Voorstel Vaststellen van de vierde wijziging van het omgevingsplan - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Datum 14 juli 2026 Zaaknummer 2026-0069023 Betreft Vaststellen van de vierde wijziging van het omgevingsplan Vergadering van Portefeuillehouder: Maarten Burggraaf BegrotingsprogrammaFysieke leefomgeving Kernteam/Opgave:Ruimtelijke Strategie en Beleid - Omgevingsrecht Openbaar:Ja Voorgesteld besluit 1. het besluit voor de vierde wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht vast te stellen; Deadline Besluitvorming door de raad op 6 oktober 2026 nodig in verband met afloop voorbeschermingsregels energie-opslagsystemen (op 10 november 2026). Na de besluitvorming door de raad volgt nog een termijn van 6 weken voordat deze omgevingsplanwijziging in werking treedt. Raadsvoorstel Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college heeft op 31 maart 2026 een ontwerpbesluit genomen tot wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht. Het ontwerpbesluit is voor een ieder zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. De raad is bevoegd een besluit te nemen tot wijziging van het omgevingsplan en beslist op het voorstel van het college of de ingediende zienswijzen aanleiding vormen om het ontwerpbesluit aan te passen. Het college kan ook ambtshalve voorstellen doen tot aanpassing van het ontwerpbesluit. De raad kan via een amendement ook zelf wijzigingen aanbrengen in het ontwerpbesluit.
Wat is het doel? Het doel van het omgevingsplan is om regels te stellen die enerzijds de fysieke leefomgeving beschermen en anderzijds ruimte laten voor ontwikkelingen. De wetgever noemt dit het bereiken van een balans tussen beschermen en benutten (artikel 1.3 Omgevingswet). Het belangrijkste onderwerp in deze vierde wijziging van het omgevingsplan zijn de regels voor energie- opslagsystemen. Deze worden noodzakelijk geacht voor een zorgvuldige uitrol van de energietransitie. Momenteel kan niet gestuurd worden op (de plaats van) deze systemen terwijl de systemen het energienet kunnen verstoren en externe veiligheidsrisico’s kennen. Door aan het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem een vergunning te verbinden kan het bevoegd gezag voorwaarden meegeven op het gebied van ruimtelijke impact (verduurzaming) en veiligheid. Dit voorstel beoogt niet om de bouw en exploitatie van energie-opslagsystemen onmogelijk te maken omdat ze ook bij kunnen dragen aan verduurzaming en energietransitie. In de bijlage ‘motivering’ is toegelicht dat de regels bijdragen aan de omgevingsvisiedoelen en sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ zoals bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet.
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT Zaaknummer 2026-0069023 Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? Deze wijziging van het omgevingsplan is bedoeld om een regeling op te nemen voor energie- opslagsystemen, een tweetal omgevingsvergunningen (BOPA’s) te verwerken in de regels, een paar ondergeschikte wijzigingen (zonder juridische impact) door te voeren en een delegatiebevoegdheid op te nemen naar aanleiding van de woningbouwontwikkeling aan de M.H. Trompweg. Voor de BOPA’s en ondergeschikte wijzigingen wordt verwezen naar het ontwerpbesluit en de bijbehorende motivering. Voor energie-opslagsystemen heeft de gemeenteraad op 27 mei 2025 voorbeschermingsregels vastgesteld. Deze gelden anderhalf jaar en met het vaststellen van deze omgevingsplanwijziging zal de bescherming in stand gehouden worden. Er is een toenemende behoefte aan energie-opslagsystemen (EOS), ook wel batterijen, door de energietransitie en netcongestie. Het is nu veelal toegestaan om vergunningvrij energie- opslagsystemen te plaatsen. De ontwikkeling van deze systemen gaat snel en de ruimtelijke- impact en milieu-impact van deze systemen is niet te vergelijken met traditionele voorzieningen voor energiedistributie.
De energie-opslagsystemen reserveren netcapaciteit op elektriciteitsstations dat ten koste gaat van andere ontwikkelingen zoals nieuwbouw of bedrijvigheid. Ook kunnen ze de pieken op het elektriciteitsnet vergroten en kennen externe veiligheidsrisico’s. Het is daarom nodig om met een regeling de effecten van deze energie- opslagsystemen te beoordelen ten aanzien van de prioritering van verschillende nieuwe ontwikkelingen in de gemeente zoals de energietransitie, nieuwbouw, bedrijvigheid en omgevingsveiligheid. Het is niet de bedoeling om deze systemen onmogelijk te maken. In de motivering zijn de regels voor energie-opslagsystemen getoetst aan de 7 doelen van de omgevingsvisie en het wettelijke vereiste van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Deze regels zijn nodig in het kader van het realiseren van een duurzame en klimaatneutrale stad in 2040 uit de omgevingsvisie 2.0. Met deze regels wordt geborgd dat energie slim en lokaal wordt gebruikt en de energietransitie en ontwikkeling van de stad niet kan worden belemmerd. Het gaat dan om de ontwikkeling van de economie en woningbouwprojecten. Deze regels dragen bij aan een zorgvuldig evenwichtig vraag en aanbod van energie.
De regels voor energie-opslagsystemen bestaan uit: •een nieuwe vergunningplicht voor het in gebruik nemen en in gebruik houden van een energie-opslagsysteem met een capaciteit vanaf 1 MWh (MegaWattuur) en vermogen vanaf 1 MW (MegaWatt) •Aanvraagvereisten en beoordelingsregels die zich richten op een zorgvuldige uitrol van de energietransitie (verduurzaming) en de bescherming van de veiligheid. Specifiek is er in de beoordelingsregels opgenomen dat het energie-opslagsysteem de verduurzaming en ruimtelijke ontwikkeling niet mag verhinderen. Tijdens de terinzagelegging is op het ontwerpbesluit 1 zienswijze binnengekomen van TenneT. Daarnaast worden ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het gaat om: •TenneT verzoekt een aanpassing van de afstand die in de regel is opgenomen van 50 naar 25 meter. Dit is in de regel aangepast. •Na overleg met de omgevingsdienst is geconstateerd dat het moment van handhaving nu het moment is dat het energie-opslagsysteem in gebruik wordt genomen, of te wel wanneer het gekoppeld wordt aan de hoofdactiviteit en aan het stroomnet. Het moment daarna, wanneer het energie-opslagsysteem in gebruik is, valt hier niet onder. Om ook daarop te kunnen handhaven op energie-opslagsystemen is de regel ambtshalve aangepast en de activiteit ‘in gebruik houden’ toegevoegd. •In de beoordelingsregels (weigeringsgronden) is een abusievelijk foutje geslopen.
Nu staat er ‘de verduurzaming en de groei van bedrijfsactiviteiten’. De woorden ‘en de groei’ staan hier niet op de goede plek en passen beter bij de uitleg van de regel. Daarom is de beoordelingsregel ambtshalve aangepast naar ‘de verduurzaming van bedrijfsactiviteiten’. Tot slot is in het ontwerpbesluit ook een regel opgenomen die voorziet in een delegatiebepaling. Artikel 29.5 geeft het college de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzen als het gaat om de situering van bouwvlakken. Nieuwe stedenbouwkundige inzichten kunnen er toe dwingen om Zaaknummer 2026-0069023 bouwvlakken aan te passen. Heel concreet is dit aan de orde voor het nieuwbouwproject Bouwhuys-locatie aan de M.H. Trompweg. Het omgevingsplan voorziet hier een woningbouwontwikkeling die moet voldoen aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals uitgewerkt in de beleidsregels. Uit het inmiddels ontwikkelde bouwplan blijkt dat de stedenbouwkundig randvoorwaarden aangepast gaan worden. In dat geval is het wenselijk dat de hierop gebaseerde bouwvlakken in het omgevingsplan ook kunnen worden aangepast. Kosten De nieuwe vergunningplicht levert extra administratieve lasten (kosten) voor de omgevingsdienst en gemeente op. De uren voor de afhandeling per vergunning zijn gemiddeld 24 uur en dit komt neer op een vast bedrag van ongeveer 2700 euro per vergunning.
De kosten voor deze uren zullen worden gedekt via te betalen leges. Op dit moment gaat het om een beperkt aantal vergunningen bij de voorbeschermingsregels, de verwachting is dat deze wel gaan toenemen in de toekomst. Gezien de urgentie van dit probleem en de effecten is het niet mogelijk om een soepelere regeling (deregulering) toe te passen. Zie ook de motivering. Het wijzigen van de legesverordening ten aanzien van de vergunningplicht voor energie- opslagsystemen wordt een apart raadsvoorstel. Aan het vaststellen van het omgevingsplan is een termijn van orde meegegeven, wat verplicht tot een snelle afhandeling. De zienswijzen geven geen aanleiding om langer te wachten met de besluitvorming. Ook zal binnenkort de voorbeschermingsregel vervallen en voor die tijd moet het omgevingsplan in werking treden om de bescherming voort te zetten. Omdat de voorbereiding voor het wijzigen van de legesverordening intern meer tijd vraagt, terwijl de omgevingsplanwijziging door moet is de keuze gemaakt om het in twee aparte trajecten aan de raad voor te leggen. Het voorstel voor het wijzigen van de legesverordening volgt dan kort op de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan.
Mocht er in de tussentijd een aanvraag voor een energie-opslagsysteem binnenkomen dan geldt nog niet het beoogde legestarief maar het legestarief van het vangnetartikel in de huidige legesverordening (artikel 2.34 Andere activiteiten). Ook onder de voorbeschermingsregel was er nog geen passend legestarief. Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? Er is een kans op nadeelcompensatie wanneer een bedrijf veel geïnvesteerd heeft in een energie- opslagsysteem, maar nu plots te maken krijgt met deze regels in relatie tot de uitvoerbaarheid van het project. Het is mogelijk om de omgevingsvergunning gewoon te verlenen. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Voor het onderdeel energie-opslagsystemen is een participatieproces doorlopen, zie daarvoor het participatieverslag. Er is overleg gevoerd met belangrijke ketenpartners (Stedin, Energiecoöperatie Drechtsteden en bedrijven) over de voorgestelde regeling. Daarnaast is een bericht geplaatst met informatie in de krant voor inwoners, waar zij ook per email op konden reageren. In het participatieverslag zijn de uitkomsten terug te lezen. Tijdens de terinzagelegging is 1 zienswijze ingediend door TenneT TSO bv. Zij geven aan dat het standpunt over EOS in relatie tot hoogspanningsinfrastructuur is herijkt.
Hiermee willen zij voorkomen dat er een grotere ruimtelijke reservering wordt gevraagd dan noodzakelijk is. Voor een veilige situering van een EOS hanteert TenneT momenteel een minimale vrije afstand van 25 meter tot hoogspanningsinfrastructuur, in plaats van 50 meter. Op basis van deze informatie is de regel aangepast. Ten aanzien van de BOPA’s gelden geen participatie- of bezwaarmogelijkheden, deze waren al onderdeel van de procedure van de omgevingsvergunning. Hoe wordt dit betaald? De kosten voor de toepassing van de regels voor energie-opslagsystemen zijn geraamd en omgerekend naar een verhoging van de leges. Het voorstel tot aanpassing van de legesverordening wordt in apart voorstel aan de raad voorgelegd na de zomer. Het voorstel voor het wijzigen van de legesverordening volgt kort op het besluit voor de 4e wijziging omgevingsplan. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? Nadat uw raad deze wijzigingen van het omgevingsplan heeft vastgesteld, wordt het wijzigingsbesluit gepubliceerd en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens die termijn kan Zaaknummer 2026-0069023 beroep tegen het wijzigingsbesluit worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na vier weken na publicatie treedt het besluit in werking.
Het college van Burgemeester en Wethouders Zaaknummer 2026-0069023 De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 14 juli 2026 inzake Vaststellen van de vierde wijziging van het omgevingsplan; gelet op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet; gelet op artikel 2.4 en artikel 4.2 van de Omgevingswet; b e s l u i t : 1. het besluit voor de vierde wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht vast te stellen; Aldus besloten in de vergadering van