CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel vervolg 'Samen tegen Armoede' .pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 15 november 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vervolg Samen tegen Armoede - Raadsvoorstel7.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel vervolg programma 'Samen tegen Armoede' 2023 - 2026

Datum: 06-09-2022

Pagina 1/17

1. Inleiding

Het college vindt bestaanszekerheid een voorwaarde voor het welzijn van inwoners en de welvaart van de stad. Het is een van de vijf focuspunten in het Politiek Akkoord 2022-2026: “Wij willen dat iedereen, ook in deze moeilijke tijden, mee kan doen. We gaan ons daarom nog meer inzetten voor bestaanszekerheid en gelijke kansen.” Het College van de Rechten van de Mens zegt dat er sprake is van bestaanszekerheid wanneer iemands levenstandaard hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en haar gezin. Het rekent tot voldoende levensstandaard niet alleen voeding, kleding, huisvesting, geneeskundige zorg en sociale diensten, maar beschouwt ook het recht op voorzieningen bij gemis aan deze dingen, tot een universeel recht. Dit laatste is de focus geweest in het lopende gemeentelijke beleidsprogramma Samen Tegen Armoede 2018 – 2022. Het is ook de focus van het in het Politiek Akkoord aangekondigde vervolg op dit programma. Voor u ligt het voorstel voor dit vervolg. Uitgangspunt van dit voorstel is voort te bouwen op de successen van het lopende programma en te intensiveren en te vernieuwen waar dat nodig is. Daarbij houdt het college zoveel mogelijk rekening met de onvoorspelbare economische situatie in Nederland. Die heeft veel gevolgen voor de koopkracht van veel Dordtenaren. Dat geldt ook voor de kabinetsvoornemens op inkomen en armoede.

In hoofdstuk 5 hebben wij de belangrijkste toezeggingen en ontwikkelingen van het Rijk opgenomen. Deze toezeggingen hebben vooral invloed op de langere termijn. Het is nog onduidelijk of en hoe het Rijk ook aanvullende maatregelen ter verbetering van koopkracht in gaat zetten om de meest kwetsbare inwoners te ondersteunen op korte termijn. De huidige economische ontwikkelingen en gevolgen die deze hebben voor de inwoners van onze stad, maakt snel handelen noodzakelijk: de doorrekeningen van het Nibud in de Minima Effect Rapportage (MER) laten zien dat bestaanszekerheid voor veel inwoners onder druk staat. Daarom wil het college niet wachten tot één en ander is uitgekristalliseerd maar de raad vragen nog dit jaar besluiten te nemen om inwoners te helpen. Overigens binnen onze gemeentelijke mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Daar waar het Rijk verantwoordelijk is, zullen wij, via de VNG en andere kanalen, blijven aandringen op snel handelen. Van het Rijk verwachten we verdere compensatie van de inflatie, het verhogen van minimumloon en bijstand en vereenvoudiging van het toeslagenstelsel. Maar als gemeente moeten we wendbaar zijn en snel kunnen opschalen wanneer rijksmaatregelen onvoldoende blijken te zijn om onze inwoners goed te ondersteunen. Dit voorstel bevat onze focus van het gemeentelijk armoedebeleid voor de komende jaren.

Deze werken we vervolgens uit in programmalijnen. Elke programmalijn bevat een toelichting op de beleidsinstrumenten die de gemeente heeft om die situatie te beïnvloeden, het huidige beleid en het vervolg op dit beleid. Op 25 augustus 2022 was er een participatiebijeenkomst met partners en betrokken organisaties. Ruim 20 organisaties waren aanwezig en hebben meegedacht over manieren waarop we inwoners helpen om beter rond te komen, en manieren waarop we inwoners beter kunnen bereiken. De opbrengst van deze bijeenkomst is meegenomen in dit voorstel.

Pagina 2/17

2. Focus van het armoedebeleid

De focus van het armoedebeleid is en blijft: inwoners die onvoldoende bestaanszekerheid (dreigen te) hebben door te laag inkomen en/of schuldenproblematiek, zoveel als mogelijk te helpen om bestaanszekerheid te behouden of te krijgen. Inzet van het armoedebeleid is daarom te zorgen dat: 1. Inwoners tijdig en voldoende inkomensondersteuning krijgen wanneer zij (nog) niet zelfstandig voldoende inkomen hebben voor bestaanszekerheid, het zogenaamde Minimabeleid. 2. Inwoners zo vroeg en snel mogelijk hulp krijgen bij hun toegang tot recht op inkomensondersteuning en hulp bij geldzaken, zodat inkomenstekort en schulden geen bedreiging vormen voor de bestaanszekerheid van inwoners. 3. Inwoners die in hun bestaanszekerheid worden bedreigd, de nodige ondersteuning krijgen op verschillende leefgebieden zoals hulp bij toegang tot passende huisvesting, maatschappelijke participatie, gezondheidszorg, gelijke kansen in het onderwijs en een zekere positie op de arbeidsmarkt. Sommige inwoners lopen meer risico dan anderen ernstig te worden bedreigd in hun bestaanszekerheid: zij hebben een te laag inkomen en maken nu vaak te weinig gebruik van hun recht op hulp. Ons armoedebeleid richt zich juist op hen. Dit zijn: Kinderen en jongeren die opgroeien in arme gezinnen. Kwetsbaar werkenden (laagopgeleiden, flexwerkers, jongeren zonder of met een lage startkwalificatie).

3. Armoede op de agenda van alle beleidsterreinen

Het armoedebeleid blijft gericht op herstel of behoud van bestaanszekerheid wanneer een inwoner deze dreigt te verliezen. Maar behoud van bestaanszekerheid, dus het voorkomen van armoede is afhankelijk van allerlei factoren in een mensenleven. Denk hierbij aan betaalbare huisvesting, gelijke kansen in het onderwijs, kansen op goed werk en volwaardig meedoen in de samenleving. De concrete relaties tussen armoede en andere beleidsvelden zijn: Onderwijs: toegang tot goed onderwijs en bestrijding van onderwijsongelijkheid; vindplaats van gezinnen met geldproblemen voor toeleiding naar hulp Gezondheid en gezondheidszorg: toegang tot kennis over gezondheid, gezond bewegen en gezonde voeding en gezondheidszorg dat rekening houdt met de effecten van armoede Sport: toegang tot middelen voor deelname aan sport, beweegprogramma’s waarin we rekening houden met de effecten van armoede. Economisch beleid: inzet op de relatie tussen het vestigingsbeleid voor ondernemingen en de inzet van werkgevers op de verantwoordelijkheid voor en ondersteuning en hulp aan kwetsbaar werkenden. Duurzaamheid en huisvesting: toegang tot goede, betaalbare huisvesting; ondersteuning bij verduurzaming van woningen via verhuurders en eigenaren. De relatie tussen armoede en andere levensgebieden van inwoners betekent dat juist de bestrijding van armoede integraal beleid vraagt.

Dit werd ook benadrukt door deelnemers aan de participatiesessie. Het is dan ook vanzelfsprekend dat ons armoedebeleid straks onderdeel is van de integrale visie en het integrale beleidsplan voor het sociaal domein, aangekondigd in het Politiek Akkoord. Maar zoals gezegd, is er snel actie nodig en daarom willen wij niet wachten met ons armoedebeleid. Dus ook niet tot u de integrale visie en beleidsplan voor het sociaal domein heeft vastgesteld. U ontvangt nieuwe voorstellen voor armoedebeleid als uw integrale visie daarom vraagt. Die ontvangt u natuurlijk ook wanneer dat nodig is door nieuwe economische of maatschappelijke ontwikkelingen en Rijksbeleid.

Pagina 3/17

4. Programmalijnen armoedebestrijding

Wij hebben onze voorstellen uitgewerkt in programmalijnen die overeenkomen met die in het huidig beleidsprogramma Samen tegen Armoede. De programmalijnen zijn: Programmalijn 1: inkomensondersteuning, schuldhulp en (preventieve) hulp bij geldzaken; Programmalijn 2: kinderarmoede; Programmalijn 3: werkende minima. De programmalijnen armoede en gezondheid en energiearmoede uit het huidige beleidsprogramma werken we buiten dit programma als volgt uit: Beleid op armoede en gezondheid wordt onderdeel van ons voorstel voor de integrale beleidsvisie en het integrale beleidsplan Sociaal Domein. Want juist dit onderwerp raakt veel beleidsterreinen en vraagt daarom om een integrale aanpak. Een voorbeeld is de aanpak Sociaal Recept, zoals uitgevoerd in het project Armoede en Gezondheid op de Staart. Die aanpak zetten we in om inwoners met gezondheidsproblemen en een laag inkomen beter te bereiken en hen te begeleiden naar activiteiten en contacten die hen helpen gezonder te worden. Een betere gezondheid vergroot de kans op meer bestaanszekerheid. De programmalijn Energiearmoede is urgenter dan ooit. Op de korte termijn is financiële compensatie voor de hoge energierekening heel belangrijk: daarom zorgen wij ervoor dat inwoners ons weten te vinden voor de energietoeslag en compensatie via de bijzondere bijstand of, bij acute nood, een bijdrage van SUN.

Daar zetten wij nu dan ook vooral op in, samen met de SDD en onze andere partners in de stad. Structurele aanpak van energiearmoede vraagt echter een integrale aanpak. De programmalijn energiearmoede wordt daarom doorgezet in een apart programma dat is gekoppeld aan duurzaamheid. Het structureel oplossen van energiearmoede start namelijk niet bij het financieel compenseren van hogere energiekosten, maar bij goede (energiezuinige) huisvesting en bewustwording rondom het energiegebruik. Dit vraagt een integrale aanpak met o.a. woningcorporaties. Voor beleid op de bestrijding van energiearmoede ontvangt de raad binnen afzienbare tijd een raadsvoorstel van het college. 4.1 Programmalijn 1: inkomensondersteuning, schuldhulp en hulp bij geldzaken Inleiding Deze programmalijn bevat ons beleid voor alle inwoners van Dordrecht die recht hebben op inkomensondersteuning, hulp nodig hebben bij het voorkomen of aflossen van schulden of hulp bij andere geldzaken. Inkomensondersteuning voor inwoners met een laag inkomen Om in het eigen levensonderhoud te voorzien, is voldoende inkomen cruciaal. Het Rijk is verantwoordelijk voor inkomensbeleid. Die bepaalt de hoogte van het minimumloon, de toeslagen en verschillende basisuitkeringen zoals de algemene bijstand of de belastingtoeslagen. De gemeentelijke invloed hierop is dan ook beperkt.

Echter, voor inwoners bij wie het inkomen (structureel) te laag is voor noodzakelijke uitgaven, kan de gemeente inkomensondersteuning verstrekken, de zogenaamde minimaregelingen. Tot en met 2021 werd beleid hierop bepaald door de Drechtstedenraad, maar in de huidige gemeenschappelijke regeling Sociaal beslist de Dordtse raad zelf over deze minimaregelingen. Instrumenten voor inkomensondersteuning Op grond van de Participatiewet heeft de gemeente de verantwoordelijkheid inwoners met een minimuminkomen te ondersteunen met bijstand. Deze bestaat uit twee delen: de Algemene Bijstand en aanvullende minimaregelingen.

Pagina 4/17

Het Rijk bepaalt de hoogte van de Algemene Bijstand, de gemeente heeft daarop geen directe invloed. De Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: SDD) heeft als uitvoerder van de Algemene Bijstand, de bevoegdheid voor het stellen van beleidsregels voor de wijze waarop zij de wet uitvoert. In overleg met de gemeenten, zoekt de SDD de daarbij de grenzen op van de wet om haar uitvoering zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de leefwereld van inwoners. Tot slot, is het belangrijk te weten dat de regering een herziening van de Participatiewet voorbereidt. De concrete kaders van deze herziening zijn nog niet bekend en daardoor ook de eventuele effecten op ons beleid niet. De gemeente kan wel bepalen wie recht heeft op de aanvullende minimaregelingen en hoe hoog deze inkomensondersteuning moet zijn. Dordrecht heeft de volgende minimaregelingen: 1. Het persoonlijk minimabudget (PMB) 2. De bijzondere bijstand (BB) 3. De Collectieve ziektekostenverzekeringspolis voor minima (CZM) 4. Het kindtegoed (SMS Kinderfonds, via de Dordtpas) 5. Tegemoetkoming kinderopvang 6. Stichting Urgente Noden (SUN) Deze regelingen zijn uitgebreid toegelicht in de Startnotitie herijking minimabeleid zoals opgesteld door de SDD. Op pagina 18 staat een tabel met samenvatting van de voorgestelde wijzigingen en een inzicht in de omvang van de huishoudens in Dordrecht en hun inkomens.

Naast deze regelingen, biedt Dordrecht sinds september 2021 de mogelijkheid aan minima om gratis te bellen naar maatschappelijk relevante organisaties (de zogenaamde Bueno-app). Tot slot is er een kwijtscheldingsbeleid van gemeentebelastingen voor minima. Doordat de doelgroep van dit beleid is gebonden aan landelijke kaders, is er geen mogelijkheid dit beleid lokaal te verruimen. Huidig beleid op inkomensondersteuning Om te bepalen of onze huidige minimaregelingen optimaal bijdragen aan voldoende inkomen voor inwoners met een laag inkomen, zijn de uitkomsten van de Minima Effect Rapportage (MER) van het Nibud de belangrijkste bron. De MER laat zien of de huidige minimaregelingen inwoners met een laag inkomen voorziet van voldoende inkomen, overigens onder voorwaarde dat zij al hun rechten ook daadwerkelijk gebruiken én goed kunnen omgaan met geld. Wij hebben een MER uit laten voeren in 2021 en in het eerste kwartaal van 2022. Uit de MER 2021 bleek dat Dordrecht haar minimaregelingen toen goed op orde had. Alleen gezinnen met kinderen tussen 12 en 18 jaar kwamen iets tekort voor kosten voor sociale participatie. De wereld is sindsdien sterk veranderd. Daarom hebben wij een nieuwe MER laten uitvoeren. Uit deze MER 2022 blijkt dat vrijwel alle huishoudens geraakt worden door prijsstijgingen.

Conclusies van deze MER zijn: De situatie van inwoners met een laag inkomen is verslechterd t.o.v. 2021. Vooral inwoners met een inkomen op bijstandsniveau (100% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm)) komen tekort. Uitzondering zijn eenoudergezinnen en inwoners met recht op AOW. Wanneer zij alle beschikbare inkomensondersteuning zouden aanvragen, zouden zij rond moeten kunnen komen. De eenmalige energietoeslag biedt soelaas voor bijna alle doelgroepen.

Pagina 5/17

-

Dit geldt niet voor paren met thuiswonende kinderen. Zij komen tekort, ongeacht de leeftijdscategorie: • Paren met kinderen tot 12 jaar en een inkomen tot 110% Wsm komen tekort ook met de energietoeslag. • Paren met kinderen ouder dan 12 jaar komen tekort ook als zij gebruik maken van alle rechten inclusief de energietoeslag. Dit geldt vooral voor gezinnen met een inkomen tot 120% Wsm en gezinnen met een inkomen tussen 140% en 150% Wsm. • Paren met een thuiswonend werkend kinderen komen tekort bij een inkomen tot 110% Wsm.

De inzichten van de MER 2022 staan in figuren 1 en 2 opgenomen per type huishouden en hoogte van het huishoudinkomen. Op pagina 18 ziet u de hoogte van inkomens op basis van het wettelijk sociaal minimum. Figuur 1 toont de scenario's inclusief de eenmalige energietoeslag van 2022. Op moment van berekening was deze toeslag nog €800,-. In augustus 2022 heeft het Rijk extra middelen vrijgemaakt waarmee de toeslag met € 500,- kan worden verhoogd tot totaal € 1.300,- voor huishoudens met een inkomen t/m 120% van het Wsm. Figuur 2 toont de scenario's zonder eenmalige energietoeslag. Dit is de situatie zoals in 2023 van toepassing zou zijn, zonder nieuwe maatregelen vanuit het Rijk.

Figuur 1: resultaten van de MER, maart 2022, inclusief energietoeslag

Figuur 2: resultaten van de MER, maart 2022, exclusief energietoeslag Toelichting op figuur 1 en 2 Alle inkomensgroepen zijn gebaseerd op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), waarbij 100% Wsm gelijk staat aan het niveau van een bijstandsuitkering. Groen betekent dat er voldoende inkomen is voor basisuitgaven en participatie, mits het huishouden gebruik maakt van alle beschikbare regelingen en goed met geld kan omgaan. Rood betekent onvoldoende inkomen voor basisuitgaven en participatie, ook na gebruik van alle beschikbare regelingen en goede omgang met geld. * Ouderen kunnen geen aanspraak maken op PMB of de participatie of vrijwilligersbonus.

Pagina 6/17

Beleid op inkomensondersteuning in de komende jaren We continueren en intensiveren de minimaregelingen die wij nu hebben. Want als samenhangend pakket hebben de regelingen zich bewezen voor het behoud van bestaanszekerheid. En door de hoge inflatie, vooral van de energiekosten, komen alle minima in zwaar weer. Dit geldt het meest voor paren met kinderen, vooral die met oudere kinderen. Doordat we vanaf dit jaar zelf het minimabeleid bepalen, willen wij verder gaan dan de andere gemeenten in de Drechtsteden in het financieel ondersteunen van deze inwoners. Daarom stelt het college een aantal maatregelen voor aanvullend op de huidige regelingen. Deze lichten wij toe per regeling met een kort overzicht van de voorgestelde maatregelen. 1. Persoonlijk Minimabudget Verhogen inkomensgrens van 110% naar 120% van het Wsm Verhogen toeslag van 35% naar 40% van de bijstandsnorm €100,- extra voor huishoudens met kinderen ouder dan 12 jaar Het Nibud waarschuwt bij handhaving van de inkomensgrens van 110% Wsm en verhoging van de toeslag voor een armoedeval voor hogere inkomens. Met andere woorden: inwoners met 120% Wsm hebben, onder de streep, minder te besteden dan inwoners met een inkomen op 110% bij de huidige minimaregelingen. Om dat effect te beperken stellen we voor de inkomensgrens voor het PMB te verhogen naar 120% en de toeslag te verhogen naar 40% van de bijstandsnorm.

Daarmee spreiden we de verruiming over drie inkomensgroepen (100%, 110% en 120% Wsm) in plaats van de groepen 100% en 110% Wsm een grotere verhoging te geven. Ook stellen we voor om gezinnen met kinderen ouder dan 12 jaar € 100,- extra budget te geven ter compensatie van hogere kosten die deze gezinnen maken en het effect van het koopkrachtverlies op deze gezinnen. 2. Bijzondere bijstand Handhaven van de inkomensgrens van 110% Wsm Coulance op vergoeding van medische kosten Indexatie van richtprijzen De bijzondere bijstand is bedoeld om inwoners met de laagste inkomens in staat te stellen noodzakelijke uitgaven te doen. De regeling staat onder druk omdat het niet langer de laagste inkomens zijn die moeite hebben noodzakelijke uitgaven te doen. We verwachten hierin van het Rijk een handreiking. Vooruitlopend daarop willen we grotere coulance op verstrekking van bijzondere bijstand voor medische kosten, inclusief een onderzoek naar de mogelijkheid om het verplichte deel van het eigen risico van de zorgverzekering daaruit te betalen. Dat dit nodig is, concluderen wij na signalen van o.a. Stichting Urgente Noden (SUN) en de Adviseurs Geldzaken over inwoners die door dit soort kosten in financiële problemen zijn geraakt. Ook worden richtprijzen voor aanschaf van b.v.

huisraad geactualiseerd en geïndexeerd, waardoor uitgekeerde bedragen onder de bijzondere bijstand weer aansluiten bij gestegen prijzen. 3. Collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) Handhaven van de inkomensgrens van 130% Wettelijk minimumloon Handhaven van de huidige bijdrage gemeente aan de poliskosten voor verzekerden onder de CZM: € 13,50 per maand bij de aanvullende verzekering zonder meeverzekerd eigen risico en € 27,- per maand bij de aanvullende verzekering waarbij het eigen risico is meeverzekerd. Het aanbieden van een collectieve zorgverzekering is een manier om zorgmijding te voorkomen en tegelijkertijd grip te houden op betalingsachterstanden op zorgverzekeringspremies.

Pagina 7/17

Daarom handhaven we de zorgverzekering voor een grote groep minima. De gemeentepolis biedt standaard een aanvullende verzekering, waarmee ook tandartskosten verzekerd zijn. Inwoners kunnen er, tegen extra kosten per maand, voor kiezen hun verplicht eigen risico mee te verzekeren. Voor inwoners zonder gemeentepolis, onderzoeken we de mogelijkheid om een tegemoetkoming op het eigen risico te ontvangen via de bijzondere bijstand. Deze inwoners worden vervolgens gestimuleerd om voortaan gebruik te maken van de CZM zodat dit risico in de toekomst kan worden voorkomen. Het huidige contract voor de collectieve zorgverzekering loopt t/m 31 december 2023, waardoor in 2023 een aanbesteding plaats vindt voor een nieuw contract vanaf 1 januari 2024. Ons voorstel is om de huidige beleidskaders te handhaven in dit nieuwe contract. 4. SMS Kinderfonds Verhogen inkomensgrens van 140% naar 150% Wsm voor paren met kinderen vanaf 12 jaar Verhogen van het kindtegoed van € 200,- naar € 300,- voor kinderen tot 12 jaar Direct beschikbaar stellen van extra tegoed van € 290,- wanneer een kind 12 jaar oud wordt. Dordrecht hanteert, in vergelijking met andere steden, een relatief hoge inkomensgrens (140% Wsm) voor de kindtegoeden van het SMS Kinderfonds. Inwoners krijgen de beschikking over het kindtegoed via een, voor hun, gratis Dordtpas.

Door de inkomensgrens van 140% Wsm komen zowel uitkeringsgerechtigden als werkenden met kinderen tot iets onder een modaal inkomen in aanmerking voor het kindtegoed. Wij stellen voor om de inkomensgrens voor het recht op kindtegoed te verhogen naar 150% Wsm voor paren met kinderen vanaf 12 jaar. Daarmee voorkomen we een armoedeval voor die inkomensgroep (zie ook figuren 1 en 2.). Naast een verhoging van de inkomensgrens, is ons voorstel om ook het totale bedrag aan basistegoed te verhogen voor kinderen onder de 12 jaar en voor kinderen die 12 jaar worden. Ter toelichting: het kindtegoed bestaat uit twee delen, een deel dat jaarlijks direct ter beschikking wordt gesteld via de Dordtpas (het basistegoed) en een deel dat ouders kunnen aanvragen via Stichting Leergeld (het extra tegoed). Wij stellen voor het basistegoed voor kinderen tot 12 jaar te verhogen van € 200,- naar € 300. Het doel hiervan is om meer mogelijkheden te bieden voor sociale participatie. Het huidige bedrag van €200,- is namelijk te laag om schoolspullen van te kopen en daarnaast ook te besteden aan de contributie van een sportvereniging of deelname aan culturele activiteiten. Onder de huidige regeling kunnen ouders jaarlijks een extra tegoed aanvragen bij Stichting Leergeld van €75,-, maar slechts 29% van de ouders doet dat ook. Die mogelijkheid vervalt.

Daarvoor in de plaats krijgen alle kinderen € 100,- meer aan basistegoed. Dit is een totale verhoging van het kindtegoed van € 25,-. Voor het voorgezet onderwijs willen wij het basistegoed van €500,- handhaven. Wij stellen voor het extra tegoed van €290,- direct beschikbaar te stellen wanneer een kind 12 jaar wordt en dus toe te voegen aan het basistegoed voor deze kinderen. Dit tegoed kan dan worden gebruikt voor de aanschaf van een fiets of computer nodig voor de start op het voortgezet onderwijs. Voor kinderen ouder dan 12 jaar, handhaven wij de huidige situatie: ook zij houden recht op een extra kindtegoed van €290 voor de aanschaf van een computer of fiets maar dienen dit dus jaarlijks aan te vragen als ze hiervan gebruik willen maken.

Pagina 8/17

In tabel 1 een vergelijking tussen de huidige en nieuwe regeling. Doelgroep 4 – 11 jaar

Soort tegoed Basistegoed Extra tegoed 12 jaar Basistegoed Extra tegoed 13 – 18 jaar Basistegoed Extra tegoed Tabel 1: wijzigingen kindtegoed

Huidige regeling € 200 € 75 € 500 € 290 € 500 € 290

Nieuwe regeling € 300 € 790 € 500 € 290

5. Tegemoetkoming kinderopvang Verhogen inkomensgrens van 110% naar 130% Wsm Wij stimuleren met deze verhoging met name werkende minima om meer te gaan werken om een hoger inkomen te krijgen. Dit is één van de extra maatregelen voor werkende minima (zie programmalijn 3). 6. Stichting Urgente Noden (SUN) Handhaving huidige bijdrage uitvoeringskosten Dordrecht levert via de GR Sociaal een bijdrage aan de uitvoeringskosten van SUN. Wij stellen voor deze bijdrage te handhaven. De stichting vervult een belangrijke taak en rol in het bieden van laagdrempelige financiële noodhulp aan inwoners wiens noodzakelijke uitgave, om welke reden dan ook, niet kan worden betaald via een minimaregelingen. SUN doet dit door private fondsen te benaderen voor hulp. Tot slot is het voorstel om de huidige mogelijkheid voor inwoners met een laag inkomen om gratis te bellen via de zogenaamde Bueno-app te behouden. Met de Bueno-app kunnen inwoners bellen met organisaties die zij nodig hebben zoals de huisarts, de SDD of hun bewindvoerders. De voorziening is nodig voor inwoners die prepaid bellen, of geen telefoonabonnement kunnen afsluiten maar wel contact moeten onderhouden met schuldeisers of zorgverleners. Schuldhulp en hulp bij geldzaken Schuldhulp en hulp bij geldzaken zijn een belangrijke focus in het huidige Programma Samen tegen Armoede 2018 – 2022.

Schulden zijn een erg belangrijke oorzaak van armoede: als het iemand niet lukt de schulden tijdig af te betalen, heeft iemand al snel onvoldoende inkomen om rond te komen en lopen de schulden snel op. Schulden veroorzaken ook veel stress. Die stress leidt ertoe dat iemands denkvermogen afneemt. Zelfstandig problemen oplossen wordt dan ook heel erg lastig. Bovendien is de schuldenproblematiek zelden het enige waar een schuldenaar mee worstelt. Er spelen vaak ook gezondheidsproblemen, relationele problemen, problemen in het werk en problemen met de opvoeding van kinderen mee. Preventie van schulden en snelle toeleiding naar schuldhulp zijn daarom essentieel om armoede in Dordrecht te bestrijden. Dit was de focus voor het beleid de afgelopen jaren en blijft dat ook de komende jaren. Naast schuldhulp, is ook snelle en goede hulp bij geldzaken belangrijk voor inwoners met een laag inkomen. Het aanbieden van minimaregelingen heeft namelijk alleen effect wanneer een inwoner alle regelingen gebruikt waar hij of zij recht op heeft. Ook is het noodzakelijk dat iemand goed met geld kan omgaan. Voor veel inwoners spreekt dit niet vanzelf: zij hebben hulp nodig bij het aanvragen van inkomensondersteuning en, soms ook, het beheer van hun geld.

Dus willen wij voorkomen dat inwoners te maken krijgen met armoede en schulden, is het belangrijk dat zij snel toegang hebben tot deze hulp bij geldzaken. Dit blijft dus een logische prioriteit voor de komende jaren.

Pagina 9/17

Instrumenten voor schuldhulp Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulp (Wgs) heeft de gemeente de verantwoordelijkheid tot het bieden van effectieve schuldhulp. Inmiddels is ook het vroeg signaleren van beginnende schulden (Aanpak Vroeg Eropaf) onderdeel van deze wettelijke verantwoordelijkheid. Signalering van hulpvragen, toeleiding tot rechten en hulp en het bieden van hulp is een verantwoordelijkheid van gemeenten. Deze verantwoordelijkheid heeft de gemeente op grond van de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Huidig beleid voor schuldhulp Tot 1 januari 2022, was de Drechtraad verantwoordelijk voor het beleid voor schuldhulp uitgevoerd op grond van de Wgs. Door de Drechtraad is het regionaal beleidsplan Schuldhulp 2021 – 2024 vastgesteld. Belangrijk doel van dit regionale beleidsplan en ons lopende armoedeprogramma was en is de verbetering van vroegtijdige hulp voor inwoners met (dreigende) geldproblemen. De afgelopen jaren hebben wij vooral ingezet op het tijdig in beeld krijgen van inwoners met (beginnende) geldproblemen en ervoor te zorgen dat deze mensen bij goede hulp terecht kwamen en deze hulp ook wilden accepteren. Het ging hier in de eerste plaats om hulp bij het aanvragen van inkomensondersteuning of het oplossen van schulden.

Daarvoor zijn ontwikkeld de aanpak Vroeg Eropaf, de Ketenaanpak Schulden en de stress-sensitieve hulp voor eenoudergezinnen (Schouders onder Stress). Deze aanpakken zijn geëvalueerd. Uit de evaluatie is gebleken: De aanpak Vroeg Eropaf heeft als doel inwoners met beginnende schulden zo snel mogelijk in beeld te krijgen en te helpen. Met de signalen van betalingsachterstanden bij de woningbouwcoöperaties, de zorgverzekering, de energieleveranciers en andere organisaties, bereiken wij 40% van het aantal aangemelde inwoners in Dordrecht. Dit is een groter aandeel inwoners dan landelijk gemiddeld. De Ketenaanpak Schulden heeft bijgedragen aan een intensieve en een kwalitatief goede samenwerking tussen SDD, de Sociaal Wijkteams, Bureau Sociaal Raadslieden, het Financieel Hulphuis buurtwerk en de Alliantie Schuldhulp (de informele aanbieders van hulp bij schulden en geldvragen). Binnen de Ketenaanpak is gewerkt aan effectieve samenwerking op signalering van schuldenproblemen bij inwoners, snelle en warme overdracht naar passende hulp en samenwerking in het aanbod van hulp. Recent is de Ketenaanpak verder uitgebreid met het project Vindplaatsen waarbij het Financieel Hulphuis, Bureau Sociaal Raadslieden en de Alliantie Schuldhulp samen werken om hulp aan te bieden op ontmoetingsplekken waar Dordtse inwoners bij elkaar komen.

De aanpak Schouders onder Stress is ingezet om een doelgroep uit schulden te helpen waarvan wij weten dat zij heel veel last hebben van stress als gevolg van armoede met alle negatieve gevolgen van dien. De stress tast hun denkvermogen aan en zij hebben daarom ook weinig aan traditioneel aangeboden hulp. Deze aanpak is erop gericht de stress bij inwoners met schulden te verlagen zodat zij zichzelf weer meer kunnen om uit de problemen te komen. Deze stress-sensitieve aanpak van hulp is in de afgelopen jaren doorgevoerd voor een brede groep inwoners met problematische schulden. In de afgelopen jaren zijn hulpverleners van alle samenwerkingspartners getraind in de aanpak en worden gecoacht in het toepassen in hun dagelijkse praktijk. Beleid op schuldhulp, hulp bij geldvragen en toeleiding voor de komende jaren De SDD blijft ook in de nieuwe GR Sociaal verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Bureau Sociaal Raadslieden, het Financieel Hulphuis en de Alliantie Schuldhulp blijven de belangrijkste aanbieders van laagdrempelige hulp bij financiële vragen.

Pagina 10/17

De Sociaal Wijkteams blijven een belangrijke rol vervullen bij het signaleren van hulpvragen op het terrein van bestaanszekerheid en het effectief toeleiden van inwoners naar de bovenstaande partijen voor passende hulp. Ook zijn zij de centrale partij voor regie op hulp en ondersteuning van inwoners op andere gebieden zoals zorg en jeugdhulp. Naast deze partners, spelen ook het Buurtwerk, de Sociaal Makelaars, Jongerenwerk en het informeel aanbod van hulp een steeds grotere rol bij het signaleren van geldproblemen door te laag inkomen en schulden. Dit jaar is gestart om werkgevers te betrekken bij het signaleren en aanpakken van armoede en geldproblemen. Onze inzet voor de komende jaren is om deze groep van partners uit te breiden naar onder andere de eerstelijns zorg (huisartsen, wijkverpleegkundigen, jeugdverpleegkundigen, fysiotherapeuten) de tweedelijns zorg (ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ-aanbod) en aanbieders van sport en bewegen. Tot slot blijven wij de Adviseurs Geldzaken bij de SDD inzetten in om inwoners en hun hulpverleners met complexe vragen over uitkeringen, toeslagen en belastingvragen snel en effectief te kunnen helpen. Wij blijven inzetten op het effectief en zo vroeg mogelijk bereiken van inwoners die recht hebben op inkomensondersteuning en hulp nodig hebben bij financieel beheer en schulden.

Daarom stellen wij voor (1) vroeg signalering van beginnende schulden te intensiveren, (2) laagdrempelige toegang tot inkomensondersteuning en hulp bij geldvragen uit te breiden en nog beter bekend en toegankelijk te maken en, tot slot, (3) het bereiken en ondersteuning van inwoners die schuldhulp nodig hebben, verder te verbeteren. Hieronder ons voorstel voor maatregelen: 1. Vroegsignalering van geldproblemen: Wij breiden het aantal signaalpartners uit voor Vroeg Eropaf, onze preventieve aanpak bij beginnende betalingsachterstanden via de lopende pilot met gemeentelijke belastingen. Ook sluiten we net als in 2021 nieuwe particuliere woningverhuurders aan. Wij gaan meer vroegtijdige hulp bieden bij ingrijpende gebeurtenissen in het leven van inwoners. Dit omdat wij weten dat die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de financiële situatie van mensen. Daarbij sluiten wij aan bij initiatieven van uitvoeringspartners zoals het Scheidingsloket van Contour de Twern dat in 2020 is geopend. Ook sturen wij erop dat uitvoeringspartners aangesloten bij de Ketenaanpak Schulden extra alert zijn op deze gebeurtenissen zodat zij tijdig hulp aanbieden. Wij continueren de samenwerking met werkgevers. Deze samenwerking is erop gericht werkenden met geldproblemen zo snel mogelijk in beeld te krijgen en te helpen. Zie ook programmalijn 3. 2.

Laagdrempelige toegang tot inkomensondersteuning en hulp bij geldvragen: Wij verbeteren de zichtbaarheid en toegankelijkheid van hulp bij geldvragen en schulden. Daarvoor stimuleren wij onze uitvoeringspartners éénduidig, begrijpelijk en cultuursensitief te communiceren met onze inwoners over het hulpaanbod. Wij ondersteunen onze samenwerkende partners onder andere met het ontwikkelen van een beeldmerk en eenduidige communicatiestijl voor alle partners in de stad waar inwoners met vragen over geld terecht kunnen. Wij verbreden de Dordtpas als laagdrempelige en niet-stigmatiserende toegang tot inkomensondersteuning en stimuleren het gebruik van de Dordtpas onder de groep minima, o.a. door inzet van intermediairs. Wij breiden de plaatsen (vindplaatsen) uit waar inwoners in gesprek kunnen met vrijwilligers en professionals voor hulp met geldvragen en de wegwijzer naar schuldhulpverlening.

Pagina 11/17

-

-

-

-

Wij zetten onze samenwerking met werkgevers in om informatie over inkomensondersteuning en hulp bij geldvragen beter en sneller te verspreiden onder werkenden met een laag inkomen. Ook stimuleren wij werkgevers hun medewerkers te helpen bij het aanvragen van inkomensondersteuning of te verwijzen naar hulp door de SDD. In onze communicatie, houden wij rekening met verschillende (digi-)taalniveaus van onze inwoners. Dit bekent dat brieven en websites vanuit de gemeente en onze partners over het hulpaanbod begrijpelijk zijn door deze te schrijven op A2 of B1 taalniveau en meer gebruik te maken van afbeeldingen. Onze website 'www.GeldenzoDordt.nl' blijft samen met het online platform Geldfit een manier om inwoners anoniem te wijzen op het aanwezige (gratis) hulpaanbod in de stad. Van professionele hulpverlening tot laagdrempelige koffiemomenten in de wijk. Wij handhaven alternatieven voor digitale informatiebronnen en aanvraagformulieren voor inwoners die niet digitaal vaardig zijn of niet beschikken over een computer. Wij blijven werken aan bestrijding van laaggeletterdheid en lage digitale vaardigheden onder inwoners. Een voorbeeld hiervan is het voortzetten van het gratis uitgebreid bibliotheekabonnement voor minima. Wij handhaven de dienstverlening door Adviseurs Geldzaken voor inwoners die met hun geldvragen aankloppen bij de SDD.

3. Het bereiken en ondersteuning van inwoners die schuldhulp nodig hebben: Wij blijven inzetten op effectieve hulp bij schulden door aan te sluiten bij de behoefte van onze inwoners en door inwoners zelf een rol te geven bij de aanpak. Wij gaan daarom werken aan intensievere inzet van ervaringsdeskundigen bij de hulpverlening, wetende dat dit de drempel om hulp te aanvaarden een stuk lager maakt. Dit doen wij nu al door inzet van ervaringsmaatjes via De Buitenwacht. Met onze samenwerkingspartners ontwikkelen we andere vormen waarop ervaringsdeskundigheid kan worden ingezet. Wij breiden de hulp uit bij schulden en ondersteuning bij budgettering. Wij ondersteunen daarom een intensieve samenwerking tussen onze partners waaronder de SDD, de Wijkteams, het Financieel Hulphuis en de Alliantie Dordrecht binnen de ketenaanpak schulden. Wij sluiten meer partners in de stad aan op de Ketenaanpak Schuldhulp zodat zij weten hoe zij geldproblemen bespreekbaar kunnen maken en inwoners naar de goede hulp kunnen verwijzen. Daarbij denken wij in het bijzonder aan zorgpartners als huisartsen en consultatiebureaus, maar ook scholen en zorgverleners in het Albert Schweitzer-ziekenhuis. Wij intensiveren begeleiding na beëindiging van een schuldhulpverleningstraject. De SDD ontwikkelt hiervoor 'nazorg' voor inwoners die schuldhulp hebben gehad.

Dit doet de SDD in samenwerking met de partners in Dordrecht, waaronder wijkteams en vrijwillig hulpverleners. Wij stellen middelen beschikbaar voor een subsidieregeling voor (kleine) laagdrempelige initiatieven waarbij verbinding wordt gelegd tussen inwoners en hulp(verleners) of waarbij een integrale blik op armoedeproblematiek centraal staat. Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van gezamenlijke maaltijden bijvoorbeeld bij Resto van Harte of Wereldwijven, sportactiviteit of zelfhulpgroepen. Met deze maatregelen sluiten wij ook aan bij het regionaal beleidsplan Schuldhulp 2021 – 2024 van de GR Sociaal. Een belangrijk onderdeel van dit beleidsplan is de ontwikkeling van nieuwe instrumenten die hulp bij schulden effectiever maakt. Deze nieuwe instrumenten stellen de uitvoering in staat sneller en effectiever hulp te bieden bij beginnen schulden en inwoners te helpen die geen recht hebben op schuldhulp binnen de huidige wettelijke kaders. Voorbeelden van dergelijke instrumenten zijn het Sociaal Leenfonds en het Doorstartfonds. Wij stellen voor dit regionale beleidsplan te continueren.

Pagina 12/17

Tot slot zetten we meer in op preventie van geldproblemen door inwoners te helpen bij het opdoen van vaardigheden nodig voor goed financieel beheer en het aanvragen van rechten. Denk hierbij aan budgetcursussen, hulp bij thuisadministratie en vaardigheidstraining op lezen, rekenen en het omgaan met de digitale wereld. 4.2 Programmalijn 2: kinderarmoede Geen kind mag opgroeien in armoede. Dat is de stellige overtuiging van dit college. Bovendien weten wij dat opgroeien in armoede een wankele basis kan zijn voor iemands bestaanszekerheid als volwassene. Daarom zijn kinderen en de gezinnen waarin zij opgroeien een belangrijke focus van ons beleid. Instrumenten De instrumenten die wij hebben om kinderen in gezinnen met een laag inkomen te helpen, zijn: Inkomensondersteuning via het kindtegoed en gratis activiteiten via de Dordtpas. Belangrijk daarbij is de verhoging van het kindtegoed voor kinderen tot 12 jaar en het uitbreiden van de doelgroep voor kindtegoed vanaf 12 jaar. Zie hiervoor de toelichting binnen programmalijn 1. Stress-sensitieve aanpak van hulpverlening die goed aansluit bij situatie van gezinnen met kinderen. Door rekening te houden met de spanning die armoede veroorzaakt, kunnen wij deze gezinnen beter helpen en kunnen we deze stress beter bestrijden.

Dit heeft meestal ook een heel positief effect op de leefwereld, ontwikkelingskansen en de gezondheid van de kinderen. Inzet van jongerenwerk voor het vinden en ondersteunen van jongeren met geldproblemen met een op hun leefwereld en behoefte aangepast hulpaanbod. Leren omgaan met geld als schoolvak (daarvoor is landelijke wetgeving in voorbereiding) Dit zijn instrumenten direct gericht op inkomen en geldproblemen binnen gezinnen met kinderen. Zoals eerder toegelicht, zetten wij ook ander beleid in om de kansen voor deze kinderen te verbeteren, zoals het Dordts Leerprogramma en het beleidsprogramma in voorbereiding, Glansrijke Toekomst. Maar ook het sportbeleid gericht op kinderen dient bij te dragen aan de ontwikkelingskansen van kinderen in gezinnen met een laag inkomen. Beleid in de afgelopen jaren In de afgelopen jaren is intensief ingezet op de bestrijding van kinderarmoede. Focus was dat kinderen in gezinnen met een laag inkomen volwaardig meedoen in onze samenleving via de invoering van Dordtpas als laagdrempelig, niet stigmatiserend middel voor sociale participatie. Via de Dordtpas kunnen gezinnen hun kindtegoed uitgeven. Daarnaast is hard gewerkt aan de optimalisering van onze hulp aan eenoudergezinnen door de implementatie van stress sensitieve hulpverlening in het project 'Schouders onder Stress'.

Deze vorm van hulpverlening houdt er rekening mee dat geldproblemen zoveel stress geven dat inwoners die hiermee te maken hebben, vaak pas aan hun toekomst kunnen denken en werken zodra ze gemoedsrust hebben over hun financiële situatie. Verder is onze uitvoeringspartner voor jongerenwerk, R-Newt aan de slag gegaan om jongeren met geldproblemen in beeld te krijgen, zowel binnen als buiten scholen. Tot slot, hebben wij scholen in Dordrecht gestimuleerd aandacht te besteden aan omgaan met geld in hun lessen, onder andere via het aanbod van materiaal bij de Week van het Geld.

Pagina 13/17

Beleid voor de komende jaren Om armoede onder kinderen en de gezinnen waarin zij opgroeien te bestrijden, willen wij inzetten op de volgende maatregelen: Inkomensondersteuning voor gezinnen met kinderen uitbreiden door verhoging van het kindtegoed en verhoging van de inkomensgrens voor recht op kindtegoed. (nader toegelicht onder programmalijn 1) Integrale aanpak tegen armoede onder kinderen door intensievere samenwerking van onderwijs, jeugdteams en het Jongerenteam SDD op het signaleren en aanpakken van geldproblemen. Zo ligt er al een opdracht bij onze uitvoeringspartner voor jongerenwerk, R-Newt om jongeren met geldproblemen te ondersteunen door inzet van hun speciale aanpak Fix up Your Live. Intensievere samenwerking met de kinderopvang en het onderwijsveld voor de bestrijding van armoede. Prioritiet daarbij is de school als vindplaats voor mensen die wij nu niet bereiken met inkomensondersteuning en hulp bij geldproblemen. Concrete maatregelen zijn: o Training in het herkennen van signalen van armoede en stress door armoede voor intern begeleiders en zorgcoördinatoren in basis- en voortgezet onderwijs. o Het in positie brengen van Ouder-Kindcoaches (OK-coaches) voor signalering van geldproblemen en toeleiding naar effectieve hulp. De OK-coaches worden, nog meer dan nu, actief onderdeel van de ketenaanpak Schuldhulp.

o Promotie van Dordtpas als instrument voor inkomensondersteuning binnen scholen. Door professionals binnen de kinderopvang en het onderwijs gericht te informeren over de Dordtpas en het kindtegoed, kunnen zij ouders beter informeren over deze voorzieningen. Het Rijk heeft aangekondigd dat scholing in het omgaan met geld een wettelijk onderdeel zal worden van de curricula op primair en voortgezet onderwijs. Wij volgen deze ontwikkeling met belangstelling. 4.3 Programmalijn 3: Werkende minima Werk moet lonen. Echter, dat is niet voor iedere werkende een feit. Ook werkenden kunnen te maken hebben met armoede door een structureel te laag inkomen, te hoge noodzakelijke uitgaven of door schulden. Gemeenten ervaren de gevolgen van het feit dat het minimumloon in Nederland te laag is. Tegelijkertijd weten we dat werkenden niet altijd gebruik maken van hun recht op inkomensondersteuning of andere hulp omdat zij niet weten dat die er is, omdat zij denken dat je daar als werkende geen recht op hebt of omdat zij de overheid niet vertrouwen. Ons beleid is erop gericht hier wat aan te doen, in de afgelopen jaren en in de toekomst. Instrumenten Werkenden hebben evengoed recht op minimaregelingen zoals toegelicht onder programmalijn, wanneer hun inkomen laag is. Onze uitdaging is te zorgen dat deze groep inwoners de regelingen kennen en deze ook aan kunnen vragen.

Dat zelfde geldt voor hulp bij geldproblemen en schuldhulp. Communicatie is dan ook een heel belangrijk instrument, direct of via onze partners in de stad. Naast direct inkomensondersteuning en schuldhulp, heeft de gemeente een rol bij het verbeteren van de positie van kwetsbaar werkenden op de arbeidsmarkt. Dit valt buiten de scope van het beleidsprogramma armoede maar komt aan de orde in de beleidsprogramma's Glansrijke toekomst en Baas over je Eigen Toekomst.

Pagina 14/17

Huidig beleid Alle minimaregelingen (zie programmalijn 1) zijn beschikbaar voor werkenden. Via campagnes in lokale media en verschillende uitvoeringspartners in de stad, worden deze onder de aandacht gebracht van inwoners die geen directe relatie hebben met de SDD. Door deelname aan campagnes vanuit het Rijk is het platform Geldfit onder de aandacht gebracht van met name werkenden en zelfstandigen om hen te wijzen op het aanwezige hulpaanbod in Dordrecht. De spreekuren van Bureau Sociaal Raadslieden zijn in 2021 uitgebreid in de avonduren, om zo beter aan te sluiten bij werkende inwoners, die niet altijd in staat zijn om overdag een spreekuur te bezoeken of te bellen. Ook is gestart met een spreekuur op locatie bij Drechtwerk. Sinds 2021 heeft de SDD het Ondernemersloket ingericht waarbij ondernemers niet alleen hulp krijgen bij de aanpak van hun schulden maar ook advies krijgen over het zeker stellen van een goed inkomen. Zij krijgen advies over de levensvatbaarheid van hun onderneming of worden ondersteund bij de gang naar werk in loondienst. In 2022 is de pilot Werkgeversdienstverlening gestart. Samen met zeven werkgevers in Dordrecht en de SDD wordt dienstverlening ontwikkeld voor werkgevers die medewerkers met (dreigende) geldproblemen, snel en effectief willen helpen.

De verwachting is dat deze werkgeversdienstverlening geleidelijk zal worden opgeschaald voor alle werkgevers in de Drechtsteden. Inwoners met een inkomen tot 120% van het Wsm ontvangen in 2022 een eenmalige energietoeslag van € 1.300,- vanuit het Rijk. In Dordrecht keerden we bovendien een toeslag uit van € 600,- aan inwoners met een inkomen tot 130% van het Wsm. Dit zijn met name werkenden met een laag inkomen. Beleid voor de komende jaren Veel van eerder toegelicht beleid is erop gericht een zo groot mogelijk aantal inwoners te bereiken zodat zij gebruik maken van hun recht op inkomensondersteuning en hulp bij geldzaken. Wij zetten ons in om via deze weg ook meer werkende minima te bereiken en ons beleid specifiek ten behoeve van werkende minima zal zich richten op twee zaken: Voor deze doelgroep toegankelijke inkomensondersteuning. Wij verhogen de inkomensgrens van een aantal minimaregelingen in de verwachting dat meer werkenden gebruik kunnen maken van de regelingen. Zie ons voorstel in programmalijn 1. Verbetering van de toeleiding naar recht op inkomensondersteuning of hulp bij geldvragen en problematische schulden door: o Handhaving en eventueel uitbreiding van de avondspreekuren door Bureau Sociaal Raadslieden voor inwoners met vragen over geld. o De samenwerking met werkgevers om deze doelgroep tijdig in beeld te krijgen en snel te helpen.

In dat kader, ontwikkelen we samen met de SDD werkgeversdienstverlening voor werkgevers die op zoek zijn naar hulp voor medewerkers met geldproblemen. Op dit moment is een pilot gestart met zeven Dordtse ondernemers om deze dienstverlening te ontwikkelen. Eén van de concrete acties binnen de pilot is samenwerking met de deelnemende werkgevers om hun medewerkers te informeren over de Energietoeslag en, wanneer nodig, te helpen bij de aanvraag daarvan. De beladen wettelijke kostendelersnorm voor bijstandsgerechtigden wordt per 1 januari 2023 herzien. Deze heeft een negatieve uitwerking voor gezinnen waarin de ouder(s) een uitkering ontvangen, terwijl de thuiswonende kinderen werkten

Pagina 15/17

maar nog weinig verdienden. De kostendelersnorm leidde regelmatig tot een (financiële) crisis in deze gezinnen. Vanaf 1 januari 2023 tellen huisgenoten pas vanaf 27 jaar (nu is dat 21 jaar) als kostendeler en medekostwinnaar mee. Het college juicht deze aanpassing toe omdat gezinnen die rondkomen van een uitkering en waarin thuiswonende jongeren gaan werken, nu niet meer worden "gestraft". Wij verwachten dat dit bijdraagt aan de bestrijding van armoede van generatie op generatie (intergenerationele armoede).

5. Verbinding met Rijksbeleid

Op 12 juli dit jaar verstuurde onze minister voor Armoedebeleid de aanpak geldzorgen, armoede en schulden naar de Tweede Kamer. Deze interdepartementale aanpak heeft hetzelfde uitgangspunt (Niemand aan de kant) en adresseert dezelfde zorgen en onderwerpen als onze beleidsaanpak. Ook het kabinet wil een borging van bestaanszekerheid en vertaalt deze naar een aantal concrete doelen in relatie tot het aantal mensen in armoede en schulden. Net als bij ons, ligt een prioriteit bij de bestrijding van kinderarmoede. De maatregelen concentreren zich, net als in ons beleid, via het omhoog krijgen van het inkomen van huishoudens, het verbeteren van de toegang tot en de aanpak van schuldhulp, de bestrijding van effecten van armoede en, tot slot, de preventie van armoede door betere toegang tot rechten en het voorkomen van problematische schulden. Een aantal concrete maatregelen die de minister noemt zijn het verhogen van het minimumloon, het verbeteren van toegang tot zorg voor minima, het investeren in taal en basisvaardigheden en het herzien van het Rijksincassobeleid voor het innen van overheidsvorderingen. Als gemeente worden wij betrokken bij de verdere ontwikkeling van het Rijksbeleid via de VNG en als lid van de Alliantie tegen Kinderarmoede.

Inmiddels (september 2022) heeft het kabinet een pakket van maatregelen aangekondigd ter compensatie van de hoge inflatie en het verlies van koopkracht. In dit kader zijn heel belangrijk de verhoging van het minimuminkomen en basisuitkeringen zoals de algemene bijstand met 10%. Omdat nog niet duidelijk is hoe deze maatregelen zijn concrete uitwerking krijgen en niet duidelijk is wanneer deze ingaan, zijn die nog niet verdisconteerd in onze voorstellen. Tot slot Bestaanszekerheid is een belangrijk onderwerp in het Coalitieakkoord van het huidige kabinet. Daarin worden onder andere aangekondigd een verhoging van het minimumloon gekoppeld aan een verhoging van de bijstandsuitkering, een brede aanpak schulden, aandacht voor financiële educatie en inzet tegen laaggeletterdheid De keuzes zullen ongetwijfeld gevolgen hebben voor het Rijksbeleid en in het verlengde daarvan, ons beleid. Het is daarom aannemelijk dat de raad het armoedebeleid daarop zal willen aanpassen in de komende jaren. Wij stellen daarom voor de jaarlijkse monitoring van het armoedebeleid voort te zetten en, op basis van de resultaten, voorstellen te formuleren voor aanpassing. Een andere relevante ontwikkeling is de deelname van Dordrecht aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid met het gebied Dordt-West.

Het kabinet wil met dit programma de opstapeling van problemen in 20 kwetsbare (stedelijke) gebieden aanpakken. Het gaat om problemen rond onderwijs, armoede, gezondheid, werk, wonen en veiligheid. Totaal trekt het Rijk € 700 miljoen uit voor het programma, waarvan € 20 miljoen voor de aanpak van armoede en schulden. De inhoud van het programma en de mogelijkheden voor Dordrecht worden momenteel met het Rijk en lokale partners verder uitgewerkt. Onderdelen uit dit programma zullen betrekking hebben, en daarmee invloed hebben, op ons armoedebeleid.

Pagina 16/17

Bijlagen: 1. Gebruikte afkortingen BB Bijzondere bijstand CZM Collectieve zorgverzekering voor minima MER Minimaeffect rapportage Nibud Nationaal instituut voor budgetvoorlichting PMB Persoonlijk minimabudget SDD Sociale dienst Drechtsteden SMS (kinderfonds) School Muziek en Sport SUN Stichting urgente noden Wgs Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Wsm Wettelijk sociaal minimum 2. Wijzigingen minimaregelingen samengevat Hoogte inkomen (Wettelijk sociaal minimum) Minimaregeling

100%

110%

120%

130%

140%

Persoonlijk minimabudget Bijzondere bijstand Collectieve zorgverzekering SMS Kinderfonds Gratis Dordtpas Tegemoetkoming kinderopvang Gratis bellen Huidige inkomensgrens Inhoudelijke uitbreiding regeling Voorstel uitbreiding inkomensgrens Voorwaardelijke uitbreiding inkomensgrens

3. Omvang huishoudens in Dordrecht per inkomensgroep Inkomen

Huishoudens Volwassenen Kinderen

100% Wsm

4.200

7.400

1.800

110% Wsm

2.200

2.800

500

120% Wsm

1.600

2.600

400

130% Wsm

1.500

2.400

400

140% Wsm

1.300

2.400

400

Totaal

10.800

17.600

3.500

4. Hoogte van inkomen per inkomensgroep en huishoudtype Inkomen

gepensioneerd (alleenstaand)

gepensioneerd (samenwonend)

Alleenstaand

samenwonend

100% Wsm

€ 1.091,71

€ 1.559,58

€ 1.213,06

€ 1.642,54

110% Wsm

€ 1.200,88

€ 1.715,54

€ 1.334,37

€ 1.806,79

120% Wsm

€ 1.310,05

€ 1.871,50

€ 1.455,67

€ 1.971,05

130% Wsm

€ 1.419,22

€ 2.027,45

€ 1.576,98

€ 2.135,30

140% Wsm

€ 1.528,39

€ 2.183,41

€ 1.698,28

€ 2.299,56

150% Wsm

€ 1.637,56

€ 2.339,37

€ 1.819,59

€ 2.463,82

160% Wsm

€ 1.746,73

€ 2.495,33

€ 1.940,90

€ 2.628,08

Bedragen zijn netto, per maand, inclusief vakantiegeld

Pagina 17/17

150%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/540/documents/20302