Voorstel Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verhuurverordening gemeente Dordrecht, eerste wijziging en Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2026, vierde wijziging - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
19 mei 2026
Betreft
Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verhuurverordening gemeente Dordrecht, eerste wijziging en Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2026, vierde wijziging
2026-0053019
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Ordening en Mobiliteit Openbaar:
Wim van der Kruijff Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ja
Voorgesteld besluit 1. de Verordening tot wijziging van de Verhuurverordening gemeente Dordrecht, eerste wijziging conform bijgevoegd voorstel vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden; 2. de Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2026, vierde wijziging, conform bijgevoegd voorstel vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden. Raadsvoorstel Wat is het doel? Het doel van dit raadsvoorstel is om de Verhuurverordening gemeente Dordrecht (verder: Verhuurverordening) en de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026 (verder: Legesverordening) met elkaar in overeenstemming te brengen, zodat het stelsel van vergunningverlening en legesheffing voor verhuurvergunningen logisch, uitvoerbaar en consistent is vormgegeven. Met de invoering van de verhuurvergunning beoogt de gemeente: •
meer grip te krijgen op de particuliere verhuurmarkt;
•
door misstanden in de verhuurmarkt tegen te gaan en goed verhuurderschap te bevorderen;
•
en zo de leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken te verbeteren.
Het raadsvoorstel kent daarbij de volgende doelen per beslispunt: •
met het eerste beslispunt wordt de Verhuurverordening gewijzigd, zodat deze juridisch correct en goed toepasbaar is bij de inwerkingtreding per 1 september 2026;
•
met het tweede beslispunt wordt uitvoering gegeven aan de door uw raad aangenomen motie ‘Gedifferentieerd legestarief verhuurvergunning’ (M9) op 3 februari 2026, door de tarieventabel behorende bij de Legesverordening aan te passen. Hiermee wordt de legesstructuur in lijn gebracht met de omvang van aanvragen voor een verhuurvergunning.
Zaaknummer
2026-0053019
Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? Beslispunt: de Verhuurverordening conform bijgevoegd voorstel vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden. Argumenten •
Na vaststelling van de Verhuurverordening op 3 februari 2026 (RIS: 2025 - 0118696) zijn enkele technische en redactionele onvolkomenheden geconstateerd.
•
De voorgestelde wijzigingen zijn noodzakelijk om de verordening juridisch correct en uitvoerbaar toe te passen bij de inwerkingtreding per 1 september 2026.
•
De wijzigingen geven uitvoering aan hetgeen de raad bij de vaststelling van de Verhuurverordening heeft beoogd.
Toelichting •
De voorgestelde wijzigingen van de Verhuurverordening hebben uitsluitend een technisch en redactioneel karakter. Zij zien onder meer op het herstellen van verwijzingen en verduidelijking van bepalingen.
•
De wijzigingen leiden niet tot een wijziging van het beleidsmatige kader of de werking van de Verhuurverordening.
Beslispunt: de Legesverordening vierde wijziging vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden. Argumenten •
Uw raad heeft op 3 februari 2026 (RIS: 2025 - 0119055) leges vastgesteld voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een verhuurvergunning.
•
Met de aangenomen motie ‘Gedifferentieerd legestarief verhuurvergunning’ (M9) heeft uw raad het college verzocht een tariefstructuur uit te werken die beter aansluit bij de omvang van aanvragen.
•
Een gedifferentieerd legestarief sluit beter aan bij de verschillen in werkzaamheden en kosten per aanvraag.
•
De voorgestelde tariefstructuur draagt bij aan een transparante en uitlegbare legesheffing.
Toelichting Bij de vaststelling van de Legesverordening 2026 (RIS: 2025 – 0119055) heeft de raad leges vastgesteld voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een verhuurvergunning. Naar aanleiding van de aangenomen motie ‘Gedifferentieerd legestarief verhuurvergunning’ (M9) is onderzocht op welke wijze het legestarief kan worden gedifferentieerd naar het aantal woonruimten waarop een aanvraag betrekking heeft. Uitgangspunt hierbij is dat aanvragen voor meerdere woonruimten in de praktijk een grotere omvang en meer behandelinspanning vergen dan aanvragen die betrekking hebben op één woonruimte. De raad heeft daarom verzocht de legesstructuur hier beter op aan te laten sluiten. Wijziging tariefsystematiek Met dit wijzigingsvoorstel wordt het huidige uniforme legestarief per aanvraag vervangen door een gedifferentieerd tarief. Het legestarief bestaat voortaan uit: •
een basisbedrag voor de behandeling van de aanvraag, inclusief de beoordeling van één woonruimte; en
•
een aanvullend bedrag per extra woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft.
Hierdoor sluiten de leges beter aan bij de omvang van de aanvraag en de bijbehorende werkzaamheden. Uitwerking tarieven De tarieven zijn gebaseerd op een kostenraming van de werkzaamheden die samenhangen met de behandeling van aanvragen voor een verhuurvergunning. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen
Zaaknummer
2026-0053019
werkzaamheden die eenmaal per aanvraag plaatsvinden en werkzaamheden die samenhangen met de beoordeling van afzonderlijke woonruimten. De tarieven worden vastgesteld op: •
€ 525 voor een aanvraag inclusief één woonruimte;
•
€ 87 per extra woonruimte.
Met deze tariefstructuur wordt uitvoering gegeven aan de door uw raad aangenomen motie. Voorheen gold een vast tarief van € 728 per aanvraag, ongeacht het aantal woonruimten. Met de huidige uitwerking is gekozen voor een gedifferentieerd tarief, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen werkzaamheden per aanvraag en werkzaamheden per woonruimte. Hierdoor sluit de tariefstelling beter aan bij de daadwerkelijke kostenopbouw van de vergunningverlening. In vergelijking met het eerdere tarief leidt dit tot een lager tarief voor aanvragen met één woonruimte en tot een meer evenwichtige verdeling van de kosten bij aanvragen met meerdere woonruimten. Bij de vaststelling van de Legesverordening 2026 (RIS: 2025 – 0119055) heeft de raad leges vastgesteld voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een verhuurvergunning. Naar aanleiding van de aangenomen motie ‘Gedifferentieerd legestarief verhuurvergunning’ (M9) is onderzocht op welke wijze het legestarief kan worden gedifferentieerd naar het aantal woonruimten waarop een aanvraag betrekking heeft. Uitgangspunt hierbij is dat aanvragen voor meerdere woonruimten in de praktijk een grotere omvang en meer behandelinspanning vergen dan aanvragen die betrekking hebben op één woonruimte. De raad heeft daarom verzocht de legesstructuur hier beter op aan te laten sluiten.
Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? Aan de voorgestelde wijzigingen van de Verhuurverordening zijn beperkte risico’s verbonden. De wijzigingen hebben hoofdzakelijk een technisch en redactioneel karakter en leiden niet tot een wijziging van het beleidsmatige kader, de werking van de vergunningplicht of de rechten en plichten van verhuurders. De risico’s zijn daarmee met name gelegen in de uitvoeringspraktijk, bijvoorbeeld in het tijdig en eenduidig communiceren van de geactualiseerde bepalingen richting betrokken partijen. Dit risico wordt ondervangen door duidelijke interne werkafspraken en gerichte externe communicatie voorafgaand aan de inwerkingtreding per 1 september 2026. Ten aanzien van de wijziging van de Legesverordening ligt het voornaamste aandachtspunt bij de mate van kostendekkendheid en de uitvoerbaarheid van de gedifferentieerde tariefstructuur. De uiteindelijke legesopbrengsten zijn afhankelijk van het feitelijke aantal aanvragen en het aantal woonruimten en verblijfsruimten waarop deze betrekking hebben. De gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op ramingen van het aantal en type aanvragen. Conform gebruikelijke praktijk worden kosten en opbrengsten gemonitord, zodat indien nodig kan worden bijgestuurd bij een toekomstige actualisatie van de legesverordening.
Daarnaast vergt de toepassing van een gedifferentieerd tarief een zorgvuldige uitvoering, waarbij het aantal woonruimten en verblijfsruimten per aanvraag correct wordt vastgesteld. Dit risico wordt beperkt door het stellen van duidelijke aanvraagvereisten en door interne toetsing. Tot slot brengt het feit dat de legestarieven uitsluitend betrekking hebben op vergunningverlening met zich mee dat ontwikkelingen in de kosten van toezicht en handhaving niet via de legestarieven kunnen worden opgevangen. Dit vraagt om een afzonderlijke afweging binnen de gemeentelijke begroting. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Er heeft zowel ambtelijke als bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. In verband met het technische karakter was externe participatie niet nodig. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? • Uitgangspuntennotitie (vastgesteld op 18 juni 2024). Hierin is de basis gelegd voor zowel de Huisvestigsverordening als de Verhuurverordening.
Zaaknummer
2026-0053019
•
Raadsinformatiebrief (17 december 2024, zaaknummer 2024-0126909). Bevat een update over het proces en bevestigt dat de Verhuurverordening juridisch is getoetst en bestuurlijk afgestemd.
•
Raadsvoorstel Huisvestingsverordening 2025 (15 april 2025, zaaknummer 2025-0037869). Verwijst expliciet naar de Verhuurverordening als aanvullend instrument, met aankondiging dat deze later in 2025 zou volgen.
•
Raadsvergadering 3 februari 2026 (RIS 2025 - 0118696)
•
Motie 3 februari 2026 ‘Gedifferentieerd legestarief verhuurvergunning’ (M9)
Hoe wordt dit betaald? De uitvoering van de vergunningverlening wordt gefinancierd uit leges. De legestarieven zijn gebaseerd op de geraamde kosten van de behandeling van aanvragen voor een verhuurvergunning. Uit de kostenraming blijkt dat de tarieven kostendekkend zijn voor deze werkzaamheden. De leges hebben uitsluitend betrekking op de kosten van vergunningverlening. De kosten voor toezicht en handhaving maken geen onderdeel uit van deze berekening en worden niet uit leges gedekt. De beschikbare rijksmiddelen worden onder meer ingezet voor het meldpunt ongewenst verhuurgedrag, maar zijn niet toereikend voor de volledige uitvoering van toezicht en handhaving. Voor het overige deel van deze taken zijn op dit moment nog geen structurele middelen beschikbaar. Hiervoor zal in een afzonderlijk traject financiële dekking moeten worden georganiseerd. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? Na akkoord te gaan met de wijzigingen in de bijlagen van dit voorstel, treden de gewijzigde Verhuurverordening en Legesverordening per 1 september 2026 in werking en worden deze gepubliceerd. Voorafgaand aan de inwerkingtreding wordt zorggedragen voor een tijdige en zorgvuldige communicatie richting betrokken doelgroepen, waaronder verhuurders en relevante ketenpartners.
Daarnaast worden de uitvoeringsprocessen ingericht en worden betrokken medewerkers geïnformeerd en geïnstrueerd, zodat een juiste en uniforme toepassing van de gewijzigde regelgeving is geborgd. Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
2026-0053019
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 19 mei 2026 inzake Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verhuurverordening gemeente Dordrecht, eerste wijziging en Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2026, vierde wijziging;
besluit:
1. de Verordening tot wijziging van de Verhuurverordening gemeente Dordrecht, eerste wijziging conform bijgevoegd voorstel vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden; 2. de Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2026, vierde wijziging, conform bijgevoegd voorstel vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden.
Aldus besloten in de vergadering van