Voorstel Vaststellen Nota Lokale Heffingen (9e wijziging Financiële Verordening) - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum
20 april 2021
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0054330 Vaststellen Nota Lokale Heffingen (9e wijziging Financiële Verordening)
Betreft
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Pijler Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Maarten Burggraaf Financiën (inclusief overhead) Bestuur en Middelen Versterking Bestuur & Organisatie - Planning & Control Cor van Vliet c.van.vliet@dordrecht.nl Ja
Voorgesteld besluit de wijziging op de Financiële verordening gemeente Dordrecht (negende wijziging) vast te stellen (en daarmee de nota Lokale Heffingen); de wijziging op de Verordening inzake kwijtschelding gemeentelijke belastingen (vierde wijziging) vast te stellen. Raadsvoorstel Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De gemeenteraad is bevoegd tot het vaststellen en wijzigingen van de Financiële Verordening en de Verordening inzake kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Wat is het doel? Met het wijzigen van de Financiële Verordening is de kaderstelling vanuit de raad op het gebied van Lokale Heffingen weer helemaal up-to-date en hebben alle wettelijke vereisten een geëigende plaats gekregen in de lokale Dordtse regels. Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? Beslispunt I: de wijziging op de Financiële verordening gemeente Dordrecht (zevende wijziging) vast te stellen (en daarmee de nota Lokale Heffingen) De belangrijkste wijzigingen zijn het gevolg van de aanpassing van het BBV. Dit betreft de volgende onderdelen: Kostentoerekening (hoofdstuk 3.4.2) Aan de volgende stellige uitspraak van de commissie BBV is een plaats gegeven in de Verordening: Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek van de toerekening overhead worden opgenomen in de financiële verordening.
Tot op heden beschreven we deze methodiek elke keer in de begroting, nu leggen we die vast in de Verordening. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen aangebracht in de gehanteerde werkwijze.
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0054330
Beschrijvingen per heffing (hoofdstuk 4) Per heffing is de toelichting uitgebreid. Wanneer een toelichting op de kostendekkendheid gewenst is, is vervolgens gespecificeerd hoe de berekening (die sinds de wijziging van het BBV onderdeel is van de begroting en de jaarrekening) wordt opgebouwd. Dit leidt ertoe dat bij de Begroting 2022 de verschillende onderdelen van de Legesverordening separaat in beeld worden gebracht en dat (hoewel het een ongebonden heffing betreft) voor de hondenbelasting (mede op verzoek van de Auditcommissie) ook een berekening wordt uitgewerkt. De opbouw van de kostendekkendheid bij de parkeerbelasting wordt inhoudelijk aangepast. Tot op heden bevatte de uitwerking enkel de zogenaamde naheffingsaanslagen (boetes), nu wordt het totaal van de parkeerbelastingen overzien. De naheffingsaanslagen komen terug bij het jaarlijkse voorstellen ten aanzien van het tarief. Tenslotte wordt per heffing aangegeven of er sprake is van kruissubsidiëring. Kwijtschelding (hoofdstuk 3.6) In het kwijtscheldingsbeleid zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd (met uitzondering van het genoemde punt onder beslispunt II). Tot op heden maakten de kosten van kwijtschelding onderdeel uit van de kosten van een heffing. In de voorliggende nota is dit gewijzigd.
Kwijtschelding is het gevolg van doelstellingen binnen het programma Sociaal en Zorgzaam Dordrecht (en niet van doelstellingen in verband met Afval, Riolen of OZB-inning). Het budget wordt ook ondergebracht onder het programma Sociaal en Zorgzaam. Binnen dit programma wordt namelijk gewogen welke activiteiten het meest effectief zijn om de doelstellingen van het minimaen armoedebeleid te realiseren. Met deze wijziging wordt gefaciliteerd dat aan de volgende wens uit het coalitieakkoord beter invulling kan worden gegeven: "De kosten van kwijtschelding zijn de afgelopen jaren opgelopen. Deze periode willen we, vanuit een integrale blik vanuit armoedebeleid, kritisch bezien of kwijtschelding altijd volledig noodzakelijk is (pag. 68, coalitieakkoord)". In het Gemeentelijk Rioleringsplan VII is deze werkwijze vooruitlopend op de Nota Lokale Heffingen reeds toegepast. Beslispunt II: de wijziging op de Verordening inzake kwijtschelding gemeentelijke belastingen (vierde wijziging) vast te stellen Met dit beslispunt wijzigt enkel het Artikel 1 lid 4, deze vervalt (met ingang van 1 januari 2022). Het betreft de mogelijkheid tot kwijtschelding van de leges voor de aanvraag van een voorrangsverklaring voor een sociale huurwoning in de Drechtsteden.
De kosten voor de aanvraag bedragen € 65,65 (prijspeil 2021), deze kosten kunnen met de voorgestelde wijziging niet meer worden kwijtgescholden. Inzet is om deze groep op andere wijze ook in de toekomst te compenseren. Voor de toelichting op dit voorstel zie de bijlage Toelichting beslispunt II. Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? Van vandaag op morgen is er geen verschil merkbaar als gevolg van de wijziging omtrent kwijtschelding (hoofdstuk 3.6). Enkel het percentage van kostendekkendheid neemt toe. Op de langere termijn treden er wel enkele nieuwe mechanismen in werking: Wanneer er meer burgers voor kwijtschelding in aanmerking komen, ontstaat er een claim op de algemene middelen en / of moet het kwijtscheldingsbeleid worden versoberd. De 'systemen' (Afval en Riolen) ondervinden hier geen consequenties meer van; Het tegenovergestelde is ook waar, op het moment dat de sociale economische structuur van Dordrecht sterker wordt, ontstaat er een voordeel, omdat er minder hoeft te worden kwijtgescholden dan begroot. Dit verschil komt dan ten gunste van de algemene middelen en niet meer ten gunste van het bijbehorende 'systeem' zoals de reserve Afval en reserve Riolen; Het is niet langer mogelijk om kosten van kwijtschelding te verwerken in het tarief van de afvalstoffenheffing, of de rioolheffing.
Bij het afval-dossier speelt het vraagstuk "de vervuiler betaalt". Nu worden de minima ontzien bij het betalen van afvalstoffenheffing. Uit milieudoelstelling is het wenselijk, dat ook zij een deel van de rekening betalen vanwege een groter bewustzijn ten aanzien van de kosten voor afvalscheiding.
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0054330
Het is eenvoudiger om integraal beleid te ontwikkelen ten aanzien van minimabeleid (inclusief kwijtscheldingsbeleid). Eventuele aanpassingen gaan niet langer gepaard met effecten op andere 'systemen'. Concreet zijn de volgende ontwikkelingen bekend die mogelijk een effect zullen hebben op de kosten van kwijtschelding: 1. Coronacrisis, de verwachting is dat de kwijtscheldingen zullen toenemen (zonder dat dat nu verder is gekwantificeerd). In de nieuwe situatie levert dit in eerste instantie een claim op de algemene middelen op; 2. Bij afval volgt in 2022 een tariefdifferentiatie naar één- en meerpersoonshuishoudens. Dit heeft naar verwachting een marginaal effect op de totale kosten van kwijtschelding; 3. Daarnaast wordt nagedacht over tariefprikkels. De verwachting is dat dit de komende jaren meer concreet wordt. Hoe dan kwijt te schelden is nog een onbeantwoorde vraag. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? De voorgenomen wijziging is inhoudelijk besproken met de Auditcommissie d.d. 20 februari 2020. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Met de voorgestelde aanpassing van de Nota Lokale Heffingen worden de laatste openstaande punten van de wijziging van het besluit Begroting en Verantwoording verankerd in de lokale kaderstelling. Het merendeel van de aanpassingen is doorgevoerd in de 6e wijziging van de Financiële Verordening.
In de Auditcommissie d.d. 12 februari 2020 is de voorgenomen aanpassing besproken. Hoe wordt dit betaald? Enkel het niet meer opnemen van de kosten van kwijtschelding in het bepalen van de kostendekkendheid leidt tot financiële mutaties. Het budget wordt (bij de Begroting 2022 / GRP VII) verschoven van de producten Afvalinzameling en verwerking, Riolering en Belastingheffing naar het nieuwe product Kwijtschelding binnen het programma Sociaal en zorgzaam. Dit is een budgetneutrale verschuiving. Wel heeft dit tot gevolg dat de kostendekkendheid van Afval en Riolen toeneemt (omdat er minder kosten worden meegenomen). Omdat de kostendekkendheid nu lager ligt dan 100% hoeft dit niet te leiden tot aanpassingen van het tarief. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? De berekeningen van de kostendekkendheid van een heffing (zie bijvoorbeeld Begroting 2021) zullen bij de Begroting 2022 conform de nota worden uitgevoerd.
Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0054330
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 20 april 2021 inzake Vaststellen Nota Lokale Heffingen (9e wijziging Financiële Verordening);
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit:
de wijziging op de Financiële verordening gemeente Dordrecht (negende wijziging) vast te stellen (en daarmee de nota Lokale Heffingen); de wijziging op de Verordening inzake kwijtschelding gemeentelijke belastingen (vierde wijziging) vast te stellen.
Aldus besloten in de vergadering van
Zaaknummer
Bijlagen 1.
Bijlage - Nota Lokale Heffingen 2021.doc
InProces BBV: 2021-0054330