Voorstel Vaststellen eerste wijziging Havenverordening Dordrecht - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum
16 november 2021
Zaaknummer
2021-0158599 Vaststellen eerste wijziging Havenverordening Dordrecht
Betreft
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Pijler Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Marco Stam Leefbaar & Veilig Dordrecht Fysieke Leefomgeving Ruimtelijke Kwaliteit - Constructies & Havens Leen Paans l.paans@dordrecht.nl Leen Paans Ja
Voorgesteld besluit de Eerste wijziging van de Havenverordening Dordrecht vast te stellen. Raadsvoorstel Wat is het doel? Het doel is een aangepaste Havenverordening voor de gemeente Dordrecht met aanpassingen voor gelijke regelgeving in het zeehavengebied en uitwerking van de Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens. Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? Periodiek wordt de Havenverordening Dordrecht gewijzigd. De wijzigingen worden hieronder toegelicht. Uitvoering Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens In juni 2020 heeft de gemeenteraad van Dordrecht de Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens vastgesteld. Bij het vaststellen (BBV 2019-0135979) is aangegeven dat lokale zaken die uit de beleidsvisie voortvloeien middels een eerste wijziging worden toegevoegd aan de havenverordening Dordrecht. In de Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens wordt invulling gegeven aan het gebruik van de havens van Dordrecht. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan de aantrekkelijkheid van de havens, het maritiem toerisme en de beleving van het water in de stad. Daarbij wordt ook ingezet op een toename van recreatie op het water door passagiersvaart en verhuur van vaartuigen ten behoeve van dagrecreatie en de mogelijkheid tot het wonen op het water.
Omdat de ruimte op het water in de Dordtse binnenstad beperkt is en omdat het wenselijk is om het gebruik van het water op een veilige manier mogelijk te maken, wordt voorgesteld om enkele artikelen toe te voegen aan de havenverordening. De artikelen 11.1, 11.2 en 11.3 dienen derhalve ter regulatie van rondvaarten, de verhuur van vaartuigen en het veilig in- en ontschepen van passagiers.
Zaaknummer
2021-0158599
Daarnaast wordt met het artikel 11.4 voor woonschepen de mogelijkheid opgenomen om op basis van de havenverordening een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd toe te kennen voor varende schepen die hoofdzakelijk worden gebruikt als woonverblijf op de daarvoor geschikte locaties. In de havenverordening is voor een vergunning een termijn opgenomen van 5 jaar of onbepaalde tijd. Om de vergunninghouder meer zekerheid te geven dan een korte periode van 5 jaar en gelet op het feit dat het onwenselijk is om een vergunning voor een ligplaats voor onbepaalde tijd te verlenen in verband met toekomstige ontwikkelingen en toekomstige wensen van de stad, is in dit artikel de mogelijkheid opgenomen om voor een periode van 20 jaar de vergunning te verlenen met mogelijkheid tot verlenging. Fosfine In december 2019 heeft een incident plaatsgevonden op een binnenvaartschip in Nieuwegein. Het incident was een gevolg van het feit dat het schip was geladen met bulklading dat was geladen vanuit een zeeschip in Amsterdam. De lading in het zeeschip was in het buitenland ontsmet met fosfine(pillen). Deze pillen waren echter nog niet uitgewerkt. Fosfine is een zeer gevaarlijke chemische stof die reukloos is. Gevolg was dat de enkele personen aan boord van het binnenvaartschip (zwaar) gewond zijn geraakt.
Om dergelijke incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen, is door de Havenmeesters van Rotterdam, maar ook Amsterdam samen een nieuw Plan van Aanpak opgesteld voor de afhandeling van zeeschepen die lading aan boord hebben die in het buitenland met fosfine is behandeld. Dit plan, dat uitgebreid is afgestemd met de keten is inmiddels vastgesteld en in werking getreden. Het Plan van Aanpak bevat een procedure voor alle betrokken partijen bij de overslag in de haven en verder vervoer van zeeschepen met lading die in het buitenland is behandeld met ontsmettingsmiddelen. De procedure is uitsluitend van toepassing binnen de grenzen van de gemeente. Het Plan van Aanpak bevat regels die ervoor moeten zorgen dat zorgvuldig met de lading in het zeeschip wordt omgegaan, zodat er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. In het Plan van Aanpak is een grote rol weggelegd voor de gassingsleider die het proces van het lossen van de lading begeleidt, omdat deze functionaris over de hiervoor specifiek benodigde kennis beschikt. Een gassingsleider is een erkend deskundige krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden met aantekening Bevoegdheid voor Fosfine op het certificaat. Dat er een grote verantwoordelijkheid voor het veilig lossen van de lading ligt bij de gassingsleiders wordt onderschreven door de keten, waaronder de gassingsleiders zelf.
Het huidige artikel 1.3 "Op wie is deze verordening van toepassing?" en artikel 4.7 "Lading die in het buitenland is ontsmet", van de Havenverordening bieden niet de mogelijkheid deze functionaris rechtstreeks aan te spreken op de taken die bij hem zijn belegd. Door artikel 4.7 te wijzigen zodat eenieder zich dient te houden aan het Plan van aanpak wordt het mogelijk om de persoon aan te spreken die de werkzaamheden ook daadwerkelijk uitvoert, of laat uitvoeren. Uw raad wordt voorgesteld de Havenverordening overeenkomstig te wijzigen. Technische wijzigingen Na de inwerkingtreding van de Havenverordening op 1 januari 2020 is een aantal omissies in de tekst en de toelichting van de verordening geconstateerd. Voorgesteld wordt om deze omissies te herstellen. Hieronder wordt kort toegelicht wat deze wijzigingen inhouden; het betreft voornamelijk verduidelijkingen. Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Voorgesteld wordt aan het begrip 'dienstverlenend schip' toe te voegen dat schoonmaken zich in diverse vormen kan voordoen. Deze vormen, zowel open schoonmaken, gesloten schoonmaken als anderszins, worden aan het begrip 'schoonmaken' in de definitie van het begrip 'dienstverlenend schip' toegevoegd.
Zaaknummer
2021-0158599
Tevens wordt in het begrip ‘ontgasvoorzieningen’ verduidelijkt dat een ontgasvoorziening ook dienst kan doen tijdens de overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen, en niet alleen wanneer een schip uitsluitend ligplaats neemt om de ladingtanks gasvrij te maken. Het begrip 'haven' omvat alle wateren met uitzondering van Rijksvaarwater. Voor handhaving en toezicht op Rijksvaarwater is een apart mandaat nodig vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Voor de Drechtsteden is dit niet gemandateerd. De havenverordening kan daarom niet van toepassing zijn op het Rijksvaarwater. Met deze wijziging wordt deze omissie herstelt. Ten behoeve van artikel 11.4 wordt het begrip 'varend woonschip' toegevoegd. Artikel 1.2 Waar gelden deze regels? Het derde lid is een verbijzondering van het tweede lid. Abusievelijk is bij de laatste wijziging niet onderkend dat de reikwijdte van artikel 11.1.3 van de Havenverordening Rotterdam, met betrekking tot de eisen gesteld aan de schipper van een schip dat is ingericht en wordt gebruikt voor personenvervoer van 12 personen of meer buiten de bemanning, alle wateren binnen de gemeente omvat die aan getijde onderhevig zijn, met uitzondering van de Rijksvaarwegen.
Artikel 1.7 Geldigheidsduur Aan dit artikel is ten behoeve van de uitvoering van het nieuwe artikelen 11.4 over woonschepen de tekst toegevoegd; tenzij in deze verordening anders is bepaald. Artikel 3.2 Aanwijzen gebieden en periodes ligplaatsnemen Het college heeft de mogelijkheid bepaalde categorieën van schepen niet toe te staan in specifieke gebieden of op ligplaatsen in de haven. Het is in voorkomend geval praktischer aan te geven welke bepaalde categorieën van schepen wel zijn toegelaten in een bepaald gebied. Artikel 3.4 Deugdelijk afmeren In het tweede lid wordt in de onderdelen a en b onderscheid gemaakt in de lengte van zeeschepen. Een zeeschip voldoet slechts aan één van de voorwaarden, als bedoeld in de onderdelen a en b. Daarom wordt het woord 'en' tussen onderdelen a en b vervangen door 'of'. Artikel 3.7 Gebruik van ankers en spudpalen Het gebruik van ankers en spudpalen is slechts toegestaan als het gebruik geen schade toebrengt aan de infrastructuur, in de onderwaterbodem aangebrachte ondergrondse infrastructuur of oeverof kadeverdedigingswerken. Met de voorgestelde aanpassing is het ook mogelijk vroegtijdig te interveniëren als ankers of spudpalen worden gebruikt waar mogelijk schade kan worden toegebracht.
Artikel 5.2 Toegelaten schepen in de petroleumhaven De bedoeling van artikel 5.2 is dat schepen zich alleen in een petroleumhaven mogen bevinden voor bepaalde activiteiten en niet om voor langere tijd ligplaats te nemen. Dat wordt nu duidelijker in deze bepaling tot uitdrukking gebracht. Artikel 5.4 Tankschepen met gevaarlijke stoffen Tankschepen mogen, als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, ook buiten een petroleumhaven ligplaats nemen. In het geval de ladingtanks van schepen maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare dampen bevatten en gesloten blijven geldt dat ook voor binnentankschepen en niet alleen voor zeetankschepen. In onderdeel b wordt nauwkeuriger tot uitdrukking gebracht welke stoffen de schepen mogen bevatten om buiten een petroleumhaven ligplaats te mogen nemen. Naast de genoemde stoffen gaat het om schadelijke stoffen die niet tevens ook gevaarlijke stoffen zijn. Het tweede lid van artikel 5.4, sub 2, wordt in twee subonderdelen gesplitst omdat het twee te onderscheiden situaties betreft. Artikel 5.5 Binnentankschepen met gevaarlijke stoffen Met het woord 'vaste locatie' is bedoeld een inrichting, dat wil zeggen een inrichting als bedoeld in
Zaaknummer
2021-0158599
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het begrip 'inrichting' is gedefinieerd in artikel 1. Door het gebruik van het begrip inrichting in onderdeel 2 is duidelijker de intentie van het voorschrift tot uitdrukking gebracht. Artikel 5.6 Zeetankschepen met gevaarlijke stoffen De verwijzing in het artikel is exacter gemaakt om duidelijk te maken dat een zeetankschip niet voor alle situaties een verklaring gasdeskundige nodig heeft. Artikel 14.3 Toezichthoudende ambtenaren In het eerste lid van het artikel is er vanuit praktische overwegingen voor gekozen om de wateren die alleen onder toezicht staan van de gemeente Dordrecht uit te zonderen. Tevens is ervoor gekozen om de Buitengewoon Opsporingsambtenaren uit Domein 2 toe te voegen om voor de gemeente Dordrecht ook de mogelijkheid te hebben om op milieugerelateerde artikelen te kunnen handhaven. Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? Gemeenten in het zeehavengebied waarvoor het Havenbedrijf Rotterdam het nautisch beheer verzorgt zijn gevraagd om de wijzigingen betreffende de technische wijzigingen en de wijzigingen ten aanzien van fosfine op te nemen in de Havenverordening. Op deze manier is de regelgeving voor het gehele zeehavengebied weer gelijk.
De artikelen voor paragraaf 11 Binnenhavens is een aanpassing die alleen voor de gemeente Dordrecht wordt voorgesteld ten behoeve van de uitwerking van de Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens. Ten aanzien van artikel 11.4 Ligplaatsvergunning varend woonschip gelden de volgende toetsingsgronden: 1. Een ligplaats voor een varend woonschip dient altijd overeen te komen met de voorwaarden ten aanzien van wonen uit het bestemmingsplan. Indien van het bestemmingsplan wordt afgeweken, moet daarvoor een aparte omgevingsvergunning worden aangevraagd op basis van het omgevingsrecht bij de omgevingsdienst. 2. Voor het innemen van een ligplaats van een varend woonschip is ook een ligplaatsvergunning op basis van de havenverordening noodzakelijk, omdat het innemen van de ligplaats van invloed is op de nautische veiligheid op het water. Dit artikel wordt opgenomen in de havenverordening om een juridische grondslag te hebben waarop toestemming op nautische voorwaarden voor het innemen van de ligplaats kan worden verleend. Er kan geen ligplaatsvergunning worden verleend indien dit in strijd is met het omgevingsrecht. De ligplaatsvergunning (op basis van de havenverordening) kan worden aangevraagd bij de afdeling Constructies & Havens van de gemeente.
Daarnaast heeft het college heeft de mogelijkheid om op basis van artikel 3.2 van de havenverordening gebieden aan te wijzen waar het is toegestaan om af te meren met varende woonschepen. Het college kan van deze bevoegdheid gebruik maken en enkele geschikte locaties (nautisch en overeenkomstig het omgevingsrecht) aanwijzen waar deze schepen een ligplaats kunnen aanvragen. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? De voorgestelde inhoudelijke wijzigingen betreffende de Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens in paragraaf 11 zijn ter inzage voorgelegd aan belanghebbenden. De voorgestelde inhoudelijke wijzigingen betreffende fosfine zijn met de betrokken partijen afgestemd: bedrijven van gassingsleiders en Het Comité van Graanhandelaren. Deze partijen kunnen zich vinden in hetgeen wordt voorgesteld. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Raadsvoorstel -2393520- Vaststellen Havenverordening Dordrecht Collegebesluit - - Besluit mandaat, volmacht en machtiging havenmeester gemeente Dordrecht.
Zaaknummer
2021-0158599
Hoe wordt dit betaald? De wijziging heeft geen directe financiële consequenties voor de gemeente. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? De gewijzigde Havenverordening zal worden gepubliceerd in het gemeenteblad, de Staatscourant en via Overheid.
Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
2021-0158599
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 16 november 2021 inzake Vaststellen eerste wijziging Havenverordening Dordrecht;
gelet op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet; artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit:
de Eerste wijziging van de Havenverordening Dordrecht vast te stellen.
Aldus besloten in de vergadering van
Zaaknummer
Bijlagen 1.
Eerste wijziging van de Havenverordening Dordrecht
2021-0158599