CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht - Raadsvoorstel.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 13 januari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht - Raadsvoorstel1.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum Zaaknummer

25 november 2025

Betreft

Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht

2025-0119055

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Ordening en Mobiliteit Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:

Wim van der Kruijff Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Volkshuisvesting, Ruimtelijke Roos de Korte rtj.de.korte@dordrecht.nl Günter Weber Ja

Voorgesteld besluit de bijgevoegde Leegstandverordening gemeente Dordrecht vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden. Raadsvoorstel Wat is het doel? Dordrecht streeft ernaar dat iedereen een passende en betaalbare woning kan vinden. In een tijd van grote woningnood is het niet uitlegbaar dat woonruimten langdurig leegstaan, terwijl de vraag naar huisvesting blijft groeien. Leegstand belemmert een optimale benutting van de bestaande woningvoorraad en vergroot de druk op de woningmarkt. Om hierop te kunnen sturen, biedt de Leegstandverordening de gemeente instrumenten om leegstand te registreren en, waar nodig, in gesprek te gaan met eigenaren over het wederom in gebruik nemen van leegstaande panden. Met de invoering van de Leegstandverordening beoogt de gemeente: •

de beschikbare woonruimte beter te benutten;

•

het speculeren met leegstand tegen te gaan;

•

de druk op de woningvoorraad te verlichten;

•

bij te dragen aan een evenwichtige en toegankelijke woningmarkt.

De verordening sluit aan bij de bredere ambitie van Dordrecht om woonruimte beschikbaar te houden voor wie deze nodig heeft, en om leegstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? 1.1 Betere benutting van schaarse woonruimte In Dordrecht is de druk op de woningmarkt hoog, terwijl er tegelijkertijd nog steeds een aanzienlijk aantal woningen langdurig leegstaat. Begin 2025 telde de gemeente 555 langdurig leegstaande woningen. Dit is een aanzienlijk deel van de in totaal 1.460 leegstaande woningen in Dordrecht, wat neerkomt op circa 3% van de totale woningvoorraad.

Zaaknummer

2025-0119055

De Leegstandverordening biedt de mogelijkheid om deze leegstand actief te monitoren en aan te pakken. Door een meldplicht vanaf zes maanden leegstand ontstaat beter inzicht in de omvang en aard van de leegstaande woningen. De focus ligt hierbij op leegstand die langer dan zes maanden duurt, oftewel langdurige leegstand, en is met name gericht op de particuliere sector. Voor de corporatiesector wordt al gewerkt met leegstandsvergunningen, waardoor de aanpak daar complementair is en dubbelingen worden voorkomen. De Leegstandverordening stelt de gemeente in staat om in gesprek te gaan met eigenaren en, indien nodig, gerichte maatregelen te treffen, zoals het voordragen van een huurder of het vaststellen van een redelijke huurprijs. Op deze manier wordt leegstand sneller doorbroken en komt woonruimte eerder beschikbaar voor woningzoekenden, wat direct bijdraagt aan het verlichten van de druk op de woningvoorraad. 1.2 Versterking van leefbaarheid en duurzaam ruimtegebruik De Leegstandverordening draagt bij aan het verbeteren van de woonomgeving door langdurig leegstaande panden weer in gebruik te nemen. Dit voorkomt verloedering, stimuleert renovatie en behoud van monumentale gebouwen, en maakt initiatieven zoals wonen boven winkels beter uitvoerbaar.

Zo wordt de beschikbare ruimte in de stad optimaal benut en draagt de verordening bij aan een levendige, veilige en duurzame binnenstad. 1.3 Versterking van regie en samenwerking in het woonbeleid De verordening sluit aan bij andere gemeentelijke instrumenten en landelijke wetten, zoals de verhuurvergunning, de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. Door deze samenhang ontstaat een integrale aanpak van woonproblematiek. De gemeente kan gerichter handhaven, samenwerken met partners, en bewoners beter ondersteunen. Toezicht en handhaving als randvoorwaarde voor een effectieve Leegstandverordening Effectief toezicht en handhaving zijn randvoorwaardelijk voor het slagen van de Leegstandverordening. Zonder voldoende capaciteit blijft de werking van de verordening beperkt tot incidentele en reactieve handhaving bij meldingen van bewoners of risicopanden. In 2024 betrof dit slechts één melding, wat de noodzaak onderstreept om structureel capaciteit vrij te maken. Met het vaststellen van de Leegstandverordening kan worden gestart met het voorbereiden en inregelen van het toezicht- en handhavingsproces. Hiervoor is nog nadere uitwerking en afstemming nodig, onder meer om te bepalen welke inzet en deskundigheid structureel vereist zijn.

De Leegstandverordening maakt onderdeel uit van een breder wettelijk kader, waarin ook de Wet goed verhuurderschap, de Wet betaalbare huur en de aankomende Verhuurverordening een rol spelen. Een integraal toezicht- en handhavingsteam biedt de mogelijkheid om toezicht en handhaving op deze regelingen te bundelen. Dit creëert samenwerking tussen beleidsvelden, voorkomt dubbel werk en maakt effectiever optreden tegen ongewenste leegstand en ongewenste verhuurpraktijken mogelijk. Gemeentelijke toezichthouders controleren op naleving en gaan in gesprek met eigenaren over mogelijkheden om leegstand op te lossen Indien een eigenaar niet voldoet aan de meldplicht, of een door de gemeente voorgestelde gebruiker weigert én vervolgens nalaat de leegstand opnieuw te melden, kan de gemeente een bestuurlijke boete opleggen. Deze wordt altijd per woning opgelegd en pas nadat de eigenaar in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Op die manier blijft de handhaving proportioneel en gericht op het daadwerkelijk terugdringen van leegstand. Om de uitvoering van de verordening daadwerkelijk mogelijk te maken, is structureel budget voor toezicht en handhaving noodzakelijk. Het vrijmaken van middelen vormt daarmee een randvoorwaarde voor het effectief invoeren van de Leegstandverordening en het realiseren van de beoogde resultaten.

In twee jaar tijd de leegstand terugdringen met 40% Door te investeren in extra toezichtcapaciteit, kan de Leegstandverordening aanzienlijk effectiever worden ingezet. Met voldoende personele inzet is het mogelijk om structureel zicht te houden op leegstaande panden en eigenaren actief te benaderen met passende oplossingen. Op die manier

Zaaknummer

2025-0119055

kan langdurige leegstand in de komende jaren grotendeels worden teruggedrongen. Een realistische doelstelling is dat binnen twee jaar 40% van de leegstaande woningen weer in gebruik wordt genomen. Daarmee komt een belangrijk deel van de bestaande woningvoorraad opnieuw beschikbaar voor bewoning. Het terugdringen van langdurige leegstand voorkomt bovendien verloedering, vermindert veiligheidsrisico’s en draagt bij aan een prettigere en veiligere leefomgeving. Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? 1. De verordening biedt geen garantie op beëindiging van leegstand De Leegstandverordening richt zich in de eerste plaats op het registreren van leegstand en het voeren van overleg met eigenaren. Dit kan bijdragen aan bewustwording en het stimuleren van hergebruik. De verordening biedt echter geen direct instrument om leegstand daadwerkelijk te verbieden. In andere gemeenten blijkt dat met name de gesprekken met eigenaren effectief zijn. Hoewel de verordening geen garantie biedt op de beëindiging van leegstand, laten ervaringen elders een overwegend positief beeld zien van de werking en het activerend effect van de maatregel. 2.

De werking is afhankelijk van medewerking van eigenaren Het succes van de verordening hangt mede af van de bereidheid van eigenaren om mee te werken aan het leegstandoverleg en het opvolgen van afspraken. Bij gebrek aan medewerking kan de gemeente wel een leegstandbeschikking vaststellen, maar het vervolg (zoals het voordragen van een gebruiker) blijft kwetsbaar. Eigenaren behouden invloed op de voorwaarden van ingebruikname, waardoor het risico bestaat dat voorgedragen gebruikers alsnog afhaken. Dit kan de effectiviteit van de verordening in de praktijk beperken. Tegelijkertijd geldt dat eigenaren vaak zelf belang hebben bij het oplossen van leegstand.

3.

De uitvoering vraagt om extra ambtelijke capaciteit De invoering van de Leegstandverordening betekent een uitbreiding van taken binnen de gemeentelijke organisatie. Het bijhouden van de leegstandlijst, het voeren van leegstandoverleg en het opleggen van boetes of dwangsommen vergt structurele inzet. Toezicht en handhaving moeten worden ingeregeld en afgestemd, wat leidt tot een capaciteitsvraag die niet zonder meer binnen bestaande formatie kan worden opgevangen. Dit vereist een expliciete reservering van middelen in de perspectiefnota.

Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Tijdens het opstellen van de verordening is actief ingezet op het ophalen van kennis en ervaringen uit de praktijk. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met verschillende gemeenten die de verordening al hebben ingevoerd of zich in het proces van opstellen bevonden. Hoe wordt dit betaald? Om deze ambitie te realiseren, is een gerichte inzet van capaciteit noodzakelijk. De inschatting voor Dordrecht bedraagt ongeveer 2,5 fte (€250.000), verdeeld over juridische, beleidsmatige en handhavingsgerichte taken. Deze structurele lasten worden deels gedekt uit bestuurlijke sancties (zoals lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes). Daarnaast wordt het beschikbaar stellen van een structureel budget voor toezicht en handhaving betrokken bij de integrale afweging bij de perspectiefnota 2027. Deze middelen zijn nodig voor een duurzame uitvoering van de verordening. De incidentele lasten voor implementatie en opstart (zoals projectleiding en communicatie) kunnen worden gedekt uit incidentele middelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? Na het collegebesluit wordt een persbericht uitgebracht om de voorgenomen Leegstandverordening van de gemeente Dordrecht aan te kondigen en het ‘waarom’ en de aanpak ervan toe te lichten. Vervolgens stelt de gemeenteraad de verordening vast.

Na vaststelling wordt de verordening gepubliceerd in het digitale gemeenteblad en op overheid.nl. De verordening treedt op 1 september 2026 in werking, zodat er voldoende tijd is om de uitvoering zorgvuldig voor te bereiden. Voor die datum, wanneer ook de handhaving start, wordt een gerichte

Zaaknummer

2025-0119055

communicatieaanpak ingezet om huiseigenaren te informeren over de verordening. Voor deze aanpak wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring uit de praktijk van andere gemeenten die vergelijkbare verordeningen hebben ingevoerd. Het college van Burgemeester en Wethouders

Zaaknummer

2025-0119055

De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 25 november 2025 inzake Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht;

besluit:

de bijgevoegde Leegstandverordening gemeente Dordrecht vast te stellen en per 1 september 2026 in werking te laten treden.

Aldus besloten in de vergadering van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1064/documents/45371