CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Nestas aan CTOO mbt wijziging werkdocument CTOO (geanonimiseerd).pdf

Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs Dordrecht 4 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Brief aan gemeenteraad inzake voorstel Nestas aan CTOO mbt wijziging werkdocument CTOO10.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van: < Verzonden: donderdag 15 mei 2025 14:51 Aan: , ( )< CC: , )< Onderwerp: Verzoek Nestas aan CTOO Beste cc ter info

> > >

,

Volgens afspraak stuur ik hierbij het voorstel van Nestas aan de CTOO, inclusief de ondersteunende bijlagen, ter bespreking tijdens ons relatiegesprek op 8 juli 2025. Het voorstel betreft een verzoek tot wijziging van het werkdocument van de CTOO.

Mocht er vooraf behoefte zijn aan een toelichting of aanvullende informatie, neem dan gerust contact met mij op. Hartelijke groet,

Bestuurssecretaris Nestas scholengroep E:

T:

NESTAS scholengroep Bezoekadres: Achterom 87, 3311 KB Dordrecht Postadres: Postbus 432, 3300 AK Dordrecht T 078 632 16 16 | info@nestas-scholengroep.nl | www.nestas-scholengroep.nl | KvK Rotterdam: 24374006

Romboutslaan 115, 3312 KP Dordrecht (gebouw met nummer 105) 1

Werkdocument Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs (CTOO) in Dordrecht Versie 2021.5

Openbaar onderwijs in Dordrecht Drie stichtingen vertegenwoordigen in Dordrecht het openbaar onderwijs (zie voor actueel beeld: de onderwijsgids - te vinden via de gemeentelijke website). Dit zijn: Stichting Openbaar Primair Onderwijs Dordrecht (OPOD), Stichting voor Openbaar Onderwijs in Dordrecht (SDL) en Stichting Johan de Witt-gymnasium te Dordrecht.

Wettelijke taken gemeenteraad Bij de drie stichtingen, waar de toezichthoudende rol is overgenomen door een Raad van Toezicht (RvT), is de gemeenteraad verantwoordelijk voor de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht (RvT)1. Wel is er een informatieplicht, waarbij de stichtingen de Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs (CTOO) tijdig op de hoogte brengen van (mogelijk) negatieve ontwikkelingen. Ook blijft de raad de jaarrekeningen en begrotingen ontvangen ter kennisname. Indien de jaarrekening en/of de begroting zorgelijk zijn zodat daarmee mogelijk de continuïteit en/of kwaliteit van het openbaar onderwijs in het geding is, vindt daarover inhoudelijk het gesprek met de betreffende RvT van de Stichting plaats. Dat betekent dat CTOO namens de gemeenteraad toezicht houdt op het openbaar onderwijs middels de volgende instrumenten:

1. Statutenwijziging Elke statutenwijziging behoeft instemming van de gemeenteraad. Dit om te waarborgen dat de gemeenteraad zijn verantwoordelijkheid kan blijven uitvoeren. Openbaar onderwijs kenmerkt zich immers door de overheersende invloed van de overheid. 2. (Her)benoeming bestuursleden Een deel van de kandidaat- of her te benoemen bestuursleden wordt aanbevolen (niet bindend) door het bestuur van de stichting, een ander deel wordt voorgedragen (bindend) door de ouders van de leerlingen van de school.

De gemeenteraad toetst elke aanbeveling of voordracht (geldt in meer of mindere mate ook voor herbenoeming) op de volgende aspecten: is de kandidaat geworven door middel van een open (eerlijke) procedure? is de kandidatuur niet in strijd met de statuten (lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met bepaalde functies)? past de kandidaat binnen het totale bestuursprofiel van de stichting (de bestuursleden dienen niet afzonderlijk maar wel gezamenlijk te beschikken over alle competenties uit het bestuursprofiel)? past een voordracht voor herbenoeming binnen de harmonisatie-afspraak dat bestuursleden maximaal 1 keer worden herbenoemd (wat een totale zittingstermijn van 8 jaar inhoudt). De besturen moeten de raad hiervoor adequaat informeren. De informatie bestaat in elk geval uit een CV van de kandidaat, een beschrijving van hoe de kandidaat past binnen het profiel van het bestuur (d.w.z. aan welke elementen van het profiel voldoet de kandidaat?) en een beschrijving of het voltallige bestuur met deze nieuwe kandidaat beschikt over alle competenties uit het bestuursprofiel. 3. Verordening vaststelling begroting en jaarrekening

1 Zie bijlage 1 en 2 voor positionering en rolneming van CTOO

1

De wet stelt dat bij een stichting met een Raad van Toezicht, de statuten voorzien in ieder geval in een regeling omtrent de vaststelling van de begroting en de jaarrekening. Dat is bij alle drie de stichtingen in Dordrecht aan de orde. CTOO stelt een eigen standaardvragenlijst op, gericht op de continuïteit van de school, en verzoekt een schoolbestuur de antwoorden geaccordeerd door RvT met de jaarstukken mee te sturen. De stichting biedt haar begroting en jaarrekening jaarlijks na vaststelling door Raad van Toezicht voor 31 december respectievelijk 1 juli aan de raad aan. De ambtelijke organisatie beoordeelt beantwoording van de standaardvragenlijst bij oplevering van de begroting.

Wanneer een stichting een negatief structureel exploitatieresultaat begroot of nietonderbouwde taakstellingen in de begroting heeft opgenomen en dit niet kan opvangen uit de algemene reserve en/of het negatieve exploitatieresultaat in de komende jaren niet kan ombuigen of als de financiële kengetallen niet voldoen aan de minimumnormen van de onderwijsinspectie, dan is dit aanleiding voor de CTOO om een gesprek met de stichting te voeren over de continuïteit en op basis hiervan de raad te adviseren. Indien CTOO (of raad) zorgen heeft over de begroting/ jaarrekening van stichtingen met een eigen Raad van Toezicht dan is het vanuit het feit dat de gemeente verantwoordelijk is voor de continuïteit de taak het gesprek aan te gaan en afhankelijk van dit gesprek wel of niet in te grijpen.

4. Verslag van werkzaamheden (maatschappelijk jaarverslag) Het bestuur brengt jaarlijks een verslag van werkzaamheden (van het bestuur van de stichting) uit aan de gemeenteraad. Schoolbesturen dienen jaarlijks voor 1 juli jaarrekening en jaarverslag in te dienen bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Dan worden de jaarstukken ook aangeleverd bij de gemeenteraad. In de verslagen van werkzaamheden moet naast dat wordt voldaan aan hetgeen is bepaald in de Regeling jaarverslaglegging onderwijs en is gesteld in de vigerende governancecodes, te noemen Code Goed Bestuur Primair Onderwijs (PO-raad) en Code Goed Onderwijsbestuur (VO-raad). Ook wordt ingegaan op de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 5. Periodiek relatiegesprek (tweejaarlijks) CTOO-leden spreken periodiek met bestuurder(s) en/ of leden van de RvT over de stand van de schoolbesturen en het openbaar onderwijs dat zij aanbieden in de gemeente Dordtrecht. Voor 2021 werd dit gesprek jaarlijks gevoerd met schoolbesturen.

CTOO heeft op 16 juni 2020 besloten het toezicht anders in te richten, waarbij besloten is de strekking en freguentie van dit gesprek als volgt aan te scherpen: de schoolbesturen jaarlijks verantwoording te afleggen over de financiële gezondheid door middel van een standaard-vragenlijst - alleen een gesprek te houden over de financiën als de antwoorden hiertoe aanleiding geven en dus het standaard-jaargesprek te laten vervallen - om het jaar een 'relatiegesprek' te houden met het bestuur om de ontwikkelingen van de school in brede zin te bespreken - de openbare inspectierapporten van de Inspectie van het Onderwijs te gebruiken als bron voor de stand van zaken op de scholen

2

6. Standaardvragenlijst Op 22 september 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het raadsvoorstel Vaststellen actualisatie werkdocument CTOO. Hierin heeft CTOO de keuze gemaakt om een eigen standaard vragenlijst op te stellen, gericht op de continuïteit van de school, waarbij de schoolbesturen worden verzocht de antwoorden, geaccordeerd door RvT, met de jaarstukken mee te sturen. Standaardvragenlijst - financiën: Is er sprake van een materieel evenwicht, met andere woorden: worden structurele lasten gedekt door structurele baten. Zijn taakstellingen in de begroting opgenomen? En met welke concrete maatregelen worden deze taakstellingen ingevuld? Zijn de voorzieningen deugdelijk onderbouwd?

Deze vragen geven verdieping op de Continuïteitsparagraaf die wordt uitgewerkt conform jaarverslaglegging. In bijlage 3 is een gespreksrichtlijn uitgewerkt voor de (tweejaarlijkse) relatiegesprekken. De vragen zijn onderverdeeld in thema's, waarbij enkele vragen centraal gesteld kunnen worden en in gesprek de keuze gemaakt kan worden één thema te verdiepen.

3

Bijlage 1

Commissie van toezicht op het openbaar onderwijs

In deze bijlage staan de rol en de werkwijze van de CTOO in het algemeen beschreven. De CTOO bestaat uit leden uit het midden van de raad die hiervoor door de raad zijn benoemd en kent geen plaatsvervangende leden. Het aantal leden staat niet vast en wordt bepaald door het aantal benoemingen. De CTOO is een raadscommissie die de hele raad vertegenwoordigt. De afzonderlijke leden vertegenwoordigen dus niet hun fractie bij het uitoefenen van hun rol als CTOO-lid. De CTOO wordt ondersteund door een secretaris vanuit de raadsgriffie en indien gewenst door een beleidsmedewerker vanuit de ambtelijke organisatie. Zowel de secretaris als de beleidsmedewerker zijn geen lid van de CTOO. De raadsgriffie is ambtelijk verantwoordelijk voor de processen die gemoeid zijn met het uitoefenen van het toezicht op het openbaar onderwijs. De CTOO adviseert de raad ten behoeve van het uitoefenen van de wettelijke taken die nodig zijn voor het toezicht op het openbaar onderwijs. Dit toezicht verschilt van het verdergaande toezicht zoals dat binnen instellingen op het bestuur wordt uitgeoefend door een Raad van Toezicht.

In het kader van de toezichtsrol heeft de raad en namens hem de CTOO, formeel uitsluitend met de besturen van de stichtingen te maken, en niet met de directies, het personeel of de medezeggenschapsraden. Andersom hebben de besturen in het kader van het toezicht formeel uitsluitend met de raad en de CTOO als zijn vertegenwoordiger te maken, en niet met het college en de ambtelijke organisatie. Met betrekking tot de begrotingen en jaarrekeningen is een uitzondering gemaakt; in dit geval overlegt de ambtelijke organisatie van de gemeente met ambtelijke vertegenwoordigers van de besturen. De CTOO adviseert de raad zonder tussenkomst van de adviescommissie vanuit de gemeenteraad, tenzij de advisering niet eensluidend is of controversieel ligt. In deze laatste gevallen wordt de gehele raad ingeschakeld door middel van agendering in de adviescommissie. De CTOO vergadert tweejaarlijks met de stichtingen om de stand van zaken door te nemen. In principe vinden deze vergaderingen plaats in de maand januari. Mocht de situatie daarom vragen dan kunnen er extra vergaderingen worden ingepland. Van deze bijeenkomsten vindt geen verslaglegging plaats, wanneer van toepassing worden eventuele besluiten/afspraken wel genoteerd. De CTOO vergadert in principe voltallig. Ook treedt de CTOO naar buiten toe in de voltallige samenstelling.

Eén lid van de CTOO fungeert als voorzitter van de vergaderingen en kan in urgente situaties met minimaal één ander lid de CTOO vertegenwoordigen. Dit in overleg met de andere commissieleden. Daarbij dient voor derden duidelijk te zijn dat deze afvaardiging vanuit de CTOO geen afspraken kan maken of besluiten kan nemen zonder raadpleging van de overige leden. De CTOO vergadert in het openbaar, tenzij één of meer CTOO-leden onder opgaaf van reden verzoeken om besloten bespreking van één of meer agendapunten. Openbare vergaderingen dienen vooraf openbaar bekendgemaakt te worden. Besluiten/afspraken worden in een besluitenlijst vastgelegd. Van alle vergaderingen krijgen de CTOO-leden een week van te voren de agenda en de stukken toegestuurd via de secretaris. De secretaris zorgt er tevens voor dat er jaarlijks een vergaderrooster wordt opgesteld.

4

Bijlage 2

Juridische kader toezicht openbaar onderwijs

De wettelijke grondslag voor de toezichtstaak door de gemeenteraad op het openbaar onderwijs staat in de Grondwet, de Wet op het primair onderwijs (Wpo) en de Wet op het voortgezet onderwijs (Wvo). Voor zowel het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs schrijven de wetten expliciet taken toe aan de gemeenteraad.

Grondwet artikel 23 In elk gemeente is voldoende openbaar onderwijs beschikbaar.

Wpo artikel 47 / Wvo artikel 42a-b 1. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden De raad heeft een verordening die de vaststelling van de begroting en de jaarrekening bepaalt 3. De raad benoemt de leden van de raad van toezicht en heeft een verordening die bepaalt hoe de wijze van (her)benoeming, schorsing en ontslag plaatsvindt 4. De raad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de organisatie van de school te ontbinden

2.

De wet stelt dat bij een stichting met een Raad van Toezicht, de statuten voorzien in ieder geval in een regeling omtrent de vaststelling van de begroting en de jaarrekening. Dat is bij alle drie de stichtingen in Dordrecht aan de orde. De betreffende statutaire bepaling ter zake twee stichtingen (OPOD en OOD) is identiek: De raad van toezicht stuurt de jaarrekening en de begroting binnen een maand na vaststelling hiervan aan de gemeenteraad2. Bij het Johan de Witt gymnasium staat dit er net anders: - Een afschrift van de vastgestelde begroting wordt door de rector-bestuurder ter informatie toegezonden aan de gemeenteraad (artikel 23 lid 2 statuten) - De rector-bestuurder brengt jaarlijks aan de raad van toezicht en aan de gemeenteraad, gelijktijdig met de jaarrekening, verslag uit omtrent zijn werkzaamheden (artikel 22 lid 1 statuten)3

Gemeentewet (artikel 156) De Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegdheden niet kan overdragen aan het college 'indien de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet'. Aangezien de Wpo en Wvo expliciet taken toekennen aan de gemeenteraad, is dit het geval voor deze toezichtstaken. De wettelijke verplichtingen zijn in Dordrecht beschreven in het werkdocument van de CTOO, waarvan de eerste versie is vastgesteld op 10 januari 2008.

2 Uit Statuten Openbaar Primair Onderwijs Dordrecht (OPOD; 31 oktober 2017) en Statuten Stedelijk Dalton Lyceum (SDL; 10 augustus 2012) 3 Uit Statuten Johan de Witt-gymnasium (1 juli 2019)

5

Bijlage 3

Gespreksrichtlijn tweejaarlijks relatiegesprek

Thema 1: de onderwijskwaliteit Welke relevante ontwikkelingen en innovaties heeft het onderwijs doorgemaakt? Welke beleidsvoornemens zijn er aanstaande (mogelijk in relatie met het Strategisch beleidsplan). Wat is de stand van zaken op het gebied van de kwaliteitszorg, resultaat-en opbrengstgericht werken? Mocht er een inspectiebezoek of interne audit zijn geweest, wat zijn de belangrijkste aanbevelingen geweest?

Thema 2: de leerlingen Op welke manier heeft het leerlingenaantal zich ontwikkeld? Hoe is de in- en uitstroom geweest (en eventueel de bevordering en doublure)? VO: wat is het slagingspercentage geweest van afgelopen jaar? Indien afgenomen: welke positieve punten en welke verbeterpunten zijn naar voren gekomen uit het leerlingtevredenheidsonderzoek en/of oudertevredenheidsonderzoek? Thema 3: het personeel Hoe is het gesteld met het verloop van het personeel? Zijn er opvallende verschuivingen geweest op belangrijke posities? Hoe verhoudt dit zich in relatie tot de 'flexibele schil'? Is er specifiek ingezet op een bepaalde mate van professionaliteit? Indien afgenomen: welke positieve punten en welke verbeterpunten zijn naar voren gekomen uit het tevredenheidsonderzoek van het personeel? Thema 4: de continuïteit van openbaar onderwijs In welke mate is er financiële ruimte of krapte om het onderwijs goed vorm te geven? Welke financiële kansen of uitdagingen zijn er te bespreken? Zijn er, naast bovenstaande zaken, nog ontwikkelingen die van belang zijn om te weten met het oog op het behoud van openbaar onderwijs? Zijn er zaken die de toegankelijkheid van het onderwijs belemmeren?

Algemene zaken: - Zijn er ontwikkelingen binnen het college van bestuur? - Zijn er zaken die de Raad van Toezicht onder de aandacht wil brengen? Zijn er ontwikkeling rondom huisvesting? Hoe verloopt de samenwerking met de partners, en met de gemeente Dordrecht in het bijzonder?

6

JESÏAS scholengroep

B zoek

Commissie Toezicht Openbaar Onderwijs Dordrecht

n po tad

Romboutslaan 115 3312 KP DORDRECHT

Telefoon (078) 632 16 16 E-mail info@nestas-scholengroep.nl

www.nestas-scholengroep.nl

Behandeld door

Bestuurssecretaris

Verzoek om wijziging werkdocument CTOO

Datum

15 mei 2025

Direct telefoonnummer

Geachte leden van de Commissie Toezicht Openbaar Onderwijs (CTOO), Nestas Scholengroep legt hierbij onderstaand voorstel met betrekking tot het gemeentelijk toezicht op het openbaar onderwijs in Dordrecht aan u voor. In januari 2024 werd duidelijk dat er een verschil van inzicht bestaat tussen het bestuur van Nestas en de CTOO over het aanleveren van de (meerjaren)begroting van de scholengroep. Tijdens het relatiebezoek van de CTOO aan Nestas op 23 januari 2024 zijn hierover standpunten uitgewisseld. Daarbij is afgesproken dat de CTOO een verkorte versie van de (meerjaren)begroting 2024 zou ontvangen ter onderbouwing van hetgeen tijdens het bezoek is besproken. Desondanks bleef het verschil van inzicht bestaan, omdat de CTOO van mening is dat de werkwijze, zoals vastgelegd in het werkdocument van de CTOO (bijlage 1), in het verlengde ligt van de door de gemeenteraad goedgekeurde statuten van de Nestas Scholengroep (bijlage 2).

Het bestuur van Nestas heeft bezwaar tegen het delen van de volledige (meerjaren)begroting, aangezien dit document een intern karakter heeft. Binnen onze governance-structuur hebben zowel de Raad van Toezicht als de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) instemmings- en/of adviesrechten op deze begroting. De Raad van Toezicht vervult bovendien een algemene toezichthoudende rol binnen onze organisatie. Daarnaast is Nestas een samenwerkingsstichting die zowel openbare als katholieke scholen omvat. Vanuit dat perspectief beschouwt het bestuur van Nestas de formele rol van de CTOO als beperkt tot het toezicht op het openbaar onderwijs binnen onze organisatie. Hoewel wij de CTOO graag informeren over de hoofdlijnen van onze begroting en andere relevante ontwikkelingen, achten wij het niet wenselijk om interne documenten volledig te verstrekken. Ons standpunt is verder versterkt door een recente gebeurtenis waarbij binnen de CTOO besproken stukken — conform haar werkwijze —openbaar zijn gemaakt. Dit leidde tot negatieve berichtgeving over Nestas in het Algemeen Dagblad van 6 maart 2025 (bijlage 3: Artikel AD - Dordtse scholenkoepel moet snijden in de kosten, vacatures niet ingevuld), wat schade heeft berokkend aan onze organisatie.

Pagina 1 van 2

J STAS scholengroep

Het bestuur van Nestas hecht aan een open, constructieve en transparante relatie met zowel de gemeente Dordrecht als de CTOO. Wij onderhouden deze relatie via reguliere gesprekken met de wethouder van Onderwijs, de heer Van der Kruijff, en zijn (senior) strategisch beleidsmedewerkers, alsook via jaarlijkse onderhoudsgesprekken en werkbezoeken aan onze scholen. Belangrijke ontwikkelingen bespreken wij daarnaast tijdens de tweejaarlijkse relatiegesprekken met de CTOO, of indien nodig, op initiatief van Nestas. Verder ontvangt de CTOO jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening van Nestas, waarin zowel de financiële als de onderwijskundige stand van zaken helder en uitgebreid worden toegelicht.

Ons voorstel brengt geen wijziging aan in de statuten van Nestas. In artikel 8, lid 3 van de statuten (bijlage 2) staat Het college van bestuur stelt jaarlijks, na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en na overleg met de gemeente, de begroting en jaarrekening vast Dit sluit naar ons inzicht naadloos aan bij de door ons voorgestelde werkwijze.

Wij verzoeken u daarom om een bijstelling van punt 3 ' Verordening vaststelling begroting en jaarrekening' in het huidige werkdocument van de CTOO (bijlage 1). Graag lichten wij ons voorstel nader toe tijdens het relatiegesprek op 8 juli 2025. Wij hopen gezamenlijk te komen tot een vorm van toezicht die recht doet aan de hedendaagse eisen van samenwerking, transparantie en bestuurlijke verantwoording. Met vriendelijke groet,

College van Bestuur Nestas Scholengroep

Bijlagen: 1. Werkdocument Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs (v2021.5) 2. Statuten Nestas Scholengroep 3. Artikel AD - Dordtse scholenkoepel moet snijden in de kosten, vacatures niet ingevuld

Pagina 2 van 2

VANDOORNE© VAN DOORNE N.V.

SL/AM/60019445

DOORLOPENDE TEKST van de statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs

zoals deze luiden na akte van statutenwijziging de dato [*] 2022, verleden voor

,

toegevoegd notaris, bevoegd om te passeren in het protocol van notaris te Amsterdam.

,

STATUTEN

Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a.

gemeente: de gemeenteraad of commissie toezicht openbaar onderwijs gemeente Dordrecht;

b.

het college van bestuur: het bestuur van de stichting;

c.

de raad van toezicht: de interne toezichthouder van de stichting;

d.

de stichting; Samenwerkingsstichting voor katholiek en openbaar basisonderwijs in

e.

scholen: de scholen die door de stichting in stand worden gehouden;

f.

de wet: de Wet op het Primair Onderwijs (hierna ook: WPO);

g.

directeur: de functionaris die belast is met de leiding van één of meerdere scholen van

Dordrecht en omgeving;

de stichting als bedoeld in artikel 29 lid 1 van de WPO; h. i.

het directieberaad: adviserend overleg met de leidinggevenden van de scholen; managementstatuut: regeling van de bevoegdheden van directeuren en directieberaad

conform artikel 31 WPO;

j.

GMR: gemeenschappelijk medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de Wet

k.

identiteitscommissie: commissie die adviseert over identiteitskwesties binnen de stichting;

medezeggenschap op scholen;

schriftelijk: bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen. Naam, zetel en duur

I.

Artikel 1 1.

De stichting draagt de naam:

Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs. De stichting kan ook worden aangeduid met verkorte naam: Nestas Scholengroep. 2.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Dordrecht.

3.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel stichting

Artikel 2 1.

De stichting heeft ten doel het zonder winstoogmerk geven van openbaar en katholiek

onderwijs in afzonderlijke scholen voor openbaar en katholiek onderwijs.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171 024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 1

VANDOORNE® 2.

De stichting streeft ernaar met haar onderwijs gelijke kansen te bieden aan alle

kinderen, met respect en waardering voor achtergrond en milieu van de ander. 3.

De stichting beoogt vanuit de verschillende denominaties actief de verbinding te

zoeken. Vanuit een krachtige, eigen identiteit binnen de grondslagen van de stichting verzorgen de scholen burgerschapsonderwijs. Naast het aanleren van kennis en vaardigheden voor goede participatie aan de samenleving is dit onderwijs gericht op: -

de persoonlijke groei van leerlingen tot zelfbewuste en nieuwsgierige mensen die in staat zijn hun persoonlijke overtuigingen en talenten uit te drukken en in te zetten.

-

het leren waarderen van verschillen door ontmoeting, op basis van wederzijds

respect, waarmee leerlingen het samenleven oefenen. Middelen Artikel 3

De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg door: a.

het oprichten en in standhouden van openbare en katholieke scholen voor primair onderwijs met in achtneming van artikel 17 van de WPO;

b.

het samenwerken met instellingen die een gelijksoortig doel nastreven als onder a is omschreven;

c.

het benutten van alle andere wettige middelen die dienstbaar zijn aan de

verwezenlijking van het doel van de stichting; Vermogen Artikel 4

De baten van de stichting bestaan uit: a.

rijksbijdragen en andere subsidies;

b.

ouder- en andere bijdragen;

c.

inkomsten uit cursussen;

d.

schenkingen, erfstellingen en legaten. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;

e.

alle andere baten.

Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting. Geen

natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Grondslag en identiteit Artikel 5 1.

De navolgende leden van dit artikel 5 moeten worden begrepen vanuit het kader van

het in artikel 2 lid 3 genoemde burgerschapsonderwijs en de daarbij passende doelen. 2.

Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht

voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die

leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.

3.

Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of

levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met inachtneming van

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 2

VANDOORNE® artikel 46 van de WPO en vanuit de kernwaarden van openbaar onderwijs:

gelijkwaardigheid, vrijheid, ontmoeting.

4.

Het katholiek onderwijs wordt beoogd te worden gegeven op katholieke grondslag en

het Evangelie van Jezus Christus. De katholieke scholen voelen zich verbonden met de

katholieke geloofsgemeenschap, zoals die zich in zijn pluriforme verscheidenheid manifesteert en willen een evangelische levenshouding uitdragen. Ten aanzien van het katholiek onderwijs en de godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming van de leerlingen op de katholieke scholen handelt de stichting volgens de voorschriften opgenomen in het Algemeen Reglement Katholiek Onderwijs, alsmede de algemene

regelingen voor het katholiek onderwijs, welke door de Nederlandse Katholieke Schoolraad zijn vastgesteld.

5.

Door het bestuur en de scho(o)l(en) wordt in het strategisch koers- of beleidsplan en

het schoolplan aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de katholieke en openbare scholen en hoe deze worden geborgd.

het

de

ruimte

voor

6.

Het

7.

Op de katholieke scholen wordt aandacht besteed aan de godsdienstige en

schoolplan

en

lesrooster

van

scholen

bieden

godsdienstonderwijs en/ of levensbeschouwelijke vormingsonderwijs.

levensbeschouwelijke vorming van de leerlingen overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs is bepaald.

8.

Bij benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel zal het college van

bestuur zich ervan verzekeren dat het personeel de grondslagen van de stichting

onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van de school zoals die in deze statuten en in het schoolplan, mede ten aanzien van de identiteit zijn omschreven. Het personeel van de stichting zet zich in om in hun visie op goed onderwijs, in het

beleid en de onderwijsactiviteiten de speerpunten van het burgerschapsonderwijs zoals beschreven in artikel 2 in praktijk te brengen. 9.

De waarborging en verdere vormgeving van de katholieke identiteit en het openbaar karakter van de scholen is een taak en opdracht van het collectieve college van bestuur.

De raad van toezicht houdt toezicht op de wijze waarop deze taak en opdracht wordt

uitgeoefend. 10.

Het college van bestuur stelt een identiteitscommissie in, die gevraagd en ongevraagd

het college van bestuur adviseert over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de katholieke

identiteit van de stichting.

11.

De

samenstelling,

benoeming,

werkwijze

en

bevoegdheden

van

de

identiteitscommissie worden door het college van bestuur bij reglement vastgesteld,

waarbij geldt dat:

-

de werkwijze en het handelen van de commissie gebaseerd zal zijn op principiële

gelijkwaardigheid van en respect voor de godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergrond van de schoolbevolking;

-

de identiteitscommissie minimaal tot taak heeft: het mede bewaken van de

identiteit van de stichting.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 3

VANDOORNE® 12.

Benoeming van een identiteitsbegeleider gebeurt mede in overeenstemming met de richtlijnen zoals die in het Algemeen Reglement Katholiek Onderwijs zijn vastgesteld.

Toegankelijkheid van de scholen Artikel 6

De stichting hanteert een open toelatingsbeleid. De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen

zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing.

Bestuur; college van bestuur Artikel 7

1.

De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit minimaal één en maximaal twee natuurlijke personen. De raad van toezicht stelt het aantal leden vast.

2.

De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur. De raad van

toezicht kan in geval van een meerhoofdig college van bestuur een voorzitter aanwijzen. Indien het college van bestuur slechts uit een persoon bestaat, is deze persoon

automatisch voorzitter. Benoeming vindt plaats met inachtneming van artikel 14 van deze statuten. 3.

De leden van het college van bestuur dienen de grondslagen en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te

werken aan het realiseren van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij het aanvaarden van hun benoeming. 4.

Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt, onverminderd het in de

volgende leden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij rekening wordt gehouden met de algemene bestuurlijke kwaliteiten, de affiniteit met de doelen van de stichting, de denominaties binnen de

stichting, de gelijkwaardigheid van het openbaar karakter en van de katholieke identiteit en met een spreiding en complementariteit van deskundigheden en achtergronden. De

aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de

raad van toezicht in een profielschets. De profielschets wordt vooraf openbaar gemaakt. De GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de aanstelling of ontslag van de leden van het college van bestuur en het vaststellen van

de functieprofielen van de leden van het college van bestuur. 5.

Voor het benoemen van een lid van het college van bestuur wordt een sollicitatiecommissie

ingesteld.

De

samenstelling

en

werkwijze

van

deze

sollicitatiecommissie worden in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement

nader uitgewerkt. 6.

Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de

raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing

besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing, eventueel gevolgd door ontslag als bedoeld in lid 7. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de

schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht waarin de schorsing of verlenging daarvan aan

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 4

VANDOORNE® de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een

raadsman/vrouw. 7.

De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan. Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld

door de raad van toezicht te worden gehoord. Daarbij kan hij zich doen laten bijstaan

door een raadsman/vrouw. 8.

Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst.

9.

Een lid van het college van bestuur de-fungeert voorts:

a.

door zijn overlijden;

b.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

c.

door zijn ontslag door de rechtbank;

d.

door zijn persoonlijke faillissement of wanneer de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt verklaard of in geval van ondercuratelestelling of

indien zijn vermogen onder bewind wordt gesteld als gevolg van zijn geestelijke toestand.

10.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur

behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van het gehele college van bestuur

of van het enige (overgebleven) lid van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door de raad van toezicht is of

wordt aangewezen.

Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij

geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van het college van bestuur. Onder belet wordt te dezen verstaan de situatie dat een lid van het college van bestuur zijn taak (tijdelijk) niet kan uitoefenen.

11.

De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur.

Daarbij worden de wettelijke kaders in acht genomen en wordt aangesloten bij hetgeen in de sector primair onderwijs gebruikelijk is.

12.

In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur, voor zover het

openbaar onderwijs betreft, heeft de gemeente het recht, na overleg met de raad van toezicht, de maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het

onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft.

College van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 8

1.

Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van

hun taak richten de leden van het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het college van het bestuur richt zich bij de vervulling van zijn taak voorts naar het belang van de scholen en het belang van

de samenleving. 2.

Het college van bestuur heeft alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze

statuten expliciet aan de raad van toezicht zijn toegekend.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 5

VANDOORNE® 3.

Het college van bestuur stelt jaarlijks, na voorafgaande goedkeuring van de raad van

toezicht en na overleg met de gemeente de begroting en de jaarrekening vast. 4.

Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel.

5.

Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen,

daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten

tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar

verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De besluiten bedoeld in de vorige volzin zijn onderworpen aan

de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde

goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 6.

Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot:

a.

het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer

bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;

b.

vaststelling en wijziging van het strategisch meerjarenplan;

c.

de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers

tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; d.

ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting;

e.

een aanvraag tot faillissement of surséance van betaling;

f.

het doen van een voorstel tot fusie, opheffing, overdracht of afsplitsing van scholen;

g.

het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of scholen;

h.

het vaststellen van de begroting, de jaarrekening en het bestuursverslag, zoals

bedoeld in artikel 15 van deze statuten;

i.

het vaststellen van het treasurystatuut;

j.

het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting;

k.

juridische fusie of juridische (af)splitsing van de stichting.

College van bestuur; werkwijze

Artikel 9 1.

Het college van bestuur stelt, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, de onderlinge taakverdeling vast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke

verantwoordelijkheid van de leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 2.

In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van

bestuur één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen volgt

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 6

VANDOORNE® overleg met de raad van toezicht. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, is het voorstel verworpen. 3.

Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten

nemen. Voor zover het college van bestuur uit twee leden bestaat geldt dat beide bestuursleden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen,

indien beide bestuursleden zich vóór het voorstel hebben verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt ook schriftelijk verslag gedaan aan de raad van

toezicht.

4.

Het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die

aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan (digitale vergadering).

Een lid van het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het college van bestuur

deelnemen, mits dat lid van het college van bestuur steeds alle andere leden van het

college van bestuur kan verstaan en door die andere leden van het college van bestuur wordt verstaan (hybride vergadering).

5.

Elk lid van het college van bestuur is gelijkelijk bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen.

6.

De bijeenroeping van de vergaderingen van het college van bestuur geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste een week, onder opgave van de te behandelen

onderwerpen. In bijzondere spoedeisende gevallen kan deze termijn ook worden verkort. 7.

De voorzitter of één van de leden zit de vergaderingen van het college van bestuur voor.

8.

Vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan

besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen:

a.

het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

b.

de economische of financiële belangen van de stichting;

c.

het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij

de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen danwel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet

openbaar wordt gemaakt, tenzij het college van bestuur anders beslist.

9.

Het college van bestuur stelt een bestuursreglement vast waarin nadere regels gegeven

worden omtrent het intern toezicht op het college van bestuur en met betrekking tot de

vergaderingen en besluitvorming van het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur richt zich naar het bestuursreglement.

Vertegenwoordiging Artikel 10

1.

Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk,

vertegenwoordigt de stichting, voor zover niet uit de wet anders voortvloeit.

2.

Het college van bestuur kan besluiten tot verlening van volmacht aan derden om de

stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 7

VANDOORNE® Raad van toezicht; taken en bevoegdheden

Artikel 11 1.

Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeente in deze statuten en de wet

is het toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht is als

werkgever van het college van bestuur belast met het benoemen, belonen, schorsen

en ontslaan van het college van bestuur. De raad van toezicht staat het college van bestuur gevraagd en ongevraagd met raad ter zijde.

2.

De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 17c van de WPO. Op basis van onder meer dat wetsartikel heeft de raad van toezicht tot taak:

a.

het goedkeuren van de in artikel 8 lid 6 van de statuten genoemde besluiten van het college van bestuur;

b.

het toezien op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke

verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 171 lid 1 sub a WPO

en de afwijkingen van die code; c.

het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school die zijn verkregen op grond van de WPO;

d.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht, en

het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het bestuursverslag van de stichting.

3.

Verder heeft de raad van toezicht de bevoegdheden en taken die in deze statuten en

de wet worden vermeld. 4.

Bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden houdt de raad van toezicht aandacht

voor de borging van de identiteiten als genoemd in artikel 5 van de statuten, zoals deze binnen de stichting worden onderscheiden en uitgedragen; dit is een collectieve taak

van de raad van toezicht.

5.

De raad van toezicht voert ten minste tweemaal per jaar overleg met de GMR.

6.

De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.

7.

Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de

raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht

verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; het

door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.

8.

Het college van bestuur stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk

op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 8

VANDOORNE® 9.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het

belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. De raad van toezicht richt zich bij de vervulling van zijn taak voorts naar het belang van de scholen, haar leerlingen, personeel en ouders en het belang van de samenleving.

10.

De raad van toezicht is bevoegd tot het instellen van commissies, al dan niet uit zijn

midden, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren.

11.

De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten, een reglement raad van toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder

begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te

nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.

Raad van toezicht; samenstelling Artikel 12

1.

De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van

minimaal vijf en maximaal zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht benoemt zijn leden, waarvan: a.

één lid op bindende voordracht van de GMR;

b.

tenminste

één

lid

daadwerkelijke

belangstelling

heeft

voor

de

levensbeschouwelijke, maatschappelijke, culturele en sociale ontwikkeling van

het kind vanuit een katholieke inspiratie; c.

tenminste één lid met aantoonbare affiniteit met het openbaar onderwijs.

Benoeming vindt plaats met inachtneming van artikel 13 van deze statuten.

2.

De leden van de raad van toezicht dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken

aan het realiseren van de doelstellingen van de stichting. De samenstelling van de raad van toezicht weerspiegelt de in de stichting vertegenwoordigde identiteiten. 3.

De voordracht geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven.

4.

De profielen voor de leden van de raad van toezicht worden openbaar gemaakt. De

GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het vaststellen van de profielen van de leden van het raad van toezicht. 5.

De raad van toezicht stelt het college van bestuur in de gelegenheid om advies uit te

brengen over de benoeming en/of de voordracht van de leden van de raad van toezicht. 6.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal

vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal 4 jaar, waarbij geldt dat een lid van de

raad van toezicht niet langer dan acht jaar aaneengesloten zitting kan hebben in de raad van toezicht. 7.

De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 9

VANDOORNE® 8.

De raad van toezicht kan, onder opgave van redenen en met een twee derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de raad van toezicht te schorsen of

te ontslaan in een speciaal daarvoor bijeengeroepen vergadering, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te

verantwoorden en te doen verdedigen. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Het betrokken lid van de raad van toezicht onthoudt zich van beraadslaging

en besluitvorming terzake. De maximale schorsingstermijn bedraagt vier (4) maanden. 9.

Een lid van de raad van toezicht de-fungeert:

a.

door zijn overlijden;

b.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

c.

door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden,

d.

door zijn ontslag verleend door de rechtbank;

e.

door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met

behoudens zijn herbenoeming;

twee derde meerderheid van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht, die zich alsdan van beraadslaging en besluitvorming onthoudt

f.

door zijn persoonlijke faillissement of wanneer de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt verklaard of in geval van ondercuratelestelling; of indien zijn vermogen onder bewind wordt gesteld als gevolg van zijn geestelijke toestand.

10.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van

toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de

raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door gelijkluidend besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), is of wordt/en aangewezen. Er is

sprake van ontstentenis als vacatures ontstaan door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolgers zijn benoemd of door overlijden. Onder belet wordt te dezen verstaan de situatie dat de leden van de raad van toezicht hun taak (tijdelijk) niet kunnen

uitoefenen.

Raad van toezicht; werkwijze Artikel 13

1.

In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid een stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen is het voorstel verworpen.

2.

De raad van toezicht kan op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen

zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard.

Van elk buiten de vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de

eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 10

VANDOORNE® 3.

De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander

communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van

toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander

communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.

4.

Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen.

5.

De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de

termijn van oproeping worden verkort. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen,

mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 6.

Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht

kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 7.

De (vice)voorzitter van de raad van toezicht leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter voorziet de

vergadering zelf in haar leiding. 8.

De voorzitter van de raad van toezicht bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden.

9.

Het door de voorzitter van de raad van toezicht ter vergadering uitgesproken resultaat

omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd

voorstel.

10.

Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen

gehouden door de daartoe door de voorzitter van de raad van toezicht aangewezen persoon. De notulen worden in dezelfde of de eerstvolgende vergadering vastgesteld

door de voorzitter na goedkeuring van de raad van toezicht. De notulen worden ondertekend door de voorzitter.

11.

De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht

bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft zonder het college van bestuur te willen vergaderen. Artikel 14

Onafhankelijkheid en belangenverstrengeling 1.

Elk lid van het college van bestuur of de raad van toezicht is verplicht zijn taak te vervullen zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar

instelling(en) betrokken deelbelangen. Deze verplichting geldt ook voor leden van de raad van toezicht die zijn benoemd op bindende voordracht van de GMR.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 11

VANDOORNE® 2.

Tot lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht kan niet worden benoemd een persoon die:

a.

als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam is ten behoeve

b.

als gemachtigde of als adviseur werkzaam is ten behoeve van derden tot het

van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in

hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg; c.

als gemachtigde of als adviseur werkzaam is ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel d hierna;

d.

rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaat betreffende: i.

het aannemen van werk ten behoeve van de stichting;

ii.

het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting;

iii.

het doen van leveranties aan de stichting;

iv.

het verhuren van roerende zaken aan de stichting;

v.

het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting;

vi.

het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of

vii.

het onderhands huren van de stichting;

beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; e.

deel uitmaakt van de GMR of een medezeggenschapsraad behorende tot een

f.

deel uitmaakt van een schoolleiding van een vergelijkbare school en/of stichting

door de stichting in stand gehouden school; in de regio;

g.

ten aanzien van de leden van de raad van toezicht: in dienst is van de stichting;

h.

werkzaam is als lid van het college van burgemeester en wethouders of

gemeenteraad van een van de gemeenten waarin deze stichting scholen in stand houdt.

i.

2.

een duurzame relatie heeft met iemand die bij de stichting werkzaam is.

Een lid van de raad van toezicht kan niet tevens lid zijn van het college van bestuur van de stichting en vice versa.

3.

Leden van het college van bestuur en de raad van toezicht melden hun nevenfuncties aan de raad van toezicht en de voorzitter de raad van toezicht. Eventuele nevenfuncties van de leden van het college van bestuur en de raad van toezicht - bezoldigd én

onbezoldigd - worden vermeld in het bestuursverslag. 4.

Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming van het college van bestuur indien hij daarbij een direct of indirect

persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de

daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt genomen door het andere lid van het

college van bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht. Indien het enig lid dan

wel alle leden van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft/hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan

verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 12

VANDOORNE® Inclien sprake is van een kortdurende verstrengeling van belangen ten aanzien van een lid van het college van bestuur, is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing.

De raad van toezicht en het betreffende lid van het college van bestuur treden in overleg in geval van een structurele verstrengeling van belangen. 5.

Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie.

Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de raad van toezicht. De aanwezigheid van het betreffende lid telt niet mee voor het bepalen van het bepaalde quorum.

Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang

hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit door de raad van toezicht genomen onder schriftelijke

vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. Indien sprake is van een kortdurende verstrengeling van belangen ten aanzien van een lid van de raad van toezicht, is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing. De

voorzitter van de raad van toezicht en het betreffende lid treden in overleg in geval van een structurele verstrengeling van belangen. 6.

Eventuele toekenning van bezoldiging en onkostenvergoedingen aan leden van de raad

van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en op hoofdlijnen in het

bestuursverslag openbaar gemaakt reglement. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze

regeling aan het college van bestuur en de raad van toezicht zijn uitgegeven. Financiën en verslaglegging Artikel 15

1.

Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.

2.

Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting

zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en

verplichtingen kunnen worden gekend. 3.

Het college van bestuur biedt jaarlijks vóór één december een ontwerp van de begroting

met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten en

vóór één juni een ontwerp van het bestuursverslag en de jaarrekening over het afgelopen jaar van de stichting ter overleg aan de gemeente aan. Het bestuursverslag gaat vergezeld van een verslag van een door de raad van toezicht, op voordracht van

het college van bestuur, aangewezen registeraccountant. 4.

Na het overleg als bedoeld in het voorgaande lid (dan wel indien dit overleg niet binnen zes weken na de aanbieding als bedoeld in het voorgaande lid heeft plaatsgevonden) stelt het college van bestuur, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht,

de begroting vast. Eenzelfde procedure wordt gevolgd met betrekking tot vaststelling en goedkeuring van de jaarrekening en het bestuursverslag. 5.

De jaarrekening wordt ten blijke van vaststelling en goedkeuring door alle leden van het

college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de

DOORLOPENDE TEKST 60019445/13171024_1 statuten van Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs 13

VANDOORNE® handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding

gedaan. 6.

Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren.

7.

Indien het college van bestuur voornemens is de begroting aanmerkelijk te wijzigen, wordt deze wijziging overeenkomstig de voorgaande leden van dit artikel ter overleg

aan de gemeente voorgelegd. 8.

Het college van bestuur brengt jaarlijks, tezamen met het bestuursverslag, verslag uit

over zijn werkzaamheden aan de gemeente. Het college van bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het

verslag wordt bekend/openbaar gemaakt.

Statutenwijziging Artikel 16 1.

Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot

statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeente. De gemeente kan zijn instemming aan een statutenwijziging slechts

onthouden indien de invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover

het openbaar onderwijs betreft. 2.

Is de vergadering van de raad van toezicht waarin een goedkeuringsbesluit tot

statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het goedkeuringsbesluit kan worden genomen, ongeacht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1049/documents/43985