Voorstel beleid mini-windturbines.pdf
Tekst van het document
Afhandeling Motie "Wind op het Dak" 1. Inleiding De gemeente Dordrecht wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Een energieneutrale gebouwde omgeving maakt daar onderdeel van uit. Miniwindturbines kunnen een bijdrage leveren aan duurzame energieopwekking en aan besparing op energielasten voor bewoners. Tot op heden worden de plaatsingsmogelijkheden bepaald door de bouwregels uit de geldende bestemmingsplannen. Met de motie "Wind op het dak" heeft de raad het college gevraagd om een verruiming van deze mogelijkheden. In deze notitie wordt een voorstel gedaan om de mogelijkheden voor de komende drie jaar te verruimen, iedere aanvraag in deze periode individueel te beoordelen op basis van de genoemde kaders, na drie jaar de verruiming te evalueren en (eventueel aangepast) beleidsmatig vast te leggen. Met de pilot worden particulieren in woongebieden gestimuleerd. Initiatieven moeten vnl. worden getoetst aan de effecten op het straatbeeld en de directe woonomgeving. Door overleg met aanvragers, omwonenden en gemeente wordt ervaring opgedaan op de effecten en opbrengsten. 2. Afbakening Deze notitie gaat alleen over mini- of dakturbines in de gebouwde omgeving. Bij kleine windturbines en mini- of dakturbines wordt de opgewekte energie ter plekke gebruikt, het eventuele overschot wordt opgeslagen in een thuisbatterij of terug geleverd aan het net. 3.
Beleidskaders 3.1 Landelijk beleid Er is geen landelijk beleid voor mini- of dakturbines (afgezien van milieuregels). 3.2 Provinciaal beleid Er is geen provinciaal beleid voor mini- of dakturbines (ter beoordeling aan de gemeente). 3.3 Gemeentelijk beleid tot op heden In Dordrecht is in de bestemmingsplannen een algemene regel opgenomen ten aanzien van de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze regeling geldt voor heel Dordrecht, de bedrijventerreinen uitgesloten. De bouwmogelijkheden van mini- of dakturbines vallen onder deze algemene regel Voor een verbeelding van de mogelijkheden zie afbeelding 1. Kort samengevat zijn dat: - In de voortuin tot een hoogte van 4.00 meter, met een afwijkingsmogelijkheid van 10% (A) - Binnen het bouwvlak tot de maximale bouwhoogte, met een afwijkingsmogelijkheid van 10% (B t/m E) 1 - In de achtertuin (erf) tot een hoogte van 4.00 meter, met een afwijkingsmogelijkheid van 10%. (F) Voor het plaatsen van een mini windturbine moet altijd een vergunning worden aangevraagd.
De maximale bouwhoogte van een grondgebonden/eengezinswoning bedraagt over het algemeen 10 meter, voor een appartementengebouw is deze veelal (veel) hoger.
1
Afbeelding 1 - Mogelijkheden plaatsing miniwindturbines binnen het bestemmingsplan
4. Motie "Wind op het Dak". De raad wil pilots met mini windturbines stimuleren om de participatie in de energietransitie, het draagvlak voor duurzame opwekking te bevorderen en evt. een besparing op energielasten voor bewoners mogelijk te maken. In de motie "Wind op het dak" wordt voorgesteld de bouwmogelijkheden voor mini windturbines te verruimen op basis van een aantal randvoorwaarden. Pilots door particulieren in woongebieden zouden moeten worden gestimuleerd. Initiatieven moeten vnl. worden getoetst aan de effecten op het straatbeeld en voldoende draagvlak van de directe omgeving. 5. Voorstel verruiming Om invulling te geven aan de motie "Wind op het dak" wordt voorgesteld om in een proefperiode van drie jaar de mogelijkheden voor het plaatsen van mini-windturbines te verruimen ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen, met inachtneming van de onderstaande kaders. Iedere aanvraag zal dan als individueel geval worden beoordeeld/getoetst (iedere wijk, woningtype heeft verschillende omstandigheden). De belangrijkste toetsingskaders worden daarbij gevormd door het effect op de omliggende omgeving en omwonenden. Maatvoering Voorgesteld wordt om de verruiming gelijk te trekken met de mogelijkheid van vlaggenmasten. In zowel de voor- als achtertuin tot een hoogte van 10 meter.
Op het dak bij grondgebonden woningen en appartementen de afwijkingsmogelijkheid te verhogen naar 20% ten opzichte van de hoogte genoemd in het bouwvlak. Dit betekend voor de standaard woning met een kap en een bouwhoogte van 10 meter dat de windturbine maximaal 2 meter boven de nok uitsteekt. Voor een verbeelding van de mogelijkheden zie afbeelding 2.
Randvoorwaarden - Het plaatsen van een mini windturbine mag niet leiden tot een verrommeling van het straaten stadsbeeld. Plaatsing op het achterdakvlak en/of achtererf heeft nadrukkelijk de voorkeur. Plaatsing in de voortuin is alleen mogelijk bij diepe tuinen van meer dan 8.00m. - Om hinder voor omwonenden te beperken heeft het plaatsen van een mini windturbine binnen het bouwvlak de voorkeur (op of aan het hoofdgebouw). De plaatsing van een mini windturbine op een losse mast moet op een minimale afstand van 2.00 meter vanuit de erfgrens worden geplaatst. - Er een aanvraag wordt gedaan in lijn met de uitgangspunten van de omgevingswet, er vindt goede communicatie plaats met de direct omwonenden. - Er altijd een toets plaatsvindt op basis van constructieve veiligheid.
Afbeelding 2 – Verruimde mogelijkheden plaatsing miniwindturbines n.a.v. motie "Wind op het Dak"
Welstandseisen Met miniwindturbines wordt aangesloten op de eisen rondom installaties uit de welstandsnota waarbij het streven van de gemeente is om de impact van dergelijke installaties op het straatbeeld zo veel als mogelijk te beperken; -
-
De kleurstelling van de windturbine is onopvallend, bij voorkeur egaal wit, grijs, (lichtblauw of lichtgroen) en niet spiegelend/reflecterend (deze kleurstelling is gebruikelijk voor dit type kleine windturbine). installaties worden bij voorkeur uit het zicht van de openbare ruimte geplaatst. installaties worden zo compact en terughoudend als mogelijk vormgeven.
Beschermd Stadsgezicht - Welstandsniveau Intensief: Het plaatsen van mini windturbines is uitgesloten in gebieden waar welstandniveau intensief van toepassing is. Denk hier bijvoorbeeld aan de historische binnenstad.
Type windturbine Vanuit de gemeente worden alleen verticale windwokkels toegestaan (type ‘savonius’). Voordelen van verticale windwokkels zijn: -
nauwelijks waarneembaar geluid: het geluid komt in de meeste gevallen niet uit boven het geluid van de wind; relatief rustig beeld: geen draaiende wieken, nauwelijks slagschaduw en de aanwezige slagschaduw geeft geen ‘knipperend’ beeld zoals bij slagschaduw van wieken wel het geval is niet schadelijk voor vogels en insecten; dieren zien de molen als één kolom waar ze omheen vliegen, en worden daardoor niet geraakt door voor hen onzichtbare wieken.
Windturbines van andere typen zijn ongewenst tenzij aangetoond kan worden dat zij kunnen voldoen aan de genoemde voordelen van verticale windwokkels. Geluid Het cumulatief geluid (dus windturbine + andere geluidsbronnen, zoals een aanwezige warmtepomp) mag maximaal 40 dB bedragen (norm en meting gelijk aan die voor warmtepompen, artikel 4.107 Bb Bouwbesluit). Proefperiode – toetsing per individuele situatie Voorgesteld wordt om na een periode van drie jaar deze verruiming te evalueren en (eventueel aangepast) deze juridisch/beleidsmatig gemeentebreed vast te leggen in bv. omgevingsplan en/of welstandsnota. Naast ruimtelijke aspecten is het ook wenselijk dat in de evaluatie het aspect opbrengst/effect energielasten wordt meegenomen. Vanwege de proefperiode zal iedere aanvraag de komende drie jaar individueel worden beoordeeld (i.p.v. direct een algemene juridische regeling voor de gehele stad). Voor het plaatsen van een mini windturbine moet altijd een vergunning worden aangevraagd. Vanwege de looptijd van de pilot wordt een omgevingsvergunning voorlopig afgegeven voor een termijn van drie jaar (artikel 5.36 lid 1 Omgevingswet).