Voorstel Vaststellen besluit 3e wijziging omgevingsplan (groenblauwe regels) - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
9 december 2025
Betreft
Vaststellen besluit 3e wijziging omgevingsplan (groenblauwe regels)
2025-0123775
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Maarten Burggraaf Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Opgaven / Gebiedsontwikkeling / Programma's - Groenblauwe Stad Dirk van de Rijdt dh.van.de.rijdt@dordrecht.nl Dirk van de Rijdt Ja
Voorgesteld besluit het besluit 3e wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht vast te stellen; de bijlage 'welstandsnota aanvulling 2026' vast te stellen als aanvulling op de Welstandsnota; het wijzigingsbesluit Legesverordening 2026, derde wijziging vast te stellen; de begroting 2026 te wijzigen met bijgesloten begrotingswijziging (nummer 226007). Raadsvoorstel Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college heeft op 15 juli 2025 een ontwerpbesluit genomen tot wijziging van het omgevingsplan (derde wijziging). Dit ontwerpbesluit met bijbehorende stukken is voor een ieder zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. De raad is bevoegd een besluit te nemen tot wijziging van het omgevingsplan en beslist op het voorstel van het college of de ingediende zienswijzen aanleiding vormen om het ontwerpbesluit aan te passen. Het college kan ook ambtshalve voorstellen doen tot aanpassing van het ontwerpbesluit. De raad kan via een amendement ook zelf wijzigingen aanbrengen in het ontwerpbesluit. De aanpassing van de Legesverordening is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De aanpassing van de welstandsnota is een bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 4.19 Omgevingswet.
Het overgangsrecht van de Omgevingswet (De bruidsschat) laat niet toe dat de huidige Welstandsnota nog wordt gewijzigd omdat deze tot stand gekomen is op grond van artikel 12a Woningwet. Om die reden is in dit voorstel gekozen voor een aanvulling van de nota. Het handboek ontwerp openbare ruimte wordt vastgesteld door het college als zelfbindende richtlijn bij activiteiten die zien op de inrichting van het openbaar gebied. Wat is het doel? Met deze derde wijziging van het omgevingsplan stelt het college voor om groenblauwe regels op te nemen in het omgevingsplan die gaan gelden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze regels volgen uit de omgevingsvisie: "We willen dat ieder nieuw (bouw)plan in Dordrecht bijdraagt aan de opgave groenblauwe stad, ongeacht of de buurt of straat al voldoende groen heeft. Die bijdrage
Zaaknummer
2025-0123775
bestaat uit drie delen: een deel waterberging, een deel waterveiligheid en een deel groenblauw. Om deze (minimale) eisen te borgen stellen we groenblauwe regels op voor in het omgevingsplan". De voorgestelde regels zijn gebaseerd op de landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en sluiten aan bij de aangekondigde instructieregels van het Rijk en de provincie. Ze zijn bovendien afgestemd op de aanbevelingen uit het adviesrapport STOER en houden rekening met de juridische kaders van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? Beslispunt 1: het besluit 3e wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht vast te stellen De derde wijziging betreft hoofdzakelijk nieuwe groenblauwe regels. Daarnaast voorziet deze wijziging in enkele beperkte aanpassingen van regels die zijn opgenomen in de eerste en tweede wijziging. Voor deze laatste categorie wordt verwezen naar het ontwerpbesluit en de bijbehorende motivering. Voor het onderdeel groenblauw wordt in essentie één nieuwe hoofdregel geïntroduceerd: nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de eis van een goede groenblauwe inpassing. Hoe hieraan in een concrete situatie wordt voldaan, verschilt per geval. Het omgevingsplan bevat regels voor drie typen ruimtelijke ontwikkelingen: •
Bouwprojecten (bouwplannen die voorzien in een nieuw gebouw én waarvoor al een omgevingsvergunning voor bouwen nodig is);
•
Woonrijp maken (aanleg van nieuw openbaar gebied bij grote ontwikkellocaties);
•
Gemeentelijke projecten openbaar gebied (projecten van de gemeente die voorzien in herinrichting van het openbaar gebied).
Hoe in een concreet project wordt voldaan aan de eis van een goede groenblauwe inpassing, verschilt per situatie. Per type ruimtelijke ontwikkeling zijn criteria opgenomen die aangeven wanneer in ieder geval aan deze eis wordt voldaan. Door het invullen van een eenvoudig formulier kan een aanvrager snel nagaan of aan de criteria wordt voldaan. Blijkt het lastig om aan (alle) criteria te voldoen, dan bestaat de mogelijkheid tot maatwerk. Uitgangspunt daarbij is dat de groenblauwe eis voorspelbaar en evenredig moet zijn in verhouding tot de (kosten van) uitvoering van het bouwproject. In het omgevingsplan is zo concreet mogelijk aangegeven hoe aan deze eisen kan worden voldaan en welke flexibiliteit daarbij mogelijk is. Uit het gevoerde overleg en de inspraak blijkt draagvlak voor de regels, al is er ook zorg uitgesproken over een mogelijke toename van de regeldruk. Tijdens de terinzagelegging zijn twee zienswijzen ingediend: één van het waterschap en één van ProRail. Het waterschap geeft aan dat de afstemming met waterschapsbelangen ontbreekt en verzoekt om een verplicht advies van het waterschap bij de omgevingsplanvergunning. Wij herkennen de wens van het waterschap dat beide belangen nadere afweging en afstemming kunnen vragen. Een extra procedurestap in de vorm van een adviesrecht is daarvoor echter niet nodig.
In de systematiek van de Omgevingswet komt de noodzaak tot afstemming juist tot zijn recht wanneer bij een aanvraag meerdere belangen spelen en regels van verschillende overheden van toepassing zijn. Het is dan aan de aanvrager om een integrale vergunning aan te vragen of de aanvraag te splitsen. Daarbij is het wel noodzakelijk dat het digitale loket voor omgevingsvergunningen (het Omgevingsloket) de juiste informatie verstrekt. Wij hebben ambtelijk met het waterschap afgesproken dat we het Omgevingsloket op die manier gaan inrichten. Dit moet voorkomen dat bij aanvragen voor omgevingsvergunningen de regels uit de Waterschapsverordening worden ‘vergeten’. In de bijgevoegde Nota beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen is een volledige reactie op de zienswijze van het waterschap opgenomen. In de zienswijze van ProRail wordt opnieuw gewezen op de eerder geuite zorg over extra regeldruk wanneer de regels knellen. ProRail vindt dat de regels onvoldoende concreet aangeven hoe in voorkomende gevallen flexibiliteit kan worden geboden. Een vergelijkbare zorg is – buiten de zienswijzen om – ook uitgesproken door woningcorporaties Trivire en Woonbron. Deze zorg was aanleiding om in samenwerking met deze partijen een notitie op te stellen over de praktische toepassing van de groenblauwe eis.
Zie hiervoor de bijgevoegde notitie Praktische toepassing groenblauwe regels, versie 1.0. Met Woonbron, Trivire en ProRail is afgesproken dat we gedurende één jaar volgens de werkwijze uit deze notitie gaan werken en daarna evalueren of de zorgen van
Zaaknummer
2025-0123775
deze partijen voldoende zijn weggenomen. Wij zullen uw raad hierover tijdig informeren en indien nodig een voorstel doen tot wijziging van het omgevingsplan. Voor de categorie 'grote ontwikkelprojecten' zijn in dit omgevingsplan al wel de regels opgenomen maar zijn nog geen concrete locaties aangewezen waar deze regels gaan gelden. Het aanwijzen hiervan zal per locatie aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de bijgevoegde motivering. Voor de categorie 'projecten openbaar gebied' is gekozen voor een algemene regel en niet voor een vergunningplicht. Dit om te voorkomen dat dit soort projecten te maken krijgen met extra regeldruk. De algemene regel verplicht enkel het college om het proces uit het handboek ontwerp openbare ruimte te volgen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de bijgevoegde motivering. Beslispunt 2: de bijlage 'welstandsnota aanvulling 2026' vast te stellen als aanvulling op de Welstandsnota; In het ontwerpbesluit van de derde wijziging van het omgevingsplan was ook een brede adviestaak toegekend aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In de huidige welstandsnota ontbreken criteria die betrekking hebben op de groenblauwe toetsing door de commissie.
De bij dit raadsvoorstel opgenomen aanvulling op de welstandsnota voorziet in het opnemen van groenblauwe criteria in de welstandsnota zodat de commissie een concreet toetsingskader krijgt. Deze toetsing door de commissie wordt geïntegreerd met de reguliere welstandstoetsing die toch al plaatsvindt voor een bouwplan. Hiermee wordt voorkomen dat er een extra procedurestap ontstaat. Beslispunt 3: de legesverordening te wijzigen door bijgevoegd 'besluit tot wijziging van de legesverordening" & Beslispunt 4: de begroting 2026 te wijzigen met bijgesloten begrotingswijziging (nummer 2226007/55100). In de Omgevingsvisie 2.0 is vastgelegd dat het noodzakelijk wordt geacht om groenblauwe regels te stellen en dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het halen van de ambitie Dordrecht klimaatbestendig in 2040 en gezonde en biodiverse stad. Deze regels vormen een extra toetsingsgrond voor bouwplannen. In de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2025 is vastgelegd dat de toetsing van bouwplannen wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Voor deze taken is een jaarprogramma opgesteld en een budget beschikbaar gesteld. Binnen dit budget is geen ruimte voor extra taken. Op basis van de perspectiefnota 2026 geldt het uitgangspunt dat de leges in beginsel dekkend moeten zijn voor de werkzaamheden van de OZHZ.
De toepassing van de groenblauwe regels brengt een extra taak voor de OZHZ met zich mee. Voor de uitvoering hiervan zijn extra middelen nodig. De extra middelen worden gedekt door een aanvullend tarief op de leges van een bouwplan. Het legestarief wordt gezien als een bijdrage van initiatiefnemers aan de uitvoering van de groenblauwe regels. Uit berekeningen van de OZHZ blijkt, op basis van ervaringscijfers uit 2024 jaren, dat jaarlijks 536 uur nodig is op basis van 77 vergunningen. Per vergunning is dat gemiddeld 8 uur tegen een tarief van 112,- (prijspeil 2025). Voor kleine projecten van particulieren komt dat uit op enkele uren. Dit heeft zich vertaald in een tarief dat gebaseerd is op een percentage van de bouwkosten. Dit legestarief wordt in rekening gebracht bij de aanvrager van de omgevingsvergunning. Dat is een stijging van circa 3,3 % ten opzichte van de bouwleges. Financiële gevolgen De dekking van de extra kosten (536 uur per jaar, totaal € 60.000,-) vindt plaats door een aanvullend tarief op de bouwleges in de Legesverordening. De opbrengsten (€ 60.000,-) van de leges volgens dit tarief zijn kostendekkend voor de extra adviesuren van de OZHZ. Voor de adviseurs van de gemeente wordt geen extra inzet van uren verwacht.
De voorliggende regels groenblauw moeten er juist voor zorgen dat eerder in het traject, en dus efficiënter, een afweging plaatsvindt op een goede groenblauwe inpassing in plaats van de huidige praktijk waar laat in het traject relatief veel adviesuren nodig zijn om bouwplannen nog aangepast te krijgen. De totale kostendekkendheid van de Legesverordening verandert door dit voorstel voor een nieuw aanvullend tarief niet. Medio 2027 vindt een evaluatie plaats waarin wordt beoordeeld of:
Zaaknummer
2025-0123775
•
de leges kostendekkend zijn;
•
bijstelling van de regels noodzakelijk is;
•
praktische werkafspraken mogelijk zijn om de taak van OZHZ te vereenvoudigen.
Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? Tijdens de voorbereiding van het ontwerpbesluit is de toename van uitvoeringslasten, zowel voor de aanvrager als voor de gemeente/omgevingsdienst, steeds een belangrijk aandachtspunt geweest. Er bestaat een risico dat de nieuwe groenblauwe regels beperkend kunnen zijn voor de bouwopgave van de gemeente. Eerdere versies van de regels zijn om die reden voorgelegd aan diverse partijen, zoals ontwikkelaars, woningcorporaties, ingenieursbureau, de omgevingsdienst en andere overlegpartners. Dit heeft op onderdelen geleid tot aanpassing en vereenvoudiging van de regels, én tot de mogelijkheid voor het college om van de regels af te wijken wanneer deze dreigen te knellen. In de motivering bij het ontwerpbesluit is hier uitgebreid op ingegaan. De toegezegde evaluatie van de groenblauwe regels, één jaar na inwerkingtreding, zal tevens worden benut om na te gaan of de uitvoeringslasten evenredig zijn in verhouding tot de groenblauwe ambities van de gemeente. In de regels van de deze wijziging wordt voor projecten openbaar gebied verwezen naar het handboek ontwerp kwaliteit openbare ruimte. Dit handboek wordt in een afzonderlijk besluit door het college vastgesteld, met raadsinformatiebrief.
Dit handboek verplicht het college om bij projecten tot inrichting van het openbaar gebied een integraal werkproces te volgen met toepassing van de ontwerpprincipes voor een goede groenblauwe inpassing. Zodra het handboek door het college is vastgesteld, naar verwachting nog dit jaar, krijgt het handboek via de groenblauwe regels juridische doorwerking. In het geval de vaststelling van het handboek pas plaatsvindt na de inwerkingtreding van het omgevingsplan, zal de toepassing van de groenblauwe regel ook pas vanaf dat moment mogelijk zijn. Het is niet nodig hiervoor overgangsrecht op te nemen. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Het ontwerpbesluit heeft een uitgebreid participatieproces doorlopen. Marktpartijen, woningcorporaties, bewoners, de GGD, ProRail, het waterschap en de provincie hebben actief meegedacht over de opgestelde regels. Uit de participatie blijkt dat er veel begrip en steun is voor deze regels. Tegelijkertijd is de zorg geuit over de mogelijke extra regeldruk die ruimtelijke projecten zou kunnen belemmeren. Het ontwerpbesluit is hierop, waar mogelijk, aangepast. In de motivering is een verslag van het gevoerde participatieproces opgenomen. Vervolgens is het ontwerpbesluit gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij een ieder de mogelijkheid had om zienswijzen in te dienen.
Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ontvangen. In de nota Beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen zijn beide zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De belangrijkste zorg van het waterschap betreft de afstemming met de regels uit de Waterschapsverordening. Deze verordening bevat bepalingen over verplichte watercompensatie en het instandhouden van een vloedschottensysteem voor de Voorstraat, Riedijk en Prinsenstraat. In de praktijk blijkt dat deze regels vaak over het hoofd worden gezien, waardoor extra inzet op toezicht en handhaving noodzakelijk is. Uit ambtelijk overleg met het waterschap blijkt dat de zienswijze voortkomt uit een informatiegebrek. In het landelijke Omgevingsloket is namelijk niet duidelijk zichtbaar dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen ook regels uit de Waterschapsverordening van toepassing zijn. De oplossing ligt niet in het toevoegen van extra regels aan het omgevingsplan, maar in een goede digitale koppeling van de bestaande regels. Een werkgroep van gemeente en waterschap gaat hiermee aan de slag. Naast de wettelijke inspraakprocedure heeft aanvullend overleg plaatsgevonden met de woningcorporaties Woonbron en Trivire, evenals met ProRail, met betrekking tot de zorg over extra regeldruk.
De uitkomsten van dit overleg hebben geleid tot het voorstel om het ontwerpbesluit op enkele onderdelen aan te passen. Daarnaast is een notitie opgesteld over de toepassing van de groenblauwe regels in de praktijk. De werkwijze zoals beschreven in deze notitie is bedoeld om de zorgen van de corporaties weg te nemen. Op basis van deze notitie zijn concrete afspraken gemaakt die worden vastgelegd in de Prestatie Afspraken Lange Termijn (PALT): gemeente en corporaties gaan samenwerken om te komen tot een goede toepassing van de groenblauwe regels
Zaaknummer
2025-0123775
en evalueren de samenwerking medio 2027. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de uitkomsten van deze evaluatie. Met deze derde wijziging krijgt de commissie ruimtelijke kwaliteit (voorheen de welstandscommissie) een wettelijke basis voor het toetsen van bouwplannen aan de doelstelling behoud en versterking van de biodiversiteit. In de praktijk adviseert de commissie al over dit onderwerp, maar formeel ontbrak tot nu toe de bevoegdheid. Daarom is het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan aan de commissie voorgelegd. De commissie steunt de ontwerpregels, maar merkt op dat haar taak hiermee breder wordt dan haar expertise toelaat: naast biodiversiteit wordt ook advies gevraagd over klimaat en gezondheid. Deze verbreding past niet bij de deskundigheid binnen de commissie. Het door de gemeenteraad aangestelde commissielid ‘groenblauw’ heeft uitsluitend expertise op het gebied van biodiversiteit. Naar aanleiding van deze opmerking is besloten om de verplichte advisering over onderwerpen anders dan biodiversiteit, te laten vervallen. De commissie kan hierover nog wel vrijwillig adviseren. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Het collegebesluit en raadsinformatiebrief ontwerpbesluit 3e wijziging omgevingsplan d.d. 15 juli 2025.
Hoe wordt dit betaald? De kosten voor de toepassing van de groenblauwe regels zijn geraamd en omgerekend naar een verhoging van de leges. Het voorstel tot aanpassing van de legesverordening wordt gelijktijdig met het besluit voor de 3e wijziging omgevingsplan aan de raad voorgelegd. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? Na de vaststelling van besluit 3e wijziging omgevingsplan, wordt het besluit bekend gemaakt en start de beroepsprocedure. Vier weken na de bekendmaking treedt het besluit in werking. Vanaf dat moment gaan de groenblauwe regels gelden en zullen alle ruimtelijke projecten aan deze regels getoetst worden. Er is niet voorzien in overgangsrecht. De komst van deze groenblauwe regels is al aangekondigd in de omgevingsvisie 1.0 en werden in de praktijk ook al toegepast. In het kader van de inspraakprocedure is bekend gemaakt dat deze groenblauwe regels zouden gaan gelden en is niet gebleken van knelpunten bij directe toepassing. Als tijdens de beroepsprocedure een voorlopige voorziening wordt aangevraagd heeft dat verzoek schorsende werking, en treedt het besluit niet in werking totdat door de rechter op het verzoek is beslist. Een jaar na in werkingtreding zal een evaluatie van de groenblauwe regels plaatsvinden en zal bij gebleken knelpunten een voorstel aan de raad worden voorgelegd tot aanpassing van de regels. Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
2025-0123775
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 9 december 2025 inzake Vaststellen besluit 3e wijziging omgevingsplan (groenblauwe regels);
gelet op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet; gelet op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet; • artikel 2.4, artikel 4.2 en artikel 4.19 van de Omgevingswet; •
artikel 13.1a Omgevingswet (heffen van rechten gemeente, waterschap en provincie)
De voorliggende regels zijn gebaseerd op de landelijke maatlaat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, de instructieregels van de provincie en afgestemd op de aanbevelingen uit het Eindrapport van adviesgroep STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving).;
besluit:
het besluit 3e wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht vast te stellen; de bijlage 'welstandsnota aanvulling 2026' vast te stellen als aanvulling op de Welstandsnota; het wijzigingsbesluit Legesverordening 2026, derde wijziging vast te stellen; de begroting 2026 te wijzigen met bijgesloten begrotingswijziging (nummer 226007).
Aldus besloten in de vergadering van
Zaaknummer
2025-0123775
Bijlagen 1.
Besluit 3e wijziging omgevingsplan Dordrecht.docx
Elders beschikbare bijlagen het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan is te raadplegen via website regelsopdekaart.nl: ontwerpbesluit 3e wijziging.