Voorstel Indienen van Geen wensen/bedenkingen bij vaststelling Omgevingsprogramma Economie - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
24 juni 2025
Betreft
Indienen van Geen wensen/bedenkingen bij vaststelling Omgevingsprogramma Economie
2025-0049391
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Ordening en Mobiliteit Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Chris van Benschop Lerend en Ondernemend Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Volkshuisvesting, Ruimtelijke Hilbert de Jong hj.de.jong@dordrecht.nl Hilbert de Jong Ja
Voorgesteld besluit geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit tot vaststelling van het Omgevingsprogramma Economie. Raadsvoorstel Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De raad stelt de omgevingsvisie vast. Binnen de kaders van de omgevingsvisie is het college bevoegd om omgevingsprogramma's vast te stellen. De raad wordt, voorafgaand aan de vaststelling door het college, in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen mee te geven aan het college. Op 4 maart 2025 is de raad geconsulteerd over deze werkwijze. Wat is het doel? Met het omgevingsprogramma economie geeft het college invulling aan de in de omgevingsvisie 2.0 toegezegde uitwerking van het doel "toekomstbestendige economie". Het omgevingsprogramma economie dient een aantal doelen: •
het omgevingsprogramma werkt onze economische koers – zoals die beknopt op hoofdlijnen (en soms impliciet) wordt benoemd in de omgevingsvisie – nader uit en fundeert die in economische analyse;
•
het omgevingsprogramma slaat een brug tussen de omgevingsvisie en de (reeds) bestaande economische programma's en projecten, zodat die verbonden worden met de overkoepelende stadsbrede koers;
•
het omgevingsprogramma maakt ruimtelijke en beleidsmatige keuzes concreet en zorgt zo voor "voorzienbaarheid" van toekomstige aanscherpingen van het omgevingsplan, waardoor het risico op nadeelcompensatie wordt verkleind;
•
het omgevingsprogramma brengt in kaart op welke beleidsonderwerpen we nog achterstallig onderhoud hebben te plegen, zodat daarop een (meerjarig) beleidstraject kan worden ingericht;
Zaaknummer
2025-0049391
•
het omgevingsprogramma voorziet het economisch domein van een sturingsdocument wat bruikbaar is als inbreng bij gebiedsontwikkelingen etc., een overzichtsdocument wat ook raadpleegbaar is door derden;
•
het omgevingsprogramma maakt als economisch beleidskader ook inzichtelijk hoe we uitvoerende organisatieonderdelen zoals wijk-, gebieds- en accountmanagement helpen prioriteren in hun acties richting ondernemers en werklocaties;
•
het omgevingsprogramma biedt een structuur waaruit geput van worden bij verantwoording in de planning- & control-cyclus of bij onderbouwing van raadsvoorstellen.
Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? 1. Met het omgevingsprogramma economie geeft het college uitwerking aan het doel "toekomstbestendige economie" in de omgevingsvisie. Het omgevingsprogramma is gebaseerd op een aantal bestaande bouwstenen, waarvan een aantal ook wordt benoemd in hoofdstuk 1, zoals de Agenda 2030, het Politiek akkoord 2022-2026 en de Omgevingsvisie 2.0 (die een beschrijving bevat van het doel economie op hoofdlijnen, onder verwijzing naar dit omgevingsprogramma voor verdere uitwerking en monitoring). Omdat lopende programma's en projecten moeten kunnen terugvallen op de stadsbrede economische context, presenteert hoofdstuk 2 in vogelvlucht de situatie van de Dordtse economie, als basis voor onze ruimtelijke en beleidsmatige keuzes daarna (hoofdstuk 3), en als basis voor de monitoring (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beleidsmatige, inhoudelijke uitwerking van het economisch deel van de omgevingsvisie, op drie elementen, zoals die ook worden benoemd in de omgevingsvisie 2.0 onder het doel "toekomstbestendige economie": •
productieve economie (o.a. ruimte, innovatie en clusterversterking, binnenstad, detailhandel en ondernemerscollectiviteit);
•
duurzame economie (o.a. verduurzaming bedrijfsvastgoed en bedrijfsprocessen, vergroening bedrijventerreinen en circulariteit);
•
inclusieve economie (o.a. banen met impact, verbinding onderwijs-arbeidsmarkt, maatschappelijk betrokken ondernemen, wijkeconomie).
Deze drie elementen hebben een gelijk gewicht (zichtbaar ook in de lengte van de paragrafen in hoofdstuk 3) en komen samen onder het centrale thema "brede welvaart". De uitwerking in ruimtelijke en beleidsmatige keuzes is relevant voor de programmering van nieuwe ontwikkelingen in de stad, maar zeker ook voor de toekomstige aanscherping van het omgevingsplan voor werklocaties, met name ten behoeve van betere benutting en "het juiste bedrijf op de juiste plaats". Aanpassing van het omgevingsplan moet voorzienbaar zijn om nadeelcompensatie te voorkomen; met een omgevingsprogramma zorgt het college voor deze voorzienbaarheid. Hoofdstuk 4 bevat het – onder de omgevingsvisie verplichte – onderdeel "monitoring". Dit beschrijven we samen met "sturing". Voor de sturing sluiten we primair aan bij de reeds bestaande sturing via de bestaande programma's, maar het omgevingsprogramma signaleert ook het belang van een overkoepelende sturing op het geheel van de portefeuille economie (met behulp van dit programma). Voor monitoring bevat dit hoofdstuk een aantal indicatoren die nader terug te vinden zijn in het analysedeel (hoofdstuk 2). De sturing en monitoring is kwalitatief, dus niet met precieze cijfermatige waarden. Overzichten van alle instrumenten en beleidskaders voor economie zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2.
In bijlage 3 is een uitgebreidere cijfermatige weergave met figuren en tabellen te vinden van de Dordtse economie, als naslagwerk bij hoofdstuk 2. 2. Het omgevingsprogramma maakt inzichtelijk welke economische opgaven en uitdagingen inzet van de gemeente vragen. Zoals elk beleidsdomein is ook het economisch domein complex en voortdurend aan verandering onderhevig. Sommige lijnen die bijvoorbeeld in het kader van de Agenda 2030 (rond 2018) zijn ingezet, zijn nog onverminderd actueel, zoals de inzet op de ontwikkeling van het Leerpark, de
Zaaknummer
2025-0049391
revitalisering van bedrijventerreinen, het behouden en beter benutten van ruimte voor werken in de stad en het toevoegen van banen met impact. Andere punten vragen om (hernieuwde) aandacht en vertaling in beleid en uitvoering, zoals de inzet op binnenstedelijke ruimte voor stadsverzorgende bedrijvigheid, het programmeren van ruimte voor werken in de stationsomgeving, de transitie naar een circulaire economie en de vitale wijkeconomie. Dit omgevingsprogramma maakt inzichtelijk hoe we vanuit de huidige beleidskaders, projecten en programma's hier reeds mee aan de slag zijn of gaan, zodat hier ook de komende jaren op kan worden voortgebouwd. Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? 1. Het omgevingsprogramma economie is niet verplicht of noodzakelijk, maar wel wenselijk. Het omgevingsprogramma economie is weliswaar een onverplicht programma onder de omgevingswet, maar vult wel een lacune tussen de beknopte omschrijving van het doel "toekomstbestendige economie" in de omgevingsvisie 2.0 en de dagelijkse praktijk van het scala aan programma's en projecten in het economisch domein. Zowel voor de interne gemeentelijke organisatie alsook richting de raad en breder in de stad is het waardevol om in één document inzichtelijk te maken hoe de gemeentelijke inzet op economie samenhangt en wordt geconcretiseerd. 2.
Het omgevingsprogramma economie is vooral intern opgesteld, maar is ook vooral een document voor de gemeente zelf. Hoewel er in het kader van de omgevingsvisie 2.0 is geparticipeerd op het doel "toekomstbestendige economie", is het omgevingsprogramma vooral een ambtelijk product. Het betreft namelijk een sturingsdocument voor de gemeente zelf, geen nieuwe "visie" of een "nieuwe economische koers" die we vanaf de basis zouden opbouwen met ondernemers en andere belanghebbenden. Juridisch gezien is het omgevingsprogramma ook niet bindend of rechtstreeks werkend voor externe partijen zoals ondernemers, in tegenstelling tot bijv. het omgevingsplan. Het omgevingsprogramma brengt bestaande lijnen samen, overkoepelend op de concrete programma's en projecten in het economisch domein. De participatiewijze voor dit omgevingsprogramma - met een zienswijzeprocedure - sluit daarmee aan bij de inhoud van dit type beleidsproduct. In de concreetheid van de uitvoering vindt vervolgens weer volop participatie en interactie plaats met ondernemers en andere belanghebbenden. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Het omgevingsprogramma economie is een onverplicht programma, dus valt niet onder de vereisten voor verplichte omgevingsprogramma's die volgen uit de Omgevingswet (art. 16.27).
Dat neemt niet weg dat ook bij dit omgevingsprogramma economie moet worden gemotiveerd hoe de samenleving en andere bestuursorganen bij de voorbereiding op het besluit tot vaststelling betrokken zijn geweest. Voor dit programma is het lokale participatiebeleid van toepassing. Dit omgevingsprogramma economie is een uitwerking van het doel "toekomstbestendige economie" in de omgevingsvisie en in die hoedanigheid een uiteenzetting van de bestaande beleidsinzet op het economisch domein. Omdat het opstellen van dit programma samenliep met de periode waarin de omgevingsvisie 2.0 werd opgesteld, is de uitgebreide participatie voor de omgevingsvisie 2.0 inclusief die op het doel "toekomstbestendige economie" - volledig benut voor dit omgevingsprogramma. Daarmee is in het traject voor de omgevingsvisie 2.0 reeds voor een belangrijk deel invulling gegeven aan de participatie voor het omgevingsprogramma. Ook is de inbreng op het thema economie in het kader van de bezuinigingen benut voor dit omgevingsprogramma, zie paragraaf 1.3. Aanvullend heeft het ontwerp-omgevingsprogramma economie van 22 april tot 3 juni 2025 ter inzage gelegen met de mogelijkheid tot zienswijzen. Tijdens deze zienswijzeperiode is het omgevingsprogramma ook actief onder de aandacht gebracht van ondernemers, regiogemeenten en de provincie Zuid-Holland en besproken met ondernemersvertegenwoordigingen (o.a.
de Adviesraad Detailhandel, het Ondernemersfonds Dordrecht, het netwerk van grootste werkgevers). Deze participatie heeft tot één officiële inhoudelijke zienswijze (van de provincie Zuid-Holland) geleid (zie bijgevoegde Nota van Beantwoording); andere belanghebbenden hebben het omgevingsprogramma voor kennisgeving aangenomen en lieten blijken dat verdere participatie vooral relevant is bij de uitvoering en toepassing van het economisch beleid. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit - raadsvoorstel.
Zaaknummer
2025-0049391
Hoe wordt dit betaald? Dit omgevingsprogramma heeft geen directe betrekking op de besteding van middelen; er zijn ook geen budgetten verbonden aan dit programma. De besteding van middelen wordt bepaald vanuit de programma's en projecten in de uitvoering. Het opstellen van dit omgevingsprogramma en de zienswijzeprocedure vallen onder de reguliere exploitatie. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? Na het raadsbesluit over wensen en bedenkingen zal het college besluiten tot vaststelling van het Omgevingsprogramma Economie. Het vastgestelde omgevingsprogramma zal als basis dienen voor de monitoring op het omgevingsvisiedoel "toekomstbestendige economie". De raad zal hierover periodiek worden geïnformeerd. Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
2025-0049391
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 24 juni 2025 inzake Indienen van Geen wensen/bedenkingen bij vaststelling Omgevingsprogramma Economie ;
gelet op artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet;
besluit:
geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit tot vaststelling van het Omgevingsprogramma Economie.
Aldus besloten in de vergadering van