder educatief museum op het gebied van WOII maken. Een museum dat voor een breed publiek een bezoek meer dan waard is. Zoals de rapporten van het NIOD en Bureau Time al eerder terecht vermeldden heeft het Museum 1940-1945 grote potentie. Maar tegelijkertijd kom ik op grond van mijn recente ervaringen als kwartiermaker tot de conclusie dat er nog heel wat water om het eiland van Dordrecht moet stromen, voordat een dergelijk educatief museum gerealiseerd kan worden. De belangrijkste randvoorwaarden om als kwartiermaker samen met vrijwilligers van het museum een nieuwe verhaallijn en presentatie tot stand te brengen ontbreken namelijk. Het bestuur van het museum beschikt over onvoldoende kennis en ervaring op bestuurlijk vlak en het Museum 1940-1945 kampt met een groot tekort aan vrijwilligers, waardoor er slechts moeizaam stappen gezet kunnen worden. 4

Bovendien is de kennis en kunde op het gebied van educatie, tentoonstellingsontwikkeling en collectiebeheer in de organisatie te gering om binnen afzienbare tijd de professionaliseringsslag te maken die nodig is om een nieuwe permanente opstelling tot stand te brengen. Aanvullende scholing is hiervoor noodzakelijk. En last but not least; het beheer en de registratie van de collectie is dermate problematisch dat allereerst een forse inhaalslag gemaakt moet worden. Op grond van bovenstaande is het niet realistisch om binnen twee jaar een geheel nieuwe museumpresentatie van de grond te tillen. Een pilot-tentoonstelling waarmee het museum de benodigde fondsen kan werven, zou binnen dit tijdsbestek wel tot de mogelijkheden kunnen behoren. Maar alleen op voorwaarde dat het bestuur in snel tempo uitbreidt en professionaliseert, serieus aan de slag gaat met de vrijwilligerswerving en medewerkers bereid zijn zich te scholen en het beheer en registratie van de collectie op orde is en voldoet aan de basiseisen van de Museumvereniging. Als kwartiermaker in dienst van de Gemeente Dordrecht wil ik daaraan graag mijn bijdrage leveren, met als inzet dat kinderen en jongeren in de toekomst in hun een eigen stad kennis kunnen maken met de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog.

5

Hoofdstuk 1 De opdracht kwartiermaker Museum 1940-1945 1.1 De opdracht De opdracht van de kwartiermaker, zoals geformuleerd door de opdrachtgever de Gemeente Dordrecht is gebaseerd op het raadsbesluit van 28 mei 2019 en komt samengevat op het volgende neer:      

De kwartiermaker maakt een concreet plan voor de komende 2 jaar om het museum zodanig te transformeren dat het voldoet aan de in het raadsbesluit gestelde eisen. Kernwoorden hierin zijn: 'Focus aanbrengen', Ruimte creëren', 'Het verhaal van WO ll in Dordrecht e.o. levend houden', 'Eigentijds en educatief'. Het plan geeft aan hoe op een educatieve en (met name ook voor de jeugd) aansprekende en relevante wijze het verhaal over de oorlog in Dordrecht levend kan worden gehouden. Op basis van de nieuwe ontwikkelde verhaallijn zullen vervolgens concrete stappen tot `ontzamelen’ worden gezet. Het plan geeft aan hoe het eindplaatje er op hoofdlijnen uit zou moeten zien en welke procesmatige stappen noodzakelijk zijn om daar, binnen 2 jaar, uit te komen. De kwartiermaker toetst of bij partijen voldoende draagvlak is voor de uitvoering van het raadsbesluit en het hierop gebaseerde plan. Op basis daarvan onderneemt de kwartiermaker stappen voor de implementatie. De kwartiermaker maakt niet alleen een plan, maar gaat ook met de mensen van het museum aan de slag met de uitvoering ervan en geeft daarnaast aan wat er voor menskracht of expertise nodig is voor het vervolg. 1 Het NIOD-onderzoek naar het Museum 40 - 45 2 en de Raadsinformatiebrief3 zijn daarbij kader stellend voor deze opdracht.

1.2 De eisen uit het raadsbesluit De eisen uit het raadsbesluit komen samengevat op het volgende neer.   

De formulering van missie en visie, ontzameling en de educatieve invulling. Waarde wordt gehecht aan de museumcollectie, daar waar die het verhaal van Dordrecht in de Tweede Wereldoorlog vertelt. Daarbij wil de gemeente het unieke Dordtse van de collectie bewaren en kunnen tonen. (Dus geen zaken bewaren die geen relatie met WOII in Dordrecht hebben, of al elders bewaard worden) Wat betreft de presentatie ligt de prioriteit bij de educatieve functie. Daarbij zien we nadrukkelijk een relatie met eisen ten aanzien van burgerschapskunde die in het onderwijs gelden. Hiermee sluiten we aan bij de 'kwaliteitsimpuls educatie' zoals de Stichting Musea en Herdenkingscentra 40-45 die geformuleerd heeft.

1

Gebaseerd op de Opdrachtbrief Kwartiermaker Museum 40-45 en Opdracht Kwartiermaker Museum 40-45, 13-12-2019. 2 Adviesrapport Museum 1940-1945 Dordrecht, Dr. Erik Somers, september 2017. 3 RlS 2063942

6

 

Daarnaast is het van belang dat ook inwoners en bezoekers van de stad kennis kunnen nemen van het verhaal van WO II in Dordrecht. Naast deze inhoudelijke uitgangspunten vinden wij een afweging van de maatschappelijke kosten en baten van belang; hoeveel overheidsgeld zetten wij in voor hoeveelheid museumbezoekers.

1.3 De conclusies uit het NIOD-rapport De conclusies uit het NIOD-rapport, dat kaderstellend is voor de opdracht luiden: 

 

Het Museum 1940-1945 beschikt over een omvangrijke, deels waardevolle, maar onsamenhangende verzameling. Hierin moet verandering gebracht worden door een gefundeerd en professioneel collectiebeleid. Noodzakelijk is dat het materiële beheer en de toegankelijkheid van de collectie worden verbeterd. De actuele inrichting, samengesteld vanuit een ‘verzamelaarsperspectief’, is verouderd en onvoldoende is, en draagt nauwelijks bij aan het inzicht of de kennis van de bezoeker. Er wordt onvoldoende aangegeven wat de achtergrond, context en betekenis van de getoonde objecten is. Vooral wanneer het beladen thema’s betreft kan dit terecht als schokkend en confronterend worden ervaren. Zo geven de wijze waarop thans Nazi-symbolen en recentelijk ‘verlieslijsten’ worden getoond, hiertoe - ongewild – aanleiding. Museum 1940-1945 heeft zonder meer bestaansrecht, maar er dient een nieuwe, eigentijdse presentatie te worden gerealiseerd, waarbij de kenmerkende gebeurtenissen van Dordrecht tijdens de oorlog centraal staan en aandacht is voor persoonlijke geschiedenissen. Dit kan gebeuren op basis van de eigen collectie. Hiervoor zal een inhoudelijk museaal conceptplan moeten worden ontwikkeld, waarin de educatieve functie aangepast wordt aan hedendaagse eisen en de mogelijkheid van toekomstige wisselexposities meegenomen wordt.

De werkwijze van het museum dient een professionaliseringsslag te ondergaan. Gestreefd moet worden de maatstaven van de Nederlandse Museumvereniging te hanteren. Hierin past een aangescherpt, proactief vrijwilligersbeleid en samenwerking met nationale en lokale partners op het museale, historische, educatieve en organisatorische vakterrein. Het is daarbij van belang te leren van ervaringen bij soortgelijke museale WO2 instellingen.

1.4 Het Alternatieve Plan in hoofdlijnen Voor de uitvoering van de opdracht is het van belang om notie te nemen van het rapport “Toekomst Museum 1940-1945-Alternatief Plan” van 9 oktober 2018. Hierin onderschrijft het museumbestuur grotendeels de conclusies van het NIOD, erkent het de noodzaak van professionalisering en wordt de ambitie van het museum geformuleerd. Het museum wil:    

een heldere visie ontwikkelen, een collectieplan schrijven op basis van de richtlijnen van Instituut Collectie Nederland, een volledige nieuwe vaste educatieve expositie realiseren, een geregistreerd museum worden,

7

 

samenwerken met lokale partners, leren van andere oorlogsmusea en de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH 40-45) waarvan het Museum 1940-1945, geassocieerd lid is. Het functioneren van de eigen organisatie kritisch onder de loep nemen, met name op bestuurlijk vlak. De conclusie is dat het bestuur te weinig kennis en ervaring op bestuurlijk vlak heeft en dat uitbreiding/en of vervanging van bestuursleden en wellicht ook een andere invulling van de bestuursfunctie noodzakelijk geacht wordt.

8

Hoofdstuk 2 Fasering en knelpunten

2.1 Fasering: voorbereidings-, ontwikkel-, en implementatiefase Om binnen twee jaar tot het gewenste eindresultaat te komen, heb ik in eerste instantie drie achtereenvolgende fases van elk ongeveer acht maanden onderscheiden: de voorbereidingsfase, de ontwikkelfase en de implementatiefase. In de praktijk zijn de fases niet altijd strikt gescheiden. Zo zijn in de zomer in samenwerking met het Servicebureau Onderwijs en Cultuur al een tweetal projecten opgestart om BO-scholen en PABO studenten uit Dordrecht actief bij de ontwikkeling van de nieuwe verhaallijn te betrekken. Daarnaast is een zestal deskundigen bereid gevonden in de ontwikkelfase deel te nemen aan een externe adviesgroep.

Aankondiging van het adviesproject voor PABO-studenten.

-

De voorbereidingsfase (1 januari tot 1 september 2020)

In de eerste fase gaat het om het uitwerken van de opdracht in een concreet plan. Dit plan wordt gebruikt om bij de betrokken partijen draagvlak en goedkeuring te krijgen en om de volgende stappen te zetten in het daadwerkelijk realiseren van de opdracht. De belangrijkste activiteiten behorend bij deze fase zijn:    

Kennismaking intern Samenstelling werkgroep Kennismaking extern, in Dordrecht en daarbuiten Vaststellen van visie en missie van het museum 9

     

-

Vaststellen van de inhoud, doelstellingen en uitgangspunten van de nieuwe vaste opstelling Vaststellen van de missie en uitgangspunten educatie Vaststellen van de contouren van het educatieve groepsbezoek Inventarisatie van objecten en verhalen in de collectie van het Museum 1940-1945 die gerelateerd zijn aan de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog Ontwikkeling van een voorlopig museaal concept (`globaal eindplaatje’) Plan ter goedkeuring voor werkgroep/bestuur Museum 1940-1945 en de Gemeente Dordrecht. De ontwikkelfase (1 september 2020 tot 1 mei 2021)

In de tweede fase gaat het erom om extern draagvlak te verwerven en samenwerking te zoeken met als doel het voorlopig museaal concept te toetsen. Een werkgroep met kennis van zaken op het gebied van educatie, tentoonstellingsontwikkeling en collecties ontwikkelt met advies van derden (externe adviesgroep) een definitief museaal concept, inclusief zogenoemd `vlekkenplan’. Op basis van de eerste inventaris van Dordtse voorwerpen, zoals die in de voorbereidingsfase is vastgesteld, wordt nader onderzoek gedaan, om tot een definitieve objectenkeuze te komen. Een collectiebeleid wordt geschreven, waarin ook een zogenaamd `ontzamelplan’ opgenomen is. Met behulp van promotiemateriaal gebaseerd op het voorlopig museaal concept wordt de fondsenwerving ter hand genomen. -

De implementatiefase (1 mei 2021- 31 december 2021)

In de implementatiefase wordt de tentoonstelling geproduceerd en komen de bijbehorende educatieve programma’s en de randprogrammering tot stand. Het `ontzamelplan’ wordt uitgevoerd. Vrijwilligers krijgen een scholing als museumdocent. Door middel van diverse openingsactiviteiten wordt de nieuwe presentatie bij het onderwijs en bewoners in de regio op de kaart gezet. 2.1 Knelpunten: de organisatie en de collectie Hoewel de meeste activiteiten behorend bij de voorbereidingsfase met succes zijn uitgevoerd, inclusief volgens opdracht de ontwikkeling van een verhaallijn (voor concrete resultaten zie hoofdstuk 3), is het niet mogelijk met een gedetailleerd plan te komen om de opdracht binnen de gestelde termijn uit te voeren. Reden daarvoor is dat de noodzakelijke randvoorwaarden ontbreken en er te veel knelpunten zijn om de volgende fase (ontwikkelfase) in te gaan. Die betreffen met name de organisatie en de collectie. Het bestuur beschikt over te weinig bestuurlijke kennis en ervaring, het museum kampt met een groot tekort aan vrijwilligers, en in de organisatie ontbreekt het aan voldoende kennis op het gebied van het museumvak, educatie en collectiebeheer.

Mede op grond hiervan was het museum niet in staat om een belangrijke activiteit van de voorbereidingsfase uit te voeren: de inventarisatie van objecten uit de collectie die gerelateerd zijn aan de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die taak heb ik daarom zelf op me genomen, om tot de conclusie te komen dat de registratie en het beheer van de collectie dermate problematisch is dat allereerst een inhaalslag gemaakt moet worden.

10

Organisatie

-

Bestuur

Om de opdracht met succes en binnen de gestelde termijn te voltooien is een actief en betrokken bestuur nodig, met voldoende bestuurlijke kennis en ervaring om daadkrachtig werkzaamheden uit te voeren. Zoals het museum zelf al in 2018 in haar rapport “Toekomst Museum 1940-1945-Alternatief Plan” 2018 constateerde, beschikt het bestuur over onvoldoende kennis en ervaring op bestuurlijk vlak. Het museum is er de afgelopen twee jaar helaas niet aan toegekomen om met de voornemens en ambities uit dit rapport een begin te maken, zoals de uitbreiding/en of vervanging van bestuursleden. Dat geldt ook voor andere belangrijke zaken uit bovengenoemd rapport: de ontwikkeling van een verzamelplan, samenwerking met lokale partners en leren van andere oorlogsmusea en de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH 40-45). Om de totstandkoming van een nieuwe presentatie mogelijk te maken is het noodzakelijk dat het bestuur het eigen plan oppakt, en het bestuur uitbreidt met leden die beschikken over bestuurlijke kennis en ervaring, ervaring op het gebied van fondsenwerving en een relevant netwerk hebben. Vanzelfsprekend dient het bestuur zich unaniem en met enthousiasme in te zetten en prioriteit te geven aan de ontwikkeling van een nieuwe verhaallijn en presentatie. -

Tekort aan vrijwilligers

Tijdens de bijeenkomsten van de ingestelde werkgroep, bestaande uit drie bestuursleden, een vrijwilliger en mijzelf, werd duidelijk dat het Museum 1940-1945 een kleine en kwetsbare organisatie is. Waar andere WOII-musea gemiddeld beschikken over zo’n 100 vrijwilligers,4 zijn er bij het museum inclusief het bestuur slechts een kleine 20 mensen actief, van wie een groot deel alleen gedurende het weekend beschikbaar is. De trend van de afgelopen jaren is dat er vrijwilligers vertrekken, maar geen nieuwe bijkomen. Het kost het museum dan ook zeer grote moeite om het museum vijf dagen per week open te houden. Dat betekent dat er voor werkzaamheden betreffende de ontwikkeling van een nieuwe verhaallijn en het tot stand brengen van een nieuwe vaste opstelling nauwelijks uren beschikbaar zijn. Gezien de urgentie van de situatie is er tijdens de bijeenkomsten tijd besteed aan de werving van vrijwilligers. Een bestuurslid uit de werkgroep was bereid de taak van vrijwilligerscoördinator op zich te nemen, onder meer om een vrijwilligersbeleid te formuleren. Helaas heeft hij wegens tijdgebrek en persoonlijke omstandigheden geen kans gezien de werkzaamheden uit te voeren en heeft hij zijn taak neergelegd. -

Kennis en kunde

De groep vrijwilligers, inclusief het bestuur, verdienen groot respect voor het feit dat zij er in de loop van de jaren in geslaagd zijn een omvangrijke verzameling op te bouwen en de deuren van het museum geopend te houden. Maar het tonen van een verzameling voorwerpen is wezenlijk anders dan het ontwikkelen van een eigentijdse permanente expositie. Tijdens de bijeenkomsten van de werkgroep werd duidelijk dat de noodzakelijke overgang van een museum met `verzamelaarsperspectief’ naar een museum met een educatief verhaal met de huidige 4

Vrijwilligershandboek, praktische gids voor het werken met vrijwilligers, SMH 40-45, 2020, p.4.

11

vrijwilligers niet eenvoudig gemaakt kan worden. Geheel onbegrijpelijk is dit niet omdat de twee perspectieven in veel opzichten tegengesteld zijn. Verzamelaars zijn gewend om een grote hoeveelheid voorwerpen te tonen, veelal zonder boodschap, samenhang, historische context of persoonlijk verhaal. Ze zijn meer zendergericht en gaan uit van de voorwerpen die ze in de loop der jaren verworven hebben. Een educatief museum daarentegen gaat uit van een visie en toont voorwerpen in een samenhangend verhaal, dat aansluit bij de (educatieve) doelstellingen. Zoals Erik Somers al in het NIOD-rapport constateerde is het probleem hierbij dat de vrijwilligers van het Museum 1940-1945 geen professionele achtergrond hebben op het gebied van tententoonstellingsontwikkeling, collectiebeheer en educatie. 5 Dit betekent dat scholing van de huidige vrijwilligers nodig is om de basiskennis te verwerven, en bij vrijwilligerswerving de focus te leggen op mensen met ervaring op deze terreinen. 

Collectie

De collectie vormt de kern van ieder museum en dat geldt ook voor het Museum 1940-1945. Om een nieuwe verhaallijn te ontwikkelen is het van groot belang om allereerst te weten waaruit de collectie voorwerpen bestaat, die een relatie hebben met de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vandaar dat in de werkgroep besloten werd hiervoor een coördinator aan te stellen met als taak een eerste inventarisatie te maken van bovengenoemde voorwerpen. Toen dat om tal van redenen niet lukte, heb ik die taak zelf op me genomen, deels met hulp van een paar vrijwilligers. -

Onderzoek Photobase: geen beschrijvingen

Het museum heeft een eigen systeem, Photobase, waarin de objecten worden geregistreerd. Het systeem bevat ruim 3000 voorwerpen, waarvan het merendeel de militaire geschiedenis betreft. Tijdens mijn onderzoek constateerde ik dat er van de meeste objecten helaas geen enkele omschrijving aanwezig was: geen informatie over de herkomst, betekenis, locatie, toedracht, periodisering van het object. Ook ontbrak achtergrondinformatie of een verwijzing daarnaar (bijvoorbeeld een persoonlijk verhaal, fotomateriaal). Op grond van de eigen registratie van het museum is dus niet vast te stellen of een voorwerp een relatie met Dordrecht heeft of niet. -

Veel ongeregistreerde objecten

Bovendien viel me op, dat zeer veel voorwerpen die in het overvolle museum worden getoond, niet in Photobase te vinden zijn, en dus geheel niet geregistreerd zijn. Dat betekent dat ze officieel niet bestaan. Dat is natuurlijk zorgelijk, mede omdat voorwerpen dan niet bruikbaar zijn en bovendien ongemerkt kunnen verdwijnen. Opvallend was overigens dat de collectie wapens van het museum in Photobase niet terug te vinden is. -

Onderzoek inventaris in Word: Dordtse voorwerpen niet vast te stellen

Naast Photobase heeft het museum een inventaris gemaakt in een Word-document, dat bijgehouden wordt door een collectiebeheerder. Maar omdat deze vrijwilliger niet in Photobase werkt, lopen de registratie in het Word-document en Photobase niet synchroon. Ook in de inventaris in Word is niet vastgelegd of een voorwerp al dan niet een relatie met Dordrecht heeft. -

Overzicht bruiklenen

Naast deze twee vormen van registratie bestaat er nog een fysieke map, bijgehouden door een bestuurslid, waarin de bruiklenen van privépersonen de afgelopen jaren zijn geregistreerd. De informatie uit deze map (niet terug te vinden in Photobase en de inventaris in Word), bevatte geen 5

Adviesrapport Museum 1940-1945 Dordrecht, Dr. Erik Somers, september 2017, p.7.

12

gegevens waaruit op te maken viel of voorwerpen een relatie met Dordrecht hadden. Het ontbreken van de registratie van bruiklenen betekent overigens dat deze voorwerpen meestal niet terug te vinden zijn. -

Het NIOD-rapport over de collectie

Vervolgens ben ik te rade gegaan bij de conclusies uit het NIOD-rapport aangaande voorwerpen die een relatie met Dordrecht hebben. Daarin werd al vermeld dat door het gebrek aan beschrijvingen in de registratie, de aard en omvang van de collectie moeilijk vast te stellen was. In het NIOD-rapport staat: Vanuit Dordts perspectief zijn vooral bescheiden die het verleden van de stad en de omgeving representeren van betekenis. Hierover bevinden zich waardevolle en uitzonderlijke objecten in de collectie. Het rapport noemt drie voorbeelden: de ontvangstinstallatie en radio van de Dordtse MTS leraar Hellingman, een originele kinderwagen waarin onder het matras op vernuftige wijze een bergplaats voor wapens is gemaakt, voorwerpen die betrekking hebben op het vervalsingswerk van Dordtse verzetsman, de heer Smalberg 6 en een door het museum gemaakt overzicht van tien objecten (of cluster van objecten) die als uniek en bijzonder kunnen worden beschouwd. 7 Met de hulp van drie vrijwilligers ben ik in de diverse `registratiesystemen’ op zoek gegaan naar bovengenoemde voorwerpen. Onze gezamenlijke conclusie was dat een deel van de voorwerpen niet geregistreerd bleek, sommige niet aanwezig waren of dat de noodzakelijke (herkomst)informatie erover ontbrak.

Tijdens de zoektocht in het depot en in de bibliotheek kwamen we bovendien in een paar van de zeer veel dozen die de opslagruimte rijk is, nieuwe Dordtse -niet geregistreerdevoorwerpen tegen. Telefonische navraag bij Erik Somers leverde op dat hij, zoals hij ook in zijn rapport had beschreven, de voorwerpen genoemd in het overzicht van het museum zelf niet heeft gezien of heeft kunnen beoordelen. -

Historisch vooronderzoek: vraagstelling

Op basis van bovengenoemde zoekacties heb ik een voorlopige inventarisatie van (vermoedelijk) Dordrecht gerelateerde voorwerpen gemaakt en aanvullend historisch onderzoek gedaan naar een aantal voorwerpen om vast te stellen of ze inderdaad een relatie met Dordrecht hadden, of er een bijbehorend persoonlijk verhaal te vinden was en begeleidend (foto)materiaal. De vraagstelling die ik bij mijn onderzoek heb gehanteerd luidde: A. Is mogelijk (volgens de normen van de Museumvereniging) alsnog aan te tonen of voorwerpen uit de collectie een relatie met Dordrecht hebben? B. Zo ja, zijn er voldoende Dordrecht gerelateerde objecten en zijn ze kenmerkend, uniek en verhaaldragend genoeg om een eigentijds educatief museum te realiseren, dat voldoet aan de eisen uit het raadsbesluit. Om dit vast te stellen heb ik de volgende criteria gehanteerd: 1. Zijn er voldoende voorwerpen m.b.t. de hoofdthema’s (dagelijks leven, verzet, vervolging, collaboratie in Dordrecht?) 2. Zijn er voldoende voorwerpen m.b.t. kenmerkende Dordtse onderwerpen (bijv. strijd meidagen 1940, Biesboschcrossings, bombardement Merwestein etc.)? 3. Zijn er persoonlijke verhalen behorend bij de voorwerpen? Of zijn er op historisch verantwoorde wijze persoonlijke verhalen aan het voorwerp te verbinden?

6 7

Adviesrapport Museum 1940-1945 Dordrecht, Dr. Erik Somers, september 2017, p. 20. Adviesrapport Museum 1940-1945 Dordrecht, Dr. Erik Somers, september 2017, p 15, bijlage 1.

13

4. Zijn er voldoende voorwerpen om verschillende perspectieven aan de orde te laten komen (mannen, vrouwen, meisjes, jongens)? 5. Zijn er voldoende voorwerpen om aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen en jongeren? (bijv. school, vrije tijd, vriendschap) 6. Zijn er voldoende voorwerpen om de verschillende rollen aan de orde te laten komen (verzet, slachtoffer, dader, toeschouwer)? 7. Sluiten de voorwerpen voldoende aan bij de educatieve doelstellingen? 8. Zijn de voorwerpen evenwichtig gespreid over de oorlogsjaren? 9. Zijn de voorwerpen afwisselend genoeg? (Bijv. niet alleen documenten)

-

Historisch vooronderzoek: voorlopige conclusies

Op dit moment is het nog te vroeg om een definitieve uitspraak te doen over de betekenis van de collectie Dordrecht gerelateerde voorwerpen. Vandaar dat mijn conclusies voorlopig zijn. A. Hoewel het een zeer tijdrovend proces is, blijkt het mogelijk om op grond van bronnenonderzoek en het raadplegen van deskundigen van een beperkt aantal voorwerpen aan te tonen dat er een relatie met Dordrecht is. B. Het vooronderzoek heeft mij niet overtuigd dat het Museum 1940-1945 over voldoende aantoonbare verhaaldragende en kenmerkende Dordtse voorwerpen beschikt waarmee een eigentijdse educatieve vaste opstelling gerealiseerd kan worden. Meer onderzoek is hiervoor nodig. Een groot struikelblok is dat het museum de persoonlijke verhalen die bij de voorwerpen horen, meestal niet heeft vastgelegd. In een aantal gevallen ben ik in staat geweest deze verhalen alsnog vast te leggen. Daarnaast heb ik in de collectie Europese Dagboeken en Egodocumenten in het NIOD diverse bijzondere onbekende Dordtse persoonlijke getuigenissen gevonden, die met voorwerpen verbonden kunnen worden. Vanzelfsprekend is dit ook een arbeidsintensief proces. Criteria 1 t/m 9 -

Bij de gehanteerde criteria ontbreekt het vooralsnog met name aan: Voorwerpen en verhalen m.b.t de Jodenvervolging Voorwerpen en verhalen m.b.t. kenmerkende Dordtse onderwerpen (m.u.v. de Duitse inval) Voorwerpen en verhalen vanuit het perspectief van vrouwen, meisjes en jongens Voorwerpen en verhalen die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen en jongeren Voorwerpen en verhalen die aansluiten bij de rol van de toeschouwer

Vooruitlopend op een definitieve conclusie heb ik vervolgens onderzocht of er elders (privépersonen, musea en andere instellingen) betekenisvolle Dordrecht gerelateerde WOII-voorwerpen zijn, die het museum op termijn zou kunnen bruiklenen. Uiteraard kan daar pas sprake van zijn als het museum geprofessionaliseerd is. Een deel van de resultaten van mijn vooronderzoek heb ik meegenomen in de beschrijving van het voorlopig museaal concept in hoofdstuk 3. 2.3 Hoe verder? Op basis van bovengenoemde bevindingen is het niet mogelijk om de opdracht zoals omschreven in hoofdstuk 1 binnen de gestelde termijn te voltooien. Het museum moet eerst orde op zaken stellen en de voorwaarden scheppen die nodig zijn om de opdracht uit te voeren. Dat houdt in dat: 14

-

het bestuur van museum 1940-1945 in snel tempo professionaliseert en uitbreidt. het bestuur op korte termijn een vrijwilligersbeleid ontwikkelt en nieuwe vrijwilligers werft, bij voorkeur met een achtergrond in het museumvak of educatie. museumvrijwilligers bereid zijn zich te scholen in het museumvak en educatie. binnen zes maanden i.s.m. de kwartiermaker een inhaalslag gemaakt wordt wat betreft de registratie van de kerncollectie van het museum (Dordtse voorwerpen), die voldoet aan de basisregistratie van de Museumvereniging. Hiervoor zal de kwartiermaker een plan van aanpak opstellen. Op basis van de resultaten kan vervolgens m.b.v. externe deskundigen gewogen en vastgesteld worden of de collectie Dordtse voorwerpen waardevol en betekenisvol genoeg is om een eigentijdse educatieve vaste opstelling te realiseren.

Als hieraan voldaan wordt behoort het eventueel wel tot de mogelijkheden om binnen de gestelde termijn een pilot-tentoonstelling (proefopstelling) te ontwikkelen, waarmee het museum gericht fondsen kan werven. Op korte termijn is het dringend noodzakelijk om met de betrokken partijen aan tafel te gaan om de situatie te bespreken. Daarbij is het uiteraard van belang om ook de maatschappelijk kosten op termijn af te wegen.

15

Hoofdstuk 3 Concrete resultaten voorbereidingsfase 3.1 Visie en missie Op basis van de eisen in het raadsbesluit en de aanbevelingen gedaan in het NIOD-rapport van Erik Somers is de volgende visie en missie geformuleerd. De Tweede Wereldoorlog is de meest ingrijpende periode uit de Nederlandse geschiedenis in de twintigste eeuw, die ook in Dordrecht diepe sporen heeft nagelaten. Het Museum 1940-1945 is een educatief centrum dat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Dordrecht onder de aandacht wil brengen van een breed publiek. Hierbij staan persoonlijke verhalen centraal; de belevenissen, de keuzes en dilemma’s van gewone en bijzondere inwoners van Dordrecht tijdens de Duitse bezetting. Verhalen die laten zien dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en verantwoordelijkheid vraagt van iedereen. Ook vandaag de dag. Het Museum 1940-1945 wil de herinnering aan geschiedenis de Tweede Wereldoorlog in Dordrecht levend houden door:     

een vernieuwende permanente expositie diverse innovatieve educatieve programma’s voor PO, VO en MBO gevarieerde randprogrammering, zoals lezingen, workshops, kinderactiviteiten en `family events’ het stimuleren van wetenschappelijk historisch onderzoek naar de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog actief samen te werken met onderwijs-, culturele en erfgoedorganisaties en collegainstellingen op het gebied van de Tweede Wereldoorlog, zowel in Dordrecht als daarbuiten.

3.2 Inhoud, doelstellingen en uitgangspunten van de nieuwe vaste opstelling Op grond van de bovenstaande missie van het museum zijn de volgende doelstellingen en uitgangspunten vastgesteld.  Inhoud: algemeen Het museum vertelt de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) in hoofdlijnen, vanuit het perspectief van bewoners van Dordrecht: mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Het verhaal wordt verteld aan de hand van vier hoofdthema’s: dagelijks leven, verzet, vervolging, en collaboratie, ingeleid door de inval en afgesloten met de bevrijding. Deze vier hoofdthema’s zijn gelijkwaardig en vormen samen de bezettingsgeschiedenis van Dordrecht. Centraal staan persoonlijke verhalen en authentieke objecten. -

Aandachtspunten

Een bijzonder punt van aandacht is dat de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit wetenschappelijk is onderzocht, hoewel historici als Cees Weltevrede en Frank van Riet zich wel over een aantal deelonderwerpen hebben gebogen. Dat betekent dat op dit 16

moment niet is vast te stellen wat kenmerkend was voor Dordrecht tijdens de Duitse bezetting. Terwijl een stad als Amsterdam vooral getekend werd door de Jodenvervolging, het dorp Aalten in de Achterhoek zich onderscheidde op het gebied van hulp aan onderduikers, is vooralsnog onbekend wat Dordrecht het meest typeerde. Hoewel de geografische ligging van Dordrecht één van de bepalende factoren was, (hevige strijd in de meidagen, frontlinie, Biesbosch-crossings en bombardement Merwestein) blijven veel vragen onbeantwoord zoals bijvoorbeeld: hoe groot was de NSB en wat was de rol van collaboratie en verraad in Dordrecht? Hoe speelde de Jodenvervolging zich af, vergeleken met andere plaatsen? Was de invloed van de hongerwinter vergelijkbaar met die in andere steden in het westen van Nederland. Over de rol van het verzet wordt volgend jaar meer bekend als de publicatie van Frank van Riet, die bereid is als adviseur bij de verhaallijnontwikkeling betrokken te zijn, over dit onderwerp verschijnt. Totdat een dergelijk wetenschappelijk onderzoek heeft plaats gevonden wordt ervan uitgegaan dat de Tweede Wereldoorlog zich in Dordrecht ontwikkelde volgens de algemene lijnen. Als werkhypothese wordt aangehouden dat: -

-

Na de schrik van de Duitse inval pasten de meeste inwoners van Dordrecht zich aan de nieuwe situatie aan. Verzet was een uitzondering en het werk van kleine groepjes en individuen. Terwijl de Dordtse joden werden geregistreerd, geïsoleerd en gedeporteerd keken, op een aantal uitzonderingen na, de meeste mensen toe. Het georganiseerde verzet kwam pas goed op gang na mei 1943 toen Nederlanders opgeroepen werden voor de arbeidsdienst. Het laatste oorlogsjaar werd gekenmerkt door toenemend verzet, toenemende terreur en de hongerwinter in de steden in het westen van Nederland.

Een ander punt van aandacht is dat er door het museum vrijwel geen persoonlijke verhalen zijn verzameld, behorend bij de voorwerpen uit de eigen collectie. Dat geldt ook eveneens voor (historische) foto’s die de voorwerpen in een museale presentatie een historische context geven of persoonlijk maken.

 Doelstellingen Na een rondgang door het museum hebben bezoekers: -

Kennis van de hoofdlijnen van de geschiedenis van Dordrecht (geplaatst in bredere historische context) tijdens de Duitse bezetting. Ervaren wat de Tweede Wereldoorlog betekende voor inwoners van Dordrecht. Het besef dat er tijdens de bezetting verschillende rollen en posities waren: daders, slachtoffers, toeschouwers en mensen die in verzet kwamen. Nagedacht over de keuzes en dilemma’s waarvoor mensen tijdens de oorlogsjaren gesteld werden en zijn zelf actief betrokken geweest bij diverse keuzemomenten in het museum. Het besef dat de bezettingsgeschiedenis tot op de dag van vandaag zijn sporen nalaat en dat het leven in vrijheid en vrede niet vanzelfsprekend is.

17

Uitgangspunten

De nieuwe vaste opstelling in het museum: - stimuleert bezoekers te observeren, reflecteren, reageren en op onderzoek uit te gaan. - geeft historisch correcte informatie en plaatst deze in een juiste historische context. - toont illustratieve en verhaaldragende historische objecten, die kenmerkend zijn voor Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. - presenteert de geschiedenis multi-perspectief. Zowel vanuit het perspectief van mannen, vrouwen, jongeren en kinderen als vanuit het perspectief van slachtoffers, verzetsmensen, daders en toeschouwers. - Biedt informatie gevarieerd aan, waarbij tekst veelal vervangen wordt door andere informatiedragers. - laat variatie en diversiteit zien in beeldmateriaal en verhalen, waarbij digitale bronnen en authentieke objecten evenwichtig worden gepresenteerd. - houdt rekening met de belangstelling en wensen van de diverse doelgroepen. Voor specifieke doelgroepen zijn er mogelijkheden voor verdieping. - staat op zichzelf, en is dus zonder rondleider te bezoeken. Museumdocenten kunnen evenwel op verzoek extra informatie of toelichting bieden. - is sober en ingetogen en heeft de kwaliteit die het onderwerp toekomt. 3.3 Missie en uitgangspunten educatie 

Missie: een unieke ervaring

De educatie missie van het nieuwe museum bestaat er uit leerlingen in de leeftijd van 10--18 jaar een unieke ervaring te bieden. In een innovatieve en verrassende omgeving worden ze uitgenodigd actief op zoek te gaan naar de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Duitse bezetting. Het museum prikkelt de nieuwsgierigheid, roept vragen op en maakt leerlingen enthousiast. Het optimaal resultaat is dat het bezoek hen bijblijft en ze graag meer willen weten. 

Uitgangspunten

De vaste tentoonstelling en het educatieve programma: -

sluiten aan bij de belevingswereld en het perspectief van kinderen en jongeren maakt gebruik van verhalen van leeftijdsgenoten wekt interesse op voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Dordrecht vergroot kennis of bevestigt bestaande kennis leert nieuwe vaardigheden en oefenen ervan geeft nieuw perspectief op houdingen van mensen (keuzes, dilemma's) stimuleert interactie met anderen tijdens het bezoek van het museum sluiten aan bij het curriculum van diverse schoolvakken en de canon

3.4 Contouren van het educatieve groepsbezoek Op basis van de eerdergenoemde doelstellingen en uitgangspunten zijn de volgende ideeën over het groepsbezoek van scholen aan het museum tot stand gekomen. 18

Onderdelen

De educatieve programma’s van het Museum 1940-1945 bestaan uit drie onderdelen. -

Een voorbereidingsles op school Een bezoek aan het museum Een verwerkingsles op school

De voorbereidings- en verwerkingsles zijn te downloaden op de website van het museum. Het doel van de voorbereidingsles is om leerlingen en docenten te enthousiasmeren voor het bezoek, nieuwsgierig te maken, en ze te laten nadenken over concrete vragen, waarop zij graag een antwoord willen hebben. De voorbereidingsles maakt docenten duidelijk op welke manier het educatieve programma aansluit bij de kerndoelen en onderwerpen uit de canon en hoe deze in de expositie en het educatie programma aan bod komen. De verwerkingsles geeft ideeën en suggesties voor nabespreking in de klas en verwerkingsopdrachten. 

Doelgroep

De educatieve programma’s zijn bedoeld voor leerlingen in de leeftijd van 10-18 jaar. In de ontwikkel- en testfase van de educatieve programma’s wordt bekeken hoe niveaudifferentiatie het beste te realiseren is. Educatief materiaal voor individuele bezoekers (families) zal apart ontwikkeld worden, bijvoorbeeld in de vorm van een speurboekje (of digitale variant) met opdrachten die gezamenlijk uitgevoerd kunnen worden. 

Omvang en tijdsduur

Het educatieve programma van het museum is bestemd voor groepen met maximaal 30 deelnemers van één en dezelfde school. Tijdens het groepsbezoek is het museum toegankelijk voor individueel bezoek. Het bezoek duurt naar schatting 90-100 minuten, waarvan zoveel mogelijk tijd in de vaste opstelling doorgebracht zal worden. De globale tijdsindeling van het educatief programma is: - binnenkomst en plaatsnemen introductiezaal: 5 - 10 minuten - welkom, indeling in groepjes, verstrekken opdrachtboekjes (of digitale variant): 5 - 10 minuten - bekijken introductiefilm: 10 minuten (idealiter zijn er voor de educatieve programma’s aparte introfilms) - bezoek aan de expositie: 60 minuten - afronding: 10 minuten 

Bezoek aan de expositie

Leerlingen worden ingedeeld in groepjes van 5 personen. Bij een maximumdeelname van 30 personen beginnen drie groepjes (15 leerlingen) hun bezoek aan de expositie in de benedenzaal. De andere drie groepjes (15 leerlingen) beginnen in de bovenzaal. Na een half uur wisselen ze van zaal. Leerlingen krijgen een opdrachtboekje (of digitale variant) mee waarin ze vastleggen wat ze hebben gedaan. In het museum komen leerlingen afwisselende ‘opdrachten’ tegen, verspreid over de verschillende thema’s. Zo moeten de leerlingen de ene keer een mening geven (voor/tegen/neutraal), krijgen ze een andere keer een kijkopdracht en worden ze daarna uitgedaagd een probleem of puzzel op te lossen. Interactiviteit is daarbij het uitgangspunt. In de werkvormen 19

wordt ernaar gestreefd dat leerlingen een aantal onderdelen ook echt als groep moeten (mee)maken.

Kinderen in het Imperial War Museum North in Manchester, op zoek naar informatie.

De leerlingen bezoeken de expositie zelfstandig. Wel zijn er museumdocenten aanwezig die leerlingen de helpende hand kunnen bieden of als daar behoefte aan is extra informatie te geven. Om het bezoek voor leerlingen aantrekkelijker te maken zijn mobiele hands-on karren een optie. Museumdocenten geven leerlingen voorwerpen en of documenten, die ze kunnen aanraken, voelen en onderzoeken. Omdat het museum momenteel nog geen museumdocenten heeft, zullen hiervoor vrijwilligers opgeleid en geworven worden.

Voorbeeld van een mobiele hands-on kar.

Na het uitvoeren van de `opdrachten’ (1 uur) komen de groepjes weer bij elkaar in de introductieruimte voor een korte nabespreking.

20

3.5 Voorlopig museaal concept (`globaal plaatje’) Hoewel de ontwikkeling van de verhaallijn zich nog een beginfase bevindt volgt hier een indruk van hoe het vernieuwde museum, op basis van de missie en de geformuleerde doelstellingen, er globaal uit kan komen te zien.

Buitenkant museum, huidige situatie.

De buitenkant van het museum: van gesloten naar open

Op dit moment maakt het museum aan de Nieuwe Haven een gesloten indruk. De ramen zijn geblindeerd en het uithangbord maakt onvoldoende duidelijk waar het museum over gaat of voor staat. Dat geldt ook voor de brokstukken van neergeschoten vliegtuigen die nu achter een hek, rechts naast het pand liggen. Het ligt in de bedoeling om vanaf de straat meer aandacht voor het museum te vragen, een indruk te geven wat ze binnen kunnen verwachten en daardoor het bezoek laagdrempeliger te maken. Dat moet vanzelfsprekend gebeuren op een manier die passend is bij het onderwerp. Om de belangstelling van passanten te prikkelen kunnen de ramen bijvoorbeeld gebruikt worden om historische foto’s van inwoners van Dordrecht die in het museum aan de orde komen te laten zien, met een kort bijschrift. Ook kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden om foto’s van de topstukken uit het museum te laten zien of de betrokkenheid van huidige inwoners van Dordrecht te tonen bij een onderwerp als `vrijheid’. In een buitenvitrine achter het hek kan de aandacht gevestigd worden op een object of een aantal objecten uit de collectie. Opvallend is dat er twee musea pal naast elkaar liggen, maar dat het Huis Van Gijn en het Museum 40-45 niet samenwerken om de aandacht van het publiek te trekken. Dat geldt overigens ook voor andere zaken waardoor de twee musea elkaar zouden kunnen versterken.

Een oriënterend gesprek hierover zal op korte termijn georganiseerd worden. 21

Historische foto’s met kort bijschrift maken mensen nieuwsgierig naar het museum

Voorbijgangers kunnen even stilstaan bij quotes van inwoners van Dordrecht over vrijheid.

Een lange smalle gang: van informatie naar sfeer

Vanaf de buitendeur leidt een lange smalle gang, die nu volhangt met willekeurige content en een grote hoeveelheid leesvoer, naar de entreehal van het museum. De gang is niet geschikt voor inhoudelijke informatie, maar kan dienen om de bezoeker in de sfeer van het museum te brengen. Bijvoorbeeld door de wanden te bekleden met een historische foto van een straatbeeld van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog, vergezeld van geluid of zachte muziek. Er kan ook voor gekozen worden om de bezoeker de boodschap van het museum mee te geven. Bijgaand een voorbeeld van Het Museum of Tolerance in Los Angeles, dat een creatieve oplossing bedacht voor een lange smalle gang.

22

Smalle lange gang met spiegelwand in het Museum of Tolerance, LA. Bij binnenkomst ziet de bezoeker een historisch straatbeeld (links), bij het verlaten in tekst een boodschap die het museum wil meegeven (rechts).

Ontvangstruimte: van vol naar leeg

De huidige entreehal (circa 46 m2) wordt nu vooral in beslag genomen door een omvangrijke ontvangstbalie waar bezoekers hun kaartje kunnen kopen en een grote jeep met geüniformeerde etalagepoppen, voor een foto van de bevrijding van Dordrecht. Dat op deze plek nogal plompverloren gerefereerd wordt aan het einde van de oorlog, is geen bewuste keuze, maar ingegeven door het feit dat er elders in het museum geen geschikte plaats was. Op deze plaats doet de jeep afbreuk aan de dramatische opbouw van de verhaallijn van het museum. De ruimte is op dit moment in veel opzichten een ratjetoe. Foto’s van verzetsmensen voorzien van lappen tekst gaan half schuil achter jassen die aan een kapstok hangen, om maar een voorbeeld te noemen. In deze ruimte zal allereerst de rust hersteld worden en alle inhoud die niet relevant is verwijderd worden. Voorop staat heldere communicatie met de bezoekers, zodat ze makkelijk kunnen vinden wat ze na binnenkomst nodig hebben. (Bezoekersinformatie, kapstok, toiletten, zitje om te wachten etc.) Na afloop van hun bezoek, komen bezoekers in deze ruimte terug. Bij binnenkomst kopen bezoekers een toegangskaartje, ontvangen een audiotour (of ander informatiesysteem) en/of plattegrond en worden gewezen op de introductieruimte (de huidige filmzaal van circa 20m2), voordat ze de tentoonstelling binnen gaan.

Introductieruimte: een verrassende film

Het museum beschikt op dit moment niet over een introductiefilm, die de diverse doelgroepen de voorkennis en historische context verschaft die nodig is om de inhoud van het museum te begrijpen 23

en hen in de sfeer van het onderwerp te brengen. In de nieuwe presentatie wordt de huidige filmzaal voor dit doel heringericht. Het museumbezoek start met een verrassende introductiefilm, bijvoorbeeld in de vorm van een tijdmachine, startend met de teller op 2021. In enkele minuten gaan de bezoekers, omringd door filmflitsen, audio en content terug In de tijd, waarbij op sommige jaartallen gestopt wordt en informatie wordt gegeven. De teller schiet naar 1930 en gaat dan met sprongen weer omhoog tot mei 1940. Beelden, tekst en audio van de inval in Nederland wisselen elkaar af. “Het is 10 mei 1940. Duitse soldaten vallen Dordrecht binnen. Vijf dagen wordt er in Nederland gevochten. Vijf lange jaren van oorlog volgen”. Bezoekers zien een introductiefilm van circa 7 minuten waarin ze teruggevoerd worden in de tijd, de belangrijkste feiten over Dordrecht leren en de algemene historische context tot mei 1940. Aan de orde komen: -

De Tweede Wereldoorlog is ver weg, maar ook dichtbij. (Actuele voorbeelden uit Dordrecht, zoals sporen die de oorlog heeft nagelaten, herdenkingen, belang van vrijheid) Schets van Dordrecht in de jaren dertig (geografische ligging, bevolkingssamenstelling, economisch, sociaal leven). Opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland (kenmerken), Joodse vluchtelingen in Dordrecht. Nazi Duitsland als agressor, de inval in Polen. Mobilisatie in Dordrecht, met afsluitende beelden van de eerste parachutes die in de nacht van 10 mei 1940 neerdalen.

Benedenzaal: van een verzameling naar een verhaal

Na het zien van de introductiefilm volgt de vaste opstelling van het museum bestaande uit een tentoonstellingsruimte op de begane grond (circa 75 m²) en een tentoonstellingsruimte op de eerste verdieping (circa 90 m²). In de benedenzaal is een overzicht van de geschiedenis van Dordrecht in de Tweede Wereldoorlog te zien, terwijl in de bovenzaal bezoekers op zoek gaan naar verborgen geschiedenis van Dordrecht tijdens de Duitse bezetting. -

Huidige presentatie benedenzaal

De huidige presentatie in de benedenzaal is, zoals ook al in het NIOD-rapport en het rapport van Bureau Time vermeld, meer een losse verzameling voorwerpen dan een samenhangend en evenwichtig verhaal. De grote hoeveelheid etalagepoppen in (Duitse) uniformen leggen, met name door hun attentiewaarde, te veel nadruk op de militaire geschiedenis en bepalen te veel de sfeer. Dat geldt ook voor de nazipropaganda die royaal en zonder enige historische context of uitleg getoond wordt. Dit is schokkend, educatief onverantwoord en wekt een verkeerde indruk.

24

In de huidige presentatie wordt de sfeer te veel bepaald door uniformen en nazipropaganda, die zonder context en duiding worden getoond.

-

Nieuwe presentatie benedenzaal

De nieuwe presentatie heeft een heldere verhaallijn, een consistente herkenbare vormgeving (grafisch en ruimtelijk) en een logische routing. Voorwerpen en beelden met de meeste attentiewaarde weerspiegelen de missie en visie van het museum. Dat wil zeggen: geschiedenis verteld vanuit het perspectief van inwoners van Dordrecht. De sfeer is die van een mooi uitgelichte schatkamer, waar aan de hand van authentieke, bijzondere Dordrecht gerelateerde voorwerpen en persoonlijke verhalen (die bij voorkeur niet in andere oorlogs- en verzetsmusea te zien en/of te ervaren zijn) een overzicht van de geschiedenis van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog in hoofdlijnen wordt gegeven, afgewisseld met (interactieve) displays, korte filmpjes en ander beeldmateriaal. Gezien de beperkte oppervlakte van de zaal en de educatieve en inhoudelijke eisen waaraan de tentoonstelling moet voldoen, zal uiteraard een weloverwogen keuze van voorwerpen en verhalen gemaakt moeten worden. Dit zal met behulp van externe deskundigen gebeuren. Om een globale indruk te geven van hoe deze zaal eruit kan komen te zien, volgt nu een aantal voorbeelden van onderwerpen die aan de orde komen. Op welke manier de informatie uit de voorbeelden gepresenteerd zal worden (tekst, audio, film), wordt in een later stadium besloten.

Omdat het museum veelal niet beschikt over persoonlijk verhalen of historische context bij voorwerpen uit de collectie, zijn deze voornamelijk gebaseerd op mijn eigen historisch vooronderzoek. -

Voorbeeld 1 De Duitse inval

Als de bezoekers de benedenzaal betreden komen ze terecht in de heftige strijd die in de meidagen van 1940 in Dordrecht plaats vond. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm d.m.v. een interactieve display of een maquette van het eiland van Dordrecht met interactieve elementen, zoals filmpjes of audiofragmenten. 25

Aan de hand van persoonlijke getuigenissen leren bezoekers wat de Duitse inval betekende voor Dordrecht, waarbij verschillende perspectieven aan de orde komen. Bijvoorbeeld: -

De Nederlandse officier Johan Pekelharing8, begin twintig, schrok in de nacht van 10 mei wakker en zag in de eerste ochtendschemer de lucht vol vliegtuigen en neerdalende parachutes. Johan schoot in de kleren, sprong op zijn motor en zag een Duitse piloot aan een parachute landen, wiens vliegtuig met een steekvlam neerstortte. “Die piloot moet ik hebben”, dacht Pekelharing. Hij stormde de dijk af en zette in de dichtbegroeide griend een lange achtervolging in. Toen Johan de piloot, die brandwonden opgelopen had, eindelijk te pakken kreeg zei de Duitser verbaasd: “Wat bezielt jullie om ons als Germaans broedervolk te bestrijden, i.p.v. ons met open armen te ontvangen?” 9

-

De Dordtse Geertje Roubos studeerde medicijnen in Leiden toen de oorlog uitbrak. Ze maakte zich grote zorgen om haar ouders en stapte op de fiets. In haar dagboek beschreef ze de ravage die ze in Dordrecht aantrof. “Wat een gevechten in Dordrecht. Kolossaal”. Anderen vertelden haar dat het een hel was geweest: “Nachten, in de kleren, op een matras in de kamer”, “Wat een NSB’ers hadden zich te Dordt genesteld. Burgers, waaronder jongens van 14, paften onze soldaten neer. Erbarmelijke straatgevechten”. 10

Fragment uit het dagboek van Geertje Roubos, waarin ze de situatie in Dordrecht beschreef. (Bron: Het Geheugen: https://geheugen.delpher.nl/)

Vervolgens wordt de betekenis van de Duitse inval duidelijk gemaakt aan de hand van een aantal objecten, verbonden met een persoonlijk verhaal, zoals bijvoorbeeld de medische instrumenten van H.J. Ormel, in de meidagen van 1940 hoofd van de Militaire Geneeskundige Dienst op het eiland van Dordrecht. Hij zorgde voor vele gewonden, zowel burgers als militairen. Daarnaast een witte blouse gemaakt van een Duitse parachute en het bijbehorende verhaal van Joop van Helden (10 jaar), die in de meidagen kapotgeschoten huizen zag en gewonden en doden liggend op straat. Zijn vader, verpleger bij het Rode Kruis, kwam in de meidagen met de parachute thuis, waarvan zijn moeder blouses maakte voor haar kinderen. 11 -

Voorbeeld 2 Jodenvervolging

Joods leven in Dordrecht en de Jodenvervolging is in de huidige collectie en presentatie sterk onderbelicht. Zoals eerder genoemd zullen in de nieuwe presentatie de verschillende stadia van de Jodenvervolging aan de orde komen. Een bijzonder voorwerp in de collectie is de kapstok die ooit in 8

Gestationeerd bij ‘Johan de Witt’ in Dordrecht, een kanonnen- en munitiefabriek van Philips. NIOD, Collectie Europese Dagboeken en egodocumenten, A.J. Pekelharing. 10 NIOD, Collectie Europese Dagboeken en egodocumenten, Geertje MF Roubos. 11 Informatie gebaseerd op interview met Joop van Helden, mei 2020. 9

26

de synagoge aan de Varkensmarkt hing. Hoewel het uitgangspunt is om een voorwerp met een persoonlijk verhaal en historische foto te verbinden, is dat niet altijd mogelijk. Dit kan opgelost worden door het voorwerp te verbinden met een persoonlijk verhaal dat de historische context illustreert.

27

-

Voorbeeld 3 Dagelijks leven: anti-Duits

In de huidige presentatie ontbreekt het perspectief van kinderen en jongeren vrijwel geheel, en sluiten de getoonde voorwerpen niet aan bij hun belevingswereld. In de nieuwe presentatie zal daar ruimschoots aandacht voor zijn, bijvoorbeeld bij het onderwerp dagelijks leven. 12

12

Informatie gebaseerd op interview en correspondentie met Barth Brugman, augustus 2020.

28

-

Voorbeeld 4: Dagelijks leven: hongerwinter

29

-Voorbeeld 4 Bevrijding: filmfragment afrekening moffenmeiden Wie de huidige presentatie in het museum bekijkt mist het perspectief van meisjes en vrouwen. In de nieuwe vaste opstelling zal hun rol en gezichtspunt uitgebreid aan de orde komen, bijvoorbeeld bij de bevrijding van Dordrecht. Voorwerpen zullen afgewisseld worden door korte historische filmpjes, zoals van de zogenoemde moffenmeiden en -vrouwen die in mei 1945 in Dordrecht kaalgeknipt werden. De twaalfjarige Coby Hazenbosch was er getuige van. 13

Dit voorbeeld geeft ook aan hoe bezoekers uitgedaagd kunnen worden om hun mening te vormen en te geven.

13

Informatie gebaseerd op interview met Coby Willemstijn-Hazenbosch, april 2020.

30

Bovenzaal: een zolder vol geheimen

-

Huidige presentatie

De huidige presentatie op de eerste verdieping (onder de kap van het gebouw) beslaat voor een groot deel het verzet in Dordrecht, gevolgd door de hongerwinter en bevrijding. Het geheel maakt een rommelige indruk. Wat mist is een helder onderscheid tussen de belangrijkste verzetsgroepen/mensen en de verschillende soorten verzet die in Dordrecht een rol hebben gespeeld. De historische context ontbreekt. Door deze ruime aandacht voor het verzet, ontstaat op zijn minst de indruk dat veel mensen in Dordrecht verzet hebben gepleegd. In de benedenzaal zal het verzet in Dordrecht op een evenwichtige manier aan de orde komen.

Huidige presentatie, onderdeel bevrijding, bovenzaal.

31

-

Nieuwe presentatie

Na de benedenzaal komen de bezoekers via een brede trap op de eerste verdieping. Daar belanden ze niet in een traditionele tentoonstelling maar op een zolder vol geheimen. De zolder vormt een mooi uitgelicht decor, een deels geabstraheerde werkelijkheid. Een achtergrond waartegen de historische werkelijkheid, de keuzes en dilemma’s van mensen, zich afspeelde. Kortom, een omgeving die bezoekers uitnodigt dieper in de geschiedenis van Dordrecht tijdens de bezettingstijd te duiken.

Uitgelichte zolder in het Nationaal Onderduikmuseum te Aalten.

- Uitgangspunten De vier hoofdthema’s van het museum – dagelijks leven, vervolging, verzet en collaboratie – worden behandeld in vier aparte, al dan niet afgesloten, ruimtes. Tussen deze ruimtes is wellicht plek voor nisjes en/of doorkijkjes waar in kort bestek deelonderwerpen worden behandeld. -

Elke ruimte krijgt een introductie (vorm is nog onbekend) In elke ruimte staat een persoonlijk verhaal centraal Elke ruimte bevat een structurerend principe (audio, video, kleur, vorm, enz.) Elke ruimte heeft een eigen sfeer In elke ruimte staat een vraag, dilemma of keuze centraal Elke ruimte biedt een speciale activiteit/ ervaring Terugkerende elementen in de ruimtes kunnen bijvoorbeeld zijn: - een jas: een versleten jas (Dagelijks leven), jas met Jodenster (Vervolging), NSB-uniform (Collaboratie), een jas waarin je iets kan verstoppen (Verzet) - een radio: in elke ruimte is een relevant geluidsfragment te horen (nieuws, muziek) - koffers met verhalen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/237/documents/7245