CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Integraal beleidsplan en verordening sociaal domein - Startnotitie.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 13 september 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 8: Integraal beleidsplan en verordening sociaal domein - Startnotitie1.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum Zaaknummer

14 juni 2022

Betreft

Integraal beleidsplan en verordening sociaal domein

2022-0093128

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:

Peter Heijkoop Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Stad - Jeugd, Onderwijs & Cultuur Susan van Oostrom-van der Meijden saw.van.oostrom-vander.meijden@dordrecht.nl Ja

Voorgesteld besluit de inhoudelijke uitgangspunten inzake het integrale beleidsplan sociaal domein en de bijbehorende integrale verordening sociaal domein vast te stellen; het te doorlopen proces, zoals voorgesteld door het college, vast te stellen. Deadline Agendacommissie van 21 juni 2022 Startnotitie Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende functie. De raad stelt het integrale beleidsplan en de integrale verordening sociaal domein vast. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en de verordening. Wat is de aanleiding? In februari 2022 heeft de Dordtse gemeenteraad de nieuwe verordening jeugdhulp vastgesteld. In het kader van de nieuwe GR Sociaal zijn in begin dit jaar de verordening Werk en Inkomen en de verordening Wmo maatwerkvoorzieningen (voorheen regionale verordeningen) lokaal vastgesteld. Nu de Dordtse gemeenteraad weer aan het stuur zit, kunnen er lokaal (andere) beleidskeuzes gemaakt worden wat vraagt om een herijking van beide verordeningen. Tijdens het totstandkomingsproces van de verordening jeugdhulp zijn door de raad vragen gesteld over een integrale verordening sociaal domein.

In de commissievergadering van 25 januari 2022 heeft wethouder Heijkoop toegezegd de raad voor het zomerreces een startnotitie toe te sturen over het proces om te komen tot één verordening sociaal domein. Het uitgangspunt is een zo integraal mogelijke verordening waarbij geen onderscheid (meer) is tussen 18- en 18+. Op dit moment zijn er in het sociaal domein verschillende beleidsplannen met een eigen tijdspanne. Het lokaal beleidsplan jeugd loopt tot en met 2022 en dient in de loop van dit jaar vernieuwd te worden. Dit geldt ook voor het minimabeleid, mantelzorgbeleid en het beleid op vrijwillige inzet. Het Wmo beleidsplan loopt één jaar langer door, tot en met 2023. Kortom, dit is hét moment om, naast een integrale verordening sociaal domein, een integraal beleidsplan sociaal domein op te stellen.

Zaaknummer

2022-0093128

Een verordening is idealiter altijd een uitvloeisel van beleid. Veel keuzes, zoals de manier waarop de toegang tot hulp georganiseerd wordt, het verbinden van algemene voorzieningen met geïndiceerde voorzieningen of het afschalen van maatwerkvoorzieningen, zijn beleidsmatige keuzes; keuzes die gemaakt worden in een beleidsplan. Vervolgens wordt de uitwerking van deze keuzes vastgelegd (en vastgesteld) in de verordening. Welke inhoudelijke uitgangspunten stelt het college de raad voor? Het college zal de uitgangspunten van de raad meenemen in de beleidsontwikkeling en het te doorlopen proces. Als paraplu boven de inhoudelijke uitgangspunten staat 'kansengelijkheid voor alle Dordtenaren'. De Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn erop gericht om mensen zelfstandig mee te laten doen aan de samenleving, én ondersteuning te bieden als dit (tijdelijk) niet lukt. Het college stelt de raad voor om de volgende uitgangspunten voor het integrale beleidsplan sociaal domein en de daaruit voortvloeiende verordening te hanteren: Bestaanszekerheid Het hebben van bestaanszekerheid is essentieel om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving én om te werken aan ontwikkeling. Een belangrijke voorwaarde voor bestaanszekerheid is het hebben van voldoende en voorspelbaar inkomen.

Daarnaast is ook een betaalbare woning, toegang tot zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen van belang. Met voorzieningen vanuit het minimabeleid en de aanpak schulden werken we aan het verbeteren van bestaanszekerheid van gezinnen, en daarmee aan de ontwikkelkansen voor kinderen. Ook bij eenpersoonshuishoudens is het verbeteren van de bestaanszekerheid essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving en het welbevinden te vergroten. Normaliseren Met het merendeel van onze inwoners gaat het goed. Van de mensen die wel hulp nodig hebben, hebben de meeste een 'eenvoudige' hulpvraag. Een hulpvraag die vaak efficiënt (en efficiënter dan nu het geval is) afgehandeld kan worden. Dit betekent minder problematiseren en minder bureaucratie. Slechts een klein deel van alle inwoners (zo'n 4%) heeft te maken met een meervoudige hulpvraag en (dreigende) multiproblematiek. Deze groep heeft onze volledige aandacht nodig. Vanuit de verschillende wetten en geschotte uitvoeringsorganisaties moeten we als gemeente de regie nemen. Belangrijk is dat de ondersteuning dichtbij georganiseerd wordt en zo licht als mogelijk of zo zwaar als nodig is. Ook het ombuigen van maatwerkvoorzieningen of geïndiceerde zorg naar algemene voorzieningen speelt hierbij een rol. Meer inzet op preventie 'Voorkomen is beter dan genezen'. Een aloud gezegde, maar actueler dan ooit.

Preventie is een breed begrip en kan ingezet worden op meerdere niveaus. Van het daadwerkelijk voorkomen dat problemen ontstaan tot het voorkomen dat 'kleine' problemen groot worden. We zetten in op preventie en vroeg signaleren. We focussen ons hierbij op factoren die de kans op problemen en hulpvragen (ook later in het leven) vergroten, zoals psychische problematiek, armoede en schulden, laaggeletterdheid, het ontbreken van een startkwalificatie en de gezinssamenstelling (lees: eenpersoonshuishouden/eenoudergezinnen). Een belangrijke beschermende factor is sociale cohesie (verbondenheid). Er is veel onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op sociale cohesie; het hebben van werk of vrijwilligerswerk, het volgen van goed onderwijs, genoeg openbare ruimte & voorzieningen om elkaar te ontmoeten (sportclubs, culturele voorzieningen, parken, vrije ruimte, verenigingen, kerken) en respect voor en herkenning van de eigen identiteit. Deze factoren leiden tot een sterkere sociale cohesie, meer welbevinden en minder beroep op zorg. Het algemeen aanbod van voorzieningen, inwonersinitiatieven en vrijwilligersorganisaties heeft een belangrijke rol in het bevorderen van sociale cohesie.

Zij vormen het cement van de samenleving door het organiseren van ontmoeting, het oppakken van enkelvoudige hulpvragen en het in beeld brengen van mensen die op eigen kracht niet mee kunnen komen.

Zaaknummer

2022-0093128

De inrichting van de buitenruimte draagt ook in sterke mate bij aan de sociale cohesie in buurten en wijken en een gezonde leefomgeving. We zien veel kansen in een goede samenwerking met het fysieke domein. Fysieke projecten kunnen als vliegwiel fungeren en bijdragen aan prettige woonwijken en een beter woonklimaat. Integrale blik op het gezin (0-100) Dordtenaren die zorg nodig hebben (zorgvragers) zijn ook vader of moeder, zoon of dochter, buurman of buurvrouw etc. Zij maken deel uit van een sociale structuur. We willen stimuleren dat zorgverleners met een integrale blik naar de thuissituatie kijken. Zo kan een, op eerste gezicht, probleem van een kind eigenlijk een hulpvraag van de ouder(s) zijn. Of: de (tijdelijke) inzet van een maatwerkvoorziening Wmo kan een mantelzorger ontlasten waarmee er stabiliteit terugkomt in het gezin en de (mantel)zorg langer volgehouden wordt. Kortom, het is belangrijk dat zorgverleners werken vanuit het perspectief van de zorgvrager(s) en het hele gezin/situatie overzien. Hierbij gaat het begrip 'gezin' verder dan de traditionele gezinsvormen, het gaat om de sociale structuur waar mensen deel van uitmaken. Soepele overgang Jeugdwet-Wmo Een vaak gehoord probleem is de moeizame overgang tussen de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo).

De scheidslijn tussen de Jeugdwet en Wmo ligt wettelijk op 18 jaar (verlengde jeugdhulp is mogelijk tot 23 jaar). De overgang veroorzaakt voor een flink aantal jongeren (en hun gezinnen) serieuze problemen. In de vorige coalitieperiode hebben we, samen met de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, Sociale Dienst Drechtsteden en de Sociale Wijkteams, al verschillende zaken in gang gezet, zoals het ontwikkelen van een toekomstplan voor jeugdigen van 16 tot 27 jaar, het doorontwikkelen van de ketenaanpak Jongeren op de Rit en het mogelijk maken van een Wmo-indicatie vanaf de leeftijd van 17,5 jaar. We zijn er echter nog niet. Een integraal beleidsplan en integrale verordening sociaal domein dwingen ons om jeugdhulp en hulp vanuit de Wmo integraal op te pakken en maken het mogelijk om verder te ontschotten. Met als uiteindelijk doel dat in de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo snel en passend geholpen worden. Voortvloeiend uit bovenstaande inhoudelijke uitgangspunten, stellen we voor de volgende beleidsvelden te integreren in het beleidsplan en de verordening: •

armoede en aanpak schulden;

•

buurt- en jongerenwerk;

•

jeugd(hulp);

•

mantelzorg;

•

vrijwillige inzet;

•

Wmo (m.u.v. beschermd wonen opvang).

Met welke beperkingen moet de raad rekening houden? Mate van beleidsvrijheid We zijn als gemeente niet verantwoordelijk voor alle zorg en ondersteuning. Aanpalende wetgeving, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (ZVW) zijn ondergebracht bij zorgkantoren en zorgverzekeraars. Waar begint de ene wet en waar houdt de andere op? De scheidslijn kan nog wel eens diffuus zijn. Het is belangrijk om dit voor ogen te hebben en duidelijk af te bakenen tot waar onze verantwoordelijkheid reikt. Daarnaast speelt dat investeringen in het gemeentelijke domein niet altijd terugvloeien naar de gemeente. Zorgkantoren en zorgverzekeraars profiteren financieel van de inzet die de gemeente doet in het sociaal domein. In de samenwerkingsagenda met VGZ worden wel belangrijke stappen gezet naar een betere afstemming. Een tweede punt waarmee we als gemeente rekening dienen te houden, zijn bepalingen vanuit het Rijk, zoals het abonnementstarief in de Wmo, en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), zoals het inperken van de mogelijkheid om resultaatgerichte financiering toe te passen bij bijvoorbeeld de huishoudelijke ondersteuning (Wmo) en het afschaffen van de inkomenstoets in de Jeugdwet.

Zaaknummer

2022-0093128

Financiën De financiële kaders van het sociaal domein (Jeugdwet, P-wet, Wmo) uit de meerjarenbegroting 2023-2026 zijn vanzelfsprekend leidend bij het integrale beleidsplan sociaal domein en de integrale verordening sociaal domein. Welk proces stelt het college de raad voor? Na vaststelling van deze startnotitie starten we met de voorbereiding om te komen tot een integrale beleidsplan sociaal domein en een integrale verordening sociaal domein. Om medio 2023 een goed besluit te kunnen nemen, kan de raad zich de komende tijd op verschillende manieren voorbereiden: 1.

Kennis nemen en lezen van de huidige gemeentelijke beleidsplannen en programma's (armoede, jeugd, mantelzorg, vrijwillige inzet en Wmo) en landelijke ontwikkelingen in het sociaal domein.

2.

Ervaringen ophalen bij inwoners en maatschappelijke partners

We stellen voor, eind 2022/begin 2023, een beeldvormende sessie te organiseren, waarin u in gesprek kunt met verschillende maatschappelijke partners. Tijdens deze sessie zullen we zowel vooruit kijken als terugblikken op de afgelopen beleidsperiode. Voorafgaand hieraan wordt het bestaande beleid ambtelijk geëvalueerd met partners. De resultaten hiervan zullen tijdens de beeldvormende sessie gepresenteerd worden. Partners die we hierbij zullen betrekken zijn o.a.: •

de Adviesraad Wmo & jeugd Dordrecht;

•

het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid;

•

het Platform Op D'recht Sociaal;

•

de jongerenraad;

•

het Platform tegen Armoede Drechtsteden;

•

de Sociale Dienst Drechtsteden;

•

de Serviceorganisatie jeugd Zuid-Holland Zuid;

•

de sociale wijkteams;

•

MEE Plus;

•

Contour de Twern.

Uiteraard zijn er door de gemeenteraad ook partners aan te reiken. Besluitvorming van het integrale beleidsplan en de integrale verordening sociaal domein staat gepland voor juni/juli 2023 (oordeelvormende sessie: mei 2023).* * Mogelijk dat voor het onderdeel Werk & Inkomen beleidsmatige keuzes eerder (dan mei 2023) om noodzakelijke wijzigingen in de verordening Werk en Inkomen vragen. Indien dit het geval, zal de huidige verordening hierop aangepast worden. De aanpassingen worden ook – later – meegenomen in de integrale verordening sociaal domein. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? De kosten die verbonden zijn aan dit proces om tot het integrale beleidsplan en de integrale verordening sociaal domein te komen, worden betaald uit het begrotingsprogramma 'Sociaal en Zorgzaam Dordrecht'. Het college van Burgemeester en Wethouders

Zaaknummer

2022-0093128

De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 14 juni 2022 inzake Integraal beleidsplan en verordening sociaal domein;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op Jeugdwet, Participatiewet, Wet maatschappelijke ontwikkeling;

besluit:

de inhoudelijke uitgangspunten inzake het integrale beleidsplan sociaal domein en de bijbehorende integrale verordening sociaal domein vast te stellen; het te doorlopen proces, zoals voorgesteld door het college, vast te stellen.

Aldus besloten in de vergadering van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/472/documents/18643