Voorstel Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Startnotitie Programma Participatie - Startnotitie.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
28 maart 2023
Betreft
Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Startnotitie Programma Participatie
2023-0044144
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Tanja de Jonge Bestuurlijk en Ondersteunend Dordrecht Versterking Bestuur & Organisatie - Strategie & Control Sanne Pons sa.pons@dordrecht.nl Sanne Pons Ja
Voorgesteld besluit de inhoudelijke uitgangspunten ten aanzien van het programma Participatie vast te stellen; het te doorlopen proces, zoals voorgesteld door het college, vast te stellen. een bedrag van € 100.000,- beschikbaar te stellen voor 2023 ten laste van het begrotingsoverschot 2023 en de bedragen voor 2024 en verder ter afweging in te brengen bij de Kadernota 2024; de begroting 2023 te wijzigen conform bijgevoegde begrotingswijziging met het nummer 223031. Startnotitie Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De raad heeft een kaderstellende functie en is dus bevoegd het programma participatie vast te stellen. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Wat is de aanleiding? "Samen met onze inwoners, onze bedrijven, onze instellingen én onze raad bouwen wij aan deze stad. Die samenwerking vraagt om vertrouwen in en van onze inwoners. Als we plannen maken voor de stad, leggen we goed uit hoe we deze plannen samen verder kunnen brengen. Soms is het informeren van direct omwonenden voldoende. Het kan ook passender zijn om gelegenheid te geven aan betrokkenen om een advies uit te brengen over het plan. Of door te vragen aan mensen om hun ideeën, wensen, meningen en voorkeuren naar voren te brengen. En, als vierde mogelijkheid, het in gezamenlijk overleg ontwikkelen van een plan.
Als de participatietrajecten zijn doorlopen, weegt de raad de belangen af en neemt een besluit. We zorgen dat we experts in huis hebben die deze participatietrajecten uitstekend kunnen begeleiden." Aldus het Politiek akkoord 2022–2026. De ambities voor participatie in Dordrecht zijn hoog. Tegelijkertijd heeft Dordrecht al een rijke historie op het gebied van participatie, voorbeelden daarvan zijn de experimenten onder de noemer van 'Burgers aan Zet' en 'Dordt aan Zet' als lokale invulling van placemaking (staat voor: de betrokkenheid bij de planning, het ontwerp en het beheer en de verbetering van de openbare ruimte). Daarnaast vindt op dit moment in Dordrecht al veel participatie plaats. Voorbeelden zijn:
Zaaknummer
2023-0044144
•
participatie in concrete projecten en in gebieden en wijken: denk aan herinrichtingsprojecten, het werk van de wijkmanagers, de wijkagenda’s, de leefbaarheidsoverleggen en de gesprekken met handhavers;
•
via de initiatievenmakelaar: ‘wijkwensen’ en door ‘externen’ zoals projectontwikkelaars of aannemers;
•
in de dienstverlening is constant contact met de samenleving: denk aan het klantcontactcentrum, FIXI, de Newsroom en het spreekuur;
•
verschillende innovatieve vormen van participatie of participatie bij grote opgaven: voorbeelden zijn citizen science (burgerwetenschap) of de betrokkenheid van burgers bij de Groen Blauwe opgave in het kader van klimaatbestendigheid;
•
participatie-instrumenten voor beeldvorming bij de gemeenteraad.
Tot slot zijn er vragen en nieuwe initiatieven ten aanzien van participatie, zoals participatie via het digitale participatieplatform dat dit jaar gelanceerd wordt, de verkenning van de vraag of een burgerbegroting een gewenst instrument is en een initiatiefvoorstel voor een burgerberaad. De combinatie van hoge ambities, veel bestaande participatie, het oefenen met nieuwe vormen en de ontwikkeling van nieuwe initiatieven is een mooie stand van zaken, maar vraagt tegelijkertijd om samenhang, prioriteit en coördinatie ten aanzien van de uiteenlopende participatieprocessen en -initiatieven. Deze startnotitie is erop gericht om een programma voor te stellen dat zorgt voor zichtbare, herkenbare en werkbare participatie die de samenleving van Dordrecht ten goede komt. Welke inhoudelijke uitgangspunten stelt het college de raad voor? Deze startnotitie is een procesvoorstel om een 'participatieprogramma' in te richten Dat betekent enerzijds dat enkele inhoudelijke uitgangspunten én processtappen duidelijk gemaakt worden; we beginnen niet op nul. Anderzijds betekent een procesvoorstel dat we ruimte creëren om samen met de raad, de samenleving en/of de medewerkers het programma verder vorm te geven, in te vullen en bij te stellen. Een aantal elementen staan al vast: •
de verkenning naar een burgerbegroting als participatief instrument;
•
afstemming met de organisatie van het burgerberaad dat mogelijk georganiseerd gaat worden;
•
het inrichten van een intern kennis- en expertisecentrum;
•
het organiseren van interne samenhang tussen de verschillende, lopende projecten en initiatieven om te zorgen dat meekoppelkansen ontstaan en dat projecten niet door elkaar gaan lopen.
Het participatieprogramma moet leiden tot betere en/of structurele participatie in Dordrecht. Dat vraagt om goed samenspel binnen de gemeente. Samenwerken in vertrouwen met de Dordtse gemeenschap (Politiek akkoord 2022-2026) vraagt veel. Om te beginnen vraagt het om goed intern samenspel om op een vruchtbare manier te kunnen samenwerken met de gemeenschap. Op dit moment concluderen we dat de werelden van de gemeente en van de gemeenschap nog niet ideaal op elkaar aansluiten. Dat vraagt erom dat we op zoek gaan naar de 'juiste' rol van de gemeente op het gebied van participatie. Deze zoektocht heeft enkele antwoorden nodig op, bijvoorbeeld, de volgende vragen: •
aan de raad: welke positie neemt de raad in ten aanzien van participatie? Wanneer vindt de raad een participatieproces geslaagd? Wat verwacht de raad van participatie? Hoe verhoudt participatie in raadsprocessen zich tot participatie in collegeprocessen? Wat zijn 'de' kaders voor participatie in algemene zin én kaders voor specifieke, grotere projecten? Hoeveel tijd en geld willen we beschikbaar stellen voor participatie?
•
aan het college (en de ambtelijke organisatie): hoeveel invloed kan geboden worden én wordt geboden bij bepaalde vraagstukken? Op wat voor een manier vindt participatie op een ideale manier plaats bij besluitvorming of uitvoering? Op wat voor verschillende manieren geeft het college vorm aan participatieprocessen (welke vormen, werkwijzen, instrumenten en ondersteuningsmogelijkheden zijn er)?
Zaaknummer
•
2023-0044144
aan de maatschappij: hoe betrokken wil men wel of niet zijn en bij wat voor soort vraagstukken? Wat kan de gemeente van inwoners verwachten en wat verwachten inwoners van de gemeente?
Het participatieprogramma wordt gefaseerd ingericht, waarbij we de tijd nemen om belangrijke onderwerpen en vragen eerste te behandelen. Voor het komende jaar zien we een aantal belangrijke onderwerpen en activiteiten om mee te beginnen. 1. De ontwikkeling van een gedeeld begrippenkader over participatie. We noemen dat een 'redelijk raamwerk'. Daarin staat hoe Dordrecht naar participatie kijkt, waarom het belangrijk is en welke vormen gehanteerd worden. Dit geeft intern meer houvast en duidelijkheid over de 'mate van invloed bij participatie', zoals op de participatieladder (de ladder wordt nu gebruikt in het Beleidskader Participatie voor de Omgevingswet). Maar elke trede heeft dan ook een externe uitleg in begrijpelijke taal voor een participant. Daarmee draagt het bij aan samenhang. Het raamwerk is een toegankelijke combinatie van een visie op participatie en een uitwerking van de participatieladder die ook helpt bij het afwegen en inzetten van participatie-instrumenten in de praktijk. Dit product ontwikkelen we op basis van bestaande, relevante stukken (binnen Dordrecht en/of good practices binnen andere gemeenten) en met input vanuit de raad.
Figuur 1. 'Redelijk raamwerk': definities in grijs en 'begrijpelijke' uitleg in groen. 2. Het werken aan samenhang en coördinatie. Dit is één van de hoofddoelen van het programma. Alle losse projecten, reguliere activiteiten en nieuwe initiatieven moeten in enige samenhang met elkaar georganiseerd worden. Het is belangrijk om herkenbaar en voorspelbaar participatie te organiseren en te voorkomen dat we de gemeenschap met dezelfde vragen meermaals benaderen. Het op te zetten kennis- en expertisecentrum draagt ook bij aan samenhang en coördinatie. Eerst halen we op waar behoefte aan is – in termen van kennis en expertise – en daarna richten we het 'centrum' in. Hier wordt ook de verbinding gelegd met het verankeren van de werkwijze in bestaande werkprocessen en de invulling van de (nieuwe) rollen en competenties. 3. Inventariseren en verkennen wat nodig is. Deze stap sluit aan bij het vergroten van samenhang, coördinatie en prioritering. Het doel is om een beter beeld te krijgen bij wat speelt, wat al goed gaat en wat echt verbetering nodig heeft. Het is belangrijk dat het programma aansluit op wat nodig is en zo bijdraagt aan een sterke basis voor participatie. Daarom is het van belang om met het participatieprogramma aan te sluiten op de behoeften van medewerkers. Daar is een gedegen inventarisatie en verkenning voor vereist.
Daarnaast zijn er enkele ambities en initiatieven aangekondigd die verkend moeten worden. Bijvoorbeeld:
Zaaknummer
2023-0044144
•
Het organiseren van een burgerberaad (zie initiatiefvoorstel CU-SGP Eerste Dordtse Burgerberaad d.d. 29 november 2022) door de gemeenteraad. Dit burgerberaad gaat ergens over (dus behoeft inhoudelijke afstemming), maakt gebruik van communicatie- en participatiekanalen (dus behoeft procesmatige afstemming) en spreekt bepaalde doelgroepen aan (en vraagt dus om afstemming in het geval deze groepen ook al ergens anders meedoen). Goede afstemming kan georganiseerd worden door middel van een begeleidingscommissie.
•
We hebben toegezegd te verkennen of het instrument burgerbegroting een gewenst instrument is voor participatie in Dordrecht (raadsvergadering 8 november 2022).
•
Het college is verzocht het instrument 'standaard informatieborden over participatie bij herinrichtingen' te gebruiken (motie M3 Vreemd aan de orde van de dag: Standaard informatieborden op locatie bij herinrichtingen d.d. 13 september 2022). Bij het ontwikkelen van een toolbox voor participatie nemen we dit instrument mee.
Tot slot leven er nog vele vragen over gewenste instrumenten, innovatieve instrumenten én hulpmiddelen die zorgen voor de organisatie van goede participatie: denk aan participatieplannen en procesvoorstellen, stakeholderanalyses, gespreksvormen, de inzet van specifieke off- en online vormen, participatieparagrafen, etc. Dit soort vragen nemen we ook mee in het kader van inventarisatie en verkenning. 4. Een serieus programma vraagt om een serieuze inrichting, daar zijn een aantal vereisten voor. Naast de interne voorwaarden rondom opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, een duidelijke structuur qua functies en de vereiste interne afstemming en verbinding tussen medewerkers, benoemen we twee randvoorwaarden relevant voor deze startnotitie: •
Duidelijkheid creëren in verdeling in rollen op het gebied van participatie: waar gaat de raad over en waar gaat het college over?
•
Budget, tijd en middelen zijn nodig om het programma tot een succes te maken.
Met welke beperkingen moet de raad rekening houden? Een goed participatieprogramma is afhankelijk van randvoorwaarden die voor de hele gemeente – raad, college én ambtelijke organisatie – gelden. In deze startnotitie gaan we in op een paar die specifiek gelden voor de raad en die ook aansluiten bij landelijk gedeelde aandachtspunten over de rol van de raad (zie VNG, 2019; Gemeente Meierijstad, 2020; VNG & Berenschot, 2021). Géén participatie bij belangrijke besluiten is inmiddels ondenkbaar. Daarnaast is men hoopvol over participatie bij het herstellen van vertrouwen tussen de overheid en inwoners, zou participatie meer burgers naar de stembussen moeten trekken en zorgt participatie voor groter draagvlak bij beleidsvoorbereiding. Kortom, de verwachtingen van participatie zijn hoog. Maar tegelijkertijd is participatie ook weerbarstig, lastig en kan de opbrengst (en de langetermijnimpact) tegenvallen. Een programma dat zorg draagt voor zichtbare, werkbare en herkenbare participatie in Dordrecht vraagt dus tijd, continuïteit en realistische verwachtingen over het programma. Ten tweede is bewustzijn ten aanzien van participatie belangrijk. Uiteindelijk creëert de raad het speelveld voor participatie. Participatie is wenselijk, heeft vaak meerwaarde, maar is geen wondermiddel en is geen vervanger van de representatieve democratie.
Niet álles kan tegelijkertijd en dat vraagt om scherpe afwegingen die bepaalde consequenties op voorhand accepteren. Ten derde vraagt het verbeteren van participatie in Dordrecht om een duidelijke inhoudelijke positie en rolinname van de raad ten aanzien van participatie. Die rolinname gaat bijvoorbeeld over: •
Participatieprocessen in algemene zin in Dordrecht: 'wanneer is participatie goed (gegaan)?', 'Hoe gaat de raad om met verschillende participatiemomenten en -vormen?'
•
Individuele (grotere) participatieprocessen in meer specifiek zin: wat zijn belangrijke voorwaarden, kaders of aandachtspunten? Hoeveel invloed wil de raad geven aan participanten in een specifiek participatieproces? Hoe kijkt de raad naar de uitkomsten van dat proces?
Welk proces stelt het college de raad voor?
Zaaknummer
2023-0044144
Het college stelt voor om snel te beginnen en de eerste stappen van het programma te zetten in het tweede kwartaal. Met deze startnotitie laten we weten dat het programma start, maar we bieden ruimte om wat in het programma komt gezamenlijk en lerend in te vullen. Om structuur te bieden, knippen we het eerste programmajaar op in vier fasen: vanaf het tweede kwartaal van 2023 tot en met het eerste kwartaal van 2024. Die fasen beschrijven we kort. Van fase 1 en 2 schetsen we een preciezere invulling. Hoe fase 3 en 4 eruit zien, hangt deels af van de activiteiten en uitkomsten van fase 1 en 2. Fase 1: richten, de basis op orde Ambities/doelen
Activiteiten/producten
Doelen, resultaten en verwachtingen verscherpen
Een gezamenlijke startbijeenkomst over het programma met raad en college over de vragen:
Opmerkingen & aandachtspunten
We kiezen bewust voor een gezamenlijke bijeenkomst vanuit de gedachte dat goede participatie gebaat is bij • Welke doelen en resultaten productief samenspel tussen stellen we en hoe gaan we die raad en college die allebei op meetbaar maken? een eigen manier voor duidelijkheid en ruimte kunnen • Wat verwachten we van het zorgen. programma (en is dat Op deze bijeenkomst realistisch)? behandelen we de vraag of • Welke rollen nemen we zelf en participatie op het gunnen we de ander? participatieprogramma gewenst is. • Wat zien we als goede Het resultaat kan zijn dat er participatie? aanvullende activiteiten nodig (Meer vragen zijn te beantwoorden, zijn om te werken aan rolinname maar dit geeft een beeld.) en -gunning.
Een intern gemeenschappelijk beeld over participatie creëren
•
Programmateam en 'Vrienden van het programma' inrichten en positioneren in de organisatie*
•
Opstellen implementatie- en communicatieplan organisatiebreed*
•
Samen met collega's van de afdeling communicatie een communicatieplan opstellen.
•
Samen met collega's van HR een implementatieplan opstellen.
•
Onderlinge afstemming en samenhang in het programmateam bewaken.
•
•
Ontwikkeling 'redelijk Redelijk raamwerk en raamwerk' en uitgangspunten uitgangspunten vormen samen voor de toepassing daarvan. een aanzet voor 'visie' en 'beleid'. Interne bijeenkomsten voor bewustzijn en om inhoud nader te bepalen. Programmamanager en teamleden aanstellen.
De grootte van het team en de tijd die teamleden krijgen is nog onbepaald en vraagt nog om De programmamanager en het keuze. Maar we maken nu de team moeten een duidelijke inschatting dat 2 medewerkers 1 opdracht krijgen van een dag per week krijgen om mee te ambtelijk opdrachtgever. werken aan het programma. Om de nieuwe werkwijze van iedereen te maken is het nodig om organisatiebreed te communiceren over en mensen regelmatig te betrekken bij de ontwikkelingen. Van DT/MT tot de uitvoerende collega's.
*De inzet van collega's voor het uitvoeren van deze werkzaamheden blijft gedurende alle fases bestaan. Zie voor een inschatting van de benodigde inzet de laatste paragraaf over kosten.
Zaaknummer
2023-0044144
Fase 2: inrichten, werken aan samenhang Ambities/doelen (Verdere) inventarisatie en verkenning
Samenhang en structuur creëren
Activiteiten/producten •
Verdere inventarisatie van De kennisvraag ophalen om het projecten/functies om beter te aanbod daarop af te kunnen weten wat er speelt. stemmen.
•
Verkenning van burgerbegroting, informatieborden en afstemming met project burgerberaad.
•
Organisatiebreed ophalen welke kennis aanwezig is en welke ontbreekt bij collega's.
•
Ronde door de organisatie op Om o.a. de verbinding met zoek naar de juiste andere programma's/opgaven te medewerkers (samenhang). zoeken: dubbelingen voorkomen, drempels Programma-afspraken maken wegnemen of meekoppelkansen met MT/DT over commitment creëren. en inzet van medewerkers voor het participatieprogramma (structuur).
•
Kennis – expertisecentrum: ontwikkeling hulpproducten
Opmerkingen & aandachtspunten
•
Hulpproducten om participatieprocessen goed in te richten (denk aan proceskader of een tool voor stakeholderselectie).
•
Een werkwijze om intern samenspel met raad vorm te geven.
Optioneel: participatieproces
•
Over de participatievisie, het 'redelijk raamwerk' of een ander geselecteerd onderwerp, maar volgens de programmalijn (doelen, resultaten, ontwikkelde middelen).
Interne programmamanager
•
Het (intern) werven en aanstellen van een nieuwe programmamanager.
Er is al een beleidskader participatie in het ruimtelijk domein. Indien mogelijk bouwen we daarop voort. Een mogelijk aanvullend product kan ook de nieuwe participatieverordening zijn.
Fase 3: verrichten, werken aan de doelen De precieze invulling van fase 3 hangt af van het eerste half jaar van het programma. In meer algemene zin stellen we voor dat de activiteiten in fase 3 bijdragen aan de verdere ontwikkeling en verankering van kennis en expertise. Ook is in fase 3 aandacht voor enkele (tussentijdse) evaluaties van participatieprojecten. Fase 3 kan eveneens geschikt zijn om een eerder geplande of aangekondigde participatievorm te organiseren in lijn met het redelijk raamwerk (of andere hulpproducten zoals een tool voor stakeholderselectie). Tot slot stellen we voor om in fase 3 te beginnen met een verkenning naar de gewenste invulling van het programma in 2024 (dat zou met de raad kunnen maar ook met inwoners, bijvoorbeeld via het digitale participatieplatform).
Zaaknummer
2023-0044144
N.B. een tussentijdse evaluatie én een specifieke invulling van fase 3 en 4 van het programma kunnen we combineren met mogelijke activiteiten samen met de gemeenteraad. Denk aan meerdere bijeenkomsten met aandacht voor inhoud van het programma en voor rolontwikkeling. Fase 4: herinrichten, het programma verstevigen De precieze invulling van fase 4 hangt af van het eerste half jaar van het programma. In meer algemene zin stellen we voor dat de activiteiten in fase 4 op het volgende gericht zijn: •
een go/no-go moment voor de continuering van het programma;
•
het vaststellen van de activiteiten voor 2024 (Q2 t/m Q4);
•
eventueel een tweede participatievorm of -project organiseren in lijn met het programma.
Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Voor een programma gericht op zichtbare, herkenbare en werkbare participatie zijn financiële middelen benodigd. De precieze kosten zijn op dit moment nog niet in te schatten. We maken een zo goed mogelijke inschatting van de inzet die het kost om een programma, zoals het in deze startnotitie voorgesteld staat, vorm te geven, in te vullen en bij te stellen. De inschatting gaat niet over aanvullende producten (bijvoorbeeld een participatieverordening) of te organiseren participatieprojecten (bijvoorbeeld een burgerberaad). Functie/rol
Inzet
Investering (schatting)
Programmamanager We schatten in dat voor de eerste 0,5 fte a € 100.000,- (extern, (extern): twee fasen (circa het eerste half jaar) voor de eerste twee fasen verantwoordelijk voor gemiddeld 2,5 dag per week nodig is afronding circa eind 2023). en inhoudelijk expert voor de programmamanager. Met N.B. daarna aantrekken t.a.v. een gemiddelde van 2,5 dag houden programmamanager in dienst activiteiten/producten we rekening met eventuele pieken en dalen. Programmateam
Het precieze programmateam moet onderdeel van opdracht in nog samengesteld worden. Maar we bestaande functies/vacatures maken nu de inschatting dat 2 0,4 fte a € 75.000,medewerkers 1 dag per week krijgen om mee te werken aan het programma.
'Vrienden van het programma' (incl. griffie)
Dit zijn ambtenaren die ook 0,4 fte inzet vanuit bestaande regelmatig te maken hebben met functies participatie, maar niet onderdeel zijn van het programmateam. De tijdsinzet hiervoor onderzoeken we, maar we maken nu de inschatting dat 8 medewerkers 1 dag per maand meewerken.
Samenwerking HR en Is nodig voor met de interne onderdeel van opdracht in communicatie communicatie en implementatie. De bestaande functies/vacatures tijdsinzet hiervoor onderzoeken we, 0,2 fte a € 37.500,maar we maken nu de inschatting dat 2 medewerkers 2 dagen per maand meewerken. College en raad
We maken hier geen tijdsinschatting n.v.t. per week, maar inzet van zowel het college (het geven van prioriteit en het creëren van ruimte) als de raad (bij bijeenkomsten, maar een duale raadswerkgroep is ook een optie) is vereist.
Zaaknummer
2023-0044144
Naast inzet van capaciteit, zijn ook middelen benodigd voor inhoudelijke ontwikkelingen en producten binnen het programma: bijvoorbeeld het laten doen van extern onderzoek, het ontwikkelen van onderdelen van de toolbox, het maken van een interne basistraining of het uitwerken van communicatiemiddelen. Ingeschat wordt dat hier jaarlijks circa € 40.000,- voor nodig is. Dit betreft vooralsnog een inschatting. In fase 1 wordt duidelijk welke producten en welke andere inhoudelijke aanvullingen nodig zijn in het eerste jaar die niet binnen de rol van programmamanager of vanuit interne disciplines verwacht kunnen worden. Deze inschattingen betekenen dat in totaal voor 2023 een bedrag van circa € 252.500,- aan kosten geraamd is. Deze inschatting is voor de basisinzet voor het programma (hiermee bedoelen we het proces, producten, werkwijze, expertise). Voor het daadwerkelijk organiseren van participatieprocessen in de praktijk (met gebruikmaking van de faciliteiten vanuit het programma) moet rekening gehouden worden met aanvullende investeringen voor de juiste middelen en inzet qua tijd van medewerkers binnen die processen zelf. Van de totaal geraamde programmakosten voor 2023 kan € 150.000,- gedekt worden uit inkomsten door detachering in het begrotingsprogramma Overhead.
Deze dekking omvat de rol van programmamanager, de post voor inhoudelijke kennis- en productontwikkeling en de resterende € 10.000,- ter dekking van de inzet vanuit de organisatie (programmateam en samenwerking HR en communicatie). Voor de resterende circa € 100.000,- wordt voorgesteld de dekkingsvraag te verwerken ten laste van het begrotingsoverschot. Vanaf 1 januari 2024 maken we de volgende inschatting van de dekking die dat jaar nodig is om het programma te continueren: Functie/rol
Inzet
Programmamanager Een geworven, nieuwe (intern): programmamanager geeft het verantwoordelijk voor programma verder vorm. De en inhoudelijk expert inschatting is nog steeds dat deze t.a.v. persoon er 2,5 dag per week voor activiteiten/producten nodig heeft.
Investering (schatting) per jaar 0,5 fte a € 100.000,-
Programmateam
Uitgangspunt: dezelfde inzet als in '23 0,4 fte onderdeel van opdracht in bestaande functies/vacatures € 75.000,-
'Vrienden van het programma' (incl. griffie)
Uitgangspunt: dezelfde inzet als in '23 0,4 fte inzet vanuit bestaande functies
Samenwerking HR en Uitgangspunt: dezelfde inzet als in '23 0,2 fte a € 37.500,communicatie Inhoudelijke kennisen productontwikkeling Totaal per jaar
Uitgangspunt: dezelfde inschatting als € 40.000,in '23 € 252.500,-
Omdat er geen structurele middelen zijn gereserveerd voor de continuering van het programma, wordt voorgesteld de middelen voor 2024 en verder ter afweging in te brengen bij de Kadernota 2024. De inschatting die we maken voor de benodigdheden vanaf 1 januari gelden in ieder geval voor de eerste twee opvolgende jaren. Daarna is het goed om te evalueren en de doorontwikkeling en permanente invulling te bepalen (van programma naar werkwijze). Ook voor deze inschatting geldt dat het om de basisinzet voor het programma gaat. Voor het daadwerkelijk organiseren van participatieprocessen in de praktijk (met gebruikmaking van de faciliteiten vanuit het programma) moet, net als eerder benoemd voor 2023, rekening gehouden worden met (aanvullende) investeringen voor de juiste middelen en inzet qua tijd van medewerkers in de processen zelf.
Zaaknummer
2023-0044144
Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Initiatiefvoorstel ChristenUnie/SGP Eerste Dordtse burgerberaad en bijbehorend collegeadvies Beleidskader Participatie 1.0 gemeente Dordrecht (Omgevingswet) Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
2023-0044144
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 28 maart 2023 inzake Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Startnotitie Programma Participatie ;
gelet op artikel 160, lid 1 onder a van de Gemeentewet;
besluit:
de inhoudelijke uitgangspunten ten aanzien van het programma Participatie vast te stellen; het te doorlopen proces, zoals voorgesteld door het college, vast te stellen. een bedrag van € 100.000,- beschikbaar te stellen voor 2023 ten laste van het begrotingsoverschot 2023 en de bedragen voor 2024 en verder ter afweging in te brengen bij de Kadernota 2024; de begroting 2023 te wijzigen conform bijgevoegde begrotingswijziging met het nummer 223031.
Aldus besloten in de vergadering van
Zaaknummer
Bijlagen 1. 2.
BWN 223031 Voorblad - Programma Participatie BWN 223031 Rubriek 6 - Programma Participatie.pdf
2023-0044144